Spreken over Verbond en huwelijk… (I)

‘Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen we dan trouweloos tegen elkaar en ontheiligen wij het Verbond, dat met onze vaderen is gemaakt?‘ (…) ‘En dit is het tweede dat jullie doen: Jullie bedekken het altaar van de HERE met tranen, met geween en gezucht, omdat Hij Zich niet meer wendt tot de offergave, noch iets met welgevallen uit jullie handen aanneemt.’ Vragen jullie: Waarom? – Daarom, dat de HERE getuige geweest is tussen u en de huisvrouw/’huisman’ van uw jeugd, tegen wie ge trouwbreuk hebt gepleegd, terwijl zij/hij toch uw levensgezel is geweest en de vrouw/man met wie ge een verbond zijt aangegaan.’ (Uit Maleachi 2 de verzen 10 en 13-14)

Geciteerd: In de tijd van Malaechi zijn er niet alleen gemengde huwelijken onder de kinderen van Gods volk, maar is er ook sprake van veel echtbreuk en echtscheiding. Maar over deze dubbele zonde spreken en klagen de priesters niet, maar de Bode heeft een boodschap en het is niet aan zijn believen of gevoelen overgelaten of hij haar brengen wil: ‘Niemand plege trouwbreuk jegens de huisvrouw/’huisman’ van zijn/haar jeugd‘ (2 vers 15). Hebben zij de goede dagen gedeeld, dan zullen ze ook de moeilijke dagen delen met elkaar. ‘Daarom, dat de HERE getuige is geweest tussen u en de huisvrouw/’huisman’ van uw jeugd, tegen wie gij trouwbreuk hebt gepleegd‘ (2 vers 14), omdat het hier niet in orde is met het volk en omdat de priesters over het gemengde huwelijk met heidense vrouwen en over echtbreuk en echtscheiding zwijgen, is het altaar zo leeggebrand en zijn alle bronnen van vernieuwing gestopt; daarom helpt al dat gezucht en geween en al dat bidden niets, als niet dáár de bekering begint, ‘want ik haat de echtscheiding, zegt de HERE, de God van Israël‘ (2 vers 16).
(NB. Zie ook 1 Petrus 3 vers 7: opdat jullie gebeden niet belemmerd worden.)

Maar de schade is nog groter. De Bode ziet in dit gedrag ten aanzien van het huwelijk zelfs ook een dubbele trouwbreuk. Hij ziet het huwelijksverbond heel dicht liggen tegen dat andere Verbond, waarvan sprake was in het begin van dit gesprek (2 vers 10) Wie trouwbreuk pleegt tegen de echtvriendin/echtvriend, doet dat tegenover een mens. Maar de Bode ziet verder en stelt vast, dat men dan ook jegens God trouwbreuk heeft gepleegd. Hij noemt hier de vrouw/man ‘uw metgezel en de vrouw/man, met wie ge een verbond zijt aangegaan‘ (2 vers 14). Daarmee staan we echter voor een mysterie. Zoals God de verhouding tussen Zich en Zijn gemeente, Zijn eeuwig Verbond, een huwelijk noemt, zo noemt de Bode hier nu omgekeerd, van het huwelijk uit gezien, de verhouding tussen man en vrouw, het huwelijk, een verbond.

Men moet de volle betekenis van dit woord peilen, vooral nu het in dit verband met het eeuwige Verbond van God genoemd wordt, wat hier in dit verdere gesprek zo duidelijk het geval is. Precies hetzelfde woord (in het Hebreeuws ‘Berit’), dat de bode aan het begin van het gesprek bezigt voor de aanduiding van het eeuwige Verbond van God, gebruikt hij tegen het eind van hetzelfde gesprek voor de verhouding tussen een getrouwde man en zijn vrouw. Dit verbond is niet maar een verdrag, dat men sluiten of opzeggen kan, niet maar een verbintenis tussen twee mensen, die elkaar de hand reiken, doch een verbond dat God geschapen heeft en dat Hij aanbiedt, in deze zin een eeuwig verbond. ‘Zij/hij toch is uw metgezel en de vrouw/man, met wie ge een verbond zijt aangegaan‘, dat wil niets anders zeggen, dan dat het huwelijk onverbreekbaar is. Het is als een ritssluiting, die naar boven gesloten word en waarvan het lipje om haar dicht te trekken, als het eenmaal bovenaan zit, ons te hoog hangt, zodat we er niet bij kunnen komen om de sluiting weer te openen.

Daarom ‘Ik haat de echtscheiding, zegt de HERE‘ (2 vers 16), omdat de echtscheiding een verbond schendt. Evengoed als het Verbond van God met ons mensen onverbreekbaar is, even goed is dit ook zo met het huwelijksverbond tussen twee gelovige mensen.

Het huwelijk is een verbond. In dezelfde lijn spreekt ook Christus, als Hij zegt: ‘Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper van den beginne één man en één vrouw gemaakt heeft? Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen één vlees zijn. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, dat scheide de mens niet.‘ (Matteüs 19 : 4-6). En wanneer dan ook direct hierna het woord over de scheidbrief staat, die Mozes toegelaten heeft, dan is toch Christus’ bedoeling duidelijk uitgesproken door de opmerking: ‘Van den beginne is het alzo niet geweest‘ (Matteüs 19 vers 18). Het is dezelfde God, Die bij Maleachi de echtscheiding haat, en Die zegt: ‘Hetgeen dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.‘ En eveneens op dezelfde lijn ligt wat Paulus aan de Efeziers schrijft in hoofdstuk 5. Waar Paulus, zoals in dit hoofdstuk, het heeft over de verhouding tussen man en vrouw, daar spreekt hij niet maar van een natuurlijk iets of van een rechtsbegrip, maar van een mysterie. Paulus zegt hier van het huwelijk: ‘Deze verborgenheid is groot, maar ik zeg dit, ziende op Christus en op de gemeente.’ (Efeziërs 5 vers 32).

Zie ook (vervolg): ‘Spreken over Verbond en huwelijk… (II)‘ en ‘Over Verbond en sociaal contract…‘

Bron citaten: ‘De zeven gesprekken van Maleachi’ – door Walter Lüthi (1) – T. Wever, Franeker

(1) Walter Lüthi (1901-1982) was een Zwitsers zielzorger en predikant

‘Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? Waarom handelen we dan trouweloos tegen elkaar en ontheiligen wij het Verbond, dat met onze vaderen is gemaakt?‘ (Uit Maleachi 2 vers 10)

Bron afbeelding: Talk To The Word

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wijd open ogen voor een wijd geopende hemel…

‘Ik zeg jullie, van nu aan zullen jullie de hemel geopend zien, en de engelen Gods opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen.’ (Uit Johannes 1 vers 51)

Geciteerd 1: Wij moeten (leren) zien hoe Christus deze geschiedenis, over wat de patriarch Jakob meemaakt, op Zichzelf betrekt. Want het Evangelie zwijgt over de ladder en zegt alleen dat de engelen op de Zoon des mensen opklimmen en neerdalen. Daarom moet je deze geschiedenis op een geestelijke manier verstaan. Deze geschiedenis heeft betrekking op Christus. Met het begin van de prediking van Christus is de hemel wijd geopend. En deze blijft ook wijd open vanaf de dag dat Christus gedoopt werd in de Jordaan (zie Matteüs 3 : 13-17).

Geciteerd 2: Waar de christelijke kerk is en het Goddelijk Woord zuiver verkondigd wordt en de sacramenten met trouwe vlijt volgens Gods Woord bediend worden, en de Twaalf Artikelen van ons christelijke geloof onvervalst uitgelegd, dáár staat de hemel wijd open en is niet toegesloten. Tevoren was de hemel in zekere zin gesloten*, voordat Christus Mens werd, maar nu is de hemel wijd geopend, omdat het Kind Jezus is geboren.
* Zie hierbij Johannes 4 : 21-26.

Geciteerd 3: Vanaf die tijd staat de hemel open en wij behoren, zoals Paulus tegen de Efeziërs zegt, ook bij de gemeenschap der engelen (zie Efeziërs 2 vers 19). En in in Filippenzen zegt Paulus: ‘Wij zijn medeburgers en huisgenoten der heiligen, en ons burgerschap is niet in deze wereld, maar boven in de hemel, vanwaar wij ook de Zaligaker, Jezus Christus, verwachten’ (3 vers 20). Dát is de goede stad, het ware Jeruzalem, waar we medeburgers van de engelen zijn, en huis- en landgenoten van hen die in de hemel wonen en die daarbinnen handelen en wandelen.

Geciteerd 4: Dát wil Christus ons zeggen: Jullie zijn nu hemelse burgers en jullie hebben je burgerschap boven in het hemelse Jeruzalem en leven in gemeenschap met de lieve engelen, die zonder ophouden tot je opstijgen en neerdalen.

Geciteerd slot: Hoewel ik dat zo precies met mijn lichamelijke ogen niet zie, schaadt mij dat niet, want dan zie ik het toch met de geestelijke ogen van het geloof. Dat is mij (zelfs) liever dan dat ik het met mijn lichamelijke ogen zie (kan zien).

Leestips: Efeziërs 2 : 11-22 en Kolossenzen 1 : 12-23

Bron citaten: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Uit Meditaties ‘Een geopende hemel (2-5)’ – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Maar dan moeten jullie ook blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest in de hoop die het Evangelie jullie gebracht heeft en brengt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.’ (Uit Kolossenzen 1 vers 23)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gebouwd op de visie en vragen (en antwoorden) van ‘visionairs’?

‘Want al hadden jullie tienduizend leermeesters in Christus, dan hebben jullie toch niet vele vaders; want in Christus Jezus heb ik jullie door het Evangelie verwekt.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 15)

Geciteerd: Dick Westerkamp stond aan de wieg van de Nederlands Gereformeerde Kerk De Lichtboog in Houten, die nu tweeduizend leden telt. Inmiddels is hij met emeritaat. ‘Toen wij dertig jaar geleden begonnen, bestond De Lichtboog net vijf jaar. Het was een jonge, levendige gemeente met weinig traditie.
Eén van de eerste vragen was de vraag naar visie: wat maakt deze gemeente, midden in het land, met veel hoogopgeleide leden – van wie toen helft onder de twaalf jaar – bijzonder? Hoe worden we gezegend en op welke manier kunnen we die zegen uitdelen? We begonnen met een aantal mensen een luisterkring, gewoon bij ons in de woonkamer. Dat gaf de onderlinge band geestelijke diepgang en gaf die visie richting.’
Opgemerkt 1: Wanneer je (als gemeente en persoonlijk) niet genoegen neemt met het eenvoudige belijden van Gods Woord (met Woord en daad), dan ben je in de gemeenten/kerken ‘overgeleverd’ aan leiders met hun visies!

Geciteerd 2: De vraag ‘doen we de goede dingen’ blijft er één die de oudstenraad zich regelmatig stelt, vertelt voorzitter Jacqueline Evers. ‘We moeten de dingen anders durven doen als de tijd of ontwikkelingen daarom vragen. Daarin zijn we als oudstenraad en staf nog steeds aan het ontdekken, zeker nu de gemeente veel groter is dan dertig jaar geleden. We leggen als raad regelmatig een vergadering stil om eerst met elkaar te bidden, of God onze gedachten wil leiden. Soms komen we daarna tot de conclusie dat we pas op de plaats moeten maken. Een andere keer worden plannen juist bevestigd.’
Opgemerkt 2: Ja, die vraag moet je dan steeds weer stellen, want gewoon doorgaan met dat belijden van Gods Woord, ook iedere zondag, daar verwachten we het niet (meer) van. En dan wordt het ingewikkeld!

Geciteerd 3: Blijf als kerkelijk leiders hoopvol en verwacht het van God en de werking van de heilige Geest, adviseert Westerkamp vanuit ervaring. Hij vertelt over een kerkenraadsweekend waarin de vraag voorlag: waar zijn we als kerk over vijf jaar? Westerkamp: ‘Ik stelde daar een aantal vragen, zoals: hoeveel jongeren zijn er dan nog in de gemeente? Hoeveel raken we er kwijt? En als het gaat om mensen van buitenaf, hoeveel zijn er dan aan onze gemeente toegevoegd? Eén persoon? Vijftig? Dan onze huwelijken. Hoeveel zijn er over vijf jaar gestrand? Eén? Drie?
Opgemerkt 3: Wat een bijzonder advies voor een kerkelijke gemeente van Dick Westerkamp. Daar moet je toch echt theologie voor gestudeerd hebben en jarenlange ervaring in het buitenland opgedaan om dat advies te kunnen en willen (door)geven. En wat een vragen legt hij ons voor. Gelukkig hebben de apostelen zich en de gemeenten – en dus ook ons! – daar niet mee vermoeid! Je zou er statisticus van worden.

Bron citaten: ND Geloof & kerk – ‘Hoe geef je leiding in de kerk? ‘Omdat we zo verschillend zijn, versterken we elkaar’’ – door Esther van Lunteren.

‘Ze zijn vol ijver voor jullie, maar niet op de goede manier, ze drijven een wig tussen jullie en mij, en dan moeten jullie alles voor hén doen. Het is goed als jullie je inspannen, maar doe het dan ook voor de goede zaak, dus niet alleen wanneer ik bij jullie ben. Kinderen, zolang Christus geen gestalte in jullie krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om jullie.’ (Uit Galaten 4 de verzen 17-20)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Nicodemus – een ‘verbondsdenker’?

‘De afgevaardigden, die uit de kring van Farizeeën kwamen, vroegen verder: “Waarom doopt u dan, als u niet de Messias bent, en ook niet Elia of de profeet?” “Ik doop met water”, antwoordde Johannes. “Maar in jullie midden is iemand de jullie niet kennen, Hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.‘ (…) ‘De volgende dag zag hij Jezus naar zich toekomen, en hij zei: “Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. Hij is het over Wie ik zei: “Na mij komt Iemand Die meer is dan ik, want Hij was er vóór mij. Ook ik wist niet wie Hij was, maar ik kwam met water dopen opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden.” En Johannes getuigde: “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten. Nog wist ik niet wie Hij was, maar hij Die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op Iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene Die doopt met de heilige Geest.” En dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is.’ (Uit Johannes 1 uit de verzen 19-34)

Geciteerd 1: Onze Heer Jezus spreekt hier (in Johannes 3) met Nicodemus, een gelovige Jood, die ook een gerespecteerd leraar in Israël is. Maar, hij is ook een uitgesproken verbondsdenker (1). Zo iemand heeft eerder een oordeel over anderen, dan dat hij beseft dat hij zelf onder het oordeel staat (2). Nicodemus heeft een oordeel over Jezus, maar zonder te bedenken dat hij zélf onder het oordeel van Jezus staat (3). Hij is er al en daarom kan hij de nieuwe rabbi uit Nazareth een complimentje geven (4). (…) Hij weet niet half wat hij zegt, die woorden zijn veel waarder dan hijzelf in de gaten heeft. Maar Jezus die wijst hem als het ware op de noodzaak van bekering (5). Ook jij, Nicodemus, valt onder het oordeel als je je niet onderwerpt aan Mij (6). Je moet opnieuw geboren worden uit water en Geest. En dat is voor Nicodemus volkomen nieuw. (7) Dat je opnieuw geboren moet worden uit het water van de Doop en door de Geest.

Opgemerkt 1: Bovenstaande citaat bevat een aantal misvattingen/misslagen. Hieronder worden ze punt voor punt besproken.
(1) Een uitgesproken Verbondsdenker. Wat is dat voor een typering? Het volk Israël was/is Gods Verbondsvolk en dat is een realiteit waaronder de Joden en ook hun leraren leefden. Nicodemus was dus net als zijn volksgenoten een verbondskind, daar hoefde hij echt geen verbondsdenker voor te zijn of worden. (Zie hierbij o.a. ook Efeziërs 2 : 11-22).
(2) Van verbondsdenkers zou gelden dat zij (direct of al gauw) klaar staan met een oordeel over een ander en ook dat ze er geen tot weinig besef van hebben dat ze zelf ook wel eens onder het oordeel (van een ander/Ander) zouden kunnen vallen. Nu is de typering ‘verbondsdenker’ al misplaatst, maar deze bewering is het niet minder. Eerder nog zullen we Nicodemus kunnen typeren als een hoogmoedig geworden theoloog, dan dat hij geen weet zou hebben van zelf ook beoordeeld/geoordeeld te kunnen worden, maar zelfs die typering (‘hoogmoedige theoloog’) zou hier toch beslist niet terecht zijn!
NB. De Joden, die zich lieten voorstaan op hun fysieke afstamming, dié hadden geen juist zicht meer op het Verbond van God met Zijn volk. Onze Heer verwijt hen dan ook ze de Schriften niet (meer) verstaan en waarschuwt hen dat Mozes hen aanklaagt (Johannes 5 : 39-47) en zegt dat Abraham zich op Zijn komst heeft verheugd (Johannes 8 : 53-59).
(3) Nicodemus erkende Jezus als een van God gezonden leraar en dat is niet gering! Hij komt beslist om te horen wat Jezus hém te zeggen heeft en hij liet zich gezeggen – zie bijv. Johannes 7 : 51.
(4) Het is niet (maar) een complimentje, het is een belijdenis! En dat uit de mond van een Farizeeër, veel van zijn ‘collega’s zeiden hem dat niet na. Integendeel.
(5) Jezus spreekt met Nicodemus over hoe je het Koninkrijk van God kunt (gaan) zien en hoe je het Koninkrijk van God moet binnengaan. Van dat Koninkrijk is deze Leraar en Profeet Jezus ‘de deur’, waar ook Nicodemus doorheen zal moeten – zie Johannes 10 : 9-11. Johannes de Doper was door God als heraut en getuige aangewezen en aangesteld en daarom werd erkenning van wat deze profeet te zeggen had en ook de doop waarmee hij doopte, maar ook het getuigenis dat hij gaf bij/na de doop van Jezus, een ‘vereiste’ om Jezus als dé Messias te kunnen (h)erkennen*. (zie hierbij Johannes 3 : 11, Johannes 5 : 33, Matteüs 21 : 25 en Lukas 7 : 24-30)
* Vandaar dat onze Heer ook opmerkt: ‘De Geest waait waarheen Hij wil.’ De Geest sprak en werkte toen met en door de profeet Johannes, die preekte en doopte bij de Jordaan en de ‘theologen van Jeruzalem’ dienden dat geluid van de Geest te horen én te verstaan (te herkennen en erkennen – zie hierbij o.a. Matteüs 16 : 1-4).
(6) Het woord ‘onderwerpen’ is hier niet gelukkig gekozen. Onze Heer vroeg de mensen – en dus ook Nicodemus – Hem te geloven op Zijn Woord (Zijn getuigenis en dat van Johannes over Hem) en (anders) Hem te erkennen op grond van wat Hij deed. En Nicodemus was daarmee al een eind op weg.
(7) Jezus verwijt Nicodemus dat hij de Doop van Johannes, als teken van (de noodzaak) van sterven en opnieuw geboren worden als ‘leraar van Israël’ niet begrepen heeft, terwijl de ‘gewone’ mensen dat wel begrepen en zich lieten dopen. Nicodemus had de noodzaak van wedergeboorte uit de Psalmen (m.n. Psalm 51) maar ook uit de woorden van de profeten (bijv. Ezechiël 36 : 26) al kunnen afleiden en begrijpen.

Geciteerd 2: Let op dat Jezus die bekering, dat wat Nicodemus nog moet gaan doen (8), typeert als een geboorte. Wat houdt dat allemaal in, waarom noemt Jezus dat een geboorte? Het is echt een nieuw begin, de bekering of wedergeboorte betekent dat er echt iets nieuws ontstaat (9). Geboortedatum dat je echt kind van God wordt (10) door die wedergeboorte. En dat je daardoor ook deelt in die erfenis, want als je kind bent, ben je ook erfgenaam. Deze geboorte levert een blijvende relatie op met God (11). Dat is het radicale bekeringsverhaal uit de evangelische traditie: Ja ik moet wedergeboren worden.

(8) Het zou toch wat zijn als je een geboorte (in dit geval een wedergeboorte) zelf moet gaan doen/veroorzaken! Wat Nicodemus moet doen, dat is zich verootmoedigen en het werk dat de heilige Geest al begonnen is te doen in zijn oren en hart, mee door het optreden en de woorden (getuigenis!) van Johannes en ook die van onze Heer, niet langer te weerstaan. Daarmee kan hij beginnen door zich te laten dopen (mogelijk had hij dat al of heeft hij dat alsnog in het geheim gedaan?).
(9) Door zijn doop kan Nicodemus laten zien dat ook hij (nu) erkent en belijdt dat een mens wedergeboren moet worden en dat dit moet gebeuren ‘uit water en Geest’.
(10) De datum van onze doop (als markering van het begin van onze wedergeboorte) kunnen we aanwijzen, de datum van onze wedergeboorte niet. De dopelingen moest hun doop nog onderwezen worden en de apostel Paulus doet dat ook nog weer in Romeinen 6 (en hij gaat er vanuit dat dit (inmiddels) niet ‘nieuw’ voor hen was – zie Romeinen 15 : 14-15). Het is verder toch ook niet voor niets dat de apostelen ook de gedoopte gemeenteleden nog weer ‘toeroepen’ om de genade die God hen bewezen heeft niet tevergeefs te laten zijn (zie o.a. 2 Korintiërs 6 : 1-13) en ernstig waarschuwen om niet te blijven zondigen (door hun vroegere zondige levensgewoonten voort te zetten) – zie o.a. Hebreeën 10 : 26-31 en 12 : 15-17.
(11) In Galaten 3 zegt Paulus: ‘Jullie allen (ook de gelovigen die met ‘heel hun huis’ gedoopt werden) die door de doop één met Christus bent geworden, hebben jullie met Christus omkleed.‘ En die doop, dat was echt een zuigelingendoop geweest! In 1 Korintiërs 1 t/m 3 lezen we daarvan. Ze moesten alles van hun geloof (hun ‘geloofsbeslissing’) aan het werk van de heilige Geest toeschrijven (dat bleek ook al wel uit de onverwachte verschijning van de apostelen in hun bestaan) en bij het terugzien behoorden ze niet te wijzen op hún geloofsbeslissing, maar op hun Doop. Daarmee was – onweerlegbaar voor anderen – duidelijk geworden dat de betreffende dopeling (eventueel samen met de andere dopelingen in zijn of haar huis) zich nu kind van God en erfgenaam (erfgenamen) van de belofte mocht (mochten) weten en noemen – zie Galaten 3 vers 29!

Leestip(s):
–
De meditaties ‘Een geopende hemel (1 /tm 14), (28 aug t/m 10 sept.) in ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ van H.C. van Woerden sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)
–
Deze blog: ‘Wie Mijn Woord bewaart…‘

Bron citaten: Woorden van ds. G.J. Oosterhuis in de middagdienst van GKv De Burcht (Barneveld) op zondag 20 augustus 2023.

‘Want Hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke Luister tegen Hem zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.” Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. Jullie doen er goed aan de aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die schijnt in een donkere ruimte, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in je hart.‘ (Uit 2 Petrus 1 de verzen 17-19)

Bron afbeelding: Zie bovenaan in afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Als iemand Mijn Woord zal bewaren’…

‘Waarlijk, waarlijk, Ik zeg u: Als iemand Mijn Woord zal bewaren, die zal de dood niet zien in eeuwigheid.‘ (Uit Johannes 8 vers 51 – weergave DB 1545)

Geciteerd: “Christus zegt: ‘Als iemand Mijn Woord zal bewaren’ – ‘Mijn Woord!’ Hij zegt niet: Mijn gedachten, Mijn Geest, enzovoort, maar ‘Mijn Woord.’ De dwepers verwerpen het uitwendige Woord; die willen met de Geest omgaan en zeggen: Wat zal een leeg woord in de mond van een mens uitrichten? Jullie echter moeten leren wat met het Woord bedoeld wordt! Hij spreekt niet over verborgen gedachten, maar over de prediking die uit Zijn mond uitgaat. Hij spreekt over het gesproken of gepredikte Woord – klem je daaraan vast met een oprecht hart!

Hoe wordt het dan vastgehouden? Het wordt niet vastgehouden met werken, vasten, bidden, mediteren en dergelijke zaken. De woorden van Christus kunnen alleen vastgehouden [bewaard] worden in een hart dat daaraan volkomen hangt. Hij zegt niet: Die Mijn Woord kent of spreekt – maar het gaat over bewaren of vasthouden. Het gaat over Christus’ Woord dat uit Zijn mond uitgaat. Echter omdat de duivel daartegen vecht met zijn valse apostelen en dwepers, die ons van het eenvoudige Woord willen wegvoeren, mag je niet in slaap vallen, maar moet je waken.

Christus zegt: ‘Die zal de dood niet zien in eeuwigheid.’ Wie het Woord níét vasthoudt, die zal de dood zien; wie het vasthoudt, zal de dood niet zien. Want wie in Christus gelooft, zal net zo sterven als Abraham en Izak en alle vromen die in Christus ontslapen zijn: die mens zal de verschrikking van de dood niet voelen, maar zijn dood zal zijn als een slaap.”
[Maarten Luther: Predigten des Jahres 1529 (14. März), WA 29, 100 ff, bearbeitet von Georg Buchwald]

‘En dat de doden opgewekt zullen worden, heeft ook Mozes duidelijk te kennen gegeven bij de doornstruik, toen hij de Heere de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob noemde.’ God nu is niet een God van de doden, maar van de levenden, want voor Hem leven zij allen.‘ (Uit Lukas 20 de verzen 37-38)

Bron citaat: Wekelijkse toezending Luthercitaat (zie http://www.maartenluther-com)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Als we nu maar de middeltjes uit zijn apotheek gebruiken…

‘In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik Timoteüs snel naar u toe kan sturen; Het zal mij goed doen te weten hoe het met jullie gaat. Er is verder niemand die zich net zo als ik oprecht om jullie bekommert, want alle anderen jagen alleen hun eigen belangen na in plaats die van Jezus Christus.‘ (Uit Filippenzen 2 de verzen 19-21)

Geciteerd 1: Het vaste honk voor Kamphuis is de Nederlandse tak van The School of Life, in 2014 opgericht door de Britse filosoof Alain de Botton als ‘apotheek van de geest’. Cursisten kunnen er een dosis filosofie en psychologie kopen. Doelgroep: werkende, hoogopgeleide stedelingen.
Aan hen verstrekt Kamphuis de middelen. Met boeken als Filosofie voor een weergaloos leven heeft hij zich ontpopt tot de Nederlandse huisfilosoof van The School of Life. In juli en augustus geeft hij twee vijfdaagse filosofische retraites op een landgoed tegen Hilversum aan. Voor een half modaal maandsalaris krijgen de cursisten volgens de website een ‘begeleide zoektocht naar zelfkennis en -ontwikkeling’, een ‘onderzoek over jezelf en het Leven’. Begeleider en ‘meesterspreker’ is Lammert Kamphuis.

Geciteerd 2: Lammert Kamphuis is telg van een vrijgemaakt-gereformeerd geslacht. Zijn opa Jaap gold als de onbetwiste leider van dit orthodoxe kerkgenootschap. Wie ook maar een beetje afweek van de ware leer, ontmoette in hem een gesel Gods die geen kerkelijke sanctie schuwde.
De kerk was volgens een vrijgemaakte kerkhistoricus ‘exclusief radicaal’: alleen dáár en alleen zó was de waarheid te vinden. Het was officieel zelfs de ‘Enige Ware Kerk’ – 120.000 Nederlanders wisten dat, de overige miljarden aardbewoners zaten fout. “We kregen te horen dat anderen ernaast zaten.”

Geciteerd 3: Het waren anderen die de jonge Lammert niet zelf kende, want de wereld waarin hij opgroeide, was een zorgvuldig afgesloten zuil. In Kampen, het Mekka van de vrijgemaakten, waar zijn vader net als zijn opa professor dogmatiek was.
Kamphuis studeerde theologie en filosofie, viel van zijn geloof. Hij werd het zwarte schaap van de familie doordat hij op z’n 29ste de kerk verliet.

Opgemerkt 1: Stel je voor dat onze Heer een heel plan had opgesteld voor/met Zijn discipelen om eerst Jeruzalem, dan Samaria en verder alle volken tot aan het einde der aarde te bereiken. Dan hadden de apostelen na de Pinksterdag de bekeerlingen als rekruten* kunnen zien en behandelen, die nu mee moesten gaan helpen om die plannen z.s.m. ten uitvoer te gaan brengen. Nu dienden ze echter de leden van de gemeente met het onderwijs van Jezus om hen te leren wat het is om in liefde en zorg voor elkaar samen te leven in een gemeente van Hem. Ze lieten dat verspreiden van het Evangelie werkelijk zorgeloos over aan het werk van de heilige Geest! En Die wist heus wel hoe Hij door alles heen het op de Pinksterdag begonnen werk van onze Heer moest laten voortgaan en voortzetten.
* Zelfs de apostel Paulus werd niet door hen gerekruteerd als meest geschikte kandidaat voor verspreiding van het Evangelie onder de heidenen.

Opgemerkt 2: Helaas vinden we die zorgeloosheid en gerustheid niet of nauwelijks terug in de kerken van vandaag. Waar durft men zich te beperken tot de verkondiging van Gods Woord en de bediening van de Sacramenten en het werk dat de Geest daarmee wil doen. Ook in onze Nederlands gereformeerde kerken is men het weer kwijtgeraakt en worden we ook daar weer vanaf de kansels toegeroepen hoe we het gehoorde Evangelie in praktijk dienen te brengen en waar we aan mee kunnen doen om de Geest en ons weer in beweging te krijgen (New Wine conferentie(s)*, etc.) en om weer enthousiast te worden voor de Heer.
* Nergens in de Schrift vinden we grond om ook maar iets van dergelijke ‘opwekkingsbewegingen’ te verwachten en degenen die daar mogen voorgaan (aan het Woord mogen zijn), vallen niet, zoals binnen een gemeente kan en dient te gebeuren, tot de ‘orde van het Woord’ te roepen. Ieder jaar is het weer een verrassing wat men daar mag/laat ‘uitkramen’!

Opgemerkt slot: Aan het einde van de samenkomst vanochtend met viering van het Avondmaal zongen we geen danklied, maar opwekkingslied 769 ‘Bouw uw koninkrijk’, een lied waarmee we God opwekken om nog maar weer aan de slag te gaan met de kerk(en) in ons land. Dat lied is blasfemie!
NB. Zoals in dit lied ‘Wij zijn uw kerk’ wordt gezongen, is dat niet meer een geloofsbelijdenis (zoals in de twaalf artikelen), maar is het een pretentie! Was dat niet precies het probleem in/van de GKv in de jaren zestig en daarna?!

>> Leestip: Kolossenzen 3 : 12-17.

Zie ook deze blog: ‘Belijdenis doen omdat je de leeftijd van een volwassene bereikt?‘

Bron citaten 1-3: Trouw Religie&Filosofie – ‘‘Als je lenig in denken blijft, maakt dat het samen leven soepeler’’ – door Lodewijk Dros.

‘Laat Christus woorden in al hun rijkdom in je wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid en zachtmoedigheid, zing met heel je hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest je vol genade ingeeft. Doe alles wat jullie zeggen of doen in de Naam van onze Heer Jezus, terwijl jullie God, de Vader, danken door Hem.’ (uit Kolossenzen 3 de verzen 16-17).

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Belijdenis doen omdat je de leeftijd van een volwassene bereikt?

‘Jezus vroeg nu aan Zijn twaalf (jongeren): “Willen jullie misschien nu ook weggaan (net als al die anderen)? Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven, en wij geloven en weten dat U de Heilige van God bent.‘ (Uit Johannes 6 de verzen 67-69)

Geciteerd: Ging ik belijdenis doen omdat ik 21 werd, of had het te maken met een persoonlijke keuze? Dat persoonlijke geloof heb ik bij de EO geleerd. Als we liederen zongen over de Heere Jezus, dan kreeg ik de tranen in mijn ogen. Als je weet wat Hij voor je gedaan heeft, voor mij gedaan heeft. Dat je kunt zeggen: Hij heeft het ook voor mij gedaan. Dat geloof is bij de EO verstevigd.”

Opgemerkt 1: ‘Dat persoonlijke geloof heb ik bij de EO geleerd.’. Uiterst verdrietig om dat te horen én vooral wanneer dat werkelijk waar zou zijn in het leven van iemand die thuis bij de Bijbel en het geloof werd opgevoed en deelnam aan de samenkomsten van een gemeente van onze Heer Jezus Christus waar Gods Woord en ook altijd weer Doop en Avondmaal werden bediend.

Opgemerkt 2: In feite zijn die woorden (die bewering) een verwijt aan onze Heer Zelf, Die toch beloofd heeft om via die heel gewone middelen (die overal de gelovigen ter wereld ter beschikking staan en de EO niet) het (persoonlijk) geloof te willen werken.

Opgemerkt 3: In feite (veel beter!) zou men er aan doen om jongeren al eerder (dan tussen hun 18e-21e levensjaar) te vragen (1) : Wat geloven jullie van onze Heer Jezus Christus en zouden jullie van Hem – onder Zijn gehoor vandaan – willen weglopen? En wanneer ze dan net zoiets als Petrus indertijd kunnen en willen zeggen: ‘Naar wie zouden wij heen gaan, bij Hem zijn woorden van eeuwig leven’, dan heeft niemand het recht om hen nóg langer het deelnemen aan de vieringen van het Avondmaal te ontzeggen.

Opgemerkt slot: Onze Drie-enige God werkt door de geslachten heen (2), naar Zijn belofte(n) en wij belijden dat ook, o.a. bij en door de bediening van de Doop. Daarom bidden we eerbiedig om het werk van God in onze harten en in die van onze kinderen. En we geven Hem gelegenheid om dat werk te doen door samen met onze kinderen de Bijbel te lezen en te bidden om de liefde en de wijsheid in onze harten en levenspraktijk, zoals Hij alleen ons die schenken kan. We zijn en blijven door en door afhankelijke mensen. Wanneer we dat beseffen en laten blijken – en dat ook mee door onze trouwe ‘kerkgang’ – dan doen we niet alsof we zelf wel wat kunnen. En zó leren we onze kinderen ook zelf in die nederige afhankelijkheid van Woord en gebed en het samenleven in een gemeente, en het werk dat God daarmee en daardoor wil doen, te leven.
Deze nederige en afhankelijke houding aanleren en vasthouden is tevens een goede reden om, van degenen die belijdenis van het geloof afleggen in het midden van de gemeente, dan niet te vragen iets over zichzelf te vertellen. We belijden toch dat we niets van onszelf verwachten, maar alle grond van ons geloof(sleven) ‘buiten onszelf in Jezus Christus zoeken’ (3) én vinden. Laten we daarom dat iets over zichzelf vertellen maar doen door de leden die de gemeente van onze Heer de rug (willen) toekeren, al zullen degenen die het betreft daar waarschijnlijk weinig animo toe hebben. Dan kunnen we ze nog wel vragen om het dan maar schriftelijk te doen.

(1) En dat ongeacht of die gedoopte (en kerkgaande) jongeren wel of geen door-de-weeks gegeven catechismus-onderwijs hebben gevolgd vanaf hun 12-14e levensjaar! Het onderwijs thuis en in de zondagse samenkomsten is voor de Heilige Geest meer dan genoeg om kinderen/jongeren tot besef te brengen wat ze mogen (hebben te*) geloven en wat hen in Christus geschonken is en wordt.
* De Weg, de Waarheid en het Leven is hen verkondigd, en daarom zullen ze geen geloof hechten aan de woorden van de ‘leugenaar en mensenmoorder van den beginne.’
(2) Zie Handelingen 2 vers 39.
(3) Zie de woorden in het ‘Formulier om het heilig Avondmaal te houden’.

>> Leestip: Lukas 11 : 1-13.

NB. Bovenstaande mee opgemerkt n.a.v. woorden van ds. G.J. Oosterhuis in de middagdienst (GKv de Burcht, Barneveld) van zondag 20 augustus 2023.

Bron citaat: RD Muziek – ‘Waarom Martin Zonnenberg vervroegd vertrekt bij ”Nederland Zingt”’ door Mirjam Roukema

‘Allen die door de Geest worden geleid, zijn kinderen van God. Jullie hebben de Geest niet ontvangen om opnieuw (of voorlopig nog) als slaven in angst te leven, jullie hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. De Geest Zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn.‘ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 12-17 de verzen 15-16).

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Maken RK en evangelische mensen meer werk* van hun geloof?

‘Ik wil(de) Christus winnen en één met Hem zijn – niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus.’ (Uit Filippenzen 3 uit de verzen 8-9)

(…) Geloof – “Geloof is niet die menselijke illusie en droom die sommige mensen denken dat het is. Als ze veel over geloof horen en praten en toch zien dat er geen morele verbetering en geen goede werken uit voortkomen, vervallen ze in fouten en zeggen: ‘Geloof is niet genoeg. Je moet werken doen als je deugdzaam wilt zijn en naar de hemel wilt gaan.’ Het resultaat is dat ze, wanneer ze het Evangelie horen, struikelen en op eigen kracht een concept in hun hart bedenken dat zegt: “Ik geloof.” Zij beschouwen dit concept als waar geloof, maar omdat het een menselijke verzinsel en gedachte is en geen ervaring van het hart, brengt het niets tot stand en volgt er geen verbetering.

Het geloof is een werk van God in ons, dat ons verandert en ons opnieuw uit God laat geboren worden (vgl. Johannes 1). Het doodt de oude Adam, maakt ons totaal andere mensen in hart, geest, zintuigen en al onze krachten, en brengt de Heilige Geest met zich mee. Wat een levend, creatief, actief en krachtig iets is geloof! Het is onmogelijk dat het geloof ooit ophoudt goed te doen. Het geloof vraagt niet of er goede werken gedaan moeten worden, maar voordat het gevraagd wordt, heeft het ze gedaan. Het is altijd actief. Iedereen die zulke werken niet doet, is zonder geloof; hij tast en zoekt om zich heen naar geloof en goede werken, maar weet niet wat geloof of goede werken zijn. Toch babbelt hij voort met veel woorden over geloof en goede werken.

Geloof is een levend, onwrikbaar vertrouwen in Gods genade; het is zo zeker dat iemand er duizend keer voor zou sterven. Dit soort vertrouwen in en kennis van Gods genade maakt iemand blij, zelfverzekerd en gelukkig met betrekking tot God en alle schepselen. Dit is wat de Heilige Geest doet door geloof. Door geloof zal iemand zonder dwang, gewillig en met plezier goed doen aan iedereen; hij/zij zal iedereen dienen, alles lijden voor de liefde en lof van God, die hem zoveel genade heeft betoond. Het is net zo onmogelijk om werken van geloof te scheiden als branden en schijnen van vuur. Wees daarom op uw hoede voor uw eigen valse ideeën en voor de babbelaars die denken dat ze slim genoeg zijn om te oordelen over geloof en goede werken, maar die in werkelijkheid de grootste dwazen zijn. Vraag God om geloof in je te werken; anders zul je eeuwig zonder geloof blijven, ongeacht wat je probeert te doen of te verzinnen.”
[Uit de Duitse Bijbel van Dr. Maarten Luther (1534/1545) ]

* Besteden ze meer aandacht en tijd/werk aan ‘levensheiliging’ dan de gelovigen uit andere ‘denominaties’?

Bron citaat: www. maartenluther-com. – – ‘Voorwoord bij de brief van Paulus aan de Romeinen uit de Duitse Bijbel, 1534/1545 (6)’ – Toegezonden als Engelstalig Luthercitaat.

‘Tenslotte broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik jullie heb geleerd en overgedragen, wat ik jullie heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met jullie zijn.‘ (Uit Filippenzen 4 de verzen 8-9)

Bron afbeelding: NIV Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gaan we voor ‘confronterende preken’ naar de kerk?

‘Deze Boodschap (over de mensenliefde Gods, zie Titus 3 : 4-7) is betrouwbaar. Ik wil dat je hier met overtuiging over (s)preekt, opdat zij die op God vertrouwen zich erop toeleggen het goede te doen. Daar heeft iedereen baat bij.’ (Uit Titus 3 vers 8 en zie hierbij ook Micha 6 vers 8))

Geciteerd 1: De preek is bij uitstek het moment om mensen een confronterende boodschap voor te houden, stelt dr. G.A. van den Brink. Eén van die onderwerpen is de dood, onze sterfelijkheid, de godsontmoeting. We horen liever hoe we christen kunnen zijn op ons werk en met ons gedrag onze naaste voor Jezus kunnen winnen dan een preek over wat het is om met een stervend, verkankerd lichaam de grote eenmalige definitieve stap naar de eeuwigheid te gaan zetten, om als zondaar voor God te verschijnen.”

Opgemerkt: Of zou een vertroostende/troostrijke preek juist niet een veel beter voorbereiding zijn op onze dood? Het is toch niet voor niets dat onze Heidelbergse Catechismus begint met de troost van het Evangelie ons ‘voor ogen’ te stellen. Wanneer we steeds meer ervan doordrongen raken hoe groot de mensenliefde van God is, en dáár met overtuiging over preken (en spreken en naar doen), mogen we dan juist over zulke Evangelie-verkondiging niet Gods zegen biddend verwachten?! Goed spreken van onze God, de mensen getroost en met (DV!) een dankbaar hart weer naar huis sturen en met een gezamenlijke lofzang op Gods goedheid de dienst besluiten, dát dient ‘de ware eredienst‘ – zie Romeinen 12!

Geciteerd 2: De hemelse zegeningen uit Efeze 1:

  • Hij heeft ons de waarde gegeven van Zijn Zoon Jezus Christus, zodat wij ons nooit meer minderwaardig hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons een plekje gegeven in Zijn gezin, zodat wij ons nooit meer alleen hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons losgemaakt van alles waar we aan vast zaten, zodat wij ons nooit meer gebonden hoeven te voelen.
  • Hij heeft al onze schuld vergeven, zodat wij ons nooit meer schuldig hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons Zijn plannen bekendgemaakt, zodat wij ons nooit meer onbelangrijk hoeven te voelen.
  • Hij heeft ons een toekomst beloofd waarin we zullen delen in de heerlijkheid van Jezus Christus, zodat we niet meer bezorgd hoeven te zijn voor de dag van morgen.
  • Hij heeft ons Zijn Geest gegeven, zodat we voor altijd met God verbonden mogen zijn.

Op grond van bovengenoemde zegeningen mogen we gerust stellen dat wij niet alleen als gezegenden naar de (zondagse of ook wel door-de-weekse) samenkomsten gaan, maar dat we bovenal in die samenkomsten deze zegeningen met elkaar kunnen delen door gezamenlijk de Heer te prijzen en te danken. Door ons gezamenlijk te verdiepen in Zijn Woord. Dan is het niet meer nodig dat er aan het einde een soort zegenbede moet worden uitgesproken om Gods zegen te kunnen ontvangen. We zijn immers al rijk gezegend in Christus in de hemelse gewesten, met geestelijk zegeningen. We zullen steeds weer en altijd nog meer kunnen leren dáár vanuit te leven!

Bron citaat 1: RD Kerk 7 religie – ‘Dr. G.A. van den Brink voor studenten GB: Preek moet confronteren’ – door Jan van Reenen

Bron citaat 2: amen-nl/artikel/488/leven-onder-gods-zegen-deel-3-slot (link kopiëren en plakken en tussen amen-nl verbindingsstreepje vervangen door een puntje.)

“De genade van de Here Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met ons allen. Amen!” (Uit 2 Korintiërs 13 vers 13)

Bron afbeelding: Integrated Catholic Life

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Doop- (en belijdenis)praktijk vroege kerk ten voorbeeld stellen?

‘Kinderen, ik schrijf jullie dat jullie zonden zijn vergeven omwille van Zijn Naam. Ik schrijf jullie, ouderen,: jullie kennen Hem Die er is vanaf het begin. Ik schrijf jullie jongeren: jullie hebben – in Christus! (zie Romeinen 6) – hem die het kwaad zelf is overwonnen. Kinderen, ik schrijf jullie dus dat jullie de Vader kennen (zie Titus 3 : 4-7). Ouderen, jullie schrijf ik: jullie kennen Hem die er is vanaf het begin. Jongeren, jullie schrijf ik; jullie zijn sterk, het Woord van God blijft in jullie, en jullie hebben het kwaad overwonnen.‘ (…) Dit wilde ik jullie schrijven over hen die jullie proberen te misleiden. Wat jullie zelf betreft: Zijn zalving – zoals jullie de heilige Geest ontvingen bij en door jullie Doop (zie Galaten 3 : 27) – jullie hebben geen leraar nodig (om de Geest alsnog te ontvangen). Zijn zalving leert jullie alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in Hem, zoals jullie zalving (!) jullie geleerd heeft.‘ (Uit 1 Johannes 2 de verzen 12-14 en 26-27)

Opgemerkt 1 (Henry Luth): Ben het in dezen niet met je eens broeder. Zelf geloof ik dat de Bijbel iets anders leert (1). Besprenkelen is niet dopen. De vorm zowel als de inhoud van de zgn “kinderdoop” is ons inziens anders dan de doop die de Bijbel zelf leert. Een zeer boeiend boek om eens te lezen: de doop in de vroege kerk.
Opgemerkt 1 (AJ): Zie voor besprenkeling Hebreeën 9 : 15-22. En wanneer je ziet hoe snel binnen de eerste gemeenten al verkeerde praktijken binnenslopen, dan kunnen we beter maar niet de vroege kerk ons tot voorbeeld stellen, maar kunnen beter houden aan wat de Bijbel ons laat horen en ten voorbeeld stelt.

Opgemerkt 2 (HL): Ach ja broeder, wat zal ik er op zeggen. Het is gewoon de klassieke traditionele reformatorische verbondsleer (1) die jouw gedachten bepaald. Dat is de “bril” waardoor jij de Schrift interpreteert. Zelf hangen wij de visie van de baptisten aan. Een doopvisie die mijns inziens veel meer recht doet aan alles wat de Bijbel over de doop te melden heeft. Dopen en besprenkelen zijn 2 verschillende handelingen. Ook de woorden in de grondtekst voor deze beide zijn verschillende woorden. (…) Nee beste broeder, je zou er mijns inziens echt goed aan doen toch je huidige visie, hoe goed die voor jou ook voelt, even te parkeren en de door mij genoemde boeken eerst te lezen….wie weet leer je iets bij…
Opgemerkt 2a (AJ): Jij vult maar weer voor een ander in. Wanneer je mijn woorden (1) leest, dan zie je dat ik niets noem waarvan je kunt zeggen dat dat moet voortkomen uit de ‘reformatorische verbondsleer’. Ik vind dat zeer te laken dat je zo met wat ik ook jou vanuit Gods Woord voorhoudt ‘weg te zetten’ zodat je er niet over na hoeft te denken en er een goed antwoord op te geven. Dat antwoord heb je blijkbaar ook niet en daarom probeer je mij in een hokje te duwen. Over zulke (onbroederlijke/onchristelijke) streken heeft de Bijbel ook een oordeel!
Opgemerkt 2b (AJ): En wat dat besprenkelen betreft, je leest (o.a. in Hebreeën 9) dat dit stond voor een totale reiniging en vergeving van zonden door het bloed. Daarom kan/zal, bij het dopen van de drieduizend bekeerlingen op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem, dit besprenkelen wel de dooppraktijk zijn geweest en niet onderdompeling.

Opgemerkt slot (AJ): Wanneer we letten op de dooppraktijk van de apostelen en hun medewerkers, dan zien we dat ze werkelijk zuigelingen in het geloof doopten (een bekeerling samen met heel zijn of haar huis). Mensen die nog helemaal geen verhaal konden houden over hun geloof, hun doop, over wedergeboorte en wat niet al. Paulus schrijft aan de Korintiërs (1 Korintiërs 3, eerste verzen): ‘Maar broeders en zusters, ik kon niet tot jullie spreken als tot geestelijke mensen. Ik sprak tot mensen van deze wereld, tot niet meer dan kinderen in het geloof in Christus. Ik heb jullie melk gegeven en geen vast voedsel: daar waren jullie niet aan toe. En ook nu nog niet.‘
En aan de Hebreeën moet de apostel schrijven: ‘Hierover valt nog veel te zeggen, maar het is moeilijk aan jullie uit te leggen, omdat jullie traag van begrip zijn geworden. Werkelijk jullie hadden toch allemaal leraar moeten zijn (en dus geen leraar nodig hebben!). In plaats daarvan hebben jullie er zelf een nodig om jullie opnieuw de grondslagen van het Woord van God bij te brengen; het is (zelfs) zover met jullie gekomen, dat jullie weer zijn aangewezen op melk in plaats van vast voedsel.’ (Uit Hebreeën 5 de verzen 11-12).
Dat gebrek aan verstaan van Gods Woord was (bij de Hebreeën) een verwijtbaar iets, er was verachtering in de genade. In een aantal gemeenten die worden aangesproken door onze Heer in het boek Openbaring waren vergelijkbare dingen aan de hand. We zullen daarom wat praktijk (geworden) was in de vroege kerk beslist niet zomaar ten voorbeeld kunnen stellen, zonder het gevaar om daardoor in misverstaan en ‘mispraktijk’ (wanpraktijk t.a.v.) van Gods Woord te belanden.

(1) De hier geciteerde opmerkingen van Henry Luth werden gemaakt bij op FB n.a.v. mijn bericht/blog: ‘Kinderdoop volledig te funderen in het NT‘.

‘Ik weet wat jullie doen; overal wordt beweerd dat jullie leven hebben, terwijl jullie dood zijn. Wordt wakker, versterk jullie laatste krachten: jullie zijn op sterven na dood. Want ik merk dat jullie gedrag tekort schiet in Gods ogen. Herinner jullie dat jullie de Boodschap hebben ontvangen én begrepen! Houd eraan vast en breek met het (hoogmoedige kerkelijk) leven dat jullie nu leiden.’ (Uit Openbaring 3 uit de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Dr. Michelle Bengston

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie