Boodschap(pen) aan Gods volk…

… aan Israël en de christelijke gemeente(n)
en aan hun leiders/voorgangers…

(…) 2 Mensenkind, doe Jeruzalem haar gruwelen kennen 3 en zeg: zo spreekt de Here Here tot Jeruzalem: gij zijt naar afkomst en geboorte uit het land der Kanaänieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethitische. 4 Wat uw geboorte aangaat: toen gij geboren waart, werd uw navelstreng niet afgesneden en werd gij niet tot uw reiniging met water gewassen; ook werd gij niet met zout ingewreven noch in windsels gewikkeld. 5 Geen oog zag met ontferming op u neer om uit mededogen één dezer dingen aan u te doen, maar gij werd weggeworpen op het veld, omdat men geen waarde hechtte aan uw leven, toen gij geboren waart.

(…) 44 Zo moeder zo dochter, luidt het spreekwoord in de mond van iedereen die je bespotten wil. 45 Je bent echt een dochter van je moeder: ook zij verachtte haar man en haar kinderen, en je bent net als je zusters: ook zij minachtten hun man en kinderen. Je moeder was een Hethitische, je vader een Amoriet; 46 Samaria was je grote zuster die ten noorden van je woonde, samen met haar dochters; en in het zuiden woonde je kleine zusje Sodom met haar dochters. 47 Je hebt net als zij gehandeld en je net zo gruwelijk misdragen. Al snel maakte je het zelfs nog erger!

48 Zo waar ik leef – spreekt God, de HEER –, je zuster Sodom en haar dochters hebben zich niet zo slecht gedragen als jij en je dochters. 49 Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen. 50 Ze verhieven zich boven de anderen, wat ze deden vond ik gruwelijk. Ik zag het en heb hen weggevaagd.

51 En dan Samaria: ze heeft niet half zoveel misdreven als jij! Jouw gedrag was gruwelijker dan dat van haar; bij jou vergeleken waren je zusters rechtvaardig. 52 Jij moet je vernedering nu dragen, omdat de zonden van je zusters bij jouw daden verbleken; je hebt je zo veel gruwelijker misdragen dan zij dat het wel lijkt of zij onschuldig zijn. Schaam je en onderga nu je vernedering, want door jou lijken je zusters haast rechtvaardig.

53 Toch zal ik hun lot ten goede keren, het lot van Sodom en haar dochters en dat van Samaria en haar dochters, en ook jouw lot zal ik ten goede keren, net als dat van hen. 54 Je zult vernederd worden en je schamen voor alles wat je gedaan hebt, en zij zullen daar troost uit putten. 55 En als je zusters Sodom en Samaria met al hun dochters in ere zijn hersteld, zullen ook jij en je dochters in ere worden hersteld.

56 Was jij het niet die in je hoogmoed steeds kwaad sprak over je zuster Sodom? 57 Toen waren jouw wandaden nog niet aan het licht gekomen, zoals nu. Nu word je gehoond door de vrouwen van Aram en de aangrenzende landen, en door de Filistijnse vrouwen die om je heen wonen en op je neerkijken. 58 Nu zul je moeten boeten voor je schandelijk en gruwelijk gedrag – spreekt de HEER.  (Uit Ezechiël 16)

~~~

(…) 17 En u die uzelf een ​Jood​ noemt, op de wet vertrouwt en u op God laat voorstaan; 18 u die Zijn wil kent en zo uitstekend weet waar het op aankomt, omdat u wordt onderwezen door de wet; 19 u die ervan overtuigd bent dat u zelf een leidsman van blinden bent, een licht voor hen die in het duister zijn, 20 een opvoeder van onverstandigen, een leraar van onwetenden, omdat u in de wet de belichaming van de kennis en de waarheid hebt – 21 u die anderen onderwijst, onderwijst u uzelf eigenlijk wel? (Uit Romeinen 2)

(…) 1 Jullie (Efeziërs) waren dood door de misstappen en ​zonden​ 2 waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ​ongehoorzaam​ zijn. 3 Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. (Uit Efeziërs 2)

(…) 1 Schrijf aan de engel (oudste/voorganger) van de gemeente in Sardes: “Dit zegt hij die de zeven geesten van God en de zeven sterren heeft: Ik weet wat u doet; overal wordt beweerd dat u het leven hebt, terwijl u dood bent. 2 Word wakker, versterk uw laatste krachten: u bent op sterven na dood. Want ik merk dat uw gedrag tekortschiet in Gods ogen.

3 Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen. Houd eraan vast en breek met het leven dat u nu leidt. Maar als u niet wakker wordt, kom ik onverwacht als een dief, op een tijdstip dat u niet kent. 4 Maar enkelen in Sardes hebben hun kleren schoon gehouden. Zij zullen bij me zijn, in het wit gekleed, want ze verdienen het.

5 Wie overwint zal zich ook in het wit kleden. Ik zal zijn naam niet uit het boek van het leven schrappen, maar juist voor hem getuigen ten overstaan van mijn Vader en zijn engelen. 6 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.” (Uit Openbaring 2)

(…) 14 Schrijf aan de engel (oudste/voorganger) van de gemeente in Laodicea: “Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: 15 Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! 16 Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. 17 U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt.

18 Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; zalf voor uw ogen, zodat u weer kunt zien.

19 Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt. 20 Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.

21 Wie overwint zal samen met mij op mijn troon zitten, net zoals ik zelf overwonnen heb en samen met mijn Vader op zijn troon zit. 22 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”’ (Uit Openbaring 3)

(…) 6 Alleen voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst. 7 Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. 8 Wij hebben voedsel en ​kleren, laten we daar tevreden mee zijn.

9 Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. 10 Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend.

11 Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar ​rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, ​liefde, volharding en zachtmoedigheid. 12 Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent en waarvan je in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis hebt afgelegd.

13 Ten overstaan van God, die alles in leven houdt, en ​Christus​ Jezus, die voor ​Pontius ​Pilatus​ een krachtig getuigenis heeft afgelegd, draag ik je op 14 je taak vlekkeloos en onberispelijk uit te voeren, totdat onze ​Heer​ Jezus ​Christus​ verschijnt 15 op de dag die is vastgesteld door de verheven en enige heerser, de hoogste ​Heer​ en ​koning.

16 Hij alleen is onsterfelijk en Hij woont in een ontoegankelijk licht; geen mens heeft hem ooit gezien of kan hem zien. Aan Hem zij de eer en de eeuwige kracht. ​Amen. (Uit 1 Timoteüs 6)

Bron afbeelding:  Steemit

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s