‘Leren om met Zijn liefde lief te hebben’…

“Zij zullen opzien naar Hem die zij doorstoken hebben”
(Johannes 19 vers 37)

Geciteerd 1: Zoals eerder vermeld stellen christelijke commentatoren op Zacharia 12 : 10 schijnbaar unaniem dat de Joden aan het einde der dagen hun immense dwaling zullen erkennen, degene die doorboord is (Jezus) omarmen en dan over Hem rouwen. Deze uitleg roept echter een prangende vraag op: waarom zou iemand rouwen om iemand die niet meer dood is. De rouw in Zacharia 12 : 10-14 is voor een overleden persoon, niet voor iemand die 2000 jaar geleden is opgestaan.

Geciteerd 2: Dierbare broeders en zusters! Laten wij opzien naar Christus, die aan het kruis doorboord is! Hij is de meest overweldigende openbaring van Gods liefde, een liefde waarin eros en agape, boven iedere tegenstelling verheven, elkaar verlichten. Aan het kruis bedelt God zelf om de liefde van Zijn schepsel: Hij dorst naar de liefde van ieder van ons. De apostel Thomas heeft in Jezus de “Heer en God” herkend, toen hij zijn hand in de zijdewond had gelegd. Het is niet verrassend dat veel heiligen in het hart van Jezus de meest onroerende uitdrukking van het mysterie van deze liefde zien. Men zou zonder meer kunnen zeggen dat de openbaring van Gods eros ten opzichte van de mens in feite de hoogste uitdrukking van Zijn agape is. Waarlijk, slechts de liefde, waarin de vrije zelfgave en het hartstochtelijke verlangen naar wederkerigheid verenigd zijn, schenkt een roes die het zwaarste offer licht maakt. Jezus heeft gezegd: “Wanneer Ik van de aarde zal zijn omhooggeheven, zal Ik allen tot Mij trekken” (Joh. 12, 32). Het antwoord dat de Heer vol verlangen van ons verwacht is vooral dat wij Zijn liefde aanvaarden en ons naar Hem toe laten trekken. Daarbij is het niet voldoende dat wij Zijn liefde alleen maar aanvaarden. Zulke liefde en zo’n inzet moeten worden doorgegeven aan anderen: Christus “trekt mij tot zich”, om zich met mij te verenigen, opdat ik leer de broeders en zusters met Zijn liefde lief te hebben.

Geciteerd 3: Kijken wij met vertrouwen op naar de doorboorde zijde van Jezus, waaruit “bloed en water” vloeide (Joh. 19, 34). De kerkvaders hebben deze elementen beschouwd als symbolen van het Doopsel en de Eucharistie. Door het water van het Doopsel wordt voor ons, in de kracht van de heilige Geest, de intimiteit van de liefde van de Drie-eenheid ontsloten…

Lees de meditatie (waaruit geciteerd) in z’n geheel: Zij zullen zien op Hem die zij doorstoken hebben

Zie ook: Gepromoveerd tot hemelwezens en Rouw als wanklank op het feest

Bron citaat 1: ‘Niemand “rouwt” voor iemand die uit de dood is opgestaan – door Rabbi Tovia Singer’ – FB-post van Angelique Aila Bat Noach (FB-post ook bron afbeelding)

Bron afbeelding: FB-post

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Rouw als wanklank op het feest?

‘Te dien dage zal de rouwklacht groot zijn te Jeruzalem, zoals de rouwklacht
van Haddad-Rimmon in de vlakte van Megiddo.‘
(Uit Zacharia 12 het 11e vers)

Geciteerd 1: Dit komt wel als donderslag bij heldere hemel! Profeten doen het toch dikwijls wonderlijk en meestal zeggen ze precies het omgekeerde van wat iedereen zou kunnen verwachten. Wat Zacharia nú zegt tenminste, moét een vergissing zijn, zouden we zo denken. Let maar eens op…

Geciteerd 2: Maar nú komt de Pinksterdag – Zacharia ziet die dag in het verlengde liggen van de zwarte dag van de kruisiging. Die Pinksterdag was eigenlijk dé grote dag, die de heilstijd zou inluiden, en zie, op deze feestdag, op deze dag, de roem der dagen, die Israëls God geheiligd heeft, scheuren de rouwklachten de hemel, want: als zij dit hoorden, werden zij verslagen in hun hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: “Wat zullen wij doen, mannenbroeders?“
Was dit geen wanklank op het feest? Nee, het was juist de voorbereiding tót het feest.
De Geest die was uitgestort opende de ogen voor de Christusverwerping, en neigde de harten tot Hem, die door hen en hun leiders was versmaad en verworpen (zie ook Handelingen 3 de verzen 13-19). De verslagen harten werden de vruchtbare akker voor het Evangelie: U komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als de Here onze God er toe roepen zal.

Geciteerd 3: Was het feestuur geboren in Jeruzalem zonder verslagenheid van hart over de versmading van Christus, het zou een oppervlakkige feestroes zijn geweest. De hartelijke vreugde in God door Christus kan alleen bestaan naast het hartelijk leedwezen, dat wij God door onze zonden bedroefd en vertoornd hebben. In het huis van de Vader kan men niet beginnen vrolijk te zijn, als de verloren zoon niet is teruggekeerd met de snik van berouw: ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U. Het stuk van de verlossing en dat van de dankbaarheid zijn volkomen ondenkbaar zonder het stuk van de ellende. Die rouwklacht, waarover de profeet spreekt, is zelfs niet een donker voorportaal waar men eerst doorheen moet, om in de feestzaal te komen. Evenmin als de Catechismus beweert, dat hartelijk leedwezen over de zonde voorwaarde tót bekering is, maar een integrerend bestanddeel ervan. Paulus, die jubelt over zijn verlossing, klaagt tegelijk: ik ellendig mens. Bedroefd maar altijd blij. Blij en altijd bedroefd.

Geciteerd 4: Bij het licht van het Nieuwe Testament zien we, dat de gelovige ook in andere opzichten Christus-gelijkvormig worden en zijn, althans behoren te worden en zijn. Overal klinkt dit ons tegen: dit gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus was. In zachtmoedigheid. In vergevingsgezindheid. In lijdzaamheid. In gehoorzaamheid. Hier krijgen we een antwoord, hoe de levenshouding van de christen moet zijn in deze wereld. Vooral in moeilijke tijden! Als hemelwezens! (…) Zijn wandel is in de hemel, maar ook op de aarde. (…) Vergelijkbaar met Mozes,, die van de berg afdaalde naar de vlakte, maar dan zó dat zijn aangezicht straalde, en hij om zo te zeggen een brok hemel met zich meenam naar de aarde.

Zie ook: ‘Gepromoveerd tot “hemelwezens”‘ en ‘Leren om met Zijn liefde lief te hebben‘

Bron citaten: Boek – ‘De twee getuigen (Haggaï en Zacharia)’ – door ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Bron afbeelding: Bible For You

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gepromoveerd tot ‘hemelwezens’…

‘Die van Davids huis zullen zijn als hemelwezens.‘
(Zacharia 12 vers 8m )

Geciteerd 1: Zacharia ziet voor Gods volk een moeilijke tijd. Hij zegt dat zonder omwegen: “al de volken zullen zich tegen haar (Jeruzalem) verzamelen (Zacharia 12 vers 3b). Dit is in ronde woorden gezegd, wat even tevoren in beeldspraak heette: “Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal van bedwelming voor al de volken in het rond.” (vers 2).

Geciteerd 2: Men mag deze woorden niet beperken tot het Oude Testament en de grijze historie. Wat voor Jeruzalem gold, geldt evenzeer voor de kerk van heden, en zal al meer werkelijkheid worden naarmate wij opschuiven naar het eind der eeuwen. De profetie van Zacharia lijkt een zwak voorspel van de eschatologische rede van Jezus. Als wij de oude profeet horen zeggen: “al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen“, dan heeft dat een merkwaardige overeenkomst met met het woord van onze Heiland: gij zult gehaat worden door alle volken.

Geciteerd 3: Het karakter van de oorlogen zal zich dus hoe langer hoe meer wijzigen. Niet meer oorlog van volk tegen volk, maar een van alle volken tegen de Kerk. Het oorlogsdoel zal straks niet meer zijn het bevredigen van territoriale wensen en de beëindiging van een bepaald regime, maar zeer bepaald de vernietiging van de Kerk. En in die oorlog blijft niemand neutraal. Jullie zullen gehaat worden door alle volken. Dat is zo onbegrensd mogelijk. (…) We worden door Jezus opgeroepen om op de tekenen der tijden te letten.

Geciteerd 4: Wel moeten we daarbij oppassen om te zeggen: het is hier of het is daar. (…) Of de huidige volkerenbeweging de uiteindelijke vervulling is van Zacharia’s profetie, weten we niet met zekerheid. Dat ze er een voorafschaduwing van is, dat is zeker.

Geciteerd 5: “En Jeruzalem zal blijvend bewaard worden op haar plaats te Jeruzalem“. Deze uitkomst is stellig niet te danken aan de kracht van de verdedigers. Dát zijn maar zwakke mensen. Die verdedigers hebben integendeel erkend: onze kracht ligt niet in paarden of wagens, maar in de Heer van de hemelse legermachten.

Geciteerd 6: God zou hén beschermen, dát wisten ze, want de profeet had beloofd: “te dien dage zal de Here de inwoners van Jeruzalem als een schild beschutten.” (vers 8a). Maar deze wetenschap leidde niet tot werkeloosheid of lijdelijkheid, maar integendeel tot verhoogde krachtsinspanning. God schakelt zijn kinderen niet uit maar in. Hij legt de handen op hun boog. Hij promoveert ze tot medearbeiders en medestrijders. Elke strijder zou moedig worden als een jonge leeuw. Zacharia zegt het nog sterker: Die van het huis van David zullen zijn als hemelwezens. (…) Er komt door het geloof iets bovenaards in zwakke mensen. Zij worden onoverwinnelijk.

Geciteerd 7: Als Zacharia het daarbij niet laat, maar er aan toevoegt: “die van het huis van David zullen zijn als de Engel des Heren voor hen uit“, dan heeft hij in de verte Christus Zelf gezien. De Kerk is onoverwinnelijk omdat Christus haar Koning is, Die de macht van de satan en wereld heeft verbroken. En wat Zacharia hier van het huis van David, d.i. van de Kerk, profeteert, kan zonder veel omhaal van woorden aldus worden verklaard: dat de gelovigen uit Christus al hun kracht zullen putten, en met Zijn mogendheid zullen worden aangedaan en het is daaraan allen te danken, dat de Kerk toekomst zal hebben.

Zie ook: Rouw als wanklank op het feest en Leren om met Zijn liefde lief te hebben.

Bron citaten: Boek – De twee getuigen – Haggaï en Zacharia’ – door ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Bron afbeelding: Scripture Images

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De draak en zijn beesten

‘Toen zag ik een tweede beest, dat opkwam uit de aarde. Het had twee horens als van een lam, en het sprak als een draak.‘ (Uit Openbaring 13 vers 11)

Geciteerd 1: Of wij nu lezen (bijvoorbeeld met de Statenvertaling): ‘Ik stond op het zand der zee’, of (met de NBG): ‘hij (de draak) bleef staan op het zand der zee’, maakt niet veel uit. Duidelijk is dat alles wat Johannes verder te zien krijgt in dit visioen, te maken heeft met ‘die draak achter de vrouw’. Of, anders gezegd, aan Johannes en aan de zeven gemeenten, dus heel de christelijke Kerk, wordt meteen getoond, hoe de draak de vrouw vervolgd.
In 9 vers 1 zagen wij een demonenleger uit de ‘afgrond’ komen om degenen te treffen, die niet verzegeld waren. Nu ziet Johannes, dat satan de mensenwereld zelf mobiliseert tégen de vrouw, want ‘de zee’ in dit visioen blijkt de volkerenwereld te zijn (zie 7 vers 15). Dat is in het Oude Testament ook dikwijls zo. In Psalm 65 zien wij het bruisen van de golven nader aangeduid als het rumoer van de natiën. Aan Psalm 93 de veren 3-4 ligt dezelfde gedachte ten grondslag. Zie ook Jesaja 17 de verzen 12-13: ‘vele volken, die rumoer maken als rumoerige zeeën en een gebruis van volken, die bruisen, zoals geweldige wateren bruisen…’. Uit die ‘zee’ ziet Johannes een monster opkomen, dat herinnering oproept aan het visioen van Daniël (7). Daniël zag vier dieren, het ene na het andere, Johannes ziet er één. Maar dat ene vertoont de trekken van de vier. Uiteraard ziet hij eerst de horens en dan de koppen boven water komen. Tien horens. Horen zijn zinnebeelden van kracht en geweld en het getal ‘tien’ wijst op koningschap, heerschappij. De horens zijn voorzien van ‘kronen'(diademen, banden) die kentekenen zijn van vorstelijke waardigheid. In het ‘beest’ hebben wij te doen met ‘overheden’.

Geciteerd 2: In Openbaring 12 en 13 wordt de werking van de draak zichtbaar gemaakt. En wat hem betreft wordt de hele schepping van God ontadeld. Dus ook de overheden. In plaats van ‘dienaressen van God’ worden zij ‘dienaressen van de boze’.
Dat wordt nu voorgesteld in een ‘beest’. Dat betekent niet, dat het gaat over één wereldmacht of over één persoon – het beest is het collectief voor alle goddeloze wereldmachten! Zij zijn verschillend in kracht en plaats en tijd, maar één in vijandschap tegen God en Zijn volk.

Geciteerd 3: Dat ‘beest’ schijnt namelijk onsterfelijk. Dat wordt voorgesteld door het dodelijk gewond worden van één van zijn koppen. Tot verbazing van alle wereldbewoners geneest die dodelijke wond.
Hier wordt zeker allereerst de broosheid van de wereldmachten voorgetseld. In de oudheid waren er de grootmachten: Assur, babel, Egypte , maar zij gingen onder. Echter in de plaats van dié machten kwamen er andere. Dat zal zo blijven doorgaan tot de jongste dag. Daarom moet de Gemeente maar niet te vroeg juichen wanneer een brute vijandige wereldmacht instort. Het ‘beest’ is niet dood. Het vertoont zich nu hier, dan daar, nu eens zus en dan weer anders – het blijkt telkens nog springlevend. En let nu op: de gehele aarde gaat met verbazing het ‘beest’ achterna. Ook dat wordt uitdrukkelijk getoond. Om te onthouden.

Geciteerd 4: Het is waar, dat het Lam is geslacht op Golgotha, in het jaar 33, volgens onze tijdrekening, maar in de bediening van de verzoening, waarvan het Lam inhoud en middelpunt was, werd reeds bij het begin van Israëls volksbestaan in het Horeb-verbond sacramenteel gegeven. Wie aan de verzoening door het bloed van het Lam geen deel heeft, kán niet anders dan het beeld aanbidden; is tot dit oordeel reeds lang tevoren opgeschreven, zegt Judas in zijn brief, vers 4.
Dat wordt niet zonder reden zó gezegd. Dit moet Gods volk ter harte nemen. Evenals in de zeven brieven (hfdst. 2 en 3) wordt gezegd: ‘Wie (ook maar) een oor heeft, moet horen!’

Geciteerd 5: Bij wat Johannes moest zien en zeggen over het meegesleept worden van de massa door het ‘beest’, zodat zij zelfs tot aanbidding ervan komt, moesten wij al zeggen: hoe bestaat het? Zo lief zijn zulke beestachtige overheden toch niet!
Op die vraag krijgt Johannes het antwoord in het vervolg van het visioen. Johannes ziet namelijk niet alleen ‘uit de zee’ een dier opkomen, dat vreselijke monster, maar ook ‘uit de aarde’. Het is, om te zien, niet zo’n monster als het eerste, maar het is toch ook een ‘beest’. Pas later (in 19 vers 20 en 20 vers 10) wordt het eerste ‘het beest’ genoemd en het tweede ‘de valse profeet’. Dat hier ook sprake is van een ‘beest’ wijst erop, dat wij nu ook te maken hebben met een satansinstrument.
Stelde de ‘zee’ het rumoer van de volken voor, de beroering van de naties in hun politieke en militaire botsingen, de ‘aarde’ of wel het ‘land’ duidt op de oorsprong en woonplaats van de mensen. Dat ‘aarde’ en dat menselijke krijgen in dit stuk bijzondere nadruk. Straks loop het uit op het ‘getal van een mens’. De mens is ‘uit de aarde’. En sinds de zondeval is hij in al zijn acties aardsgezind, op de aarde gericht en door het aardse beheerst.

Geciteerd 6: Het visioen toont ook aan, dat heel dat optreden met tekenen ten doel heeft, de mensen op aarde afvallig te maken en te doen knielen voor het het eerste beest en voor het beeld. (…) Stelt nu dat eerste ‘beest’ het collectief voor van de Gode vijandige wereldmachten, dan zal dit ‘beeld’ de gestalte zijn, waarin die bewonderde machten zichtbaar worden, een rijk, een staatsvorm, een dictatuur, waarvoor de mensheid op de knieën gaat, ja door de verdwaasde massa zelf gevormd wordt.
Aan dat ‘beeld’ mag de ‘valse profeet’ een geest geven, zodat het kan spreken. Hierbij moet alle science fiction vermeden worden en niet worden gedacht aan een sprekende robot, maar aan een ontwikkeling van dictaturen, waardoor de mensheid als het ware gehypnotiseerd wordt en volkomen in de macht komt van het goddeloze systeem. Het ‘beest’ uit de aarde aards, bewerkt dat het anti-goddelijke systeem de dood eist van ieder die er niet voor op de knieën gaat.

Geciteerd 7: Dat ‘uit de aarde’ beheerst het gehele stuk over het tweede ‘beest’, dat immers ‘uit de aarde’ heet te komen. Het is alles ‘mens’ wat de klok slaat: de mens stelt de wetten op, de mens regeert.
Toch zegt dit vers (18) met nadruk en een zekere humor: ‘het beest’ is menselijk en dus sterfelijk. Het kan wel al-machtig en on-sterflijk schijnen, het is kleiner dan onze God, Wiens getal wordt uitgedrukt door de Zeven van Zijn eed, de vastheid van Zijn Verbond en van de trouw voor wie Hem vrezen. Hier wordt als het ware gezegd: de Heer is God en niemand meer, verheerlijkt Hem, gij bedreigd en verdrukt volk van God. Hij is uw Beschermer!

Bron citaat: ‘Het Lam overwint – 4.2 De draak en zijn beesten’ – van ds. J.W. Verheij (1911-2008).
Zie de link naar de bijlage (helemaal onderaan) met een kopie van heel 4.2, de verantwoording en de inhoudsopgave.

Bron afbeelding: BiblePic-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waar de Heidelbergse Catechismus mee begint…

‘Daarom is het (alles) uit het geloof, opdat het zou zijn naar de genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is.‘ (Uit Romeinen 4 vers 16)

Geciteerd 1: Waar zijn degenen die niet meer over de kloof tussen de zondaar en God kunnen heenstappen, zo vroeg de predikant. „De catechismus begint niet bij Christus, maar bij: hoe groot mijn zonden en ellenden zijn. Pas vanaf zondag 6 gaat het over de Middelaar.”

Geciteerd 2: Wat is uw enige troost in leven en in sterven? Dat ik met lichaam en ziel, in leven en in sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus…

Opgemerkt 1: De geciteerde predikant durft het wel aan zo’n ‘leugentje om bestwil’. En blijkbaar is hij toen (helaas) niet onmiddellijk tegen gesproken door collega’s of toehoorders op die 55e Toogdag van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) die gehouden werd in kerkgebouw de Hoeksteen van de gereformeerde gemeente in Barneveld.

Opgemerkt 2: De belijdenis van Zondag 1, is een belijdenis die volkomen gegrond is op wat in Gods Woord ons en onze gedoopte kinderen is geopenbaard. Zoals de ‘Joodse gemeente’ (uit het OT) altijd weer mocht horen ‘Ik ben de HERE, uw God, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd’, zo mag de (NT) gemeente van Jezus Christus horen dat ze uit de slavernij van de zonde zijn vrijgekocht door hun Heer en Heiland Jezus Christus.

Geciteerd 3: De Heidelbergse Catechismus behandelt de wet kort in het eerste stuk, maar vooral en uitgebreid in het derde stuk. De volgorde is: Gebod, Geloof, (opnieuw) Gebod en Gebed.
Maarten Luther schreef: ‘Zonder twijfel houden velen het ervoor, dat zij alles al ontvangen hebben als ze hun ellende kennen – ja, als het alleen over het verstand ging: ik weet dat ik een kind van de duivel ben. Maar daar hoort nog veel meer bij, want u ziet hoe zij afvallig worden die veel spreken en schrijven over hun zonde. Ons leven lang hebben wij nodig deze stukken te leren, want een christen is die mens, die in de eerste plaats zichzelf kent [door het gebod], in de tweede plaats zich aan Christus houdt [door het geloof], en in de derde plaats goede werken doet [door de liefde]. Welke werken dat zijn, leren de Tien Geboden. Wat daartoe nodig is te bidden, leert het Onze Vader. Dat zijn de drie stukken die een mens tot Christen maken.’

Opgemerkt 3: Zelf zou ik Maarten Luthers woorden als volgt willen ‘herschrijven’ (en dan past het nog helemaal in zijn Bijbelonderwijs!): Op grond van onze Doop mogen wij samen met onze kinderen leven uit het geloof dat wij in Christus Gods kinderen zijn (zoals ons dat ook als eerste te belijden gegeven wordt in/met Zondag 1 van de HC). Ons leven lang is het daarom voor de gelovigen opdracht (en gave) om met dankbare harten (samen) te bidden en te danken (zie het Onze Vader gebed) en gelovig te luisteren naar en deel te nemen aan ‘de verkondiging van Christus dood totdat Hij komt’ – Zie 1 Korintiërs 2 de verzen 1-5 en 11 vers 26 en Romeinen 6 de verzen 3-4. Door het geloof stellen wij ons dan ook altijd weer onder het onderwijs van ‘de Wet’*, en doen wij de goede werken uit door de heilige Geest bewerkte dankbare liefde tot God, Die in Christus Jezus onze Vader is.

* Net als ook Jezus discipelen en later de eerste en vroege gemeenten nodig hadden en dat natuurlijk met name door goed te luisteren naar wat onze Heer en Heiland ons over Gods geboden verklaarde in Zijn Bergrede. Door dat onderwijs leren wij onszelf kennen, namelijk wie wij van nature zijn én wie wij door Gods genade mogen zijn, en onze afhankelijkheid beseffen en (dagelijks) belijden met daad en woord, en dat door dagelijks te bidden en Bijbellezen en door de samenkomsten van Christus’ gemeente niet te verzuimen.

Geciteerd 4: Het antwoord (op de hierboven geciteerde) vraag uit Zondag 1 kan evengoed door een kind gegeven worden als door een man van gerijpte levenswijsheid. Dit is trouwens geen tegenstelling want de ware, gelovige levenswijsheid bestaat daarin, dat men ‘wordt gelijke een kindeke’. Vandaar deze kinderlijke uitspraak: ik behoor de Here Jezus toe. Daar is feitelijk alles mee gezegd. Dit is mijn troost, in druk mij toegezegd. (…) M.a.w. ik ben van mijzelf verlost. (…) Wie z’n eigen heer en meester is, is zichzelf niet meer meester, en brengt overal verwoesting, niet in het minst over z’n eigen ziel. Zodat het al met al best te begrijpen is, dat een verloste zo hoog jubelt over de verlossing van zichzelf!

‘Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vader, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.‘ (Uit Romeinen 3 uit de verzen 3-4)

Bron citaat 1: RD Kerk & religie – ‘Toogdag GBS: Gods Woord is als een school, apotheek en wapenkamer‘ – door RD-verslaggever
Bron citaat 2: Uit vraag en antwoord 1 van Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus.
Bron citaat 3: ‘Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus‘ – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden sr.
Bron citaat 4: ‘Zondags kinderen – Kanttekeningen bij de Heidelbergse Catechismus‘ – door ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Iets om (thuis!) mee te beginnen…

‘Zie, de vreze des Heren – dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht.‘
‘In de vreze des Heren ligt sterke gerustheid, zelfs voor zijn zonen is er een schuilplaats.‘
‘De vreze des Heren is een bron van leven, om de strikken van de dood te ontwijken.‘
‘Wie zijn vriend medelijden onthoud, die verzaakt de vreze des Almachtigen.‘
(Uit Spreuken 1 vers 7, 9 vers 10, 15 vers 33, Job 6 vers 14)

Geciteerd 1: Ik vind het een aanstekelijk boek. De Schriften gaan open en daarbij klinken stemmen uit het verleden, het meest van reformatoren en puriteinen als Calvijn, Flavel, Edwards en Spurgeon, waardoor je gaat zien waarom de Heere een welgevallen heeft aan hen die Hem vrezen (Psalm 147:11).

Geciteerd 2: Dit boek is wat mij betreft een mooi voorbeeld van wat de Schrift „de gezonde leer” noemt (Titus 2:1). Het wekt verlangen naar deze God in Christus en het geeft diep ontzag voor Zijn majesteit, genade en heiligheid, zó heerlijk, zó groot, zó goed, zó genadig, zó mild, zó overweldigend, dat je daarvan vervuld beeft en trilt en Hem vol liefde aanbidt en wilt dienen.

Geciteerd 3: Dat is nu de “vreze des Heeren”, en Reeves heeft gelijk als hij stelt dat er eigenlijk geen ander woord voor te vinden is waarmee het ook zou kunnen worden weergegeven. We moeten het uitleggen, en dan is dit boek een uitstekende plek om te beginnen.

Opgemerkt 1: Wij mochten dat leren kennen en verstaan (begrijpen) van de ‘vreze des Heeren‘ al beginnen in ons ouderlijk huis en zij leerden het eerder bij hen thuis en we leerden het ook in de samenkomsten van de gemeente en we zagen het in en het samenleven en meeleven van broeders en zusters. Het moet dan toch wel een verdrietige zaak genoemd worden dat anderen dit ‘om mee te beginnen‘ zouden moeten leren uit een/dit boekje…

Opgemerkt 2: Vanwege eigen zondigheid – waaraan Gods Woord ons steeds meer helpt ontdekken!* -, maar niet in het minst ook door woorden en daden van vrome (‘geweldige’) mensen om me heen – die naar het scheen het er zoveel beter van afgebracht hadden en brengen – die dankbare ‘vreze des Heeren’ zonder angst, een tijd lang ‘kwijt geweest’. Toch mocht ik die door Gods genade weer hervinden en dat mee omdat ik volgehouden heb om te blijven luisteren naar Gods Woord, door te blijven bidden en door de kerkgang en ook het deelnemen aan de vieringen van het Avondmaal niet na te laten! Soli Deo Gloria!

* Met name dat toch ook altijd weer tekort schieten in zichzelf opofferende liefde voor onze naasten (of ze nu heel dichtbij ons leven of ver(der) van ons af en waarin onze Heer ons zo volmaakt tot voorbeeld is geweest. Bij Hem dreef de volmaakte liefde tot de Vader alle vrees, ook voor wat Hem te Jeruzalem nog overkomen zou, uit.

Lees ook wat een familielid (oom) – ds. J.D. Janse, die in 1979 onze huwelijksdienst leidde met als leidraad onze huwelijkstekst: Psalm 111 vers 10 – in 1986 schreef over: ‘“De vreze des HEREN” en het Nieuwe Testament‘

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Verheugt u met beving‘ – door ds. P.W.J. van der Toorn

Bron afbeelding: Bible Study

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Spreken in eenheid met Christus…

‘Maar wij spreken ten overstaan van God en in eenheid met Christus, en alles
wat we zeggen, geliefde broeders en zusters, is in uw belang.‘
(Uit 2 Korintiërs 12 uit vers 19)

Valt er hier toch wat te verdienen?

Geciteerd: Vader en moeder kunnen met hun kinderen het Hemelrijk verdienen; aan de andere kant kunnen de ouders niet makkelijker de hel verdienen dan met hun eigen kinderen, in hun eigen huis, als ze hun opdracht tegenover hen verzuimen en hen niet al die dingen onderwijzen zoals gezegd is. Wat zou het helpen als ze zouden vasten tot ze zouden sterven, zouden bidden en alle goede werken zouden doen en toch nalieten wat hun door God bevolen is? God zal op de jongste dag niet naar deze dingen vragen, maar naar de kinderen die Hij aan hen heeft toevertrouwd.

Opgemerkt 1: Waar ergens blijken zal wat de Christelijke liefde – die ons altijd weer van God gebeden en geschonken moet worden – mag uitrichten, dan is dat wel in huwelijk en gezin. De opofferingen die men daar gewillig voor elkaar over heeft zijn nergens groter. Ook moet daar de vergevingsgezindheid jegens elkaar het grootst zijn. Nergens anders wordt zo nauw en voortdurend met elkaar samen geleefd als in het gezin en daarom zal daar alles in Christelijke nederigheid en liefde voor elkaar gebeuren.
In geen enkele andere vorm van samenleven – ook niet in communes – kan men dat liefdevolle zichzelf weggevende samenleven bereiken als dat er in Christelijke gezinnen mogelijk en door Gods genade ook daadwerkelijk te vinden is. Maar dan zullen we alle verwachting van en voor onszelf ook hebben op te geven en dat is alleen mogelijk wanneer we al ons vertrouwen altijd weer stellen op de genade en liefdevolle aandacht en zorg voor ons van onze Drie-enige God.

Opgemerkt 2: Met name van de apostel Paulus is een en ander opgetekend geworden over de nederigheid en offerbereidheid die hij heeft getoond in en aan de gemeenten die hij had mogen (helpen*) stichten. Maar dat was dan ook een bijzondere genade die God aan deze apostel geschonken heeft om zelfs ook mensen die in huwelijk en gezin met elkaar samenleven nog ten voorbeeld te zijn.
* Het was en bleef natuurlijk eerst en vooral een werk van de heilige Geest die door de verkondiging mensen tot geloof en bekering bracht en brengt.

Opgemerkt 3: Maarten Luther heeft zich hier zo sterk uitgedrukt om ouders tot het besef te brengen hoe groot het belang van het werkelijk Christelijk met elkaar samenleven en voor elkaar leven is. Toch is het niet nodig om dat werk met zulke (sterke) woorden (beweringen!) van de heilige Geest te willen overnemen. De heilige Geest doet zijn werk in de harten van ouders en kinderen met en door de voortgaande verkondiging van Gods Woord.

‘Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.‘ (Uit Hebreeén 12 het 12e vers)

Bron citaat: checkluther-com – Citaat van 3 oktober 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: Pinterest ( Pin on KJV Bible verses)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Dienaars zijn van het nieuwe verbond…

‘Wie is tot deze dingen bekwaam?‘ (Uit 2 Korintiërs 2 vers 16)
‘Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf.‘
(Uit 2 Korintiërs 3 vers 5)

Christus gemeente heeft geen ‘grote mensen’ nodig!

Geciteerd 1: Paulus schrijft de Korintiërs dat hij niet bekwaam is vanuit zichzelf. De Korintiërs moeten niet denken dat hij vertrouwen heeft in zichzelf. Hij probeert geen indruk te maken, hij probeert het beeld dat men van hem heeft niet op te vijzelen. Hij durft het aan om neer te schrijven dat hij zelf niet over bekwaamheden beschikt. Hij vind het belangrijk dat heel de gemeente dat weet, tot op vandaag toe. (1)

Geciteerd 2: Paulus is dan ook een man van gebed en hij roept steeds weer op tot voorbede. Paulus prijst in deze brief de Korintiërs dat ze hem te hulp komen in het gebed. Ambtsdragers zijn geen grote mensen die het allemaal wel kunnen. De Heere God doet het eigenlijke werk.

Geciteerd 3: Paulus houdt de Korintiërs voor: God heeft ons bekwaam gemaakt om ‘dienaars van het nieuwe verbond’ te zijn. (…) Het gaat dus om het dienen van de gemeente. Het gaat er niet om aan de verwachtingen van de gemeente te beantwoorden. Hoewel je in navolging van Christus in het midden van de gemeente bent als één die dient.
Het gaat erom dienaar van het nieuwe verbond te zijn. Dat verbond is de band die de Heere geeft tussen Hem en ons, waarvan de doop het teken is. Dat nieuwe verbond kent rijkere beloften dan het oude. Speciaal is de heilige Geest beloofd. Hij doet het eigenlijke werk. Hij laat het Woord doordringen in het hart. Hij geeft het leven met Christus. Als dienaar laat je je inschakelen om de rijke beloften van de vergeving van zonden en van een nieuw leven door de dood en opstanding van Jezus Christus te verkondigen. Je bent ingeschakeld in het grote verband van de uitbreiding van Zijn koninkrijk.
Daarbij is het Israëls God, Die krachten geeft, van Wie het volk zijn sterkte heeft. Daarom blijft over:

Wie roemt, roeme in de Heere.

(1) Een kerkenraad die een predikant wil beroepen, stelt een profielschets op. Hierin wordt verwoord aan welke bekwaamheden een te beroepen predikant moet voldoen. Door zo’n opsomming kun je je afvragen of je wel geschikt bent. (Uit de inleiding op deze meditatie)

Bron citaten: De Waarheidsvriend (23 sept 2021) – ‘Afhankelijk‘ – door ds. W.G. Hulsman

Bron afbeelding: Chrissy HephzyBankam on Twitter

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Slag om de betrouwbaarheid van God en Zijn Woord…

‘De slang nu was het listigste van alle dieren in het veld, die de Here God gemaakt had; en deze zei tegen de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Jullie mogen van geen enkele boom in de hof eten? Toen antwoordde de vrouw de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die midden in de hof staat, heeft God gezegd: Jullie zullen daarvan niet eten en ook niet aanraken; anders zullen jullie sterven. De slang zei tegen de vrouw: Jullie zullen helemaal niet sterven, maar God weet, dat zodra jullie daarvan eten, jullie ogen zullen opengaan, en jullie als God zullen zijn (1), kennende goed en kwaad.‘ (Naar Genesis 3 de verzen 1-5)

Het ging daar bij de boom van goed en kwaad vanwege de woorden van de slang om de vraag: Is God betrouwbaar, kunnen en zullen en behoren we Hem op Zijn Woord te geloven of niet. Je zou kunnen zeggen het hele universum staat of valt (voor de mens) met de betrouwbaarheid van God. Wanneer we God niet op Zijn Woord kunnen geloven dan heeft ons geloof (Godsvertrouwen!) geen enkele zin en vertrouwen aan de Bijbel geven ook niet. Daarom kon en wilde God de mens – na het eten van de boom – niet eeuwig laten voortleven in het paradijs en/of op de aarde want, dan zou er een eeuwig wantrouwen blijven bestaan. God wilde dat wantrouwen eens en voorgoed wegnemen door de komst van Zijn Zoon in het vlees, maar niet nadat heel de mensenwereld getuige zou zijn geworden van het ongelijk van de mens en het gelijk van God. (2) Wij schepselen kunnen ons geen zelfstandigheid aanmeten tegenover God en doen alsof wij ons een oordeel over Hem kunnen aanmeten (1) zonder af te moeten gaan op wat Hijzelf ons geopenbaard heeft door Zijn Woord en Geest.

Daarom is het ook zo verdrietig en Godonterend dat mensen die Gods Woord, het Evangelie, horen, dat niet durven aannemen en dat omdat er voorgangers in kerken (christengemeenten) gevonden worden die hen aan zo’n opvatting helpen en beweren: Nee, Gods Woord en je Doop kun je echt niet zomaar voor jezelf voor waar en waarachtig houden, dan moet er eerst wel wat meer met je gebeurd zijn en wij zullen wel vertellen wat dat allemaal zou moeten zijn en je er mee helpen om te beoordelen of je inmiddels al zover bent dat ook jij Gods Evangelie-belofte(n) mag aannemen.

(1) Namelijk dat we zelfstandig ons een oordeel zouden kunnen vormen over wat goed en wat kwaad is.
(2) Zie Romeinen 3 vers 4.

‘Immers de Zoon van God, Christus Jezus, Die in uw midden verkondigd is door ons, door mij, door Silvanus en door Timoteüs, was niet: ja en nee, maar in hem was het: Ja. Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons. Hij nu, Die ons met u u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God, Die ook Zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 19-22)

Bron afbeelding: Pin on Faith and Family

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Mens en dier verlost Gij, HERE’

Heer, hoog als de hemel is Uw liefde,
tot in de wolken reikt Uw trouw,
Uw gerechtigheid is als de machtige bergen,
Uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan;|
U ben de Redder van mens en dier.

(Uit Psalm 36 de verzen 6-7)

N.a.v. Bereishit (Genesis 1:1-6:8)

‘Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.’ (Uit 1 Korintiërs 15 vers 59)

Geciteerd 1: Parshat Bereishit beschrijft de Schepping van de eerste mens, Adam. Adam vertegenwoordigt de totaliteit van het menselijk ras en aangezien ieder mens die bestaat zijn afstammeling is, zal elke les die over hem kan worden geleerd van toepassing zijn op de mensheid als geheel.

Geciteerd 2: Een soortgelijk idee komt tot uiting in de Medrash aan het begin van Parshat Tazria. Het vorige deel in de Tora (in Parshat Shemini) ging over de wetten met betrekking tot dieren, en het volgende gedeelte richt zich op wetten waarbij mensen betrokken zijn. De Medrash wijst erop dat de ordening van de Tora hier een afspiegeling is van die in de Schepping; Toen God de wereld schiep, schiep Hij eerst alle dieren, en pas toen schiep Hij de mens. Evenzo bespreekt de Tora eerst de wetten met betrekking tot dieren en gaat pas daarna verder met de wetten met betrekking tot de mens. De Medrash legt dan uit waarom God de dieren eerst schiep; Het is om ons te leren: “Als de mens waardig is, zeggen wij tot hem: “Jullie komen vóór [in belangrijkheid] de hele schepping. Maar als hij niet waardig is, zeggen wij tot hem: “De mug is voor jullie gekomen.” (1)

(1) ‘Heft uw ogen op naar de hemel en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel verdwijnt als rook, de aarde vergaat als een kleed en haar bewoners sterven als muggen, maar Mijn heil duurt eeuwig en Mijn gerechtigheid wordt niet verbroken.‘ (Uit Jesaja 51 vers 6)

Geciteerd 2: Dit thema dat de mens zichzelf tot grote hoogten kan verheffen of zichzelf naar de diepten kan brengen, staat ook zo centraal in de mensheid dat het in de essentie van de naam van de mens, Adam, voorkomt.

Geciteerd 3: Een tweede benadering van deze kwestie is gebaseerd op een fundamenteel principe in het Jodendom dat wordt genoemd in het Boek Kohelet (Prediker): “Dit tegenovergestelde dat God maakte”. De commentaren leggen uit dat dit betekent dat er een evenwicht is in deze wereld. Het goede of het kwade kan nooit zo krachtig worden dat er niets is om de voortgang ervan te controleren. Daarom, hoe groter het potentieel van een persoon om verbazingwekkende dingen te doen, hoe groter het risico dat hij ook grote schade aanricht. In deze geest stelt de Talmoed dat hoe groter een persoon is, hoe sterker zijn kwade neiging is. Om de uitdaging van deze wereld te behouden, hoe hoger het niveau dat een persoon bereikt, hoe hoger de inzet van het leven moet zijn. Dienovereenkomstig werd Adam geschapen met het potentieel om ongeëvenaarde grootheid te bereiken, maar als hij zou falen, dan zou hij tot grote diepten zakken.

Geciteerd 4: In de loop van de geschiedenis werd Adams doel van verbinding met God door de meeste volkeren afgewezen en aangenomen door Abraham en zijn nakomelingen.

Geciteerd 5: We hebben gezien hoe Adam werd geschapen met de keuze om extreem groot te zijn, of extreem laag te zijn. Het Joodse volk heeft die mantel overgenomen – mogen we allemaal verdienen om de juiste keuzes te maken en daardoor onszelf vergelijkbaar te maken met God.

Opgemerkt 1: Wat de Bijbel ons leert dat is dat de mens van het begin af aan zichzelf overschat en zijn afhankelijkheid van God en Zijn Woord onderschat. Dat overschatten klinkt (helaas) ook sterk door in de woorden van deze Bijbelverklaring van Rabbi Yehonasan Gefen. ‘Adams doel van verbinding met God’ werd niet door Abraham en zijn nakomelingen aangenomen, maar door God hem/hen opgelegd (2) en Hij heeft heel de geschiedenis door Zijn werk willen en moeten doorzetten met een ‘onwillig volk’! In de psalmen wordt dat ook steeds weer beleden (persoonlijk of voor Gods volk als geheel) en wordt al onze (mensen)verwachting steeds weer op God Zelf gericht (zie m.n. ook Psalm 89 en 90).

(2) ‘IK heb met Mijn Uitverkorene (hier David) een Verbond gesloten…’ (Uit Psalm 89 uit het vierde vers)

Opgemerkt 2: Wie (welke mens) zal de mensheid tot grote hoogte verheffen? Is dat niet de ‘tweede/laatste Adam’, die Zijn hemelse Vader en ons zó liefheeft gehad (en nog!) dat Hij Zich vernederde en Zijn hemelse heerlijkheid aflegde en gehoorzaam werd tot in de dood, ja tot in de dood aan het kruis. Hém is alle heerschappij gegeven in hemel en op aarde!

‘En wanneer dit vergankelijk lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: “De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood waar is je overwinning? Dood waar is je angel?” De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. Maar laten we God danken, Die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft.‘ (Uit 1 Korintiërs 15 de verzen 54-57)

Bron: dutchnoahidecommunity-nl – Bereishit – Het potentieel voor grootsheid en nederigheid – door Angelique Sijbolts

‘Gods gerechtigheid, waarvan de wet en de profeten al getuigen, is nu buiten de wet om openbaar geworden. God schenkt vrijspraak aan allen die in Jezus Christus geloven. En er is daarbij geen onderscheid. Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God; en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als rechtvaardige aangenomen omdat Hij ons door Christus Jezus heeft verlost.‘ (Uit Romeinen 3 uit de verzen 21-31 de verzen 21-24)

Bron afbeelding: Bible Verses

Aanvullend: Overgenomen commentaar met antwoorden van AJ.

Commentaar: Het woord “overschatting” viel me in je schrijven op. Overschatten betekent dat je van jezelf denkt dat je meer bent dan je bent of dat je meer kunt dan je in werkelijkheid kan.
Antwoord: Dat zichzelf overschatten is het eerste dat de mens gedaan heeft toen een ander schepsel (de boze) hen aansprak. Dat zit dus blijkbaar in onze menselijke natuur. We zien dat later ook weer bij de Zondvloed en daarna weer bij de torenbouw van Babel, etc. De mensengeschiedenis is een aaneenrijging van zelfoverschatting en wel omdat de mensen niet willen luisteren naar wat God te zeggen had en heeft en zo raakten de mensengeslachten van God en Zijn Woord vervreemd. Door Gods genadig ingrijpen in het leven van Abraham komt er een keer ten goede. Maar dat is echt aan Gods initiatief en aan Zijn volhouden met Abraham en zijn nakomelingen daarna te danken. Het geloof van Abraham was een door Gods heilige Geest geschonken en bewerkt geloof.
Commentaar: Het gaat er niet om dat je “perfect” bent maar dat je hier op aarde leert om je beste “zelf” te worden.
Antwoord: Lees het boek Deuteronomium en m.n. 31 en 32 en je kunt weten dat deze bewering geen steun vindt in het Oude Testament!
Commentaar: Abraham koos geheel vrijwillig voor de Eeuwige in een wereld vol afgoderij en dat was de reden dat de Eeuwige hem zei uit die wereld vol afgoderij weg te gaan naar een land die de Eeuwige hem zou wijzen.
Antwoord: Door Gods genadig ingrijpen in het leven van Abraham komt er een keer ten goede. Maar dat is echt aan Gods initiatief en aan Zijn volhouden met Abraham en met Zijn nakomelingen daarna te danken. Het geloof van Abraham was een door Gods heilige Geest geschonken en bewerkt geloof. Dat is altijd het geval waar mensen geloof hechten aan Gods Woord. Het geloof wordt hen geschonken en door de heilige Geest gewerkt in hun leven. Er is dus geen roemen in mensen mogelijk.
Betrek hierbij ook wat God later bij monde van de profeten heeft laten weten over hoe God Abraham en Zijn volk geroepen heeft uit Ur en later uit Egypte. Daar neemt Hij hen alle mogelijk zich willen beroemen op ‘hun keuze voor Hem’ af.
Commentaar: Een ander wezenlijk verschilpunt is de kijk op Tora. De Tora – vaak vertaald met wet, maar betekent onderwijzing.
Antwoord: Nee, dat is geen verschilpunt! Wij hebben thuis en in onze vroegere gemeente al geleerd om de Tora als onderwijzing te zien. Een predikant noemde het wel ‘het evangelie naar Mozes’. En Gods volk en wij (als mede-erfgenamen van Abraham door het geloof) zouden nog HEER-lijker onderwijs (Evangelie!) ontvangen van onze Heer Jezus Christus, het vleesgeworden Woord van God, dat kon Mozes niet van zichzelf zeggen.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie