Wie moet er bang zijn voor ‘verbondsautomatisme’?

Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood…’
(Uit Galaten 6 vers 8)

Geciteerd: Is het verbondsautomatisme – kort gezegd: je bent vanwege het genadeverbond een kind van God vanaf de geboorte – uit de GKN verdwenen of is het toch nog onderhuids aanwezig?
„U gaat ervan uit dat er verbondsautomatisme in de GKV was. Ik weet wel dat er vanuit de reformatorische wereld zo tegen de vrijgemaakte kerken wordt aangekeken. Maar, ik ben bang dat ik u niet helemaal ongelijk kan geven. Dat zal vooral komen doordat er in de vrijgemaakte prediking over het algemeen genomen onvoldoende bescherming zat tegen verbondsautomatisme. Dat is echter wel iets anders dan dat het verbondsautomatisme in de prediking zelf zat.
Ik zie het als een opdracht voor ons, predikanten, om het Woord in alle scherpte te bedienen en de gemeente, vanuit de onpeilbare liefde van de Vader, voor Christus te stellen. Daarbij mogen we niet uitgaan van verondersteld geloof, maar oproepen tót geloof, door de werking van de Heilige Geest. Als we dat niet doen, dan werken we zelf verbondsautomatisme in de hand.”

Opgemerkt: Wanneer we de in de gemeente van Jezus Christus geboren kinderen zien en aanspreken als kinderen van God aan wie de Evangelie-beloften rechtens toekomen en daarom ook door de Doop aan hen betekend en verzegeld worden, dan is dat voluit een zaak van gelóóf. Een zaak van geloof hechten aan Gods Woord! En het is dus niet een zaak die kan of moet worden beslecht door de een of andere theologie: een verbondstheologie of welke (al of niet tegensprekende) theologie dan ook. Er kan daarom ook nooit werkelijk sprake zijn van ‘verbondsautomatisme’ in gemeenten of kerken, want wanneer men meent dat toch wel te kunnen aanwijzen, dan zijn daar heel andere zaken (problemen) aan de orde!
Daarom kan men ook niet met recht beweren ‘dat er in de vrijgemaakte kerken over het algemeen onvoldoende bescherming tegen verbondsautomatisme zat’. Er kan van alles op de prediking in die kerken aan te merken zijn geweest (en mogelijk nog), maar niet dat men daar de jeugd en de ouderen in de prediking te serieus aansprak en aanspreekt als kinderen van God. Of men moet de predikanten en gemeenten dat (het!) geloof willen ontnemen! En helaas gebeurd dat in heel wat gemeenten/kerken metterdaad wel! En dat kunnen we niet genoeg betreuren en weerspreken – niet vanuit en met theologie – maar met en vanuit Gods Woord Zelf.
De doorgaande prediking van heel Gods Woord dat levend en krachtig is door de heilige Geest, dat hebben alle gemeenten bij voortduur nodig en daar wordt ook altijd weer om gebeden in de samenkomsten en de heilige Geest is daar naar Christus belofte ook zeker aanwezig en aan het werk. Daar heeft de gemeente zelf ook scherp op te (leren) zijn, dat men in de gemeente daar oor en oog voor heeft en dat men de predikanten en leden van de kerkenraad daarop en daarover aanspreekt, dat men geen afbreuk doet aan Gods beloften. En dat mag ze dus doen vanuit het gelovig vertrouwen dat de heilige Geest hen daarin wil bijstaan en leiden, wanneer ze in gelovig gebed om die daarvoor nodige liefde (tot God en de naaste) en wijsheid vragen. En daar zullen zij die leiding hebben te geven in een gemeente de gemeente ook altijd weer (voorbeeldig) in voor hebben te gaan. Dát gelovige vertrouwen en het in praktijk brengen ervan in een gemeente, dat valt niet met en door een ‘juiste’ theologie veilig te stellen, laat staan af te dwingen!

‘… maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.‘ (Uit Galaten 6 uit de verzen 8-10)

Bron citaat: RD Cultuur & boeken – ‘GKN zetten in op verbond’ – door Maarten Stolk

Bron afbeelding: Heartlight – God’s Spirit Does the Growth Work

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over het Lichaam van Christus gedacht en gesproken…

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus.‘ (Uit Korintiërs 12 vers 12)

Geciteerd: Dat is een rijke gedachte die we bijvoorbeeld ook in Zondag 28 van de Heidelberger aantreffen. Het lichaam van Christus is immers niet slechts een romp*. Die gedachte dat wij als gelovigen de armen van Christus zijn, betekent zo veel voor diaconaat, voor pastoraat, voor gemeente-zijn. Die gedachte betekent ook dat het niet de goede Herder is Die achter al die 99 – vooral ook jonge – schapen aan moet, maar dat Hij dat doet via mij. Wie zo veel lege plaatsen in de kerk ziet, en wie beseft dat niet ieder die in de kerk zit er ook echt nog is, zou kunnen denken dat de goede Herder er vandaag de dag knap druk mee kan worden. Volgens Bucer echter ligt die drukte op mijn bordje. Of om het maar zo te zeggen: daarvoor heeft Hij ons in de arm genomen.

Opgemerkt: Hoe hebben we zulke woorden uit Gods Woord toe te passen in ons gemeentelijk/kerkelijk leven? Want het kan onmogelijk waar zijn dat we de kudde (tijdelijk?) dan maar aan haar lot moeten overlaten, omdat het verlorene zoeken nu eenmaal (in onze/deze tijd?) de voorrang verdient. Hoe zoeken wij dat verlorene en dat dan eerst toegepast op de herders en leraars van de gemeente? Wel, dat betekent dat zij gewoon doorgaan met het zorgwerk voor (heel!) de kudde zoals Paulus dat aan de oudsten van de gemeente in Efeze voorhield op het strand (Handelingen 20) en wat hij Timoteüs en Titus schreef in zijn brieven aan hen. Wanneer we dát blijven (of weer gaan) doen, dan is dat tevens zorgdragen voor het verlorene! Want wanneer heel de gemeente uit Gods Woord haar taak leert verstaan en uitvoeren, dan stellen we hen onder de zorg van de Goede Herder, Die het verlorene zoekt en zullen ze DV zich ook laten gebruiken in Zijn zoeken naar het verlorene dat inmiddels buiten de door Gods Woord aan ‘het pastoraat’ opgedragen zorg voor de gemeente valt.

(1) Hiermee – met die nadruk op armen versus de romp – wordt toch weer een karikatuur gemaakt van de gemeente als lichaam van Christus. De woorden van de apostelen hierover zijn toch duidelijk genoeg! Geen enkel deel van het lichaam kan gemist worden! Het is juist de gedachte, dat bepaalde lichaamsdelen (bepaalde ledematen/leden) van veel meer gewicht en belang zijn dan andere, die er oorzaak van is dat bepaalde leden niet naar waarde geacht en geschat worden binnen een gemeente en mee daardoor gevaar lopen door anderen of zichzelf als niet tot het lichaam behorend (verloren) beschouwd te worden! En je hebt er zelfs die beweren durven dat bepaalde ledematen beter maar geamputeerd kunnen worden, omdat ze in hun ogen tot de schamenswaardige delen van het lichaam behoren.
De Joodse ‘theologen/kerkleiders’ gingen zelfs zo ver dat ze het hoofd amputeerden onder het mom van daarmee het lichaam te behouden. Ze zullen zich wel als de sterke armen van het Joodse volk beschouwd hebben, maar hun armen konde die amputatieklus toch niet goed klaren, ze hadden de sterke arm van de (Romeinse) overheid erbij nodig. En dat is vaker gebeurd in de geschiedenis van Gods volk en het gebeurd helaas ook nu nog wel…

Slot: Je moet dus zeggen/stellen: Alleen wanneer het hele lichaam functioneert onder de coördinatie van het hoofd wordt er gezocht naar het verlorene. De armen kunnen het beslist niet op eigen houtje!

Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn dáárdoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn. Immers een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele.‘ (Uit 1 Korintiërs 12 vers 14)

Bron citaat: RD Opinie – ‘Column: In de armen van Christus’ – door prof. dr. H.J. Selderhuis

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Moest/wilde Jezus ons mensen shockeren?

U hebt boden naar Johannes (de Doper) gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis afgelegd. Niet dat Ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om u te redden…’ (Uit Johannes 5 de verzen 30-38 de verzen 33-34)

Geciteerd 1: De Schriftgeleerden, die zich nogal druk maakten over allerlei vormen en gewoonten die in hun ogen verkeerd waren en een mens onrein maakten, worden door de Heere Jezus gewezen op zaken die een mens echt onrein maken: alles wat uit ons hart voortkomt.

Geciteerd 2: Jezus’ woorden bedoelen te shockeren, te waarschuwen. Te waarschuwen voor de gevolgen. De gevolgen duren wel wat langer dan een enkele minuut van vleselijk genot. De gevolgen zijn de eeuwige toorn van God in een onuitblusselijk vuur. God haat de onreinheid. God haat de boze natuur van de mens. God haat overspel en hoererij. En vooral zij die elke zondag de wet van God horen zullen een dubbele straf ondergaan.

Opgemerkt 1: Onze Heer brengt ons in Matteüs 15 vers 19 de waarheid onder ogen en die waarheid daarvan waren niet alleen ‘de zondaars’, maar ook de Schriftgeleerden en Farizeeën zich beslist bewust! Dat besef van die waarheid en hoe Jezus daarover tot de mensen sprak, dat bracht zondaars bij Jezus, alhoewel het nog niet gezegd was dat ze zich dan ook van hun zonden wilden bekeren. Maar de Schriftgeleerden en Farizeeën die hadden er geen belang bij om die waarheid onder ogen gebracht te krijgen. Dat was en werkte veel te nivellerend en dat was niet in hun belang. Veel liever wekten zij de indruk dat hen die waarheid – ze wisten wel wat er diep in hun hart leefde – heus niet meer onder ogen gebracht hoefde te worden. Liever overtuigden zij anderen en ook zichzelf dat zij toch altijd weer zo druk met de dienst aan God waren (geweest), dat zij zich over die zonden van en in hun hart niet meer druk hoefden te maken. En daarom zagen ze neer op de zondaars en ‘de schare die de Wet niet kent’ en meenden zij helemaal geen Geneesheer – een Genezer van hun hart* – nodig te hebben.
Toch wilde onze Heer ook deze hoogmoedig en blind geworden mensen niet afwijzen, zoals Hij ook ‘de zondaars en de tollenaars’ niet afwees. Wel heeft Hij juist deze mensen nog veel indringender willen waarschuwen en met felle woorden willen ‘striemen’ dan de andere zondaars om Hem heen. We horen daar ook iets over in het slot van Johannes 9 (‘Genezing van een blinde’): ‘Jezus zei: “Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.” Een paar Farizeeën die bij Hem stonden en dat hoorden, zeiden: “Wij zijn toch zeker niet blind!” “Was u maar blind,” zei Jezus, “dan zou u zonder zonde zijn. Maar u beweert dat u kunt zien, en dus blijft uw zonde.

Opgemerkt 2: Wanneer de Farizeeën naar waarheid konden zeggen dat zij hun eigen hart niet hadden leren kennen, dan waren ze ‘onschuldige blinden’ geweest, maar ze wisten dat de Heer Jezus hen – steeds weer – met de waarheid confronteerde, en toch wilden ze dat niet erkennen omdat ze Hem geen zeggenschap wilden geven over het volk en over henzelf.* Dat werd Hem niet gegund, Die eer wilden ze Hém niet geven. Dat was niet in hún welbegrepen eigen belang!
* Ze hadden een eigen ‘fitness-programma’ opgesteld, en dát hielden ze ook anderen voor, daar waren ze trots op en daar verdienden ze hun brood mee en daar hadden ze de levende Geneesheer niet (meer) bij nodig.

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Meditatie: Onreinheid’ – van ds. K. Hoefnagel, Sliedrecht

Ik ben gekomen namens Mijn Vader, maar u accepteert mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf zou komt, wel zou accepteren. Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven. U moet niet denken dat Ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan…’ (Uit Johannes 5 uit de verzen 39-47 de verzen 43-45)

Bron afbeelding: Bible verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de ‘katholieke erfenis’ van Herman Bavinck…

‘Ik heb dan ook gedaan wat me door deze hemelse verschijning werd opgedragen, koning Agrippa, en heb eerst aan de inwoners van Damascus en Jeruzalem, en aan allen die in Judea wonen, en later ook aan de heidenen verkondigd dat ze tot inkeer moesten komen en God moesten eren, en zich dienden te gedragen zoals bij hun nieuwe leven paste.’ (Uit Handelingen 26 de verzen 19-20)

Geciteerd 1: Uit het groeiende aantal Bavinckstudies blijkt dat de theologie waar hij meer dan een eeuw geleden mee kwam de kerk van vandaag veel te bieden heeft. Voor kerken wereldwijd ligt er de uitdaging om begrip te krijgen voor Bavincks nadruk op het katholieke, contextuele en publieke karakter van het christelijk geloof, zodat ze naar behoren kunnen gedijen in hun directe omgeving.

Geciteerd 2: De Chinese christelijke gemeenschap wil vaak de ideeën van westerse tradities of theologen importeren, zonder oog te hebben voor haar eigen situatie. Vooral de bloei van het gereformeerde gedachtegoed in de laatste veertig jaar in China was een signaal van deze niet-contextuele theologische denkwijze. Veel van de opkomende gereformeerde kerken waren er snel bij om gereformeerde belijdenissen te importeren en deze zonder voldoende onderscheidingsvermogen of reflectie op hun eigen kerken toe te passen. Hierdoor lijkt een Chinese kerk vaak meer op een ‘buitenlandse’ kerk, die niet in staat is om het christelijk geloof in de eigen, Chinese context (omgeving) over te brengen.

Opgemerkt: Wanneer ik de auteur (1) goed begrijp in zijn boodschap aan de kerken in China en ook wereldwijd, dan kan dat in feite ook wel ‘gepromoot worden’ zonder de grote naam en faam en theologie van Herman Bavinck. (2) Want het gaat er toch om dat wij ons vertrouwen op God en op Zijn Woord stellen en dat vanwege de kracht van de heilige Geest, Die aan ieder van ons op het eerbiedig gebed ook elke dag weer geschonken wordt en Die ons krachtig wil bijstaan bij onze hartelijke wens om daadwerkelijk als gelovig Christen te leven in de praktijk van alledag.

Wanneer we dat op grond van Gods Woord geloven en elkaar dat ook altijd weer voorhouden en elkaar daarin blijven aanvuren en bemoedigen, op dezelfde manier zoals ook de apostelen dat gedaan hebben, dan kan men in de kerken van China ook bidden om wijsheid voor het inhoud geven aan het kerkelijk (en maatschappelijk) leven aldaar. En op die manier kan men in elke gemeente aan de slag en dan uitwerking geven aan wat men geleerd en ontvangen heeft en nog weer ontvangt. (3) Want de centrale Boodschap van het Evangelie is zo kinderlijk eenvoudig. Op basis van die heel eenvoudige verkondiging durfde een apostel Paulus in een stad als Korinthe een gemeenten stichten door mensen te (laten) dopen en te beginnen met hen te onderwijzen in de ‘Bijbelse leer’. Mensen die nog zo in de kinderschoenen van het geloof stonden, dat ze zich eigenlijk nog niet als geestelijke mensen gedragen konden en waarom het hun eerste opdracht was om heel goed naar het onderwijs van de apostelen en hun medewerkers te luisteren. En die gebruikten bij dat onderwijs ook altijd weer al het oudtestamentische onderwijs (zie bijv. de verkondiging in Handelingen 13 de verzen 16-43).

Een gemeente in China of waar dan ook ter wereld, kan daarom op een vergelijkbare manier ook zo eenvoudig gemeente zijn, waar men leeft bij en van de verkonding van het Woord en gebed en waarvan de leden dat zelf ook dagelijks doen. Zo zijn toch ook de vroege gemeenten gegroeid en tot wasdom gekomen – al waren er helaas ook die na enige tijd verachterden in de genade – maar de gestage voortgang van het Evangelie is toen heel gewoon gebeurd door als gemeenten te leven van en bij het onderwijs van Gods Woord. En dat dus zonder dat ze daarbij gebruik konden of moesten maken van zorgvuldig opgestelde belijdenisgeschriften en/of ‘standaardwerken’ van knappe theologen en kerkvaders…

(1) De auteur is postdoctoraal onderzoeker Theologie en Ethiek van Kunstmatige Intelligentie aan de University of Edinburgh School of Divinity. Hij is tevens initiatiefnemer van een serie Chineestalige onderzoeken naar het Nederlandse neocalvinisme. Bron: christianitytoday.com
(2) Of kunnen we niet zonder die grote naam en faam en theologie van Bavinck om een breekijzer te zetten in de huidige visie(s) op wat orthodox gereformeerde theologie is en/of behoort te zijn binnen de Chinese kerken?
(3) Gisteravond verwees ds. Henk Poot in zijn lezing over Handelingen naar wat we lezen over de ontwikkelingen in de gemeente van Antiochië – daar waren veel Grieken tot geloof gekomen – en dan lezen we dat hij (Barnabas) zich verheugde over wat God daar in Zijn goedgunstigheid bewerkt had en de mensen aanspoorde om trouw te blijven. En dan gaat hij op zoek naar Paulus om de gemeente van Antiochië te helpen om zich verder te ontwikkelen als zelfstandige gemeente. Later zal Petrus zeggen: ‘God heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hen de heilige Geest te schenken, net zoals Hij die ook aan ons (van geboorte Joden) geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een (‘Joods theologisch’) juk te leggen dat onze voorouders nog wijzelf konden dragen? Nee, wij (Joodse apostelen) geloven dat we alleen door de genade van onze Heer Jezus gered kunnen worden op dezelfde wijze als zij.’
We horen hier dus dat de hen geschonken heilige Geest, de apostelen alle reden gaf om de leden van de gemeente te Antiochië als volwaardige broeders en zusters te zien en aanvaarden. En Jakobus gaat er vanuit dat de gemeente in Antiochië zich beslist ook steeds weer zal willen laten onderwijzen uit het Oude Testament (Zie Handelingen 15 de vers 21). Het vertrouwen dat de vergadering in Jeruzalem de gemeente te Antiochië gaf, werd dus niet gebaseerd op en veiliggesteld met een ‘uitgebreide theologie’ verwoord in een te Jeruzalem opgesteld ‘belijdenisgeschrift’, dat vervolgens aan de gemeente in Antiochië ter ondertekening werd aangeboden. Maar Barnabas en Paulus en anderen met hen hebben er wel heel wat ‘catechetisch onderwijs’* gegeven… – zie Handelingen 11 de verzen 25-26 en 15 vers 35.

* In den vorm van vragen en antwoorden, gelijk in een catechismus; in den vorm van een gesprek; – de catechetische leervorm, leervorm waarbij onderwijzer en leerling beurtelings vragen en antwoorden.
NB. Vertelde Maarten Luther niet dat hij zelf ook altijd weer mee leerling werd wanneer hij bezig ging met het onderwijzen van Gods Woord aan de hand van de vragen en antwoorden van de door hem opgestelde Catechismus.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Theologie Herman Bavinck bevat drie lessen voor Chinese kerken’ – door Simeon Ximian Xu (3)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Met beide voeten in “de tekenen der tijden”‘…

Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden
tegen de listen van de duivel‘ (Uit Efeziërs 6 vers 11)

Geciteerd 1: De worsteling om de jeugd krijgt een merkwaardige belichting in de gelijkenis van de biddende weduwe (Lukas 18) en de onrechtvaardige rechter. Deze gelijkenis bevat niet alleen maar een algemene aansporing om aanhoudend te bidden. Ze heeft een bijzonder accent. Ze houdt ons voor wat speciaal de belangstelling moet hebben tegen – wat de Bijbel noemt – ‘het einde der dagen’.
Dat deze gelijkenis rechtstreeks verband houdt met ‘de wederkomst des Heren’, zal voor elke Bijbellezer zomaar duidelijk zijn. Want er gaat een uitvoerige beschrijving (in Lukas 17) aan vooraf hoe de wereld er uit zal zien aan de vooravond van de verschijning van Christus. Dan komt ineens deze gelijkenis, en daarop volgt dan direct: ‘Maar, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?‘ (Lukas 18 vers 8 deels)

Geciteerd 2: De gelijkenis toont dan de worsteling en de verdrukking van de Kerk in het ‘laatst der dagen’. Want dat met die ‘weduwe’ de Kerk bedoeld wordt, die even eenzaam en onbeschermd in de wereld staat als de weduwe destijds, is zondermeer duidelijk. Dat de ‘tegenpartij(der)’ de Satan zelf is, die door zijn handlanger, de antichrist het bestaan van de kerk bedreigt is ook duidelijk. Wat niet gezegd wordt is, wélk onrecht de weduwe werd aangedaan, waarin de tegenpartij(der) haar speciaal wilde treffen. M.a.w. wat is de eigenlijke nood van de kerk in de laatste dagen?

Geciteerd 3: In 2 Koningen 4 is ook sprake van een weduwe, die in haar nood tot Eliza de toevlucht neemt, omdat de schuldeiser haar zonen tot slaven wilde maken. (…) Dát zal bij Jezus wederkomst de nood van de kerk zijn, dat de grote vijand z’n grijphanden uitsteekt naar en beslag gaat leggen op de jeugd. (…) Niet door knetterende commando’s maar door de glinstering van zijn cultuurrijk en betovering der zinnen zal de geslepenste dictator aller eeuwen de jeugd voor zijn zaak weten te winnen en hij zal ze in de waan brengen dat ze helemaal geen slavendienst verrichten…

In de gelijkenis van de biddende weduwe heeft Jezus de kerk willen aansporen, met dit geweldige jeugdprobleem te worstelen.

Geciteerd 4: Geplaatst in het hele verband van het betreffende gedeelte van het Lukas Evangelie betekent het, dat de kerk het geloof mist dat biddend worstelt om het behoud van de jeugd. Zij zal wel allerlei krampachtige pogingen doen om de jeugd erbij te houden. Maar zij zal dat niet biddend doen. Zij zal het dus ook niet gelovig doen. Dát betekent de vraag, of Jezus bij Zijn wederkomst ook geloof zal vinden. Hiermee staan we met beide voeten in de ‘tekenen der tijden’…

Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik verkondig, zodat ik met vrijmoedigheid het mysterie mag openbaren van het Evangelie waarvan ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij zo vrijmoedig spreek als nodig is.’ (Uit Efeziërs 6 de verzen 18-20)

Bron citaten: Boek ‘De Dag van den Zoon des mensen’ (derde druk, 1956) – door ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Dankbaar zingen van een genadig God’…

‘Wij verwachten vol verlangen de HEER,
Hij is onze hulp en ons schild’
(Uit Psalm 33 vers 20)

Geciteerd 1: Over het algemeen komt in het evangelische lied een beeld naar voren van de mens die het moeilijk heeft en troost zoekt in verdriet, pijn en moeite. Maar hij is tegelijkertijd een mens die door God onvoorwaardelijk wordt bemind, wiens zonden zijn vergeven, omdat Jezus alle zonden droeg. Daarom hoeft hij zich uiteindelijk geen zorgen te maken, want het komt goed. Hij is op reis naar de heerlijkheid. Het lied ”Een toekomst vol van hoop”, waar de auteur op wijst, is hier een sprekend voorbeeld van. „U heeft ons geluk voor ogen, Jezus heeft het ons gebracht.”

Geciteerd 2: Kortom, het beeld van Wie God is, wie ik ben en Wie Christus is, verschuift mee met de acceptatie van het evangelische lied en het verdringen daardoor van de psalmen. Wie zijn geestelijk leven door dit type lied laat stempelen, komt niet bij Luthers vraag „Hoe krijg ik een genadig God?” En wie zichzelf leert kennen als een verloren zondaar voor God, die worstelt om genade die hij niet kan pakken, vindt in eigentijdse opwekkingsmuziek weinig of geen herkenning.

Opgemerkt 1: Alhoewel ik het (leren) zingen van de psalmen verre de voorkeur geef boven allerlei moderne opwekkingsliederen, kan ik helaas ds. De Heer niet volgen en bijvallen in wat hij schrijft. Het is zelfs zo dat er in zijn beschrijving van het ‘evangelische lied’ meer overeenkomst met de moeite van de psalmdichters en de strekking en inhoud van de Psalmen te bespeuren valt, dan in zijn beschrijving in het tweede citaat.

Opgemerkt 2: In het tweede citaat helaas ook weer de ‘mythe’ dat Maarten Luther ons geleerd zou hebben om net als hij op zoek te gaan naar een genadig God tot ook wij Hem gevonden hebben. Alleen al uit het feit dat onze Heer Jezus Christus zijn discipelen uitzond om het verlorene te zoeken, zou hem kunnen doen beseffen dat Maarten Luther Gods Woord niet zo heeft misverstaan, op de manier zoals hij (en vele anderen in zijn kerkelijke kring met hem) de zaken (dé zaak van de Reformatie!) hier voorstelt. Ook de eerste Zondag van de Heidelbergse Catechismus is toch duidelijk genoeg om te kunnen beseffen dat de gedachte ‘Hoe vind ik een genadig God’ niet strookt met wat men in de tijd van de Reformatie – met Maarten Luther voorop – weer uit Gods Woord begrepen en elkaar en ook de kinderen geleerd heeft.

Opgemerkt 3: De Psalmen gaan (dus) niet over het soort van bekommerde zondaren/zielen, die geen enkel besef hebben van hoe God over hen denkt en die wachten op een genadig teken van God waaruit zij – liefst onweerlegbaar – voor hun eigen besef kunnen afleiden (vaststellen) – en ook aan anderen kunnen voorhouden – dat ze zich op grond daarvan als een voor eeuwig gered kind van God mogen beschouwen. Nee, de Psalmen gaan altijd over concrete schuld en moeiten en over een God Die Zijn kinderen hoort roepen; kinderen die hopen dat God hen tijdig ook weer van die schuld en uit die moeite(n) zal redden: ‘Kan het stof – hen die in het dodenrijk neergedaald zijn – u soms loven en getuigen van Uw trouw?‘ (Psalm 30 vers 10), houden ze God dan voor.

Opgemerkt 4: Natuurlijk kan je de Psalmen zo lezen en de berijmingen zo zingen, dat je de bovengenoemde opvattingen (zoals verwoord door ds. De Heer) erin meent te horen, en helaas gebeurd dat ook nog best veel. Maar (meer) moeite doen om de Psalmen te (doen) leren verstaan in hun ware Bijbelse bedoeling en toepassing en daarmee ook als geldig en heel bruikbaar in en voor onze tijd, dát kan ons helpen om het verlangen te doen groeien om het lezen en zingen van de Psalmen juist heel graag in praktijk te brengen! En dat niet vanuit en bepaalde nostalgie, vanwege het (vroeger) thuis zingen van de Psalmen en het omdat het samen zingen van de Psalmen in de eigen gemeente zo mooi klinkt en omdat er zulke mooie Psalmmelodieën zijn, maar omdat men ook werkelijk steeds dieper doordringt in wat de Psalmen ons te zeggen hebben als Woord van God, dat overal en altijd levend en krachtig wil en zal werken in onze harten en in ons samenleven als leden van de gemeente(n) van Jezus Christus in deze wereld.

Bron citaten: RD Opinie – ‘Psalmen bieden rijkste aanbidding’ – door ds. J. M. D. de Heer

Ja, om Hem is ons hart verblijd,
op Zijn heilige Naam vertrouwen wij.
Schenk ons Uw trouw HEER,
op U is al onze hoop gevestigd.

(Uit Psalm 33 de verzen 21-22)

Want op U HEER, hoop ik,
Van U komt antwoord, mijn HEER en mijn God
.’
(Uit Psalm 38 – ‘Van David, een dringend gebed’ – het 16e vers)

Bron afbeelding: Bible Verses

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Want er is verschil tussen kaf en koren’…

Toen ze hoorden van een opstanding van de doden* dreven sommigen daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: “Daarover moet u ons nog maar eens een andere keer vertellen.” Zo vertrok Paulus uit hun midden. (1) (…) Na deze gebeurtenissen verliet hij Athene en ging naar Korinthe. Daar leerde Paulus Aquila (een Jood uit Pontus) en zijn vrouw Priscilla kennen, die Rome hadden moeten verlaten, (…) en omdat ze hetzelfde ambacht uitoefenden als hij – ze waren leerbewerker van beroep – trok hij bij hen in en ging bij hen werken.‘ (Uit Handelingen 17 uit de slotverzen en uit Handelingen 18 uit de begin verzen)
* De kern van het Evangelie, lees 1 Korintiërs 15.

Geciteerd 1: Het initiatief onderzoekt de centrale vragen die mensen door de eeuwen heen hebben gesteld, aldus Tomlin. „Door dorre bewijzen en argumenten terzijde te schuiven, laat het centrum zien dat theologie de kern van het leven is en dat het christelijk geloof wijsheid bevat om met iedereen te delen.”

Geciteerd 2: Een vraag die volgens Tomlin belangrijk is om te stellen, is: „Hoe ziet de wereld eruit als ze overstroomd wordt met het licht dat schijnt door het geloof in Jezus Christus?” (2) Hierin zit volgens de anglicaanse theoloog de blijvende aantrekkingskracht van de boeken van de bekende Britse schrijver en apologeet C. S. Lewis. Die somde niet zomaar argumenten op, maar vertelde vooral „veel verhalen.”

Opgemerkt: Als het ‘de deskundigen’ (onder de theologen) al niet lukt om de door hen opgeleide voorgangers (en daar weer uit voortkomende ‘deskundigen’) te motiveren om héél de Schrift (met alle door de Geest ons geschonken Bijbelverhalen) te aanvaarden en verkondigen in en aan de gemeente (3), hoe zullen zij dan de geschriften (met verhalen van ene C.S. Lewis) nuttig weten te maken in ‘de ongelovige wereld’?

(1) We zullen dat ‘vroege vertrek’ van Paulus en het niet kunnen stichten van een gemeente in Athene zeker ook hebben te zien als een oordeel over de hoogmoed van de verering van de ‘mensenwijsheid’ in die stad!
(2) De Bijbel houdt ons geen (mooie) ‘What if’ verhalen voor van ‘dromenzieners’ (4), we worden voortdurend geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid van het hier en nu (zelfs als ons dat vanuit het verleden van het Godsvolk ons wordt voorgehouden!) en dat is wat de Bijbel zo’n moeilijk boek maakt voor de ‘godsdienstige mens’ en de ‘godsdienstige strebers’ onder hen, hoe mooi en goed hun bedoelingen ook lijken te zijn, ze dragen niet bij aan het de gemeenten onderwijzen van ‘zoekt eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid‘, zoals dat in de Bergrede ons in zeer ‘geconcentreerde vorm’ wordt voorgehouden. Om dat te leren hebben we – ieder persoonlijk! – dagelijks te leven van Woord en gebed en dat ingebed in het samenleven van de gemeente(n) van onze Heer Jezus Christus.
(3) Zie 2 Timoteüs 3 vanaf vers 16: Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven
(4) Zie Bijbeltekst onderaan.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Anglicaanse Kerk start Centrum voor Cultureel Getuigenis’ – van Redactie kerk

‘“Luister naar de droom die God mij vannacht gaf,” zeggen zij. En vervolgens beginnen zij in mijn naam te liegen. Hoelang zullen die leugenachtige profeten nog doorgaan die alleen maar hun eigen verzinsels verkondigen? Door het vertellen van deze verzonnen dromen, proberen zij mijn volk Mij te laten vergeten, net zoals hun voorouders Mij vergaten door de verering van de afgodsbeelden van Baäl. Laten deze valse profeten hun dromen vertellen en laten mijn echte boodschappers mijn woorden eerlijk overbrengen. Want er is verschil tussen kaf en koren! Brandt mijn woord niet als vuur?’ vraagt de HERE. ‘Is het niet als een machtige hamer die een rots aan stukken slaat? Daarom zal Ik ze leren, deze “profeten” die hun boodschappen van elkaar horen, deze gladde praters die zeggen: “Deze boodschap komt van God!” Hun verzonnen dromen zijn grote leugens die mijn volk naar de zonde leiden. Ik heb hen niet gezonden, maar zij verleiden het volk en hebben mijn volk niets waardevols te zeggen,’ zegt de HERE.’ (Uit Jeremia 23 uit de verzen 25-40)

Bron afbeelding: SlideShare

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘God wil dat wij een heilig leven leiden’…

Over de onderlinge liefde hoeven wij u niets te schrijven, want u hebt zelf van God geleerd hoe u in liefde met elkaar moet omgaan. (…) Maar, broeders en zusters, wij sporen u aan om dat nog veel meer te doen…’ (Uit 1 Tessalonicenzen 2 uit de verzen 9-10).

Geciteerd 1: Het Griekse woord voor ‘barmhartigheid’ luidt ‘eleos’, hetzelfde woord dat klinkt in de bede: ‘Kyrie, eleison’ – ‘Heer wees barmhartig.’ (1)

Opgemerkt 1: De Farizeeën en Schriftgeleerden waren in het Israël van indertijd de professionals op het gebied van de levensheiliging van henzelf en van het volk, dat vonden ze eerst en vooral zelf, en daarom eisten ze die plek ook op voor zichzelf, met alle eerbied en plichtplegingen die hen daarvoor hoorde toe te vallen. En inderdaad keek het gewone volk hoog tegen hen op… Maar Johannes de Doper en onze Heer Jezus Christus voldeden niet aan hun verwachtingen, met alle latere gevolgen voor hún erkenning en behandeling door de ‘regerende elite’ (2) van dien…

Geciteerd 2: Beide keren zijn Jezus’ woorden gericht tegen Farizeeën die kritiek uiten op Zijn manier van doen. De eerste keer eet hij met tollenaars en zondaars (Matteüs 9, 10-13). Die golden als onrein. En het was niet geoorloofd zich met onreinen af te geven. Je werd er zelf net zo onrein van. Aldus de heersende opvatting in Jezus’ dagen. Waarop Jezus reageert: Leert wat het is: “Ik wil liever barmhartigheid dan offers”.

Opgemerkt 2: Gelukkig is het vele malen belangrijker gebleken wat David en Salomo gezegd en beleden hebben, dan wat zij gedaan (misdaan!) hebben in hun leven. En dat geldt ook voor Jakob en voor alle Bijbelheiligen! Dat geldt zelfs ook voor de vrome Farizeeën en Schriftgeleerden (zie Matteüs 23 de verzen 1-12) en het geldt ook voor onze voorgangers en het pastoraat in een gemeente. Daarom zullen wij de kinderen* van deze mensen en degenen die naar hen geluisterd hebben, maar ook hun (wan)daden gezien, geen excuus in handen geven voor hun eigen wangedrag! (3) Het had voor hen juist tot waarschuwing moeten zijn – zie Psalm 78 vers 8!
* Salomo, bijvoorbeeld, had nog meer reden om zich niet veel vrouwen te nemen en er geen harem op na te houden dan zijn vader David. Hij had toch gezien hoeveel kwaad dat gesticht had in het gezin van David.

Tot slot: We moeten de rol van de boze bij het opwekken en voeden van ‘liefde’ en haat beslist ook niet onderschatten en buiten beschouwing laten. Vooral ook de slachtoffers en het pastoraat zullen dat ook bij zichzelf onderkennen en zich daaraan moeten willen en durven laten ontdekken – met het licht van Gods Woord en met hulp van anderen – zie 2 Korintiërs 2 vers 10-11!

(1) Een christelijke instelling voor psychiatrische hulp draagt de naam Eleos.
(2) Johannes werd vermoord aan het hof van koning Herodes, Jezus werd naar het Romeinse gerechtshof gebracht en door Pilatus overgeleverd aan zijn tegenstanders, die Hem zonder een spoor van barmhartigheid aan het kruis nagelden.
(3) Zie bijvoorbeeld ook het goedpraten van het wangedrag (haat, met zelfs een poging tot moord en bedriegen van hun vader) van de zonen van Jakob, omdat het – vanuit de psychologie gezien, maar niet bevestigd door Gods Woord! – natuurlijk wel zo was geweest dat vader Jakob zijn zoon Jozef zoveel aandacht gegeven en verwend had, dat het best begrijpelijk is dat die broers zo’n afgrondige hekel aan hem ‘ontwikkelden’.

Lees verder/meer over ‘barmhartigheid wil Ik, geen offer(s)’: igniswebmagazine-kerk-barmhartigheid

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geen QR-code op basis van ‘geestelijke DNA-onderzoek’ gevraagd…

‘”Heer spaar u de moeite, want ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt“‘ (Een Romeinse centurion aan het woord in Lukas 7 vers 6)

‘“U weet dat het Joden verboden is om met niet-Joden om te gaan en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen.”’ (De apostel Petrus aan het woord in Handelingen 10 vers 28)

Opgemerkt 1: Geen verbod uit het Oude Testament, maar een regel die was ontstaan in de Joodse traditie. Dit verbod was dus een vorm van ‘religie-hoogmoed’ van de Joden, die in Jezus’ tijd met name door de Farizeeën en Schriftgeleerden verkondigd en in praktijk gebracht werd, maar waaraan de tollenaars zich blijkbaar niet stoorden en dát was, veel meer nog dan hun wangedrag op financieel gebied, oorzaak van het gemeden en geminacht worden door hun Joodse volksgenoten.

Opgemerkt 2: Een reden, om nog weer aandacht te geven aan het – ten onrechte! – in de Romeinse centurion (zie deze blog n.a.v. Lukas 7 de verzen 6-7) een om zijn zonden bekommerd mens te willen zien, is niet alleen gelegen in het feit dat het juist de hoogmoed van de Joden was, die maakte dat deze Romein (als ‘heiden’) zich zo terughoudend opstelde en zich niet waardig achtte om Jezus in zijn huis te ontvangen. Er is namelijk ook nog reden gelegen in het feit dat we kunnen zeggen, dat een bepaald soort ‘religie-hoogmoed’ zich manifesteert in het op een bepaalde manier aan ons voorhouden, dat wij toch eerst een om eigen zonden bekommerd mens moeten zijn geworden, om ons het heil te kunnen en mogen ‘toe-eigenen’.

Opgemerkt 3: We kunnen dat zelfs ook nog ontdekken in het elkaar voorhouden van woorden als ‘dat bij ons eerst het kwartje gevallen moet zijn’. We kunnen dat de gelovige kinderen en ook volwassenen in de gemeente allemaal best aanpraten en dat is de laatste decennia binnen onze eigen gemeenten (NGK-gemeenschap) helaas beslist ook gebeurd. Want, anders dan vroeger de gewoonte was, verwacht men nu van belijdenis-catechisanten dat ze ons ook een ‘eigen geloofs- of bekeringsgetuigenis’ kunnen vertellen. Oudere gemeenteleden hoorde ik daar zelfs wel hoog van opgeven, terwijl ze denigrerend spraken over de manier waarop ze zelf vroeger ‘als vanzelfsprekend’ belijdenis deden bij afronding van het catechisatie-onderwijs. Maar juist dat laatste is zo helemaal naar Gods Woord en Gods liefdevolle Vaderwil!

Onze kinderen worden namelijk opgevoed bij de waarheid, zoals die ons verkondigd wordt in en door Gods Woord, en zoals die ook al aan hen betekend en verzegeld werd bij de Doop. En die waarheid die wordt niet pas waar wanneer wij daar zelf over gaan nadenken, maar die blijft gewoon waar, ook wanneer we daar soms aan twijfelen. Denk aan kinderen in een gezin, die altijd gehoord en aanvaard hebben dat ze uit hun eigen vader en moeder geboren kinderen zijn. Met die waarheid zijn ze opgegroeid en we gaan hen niet eerst helpen om daar aan te twijfelen door van hen te vragen ‘of het kwartje inmiddels gevallen is’. Nee, ouders lieten en laten hen in alles merken dat ze hen altijd liefdevol de waarheid verteld en voorgeleefd hebben en dat er geen enkele reden is om daaraan te twijfelen en kinderen gaan met dat vertrouwen ook het volle leven in op weg naar hun volwassenwording.

Zó mag het nu precies ook gaan in de gemeente van Jezus Christus en juist daarom is ook de Doop ons geschonken! We hoeven niet eerst zelf een ‘geestelijk DNA-onderzoek’ uit te voeren (als ‘zelftest’) of te laten uitvoeren door deskundigen (als ‘pcr-tst’) om te bepalen van Wie wij nu eigenlijk kinderen zijn! Gód Zelf staat daar met Zijn Woord en Geest en onze Doop* garant voor. Maar helaas zijn er genoeg kerken/gemeenten waar ‘dat onderzoek’ de jeugd wel wordt ‘aangepraat’ en dat met de schijn van Gods Woord en Gods wil hierin na te spreken. En er staat de gelovigen een al eeuwenoud tuighuis met Bijbelteksten en ook een arsenaal aan boeken met godsdienstige redeneringen ter beschikking om deze opvattingen te kunnen blijven verkondigen vanaf de kansels, de podia en in de huizen…

* Zie de Doop maar als ons geboortebewijs van de hemelse burgerlijke stand – zie o.a. Filippenzen 3 vers 20 en Kolossenzen 2 de verzen 11-15. Onze Drie-enig God (niet wijzelf!) staat garant voor de geldigheid ervan en dus heeft niemand reden om aan de geldigheid ervan te twijfelen.

Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel en van daar verwachten wij onze Redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan Zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan Zijn verheerlijkt lichaam.‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 20-21)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on The Word)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gáán voor een ander…

Een centurio, die in Kafarnaüm woonde, had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.‘ (Uit Lukas 7 vers 2)

Geciteerd: De hoofdman wordt hier in al zijn onwaardigheid als een rechteloze zondaar getekend. Wat een verschil met de ouderlingen die hij tot Jezus heeft gestuurd. Als echte farizeeërs hebben zij alles opgesomd wat in zijn voordeel zou kunnen pleiten. Maar waar deze ouderlingen de grond van zijn waardigheid in zoeken, daar kan deze hoofdman het niet mee doen. Zo hoog als zij over hem hebben opgegeven, zo laag denkt hij over zichzelf. Uit alles blijkt dat hij heeft geleerd wie hij is voor Gods aangezicht. Hij heeft alles verzondigd en hij is zelfs de minste zegen niet waardig.

Opgemerkt 1: Is dit recht doen aan wat Lukas door de Geest gedreven hier heeft opgetekend en recht doen aan de liefde (!) en de onderneming en de woorden (het inzicht) van deze Romeinse hoofdman? Het is toch bekend dat Joden beslist niet bij de Romeinen in huis kwamen (1) en zeker de Farizeeën en Schriftgeleerden niet, die kwamen zelf niet in huis bij de tollenaars die met de Romeinen samenwerkten.
Dát besef zal bij de hoofdman hebben meegespeeld en dát moet hem zelfs al bij de nodiging door het hoofd hebben gespeeld. Hij durfde zelfs al niet eens naar deze Joodse meester toegaan, maar – uit liefde voor zijn slaaf! – toch wel graag te weten komen of deze Joodse rabbi hem misschien toch ter wille zou willen zijn, en toen hij daar zekerheid over kreeg, toen vertelde/beleed hij ook hoe hij over Jezus en zijn gezag en macht – over ziekten en demonen – dacht, n.a.v wat hij vernomen had.
Zelfs de Joodse leiders wisten dat Jezus kracht had om te genezen, maar die erkenning van de hoofdman, dat mensen met hun ziekten en demonen (2) onder het gezag van Jezus stonden en dat Hij maar te bevelen had, dat was voor hen toch een ‘brug te ver’. Die belijdenis konden en wilden ze niet opbrengen! (3)

(1) Lees in Handelingen 10 vers 28 wat zelfs Petrus daarover de Romeinse centurio Cornelis eerst nog te zeggen heeft (zie ook de tekst in de afbeelding).
(2) En ook hun zonden. Maar, dat wordt door Lukas verteld in Lukas 5 de verzen 17-26, wanneer dat door Jezus aan de orde gesteld wordt bij de genezing van de verlamde Joodse man, die door zijn gelovige (!) Joodse vrienden bij Jezus gebracht was. En dan denken de Schriftgeleerden en Farizeeën, die rabbi spreekt godslasterlijke taal. Genezen, dat kon en mocht Jezus wel van hen, als het maar niet op de sabbat gebeurde, maar zonden vergeven…
(3) Ze beweerden op een gegeven moment zelfs dat Hij door Beëlzebul, de overste der geesten zelf, de demonen uitdreef. (Zie Matteüs 9 vers 34 en 12 de verzen 22-37)

Opgemerkt 2: Door de Romeinse hoofdman hier te tekenen als iemand die zich als een ‘rechteloze zondaar’ bij Jezus laat aandienen, daarmee laat de betreffende predikant zijn theologie (de ‘heersende’ theologie van/binnen zijn kerkgemeenschap) heersen over wat de heilige Geest door Lukas hier ook voor ons heeft laten opschrijven en daardoor wordt er helaas beslist geen recht gedaan aan dit Schriftgedeelte en de beweegredenen van deze Romeinse hoofdman. En dat moeten we niet op een vrome manier – omdat de meditatie toch geschikt is om over onze ‘zondige onwaardigheid’ na te denken – goed willen praten! Daarvoor moet de Schrift en en elk Schriftgedeelte en haar uitleg en toepassing ons te heilig zijn.

Opgemerkt slot: We kunnen bij deze geschiedenis ook wijzen op het geloof van de Kananeese vrouw (zie Matteüs 15 de verzen 21-28), die toch liever nog ‘het recht van hondjes’, die toch de broodkruimels onder tafel mogen opeten, aan Jezus wilde voorhouden, dan zich als ‘rechteloze heiden’ te laten wegzenden…
Wat ons hier vooral moet opvallen, dat is dat het de liefde voor (ten bate van) een ander is die mensen naar Jezus toe doet gaan hen vindingrijk maakt en hen een eigen onwaardigheid ‘overwinnend geloof’ schenkt: De Romeinse hoofdman had een zieke slaaf, de Kananese vrouw een zieke (bezeten) dochter en de vrienden van de verlamde man een verlamde vriend…
Zoals Paulus schrijft aan het slot van 1 Korintiërs 13: ‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.‘ (1 Korintiërs 13 vers 13)

Zie ook: ‘Geen QR-code op basis van ‘geestelijk DNA-onderzoek’ gevraagd…

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Meditatie: Geloofsgebed’ – door ds. H. de Greef, Wouterswoude

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie