Wanneer en hoe tellen kinderen mee in Christus’ gemeente?

‘Martha, Martha,’ antwoordde Jezus. ‘Wat maak je je toch druk! In het leven heb je niet zoveel nodig. Eigenlijk maar één ding. Maria heeft dat ene ontdekt en het zal haar niet worden afgenomen.’ (Uit Lukas 10 de verzen 41-42)

Geciteerd: Het begint met de bereidheid de stemmen van kinderen te beluisteren en af te tasten hoe ze mee kunnen doen. Dat kan in praktische dingen, misschien kunnen ze het psalmenbord gereed maken, de avondmaalstafels gereed zetten, de klok luiden, de tuin van de kerk helpen verzorgen. Waarom zouden ze ook niet kunnen collecteren of een van de Schriftlezingen kunnen verzorgen. Het dienen in de kerk is niet exclusief iets voor volwassenen.

Opgemerkt 1: Ik moest bij deze voorstellen van een hoogleraar (1) toch wel eerst even m’n ogen uitwrijven. Ziet ook hij de zondagse samenkomst blijkbaar als een belangrijk moment om dán godsdienstig bezig te zijn met elkaar; en om dan in die zondagse dienst aan God, van ons volwassenen, ook de kinderen maar wat dienstwerk te geven?

Opgemerkt 2: Wanneer we beseffen dat een zondagse samenkomst Gods dienst aan ons is* (behoort te zijn) (a), en dat wanneer we daar werkelijk weer gehoord en en met elkaar beleden hebben wat God voor ons gedaan heeft en doet, dan kunnen we direct na de zondagse dienst(en) zelf weer aan de slag voor en met elkaar en daar doen de kinderen even goed en even serieus in en aan mee! We dienen steeds weer goed te beseffen dat in onze huizen – en dus niet vooral in de kerkdiensten – het christelijk leven in praktijk dient te worden gebracht.
* En natuurlijk behoort al het andere in zo’n dienst, zoals danken en bidden en lofzingen daar ook helemaal bij.

Opgemerkt 3: De kinderen kunnen heus ook wel ingezet worden om praktisch werk te doen voor of na of tijdens een dienst. Maar dat is een kwestie van heel nuchter nagaan hoeveel praktisch nut we daarvan hebben of dat we ons daarmee vooral extra werk bezorgen, terwijl God dat soort werk helemaal niet van ons (en onze kinderen/jeugd) vraagt.

Slotopmerking: Zullen we ons niet eerder hebben in te spannen om de zondag tot een werkelijke rustdag te maken, dan dat we ons door ‘betaalde professionals’* of andersoortig gedreven mensen ons (opnieuw) een slavenbestaan laten laten opleggen?! (a)
* Die heb je (tegenwoordig) in twee soorten: zij die door een gemeente verkozen en daarmee geroepen zijn en zij die zichzelf durven aanprijzen en laten inhuren en worden aangesteld en betaald door ‘de kerkleiding’.

(a) Zie ook: ‘De Kerk (Christus’ gemeente’) geen restaurant’… en ‘Over toerusting en wapenrusting van een geestelijk leger…’

(1) Dr. A. de Muynck is hoogleraar christelijke pedagogiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn en lector aan Driestar-Educatief te Gouda.

Bron citaat: De Waarheidsvriend – ‘Allemaal in tel’ – door dr. A. de Muynck

‘Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.‘ (Uit Deuteronomium 6 de verzen 6-7)
‘Wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de HEER, van de wonderen die Hij heeft gedaan.‘ (…) ‘Dan zouden ze op God vertrouwen, Gods grote daden niet vergeten en zich richten naar Zijn geboden.’ (Uit Psalm 78 vers 4 en vers 7)

Bron afbeelding: ArtStation

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Kerk (Christus’ gemeente) geen restaurant’…

‘U richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen.‘
(Uit Psalm 23 het 5e vers)

Opgemerkt 1: Onze predikant gaf ons vanochtend een een aantal Bijbelse beelden door van de Kerk (de/een gemeente van Jezus Christus) zoals ‘Huis van God’ en ‘Tempel van de heilige Geest’. Maar een beeld van de Kerk dat volgens hem niet zou passen, dat is dat van een restaurant of hotel. Zijn ouders hadden hem vroeger thuis, wanneer hij als student weer bij zijn ouders in huis kwam voor een weekendverblijf, met enige regelmaat laten horen/weten: ‘Het is hier geen hotel.’ En de reden was dat hij (blijkbaar) met nogal wat gemakzucht weer gebruik maakte van de ouderlijke zorg en (z.i.) ‘bijbehorende dienstverlening’.

Opgemerkt 2: Maar zelf dacht ik bij dat woord/beeld van een restaurant (of hotel) aan psalm 23 en aan Jezus Christus als onze Gastheer aan de Avondmaalstafel. En hoe Hij dus dé Gastheer is in/van de Kerk en ons nodigt aan Zijn tafel. En zolang deze Gastheer ook mij nodigt aan Zijn tafel mag ik daar aangaan, zelfs ook onder de ogen van ‘mijn tegenstanders‘, die mij liefst van dat aangaan wilden/willen weerhouden…

Opgemerkt 3: Alhoewel het woord restaurant of hotel tegenwoordig minder goed bruikbaar is, wordt de gemeente van Jezus Christus wel vergeleken met een ‘herberg onderweg’ (en dat zijn toch de hotels van vroeger), waar het goed toeven zou zijn (is?) voor een vermoeide of zelfs ook verwonde reiziger (denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan).

Opgemerkt 4: We kunnen hierbij ook nog denken aan de maaltijden waar onze Heer werd uitgenodigd. We weten dat hij at in de huizen van zondaars en tollenaars (Matteüs 9 vers 11), dat hij bij de tollenaar Zacheüs in huis kwam om de daar een maaltijd te gebruiken (Lukas 19 de verzen 1-10) en ook dat Hij genodigd werd bij een van de Farizeeërs (Lukas 7 de verzen 36-50).
De zondaars en tollenaars verheugden zich over Zijn bezoek en bij Zacheüs lezen we dat niet hijzelf zich de gastheer voelde, maar juist Jezus erkende als dé Gastheer aan zijn tafel. Hij kon zijn vreugde niet op en schonk de helft van zijn vermogen zomaar weg aan de armen. Maar een Farizeeër liet blijken dat hij hoog dacht van zichzelf en Jezus wilde laten weten dat Hij blij mocht zijn dat was uitgenodigd door hem en bij hem thuis. We lezen: Je hebt me niet begroet met een kus; maar zij (die ‘zondares’) heeft, sinds ik binnenkwam , onophoudelijk mijn voeten gekust. Je hebt mijn hoofd niet met olie ingewreven; maar zij heeft met geurige olie mijn voeten ingewreven. Daarom zeg ik je: haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er vele…’ (Uit Lukas 7 de verzen 45-47)

Opgemerkt 5: Later lezen we dat Petrus in Caesarea ontvangen wordt in het huis van de Romeinse centurion Cornelius, en dat deze als gastheer Petrus alle eer wil bewijzen en voor hem op de knieën valt. Maar dan trekt Petrus hem snel weer overeind en zegt: ‘Sta op, ik ben ook maar een mens.‘ En binnengekomen zegt hij tegen de aanwezigen: ‘God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk en onrein mag beschouwen.’ En ook: ‘Van Hem getuigen alle profeten dat iedereen die in Hem gelooft door Zijn Naam vergeving van zonden krijgt.‘

Leestip: Handelingen 10 en m.n. daarvan de verzen 40-43.

Zie ook: ‘Wanneer en hoe tellen kinderen mee in Christus’ gemeente?‘ en ‘Over toerusting en wapenrusting van een geestelijk leger…‘

N.a.v. wat gezegd werd in de verkondiging in de ochtenddienst zondag 19 juni 2022 (NGK ‘De Ontmoeting’ te Voorthuizen/Barneveld).

Bron afbeelding: YouTube (Upload van Denice May)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over toerusting en wapenrusting van een geestelijk leger…

‘Iemand die in krijgsdienst is, laat zich niet afleiden door het leven daarbuiten, want zijn bevelhebber moet tevreden over hem zijn.’ (Uit 2 Timoteüs 2 uit de verzen 1-13 vers 4)

Geciteerd: Tegelijk is er heel veel aanbod om kerken verder te helpen. Naast het boek lanceren we namelijk een netwerk en de beweging ”Samen jong”. Die bestaat uit vijftien organisaties uit het netwerk van MissieNederland, denk daarbij bijvoorbeeld aan Youth for Christ, de HGJB en de Christelijke Hogeschool Ede. We werken samen om vanuit het gedachtegoed van ”Samen jong” dienstverlening te ontwikkelen. Het is niet zo dat je als gemeente even een paar stappen zet. Een langdurig proces van veranderen is niet altijd gemakkelijk. Dan kan een goed netwerk de gemeente bijstaan in de zoektocht.”

Opgemerkt 1: Wanneer er werkelijk zoveel samenwerkende organisaties nodig zijn om een kerkelijke gemeente te leren om gemeente van Jezus Christus te zijn, dan hebben ze/we eeuwenlang daaraan gebrek gehad. We kunnen echter heel goed weten dat het niet zo ligt en werkt. Want God geeft Zijn eer niet aan mensen(werk). Zo simpel ligt dat met het werk in het koninkrijk van God. De gemeente zal opgevoed worden bij en door het Woord van God en dat is een eenvoudige zaak/taak, die ook door ieder eenvoudig opgevolgd kan worden. Maar velen vinden dat veel te simpel, dat kan toch iedereen… Ja, juist! Maar niet in eigen kracht en de krachten die zich steeds weer tegen ons verheffen, wanneer je zó aan de slag wilt zijn met elkaar, die zijn enorm [reusachtig (1)] en vergen het dragen en onderhouden van de volledige wapenrusting van het geloof. Maar dat dan ook volgens de eenvoudige regels die Gods Woord ons daarvoor aanreikt, alleen zo valt het dragen en gebruiken van die wapenrusting ons niet te zwaar.

(1) Denk aan koning Saul die David zijn hele wapenrusting aanbood om de reus Goliath te kunnen verslaan en met welke eenvoudige middelen David de reus tegemoet ging en hem versloeg (Zie 1 Samuel 17 vers 27)

Zie ook: ‘Wanneer en hoe tellen kinderen mee in Christus’ gemeente?‘ en ‘Kerk (Christus’ gemeente) geen restaurant’…

‘Mijn kind, wees sterk door de genade van Christus Jezus. Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen. Deel in het lijden als een goed soldaat van Christus Jezus. Iemand die in krijgsdienst is laat zich niet afleiden door het leven daarbuiten, want zijn bevelhebber moet tevreden zijn.‘ (Uit 2 Timoteüs 2 uit de verzen 1-13 de verzen 1-4)

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘„Kerk-zijn doe je met alle generaties samen”’ – door Bastiaan van Soest

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht’…

‘En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden,…’ (Uit 2 Korintiërs uit het 9e vers) *

‘Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatsten tijd.‘ (Uit 1 Petrus 1 vers 5)

Geciteerd: Zó volgt het een op het ander: op het Woord volgt het geloof, op het geloof volgt de nieuwe geboorte (1), op de nieuwe geboorte volgt het leven der hoop, zodat wij de beloofde zaligheid met volkomen zekerheid verwachten. Daarom heeft Petrus hier goed christelijk gesproken, dat het door het geloof moet gebeuren en niet door werken die wijzelf hebben gedaan.
Waar God (naar Zijn belofte) het geloof werkt (heel gewoon door inzet en gebruik van de ons daartoe gegeven ‘middelen’ – AJ), daar zál de mens opnieuw geboren worden (1) en een nieuwe schepping worden, daar zullen dan uit de natuur der zaak (die dus geestelijk is!) enkel goede werken op het geloof volgen. Daarom mag je niet tegen een christen zeggen: ‘Je moet dit of dat werk doen!’ Want dat doet een gelovige al uit zichzelf zonder dat dit hem of haar bevolen is, enkel goede werken. Maar dát kun je beter tegen hem of haar zeggen: dat ze zichzelf niet bedriegen (2) mogen met een verzonnen en ingebeeld geloof.
Daarom laat die waardeloze praters varen, die je veel over (hun) goede werken (of aanpak) kunnen vertellen, wat tenslotte toch niet meer dan puur schuim en nutteloos gezwets is [ondanks allerlei wereldwijsheid en kunde die ze bezitten en kunnen ‘etaleren’ – (AJ)].
Tegen zulke mensen zegt Paulus: ‘Ik zal tot u komen, en zal niet vragen naar de woorden van hen die opgeblazen zijn, maar naar de kracht, want het Rijk van God bestaat niet in woorden maar in kracht‘ (vgl. 1 Korintiërs 4 vers 19 vv). Waar nu de kracht van God niet is (of wordt tegengestaan – AJ), daar is ook geen oprecht geloof en daar zijn ook geen goede werken. (3)

(1) De Doop (één van de ons geschonken middelen) wordt in Titus 3 vers 5 ‘het bad der wedergeboorte’ genoemd. Onze wedergeboorte is daarmee vast en zeker aan ons toegezegd en bezegeld, niet door mensen, maar door onze Drie-Enige God Zelf. Dát zullen we in geloof aanvaarden. De vaste grond van onze Doop ligt niet in ons geloof of dat van de ouders, maar in onze belovende God Zelf.
(2) Zie 1 Korintiërs 3 en m.n. daaruit de verzen 18-22 en ook 4.
(3) Denk aan de rijke jongeling en wat Jezus zei: Alle dingen zijn mogelijk voor God. Daarmee verwees Hij onmiddellijk naar de kracht en het werk van de heilige Geest in mensenharten. Daarom – al schijnt dat wat Jezus van ons vraagt ons heel moeilijk, het is het toch niet, want voor de heilige Geest is het geen probleem, en Die is ons vast en zeker toegezegd. Laten wij Hem dan niet bedroeven en uitblussen door Hem te weerstaan.

* Graag wil ik dit met een voorbeeld illustreren. Toen een vroegere predikant de laatste jaren voor zijn emeritaat bereikte in onze gemeente, werd er wel gezucht en toen hij met emeritaat ging klonk er bij menigeen een zucht van opluchting, en dat vanwege de hoop en verwachting dat een nieuwe (jongere) predikant toch (veel) beter in staat zou zijn en blijken om onze kerkjeugd ‘te bereiken’ – dan zo’n bijna-emeritus – en ook beter in staat om ook mensen van buitenaf aan te trekken.
Op dit soort gedachten en woorden van ouders en leidinggevenden zullen we echter toch altijd weer Bijbels fundamentele kritiek hebben te laten horen (in/aan gezinnen en gemeente). Want wanneer God de in zichzelf zwakke woorden van een zichzelf zwak en tekortschietend wetend emeritus predikant wel wil zegenen, maar die van een jongere ‘beter bespraakte’ predikant niet (vooral wanneer hem zoveel lof wordt toegezwaaid en dáár onze verwachting van is) dan is alle menseninspanning tevergeefs! (Zie o.a. Psalm 127 vers 1) En die fundamentele kritiek op dat soort verkeerde gedachten, kan beslist niet worden ‘weggewuifd/weggewerkt’ met allerlei cijfers over groei van de gemeente ten tijde van opvolgende predikanten en vanwege uit zulke gedachten voortkomend en daarop stoelend kerkenraadsbeleid! We zullen zelfs dat soort gebruik en toepassing van cijfers en statistiek in een gemeente geheel hebben na te laten! (Zie de inhoud van de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring!)

Mee n.a.v thema EO-jongerendag en verkondiging vanochtend in de samenkomst van onze gemeente (NGK ‘De Ontmoeting’, Barneveld)
Bron citaat: Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019, Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 12 juni)

‘Hij heeft ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes.‘ (Uit Titus 3 het 5e vers)

Bron afbeelding: Pin on Faith

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die in de kracht Gods bewaard worden…’

‘Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd‘ (Uit 1 Petrus 1 vers 5)

Geciteerd 1: Petrus benadrukt hier ook de kracht van God: ‘U wordt door de kracht van God bewaard tot zaligheid.’ En wel daarom: er zijn veel mensen die, wanneer zij van het Evangelie horen dat alleen het geloof zonder de werken rechtvaardig maakt, gelijk erop afkomen en zeggen: ‘Ja ik geloof ook.” Ze denken dat hun eigengemaakte gedachte óver het geloof het geloof zelf is.
Nu hebben wij het uit de Schrift zó geleerd”: dat we het minste werk niet kunnen doen zonder Gods Geest. Hoe zouden we dan door onze eigen kracht het hoogste werk doen, namelijk geloven.

Geciteerd 2: Wat is het echter wat Petrus zegt: u wordt door de kracht van God bewaard tot zaligheid? Wat bedoelt hij daarmee? Het geloof is zo’n gevoelig en kostbaar ding – in ons gewerkt door God kracht, die bij ons is en die ons vervult – dat het ons een juist en duidelijk begrip geeft over alle dingen die tot de zaligheid behoren. Daardoor zouden wij alles op aarde kunnen onderscheiden en kunnen zeggen: Deze leer is rechtzinnig, dát is een dwaalleer; deze leefwijze is goed, die niet; dit werk is goed en gepast, dat is verkeerd. En wat zo iemand vaststelt, dat is goed en waar, want hij kan niet bedrogen worden. Hij wordt immers daarin bewaard en beschermd en is een rechter over alle leringen. (1).

Geciteerd 3: Gods kracht moet aanwezig zijn en in ons werken, om ons het geloof te geven. Zoals Paulus het ook zegt: ‘Opdat u zou weten wat de overvloedige grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, naar de werking van de sterkte van Zijn macht‘ (vgl. Efeziërs 1 vers 17vv).
Niet alleen is het Gods wil, maar ook een Goddelijke kracht die Hij aan ons ten koste legt. Want wanneer God het geloof werkt in de mens, dan is het zeker zo’n groot werk als dat Hij hemel en aarde opnieuw zou scheppen.

(1) Zie o.a. 1 Korintiërs 2 de verzen 10-13.

Leestips: Efeziërs 1 : 15-23, 1 Petrus 1 : 1-12 en 1 Korintiërs 2.

Bron citaten 1 en 3: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019, Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 11 juni)
Bron citaat 2: “Als goud door vuur beproefd – Korte verklaring van de eerste brief van de apostel Petrus in 60 overdenkingen – – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2020, Den Hertog BV., Houten

‘Laat niemand zichzelf bedriegen…’ (Uit 1 Korintiërs 3 vers 18)

‘Er staat ook geschreven: “De HEER kent de gedachten van de wijzen: Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.” Niemand moet van u zich moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u, of het nu Paulus, Apollos, Kefas (Petrus) is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 20-23)

Bron afbeelding: Inspirational Bible verse Images – Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over eerlijk kunnen bidden gesproken…

‘Ik wil dat bij iedere samenkomst de mannen met geheven handen bidden, (1) – voor al hun broeders en zusters en voor alle mensen – vol toewijding, zonder wrok of onenigheid.‘ (Uit 1 Timoteüs 2 de verzen 1-8 daarvan vers 8) *

Geciteerd 1: Hij lag een tijdlang als dood tussen tientallen lijken. Hoewel hij amper nog kon lopen, wist hij toch te ontsnappen. Hij zag hoe bulldozers de lichamen in massagraven duwden. Avdic was een van de kroongetuigen op de processen van het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.
Geciteerd 2: ‘Ik ontmoette hier mijn vrouw, ook een overlever van de genocide. Onze drie dochters gaan naar de middelbare school en krijgen daar te horen dat de genocide en het beleg van Sarajevo nooit hebben plaatsgevonden. Genocide-ontkenning maakt hier deel uit van een cultuur die deze samenleving blijvend vergiftigt. En toch dachten we nooit aan vertrekken. Tot mijn vrouw enkele maanden geleden begon te twijfelen. De spanningen namen voelbaar toe en zij vond dat we onze dochters niet langer konden blootstellen aan de haat en de maatschappelijke vergiftiging. Maar ik twijfel nog altijd. Twee van onze dochters spelen basketbal in de schoolploeg. Zij zijn de enige moslimmeisjes van het team, maar in hun ploeg is niets van die haat te merken. Ze zijn allemaal gelijk en spelen samen om te winnen. Dat geeft me toch een beetje hoop en misschien wel de kracht om hier te blijven.’

* ‘Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt (1) en je je daar herinnert dat je broeder of zusters je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en wordt je gevangen gezet. Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent** betaald hebt.‘ (Uit Matteüs 5 uit de verzen 21-26)
** ‘En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.‘ (Uit Matteus 18 daaruit de verzen 34-35)

(1) ‘Laat mijn gebed voor U zijn als reukwerk, mijn geheven handen als een avondoffer.’
(Uit Psalm 141 vers 2)

Bron citaten: De Standaard (via Blendle) – ‘‘De extremisten staan klaar om ons opnieuw uit te moorden’ – Vanuit Bosnië en Herzegovina

Bron afbeelding: D’Chosen (Facebook)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Twijfel aanpraten of af ‘leren’*…

* Weerstaan en weerleggen met Gods Woord.

‘En zijn geloof verzwakte niet toen hij, ongeveer honderd jaar oud, besefte dat zijn krachten hem hadden verlaten en Sara niet langer vruchtbaar was. Hij twijfelde niet aan Gods beloften; zijn geloof verloor hij niet, integendeel hij werd er in gesterkt en bewees zo eer aan God. Hij was er van overtuigd dat God bij machte was te doen wat Hij had beloofd, en dát werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.’ (Zie onderaan vervolg van tekst uit Romeinen 4)

‘de Heilige Geest op de mond slaan‘

Geciteerd: Dit is de ware heilzame leer van het christelijk geloof, namelijk dat de gewisse verzekering en dit getuigenis van de Heilige Geest in het hart moet zijn, zodat het geheel niet twijfelt dat wij door Christus Gods kinderen zijn, vergeving van zonden en het eeuwige leven hebben. (1)
Bovendien dat wij ook zullen weten dat God met alle ernst dit geloof eist, en verbiedt om hieraan te twijfelen. Namelijk als Hij zegt: ‘Die in de Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelf; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft het getuigenis dat God getuigd heeft van Zijn Zoon’ (vgl. 1 Johannes 5 vers 10).
Hiermee is de leer van hen (2), die hiertegen zonder schaamte voorgeven dat het juist goed is als je twijfelt, en dat een christen zelfs moet (!) twijfelen aan de genade, op een geweldige manier (namelijk op grond van Gods Woord – AJ) de bodem in geslagen.
Ze leren dus in feite: dat het goed is Gods getuigenis niet te geloven!
Dit is (dus) niet anders dan God voor een leugenaar houden, de Heere Christus lasteren en te schande maken en de Heilige Geest op de mond slaan. En op deze manier wezenlijk en waarachtig de mensen tot onvergeeflijke zonden en lastering tegen de Heilige Geest brengen en daarin vastmaken, zodat ze tot de duivel moeten varen en geen heil of troost van hun zaligheid ooit zullen hebben.

(1) Zie Johannes 3 de verzen 18-21.
(2) Luther schrijft hier: de pausgezinden.

Opgemerkt: Helaas heb ik de afgelopen jaren nogal eens gehoord dat in de verkondiging (jongeren en daarmee ook heel gemeente) twijfel wordt goedgepraat en zelfs ook ‘aangepraat’.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten.
(Citaat/overdenking van 7 juni)

‘En dit is niet alleen voor hem geschreven, maar ook voor ons, want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we geloven in Hem die Jezus, onze Heer, uit de dood heeft opgewekt; Hij werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.‘ (Uit Romeinen 4 de verzen 19-22 [bovenaan] en 23-25)

‘Zorg dat je je niet voor je werk hoeft te schamen en verkondig regelrecht de waarheid.‘
(Uit 2 Timoteüs 2 uit de verzen 14-26 vers 15)

Bron afbeelding: King James Bible Online

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geest bedroevende prediking?

„En bedroeft de Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” (Efeze 4 vers 30)

“En bedroeft uw broeders niet, maar weid mijn schapen…” (Zie Bijbeltekst onderaan)

Geciteerd 1: Welnu, geliefden, laat ik u eens vragen: Kent u iets van deze Vriend? De wereld kan Hem niet ontvangen; als u van deze wereld bent, kunt u Hem ook niet ontvangen. Kent u er iets van dat de Geest met onuitsprekelijke zuchtingen in u zucht? Niets? Dan bent u ver van God, lieve vrienden! „De wereld kan Hem niet ontvangen en kent Hem niet.”
Opgemerkt 1: Let wel dat de apostel(en) de gedoopte leden van de gemeente die vragen beslist niet (zo) voorhouden en het is uiterst verdrietig (zelfs Geest bedroevend!)  dat er herders zijn die dat de gedoopte (en dus verzegelde) gemeente, waarvan de leden wekelijks onder hun gehoor zitten (onder de belofte van de onze Heer om daar in hun midden te zijn) dit wel durven voor te houden. Het druist helemaal in tegen de manier waarop de apostel Paulus hier met ernst de gemeente aan het onderwijzen is. Juist omdat het voor hem vast en zeker is dat zij er wél van weten, kan hij hen zo aanspreken!

Geciteerd 2: We lezen dat Petrus weende toen Christus hem aankeek. Wij lezen niet hoe Hij hem aankeek, maar ongetwijfeld met veel droefheid. Ongetwijfeld was daaruit te lezen: „Heb Ik dit verdiend, Petrus? Heb Ik verdiend dat u zo handelt? Ben Ik een vijand voor u geweest, Petrus? Heb Ik u ooit beledigd, Petrus?” Dit was ongetwijfeld uit Christus’ ogen af te lezen.
Opgemerkt 2: Nee, onze Heer, Die onze harten en onze zwakheden kent en al wist en eerder al zei hoe Petrus ‘onderuit’ zou gaan, die heeft Petrus aangekeken om hem aan Zijn Woord (!) te herinneren en daarbij had Hij ook gezegd: ‘Ik heb voor jullie gebeden, dat jullie geloof niet zou ophouden’. Die troostrijke woorden zal Petrus zich zeker (met hulp van de Heilige Geest) toen herinnerd hebben, en die woorden zullen ervoor gezorgd hebben, dat hij niet ook, net als Judas, ging wanhopen aan zichzelf en zijn eigen geloof en als gevolg daarvan zich aan zichzelf vergreep.

Geciteerd 3: Als u niet geheel op Hem leunt; als u niet al uw heiligheid aan Hem ontleent…
Opgemerkt 3: Wij worden niet gevraagd om een zelfverzekerd/(anderen overtuigend) antwoord op deze vraag te kunnen geven. Dat onderwijs kregen de discipelen en krijgen wij toch van de Heer Zelf. En dan gaat het bij Hem om de liefde tot Hem en Zijn Vader in de hemel! Lees in Johannes 21 wat Hij Petrus driemaal vraagt en hoe Petrus daar verlegen onder wordt (heel zijn vroegere zelfverzekerdheid – zie Lukas 22 de verzen 31-32 en Johannes 13 de verzen 36-38 – is en wordt hem ‘uit handen genomen’) en het dan aan onze Heer overlaat om zijn hart te beoordelen. Dát doet het geloof! En dán zegt Jezus tegen Petrus: ‘Weid mijn lammeren/schapen’.
NB. En we weten dat Hij toch ook zeer scherp bestraffend heeft gesproken tegen Zijn eigen discipelen (zie Matteüs 23 vers 16). Maar Hij heeft hun ‘kindschap Gods’ niet in twijfel getrokken.

‘Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: “Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief, meer dan de anderen hier?” Petrus antwoordde: Ja, Heer, U weet dat ik van U houdt.” Hij zei: “Weid mijn lammeren.” Nog eens vroeg Hij: “Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?” Hij antwoordde: “Ja, Heer, U weet dat ik van U houdt.” Jezus zei: “Hoed mijn schapen.” en voor de derde maal vroeg Hij hem: “Simon, zoon van Johannes, houd je van Me?” Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield. Hij zei: “Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.” Jezus zei: “Weid mijn schapen.” (Uit Johannes 21 de verzen 15-17)

Leestip: 2 Petrus 1 de verzen 12-21.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Pinksteren: Bedroef de Heilige Geest niet’ – uit preek van Robert Murray M’Cheyne (1813-1843), predikant te Dundee (Schotland) (”De Ark der behoudenis”, uitg. Den Hertog)

Bron afbeelding: Some Jesus Things

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ballonnen, alcohol en vervuld raken met de Geest…

‘…maar wordt vervuld met de Geest…’ (Uit Filippenzen 5 vers 18)

Opgemerkt 1: Vanochtend werden er ballonnen gebruikt bij het kindermoment om iets duidelijk te maken over het vervuld zijn (raken) van de Geest en de uitwerking daarvan in ons leven. Een aantal kinderen werd gevraagd om op het podium een ballon op te blazen en toen ze dat gedaan hadden, werd hen gevraagd om de ballon los te laten. Zoals u begrijpt vlogen ze alle kanten op…
Bij dit gebruikte ‘ballonnenbeeld’ kwamen bij mij nog de volgende gedachten op: De ‘natuur van de ballon’ (het ballonmateriaal) heeft de neiging om de lucht (wind/Wind) naar buiten te drijven en die kracht die de ballon zelf uitoefent, die brengt de ballon naar welke willekeurige (onvoorspelbare) plek dan ook. Wanneer wij werkelijk zouden willen drijven op de wind (Wind!) en ons door de Wind laten bewegen naar waar Hij ons hebben wil, dan zouden we een knoop in het ‘ventiel’ van de opgeblazen ballon moeten leggen en pas dán zouden we lichtjes kunnen zweven op de Wind . Maar zo’n gemakkelijke reis is nu juist niet wat de Wind ons belooft en met ons voor heeft! De Wind wil ons juist binden aan het Woord en aan de andere door Hem aangereikte middelen (Bijbellezen, gebed, kerkgang, bediening en gebruik van de Sacramenten, ons christelijk samenleven) en dat plaatst ons allen zo heerlijk náást elkaar in de gemeente van onze Heer, waardoor wij allen met beide voeten op dezelfde vaste Grond staan en niemand reden heeft om zich tegenover de ander ‘op te blazen’ bijv. vanwege vermeende mate van ‘vervuld zijn (geraakt) van de heilige Geest’ (of dat oordeel nu jezelf betreft of dat over een ander). Want ook dat ‘vervuld raken’ is voluit genadewerk van God in iemands leven. Geen mens kan zich verheffen boven of denigrerend doen over ‘de kleinste in het Koninkrijk van God’! (Zie Lukas 7 vers 28 en 1 Korintiërs 1 vers 31 en 4 de verzen 6-7)

Opgemerkt 2: In de dienst werd ook gevraagd wat de uitwerking van alcohol is op ons lichaam en dat n.a.v. Efeziërs 5 vers 18. Wat ik zelf hierbij nog wil opmerken, dat is dat alcohol bij ons bepaalde innerlijke grenzen/begrenzingen/weerstanden verlaagd en doorbreekt, waardoor wij dingen gaan doen die we anders niet (zo gauw) zouden doen. En dat is vaak niet in het ons voordeel of dat van een ander…
Nu wil de Geest ook allerlei innerlijke grenzen/begrenzingen/weerstanden bij ons wegnemen, maar dat wil Hij beslist doen door dat hele gewone gebruik van de ons geschonken middelen (zie het eerder genoemde rijtje).
En daar kunnen we alleen maar blij mee en dankbaar om zijn! Want zo mogen we dus op heel eenvoudige – voor iedereen ‘haalbare manier’ ons inspannen om steeds meer vervuld te raken met de Geest. Dagelijks leven van Gods Woord en kinderlijk dankbaar spreken met Hem kan daarbij niet gemist worden.

Opgemerkt 3: De laatste opmerking brengt me ook bij ons bidden om vervuld te mogen worden met de heilige Geest. Wij weten van ons bidden dat ook dat door de Geest in ons opgewekt en gewerkt wordt. En ook dat God al weet wat wij nodig hebben en wat goed (het beste) voor ons is, nog voordat we Hem gevraagd hebben. Daarom is het eenvoudige Onze Vader gebed een gebed dat iedere gelovige dagelijks kan en dient te bidden. Juist ook omdat er gebeden wordt om de komst van Zijn Koninkrijk, de heiliging van Zijn Vadernaam en dat Zijn (goede) wil geschieden zal in ons leven. En omdat we met de bede om ons ‘Dagelijks Brood’, bidden om de (vergevende) liefde en (milde en onderscheidende) wijsheid van onze Heer Jezus Christus door de kracht van de heilige Geest, mogen we vast en zeker vertrouwen [=geloven], dat al deze bedes ook weer gehoord zijn en verhoord worden na ons amen op dit gebed; En ook dat al die andere dingen (voedsel, kleding, onderdak, etc.), die toch ook nodig zijn wanneer we daadwerkelijk praktijk willen maken van Jezus’ opdracht ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid‘ ons zullen worden ‘toegeworpen‘. (zie Matteüs 6!)

Aanvullend: In de dienst kwam ook nog een met de ‘Geest vervulde kerk’ ter sprake en daarmee kan alleen bedoeld zijn een met de Geest vervulde gemeente. We zullen bij Gods Woord te rade moeten gaan om te weten te komen of en wanneer en hoe we tot zo’n oordeel over een gemeente zouden kunnen komen. We kunnen lezen hoe Paulus God dankt voor wat aan de leden van de gemeente in Korinthe geschonken is (in 1 Korintiërs 1 de verzen 4-9) en toch begrijpen we uit wat er nog volgt dat deze gemeente nog heel wat te leren heeft om de heilige Geest die ruimte te geven in eigen leven en in het samenleven van de gemeente, dat wij dat ‘vervult met de Geest’ maar niet zo zouden kunnen uitspreken over deze gemeente. En wanneer we letten op het onderwijs van onze Heer in Zijn brieven aan de zeven gemeenten (Openbaring 2 en 3), dan lezen we daar over een gemeente die een goede naam had, maar die meer verguld was met zichzelf, dan dat ze vervult was met de heilige Geest. En een gemeente – die van Filadelfia – die geen kritiek te horen krijgt, daarvan horen we toch vooral wat onze Heer Zelf daar gedaan heeft en nog doen zal. En de lof die ze daar te horen krijgen heeft te maken met hun goed luisteren naar wat Hij gezegd heeft.

N.a.v. een en ander dat in de ochtenddienst van NGK ‘De Ontmoeting’ (JFC, Barneveld) aan de orde kwam.

‘En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte, dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles en weest elkaar onderdanig in de vreze van Christus.‘ (Uit Efeziërs 5 de verzen 18-21)

Bron afbeelding: Redeeming God

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Aan het enige grote werk niet toekomen…*

* Oftewel: aan de twee voornaamste geboden niet toekomen.

‘De Farizeeër staande, bad dit bij zichzelven: O God ik dank U dat ik niet ben gelijk de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook gelijk deze tollenaar.‘ (Uit Lukas 18 het 11e vers)

Geciteerd: God oordeelt over de daden van mensen zó onbegrijpelijk en wonderlijk, dat soms iemand die arm is en waar niemand van weten wil, verborgen in zijn huisje, de meeste en de beste werken doet door slechts God te danken als het goed met hem gaat óf Hem weer vol vertrouwen aan te roepen als het slecht met hem gaat.
Hij doet daarmee meer en betere werken dan een werkheilige, die veel vast, bidt, kerken bouwt, heilige plaatsen bezoekt en zich hier en daar met goede daden vermoeit. Hierbij kan het zo’n dwaas overkomen dat hij veel over zichzelf praat, en alleen maar oog heeft voor zijn eigen grote werken en zó verblind is, dat hij het enige grote werk, God loven en prijzen, nooit gewaarwordt.
God loven en prijzen is in zijn ogen maar een klein ding, vergeleken met zijn valse inbeeldingen over de door hemzelf bedachte werken, waarin hijzelf meer behagen heeft dan God. Hiervan geeft ook de gelijkenis van farizeeér en de tollenaar in de tempel een voorbeeld.
Want de zondige tollenaar roept God aan in zijn zonden en vervult daarmee juist de twee voornaamste geboden, het geloven en loven van God. De ‘vrome farizeeër’ (huichelaar/toneelspeler) mist zowel het ene als het andere werk en loopt te pronken met de zogenaamde goede werken, waardoor hij zichzelf wél, maar God niet eert, en zijn vertrouwen meer stelt op zichzelf dan op God.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 5 juni – ‘De farizeeër en de tollenaar’)

‘Terwijl Petrus nog aan het Woord was, daalde de heilige Geest neer op iedereen die naar zijn verkondiging luisterde. De Joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen, zagen vol verbazing dat ook de heidenen het geschenk van de heilige Geest ontvingen, want ze hoorden hen in klanktaal spreken en God prijzen.‘ (Uit Handelingen 10 de verzen 45-46)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie