De Doopdienst – Een viering?

(…) 13 Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden. 14 Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij? 15 Maar Jezus antwoordde hem en zei: Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij het Hem toe. 16 En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. 17 En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb! (Uit Matteüs 3)

De Doopdienst – Een belijdenis!

Onze predikant verwoorde een en ander onlangs in een doopdienst als volgt:

  • De Doop is iets wat we vieren met elkaar, als gemeente. In de Doop zien wij dat het kindje opgenomen wordt in het gezin van de Vader, bij ons in de kerk. Daarom vieren we dit ook in de gemeente, we vieren dit blij en dankbaar, we krijgen er een broertje of zusje bij. (1)
  • Doop niet door ons zelf bedacht. Wij dopen in opdracht van Jezus. (…) Betekenis van de Doop is heel diep, is heel mooi.
  • Jezus werd eerder zelf gedoopt in de Jordaan en tijdens Zijn doop zei de hemelse Vader tegen Hem: Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde. Wat mooi is dat als je vader dat over je zegt vanuit zijn hart. (1)
  • Maar als wij gedoopt worden, in de Naam van Jezus, dan verbindt ons dat met Jezus en met Zijn Doop. En daarom mogen wij ook in onze doop horen horen: Jij bent mijn geliefde kind (dochter, zoon), in jou vind ik vreugde. Dat zegt God vanuit Zijn hart: Ik heb jou lief. En misschien als je dat hoort dan vind je dat misschien onvoorstelbaar klinken, maar God zegt dat.
  • En als je gedoopt worden in de Naam van de Vader, dan wil dat zeggen dat God de Vader jou adopteert in Zijn gezin. Jij hoort erbij.
  • En als je gedoopt wordt in de Naam van Jezus, de Zoon, dan betekent dat dat Jezus voor jou zonden aan het kruis is gestorven. En dat Hij jou daarmee vergeving van zonden belooft (2). Alles waarin wij schuldig zijn dat belooft God helemaal weg te doen. Met de dood van Jezus Christus is dat mogelijk gemaakt. (3)
  • En wanneer je gedoopt wordt in de Naam van de heilige Geest, dan is dat God Die in jou wil wonen. (4) Die jou wil dragen in je geloof. Die ook alles wat met geloof hoop en liefde te maken heeft in jou wil stimuleren.
  • En met die Doop komt ook een grote en een mooie verantwoordelijkheid. De ouders en de leden van de gemeente moeten de dopeling uitnodigen om Jezus te aanvaarden… (5)

(1) Verheerlijkt! Wij kunnen wat God de Vader op het moment van de Doop van Jezus gezegd heeft en later bij de verheerlijking op de berg nog eens herhaalt niet zó overplanten en ook voor ons laten gelden bij onze Doop. De Doop van onze Heer Jezus Christus in de Jordaan behoorde bij zijn vernedering (er viel daar niets te vieren!) want daar nam onze Heer het lijden en de sterven dat Hij niet en wij mensen wel verdiend hebben voor Zijn rekening. Daarom liet de Vader deze woorden dáár en op dat moment horen. Het was een hemelse bevestiging en bemoediging voorafgaand aan Zijn ‘zware weg naar Jeruzalem en Golgotha’!
(2) Schenkt! Met en in de Doop belooft God niet, maar bezegelt en bekrachtigd Hij het Evangelie dat ook hier – in de betreffende gemeente – verkondigd en beleden wordt voor aller ogen aan de dopeling. Het is nu onmiskenbaar, voor de ouders, voor heel de gemeente en nu al en later ook voor de dopeling: dit mensenkind dat in de gemeente van Jezus Christus een kind van God genoemd wordt (1 Johannes 3 : 1-3),  ook daadwerkelijk een kind van God is en daarmee voluit – met alle (voor)rechten en plichten van dien – een broeder of zuster van alle gedoopte leden van de gemeente.
(3) Volbracht! Met de dood van Jezus Christus aan het kruis is dat voor ons allen volkomen volbracht! Dat wordt ons ook hier bij doop weer verkondigd en beleden. De dopeling wordt gedoopt in Zijn dood (Romeinen 6 : 3) en is (nu) met Christus begraven in Zijn dood om, zoals Christus door de macht van de Vader werd opgewekt uit de dood, (nu) een nieuw leven te leiden (Romeinen 6 : 4) en om (straks) te delen in Zijn opstanding. (Romeinen 6 : 5)
NB. Wanneer we niet belijden bij de doop dat dit ook voor de dopeling (nu al) werkelijkheid is, dan kunnen wij onze kinderen wat we belijden met Zondag 1 van de Heidelbergse catechismus niet voorhouden en leren en laten opzeggen als troostwoord voor henzelf.
(4) Verzekerd! Wij mogen er zeker van zijn dat Hij in ons en ook in deze dopeling woont omdat de heilige Geest ons vast en zeker geschonken wordt wanneer wij onze Vader daarom bidden (Zie Lukas 11 : 10-13)
(5) Belijden! Niet ‘hen leren te aanvaarden dat…’. Ouders en gemeente gaan de dopeling(en) voor in het eerbiedig en gelovig luisteren naar Gods Woord en zó leren ook de dopelingen dat eerbiedig doen en zo leren ook zij – dankzij het werk van de heilige Geest!de waarheid van Gods Woord geloven en belijden met woord en daad.
We zijn dus niet bezig om kinderen zo ver te brengen dat ze van zichzelf aanvaarden dat ze kinderen van God zijn, net zo min als we onze kinderen zo ver hebben te brengen dat ze aanvaarden dat ze kinderen van ons (hun ouders) zijn.  En mochten ze dat laatste betwijfelen dan brengen we hen desnoods hun geboorte-akte onder ogen en zo kunnen mogen we ook hun/onze doop gebruiken!

Opgemerkt: Het ‘Gereformeerde doopformulier’ laat ons horen wat Gods Woord  ons leert belijden over de Doop en de dopeling.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Priesterschap van de gelovigen… (V)

(…) 1 Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. 2 U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en Hem welgevallig is. 3 Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden, maar verstandig over uzelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof *, dat is de maatstaf die God u heeft gegeven.

Nog altijd ‘Pinkstergemeente(n)’…

Wat kan ik druk zijn met mezelf en met wat ik in mijn eigen ogen allemaal niet kan. Hoe vaak denk ik dat ik iets beter zou moeten, dat ik iets niet goed doe of me niet genoeg inzet. Dat maakt dat ik niet blij ben met mezelf en niet tevreden met wat ik doe.
Het lijkt zo simpel om al die gedachten los te laten en je helemaal over te geven aan God. Ik, jij, wij zijn immers werktuigen (instrumenten) in Zijn hand. Hij heeft ons geschapen zoals we zijn. (1) We hoeven ons niet te meten aan wie of wat ook in deze wereld.
In plaats van mijzelf voortdurend te wegen en te meten, mag ik blij zijn met wie ik ben en met de gaven die God mij heeft geschonken. Dankbaar geef ik me over aan Gods wil met mij. (2)

Tot slot: We zijn en blijven ‘een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap‘ (3) en daarmee ‘Pinksterkerk/Pinkstergemeenten, want:’

(…) 17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. 18 Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn. (Uit Jakobus 1)

Bron meditatie: Dag in Dag uit 2019 – 10 december – Leger des Heils | Ark Media

(…) 8 Want door ​genade​ zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme. 10 Want zijn maaksel zijn wij, in ​Christus​ ​Jezus​ geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. (Uit Efeziërs 2)

(1) Psalm 100 : 3: Erken het: de HEER is God, Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe, Zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

(2) Spreuken 19 : 21: Een mens maakt allerlei plannen, wat wordt uitgevoerd, is het plan van de HEER.

(3) Zie 1 Petrus 2 : 9

Zie ook ‘Priesterschap van de gelovigen… (I), (Ia), (II), (III) en (IV)

Bron afbeelding:  Verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Is onze Doop (eerst nog) onvolmaakt?

(…) 16 Dwaal niet, mijn geliefde broeders! 17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. 18 Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de Waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn. (Uit Jakobus 1)

Tijdens de doopdienst van vanochtend merkte onze predikant op – in/tijdens zijn (eigen) woorden voorafgaand aan de Doop – dat de ouders en gemeente een taak hebben om de dopeling tot de aanvaarding van Jezus Christus te brengen want de gemeenschap met God wordt pas volmaakt wanneer de dopeling Jezus Christus ook zelf aanvaardt.

De ouders en de leden van de gemeente  werden daarom opgeroepen (vermaand) om de dopeling(en) tot voorbeeld te zijn in geloof en navolging om zodoende de dopeling ‘te helpen’ om te komen tot persoonlijke aanvaarding van Jezus Christus als Zijn of haar Heer en Heiland.

Het onderwijs van Gods Woord leert ons echte om dit toch anders te zien en onder woorden – onder Gods Woord – te brengen. God biedt in de Doop de dopeling een volmaakt geschenk en van het prilste begin af aan van Zijn kant een volmaakte gemeenschap.

(…) 5 U bent mijn enige hoop, HEER, mijn God,
van jongs af vertrouw ik op U.
6 Al vanaf mijn geboorte steun ik op U,
al in de moederschoot was U het Die mij droeg,
U wil ik altijd loven. (Uit Psalm 71)

Van onze kant wordt aan dat volmaakte geschenk en die volmaakte gemeenschap altijd weer afbreuk gedaan vanwege onze zondige levenspraktijk(en) en vanwege ons ongeloof te midden van een mensheid en wereld die door de zonde tot in haar grondvesten is aangetast.

Dat zullen de ouders van de dopeling en de leden van de gemeente de dopeling bij het opgroeien onderwijzen, want dat is wat Gods Woord vanaf de eerste hoofdstukken van de Bijbel ons leert. Natuurlijk is het heerlijk wanneer de ouders en de leden van de gemeente daadwerkelijk een voorbeeld zijn in het geloof schenken aan (heel) Gods Woord en (daarom) ook in de praktijk van hun leven steeds weer navolgers willen zijn en ook blijken te zijn van Hem Die (ook) hun Heer en Heiland is.

Toch zullen we daarbij ook hebben te bedenken en erkennen dat de ouders ook wel steeds de eersten zullen zijn, die er de oorzaak van zijn dat de dopeling vraagtekens gaat zetten bij wat hem of haar in het volmaakte geschenk van de Doop en daarbij ook aan de gemeenschap van Gods kant met hem of haar geschonken is.

Dat moet ons nederig stemmen ook wat betreft de verwachtingen die wij van onszelf hebben om onze dopelingen tot Christus en tot aanvaarding van Hem te brengen. Dat mag ons ook heel hoopvol stemmen. Het hangt dus niet van ons af. Wij mogen falen, maar onze ontrouw doet Gods trouw niet te niet.

Laten we daarom niet nalaten om onze kinderen altijd weer te wijzen op de zwakheid van ons mensen, zelfs van ‘de meest heiligen’ onder hen. Wanneer we ze van jongs af aan heel Gods Woord onderwijzen, dan zal hen dat doen weten en beseffen dat het niet van onze menselijke inspanning en inzet afhangt maar van God, Die Zich in Christus over ons ontfermd heeft.

Dit zal hen helpen om hun verwachting niet te stellen op (kerk)mensen maar op God alleen! Door de Heilige Geest was en is Christus en God onze Vader hen altijd al meer nabij dan de meest liefdevolle en zorgzame ouders. De levende gemeenschap met onze Drie-enige God kan alleen nog verbroken worden door zelfvoldaanheid, lauwheid en ongeloof (zie o.a. Openbaring 3 : 14-22)

De HEERE is getrouw 

1 Halleluja! Mijn ziel, loof de HEERE.
2 Ik zal de HEERE loven in mijn leven,
ik zal voor mijn God psalmen zingen zolang ik er nog ben.

3 Vertrouw niet op edelen,
op het mensenkind, bij wie geen heil is.
4 Zijn geest gaat uit hem weg, hij keert terug tot zijn aardbodem;
op die dag vergaan zijn plannen.

5 Welzalig is hij die de God van ​Jakob​ tot zijn hulp heeft,
die zijn verwachting stelt op de HEERE, zijn God,
6 Die hemel en aarde gemaakt heeft,
de zee en al wat daarin is;
Die voor eeuwig de trouw bewaart,

7 Die de onderdrukten recht doet,
Die de hongerigen brood geeft.
De HEERE maakt de gevangenen los,

8 de HEERE opent de ogen van de blinden.
De HEERE richt de gebogenen op,
de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.

9 De HEERE bewaart de ​vreemdelingen,
Hij houdt wees en ​weduwe​ staande,
maar de weg van de goddelozen maakt Hij krom.

10 De HEERE zal voor eeuwig regeren;
uw God, ​Sion, is van generatie op generatie.

Halleluja! (Psalm 146)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Zijn Zoon is ons gegeven…

(…) 5 Om onze ​zonden​ werd Hij doorboord,
om onze ​wandaden​ gebroken.
Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing.
6 Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de ​wandaden​ van ons allen
liet de HEER op Hem neerkomen.
(Uit Jesaja 53)

Korte instructie – 1522 (3)

Wat moet worden gezocht en verwacht in de evangeliën

(…) “Het belangrijkste punt en de basis van het Evangelie is dat je, voordat je Christus als een voorbeeld tot navolging aangrijpt, eerst Hem ontvangt en aanhoudt als een geschenk en wel als een geschenk dat God jou heeft gegeven om van jouzelf te zijn. Als je ziet of hoort dat Hij iets heeft gedaan of iets heeft geleden, twijfel er dan niet aan dat Christus Zelf met Zijn handelen en lijden de jouwe is.

Je hoort niet minder op Hem te vertrouwen dan alsof jijzelf hebt gedaan wat Hij voor ons allen deed – inderdaad, alsof je Christus Zelf was. Dat is echt het Evangelie begrijpen, dat wil zeggen de overvloedige goedheid van God, die geen profeet, geen apostel, geen engel ooit volledig heeft uitgedrukt, waar geen hart zich ooit voldoende over kan verbazen of dit begrijpen.

Dat is het grote vuur van Gods liefde voor ons waardoor het hart en het geweten gelukkig, zeker en vredig worden; dat is wat het prediken van het christelijk geloof betekent. Een dergelijke prediking wordt het Evangelie genoemd, wat in het Duits zoveel betekent als een vrolijke, goede, geruststellende boodschap, om welke reden de apostelen de twaalf boodschappers worden genoemd.

Jesaja zegt:Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven ‘ (Jesaja 9 [:6]). Als Hij ons is gegeven, dan moet Hij van ons zijn; dan moeten we Hem ook als de onze ontvangen. [Paulus schrijft]: “Hoe heeft Hij ons niet alles gegeven met Zijn Zoon?” (Romeinen 8 [:32]). Als u Christus op die manier begrijpt als uw geschenk, aan u gegeven als het uwe, en niet twijfelt, dan bent u een Christen.

Geloof bevrijdt u van zonde, dood en hel en zorgt ervoor dat u alle dingen overwint. Niemand kan dat voldoende uitdrukken. De klacht is veeleer dat, hoewel het Evangelie elke dag wordt geprezen, dit soort prediking in de (kerkelijke/godsdienstige) wereld wordt onderdrukt.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 10.1.1 S. 11/12 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, deel 75, p. 8/9)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Zie ook:  Korte instructie (1) en Korte instructie (2)

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 6 Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de ​vrede​ op de ​troon​ van ​David​ en over Zijn koninkrijk, doordat Hij het sticht en grondvest met recht en ​gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen. (Uit Jesaja 9)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Geloof heeft niets van zichzelf…

Want de ​Genade​ van God is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten zullen verzaken om bezadigd, ​rechtvaardig​ en godvruchtig in deze wereld leven.‘ (Titus 2 : 11-12a)

Korte instructie – 1522 (2)

Wat moet worden gezocht en verwacht in de evangeliën

(…) “Geloof heeft niets van zichzelf, maar alles alleen van Christus’ werk(en) en leven. De werken die je doet hebben wel iets unieks van jouzelf, maar ze moeten toch niet van jou zijn, maar aan je naaste toebehoren.

Daarom zie je dat het evangelie in werkelijkheid (=wat ons werken betreft) niet een boek van wetten en geboden is die onze inzet opeisen, maar een boek van goddelijke beloften waarin Hij alle zegeningen en voorrechten ons belooft, aanbiedt en schenkt in Christus. (Zie o.a. Efeziërs 2 : 10)

Dat Christus en de apostelen ons veel en goed onderwijs geven en ons (daarmee) de wet verklaarden moet worden gerekend als een tweede werk van Christus, want goed onderwijs is beslist niet de minste zegen. Daarbij is het opmerkelijk dat Hij ons niet dwingt en drijft, zoals Mozes doet in zijn boek(en) omdat dat past (hoort) bij de aard van een gebod (bevel).

Christus onderwijst ons op een innemende en vriendelijke manier en vertelt ons alleen maar wat we zullen doen en nalaten, en wat er zal gebeuren met boosdoeners en weldoeners.

Hij drijft en dwingt niemand. Hij onderwijst ons op zo’n zachtmoedige manier dat Hij ons meer verleidt dan ons beveelt als Hij begint te zeggen: “Zalig zijn de armen…, Zalig zijn de zachtmoedigen,” enz. [Matteüs 5 : 3, 5]. De apostelen gebruiken woorden als “Ik waarschuw“, “Ik vraag“, “Ik smeek“, enz. Terwijl Mozes zegt: “Ik beveel“, “Ik verbied” en ook nog dreigt met vreselijke straffen en kwellingen.

Met dit onderwijs (deze ‘korte instructie(s)’) kun je de evangeliën goed en met zegen lezen en beluisteren.

Maarten Luther: ”Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 10.1.1 S. 12/13 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, deel 75, p. 9/10)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Zie ook:  Korte instructie – 1522 (1)

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 16 Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden. (Uit Hebreeën 4)

Bron afbeelding:  DailyVerses-net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Boodschap(pen) aan Gods volk…

… aan Israël en de christelijke gemeente(n)
en aan hun leiders/voorgangers…

(…) 2 Mensenkind, doe Jeruzalem haar gruwelen kennen 3 en zeg: zo spreekt de Here Here tot Jeruzalem: gij zijt naar afkomst en geboorte uit het land der Kanaänieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethitische. 4 Wat uw geboorte aangaat: toen gij geboren waart, werd uw navelstreng niet afgesneden en werd gij niet tot uw reiniging met water gewassen; ook werd gij niet met zout ingewreven noch in windsels gewikkeld. 5 Geen oog zag met ontferming op u neer om uit mededogen één dezer dingen aan u te doen, maar gij werd weggeworpen op het veld, omdat men geen waarde hechtte aan uw leven, toen gij geboren waart.

(…) 44 Zo moeder zo dochter, luidt het spreekwoord in de mond van iedereen die je bespotten wil. 45 Je bent echt een dochter van je moeder: ook zij verachtte haar man en haar kinderen, en je bent net als je zusters: ook zij minachtten hun man en kinderen. Je moeder was een Hethitische, je vader een Amoriet; 46 Samaria was je grote zuster die ten noorden van je woonde, samen met haar dochters; en in het zuiden woonde je kleine zusje Sodom met haar dochters. 47 Je hebt net als zij gehandeld en je net zo gruwelijk misdragen. Al snel maakte je het zelfs nog erger!

48 Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, je zuster Sodom en haar dochters hebben zich niet zo slecht gedragen als jij en je dochters. 49 Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen. 50 Ze verhieven zich boven de anderen, wat ze deden vond ik gruwelijk. Ik zag het en heb hen weggevaagd.

51 En dan Samaria: ze heeft niet half zoveel misdreven als jij! Jouw gedrag was gruwelijker dan dat van haar; bij jou vergeleken waren je zusters rechtvaardig. 52 Jij moet je vernedering nu dragen, omdat de zonden van je zusters bij jouw daden verbleken; je hebt je zo veel gruwelijker misdragen dan zij dat het wel lijkt of zij onschuldig zijn. Schaam je en onderga nu je vernedering, want door jou lijken je zusters haast rechtvaardig.

53 Toch zal ik hun lot ten goede keren, het lot van Sodom en haar dochters en dat van Samaria en haar dochters, en ook jouw lot zal ik ten goede keren, net als dat van hen. 54 Je zult vernederd worden en je schamen voor alles wat je gedaan hebt, en zij zullen daar troost uit putten. 55 En als je zusters Sodom en Samaria met al hun dochters in ere zijn hersteld, zullen ook jij en je dochters in ere worden hersteld.

56 Was jij het niet die in je hoogmoed steeds kwaad sprak over je zuster Sodom? 57 Toen waren jouw wandaden nog niet aan het licht gekomen, zoals nu. Nu word je gehoond door de vrouwen van Aram en de aangrenzende landen, en door de Filistijnse vrouwen die om je heen wonen en op je neerkijken. 58 Nu zul je moeten boeten voor je schandelijk en gruwelijk gedrag – spreekt de HEER.  (Uit Ezechiël 16)

~~~

(…) 17 En u die uzelf een ​Jood​ noemt, op de wet vertrouwt en u op God laat voorstaan; 18 u die Zijn wil kent en zo uitstekend weet waar het op aankomt, omdat u wordt onderwezen door de wet; 19 u die ervan overtuigd bent dat u zelf een leidsman van blinden bent, een licht voor hen die in het duister zijn, 20 een opvoeder van onverstandigen, een leraar van onwetenden, omdat u in de wet de belichaming van de kennis en de waarheid hebt – 21 u die anderen onderwijst, onderwijst u uzelf eigenlijk wel? (Uit Romeinen 2)

(…) 1 Jullie (Efeziërs) waren dood door de misstappen en ​zonden​ 2 waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ​ongehoorzaam​ zijn. 3 Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. (Uit Efeziërs 2)

(…) 1 Schrijf aan de engel (oudste/voorganger) van de gemeente in Sardes: “Dit zegt hij die de zeven geesten van God en de zeven sterren heeft: Ik weet wat u doet; overal wordt beweerd dat u het leven hebt, terwijl u dood bent. 2 Word wakker, versterk uw laatste krachten: u bent op sterven na dood. Want ik merk dat uw gedrag tekortschiet in Gods ogen.

3 Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen. Houd eraan vast en breek met het leven dat u nu leidt. Maar als u niet wakker wordt, kom ik onverwacht als een dief, op een tijdstip dat u niet kent. 4 Maar enkelen in Sardes hebben hun kleren schoon gehouden. Zij zullen bij me zijn, in het wit gekleed, want ze verdienen het.

5 Wie overwint zal zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen. 6 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.” (Uit Openbaring 2)

(…) 14 Schrijf aan de engel (oudste/voorganger) van de gemeente in Laodicea: “Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: 15 Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! 16 Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. 17 U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt.

18 Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; zalf voor uw ogen, zodat u weer kunt zien.

19 Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt. 20 Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.

21 Wie overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. 22 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”’ (Uit Openbaring 3)

(…) 6 Alleen voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst. 7 Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. 8 Wij hebben voedsel en ​kleren, laten we daar tevreden mee zijn.

9 Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. 10 Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend.

11 Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar ​rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, ​liefde, volharding en zachtmoedigheid. 12 Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent en waarvan je in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis hebt afgelegd.

13 Ten overstaan van God, die alles in leven houdt, en ​Christus​ Jezus, die voor ​Pontius ​Pilatus​ een krachtig getuigenis heeft afgelegd, draag ik je op 14 je taak vlekkeloos en onberispelijk uit te voeren, totdat onze ​Heer​ Jezus ​Christus​ verschijnt 15 op de dag die is vastgesteld door de verheven en enige heerser, de hoogste ​Heer​ en ​koning.

16 Hij alleen is onsterfelijk en Hij woont in een ontoegankelijk licht; geen mens heeft hem ooit gezien of kan hem zien. Aan Hem zij de eer en de eeuwige kracht. ​Amen. (Uit 1 Timoteüs 6)

Bron afbeelding:  Steemit

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Getuigen en je laten overtuigen…

(…) 26 maar wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen; 27 en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij. (Uit Johannes 15)

Betrouwbaar getuigenis! *

Waarom gebruikt de Heere hier zojuist het woordje ‘getuigen’? Hij zou het toch ook wel op een andere manier hebben kunnen zeggen? De reden is dat we beter naar het Wóórd moeten luisteren en het ook zullen geloven.*

Want hoewel het waar is dat de Heilige Geest inwendig in het hart Zijn werking heeft, wil Hij toch deze werking ordelijk en en in het algemeen niet anders dan door het mondeling gesproken Woord uitrichten.*

Paulus zegt dat ook:Hoe zouden ze kunnen geloven, die niet eerst over Hem hebben gehoord?‘ (vgl. Romeinen 10 : 14). Bij dit ‘getuigen’ hoort immers ook de mond en het woord van de apostelen en van alle predikers die Christus rein en zuiver verkondigen.

Daarom mag niemand die waarlijk troost begeert, wachten totdat de Heilige Geest Christus persoonlijk aan hem of haar voorstelt en direct uit de hemel tot hem of haar zal spreken. Je moet echter de stem [ of het getuigenis] van de heilige Geest door het Woord in je hart horen spreken, dat Christus voor jou is gestorven en zonde, dood, wereld, duivel en hel voor jou heeft overwonnen.*

Hij houdt Zijn getuigenis openbaar in de prediking, dáár moet je Hem zoeken en op Hem wachten, totdat Hij door dit Woord, dat je met je oren hoort, je hart aanraakt en op die manier door Zijn werking inwendig in je hart van Christus getuigt. (zie ook: 1, 2, 3)

(…) 5 Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?* 6 Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. 7 Er zijn dus drie getuigen: 8 de Geest (1), het water (2) en het bloed (3), en het getuigenis van deze drie is eensluidend.  (Uit 1 Johannes 5)

* Zie Johannes 20 : 29-30 en  21 : 24.
(1) De Geest getuigt met en door het Woord van het hemelse Brood, waardoor wij (dagelijks) gevoed en versterkt worden en
(2) het water van onze Doop – als bad der wedergeboorte – getuigt dat God de Vader ons waarlijk als Zijn kinderen aanneemt en
(3) in het Sacrament van het Avondmaal getuigt het vergoten bloed van onze Heer Jezus Christus van de vergeving van onze zonden.

Bron tekst: Vreest niet, geloof alleenDagboek over het geloofMaarten Luther (Uitgave Den Hertog, Houten)

Bron afbeelding:  BiblePic-com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Priesterschap van de gelovigen… (IV)

(…) 3 Weet u niet dat wij die ​gedoopt​ zijn in ​Christus​ ​Jezus, zijn ​gedoopt​ in Zijn dood? 4 We zijn door de ​doop​ in zijn dood met Hem ​begraven​ om, zoals ​Christus​ door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. 5 Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. (Uit Romeinen 6)

(…) 11 Zo moet u ook uzelf zien* : dood voor de ​zonde, maar in ​Christus​ ​Jezus​ levend voor God. 12 Laat de ​zonde​ dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. 13 Stel uzelf niet langer in dienst van de ​zonde​ als een werktuig voor het ​onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan uzelf* als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de ​gerechtigheid. (Uit Romeinen 6)

* Zie/besef dat dus (zó) op grond van uw doop, niet vanwege een bij en door uzelf of door anderen (eerder en steeds weer) vastgestelde mate van gebleken (zaligmakend) geloof – of nog moeilijker aantoonbaar: uw klaarblijkelijke wedergeboorte!

Doop fundamenteel voor het samenleven en
dienstbaar zijn in en van de gemeente!

(…) 9 Over de onderlinge ​liefde​ hoeven wij u niets te schrijven, want u hebt zelf van God geleerd hoe u in ​liefde​ met elkaar moet omgaan. 10 U doet dat al met alle gelovigen in heel Macedonië, maar, broeders en zusters, wij sporen u aan het nog veel meer te doen 11 en er een eer in te stellen in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen. Dat hebben wij u opgedragen, 12 opdat u een eerzaam leven zult leiden (ook) in de ogen van hen die niet tot de ​gemeente​ behoren, en u van niemand afhankelijk bent. (Uit 1 Tessalonicenzen 4)

(…) Van groot belang voor ons onderwerp is ook de visie van de Straatsburgse reformator Martin Bucer op de kerk en haar opbouw. Bucer is daar in de verschillende perioden van zijn leven rusteloos mee bezig geweest.

De kerk is voor hem liefdesgemeenschap maar ook tuchtgemeenschap, geroepen tot een heilige levenswandel. Voor de opbouw van de gemeente gebruikt God mensen. Het ambt staat in dienst van de gemeenteopbouw. Maar de nadruk op het ambt gaat niet ten koste van het priesterschap van alle gelovigen.

Evenals bij Luther wortelt Bucers visie op dit koninklijk priesterschap in de Persoon, maar vooral het werk van de Middelaar, Jezus Christus, de Koning der koningen en de Hoogste Priester.

Maar terwijl bij Luther dit priesterschap van alle gelovigen herleid wordt tot de doop, valt bij Bucer de nadruk op het deelhebben aan (1) de zalving van Christus, door de Heilige Geest.

In de Christologie ligt het fundament voor het priesterschap van alle gelovigen. In de Pneumatologie vinden we de stimulans’. Het is de Geest die de gelovigen verbindt aan Christus, hen bekwaam maakt om voor God te leven en hen verbindt tot broederlijke liefde. Zonder de Geest (1), d.w.z. zonder de geloofsband aan Christus, is er geen christen.

Dit priesterschap realiseert zich in de kerk als pneumatische gemeenschap. Veel meer dan Luther ging Bucer dan ook over tot het op de voorgrond plaatsen van de gemeenschap. (2) Zijn arbeid in Straatsburg en Engeland legt daar getuigenis van af. Van ’t Spijker spreekt van een sociaal motief in Bucers beschouwingen inzake het algemeen priesterschap.

(wordt vervolgd!)

(1) ‘wij die ​gedoopt​ zijn in ​Christus​ ​Jezus(Romeinen 6 : 3) wij hebben daarmee ook de zalving met de heilige Geest ontvangen! 

(2) De leden van de gemeente van Jezus Christus  (h)erkennen elkaar wereldwijd op grond van de doop.  Het daadwerkelijk zoeken en praktiseren van christelijk gemeenschapsleven is een vrucht (geen voorwaarde of fundament!) die we in een gemeente kunnen verwachten en vinden (en waarom gebeden mag worden) dáár waar Gods Woord wordt verkondigd en beluisterd en waar in gehoorzaamheid aan dat Woord de Sacramenten worden bediend aan en gebruikt door de gemeente. Waar dat gemeenschapsleven kwijnt of misschien zelfs vrijwel geheel ontbreekt, daar hebben we niet eerst dit gemeenschapsleven beter te organiseren, maar daar zullen we de verkondiging van en het luisteren naar Gods Woord en het juiste zicht op en gebruik van de Sacramenten hebben te herstellen. De oudsten die de gemeente daarin leiding hebben te geven dragen een grote verantwoordelijkheid (zie 1 Timoteüs 5 : 17)

Zie ook ‘Priesterschap van de gelovigen… (I), (Ia), (II) en (III)

Bron tekst:Een koninklijk priesterschap – De betekenis van 1 Petrus 2 : 9 voor de opbouw van de gemeente – Dr. A. Noordgraaf – Willem de Zwijgerstichting, Apeldoorn, 1992.

Bron afbeelding:  Heartlight

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Priesterschap van de gelovigen… (III)

Degenen die hun dienst goed verrichten verwerven aanzien en kunnen
door hun geloof vrijuit spreken
(1 Timoteüs 3 : 11-16)

Ruimte en vrijheid om te spreken…

Goede wijn behoeft geen krans. Die vraagt geen aandacht voor zichzelf. Goede wijn heeft zijn naam en faam al bewezen.

Zo is het ook met de dienstbaarheid van het geloof. Die is geënt en georiënteerd op dé grote Dienaar: Jezus, onze Heer. In trouwe navolging van Hem komt er steeds meer ruimte om vrijuit te dienen en te spreken: het is ruimte in hart en handen en mond – ruimte voor de ander, voor dé Ander.

Wat anderen zeggen is niet maatgevend. Wat Jezus doet en deed  en wat Hij zegt, daar gaat het om. Verbonden met Hem krijg je steeds meer ruimte en vrijheid. Op goed gezag.

Bron meditatie:  Dag in Dag uit 2019 – 9 november – Leger des Heils | Ark Media

(Wordt nog vervolgd! – voorgaande blog: ‘Priesterschap van de gelovigen… (II)

(…) 11 Wanneer ze jullie voor de ​synagogen​ en de autoriteiten en het gerecht slepen, vraag je dan niet bezorgd af hoe of waarmee je je moet verdedigen of wat je moet zeggen, 12 want de ​heilige​ Geest​ zal jullie op dat moment ingeven wat je moet zeggen.’ (Uit Lukas 12)

(…) 5 Het is ons gebleken dat deze man een ware pest is en dat hij overal ter wereld onlusten onder de ​Joden​ veroorzaakt. Als een van de voornaamste leiders van de sekte van de Nazoreeërs 6 heeft hij zelfs een poging ondernomen om de ​tempel​ te ontwijden, waarna we hem hebben overmeesterd. 8 Dat al onze beschuldigingen juist zijn, kunt u uit zijn eigen mond vernemen als u hem ondervraagt.’ 9 De ​Joden​ steunden de aanklacht en bevestigden de juistheid ervan.
10 Toen de ​procurator​ ​Paulus​ toeknikte ten teken dat hij het woord mocht voeren, sprak hij als volgt: ‘Ik weet dat u al vele jaren rechtspreekt over het Joodse volk, en daarom verdedig ik mijn zaak in goed vertrouwen. 11 U kunt u ervan vergewissen dat ik pas twaalf dagen geleden naar ​Jeruzalem​ ben gegaan om daar God te aanbidden. 12 Ik heb in al die tijd nooit een debat uitgelokt of een volksoploop veroorzaakt, niet in de ​tempel, niet in de ​synagogen​ en ook niet elders in de stad. 13 Mijn aanklagers beschikken over geen enkel bewijs voor hun beschuldigingen. 14 Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij een sekte noemen, de God van onze voorouders dien en dat ik geloof in alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat; 15 en evenals mijn aanklagers hoop en verwacht ik dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen uit de dood zal doen opstaan. 16 Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden tegenover God en de mensen. (Uit Handelingen 24)

Leestip:  Handelingen 23-26.

Bron afbeelding:   Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Priesterschap van de gelovigen… (II)

(…) Maar u bent een ​uitverkoren​ geslacht, een koninkrijk van ​priesters, een ​heilige​ natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem Die u uit de duisternis heeft geroepen naar Zijn wonderbaarlijke licht. (1 Petrus 2 : 9)

De mondigheid van de gemeente weer afgebroken!

(…) Het is dus de gemeente aan wie de volmacht verleend is dienaren van het Woord te beroepen. Dit bijzondere ambt is voor Luther geen kwestie van arbeidsdeling en delegatie in de zin van een gedemocratiseerd kerkideaal. God zelf heeft het ambt van prediker ingesteld. Maar God fundeert daarmee een ambt waarin men door de gemeente beroepen wordt. De ’priesterwijding’ kan daarom niets anders zijn dan de geordende wijze predikers voor een gemeente te kiezen en aan te stellen.

Uit het algemeen priesterschap der gelovigen volgt dus niet, dat ieder christen het ambt der verkondiging zo wie zo uitoefent. Tenzij er een noodsituatie is, behoort men in de ordelijke weg tot deze dienst beroepen te worden. Uit het gemeenschappelijk recht van alle christenen priester te zijn, volgt, aldus Barth, de noodzakelijkheid van de verkiezing van een ambtsdrager onder hen.

We tekenen hierbij nog aan dat Luther zijn hierboven* gememoreerde visie uit 1523 niet lang heeft volgehouden. Toen in 1525 opstandige boeren met een beroep op Luther hun eigen voorgangers kozen, retireerde Luther en distantieerde hij zich van hen.

De Luther van de latere jaren trekt zich hoe langer hoe meer terug op het oordeel dat we ook bij Melanchthon aantreffen, dat het Evangelie gehoorzaamheid vraagt aan de overheden. Kerk en ambt komen dan te staan onder de bescherming van de overheid.

In latere geschriften van Luther treedt het thema van het algemeen priesterschap terug. Het onderscheid tussen geestelijken en leken is dan weliswaar weggevallen, maar er gaat zich geleidelijk aan wel een nieuw onderscheid af tekenen, n.l. tussen gemeenteleden en predikanten. (1)

Ongemerkt komt het bijzonder ambt van de predikant toch weer zodanig in het centrum te staan dat aan de mondigheid van de gemeente afbreuk gedaan wordt. Zo wordt bijvoorbeeld de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de gehele gemeente om te oordelen over de rechte prediking versmald tot een aanbeveling aan de predikanten elkaar wederzijds te corrigeren.

Hans-Martin Barth komt tot de conclusie dat Luther zelf in de loop van de tijd zijn theologie van het algemeen priesterschap der gelovigen de kracht ontnomen heeft om zich door te zetten in de praktijk. Wat hem aanvankelijk voor ogen zweefde werd in de praktijk niet gerealiseerd.

(Wordt nog vervolgd.)

* Zie de ook de andere blogs: ‘Priesterschap van de gelovigen… (I)‘ , (III)

(1) Opgemerkt AJ: Luther heeft de door hem uit Gods Woord afgeleide mondigheid van de gemeente niet (langer) in praktijk willen en durven brengen toen de ontwikkelingen in de samenleving en in de kerk (kerken/gemeenten) in Duitsland nogal revolutionair (ipv evolutionair) bleken te verlopen. Toen heeft hij weer teruggegrepen op inbreng in de kerk van buiten en van bovenaf.

Bron tekst:Een koninklijk priesterschap – De betekenis van 1 Petrus 2 : 9 voor de opbouw van de gemeente – Dr. A. Noordgraaf – Willem de Zwijgerstichting, Apeldoorn, 1992.

(…) 12 Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van ​Christus. 13 Wij zijn allen ​gedoopt​ in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu ​Joden​ of Grieken zijn, of we nu ​slaven​ of vrije mensen zijn. 14 Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele. (Uit 1 Korintiërs 12)

Bron afbeelding:  goldenpaydays-info

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie