Vraag: Wat nut u/jou de vraag of je al wedergeboren bent?*

(…) ‘De Farizeeën zeiden: Hebben jullie je ook al laten misleiden? Er is toch geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in Hem gekomen? Alleen de massa die de wet niet kent (a) – vervloekt zijn ze! Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: Onze wet veroordeelt iemand toch pas als bekend is wat hij heeft gedaan? Ze zeiden tegen hem: “Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.” Daarop ging iedereen naar huis.
(Uit Johannes 7 de verzen 47-53)

(a) ‘De wind (de Geest van God) waait waarheen hij (Hij) wil.
De Farizeeën en Schriftgeleerden meenden dat wanneer er een nieuwe tijd aan zou breken de Geest van God dat wel aan hen als eersten zou laten zien en doen ontdekken. Maar de Geest passeert deze hoogmoedig geworden (theologisch onderlegde) leiders van het volk van God. Juist het gewone volk (waaronder ‘zondaars en tollenaars’) was door het onderwijs van de Wet (in de synagogen!) ontdekt aan eigen zonden en zij hadden – door de prediking en oproep tot bekering van Johannes de Doper – zich laten gezeggen en laten dopen omdat ze begrepen dat ze door zich te laten dopen beleden dat in hun leven bekering nodig was.

Geciteerd 1: Meer nog dan ik in deze bespreking kan aanduiden, geeft dit leerzame boek. Het geheel wordt besloten met een preek over Johannes 3 : 7. Wel signaleer ik een (wat mij betreft) al te grote gevoeligheid in de richting van wat de schrijver wedergeboorte-theologie noemt. Het gehele boek door staat deze antithese op de achtergrond.

Geciteerd 2: Anders dan dr. Goedvree erken ik het goed recht van een prediking die aandacht geeft aan de vraag of de hoorder „wel of niet wedergeboren is.” Gaf de grote Profeet en Leraar hierin niet het voorbeeld?

* Antwoord (op vraag in kop): Niets! Toen onze Onze Heer Jezus Christus over wedergeboorte sprak met Nikodemus legde Hij dit niet als een vraag voor aan Nikodemus, maar als een vaststelling!

‘Amen, amen, (Voorwaar, voorwaar, Waarachtig – NBG, NBV) Ik verzeker u, tenzij iemand wederom geboren wordt kan hij het koninkrijk van God niet zien.‘ (…) De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het met ieder die uit de Geest geboren is. (…) Amen, amen, Ik zeg u: wij (Onze Heer Jezus Christus en Johannes de Doper) spreken over wat we weten en getuigen over wat we gezien hebben (bij de Doop van Jezus in de Jordaan), maar jullie accepteren (geloven!) ons getuigenis niet. Wanneer jullie Mij niet geloven wanneer Ik over de aardse dingen (1) spreek, hoe zullen jullie Mij dan geloven als Ik (op Eigen Gezag, zonder het getuigenis van mensen) over de hemelse dingen spreek?

(1) Dingen die hier op aarde gehoord en gezien zijn. De Farizeeën en Schriftgeleerden hadden van Johannes bijzondere verwekking en geboorte en ook zijn verkondiging gehoord, maar ze hadden zich hoogmoedig van zijn verkondiging en doop en zijn getuigenis over Jezus afgekeerd en wel omdat hij óók hen – de ‘geestelijke elite’ van Gods volk – had opgeroepen om zich eerst te bekeren. Dat was teveel gevraagd, moesten zij zich ook nog bekeren?! Zij hadden en bestudeerden en hielden de Wet van Mozes en waarin ze nog wat tekort schoten, daarvoor was er de offerdienst! Wat ontbrak hen nog?!

Opgemerkt: Jezus opdracht aan Nikodemus en ons is en blijft dus heel gewoon: Geloof (alleen)! Hij zegt:

Zoekt en gij zult vinden! Klopt en u zal worden open gedaan! Want wie zoekt die vindt en wie klopt zal worden open gedaan.*
En dat zoeken en vinden gebeurd in en door het gebruik van de middelen: Woord en Sacrament.
En Petrus zegt daarvan tegen de gedoopte gemeente: ‘U doet er goed aan uw aandacht daar altijd opgericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.‘ (2 Petrus 1 : 19)
* Nikodemus was op zoek en op bezoek gegaan bij het levende Woord!

Zie ook:  Water en bloed en (voorbeeldig) geloof dat krachtig(er) spreekt…

Bron citaten:  RD Cultuur & boeken – ‘Bezinnende studie over de wedergeboorte‘ – door ds. J.M.J. Kievit

Boekgegevens: Een nieuwe geboorte. Actuele bezinning op de wedergeboorte, dr. A. Goedvree; uitg. Groen; 170 blz.; € 13,99

Bron afbeelding: Bible Verses KJV on Twitter

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Water en bloed en (voorbeeldig) geloof dat krachtig(er) spreekt…

Maar gij zijt gekomen tot de berg Sion en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem (…) en tot de Middelaar des Nieuwen Testaments, Jezus,
en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel.

(Uit Hebreeën 12 de verzen 22-24)

Geciteerd: Zo roept het bloed van Jezus Christus, onze enige Middelaar en Voorspreker, onophoudelijk en steeds weer, zodat God de Vader het roepen en de voorbede van Zijn geliefde Zoon voor de onze neemt en ons, arme, ellendige zondaars, genadig is. Want Hij kan bij ons geen zonde vinden, ook al zitten we vol met zonden, ja, ook al zijn we louter zonde vanbinnen en vanbuiten, naar lichaam en ziel en van top tot teen.
Hij ziet echter alleen het dure, kostbare bloed van Zijn geliefde Zoon, onze Heere, waarmee wij besprengd zijn. Want datzelfde bloed is de gouden genademantel die we aanhebben en waarin we voor God verschijnen, zodat Hij ons niet anders kan en ook niet wil zien dan als waren wij Zijn geliefde Zoon Zelf, vol van gerechtigheid, heiligheid, onschuld.

Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige – God Zelf liet zich prijzend uit over zijn gaven -, en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven. Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand in wie God vreugde vond. Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond.
(Uit Hebreeën 11 de verzen 4-6zie ook 2 Petrus 1 : 19! )

Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is? Hij Jezus Christus is gekomen door water (Zijn doop door Johannes, een ‘doop van de hemel’, zie Matteüs 21 : 25) en bloed – niet door water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend. Als we het getuigenis van mensen (de apostelen) aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen (1), dat zoveel meer gezag heeft, want het is het getuigenis dat God over Zijn Zoon heeft gegeven.
(Uit 1 Johannes 5 de verzen 5-9zie ook: 2 Petrus 1 : 18, Marcus 1 : 9-11, Matteüs 21 : 25 en Lucas 7 : 29, Johannes 3 : 10-12, Johannes 5 : 33-47 , Romeinen 8 : 15-17 en tot slot Johannes 20 de verzen 29-31).

(1) Opgemerkt AJ: De doop is een ‘van de hemel gegeven’ en daarmee een aan de gemeente van Jezus Christus toevertrouwd Sacrament. Dat goddelijke getuigenis onthouden aan onze (kleine) kinderen staat gelijk aan het ontkennen van de waarheid van het Evangelie voor hen, zoals wij dat op grond van het getuigenis van de apostelen, dat weer gegrond is op het getuigenis van God, aan hen doorgeven. Daarmee staan we zelfs ‘het kunnen zien van het koninkrijk van God’ in de weg bij hen en we geven daarmee te kennen dat we toch altijd eerst nog weer iets willen zoeken en vinden bij de mens zelf!*
Daarom ook moet gezegd worden dat de ‘Nadere reformatie’ met haar ‘leringen’ alle bij de Reformatie in Gods Woord ‘teruggevonden’, en voor de leden van de gemeente(n) van Jezus ‘teruggewonnen’ zekerheid van het geloof’, weer verloren heeft doen gaan (afgenomen heeft)! Het gevolg was dat in die kringen een ‘geestelijk elite’ een geloofsgemeenschap ‘in het leven’ moest zien te houden waarvan het merendeel de heilige Geest en een ‘waar geloof’ werd ontzegd, en met name de kinderen/jeugd waren en zijn daarvan het slachtoffer, maar de gevolgen ervan droegen en dragen velen ervan met zich mee tot aan hun dood!
Het is heus niet voor niets dat Luther zich zulke grote zorgen gemaakt heeft over de opkomst van een doperse stroming binnen de ‘evangelische beweging’ die door de Reformatie was ontstaan in – en later voortgezet buiten – de Rooms Katholieke kerk. En die stroming heeft ‘vaste voet’ gekregen binnen de kerken van de Reformatie, via de opkomst van de ‘Nadere reformatie’.
* Wij kunnen op grond van Gods Woord heel goed weten dat de doop van ‘heidenen’ een echte ‘zuigelingendoop’ was. Onvergelijkbaar dus met een ‘volwassendoop’ die men tegenwoordig binnen de ‘evangelische beweging’ vindt en propageert! De toenmalige ‘heidenen’ werden erdoor ‘overrompeld’ en hadden het onderwijs van de apostelen (daarna hard) nodig om hun doop te leren verstaan en te leren ‘gebruiken’. Wanneer de apostelen hen niet hadden duidelijk gemaakt, wanneer ze zeiden het evangelie te geloven, dat ze dan ook gedoopt behoorden te worden, maar de keus aan henzelf hadden gelaten, dan hadden velen zeker aangegeven daar dan toch maar eerst nog mee te willen wachten, namelijk tot ze wat meer geleerd en begrepen zouden hebben over en van het hen verkondigde Evangelie.

Leestip: “Hoofdstuk VIII. Tweedracht binnen de Reformatie – 1. Het sacrament voor ‘de onnozelen’” in ‘Luther, mens tussen God en duivel’ van Heiko A. Oberman (bij leven hoogleraar kerkgeschiedenis).

Bron citaat: checkluther-com – Meditatie zondag 7 maart 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: Slidehare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

‘Ons burgerschap is in de hemel’…

Waarachtig ik verzeker u: als iemand Mijn Woord bewaard zal hij de dood nooit zien.‘ (Uit Johannes 8 de verzen 47-51)

Gezegend door dagopeningen bij en met het Woord

Geciteerd 1: Gaat Jezus nu niet té ver? De mensen zijn wel wat gewend. Jezus doet soms heel radicale uitspraken, maar “de dood niet zien’…? De dood is toch het enige dat zeker is in het leven? De dood komt onherroepelijk! En wordt die nu door Jezus ontkend? Nee, ook voor Jezus is de dood een heel reëel gegeven waar Hij niet aan twijfelt. Wat Jezus bedoelt, is dat wie Zijn Woord bewaard overgaat naar een nieuw leven, waarin niets meer ons van Gods liefde zal kunnen scheiden. Dat is wat anders. Alsof je over de dood heen getild kunt worden. Die woorden van Jezus zijn woorden van troost. Woorden van leven! Zoek maar niet naar de dood, die is nergens meer. Het Leven heeft gewonnen.

Dit zegt God, de HEER: Mijn volk, ik zal jullie graven openen, ik laat jullie uit je graven komen en ik zal jullie naar het land van Israël terugbrengen.‘ (Ezechiël 37 vers 12)

Geciteerd 2: Op weg naar Pasen zijn betekent ook: de moed hebben om over graven heen te kijken. We ervaren een graf vaak als een eindpunt: de punt achter het leven van een mens. Maar in Jezus, in de levende God die bevrijdend dichtbij komt, leren we om graven te zien als komma’s: het gaat nog verder. Van donker wordt het licht. Wat gesloten is gaat open. We zijn op weg naar het Beloofde Land. Een land zonder graven, een land zonder leed, een land zonder lijden. Het is het land van Jezus. De Gekruisigde Opgestane is er eeuwig Heer.

Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus.‘ (Filippenzen 3 vers 20)

Geciteerd 3: Wij zijn geen burgers van deze aarde, waar we veilig wonen en als in het paradijs leven. Ons burgerschap is met Christus in de hemel, wat betekent: in het leven dat we verwachten en waarvan we hopen dat we dan verlost zijn, zoals de Joden destijds deden toen ze in Babel in ballingschap waren.* Net als deze Joden hopen we daar te komen, zodat we daar eeuwig broeders en heren kunnen blijven. Omdat we echter zolang God het wil in deze ellende en in ons Babylon moeten blijven, zullen we doen wat vroeger aan de Joden werd bevolen. We zullen hier onder de mensen leven, eten en drinken, onze huishouding doen, onze akkers bebouwen, regeren en in vrede met hen leven en ook voor hen bidden, totdat het uur van ons sterven aanbreekt.*

* Dat mag ons verlossen van het streven naar een (zogenaamde hoogstaande) (joods-)christelijke cultuur of naar het behoud of het herstel ervan.  Moest dat streven naar een Joodse cultuur in het Joodse land niet ook steeds weer doorbroken worden en nog? We blijven ‘vreemdelingen en bijwoners’ die uitzien naar een ‘beter vaderland’!

Leestip:  Hebreeën 11 en 12. 

Bron citaat 1:  Tijd met Jezus – Meditatie zaterdag 6 maart 2021 – door ds. Jos Douma
Bron citaat 2:  dag in dag uit 2021 – Meditatie zondag 7 maart 2021 – Leger des Heils | Ark Media
Bron citaat 3: checkluther-com – Meditatie zaterdag 6 maart 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding:  Daily Bible Inspirations

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij’…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (20)

Zelfs al ga ik door een dal van schaduw van de dood, ik vrees geen kwaad;
want Gij zijt bij mij; uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

(Psalm 23 : 4)

Geciteerd 1: (…) “Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij” – “De Heer, zegt hij, “is met mij, maar niet lichamelijk, zodat ik Hem zou kunnen zien of horen. Deze aanwezigheid van de Heer waarover ik spreek, kan niet worden begrepen door de vijf zintuigen. Maar geloof ziet het en gelooft en beseft dat de Heer dichter bij ons is dan dat wij onszelf nabij zijn.”

Hoe? Door Zijn Woord. (1a+b) Hij zegt daarom:Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.”  Het is alsof hij wil zeggen: „In al mijn zorgen en problemen vind ik niets op aarde dat zou kunnen helpen om mij tevreden te stellen. Maar dan is Gods Woord mijn stok en mijn staf. Aan dat Woord zal ik me vastklampen, en daardoor zal ik mezelf weer oprichten. Ik zal ook zeker leren dat de Heer met mij is en dat Hij me niet alleen kracht geeft en troost met ditzelfde Woord in alle benauwdheden en verzoekingen, maar dat Hij me ook verlost van al mijn vijanden in  weerwil van de duivel en de wereld.”

Met de woordenUw stok en uw staf, die vertroosten mij” keert hij terug naar de metafoor van de herder en de schapen en sprak hij als volgt: “Zoals een menselijke herder zijn schapen leidt met zijn stok en staf en ze naar het frisse water leidt waar ze eten en drinken vinden en hen met zijn staf beschermt tegen alle gevaar; zo leidt en gidst de Heer, de ware Herder, mij ook met Zijn staf, dat wil zeggen met Zijn Woord (1a+b), zodat ik voor Zijn aangezicht kan wandelen met een goed geloof en een rustig geweten, en op het rechte pad zal blijven en mijzelf ervoor bewaren om verstrikt te raken in  valse leerstellingen en fictieve heiligheid.

Hij beschermt me ook tegen alle gevaar en kwaad van zowel lichamelijke als geestelijke aard en redt me met zijn staf van al mijn vijanden. Dat wil zeggen, met hetzelfde Woord (1a+b) versterkt en troost Hij mij zo rijkelijk dat geen kwaad zo groot kan zijn, of het nu het lichamelijk of geestelijk kwaad betreft, dat ik het niet zou kunnen verdragen en overwinnen.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

(1a) Geciteerd 2: In het Midden-Oosten draagt een herder alleen een stok en een soort staf. De manier waarop Afrikaanse schapenhoeders hun hele kudde in bedwang hielden was met een lange dunne stok en een Zuidafrikaanse knots in hun handen. Dat maakte de hele uitrusting uit van een primitieve schaapherder.

(1b) Geciteerd 3 De staf symboliseert het gesproken woord, de uitgesproken bedoeling en de uitgebreide activiteit van Gods Geest en wil in Zijn handelen met de mensheid. De roede impliceert het goddelijk gezag en draagt in zich de overtuigingskracht en het schokeffect, dat de woorden: “Zo zegt de Here” teweegbrengt. Evenals het in de tijd van David voor de schapen een grote geruststelling betekende om de staf en knots in de handen van de herder te weten, zo komt er grote zekerheid in ons eigen hart, wanneer we ons de kracht, de waarachtigheid en het grote gezag van Zijn Woord ten volle realiseren.

Bron citaten 1a+b: ‘Hoe een herder Psalm 23 ziet‘ door Phillip Keller (ISBN 90338 12002)

Bron citaat 1: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding: Steppes of Faith – Medium

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

‘Maak van slachtofferschap nooit je identiteit’…

Worden onze zonden mij te zwaar, U neemt weg wat wij misdeden.
(Uit Psalm 65 vers 4)

Geciteerd 1: Auschwitz noem ik* een kans. Het is een mogelijkheid om te ontdekken dat er liefde is in de duisternis. Het enige wat we in het kamp hadden was elkaar. We gaven elkaar kracht en spraken elkaar moed in. Want als je alleen aan jezelf dacht, overleefde je het niet…

* Edith Eger (93), de ballerina van Auschwitz. Ze is een gevierd psycholoog in het behandelen van posttraumatisch stresssyndroom en overal ter wereld een veelgevraagd spreker.

Geciteerd 2: Ik zag de bewakers en de gruwelijke dingen die ze deden. Ze waren gehersenspoeld. Zíj waren schuldig, ik niet. Ik koos ervoor om medelijden met ze te voelen. Ik begon zelfs voor hen te bidden. Ik dacht: jullie zijn de ware gevangenen. Ik ben onschuldig en vrij. Die bewakers zouden de wrede dingen die ze deden de rest van hun leven als schuldigen met zich mee moeten dragen.”

Geciteerd 3: Noemt u zich daarom ook geen slachtoffer? “Slachtofferschap is nooit je identiteit. Kijk, de wereld is niet zoals we zouden willen. Er staat nergens geschreven dat het leven makkelijk is. Je hebt geen enkele garantie of zekerheid. Maar er is altijd een keuze, een mogelijkheid…

Geciteerd 4: (…) Maar niet geuite emoties blijven in je lichaam zitten en maken je ziek. Ze leiden tot depressie. Het tegenovergestelde daarvan noem ik expressie. Medicijnen lossen niets op. Je kunt niet helen wat je niet hebt doorvoeld. Het is oké om boos te zijn. God vindt het niet erg. We moeten door die vallei van schaduw, maar er niet in blijven hangen.” (1)

Opgemerkt: Haar woorden stemmen sterk overeen (al is er ook verschil, zie slotcitaat) met de raad die Betsie, de zus van Corrie ten Boom, Corrie gaf toen ze samen in het kamp leden onder de terreur van kampbewakers en het kampleven, wat uiteindelijk leidde tot de dood van Betsie. Wat waren Betsie en Corrie blij dat ze een Bijbeltje het kamp in hadden weten te smokkelen: ‘Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.‘ (Psalm 23 : 5*

Geciteerd tot slot: Het is niet narcistisch om goed voor jezelf te zijn. En wees voor je geluk nooit afhankelijk van een ander. Want degene die écht je hele leven bij je is, ben je zelf. Soms vertellen vrouwen in mijn praktijk me dat ze een man nodig hebben. Dan antwoord ik dat als ik een man was, ik hard van hen zou weglopen. Want de onrust die ze hierover voelen, klopt niet. Wat wil je vinden in een man, vraag ik. Maak eens een lijstje. Vervolgens adviseer ik ze: ‘Zorg er nu voor dat je zélf die persoon wordt’. (1) Wil je een betrouwbaar en verantwoordelijk iemand? Praktiseer dat dan zelf elke dag. Zo word je zelf de persoon naar wie je verlangt. Op die manier trek je aan wat je zoekt. Vind ‘de ware’, in jezelf. (1) God heeft maar één persoon gemaakt zoals jij. Je bent uniek. Er komt nooit meer iemand zoals jij.

(1) In Psalm 23 lezen we ‘Uw stok en Uw staf die vertroosten mij* en Jezus zegt ‘Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt‘ – met en door eigen zonden en die van anderen! Onze Heer nodigt ons uit om Hem (aanhoudend) te zoeken en te vinden! En dat doen we niet in ons eentje en voor onszelf alleen!
* Zie blog:Uw stok en uw staf, die vertroosten mij…

Bron citaat: Happinez (via Blendle) – ‘Je kunt niet helen wat je niet doorvoeld hebt’ – door Ulika Marijn

Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden;
klopt, en u zal opengedaan worden.‘ (Matteüs 7 : 7)

Bron afbeelding:  Bible Lock Screens – Tumblr

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

‘Iedereen kan zich Erasmus toe-eigenen’…

Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woorden niet kunt aanhoren. Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen. Maar Mij gelooft u niet, want Ik spreek de waarheid. (…) Als Ik de waarheid spreek, waarom gelooft u me dan niet? Wie van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert niet, omdat u niet van God bent.‘ (Jezus tegen de toenmalige ‘kerkelijke machthebbers’ van/in Israël in Johannes 8 de verzen 43-47)

Het verdriet van de schrijfster en dat van Erasmus…

Geciteerd 1: Het humanisme van het Humanistisch Verbond is iets heel anders dan het humanisme van Erasmus. Dat laatste had te maken met een scholingsideaal, geënt op de klassieke oudheid. Er is een soort Babylonische spraakverwarring ontstaan. Iedereen kan zich Erasmus toe-eigenen; het is maar net waarnaar je op zoek bent.”

Geciteerd 2: In mijn familiegeschiedenis heeft geloof mensen uit elkaar verdreven. Misschien spreekt Erasmus me daarom zo aan. Geloof is er om troost te bieden. Dat heeft iedereen nodig, ook ongelovigen. Ik beschouw mijn onderzoek naar Erasmus, die rationeel en verdraagzaam was, als een handreiking voor de moderne mens.”

Geciteerd 3: Erasmus vond het in ieder geval problematisch dat Luther en diens volgelingen de „ware waarheid”, zoals ze dat noemden, opeisten. Hij ging zelf op een veel rationelere manier met de Bijbel om. En dan de ruzies die de hervormers over geloofsartikelen maakten. (a) Dat deed Erasmus verdriet. Hij hield van discussie, maar zocht ook altijd naar verbinding.”

Verbinding zoeken‘…

Opgemerkt 1: Je kunt/moet toch vaststellen dat ook Maarten Luther universitair geschoold was in het voeren van discussie en dat ook hij altijd weer naar verbinding zocht ondanks zijn somstijds felle polemiek (b). Graag wil ik de lezer verwijzen naar het hoofdstuk ‘Leven tussen God en duivel’ uit het vrijwel gelijknamige boek van Heiko A. Oberman en waarvan hieronder drie citaten uit dit hoofdstuk:

Met blindheid geslagen‘…

Geciteerd 4: Zijn stellingen tegen de aflaathandel waren nog maar nauwelijks onder het brede publiek bekend geworden of zijn tegenstanders in Duitsland en Rome hadden zijn academische (!) interpellatie over het gevaar van misleiding door aflaten die te koop waren, reeds als ketterij veroordeeld. Zij gebruikten daarbij argumenten die zo overduidelijk in tegenspraak waren met de Schrift en het geloof in Jezus Christus, dat slechts één interpretatie mogelijk was: De ketterjagers zijn met blindheid geslagen en verhard tegen het Woord van God. Ook zij worden blijkbaar door iets of iemand gedreven en in een bepaalde richting gestuurd.

geestelijke moord‘…

Geciteerd 5: In deze openlijk gepropageerde ontmaskering lag de doorbraak naar de Reformatie. Dat is niet het middeleeuwse parool van ‘God wil het’ – ‘deus vult’, maar ‘God doet het’ – ‘deus facit’. Luthers onthulling van het misbruik dat de curie maakte van de macht en van de Schrift kon net zo min onderdrukt en ongedaan gemaakt worden als de ontdekking van een Columbus daarvoor of een Copernicus daarna. Want zwijgen tegen beter weten in zou geestelijke moord geweest zijn op alle gelovigen die teleurgesteld werden in hun vertrouwen op het gezag van de kerkelijke top, dat hen eeuwenlang was aangeleerd.

Meegesleept‘…

Geciteerd 6: Latere generaties hebben met voorliefde gesproken over ‘leiding’ en over ‘de voorzienigheid Gods’. Luther heeft echter een voorkeur voor een uitdrukking die afkomstig is uit mystieke ervaringen: ‘Ik werd meegesleept’. Daarmee werd niet zozeer de leiding van de verre, almachtige God tot uitdrukking gebracht als veeleer het ingrijpen van de nabije, overmachtige God. Aan de kant van de mens gaat het niet om speelruimte die er bestaat voor het eigen verstand en de eigen verantwoordelijkheid, maar om de ervaring te handelen door de werking van de overweldigende macht van God…

Opgemerkt 2: Dietrich Bonhoeffer heeft n.a.v. het Bijbelboek Jeremia getoond een vergelijkbaar verhaal te willen vertellen, zie de inhoud van deze blog: ‘Profeten hun roeping en hun lijden‘.

(a) Zie deze ‘verbinding zoekende’ brief over het Avondmaal van Luther.
(b) De Ausburgse-confessie, dat was een ‘verbinding zoekend’ geschrift en geen doorwrocht stuk belijden om het ‘eigen gelijk’ van ‘Luther of de reformatie’ eens en voorgoed vast te leggen!

Geciteerd:De Confessio was gematigd van toon, daar Melanchton en Maarten Luther hoopten op een verzoening met de Rooms-Katholieke Kerk. “En daarbij is niets gezegd of samengevat om ook maar iemand te beschadigen. Slechts datgene is vermeld wat blijkbaar noodzakelijkerwijs gezegd moet worden, opdat men zou kunnen begrijpen dat in onze leer of ceremoniën niets is aangenomen wat tegen de Schrift of de katholieke kerk ingaat”, zegt het nawoord. Enig systeem zat er in de behandeling niet. Vooraf gaat een praefatio ad Caesarem Carolem V (voorwoord aan keizer Karel V) en aan het einde vindt men een epilogus met de ondertekening van de Evangelische vorsten en stenden.”
(Bron: christipedia-miraheze-org/wiki/Augsburgse_confessie)

Bron citaten 1-3: RD Cultuur & Boeken – ‘Erasmus, een dwarse denker* – artikel van Maarten Stolk
Bron citaat 4-7:  ‘Luther – Mens tussen God en duivel‘ – door Heiko A. Oberman (bij leven hoogleraar kerkgeschiedenis)

* Boekgegevens: Erasmus. Dwarsdenker, Sandra Langereis; uitg. De Bezige Bij, 784 blz.; € 39,99

Bron afbeelding: DeviantArt

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Wetenschap | Plaats een reactie

(On)voorbeeldig pastoraat…

Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in Zijn dood? We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als we delen in Zijn dood, zullen we ook delen in Zijn opstanding.‘ (Uit Romeinen 6 de verzen 2-5)

En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, Die voor hen gestorven en opgewekt is.‘ (2 Korintiërs 5 : 15)

Geciteerd: Deze lieflijke, zoete prediking zal je niet helpen als je zegt: ‘Christus is voor zondaars gestorven en opgestaan en daarom hoop ik ook voor mij.’ Ja, op zich klopt dit wel. Maar als je nog steeds in je oude huid wilt blijven en deze prediking alleen als een deksel gebruikt voor je schandelijke gierigheid, dan staat hier geschreven: ‘Neem deze troost maar niet aan. Want hoewel Hij voor iedereen is gestorven en opgestaan, daarom is Hij nog niet voor jou opgestaan. Want jij hebt deze opstanding nog niet in geloof aangenomen. Je hebt de rook wel gezien, maar het vuur nog niet gevoeld (…).’

Zo moet u uzelf ook zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. Stel u niet langer in dienst van de zonde als een werktuig van onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan (zie) uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig van de gerechtigheid. De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade.‘ (Uit Romeinen 6 de verzen 11-14)

Opgemerkt 1: In de citaten uit het zesde hoofdstuk van de brief van de Romeinen vinden we dooponderwijs geschreven aan een gedoopte gemeente. Het is ‘zuigelingenonderwijs’, in de Hebreeënbrief lezen we ‘We moeten de eerste beginselen van de leer over Christus hier toch maar laten rusten en ons richten op wat voor volwassenen bedoeld is. We willen niet nog eens het fundament leggen en spreken over het zich afkeren van daden die tot de dood leiden, over het geloof in God, de leer over het dopen en de handoplegging, en over de opstanding van de doden en het laatste oordeel…’ (Uit Hebreeën 6 de verzen 1-3)

Opgemerkt 2: Vergelijk dit pastorale onderwijs van de apostel Paulus nu eens met het ‘pastoraat’ in dit citaat van Luther. Zouden wij dit ‘pastoraat’ van Luther zo willen overnemen? Ik hoop toch van niet!*

* NB. De moeite die ik heb met Luthers manier van zeggen hier, dat is toch vooral dat mensen er verkeerd gebruik van kunnen maken. Wanneer gedoopte mensen hardnekkig blijven vasthouden aan bepaalde zonden  of een verkeerde levensstijl, kunnen we toch beter maar gebruik maken van meer ‘Bijbelse woorden’ (manier van zeggen) zoals we die vinden in het onderwijs van de apostelen en m.n. ook de apostel Paulus. Lees de ernstige vermaningen zoals we die vinden in de brief aan de Hebreeën (zie de Leestips hieronder).

Leestips: Romeinen 6, 2 Korintiërs 5 : 11 t/m 7 : 1 en Hebreeën 4 : 14 t/m 6 : 20)

Bron citaat: checkluther-com – Meditatie 2 maart 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding:  NewCREEations

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Over ‘werkverbond’ en ‘gehoorzaamheid’ in het paradijs…

Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’ (Uit Matteüs 22 de verzen 36 -40)

Geciteerd: De studie van Belcher is een monografie, geschreven door een oudtestamenticus. Belcher neemt zijn uitgangspunt in de verwoording van de Westminster Confessie, die uitgaat van twee verbonden in de heilsgeschiedenis, het werkverbond en het genadeverbond. Het werkverbond, dat de mogelijkheid van leven bood als beloning voor gehoorzaamheid, is onvervulbaar geworden vanwege de ongehoorzaamheid van Adam.

Opgemerkt: Wanneer er werkelijk sprake zou zijn geweest van een werkverbond tussen God en Adam, dan was God daarover natuurlijk ook duidelijk geweest en had Hij gezegd: Ik heb jou/jullie (de mens, zie Genesis 1 de verzen 26-31) de opdracht gegeven om vruchtbaar te zijn en om te heersen over de schepselen hier op aarde, maar wanneer jullie het er van nemen hier en die opdracht van Mij niet vervullen, dan zal Ik… Maar we horen niets daarvan bij Gods opdracht aan de mens! God plant voor de mens een tuin om die te bewerken en daarover te waken, maar die boom van de kennis van goed en kwaad wordt helemaal niet in verband gebracht met het gehoorzaam bewerken en bewaren van die tuin. God wijst daar maar één boom aan waarvan niet gegeten mag worden, zonder aan te geven waarom dat niet mag. Alleen de consequentie van dat wél ervan eten wordt genoemd. Zo moest het geloof (=het liefhebbend vertrouwen geven aan God en Zijn Woord) van de mens tot uiting komen in het paradijs. Ook daar werd geloof gevraagd van de mens zonder dat dit in verband werd gebracht met gehoorzaamheid aan een werkopdracht!

De liefde (het geloofsvertrouwen!) – niet de gehoorzaamheid in het kader van een of meer opdrachten ‘opgetekend’ in een overeengekomen of opgelegd ‘werkverbond’! – moest de toon zetten in het samenleven van de mens voor Gods aangezicht! De mens faalde in het geloofsvertrouwen in het paradijs! De mens gaf z’n vertrouwen aan het schepsel (de slang) en aan zijn eigen inzicht en capaciteiten (ook schepsel!). En dat is sindsdien niet anders geworden bij de latere afstammelingen van Adam: ‘ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede.‘ (1 Korintiërs 15 : 48).
Waar de liefde (het geloofsvertrouwen) niet is daar kan geen sprake zijn van een eeuwig samenleven met God.
Wat is daarom de enige conclusie die we kunnen trekken uit het verhaal van de paradijstuin en de val van de mens? Dat is dat alles van Gods kant moet komen! Ook de liefde tot Hem moet Hij ons schenken! En zonder die liefde wordt het niets, dus ook van de (cultuur)opdracht die de mens van God kreeg in de paradijstuin voor deze wereld viel geen goed resultaat (meer) te verwachten.

Slot: Het gaat dus om geloof en dat had en heeft nog altijd alles te maken met liefhebben en nu horen we: ‘Het Woord is (ons) vlees geworden‘… ‘Want alzo lief had God de wereld‘… en God liet ons horen: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde’ en ‘Luister naar Hem!‘ (Zie Matteüs 3 de verzen 16-17 en Marcus 9 de verzen 2-8).

> Leestip: 1 Korintiërs 15 : 35-58 – onontbeerlijk voor een goed begrijpen en uitleggen van de eerste hoofdstukken van Genesis (zondeval en de doodslag van Kaïn).

Zie evt. ook nog:  ‘Wat je zegt ben je zelf…

Bron citaat: RD Cultuur & boeken – ‘Belanghebbende internationale studies over verbond‘ – door Dr. M. Klaassen

NB.  In het deel Genesis Exodus van ‘De Voorzeide Leer‘ van ds. C. Vonk valt meer te lezen over het werkverbond in paragraaf  6 ‘Opstand’:  ‘7. Een bladzijde uit onze vaderlandse geschiedenis over het zogenaamde werkverbond. ‘

Al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets.‘ (…) ‘En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.‘ (Uit 1 Korintiërs 13 de verzen 2 en 13)

Bron afbeeldingThePreachersWord

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

De heerschappij van onze theologische opvattingen…

(Weder)vraag van Jezus aan de hogepriesters en oudsten: ‘De doop van Johannes, vanwaar was die, uit de hemel of uit de mensen? En zij overlegden met elkaar, en zeiden: Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd?‘ (Uit Matteüs 21 vers 25)

Geciteerd 1:Zo dikwijls dus de heilige Doop in het midden der gemeente bediend wordt, hebt ge te verstaan, dat op hetzelfde ogenblik waarop de dienaar het water van de Doop toedient, Uw Middelaar en Heiland van de hemel, waar Hij aan de rechterhand van God verhoogd is, een genadewerking werkt in de ziel van het kind of de persoon, die gedoopt wordt…”. Dr. A. Kuyper, E Voto, II, 543.
Mede op basis van dit citaat wordt de doopleer van Kuyper wel de ‘veronderstelde wedergeboorte’ genoemd. Anders gezegd, je kunt er van uitgaan dat het kind wedergeboren is, tenzij later het tegendeel blijkt.

Opgemerkt 1: Het is niet Kuyper zelf die het woord/begrip ‘veronderstelde werking/wedergeboorte’ heeft gebruikt en ingevoerd bij (of later n.a.v.) zijn woorden over de Doop. Ik neem aan dat hij zelfs verbaasd zou zijn geweest dit te hebben moeten horen, want hij zal de geciteerde woorden als een belijden van een vaststaande waarheid hebben bedoeld en opgeschreven. Toch is wat Kuyper met deze woorden belijdt zó niet naar de Schrift!

Geciteerd 2: Zelf ben ik juist opgegroeid met het tegenovergestelde uitgangspunt. Daarbij veronderstelt men dat het kind niet is wedergeboren, tenzij op latere leeftijd het tegendeel blijkt (Kersten).
Ook ligt Kuypers opvatting in lijn met de Dordtse leerregels (paragraaf 17), waarin wordt gesteld dat “de godzalige ouders niet twijfelen aan de verkiezing en zaligheid hunner kinderen, welke God in hun kindsheid uit dit leven wegneemt”.
Blijkbaar gaan de katholieke en orthodoxe kerken ook uit van een ‘veronderstelde wedergeboorte’; zij kennen namelijk de ‘nooddoop’. Afgelopen jaar is deze religieuze handeling in het kader van de 1,5 meterregel weer geactualiseerd door de Nederlandse Katholieke bisschoppen: “Ouders mogen in geval van nood, na overleg met de pastoor, zelf hun kind dopen.”

Opgemerkt 2: Je zou toch wensen dat alle kinderen van “godzalige ouders” reeds in hun “kindsheid” zouden worden weggenomen, dan viel er tenminste niks te twijfelen over verkiezing en zaligheid van hun/onze kinderen! Zet ons mensenleven eens af tegen de eeuwige rampzaligheid… Of gaat het hierbij ook weer over een ‘veronderstelde zaligheid”, waarbij de ouders niet mogen twijfelen, alleen de theologen die het zo hebben opgeschreven in de DL doen dat natuurlijk wel, maar die hielden de ouders graag opvattingen voor met ‘een groot pastoraal gehalte’… (zie ook hierna).

Geciteerd 3: Toen Kuyper zijn catechismusuitleg schreef, stierven in Nederland 170 van de 1.000 geboren kinderen vóór hun eerste levensjaar (CBS). In dit licht bezien getuigt Kuypers opvatting van een groot pastoraal gehalte. De vraag is of in deze tijd van lage zuigelingensterfte (3,6 per 1.000) en een grote mate van secularisatie het model van Kersten niet beter past bij een vitale kerk.*

Opgemerkt 3: God scheept theologen nu eenmaal op met (allerlei) onzekerheid over de verkiezing en het eeuwig heil (wedergeboorte) van de gewone leden en hun kinderen binnen de gemeente van onze (?) Heer Jezus Christus, maar daarom willen de theologen die gewone leden daarmee nog niet opzadelen. Aan de gemeente geven ze dan toch liever maar wat eigen opvattingen door, opvattingen die van meer pastorale bewogenheid getuigen dan zoals die blijkbaar bij God Zelf (niet) te vinden is…

Opgemerkt slot: In de column worden ook woorden uit het klassieke doopformulier aangehaald en we lezen ‘er wordt gesteld dat door de doop in de Naam van de Vader “Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht, ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt”, etc.
In de eerste plaats blijkt uit die geciteerde woorden dat er niets ‘veronderstelt’ wordt, alleen beleden wat – volgens de opstellers van het formulier – naar Gods Woord is. Beter dan te zeggen ‘dóór de doop’ (in de betekenis van: door of bij het gieten van het water en het spreken van de doopwoorden) is het om te zeggen (bij de woorden van het formulier te bedenken) dat we belijden bij de doop en door de doop dat de kinderen, die geboren zijn/worden in de gemeente van Jezus Christus, God de Vader ook hen (voor of bij hun verwekking al) als erfgenamen van het eeuwige leven heeft opgenomen in het verbond der genade.
Het voert te ver om hier nu ook nog weer de Bijbelse argumenten aan te voeren als bewijs voor de Bijbelse waarheid van dit belijden bij de doop van onze kinderen in de gemeente. Het is wel bedroevend dat na zoveel eeuwen christendom de doop van kinderen nog altijd gezien wordt als iets waar iedere theoloog zo zijn opvattingen over kan hebben en wel omdat Gods Woord daar niet (helemaal) duidelijk over zou zijn. Het is een grote (zo niet grootste) bron van verwarring, onenigheid en opsplitsingen in de gemeenten en kerken geweest en nog!

* Gelukkig heeft het klassieke doopformulier ons niet opgescheept met dat vraagstuk (wat dan wel een ‘vitale kerk’ genoemd mag/kan worden)

NB. Er komt nog een vervolg over het genadiger ‘Veronderstelde wedergeboorte model’ versus het ongenadige ‘model van Kersten’, alhoewel beiden onBijbels zijn!

Zie ook deze blog: ‘Veronderstelling noch bevinding!

Bron citaat: Sophie (Special Abraham Kuyper, febr. 2021) – ‘Veronderstelde wedergeboorte’ – door Pieter de Boer

Ik zeg jullie: van allen die geboren zijn uit vrouwen is niemand groter dan Johannes, maar in het koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij.
Alle mensen die dit hoorden, ook de tollenaars, brachten hulde aan God en Zijn gerechtigheid: zij hadden zich immers door Johannes laten dopen. Maar de Farizeeërs en Schriftgeleerden verwierpen het plan van God: zij hadden zich immers niet door hem laten dopen.‘ (Uit Lukas 7 : 18-33 de verzen 28-30)
Opgemerkt: Jezus zei tegen Nicodemus: “Waarachtig ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan (‘zien‘ in vers 3), tenzij hij geboren wordt uit water en Geest. (Uit Johannes 3 vers 5)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

De Waarheid, Dié bevrijdt!

De waarheid zal u vrijmaken”, Johannes 8 vers 32.

Meest revolutionaire Woord…

De waarheid zal u vrijmaken. Dit is misschien wel het meest revolutionaire woord uit het hele Nieuwe Testament. Het wordt niet door de massa begrepen, maar alleen door iemand die revolutionair denkt en vooruitstrevend is. Het is daarom een heel exclusief woord. Voor de meesten blijft het een geheim of men maakt er een frase van. En dat is nog het gevaarlijkst. Want de frase stompt het revolutionaire af.

Dat (wij) blinden ziende mogen worden!
(zie Johannes 9)

De waarheid is in ons menselijk leven altijd een vreemde eend in de bijt. Maar we weten ook hoe het is als ons ineens de waarheid wordt gezegd. Toch is waarheid niet altijd de echte waarheid. Echte waarheid onderscheidt zich van iedere bombastische en nietszeggende waarheid door iets heel bepaalds voor ogen te hebben, dat er iets in werking wordt gezet, dat mensen worden verlost en vrijgemaakt.

Dat mensen de ogen worden geopend en dat zij zien dat zij tot nog toe in de leugen, de angst en de onvrijheid hebben geleefd, en dat de waarheid wordt teruggegeven. De Bijbel is hierover heel stellig: de mens leeft in slavernij en in de leugen; alleen de waarheid, die van God komt, maakt de mens vrij. Het is tegenwoordig (…) heel gemakkelijk te spreken over vrijheid.

Het is echter heel moeilijk om zó over vrijheid te spreken, zoals de Bijbel het doet. ‘De waarheid zal u vrijmaken’, is bepaald geen populaire zegswijze. Onze inzet, onze kracht, onze moed, ons ras, onze zeden; kortom: wij zullen onszelf vrijmaken! Dat is helder en populair geformuleerd. Maar wat moeten we met een woord als ‘waarheid’ in deze samenhang? Het woord ‘waarheid’ is impopulair geworden. Want wij voelen aan dat dit woord iets tegen ons heeft. (Zie Johannes 9 : 40-41)

Bang voor de waarheid?

(…) Wij zijn bang voor de waarheid. (1) Deze angst gaat in feite terug op een angst voor God. God is de waarheid en niemand anders. Wij zijn bang dat Hij ons plotseling met de (echte) waarheid confronteert en onze leugen aan het licht brengt. De waarheid is een macht die ons ieder moment kan vernietigen. Ze is niet de heldere hemel van begrippen en ideeën, maar het zwaard van God, de dreigende bliksem, die vernietigend de nacht verlicht. De waarheid is de levende God Zelf.

De mens wil niet sterven aan zichzelf!

Voor deze waarheid moet de mens sterven. En omdat de mens slim is en dit weet, daarom omhult hij zich met leugens en schijn. Hij wil de waarheid niet zien, want hij wil niet sterven. Daarom moet hij leren steeds beter, steeds geraffineerder, steeds dieper te liegen. Ja, hij moet het zo ver schoppen dat hij het zelf niet eens meer weet dat hij liegt en dat hij zijn eigen leugen voor waarheid houdt. En zover heeft de mens het al geschopt. En omdat hij het zover heeft geschopt, daarom houdt hij alles wat wij hier en nu hebben gezegd, voor overdrijving en onwaarheid.

Natuurlijk, eenieder die oprecht is zal toegeven dat de politieke leugen, de conventionele, de sociale leugen, het leugentje om bestwil een enorme macht over ons heeft. (…) En toch zijn wij het niet eens met de bewering dat er niet alleen veel leugens om ons heen zijn, maar dat wij zelf aartsleugenaars zijn.

En dat houden wij vol totdat God Zelf ons confronteert met de waarheid. En dan gaat het echt niet meer om politieke leugens of leugentjes om bestwil, maar dan gaat het om onszelf, om de manier waarop wij in het leven staan als leugenaar. Dan gaat het er onbarmhartig aan toe. Dan zullen wij worden aangeklaagd en voor de Rechter gesleept. Dan kunnen wij niet meer naar een ander wijzen, nee, dan worden wijzelf aangepakt.

De waarheid gekruisigd!

En dan overkomt ons iets heel merkwaardigs. Dan overkomt ons de waarheid. Ze komt ons tegemoet op een zeldzame manier. Niet in stralende heerlijkheid, maar als een gekruisigde waarheid, als de gekruisigde Christus. En de waarheid richt zich tot ons. Ze vraagt: wie heeft mij, de waarheid, gekruisigd? Maar ze zegt het zelf: dat heb jij gedaan (…). Jij hebt de waarheid van God gehaat. Jij hebt haar gekruisigd en je eigen waarheid gehuldigd. Jij dacht dat jij de waarheid in pacht had en de mensen er een plezier mee deed. Maar jij hebt jezelf tot God verheven. Jij hebt Gods waarheid geroofd. Jij dacht dat de waarheid maakbaar zou zijn, maar je bent op de troon van God gaan zitten en daardoor mislukt. Jij hebt de waarheid gekruisigd.

De broeder of zuster als concurrent!

En als het nog niet duidelijk genoeg is, dan zegt de waarheid: jij leefde in de wereld alsof je alleen bent. Jij vond in jezelf de bron van waarheid, maar die is alleen in God te vinden. Daarom haat je de andere mensen, die dit ook denken. Jij zag je broeder als een concurrent en zag niet in dat jullie allemaal leven van de waarheid van God. Je hebt jezelf uit de gemeenschap met God gestoten en je broeder incluis, en je denkt dat je alleen kunt leven. Jij haat God en je broeder, omdat zij jouw waarheid aan de kaak stelden. Dat was de leugen, daarom ben jij een leugenaar van de bovenste plank.

Slaaf van eigen haat!

Jouw hang alleen te willen zijn, jouw haat is de leugen. Daarom heb jij de waarheid van God gekruisigd. Jij denkt dat je vrij bent als je je losrukt en de waarheid haat. Maar je bent een slaaf geworden. Slaaf van je eigen haat, slaaf van je eigen leugen. De weg tot de waarheid en de vrijheid is voor jou versperd. Want deze weg heeft het kruis en de dood tot doel. Zo spreekt de waarheid tot ons. Haar laatste woord over ons met al onze vermeende waarheden is ‘dood’. Want het is de gekruisigde waarheid, die levend tot ons spreekt. Wie gelooft dit? Vandaag? Morgen? Op de Jongste Dag?

Geen liefde nodig?

Iets heel merkwaardigs is hier gezegd: onze leugen is een leugen tegen God. Wij zijn gekant tegen de werkelijkheid en de waarheid van God, tegen Zijn gemeenschap en genade, tegen Zijn liefde. Onze leugen haat de liefde van God, omdat zij denkt dat ze geen liefde nodig heeft. Het wezen van onze leugen is haat, omdat het wezen van de waarheid van God genade en liefde is. Dan is wel duidelijk dat waarheid en leugen niet zozeer iets zijn wat men zegt, maar ook wat men doet, dat is: waarin men leeft! Wie in de leugen leeft, leeft in haat. Hij komt niet van zichzelf los. Hij is aan banden Hij is zijn slaaf geworden.

Eerste stap…

Dit te erkennen is de eerste stap in de goede richting, het is namelijk de eerste stap om de waarheid van God te erkennen. Wie zichzelf ziet als slaaf van de leugen, de angst en de haat, die is al door God in de waarheid gesteld. Hij ziet in, dat zijn vermeende vrijheid slechts knechtschap is, en zijn vermeende waarheid leugen. Wie dit alles erkent en inziet zal ervan moeten zuchten: ‘Heere, maak mij vrij van mijzelf.’ En dan klinkt tot hem het woord: ‘De waarheid zal u vrijmaken.

Het hangt niet van ons af!

Niet onze werken, onze moed, onze kracht, ons volk, onze waarheid maken ons vrij, maar alleen Gods waarheid. Waarom? Omdat vrij worden niet betekent: groot worden in de wereld, vrij van je broeder, vrij van God, maar vrij van jezelf, van de leugen, alsof alles in de wereld alleen om mijzelf draait, alsof ik alleen op de wereld ben, in het middel punt van de belangstelling sta; vrij van de haat waarmee ik Gods schepping veracht.

Oog krijgen voor de ander!

Gods waarheid zorgt ervoor dat ik oog ga krijgen voor de ander. Zij richt mijn in mijzelf gekeerde blik naar mijn broeder en zuster. En doordat zij dat doet, bewijst zij mij een daad van liefde en schenkt zij mij Gods genade. Zij vernietigt onze leugen en schept in ons waarheid. Zij vernietigt de haat en schept liefde. Gods waarheid is Gods liefde en Gods liefde maakt ons vrij van onszelf voor de ander. Vrij zijn betekent niets anders dan in de liefde leven. En in de liefde leven is niets anders dan in Gods waarheid leven.

De gevaarlijkste Mens/mens…

De mens die liefheeft omdat hij door de waarheid van God is vrijgemaakt, is de meest revolutionaire mens op aarde. Hij is de springstof onder onze maatschappij. Hij is de gevaarlijkste mens. Want hij heeft erkend, dat de mensheid ten diepste is bedrogen. En hij is ieder moment van de dag bereid het licht van de waarheid op haar te laten vallen, omwille van de liefde.

Juist deze storing die door deze mensen in de wereld komt, lokt de haat van de wereld uit. Daarom is de ridder van de waarheid en de liefde niet de held, die de mensen aanbidden en vereren, die geen vijanden heeft, maar degene die uitgestoten is en vogelvrij verklaard en zelfs gedood zal worden. (1, 2) De weg die Gods waarheid in de wereld ging, leidt tot het kruis. En nu weten wij dat alle waarheid die voor God blijft bestaan, bereid moet zijn aan het kruis genageld te worden.

Leven als ‘losgekochte’ slaven!

De gemeente, die Christus volgt, moet hiertoe bereid zijn. Zij zal omwille van de waarheid en de vrijheid door de wereld (2) gehaat worden. Maar ook een volk kan de waarheid en de vrijheid niet vinden als het niet bereid is geoordeeld te worden door de waarheid van God. Ook een volk blijft in de leugen en de slavernij, net zolang tot het alleen van God de waarheid en de vrijheid ontvangt, ja, wíl ontvangen, tot het weet dat de weg van de liefde leidt tot het kruis. Als een volk zich dit realiseert, dan zal het het enige volk zijn dat zich met recht een vrij volk mag noemen, het enige volk dat niet zijn eigen slaaf is, maar een vrije slaaf van de waarheid van God.

Door genade alleen!

Wij allen, een ieder afzonderlijk en als gemeenschap, voelen de drukkende last van onze kettingen. God, wij hunkeren naar vrijheid. Maar, o God, behoed ons ervoor een vals beeld van de vrijheid te scheppen en in de leugen te blijven. Geef ons de vrijheid die ons volledig op U en op Uw genade terugwerpt.

Gebed: Heere, maak ons met Uw waarheid, die onze Heere Jezus Christus is, vrij.
Heere, wij wachten op Uw waarheid. Amen.

(uit: Beter dan het leven van Dietrich Bonhoeffer, Ten Have 2005, p. 81-89)

(1) Zie ook:Ik zal niet bang zijn‘…
(2) Die wereld, dat is ook ‘de wereld’ binnen Gods volk, binnen de gemeente van Jezus Christus zelf! Het is ook ‘de wereld’ in/van ons ‘natuurlijke hart’! (Zie Jezus woorden in Matteüs 15 : 1-20). Werd onze Heer niet gekruisigd door ‘kerk én wereld’?!

Bron: digibron-nl (sectie Bijbelstudie, publicatiedatum 01-07-2011)

Bron afbeelding:  DailyVerses-net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie