‘Die in de kracht Gods bewaard worden…’

Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd‘ (Uit 1 Petrus 1 vers 5)

Geciteerd 1: Petrus benadrukt hier ook de kracht van God: ‘U wordt door de kracht van God bewaard tot zaligheid.’ En wel daarom: er zijn veel mensen die, wanneer zij van het Evangelie horen dat alleen het geloof zonder de werken rechtvaardig maakt, gelijk erop afkomen en zeggen: ‘Ja ik geloof ook.” Ze denken dat hun eigengemaakte gedachte óver het geloof het geloof zelf is.
Nu hebben wij het uit de Schrift zó geleerd”: dat we het minste werk niet kunnen doen zonder Gods Geest. Hoe zouden we dan door onze eigen kracht het hoogste werk doen, namelijk geloven.

Geciteerd 2: Wat is het echter wat Petrus zegt: u wordt door de kracht van God bewaard tot zaligheid? Wat bedoelt hij daarmee? Het geloof is zo’n gevoelig en kostbaar ding – in ons gewerkt door God kracht, die bij ons is en die ons vervult – dat het ons een juist en duidelijk begrip geeft over alle dingen die tot de zaligheid behoren. Daardoor zouden wij alles op aarde kunnen onderscheiden en kunnen zeggen: Deze leer is rechtzinnig, dát is een dwaalleer; deze leefwijze is goed, die niet; dit werk is goed en gepast, dat is verkeerd. En wat zo iemand vaststelt, dat is goed en waar, want hij kan niet bedrogen worden. Hij wordt immers daarin bewaard en beschermd en is een rechter over alle leringen. (1).

Geciteerd 3: Gods kracht moet aanwezig zijn en in ons werken, om ons het geloof te geven. Zoals Paulus het ook zegt: ‘Opdat u zou weten wat de overvloedige grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, naar de werking van de sterkte van Zijn macht‘ (vgl. Efeziërs 1 vers 17vv).
Niet alleen is het Gods wil, maar ook een Goddelijke kracht die Hij aan ons ten koste legt. Want wanneer God het geloof werkt in de mens, dan is het zeker zo’n groot werk als dat Hij hemel en aarde opnieuw zou scheppen.

(1) Zie o.a. 1 Korintiërs 2 de verzen 10-13.

Leestips: Efeziërs 1 : 15-23, 1 Petrus 1 : 1-12 en 1 Korintiërs 2.

Bron citaten 1 en 3: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019, Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 11 juni)
Bron citaat 2: “Als goud door vuur beproefd – Korte verklaring van de eerste brief van de apostel Petrus in 60 overdenkingen – – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2020, Den Hertog BV., Houten

Laat niemand zichzelf bedriegen…’ (Uit 1 Korintiërs 3 vers 18)

Er staat ook geschreven: “De HEER kent de gedachten van de wijzen: Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.” Niemand moet van u zich moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u, of het nu Paulus, Apollos, Kefas (Petrus) is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 20-23)

Bron afbeelding: Inspirational Bible verse Images – Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over eerlijk kunnen bidden gesproken…

Ik wil dat bij iedere samenkomst de mannen met geheven handen bidden, (1) – voor al hun broeders en zusters en voor alle mensen – vol toewijding, zonder wrok of onenigheid.‘ (Uit 1 Timoteüs 2 de verzen 1-8 daarvan vers 8) *

Geciteerd 1: Hij lag een tijdlang als dood tussen tientallen lijken. Hoewel hij amper nog kon lopen, wist hij toch te ontsnappen. Hij zag hoe bulldozers de lichamen in massagraven duwden. Avdic was een van de kroongetuigen op de processen van het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag.
Geciteerd 2: ‘Ik ontmoette hier mijn vrouw, ook een overlever van de genocide. Onze drie dochters gaan naar de middelbare school en krijgen daar te horen dat de genocide en het beleg van Sarajevo nooit hebben plaatsgevonden. Genocide-ontkenning maakt hier deel uit van een cultuur die deze samenleving blijvend vergiftigt. En toch dachten we nooit aan vertrekken. Tot mijn vrouw enkele maanden geleden begon te twijfelen. De spanningen namen voelbaar toe en zij vond dat we onze dochters niet langer konden blootstellen aan de haat en de maatschappelijke vergiftiging. Maar ik twijfel nog altijd. Twee van onze dochters spelen basketbal in de schoolploeg. Zij zijn de enige moslimmeisjes van het team, maar in hun ploeg is niets van die haat te merken. Ze zijn allemaal gelijk en spelen samen om te winnen. Dat geeft me toch een beetje hoop en misschien wel de kracht om hier te blijven.’

* ‘Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt (1) en je je daar herinnert dat je broeder of zusters je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en wordt je gevangen gezet. Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent** betaald hebt.‘ (Uit Matteüs 5 uit de verzen 21-26)
** ‘En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.‘ (Uit Matteus 18 daaruit de verzen 34-35)

(1) ‘Laat mijn gebed voor U zijn als reukwerk, mijn geheven handen als een avondoffer.’
(Uit Psalm 141 vers 2)

Bron citaten: De Standaard (via Blendle) – ‘‘De extremisten staan klaar om ons opnieuw uit te moorden’ – Vanuit Bosnië en Herzegovina

Bron afbeelding: D’Chosen (Facebook)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Twijfel aanpraten of af ‘leren’*…

* Weerstaan en weerleggen met Gods Woord.

‘En zijn geloof verzwakte niet toen hij, ongeveer honderd jaar oud, besefte dat zijn krachten hem hadden verlaten en Sara niet langer vruchtbaar was. Hij twijfelde niet aan Gods beloften; zijn geloof verloor hij niet, integendeel hij werd er in gesterkt en bewees zo eer aan God. Hij was er van overtuigd dat God bij machte was te doen wat Hij had beloofd, en dát werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.’ (Zie onderaan vervolg van tekst uit Romeinen 4)

de Heilige Geest op de mond slaan

Geciteerd: Dit is de ware heilzame leer van het christelijk geloof, namelijk dat de gewisse verzekering en dit getuigenis van de Heilige Geest in het hart moet zijn, zodat het geheel niet twijfelt dat wij door Christus Gods kinderen zijn, vergeving van zonden en het eeuwige leven hebben. (1)
Bovendien dat wij ook zullen weten dat God met alle ernst dit geloof eist, en verbiedt om hieraan te twijfelen. Namelijk als Hij zegt: ‘Die in de Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelf; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft het getuigenis dat God getuigd heeft van Zijn Zoon’ (vgl. 1 Johannes 5 vers 10).
Hiermee is de leer van hen (2), die hiertegen zonder schaamte voorgeven dat het juist goed is als je twijfelt, en dat een christen zelfs moet (!) twijfelen aan de genade, op een geweldige manier (namelijk op grond van Gods Woord – AJ) de bodem in geslagen.
Ze leren dus in feite: dat het goed is Gods getuigenis niet te geloven!
Dit is (dus) niet anders dan God voor een leugenaar houden, de Heere Christus lasteren en te schande maken en de Heilige Geest op de mond slaan. En op deze manier wezenlijk en waarachtig de mensen tot onvergeeflijke zonden en lastering tegen de Heilige Geest brengen en daarin vastmaken, zodat ze tot de duivel moeten varen en geen heil of troost van hun zaligheid ooit zullen hebben.

(1) Zie Johannes 3 de verzen 18-21.
(2) Luther schrijft hier: de pausgezinden.

Opgemerkt: Helaas heb ik de afgelopen jaren nogal eens gehoord dat in de verkondiging (jongeren en daarmee ook heel gemeente) twijfel wordt goedgepraat en zelfs ook ‘aangepraat’.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten.
(Citaat/overdenking van 7 juni)

En dit is niet alleen voor hem geschreven, maar ook voor ons, want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we geloven in Hem die Jezus, onze Heer, uit de dood heeft opgewekt; Hij werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.‘ (Uit Romeinen 4 de verzen 19-22 [bovenaan] en 23-25)

Zorg dat je je niet voor je werk hoeft te schamen en verkondig regelrecht de waarheid.
(Uit 2 Timoteüs 2 uit de verzen 14-26 vers 15)

Bron afbeelding: King James Bible Online

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geest bedroevende prediking?

En bedroeft de Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” (Efeze 4 vers 30)

“En bedroeft uw broeders niet, maar weid mijn schapen…” (Zie Bijbeltekst onderaan)

Geciteerd 1: Welnu, geliefden, laat ik u eens vragen: Kent u iets van deze Vriend? De wereld kan Hem niet ontvangen; als u van deze wereld bent, kunt u Hem ook niet ontvangen. Kent u er iets van dat de Geest met onuitsprekelijke zuchtingen in u zucht? Niets? Dan bent u ver van God, lieve vrienden! „De wereld kan Hem niet ontvangen en kent Hem niet.”
Opgemerkt 1: Let wel dat de apostel(en) de gedoopte leden van de gemeente die vragen beslist niet (zo) voorhouden en het is uiterst verdrietig (zelfs Geest bedroevend!)  dat er herders zijn die dat de gedoopte (en dus verzegelde) gemeente, waarvan de leden wekelijks onder hun gehoor zitten (onder de belofte van de onze Heer om daar in hun midden te zijn) dit wel durven voor te houden. Het druist helemaal in tegen de manier waarop de apostel Paulus hier met ernst de gemeente aan het onderwijzen is. Juist omdat het voor hem vast en zeker is dat zij er wél van weten, kan hij hen zo aanspreken!

Geciteerd 2: We lezen dat Petrus weende toen Christus hem aankeek. Wij lezen niet hoe Hij hem aankeek, maar ongetwijfeld met veel droefheid. Ongetwijfeld was daaruit te lezen: „Heb Ik dit verdiend, Petrus? Heb Ik verdiend dat u zo handelt? Ben Ik een vijand voor u geweest, Petrus? Heb Ik u ooit beledigd, Petrus?” Dit was ongetwijfeld uit Christus’ ogen af te lezen.
Opgemerkt 2: Nee, onze Heer, Die onze harten en onze zwakheden kent en al wist en eerder al zei hoe Petrus ‘onderuit’ zou gaan, die heeft Petrus aangekeken om hem aan Zijn Woord (!) te herinneren en daarbij had Hij ook gezegd: ‘Ik heb voor jullie gebeden, dat jullie geloof niet zou ophouden’. Die troostrijke woorden zal Petrus zich zeker (met hulp van de Heilige Geest) toen herinnerd hebben, en die woorden zullen ervoor gezorgd hebben, dat hij niet ook, net als Judas, ging wanhopen aan zichzelf en zijn eigen geloof en als gevolg daarvan zich aan zichzelf vergreep.

Geciteerd 3: Als u niet geheel op Hem leunt; als u niet al uw heiligheid aan Hem ontleent…
Opgemerkt 3: Wij worden niet gevraagd om een zelfverzekerd/(anderen overtuigend) antwoord op deze vraag te kunnen geven. Dat onderwijs kregen de discipelen en krijgen wij toch van de Heer Zelf. En dan gaat het bij Hem om de liefde tot Hem en Zijn Vader in de hemel! Lees in Johannes 21 wat Hij Petrus driemaal vraagt en hoe Petrus daar verlegen onder wordt (heel zijn vroegere zelfverzekerdheid – zie Lukas 22 de verzen 31-32 en Johannes 13 de verzen 36-38 – is en wordt hem ‘uit handen genomen’) en het dan aan onze Heer overlaat om zijn hart te beoordelen. Dát doet het geloof! En dán zegt Jezus tegen Petrus: ‘Weid mijn lammeren/schapen’.
NB. En we weten dat Hij toch ook zeer scherp bestraffend heeft gesproken tegen Zijn eigen discipelen (zie Matteüs 23 vers 16). Maar Hij heeft hun ‘kindschap Gods’ niet in twijfel getrokken.

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: “Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief, meer dan de anderen hier?” Petrus antwoordde: Ja, Heer, U weet dat ik van U houdt.” Hij zei: “Weid mijn lammeren.” Nog eens vroeg Hij: “Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?” Hij antwoordde: “Ja, Heer, U weet dat ik van U houdt.” Jezus zei: “Hoed mijn schapen.” en voor de derde maal vroeg Hij hem: “Simon, zoon van Johannes, houd je van Me?” Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield. Hij zei: “Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.” Jezus zei: “Weid mijn schapen.” (Uit Johannes 21 de verzen 15-17)

Leestip: 2 Petrus 1 de verzen 12-21.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Pinksteren: Bedroef de Heilige Geest niet’ – uit preek van Robert Murray M’Cheyne (1813-1843), predikant te Dundee (Schotland) (”De Ark der behoudenis”, uitg. Den Hertog)

Bron afbeelding: Some Jesus Things

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ballonnen, alcohol en vervuld raken met de Geest…

‘…maar wordt vervuld met de Geest…’ (Uit Filippenzen 5 vers 18)

Opgemerkt 1: Vanochtend werden er ballonnen gebruikt bij het kindermoment om iets duidelijk te maken over het vervuld zijn (raken) van de Geest en de uitwerking daarvan in ons leven. Een aantal kinderen werd gevraagd om op het podium een ballon op te blazen en toen ze dat gedaan hadden, werd hen gevraagd om de ballon los te laten. Zoals u begrijpt vlogen ze alle kanten op…
Bij dit gebruikte ‘ballonnenbeeld’ kwamen bij mij nog de volgende gedachten op: De ‘natuur van de ballon’ (het ballonmateriaal) heeft de neiging om de lucht (wind/Wind) naar buiten te drijven en die kracht die de ballon zelf uitoefent, die brengt de ballon naar welke willekeurige (onvoorspelbare) plek dan ook. Wanneer wij werkelijk zouden willen drijven op de wind (Wind!) en ons door de Wind laten bewegen naar waar Hij ons hebben wil, dan zouden we een knoop in het ‘ventiel’ van de opgeblazen ballon moeten leggen en pas dán zouden we lichtjes kunnen zweven op de Wind . Maar zo’n gemakkelijke reis is nu juist niet wat de Wind ons belooft en met ons voor heeft! De Wind wil ons juist binden aan het Woord en aan de andere door Hem aangereikte middelen (Bijbellezen, gebed, kerkgang, bediening en gebruik van de Sacramenten, ons christelijk samenleven) en dat plaatst ons allen zo heerlijk náást elkaar in de gemeente van onze Heer, waardoor wij allen met beide voeten op dezelfde vaste Grond staan en niemand reden heeft om zich tegenover de ander ‘op te blazen’ bijv. vanwege vermeende mate van ‘vervuld zijn (geraakt) van de heilige Geest’ (of dat oordeel nu jezelf betreft of dat over een ander). Want ook dat ‘vervuld raken’ is voluit genadewerk van God in iemands leven. Geen mens kan zich verheffen boven of denigrerend doen over ‘de kleinste in het Koninkrijk van God’! (Zie Lukas 7 vers 28 en 1 Korintiërs 1 vers 31 en 4 de verzen 6-7)

Opgemerkt 2: In de dienst werd ook gevraagd wat de uitwerking van alcohol is op ons lichaam en dat n.a.v. Efeziërs 5 vers 18. Wat ik zelf hierbij nog wil opmerken, dat is dat alcohol bij ons bepaalde innerlijke grenzen/begrenzingen/weerstanden verlaagd en doorbreekt, waardoor wij dingen gaan doen die we anders niet (zo gauw) zouden doen. En dat is vaak niet in het ons voordeel of dat van een ander…
Nu wil de Geest ook allerlei innerlijke grenzen/begrenzingen/weerstanden bij ons wegnemen, maar dat wil Hij beslist doen door dat hele gewone gebruik van de ons geschonken middelen (zie het eerder genoemde rijtje).
En daar kunnen we alleen maar blij mee en dankbaar om zijn! Want zo mogen we dus op heel eenvoudige – voor iedereen ‘haalbare manier’ ons inspannen om steeds meer vervuld te raken met de Geest. Dagelijks leven van Gods Woord en kinderlijk dankbaar spreken met Hem kan daarbij niet gemist worden.

Opgemerkt 3: De laatste opmerking brengt me ook bij ons bidden om vervuld te mogen worden met de heilige Geest. Wij weten van ons bidden dat ook dat door de Geest in ons opgewekt en gewerkt wordt. En ook dat God al weet wat wij nodig hebben en wat goed (het beste) voor ons is, nog voordat we Hem gevraagd hebben. Daarom is het eenvoudige Onze Vader gebed een gebed dat iedere gelovige dagelijks kan en dient te bidden. Juist ook omdat er gebeden wordt om de komst van Zijn Koninkrijk, de heiliging van Zijn Vadernaam en dat Zijn (goede) wil geschieden zal in ons leven. En omdat we met de bede om ons ‘Dagelijks Brood’, bidden om de (vergevende) liefde en (milde en onderscheidende) wijsheid van onze Heer Jezus Christus door de kracht van de heilige Geest, mogen we vast en zeker vertrouwen [=geloven], dat al deze bedes ook weer gehoord zijn en verhoord worden na ons amen op dit gebed; En ook dat al die andere dingen (voedsel, kleding, onderdak, etc.), die toch ook nodig zijn wanneer we daadwerkelijk praktijk willen maken van Jezus’ opdracht ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid‘ ons zullen worden ‘toegeworpen‘. (zie Matteüs 6!)

Aanvullend: In de dienst kwam ook nog een met de ‘Geest vervulde kerk’ ter sprake en daarmee kan alleen bedoeld zijn een met de Geest vervulde gemeente. We zullen bij Gods Woord te rade moeten gaan om te weten te komen of en wanneer en hoe we tot zo’n oordeel over een gemeente zouden kunnen komen. We kunnen lezen hoe Paulus God dankt voor wat aan de leden van de gemeente in Korinthe geschonken is (in 1 Korintiërs 1 de verzen 4-9) en toch begrijpen we uit wat er nog volgt dat deze gemeente nog heel wat te leren heeft om de heilige Geest die ruimte te geven in eigen leven en in het samenleven van de gemeente, dat wij dat ‘vervult met de Geest’ maar niet zo zouden kunnen uitspreken over deze gemeente. En wanneer we letten op het onderwijs van onze Heer in Zijn brieven aan de zeven gemeenten (Openbaring 2 en 3), dan lezen we daar over een gemeente die een goede naam had, maar die meer verguld was met zichzelf, dan dat ze vervult was met de heilige Geest. En een gemeente – die van Filadelfia – die geen kritiek te horen krijgt, daarvan horen we toch vooral wat onze Heer Zelf daar gedaan heeft en nog doen zal. En de lof die ze daar te horen krijgen heeft te maken met hun goed luisteren naar wat Hij gezegd heeft.

N.a.v. een en ander dat in de ochtenddienst van NGK ‘De Ontmoeting’ (JFC, Barneveld) aan de orde kwam.

En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte, dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles en weest elkaar onderdanig in de vreze van Christus.‘ (Uit Efeziërs 5 de verzen 18-21)

Bron afbeelding: Redeeming God

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Aan het enige grote werk niet toekomen…*

* Oftewel: aan de twee voornaamste geboden niet toekomen.

De Farizeeër staande, bad dit bij zichzelven: O God ik dank U dat ik niet ben gelijk de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook gelijk deze tollenaar.‘ (Uit Lukas 18 het 11e vers)

Geciteerd: God oordeelt over de daden van mensen zó onbegrijpelijk en wonderlijk, dat soms iemand die arm is en waar niemand van weten wil, verborgen in zijn huisje, de meeste en de beste werken doet door slechts God te danken als het goed met hem gaat óf Hem weer vol vertrouwen aan te roepen als het slecht met hem gaat.
Hij doet daarmee meer en betere werken dan een werkheilige, die veel vast, bidt, kerken bouwt, heilige plaatsen bezoekt en zich hier en daar met goede daden vermoeit. Hierbij kan het zo’n dwaas overkomen dat hij veel over zichzelf praat, en alleen maar oog heeft voor zijn eigen grote werken en zó verblind is, dat hij het enige grote werk, God loven en prijzen, nooit gewaarwordt.
God loven en prijzen is in zijn ogen maar een klein ding, vergeleken met zijn valse inbeeldingen over de door hemzelf bedachte werken, waarin hijzelf meer behagen heeft dan God. Hiervan geeft ook de gelijkenis van farizeeér en de tollenaar in de tempel een voorbeeld.
Want de zondige tollenaar roept God aan in zijn zonden en vervult daarmee juist de twee voornaamste geboden, het geloven en loven van God. De ‘vrome farizeeër’ (huichelaar/toneelspeler) mist zowel het ene als het andere werk en loopt te pronken met de zogenaamde goede werken, waardoor hij zichzelf wél, maar God niet eert, en zijn vertrouwen meer stelt op zichzelf dan op God.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 5 juni – ‘De farizeeër en de tollenaar’)

Terwijl Petrus nog aan het Woord was, daalde de heilige Geest neer op iedereen die naar zijn verkondiging luisterde. De Joodse gelovigen die met Petrus waren meegekomen, zagen vol verbazing dat ook de heidenen het geschenk van de heilige Geest ontvingen, want ze hoorden hen in klanktaal spreken en God prijzen.‘ (Uit Handelingen 10 de verzen 45-46)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘De bruid heeft alles wat de Bruidegom heeft’…

En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God, Zijn Vader; Hem zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.’ (Openbaring 1 vers 6)

Geciteerd: Als wij vragen of Petrus onderscheid maakt tussen de geestelijke en de burgerlijke stand, dan is het onmogelijk te ontkennen dat Petrus hier spreekt* over alle christenen zonder onderscheid. Daarom is het duidelijk dat Petrus niets over een speciale priesterstand zegt, die alleen aan de geestelijkheid zou zijn voorbehouden. Daarom zijn deze bisschoppen niets anders dan Sint-Nicolaasbisschoppen. Zoals hun priesterschap is, zo zijn hun wetten, offers en werken. Daarom hebben alleen zij het heilige en geestelijke priesterschap, die echte christenen zijn en op de levende Steen gebouwd zijn (vgl. 1 Petrus 2 vers 5).
Want omdat Christus de Bruidegom is en wij de bruid zijn, heeft de bruid alles wat de Bruidegom heeft, en dat wederkerig. De bruid geeft zich en alles wat zij heeft en de Bruidegom geeft ook Zichzelf en alles wat Hij heeft.
Nu is Christus de Hogepriester door God Zelf gezalfd. Eerst heeft Hij Zijn lichaam voor ons geofferd, wat het hogepriesterschap is. Daarna heeft Hij aan het kruis voor ons gebeden. In de derde plaats heeft Hij het Evangelie verkondigd en alle mensen onderwezen om God en Hem [=Christus] te kennen. Deze drie ambten heeft Hij ook aan ons allen gegeven. Daarom, omdat hij Priester is en wij Zijn broeders en erfgenamen zijn, hebben alle christenen macht en bevel dat zij prediken en voor God treden; dat is dat de een voor de ander bidt, en dat zij zichzelf aan God opofferen.
* In 1 Petrus 2 de verzen 1-10.

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 4 juni – ‘Het priesterschap van alle gelovigen’)

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen. Immers: “Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen leugens of laster over zijn lippen laten komen, hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven. Want de Heer verliest de rechtvaardigen niet uit het oog en luistert naar hun gebeden, maar Hij keert Zich tegen wie kwaad doen.”‘ (Uit 1 Petrus 3 de verzen 8-12)

Bron afbeelding: The Consacrated Woman

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (III)

Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.‘ (Uit Johannes 15 vers 26)

Geciteerd: Het hart van een mens moet vrolijk worden voor God, en zich tot Hem opheffen, en zeggen: ‘Lieve Vader, is dat Uw wil, dat U mij zo’n mateloos grote liefde en trouw betoont? Dan wil ik wederkerig U ook van harte liefhebben en vrolijk zijn en graag doen wat U welbehaaglijk is.’
Dan kijkt het hart niet met schele ogen naar God, dan denkt het niet dat God het in de hel zal werpen, zoals het vroeger dacht, voordat de Heilige Geest was gekomen, toen het hart geen goedheid, geen liefde, geen trouw, maar alleen de toorn en de ongenade van God voelde.
Omdat de heilige Geest in ons hart afdrukt dat God voor ons zo vriendelijk en genadig is, weten we ook dat God niet meer op ons zal kunnen toornen, en dan worden we zo verheugd en onbevreesd, dat wij omwille van God alles willen doen en lijden, wat ook maar te lijden is.
Op deze manier moet je de Heilige Geest leren kennen: dat je weet waartoe Hij gegeven is en wat Zijn ambt is, namelijk dat Hij de Schat, Christus, en alles wat Hij heeft – Die ons in het Evangelie is beloofd en verkondigd – ons zó toe-eigent, dat Hij Die in je hart geeft, waardoor de Schat je eigendom is.

Zie ook: ‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (I) en (II)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 3 juni)

Wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. Sterker nog alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van Hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen en één met Hem zijn – niet door eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. Ik wil Christus kennen en de kracht van Zijn opstanding ervaren, ik wil delen in Zijn lijden en aan Hem gelijk worden in Zijn dood, in de hoop zelf ook uit de dood te mogen opstaan.‘ (Uit Filippenzen 3 de verzen 7-11)
(Uit Filippenzen 3 vers 20)

Bron afbeelding: Ladies Online Bible Study

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (II)

Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.‘ (Uit Johannes 15 vers 26)

Geciteerd 1: Nu hebben we dikwijls gehoord dat dit het Evangelie is: dat God in de wereld laat verkondigen en tegen iedereen zeggen: ‘Niemand kan door de wet rechtvaardig worden, maar de mens wordt daardoor alleen maar erger!’ (1)
Daarom heeft God Zijn lieve Zoon naar de aarde gezonden om te sterven en Zijn bloed te vergieten, want de mens kon onmogelijk door eigen kracht en werk voor de zonden betalen en daarvan verlost worden.
Echter, behalve dat dit overal gepredikt moet worden, moet er meer bij komen. Want hoewel ik dit met mijn oren kan horen, kan ik het toch niet met mijn hart geloven. Daarom geeft God bij het Woord ook de Heilige Geest, Die deze prediking in mijn hart afdrukt (schrijft), zodat die daarin blijft en leeft.
Want het is zeker waar, Christus heeft alles volbracht, de zonde weggenomen en de volkomen overwinning behaald. Daar ligt de schat op één hoop, maar ze is nog niet [aan ons] uitgedeeld en ook nog niet toegeëigend. (2)
Daarom, om deze schat te bezitten, moet de Heilige Geest komen, Die ze in ons hart geeft, zodat wij geloven en zeggen: ‘Deze genade is ook aan mij geschonken’. (3)

(1) Denk hierbij m.n. aan de wetsbetrachting en hoogmoed van de Schriftgeleerden en Farizeeën, die de heilige Geest lasterden en onze Heer uiteindelijk aan het kruis brachten.

(2) Geciteerd 2: Desgelijks als wij gedoopt worden in de naam van de Heilige Geest zo verzekert ons de Heilige Geest door dit Heilig Sacrament* dat Hij bij ons wonen, en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toe-eigenende hetgeen wij in Christus hebben (!), namelijk de afwassing van onze zonden, en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, totdat wij eindelijk onder de gemeente van de uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden. (Uit het formulier om de Doop aan de kleine kinderen van de gelovigen te bedienen).
* Als instelling van onze Heer Zelf

(3) Zie ook wat we belijden op grond van Gods Woord met Zondag 1 en Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus.

Zie ook: ‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (I) en (III)

Petrus antwoordde: “Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.“‘ (Uit Handelingen 2 uit de verzen 37-42)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten
(Citaat/overdenking van 2 juni)

Bron afbeelding: What We Believe – GO! KIDZ

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Die (!) zal van Mij getuigen’… (I)

Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Die Ik u zenden zal van de Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van de Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.‘ (Uit Johannes 15 vers 26)

Geciteerd: Waarom toch gebruikte de Heere hier zojuist het woordje ‘getuigen’? Hij zou het toch ook wel op een andere manier hebben kunnen zeggen? De reden is dat we beter naar het Wóórd moeten luisteren en het ook zullen geloven. Want hoewel het waar is dat de heilige Geest inwendig in het hart Zijn werking heeft, wil Hij toch deze werking ordelijk en in het algemeen niet anders dan door het mondeling gesproken Woord uitrichten. Paulus zegt dat ook: “Hoe zouden zij kunnen geloven, die niet eerst over Hem hebben gehoord?” (vgl. Romeinen 10 vers 14). Bij dit ‘getuigen’ hoort immers de mond en het woord van de apostelen en van alle predikers die Christus rein en zuiver verkondigen.
Daarom mag niemand die waarlijk troost begeert, wachten tot de heilige Geest Christus persoonlijk aan hem of haar voorstelt of direct uit de hemel tot hem of haar zal spreken. Je moet echter de stem [of het getuigenis] van de heilige Geest door het Woord in je hart horen spreken, dat Christus voor jou is gestorven en zonde, dood, wereld, duivel en hel voor jou heeft overwonnen. Hij houdt Zijn getuigenis openbaar in de prediking, dáár moet je Hem zoeken en op Hem wachten, totdat Hij door dit Woord, dat je met je oren hoort, je hart aanraakt en op die manier door Zijn werking inwendig in je hart van Christus getuigt.

‘”Het Woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart”- en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen, is dicht bij u. Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt zult u worden gered. Want de Schrift zegt: “Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.“‘ (Uit Romeinen 10 de uit verzen 8-11)

Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen Zijn grootheid gezien. Want Hij ontving van God de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen Hem zei: “Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.” Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.’ (Uit 2 Petrus 1 de verzen 16-21)

Zie ook: ‘Die (!) zal van Mij getuigen… (II) en (III)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten.
(Citaat/overdenking van 1 juni)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie