‘De bruid heeft alles wat de Bruidegom heeft’…

‘En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God, Zijn Vader; Hem zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.’ (Openbaring 1 vers 6)

Geciteerd: Als wij vragen of Petrus onderscheid maakt tussen de geestelijke en de burgerlijke stand, dan is het onmogelijk te ontkennen dat Petrus hier spreekt* over alle christenen zonder onderscheid. Daarom is het duidelijk dat Petrus niets over een speciale priesterstand zegt, die alleen aan de geestelijkheid zou zijn voorbehouden. Daarom zijn deze bisschoppen niets anders dan Sint-Nicolaasbisschoppen. Zoals hun priesterschap is, zo zijn hun wetten, offers en werken. Daarom hebben alleen zij het heilige en geestelijke priesterschap, die echte christenen zijn en op de levende Steen gebouwd zijn (vgl. 1 Petrus 2 vers 5).
Want omdat Christus de Bruidegom is en wij de bruid zijn, heeft de bruid alles wat de Bruidegom heeft, en dat wederkerig. De bruid geeft zich en alles wat zij heeft en de Bruidegom geeft ook Zichzelf en alles wat Hij heeft.
Nu is Christus de Hogepriester door God Zelf gezalfd. Eerst heeft Hij Zijn lichaam voor ons geofferd, wat het hogepriesterschap is. Daarna heeft Hij aan het kruis voor ons gebeden. In de derde plaats heeft Hij het Evangelie verkondigd en alle mensen onderwezen om God en Hem [=Christus] te kennen. Deze drie ambten heeft Hij ook aan ons allen gegeven. Daarom, omdat hij Priester is en wij Zijn broeders en erfgenamen zijn, hebben alle christenen macht en bevel dat zij prediken en voor God treden; dat is dat de een voor de ander bidt, en dat zij zichzelf aan God opofferen.
* In 1 Petrus 2 de verzen 1-10.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 4 juni – ‘Het priesterschap van alle gelovigen’)

‘Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen. Immers: “Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen leugens of laster over zijn lippen laten komen, hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven. Want de Heer verliest de rechtvaardigen niet uit het oog en luistert naar hun gebeden, maar Hij keert Zich tegen wie kwaad doen.”‘ (Uit 1 Petrus 3 de verzen 8-12)

Bron afbeelding: The Consacrated Woman

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (III)

‘Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.‘ (Uit Johannes 15 vers 26)

Geciteerd: Het hart van een mens moet vrolijk worden voor God, en zich tot Hem opheffen, en zeggen: ‘Lieve Vader, is dat Uw wil, dat U mij zo’n mateloos grote liefde en trouw betoont? Dan wil ik wederkerig U ook van harte liefhebben en vrolijk zijn en graag doen wat U welbehaaglijk is.’
Dan kijkt het hart niet met schele ogen naar God, dan denkt het niet dat God het in de hel zal werpen, zoals het vroeger dacht, voordat de Heilige Geest was gekomen, toen het hart geen goedheid, geen liefde, geen trouw, maar alleen de toorn en de ongenade van God voelde.
Omdat de heilige Geest in ons hart afdrukt dat God voor ons zo vriendelijk en genadig is, weten we ook dat God niet meer op ons zal kunnen toornen, en dan worden we zo verheugd en onbevreesd, dat wij omwille van God alles willen doen en lijden, wat ook maar te lijden is.
Op deze manier moet je de Heilige Geest leren kennen: dat je weet waartoe Hij gegeven is en wat Zijn ambt is, namelijk dat Hij de Schat, Christus, en alles wat Hij heeft – Die ons in het Evangelie is beloofd en verkondigd – ons zó toe-eigent, dat Hij Die in je hart geeft, waardoor de Schat je eigendom is.

Zie ook: ‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (I) en (II)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 3 juni)

‘Wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Sterker nog alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van Hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen en één met Hem zijn – niet door eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. Ik wil Christus kennen en de kracht van Zijn opstanding ervaren, ik wil delen in Zijn lijden en aan Hem gelijk worden in Zijn dood, in de hoop zelf ook uit de dood te mogen opstaan.‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 7-11)
(Uit Filippenzen 3 vers 20)

Bron afbeelding: Ladies Online Bible Study

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (II)

‘Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.‘ (Uit Johannes 15 vers 26)

Geciteerd 1: Nu hebben we dikwijls gehoord dat dit het Evangelie is: dat God in de wereld laat verkondigen en tegen iedereen zeggen: ‘Niemand kan door de wet rechtvaardig worden, maar de mens wordt daardoor alleen maar erger!’ (1)
Daarom heeft God Zijn lieve Zoon naar de aarde gezonden om te sterven en Zijn bloed te vergieten, want de mens kon onmogelijk door eigen kracht en werk voor de zonden betalen en daarvan verlost worden.
Echter, behalve dat dit overal gepredikt moet worden, moet er meer bij komen. Want hoewel ik dit met mijn oren kan horen, kan ik het toch niet met mijn hart geloven. Daarom geeft God bij het Woord ook de Heilige Geest, Die deze prediking in mijn hart afdrukt (schrijft), zodat die daarin blijft en leeft.
Want het is zeker waar, Christus heeft alles volbracht, de zonde weggenomen en de volkomen overwinning behaald. Daar ligt de schat op één hoop, maar ze is nog niet [aan ons] uitgedeeld en ook nog niet toegeëigend. (2)
Daarom, om deze schat te bezitten, moet de Heilige Geest komen, Die ze in ons hart geeft, zodat wij geloven en zeggen: ‘Deze genade is ook aan mij geschonken’. (3)

(1) Denk hierbij m.n. aan de wetsbetrachting en hoogmoed van de Schriftgeleerden en Farizeeën, die de heilige Geest lasterden en onze Heer uiteindelijk aan het kruis brachten.

(2) Geciteerd 2: Desgelijks als wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest zo verzekert ons de Heilige Geest door dit Heilig Sacrament* dat Hij bij ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus hebben (!), namelijk de afwassing van onze zonden, en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij eindelijk onder de gemeente van de uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden. (Uit het formulier om de Doop aan de kleine kinderen van de gelovigen te bedienen).
* Als instelling van onze Heer Zelf

(3) Zie ook wat we belijden op grond van Gods Woord met Zondag 1 en Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus.

Zie ook: ‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (I) en (III)

‘Petrus antwoordde: “Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.“‘ (Uit Handelingen 2 uit de verzen 37-42)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 2 juni)

Bron afbeelding: What We Believe – GO! KIDZ

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (I)

‘Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.‘ (Uit Johannes 15 vers 26)

Geciteerd: Waarom toch gebruikte de Heere hier zojuist het woordje ‘getuigen’? Hij zou het toch ook wel op een andere manier hebben kunnen zeggen? De reden is dat we beter naar het Wóórd moeten luisteren en het ook zullen geloven. Want hoewel het waar is dat de heilige Geest inwendig in het hart Zijn werking heeft, wil Hij toch deze werking ordelijk en in het algemeen niet anders dan door het mondeling gesproken Woord uitrichten. Paulus zegt dat ook: “Hoe zouden zij kunnen geloven, die niet eerst over Hem hebben gehoord?” (vgl. Romeinen 10 vers 14). Bij dit ‘getuigen’ hoort immers de mond en het woord van de apostelen en van alle predikers die Christus rein en zuiver verkondigen.
Daarom mag niemand die waarlijk troost begeert, wachten tot de heilige Geest Christus persoonlijk aan hem of haar voorstelt of direct uit de hemel tot hem of haar zal spreken. Je moet echter de stem [of het getuigenis] van de heilige Geest door het Woord in je hart horen spreken, dat Christus voor jou is gestorven en zonde, dood, wereld, duivel en hel voor jou heeft overwonnen. Hij houdt Zijn getuigenis openbaar in de prediking, dáár moet je Hem zoeken en op Hem wachten, totdat Hij door dit Woord, dat je met je oren hoort, je hart aanraakt en op die manier door Zijn werking inwendig in je hart van Christus getuigt.

‘”Het Woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart”- en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen, is dicht bij u. Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt zult u worden gered. Want de Schrift zegt: “Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.“‘ (Uit Romeinen 10 de uit verzen 8-11)

‘Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen Zijn grootheid gezien. Want Hij ontving van God de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen Hem zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.” Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.’ (Uit 2 Petrus 1 de verzen 16-21)

Zie ook: ‘Die (!) zal van Mij getuigen… (II) en (III)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten.
(Citaat/overdenking van 1 juni)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zalig de armen van geest’… (vervolg 2)

‘Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloof.‘ (Uit 1 Johannes 5 het 4e vers)

NB. Onze kinderen worden ons daarbij – als ‘armen van geest’ (als ‘niet rijk in zichzelf’) – tot voorbeeld gesteld! (1)

Het overwinnend geloof…

Geciteerd: Johannes zegt: ‘Wie is het die de wereld overwint, dan die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?‘ (vgl. 1 Johannes 5 vers 5). Dat zegt hij eigenlijk om aan te duiden wat het ware geloof, waarvan de Schrift spreekt, inhoudt.
Want er zijn veel religies die de wereld ‘geloof’ noemt, en die naar zij zelf zeggen, ook geloven in God, Die hemel en aarde heeft geschapen. Dat dit echter niet het ware geloof is, bewijst zich daaruit dat het niets doet of schept, niet strijdt of overwint, maar allen laat zoals ze zijn, in hun oude geboorte en onder de macht van duivel en zonde.
Maar dit is het ware overwinnende geloof, dat gelooft dat Jezus Christus de Zoon van God is. Het is een onoverwinnelijke kracht, door de heilige Geest gewerkt in de harten van de christenen. Het is een vaste en zekere kennis, die niet alleen heen en weer fladdert of staat te gapen naar de onbestendige gedachten en verzinsels van de mensen. Daarentegen grijpt het God aan in deze Christus, als Zijn Zoon, uit de hemel gezonden, door Wie Hij Zijn wil en hart openbaart, en van zonden en dood tot genade en het nieuwe, eeuwige leven brengt.
Dit geloof en vertrouwen werkt dat de mens zich niet verlaat op eigen verdienste of waardigheid, ook niet op mensenwijsheid, maar op Christus, de Zoon van God, en op Zijn macht en kracht, en door Hém tegen de wereld en duivel strijdt en overwint.

(1) ‘Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: “Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?” Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer en zei: “Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op. Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.”‘ (…) ‘Waak er voor ook maar één van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: “hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van Mijn hemelse Vader.“‘ (Uit Matteüs 18 de verzen 1-6 en 10)

Zie ook: ‘Zalig de armen van geest’…(start) en (vervolg 1)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof allen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten.
(Meditatie van 30 mei)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zalig de armen van geest’… (vervolg)

‘De blinden worden ziende en de kreupelen wandelen, de melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd.‘ (Uit Matteüs 11 vers 5)

Over het Gods grootste werk aan ons mensen…

Geciteerd 1: We gaan weer terug naar onze tekst: ‘Aan armen wordt het Evangelie gepredikt.’ Uit de hiervoor genoemde werken die Christus voor het lichaam doet, is het makkelijk te verstaan dat Christus geen groter werk doet, dan aan armen het Evangelie verkondigen. Dat is zoveel gezegd: aan de armen wordt de goddelijke belofte verkondigd van volkomen genade en troost in Christus. Dat betekent dat deze genade door Christus wordt aangeboden en voorgesteld; dat aan ieder die dit gelooft, al zijn zonden worden vergeven; dat de wet voor hem of haar is vervuld; dat het geweten is bevrijd en dat eeuwig leven wordt geschonken. (1)
Hoe zou een arm, ellendig hart en bedroefd geweten nog een blijder boodschap kunnen horen? Hoe zou een ziel [=mens] krachtiger en moediger kunnen worden, dan van zulke troostvolle en heerlijke woorden en beloften? Zonde, dood, hel, wereld en duivel, zijn in één ogenblik verdwenen (2), wanneer een arme ziel deze belofte ontvangt en gelooft.
Blinde ziende maken, en doden opwekken zijn maar heel geringe werken vergeleken bij het Evangelie aan armen verkondigen. Daarom noemt Christus dit het laatst, als het allergrootste werk onder al Zijn werken.

(1) Geciteerd 2: Het Evangelie is een boodschap van genade en vergeving. Daarom behoort bij het Evangelie geen werk (want het is geen wet!), maar het moet alleen geloofd worden. Het Evangelie is een naakte belofte en aanbieding van de Goddelijke genade. Wie daarin gelooft, die ontvangt genade én de heilige Geest, waardoor het hart vrolijk wordt en verblijd in God. (…) Vanaf het begin van de wereld heeft God aan niemand deze genade beloofd, dan alleen in en door Christus. Daarom is het tevergeefs dat iemand buiten het geloof in Christus, de vervulling van ook maar één Goddelijke belofte zou verwachten. ‘Want zoveel beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen‘ (vgl. 2 Korintiërs 1 vers 20). Wie Hem niet hoort, die hoort ook geen belofte van God. Want zoals er géén gebod is buiten de wet van Mozes, zo zijn er ook géén beloften buiten Christus.

(2) Waar gelooft wordt is alle exorcisme overbodig!

Leestip: Romeinen 6, 7 en 8 en m.n. daarvan de verzen 10-17.

Opgesteld mee n.a.v. de dienst op zondagochtend 29 mei van NGK ‘De Ontmoeting’ (JFC, Barneveld)

Zie ook: ‘Zalig de armen van geest’… (I)

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof allen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten

Over het dagboek: De voor dit dagboek geselecteerde citaten zijn voor het merendeel niet eerder in het Nederlands gepubliceerd. Zo maakt u hier kennis met een verrassend aspect van de veelzijdigheid van Luther als verkondiger van Gods zeer blijde boodschap. De citaten zijn bijna allemaal geselecteerd uit tweeduizend nagelaten preken die nog nooit in het Nederlands werden vertaald.

‘Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons. En Hij Die ons met u bevestigt in Christus en ons gezalfd heeft, is God, Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 20-22)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zalig de armen van geest’…

‘De blinden worden ziende en de kreupelen wandelen, de melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd.‘ (Uit Matteüs 11 vers 5)

Over het grootste werk van God aan ons mensen…

Geciteerd 1: De echte geestelijk armen zijn zij die deze verkondiging altijd weer nodig hebben en deze met hun hart smaken en proeven en indrinken als regen op een dor land. (1) Bovendien wordt het Evangelie zo gepredikt en verkondigd in de hele wereld, dat het echt alleen een prediking is voor de armen. Geen enkele rijke kan het bevatten of aannemen. Wie het wil aannemen moet eerst arm zijn geworden. (2)
Zoals Christus ook zegt: “Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering” (vgl. Matteüs 18 vers 13). Dit zei Hij, terwijl Hij toch de hele wereld tot bekering riep. Maar zijn roepen was zó, dat het alleen door zondaren kón worden aangenomen. Allen die Hij riep, moesten zondaren [voor God] worden, maar dat wilden zij niet, want daar waren ze (waanden ze zich) veel te goed voor. Zo moeten ook allen die het Evangelie (vandaag) horen allemaal arm worden, opdat ze zalig worden, maar dat wil men net zo min. Daarom is het Evangelie nooit verder gekomen en komt het niet verder dan alleen bij de échte armen van geest.

Geciteerd 2: Bij deze verkondiging kun je zien wie feitelijk de grootste vijanden van het Evangelie zijn, namelijk de werkheiligen (3). Zij zijn het die helemaal tégen het Evangelie gekant zijn. Zij bestaan het dat zij door werken rijk willen worden (4), terwijl het Evangelie juist wil dat zij arm worden. Op deze manier willen ze niet wijken. Het Evangelie kán ook niet wijken.
Want het Evangelie waarmee ze altijd in strijd zijn, is Gods eeuwig durend en onveranderlijk Woord dat van geen wijken weet. Daarom lopen ze op elkaar in en stoten ze zich aan elkaar, zoals Christus zegt: “En op wie deze Steen valt, die zal verpletterd worden, en op wie Hij valt, die zal Hij vermorzelen.”
Daarbij, zij veroordelen ook het Evangelie als dwaling en ketterij, en zo gebeurt het – zoals we dagelijks zien, en vanaf het begin van de wereld is gezien – dat er tussen het Evangelie en de werkheiligen geen vrede, geen vriendschap, geen verzoening mogelijk is.
Door hén wordt de kerk daarom onderdrukt en vermalen, zoals de tarwe tussen de beide molenstenen wordt vermalen. De onderste steen is het stille, vredige, en onbeweeglijke Evangelie. De bovenste steen, die beweegt en maalt, zijn de werken en hun leermeesters die razen en woeden om de tarwe tot meel te malen.

(1) Daarom zijn ‘geestelijk armen’ ook altijd weer blij en dankbaar voor dat heel eenvoudige samenkomen van de gemeente(n) op zondag om daar God te danken – dat allereerst en vooral! – en om er samen te (aan)bidden en vanwege het ontvangen van de zegen zoals die door de bediening van het Woord en de Doop en het vieren van het Avondmaal tot hen komt.
(2) Daaraan ontdekt door het luisteren naar Gods wet en naar wat onze Heer Jezus Zijn discipelen opdroeg ons te onderwijzen.
(3) Dáárom vonden en vinden we juist binnen Gods volk en binnen de gemeenten/kerken de grootste vijanden van het (werkelijke) Evangelie en dus ook van de eenvoudige en nederige gelovigen.
(4) En tot die werken kunnen ook behoren het ontvangen van bijzondere visioenen en ervaringen en het uitdrijven van demonen, etc. (zie o.a. Matteüs 7 de verzen 21-23)

Leestip: Romeinen 6, 7 en 8 en m.n. daarvan de verzen 10-17.

Opgesteld mee n.a.v. de dienst op zondagochtend 29 mei van NGK ‘De Ontmoeting’ (JFC, Barneveld)

Zie ook: ‘Zalig de armen van geest’… (Vervolg)

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten

Over het dagboek: De voor dit dagboek geselecteerde citaten zijn voor het merendeel niet eerder in het Nederlands gepubliceerd. Zo maakt u hier kennis met een verrassend aspect van de veelzijdigheid van Luther als verkondiger van Gods zeer blijde boodschap. De citaten zijn bijna allemaal geselecteerd uit tweeduizend nagelaten preken die nog nooit in het Nederlands werden vertaald.

‘Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen‘
(Uit Matteüs 5 het 3e vers)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Bijzonder goede relatie’…

‘Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen. Laat ieder van u de gave die hij/zij van God gekregen heeft, gebruiken om anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.‘ (Uit Petrus 4 uit de verzen 7-11 de verzen 9-10)

Geciteerd: In Barneveld is zaterdag Huiskamer Samaria geopend, het eerste inloophuis van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN). De plaatselijke ggiN heeft een bijzonder goede relatie met de gemeentelijke overheid, aldus burgemeester J. Luteijn van Barneveld. „Met geen andere kerkelijke gemeente is het contact zo intensief.”

Opgemerkt 1: Het zal de lezer niet verwonderen dat ‘ondergetekende’, gezien zijn ervaringen met hoe ‘intensief contact van een kerkelijke gemeente met de plaatselijke overheid’ kan uitpakken, helemaal niet blij is met en gerust is over dit ‘intensieve contact’ met één bepaalde – en dan nog wel de grootste! – kerkelijke gemeente binnen een burgerlijke gemeente.

Opgemerkt 2: In de ideale situatie zitten de mensen die deel uitmaken van de plaatselijke overheid ’s zondags in een kerkelijke gemeente onder het gehoor van Gods Woord en daarbij onderscheiden zij zich in niets van welke kerkganger(s) daar dan ook. Daar zullen zij zich beslist niet hebben te gedragen of te laten bejegenen (gebruiken) als gezagsdragers en vertegenwoordigers van de lokale burgerij, maar (net als de anderen) als gewone burgers de samenkomsten bijwonen: als zoekers en burgers van het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.

Opgemerkt 3: Het is alleen maar ‘gezond’ (lees: naar Gods Woord) wanneer kerkelijke gemeenten gepaste afstand en onafhankelijkheid bewaren t.o.v. het ‘overheidsapparaat (overheden en hun ambtenaren) en andersom. Dat heeft de kerkgeschiedenis en dat hebben de afgelopen jaren en ook nu weer, bij wat er zich allemaal afspeelt in Europa, in de buurlanden en in ons eigen land, ons toch wel (weer) duidelijk gemaakt! (1)

Opgemerkt 4: Is zo’n inloophuis in Barneveld (toch bekend als een kerkelijk/christelijke gemeente) niet een klaarblijkelijk teken van het falen van het kerkelijke leven (kunnen we het nog ‘leven’* noemen?) om de ouderen/ouders door de verkondiging van Gods Woord (zondags en door-de-weeks in de huizen) zich te leren houden aan een Bijbelse/Christelijke levensstijl en om daarin anderen – m.n. ook de eigen jeugd – voor te gaan?

* Zie Openbaring 3 de verzen 1-6 en 14-22.

Geciteerd 2: ‘Eerst het oude puriteinse beginsel: de eer van God bovenal (beter nog: het zoeken van het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid bovenal, AJ) – vooreerst in eigen leven – en daarom diep door het stof – maar dan ook naar de “buitenwereld” uitgedragen door mensen “wie veel vergeven is”, en die daarom ook veel liefhebben – kan weer invloed krijgen op het volksleven. En dan alleen als dat “puriteins beginsel” wordt toegepast op het praktische leven in lijn van de geschiedenis (‘in rapport met de tijd’, AJ). Niet in klagen en zuchten, dat de wereld haar einde nadert, dat de maat van de goddeloosheid vol wordt, maar door mee-dragen van de ellende en de zonde van de medemensen.’
(Mijn grootvader geciteerd uit ‘Eva’s dochters’ (1926)).

Opgemerkt 5: Laat ‘Huiskamer Samaria’ van dat laatste – in grote (kerkelijke) onafhankelijkheid! – een voorbeeld zijn, namelijk hoe het er in de/onze christelijke huizen aan toe dient te gaan. Dat we elkaar tot voorbeeld zijn in het dragen van onze eigen lasten (persoonlijk en kerkelijk) én die van anderen.

Leestip: Galaten 6.

(1) We hoorden er vanochtend (zondag 22 mei) in de verkondiging nog weer van: De ware ‘godsmannen’ (profeten) van het OT hadden de (profetische) onafhankelijkheid en moed en ook het van God verleende gezag om koning en volk Gods Woord voor te houden. En later vinden we dat ook bij de apostelen (zie o.a. Handelingen 4 de verzen 13-22). Ze waren door Jezus nog eens extra gewaarschuwd dat hun onafhankelijkheid en moed juist weerstand en vervolging zou oproepen (o.a. in Johannes 16 de verzen 1-4). Dat van God verleende gezag dat zullen onze voorgangers binnen de gemeente uitoefenen door altijd weer eerbiedig Gods Woord na te spreken en de leden van de gemeente dat voor te houden. We hebben in Nederland onze politieke vertegenwoordigers (nog) om bij de overheden Gods Woord te laten horen, maar wanneer ons dat ontnomen wordt, dan zullen we vrijmoedig Gods Woord blijven verkondigen in/aan de gemeenten en wanneer dan de overheid ons daarover ter verantwoording roept dán zullen we getuigenis afleggen van de hoop die in ons is.

Bron afbeelding: RD

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Psalmen zingen? Met alle geweld?

‘De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.‘ (Uit Genesis 6 vers 5)

Geciteerd: Kan je uitleggen waarom de Psalmen zo belangrijk zijn. Er wordt veel gezongen uit volle borst over vernietigen van vijanden. God groot maken is goed, maar niet met het oud-testamentische doel de vijand te vernietigen. De wraak is niet aan ons. Heb uw vijand lief. Zing dat es. Of verzin een NIEUW lied voor de Heer. Zing en hef je handen op.

‘God geeft eenzamen een thuis
en gevangenen vrijheid en voorspoed.
Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond.
… U liet een milde regen neerdalen, God,
en schonk Uw uitgeput land nieuwe kracht.
Uw kleine kudde ging er wonen,
in Uw goedheid, God, gaf U het aan de zwakken.
…Vaar uit tegen het gedierte in het riet,
die troep stieren, die kalveren van volken.
Vertrap wie zilver begeren,
verstrooi de volken die belust zijn op strijd.
Laten de gezanten uit Egypte zich aandienen,
de Nubiërs met geschenken zich haasten naar God.
Koninkrijken der aarde, zing voor God, zing een lied voor de Heer, sela
voor Hem die rijdt door de hoogste, eeuwige hemel.
Hoor, Zijn stem is een machtige stem.
‘
(Uit Psalm 68 de verzen 7, 10-11, 31-34)

Opgemerkt: Lees en overdenk heel Psalm 68 nog weer eens goed. Het is een sleutel tot het verstaan van het geweld in het OT. Aan wie geeft God het land aan wie denkt Hij? De Bijbel is geen vroom boek over God voor godsdienstige mensen, maar voor mensen die willen luisteren naar wat God te zeggen heeft over wie wij zijn, en waarom we Hem vrezen moeten als we niet luisteren willen, maar onze eigen gang gaan. Het boek Genesis begint dat al direct duidelijk te maken.
Goed luisteren naar de Psalmen – en daarbij helpt het ze altijd weer ook te zingen! – en naar heel het Oude Testament brengt ons Godskennis en mensenkennis bij, die wij niet – geen dag! – ontberen kunnen!
NB. Wij durven Russische tanks nu toch ook te vernietigen met bemanning en al, en we zijn blij met al de verliezen die de Russen lijden aan materieel én mensen… (al moet dat laatste ons altijd tot verdriet stemmen, en we leren uit OT en NT hoe deze wereld met haar bewoners (mens en dier en ook de plantenwereld) God aan het hart gaan.

Leestips: Psalm 68 en Psalm 18.

‘Geprezen zij de HEER, dag aan dag,
deze God draagt ons en redt ons, sela
onze God is een reddende God.
Bij God, de HEER, is bevrijding uit de dood.
‘
(Uit Psalm 68 de verzen 20-21)

Bron citaat: Laurens de Vries in een opmerking bij mijn FB-bericht: ‘Het verlangen van een pake’…

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Over het kwaad van vandaag heenglijden’…

‘Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.’ (Uit Matteüs 6 de verzen 28-34 vers 34)

Geciteerd (bewerkt): In dit nieuwe jaar dan zou een ieder er weer bovenop komen. Het geleden leed zou vergeten zijn. Lofliederen zouden uit de verdroogde kelen opstijgen. En nu reeds, nog te midden van tegenspoed, werd men staande gehouden, door de hoop dat het welhaast daartoe komen moest; een hoop waarvan men wel niet leven kon, maar die toch de levensmoed ophield…

Maar wie kan er het oog voor sluiten, dat ook het jaar 1895 (alsook 2022) ons het eerste uitbotten van die hoop niet gebracht heeft. Gevorderd is men op geen enkel punt. Niet één knoop in het grote maatschappelijk vraagstuk is ontward. Het bleef heel Europa door, en tot zelfs over zee, gespannen staan. En de moeilijkheid om een eerlijk stuk brood te verdienen, werd al groter; de concurrentie met haar onheilige hartstocht, al straffer; we hebben voor een dozijn en meer jaren een tijdperk van welstand gekend, maar die welstand is weg.

En nu kunt ge daar wel tegenin roepen: “Wees toch niet bezorgd, lieve broeder, Die zorgt is de Heere”; maar uit het Evangelie blijkt dan toch, dat Christus zelf ons menselijk hart in zijn angst en in zijn nood heel anders aangrijpt. Want zeker, ook de Heere riep: “Wees niet bezorgd”, maar bij dat zeggen deed Hij ook die heel andere snaar in ons hart trillen: “Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.

Uw leven is (dus) niet een keten van draaglijke dagen, nu en dan door een dag van tegenspoed afgebroken; heel uw leven is tegenspoedig, op elke dag is er een drinkbeker te drinken…
Dat ge met het kwaad van morgen en van overmorgen nu reeds bezig zijt, toont dat ge over het kwaad van vandaag heenglijdt, dat niet doorziet, dat niet peilt in zijn diepte. En daarom: Vervul thans uw hoofd en hart niet met het kwaad, dat bij morgen hoort. Dat komt eerst aan de orde als het morgen zijn zal.

En nu roept Jezus u op eenmaal naar uw hart terug, en klaagt u aan over uw ongevoeligheid. Dat ge ’s avonds bij het naar bed gaan zeggen kunt: “Goddank, vandaag is alles wel gelopen. Geen kwaad is er geweest, onderwijl toch, bij heiliger licht bezien, niets goed liep, noch in uw eigen hart, noch in uw gezin, noch in uw omgang, en niet alleen uw innerlijk leven, maar uw betrekking tot anderen, en uw levenstoestand zo heel anders was en bleef, dan dit zijn moest in het Paradijs, terwijl gij toch als Gods kind al wat minder dan het Paradijs is, een kwaad moest weten te noemen. Maar daar zijt ge over heen. Ge zit in den kerker en zijt er door afgestompt. Ge draagt boeien en het ergert u niet meer als het ruwe ijzer in uw vlees snijdt.

En zeg nu niet, dat dit woord van Jezus u nog ongelukkiger maakt. Dat schijnt wel zoo, maar het is zo niet. Dan verwijt men u: Met mijn zorgen voor de toekomst heb ik het al zoo zielsbenauwd; en nu wilt ge me nog het hart bezwaren met allerlei kwaad in het heden, waaraan ik gelukkig gewend was geraakt, en dat me deswege niet meer beklemde…

Lees heel deze meditatie uit 1895: ‘Nieuwejaar‘

Bron citaten: digibron-nl* – ‘Nieuwejaar’ (1895) – De Heraut (29-12-1895) – Pagina’s 1-2
* Artikel aangeboden door de Vrije Universiteit van Amsterdam

Bron afbeelding: BibliaToDo

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie