Over met elkaar lezen van de Bijbel gesproken…

‘Al wie zich rein van hart en handen tonen,
zullen mij dienen, mogen bij mij wonen,
terwijl ik toornig de bedriegers wijs
uit mijn paleis.’
(Uit Psalm 101 het 5e vers, Berijming 1967)

Goed lezen, herlezen en interpreteren van de Bijbel een ‘duivelskunst’?

Geciteerd: De drieduizend jaar oude geschiedenis van de ongeoorloofde relatie tussen David en Bathseba was deze week in de VS een trending topic op Twitter. (…) Welke les kunnen we trekken uit dit Twitterdebat? Volgens de Nederlandse oudtestamenticus Koert van Bekkum deze, dat “goed lezen een kunst is”, terwijl uit de in de VS gevoerde discussie tevens blijkt “hoe eigen vooroordelen over m/v je in dat lezen kunnen hinderen.”

Zie hieronder mijn commentaar bij hier eerst genoemde punten uit het artikel:

1. ‘Overweldigende machtspositie’
2. ‘Openlijk baden’
3. ‘Bevel om naar hem toe te komen’
4. ‘Batseba treft geen blaam’

5. ‘Verkrachting’
6. ‘dat „goed (Bijbel)lezen een kunst is”’
7. ‘exegese van 2 Samuël 11 ontsnapt blijkbaar niet aan extreme partijvorming.’

Opgemerkt 1: ‘Overweldigende machtspositie’. Valt daar niet nogal heel wat op af te dingen. David was een Godvrezend koning en er waren toch ook (Bijbel)wijze (machtige) mannen aan David’s hof en ook een profeet Nathan. David had geleden onder het machtsvertoon van koning Saul en leden van zijn hof en om hem heen was er ook altijd nog intrige en gekonkel genoeg (blijkt wel uit verhalen en Psalmen) om te beseffen dat David aan zijn hof, maar ook bij de officieren en soldaten en het gewone volk, geen Oosters despoot met absoluut gezag was (kon zijn), waarvoor iedereen vreesde.
Was David niet als jonge held binnengehaald – misschien heeft Batseba wel meegezongen met de meisjes die koning Saul en David binnen haalden (en misschien wel ervan gedroomd met zo’n held getrouwd te zijn). En later schaamt David zich er niet voor om tussen het ‘gewone volk’ zingend en dansend Gods ark Jeruzalem binnen te halen. En Psalm 101 en 139 (zie m.n. ook de slotverzen) worden aan hem toegedicht.

Opgemerkt 2: ‘Openlijk baden’. In het artikel wordt het woord bespieden gebruikt. Maar het kan natuurlijk een toevallige waarneming zijn geweest waarop een mannenoog dan met welgevallen blijft rusten. (1)

Opgemerkt 3: ‘Bevel om naar hem toe te komen’. David zal de tijd genomen hebben om een goed plan te maken en zal mogelijk Batseba hebben laten uitnodigen voor een gesprek in zijn paleis (mogelijk met als reden om haar als vrouw van één van zijn officieren in te lichten over de oorlog en om haar te bemoedigen). Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat Batseba toch geen onbekende van David was als echtgenote van officier Uria. Waren er in die tijd misschien ook al (feestelijke) bijeenkomsten in het paleis of bij de offerdienst waar officieren en hun echtgenotes ook verschenen?

Opgemerkt 4: ‘Batseba treft geen blaam’. Ook dat kunnen we niet afleiden uit wat we wel weten. We weten niet hoe de conversatie tussen David en Batseba verlopen is en of David ook maar enig machtsmiddel heeft moeten gebruiken om Batseba welwillend te maken… We lezen wel dat Batseba David laat berichten over haar zwangerschap. Het lijkt me toe dat ze toch ook hierover in haar omgeving mensen had kunnen aanspreken, bijv. haar schoonvader Achitofel.

Opgemerkt 5: ‘Verkrachting’ Ook wat we later nog weer lezen over de relatie van Batseba en David doet niet vermoeden dat Batseba zich als een door David overweldigde vrouw voelt en gedraagt. Ze laat zich troosten en ze kiest ook later niet de kant van David’s tegenstanders. Ten tijde van de staatsgreep van Absalom en Achitofel lijkt het er toch echt op dat het met David’s koningschap was gedaan. Zullen we er maar vanuit gaan dat God haar een Godvrezend en gelovig hart gegeven heeft om in al die omstandigheden een door God gewenst houding aan te nemen tegenover zondaar koning David, wetend dat ze zelf ook een zondig mens was (geweest?) en bleef? Was dat zondenbesef niet ook kenmerkend voor David, tenminste wanneer we zijn boetpsalmen lezen, dan horen we daar toch van!

Opgemerkt 6: ‘Goed Bijbellezen een kunst’. Wij zullen toch de geschiedenissen van David lezen in het licht van het Nieuwe Testament, het licht dat onze Heer Jezus Christus ons schonk door Zijn onderwijs en optreden. Dan leren we toch dat we nauwelijks tot geen redenen ons in handen gegeven worden om allerlei gradaties* in zonden te willen zien en maken en om onze verwijten en (tucht/straf)maatregelen dáár op af te stemmen (2). Ook de apostelen hebben dat in hun onderwijs en optreden duidelijk gemaakt. Zo’n beetje op het laatst horen we dat van Jakobus nog weer. En ook Johannes vraagt om vergevingsgezindheid jegens elkaar en om gebed voor elkaar. Alleen voor ‘zonde tot de dood’ vraagt hij niet om te bidden. Dat moet dan wel de zonde tegen de heilige Geest zijn, het bewust ontkennen van onze Heer Jezus als de Zoon van God, zoals de Farizeeën en Schriftgeleerden deden. Zo iemand laten we over aan het oordeel van God Zelf. Misschien op een manier zoals Paulus die beschrijft in 1 Timoteüs 1 de verzen 16-20?

* Hierover hoop ik binnenkort nog meer te schrijven n.a.v. een artikel van dr. Maarten Klaassen in het laatste nummer van Protestants Nederland (jrg 86/#3/juli 2022).

Opgemerkt 7: ‘exegese van 2 Samuël 11 ontsnapt blijkbaar niet aan extreme partijvorming’. Juist die partijvorming geeft aan dat er blijkbaar wat schort aan ons begrijpen en toepassen van het Nieuw Testamentische onderwijs, dat ons toch het roemen in mensen afleert en ons leert in te zien wat Paulus de gemeente(n) onderwijs in de eerste hoofdstukken van de Romeinenbrief, in beide brieven aan de Korintiërs, en m.n. ook in Galaten 2 de verzen 15-21.

(1) We zullen David niet kunnen zien als een als een man die, om aan zijn trekken te komen, badende vrouwen begluren moest. Batseba kan zich ‘onbespied’ gewaand hebben, want David had als koning niet eerder al (veel) tijd en gelegenheid gehad om van zijn ‘paleisbalkon’ te genieten en misschien had ze voor ze aan het baden begon zich er wel van vergewist dat er geen ‘toeschouwers’ waren en werd dat uitzichtspunt van het paleisdak niet eerder ‘benut’.
(2) We zullen deze zonde van David met Batseba niet gelijkstellen aan de zonden van voorgangers die jarenlang hun positie gebruikt hebben om intieme en/of ongewenste contacten met vrouwen (of mannen en kinderen) te onderhouden of op andere gebieden de fout in zijn gegaan. Dat in bepaalde gevallen zulk soort voorgangers voor hun leven uit het ambt worden gezet lijkt me terecht.

Bron citaten: RD Kerk & religie – ‘Waarom David en Bathseba in de VS trending zijn op Twitter’ – door
Addy de Jong

Bron afbeelding: Christelijke blogs – uCoz

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De ‘tv’ of misschien toch maar ‘gewoon’ Gods Woord…

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar door de liefde.‘ (Uit Galaten 5 vers 13)

Geciteerd: Veel mensen hebben een ingewikkelde relatie met hun verleden. Het lijkt me fijn als zij door deze serie kunnen zien dat ze niet alleen zijn. Dat ze het grotere plaatje kunnen bekijken en daardoor kunnen inzien dat de gevoelens die zij ervaren breder zijn dan zij alleen – dat kan enorm helpen, denk ik. Ik wou dat ik me vroeger, toen ik met al die lastige dingen moest dealen, had kunnen identificeren met iemand op tv.’ (1)

Geciteerd 2: ‘Dan had ik kunnen inzien: deze persoon heeft hetzelfde meegemaakt als ik, en die heeft het ook gewoon gered. Deze persoon is oké. Ik denk dat het voor een Iraans meisje in een azc zoals ik heel prettig had kunnen zijn om naar iemand te kijken die ook in zo’n situatie gezeten heeft en er goed uit is gekomen. En wat ik ook hoop, is dat mensen van deze serie leren dat het nooit te laat is om ingewikkelde geschiedenissen alsnog te bespreken met je familie.’

Geciteerd 3: ‘Free’ heeft ze getatoeëerd op haar pols – ze laat het zien. ‘Daarmee bedoel ik niet letterlijk vrij zijn om alles te doen en laten wat je wilt, maar veel meer vrij zijn in je eigen geest. Jezelf los kunnen koppelen van elke vorm van beperking. Niet in kaders denken.’

Opgemerkt: Over de verkregen/gewonnen vrijheid van de apostel Paulus: ‘Ze wilden slaven van ons maken. Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het Evangelie moest in uw belang behouden blijven.‘ (Uit Galaten 2 uit de verzen 4-5)

Leestip: Galaten 2 (geheel!)

(1) In de documentaireserie Anna: Status doet Nederlands bekendste influencer Anna Nooshin wat misschien wel het allerengst is voor een influencer: de camera uit handen geven. Doortje Smithuijsen sprak met Nooshin over haar weg van AZC naar Amazons Prime Video.‘Het was bevrijdend om de controle los te laten.’

Bron citaat: Vrij Nederland (via Blendle) – ‘‘Ik wilde onafhankelijk zijn en vrij en succesvol. Dat was mijn drive’

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Je roeping en verkiezing ‘vastmaken’…

Een Pelgrimslied

‘Naar U sla ik mijn ogen op
naar U die in de hemel troont,
zoals de ogen van een slaaf
de hand van zijn heer volgen,

en de ogen van een slavin haar meesteres,
zo volgen onze ogen
de HEER, onze God
tot Hij ons genadig wil zijn.

Wees genadig, HEER, wees ons genadig,
wij worden veracht, meer dan te dragen is.
Meer dan onze ziel kan dragen
raakt ons achteloze spot*,
de hoogmoed* van onverschilligen.’

* Die spot en verachting, die liefdeloosheid, die kunnen allerlei vormen aannemen, en dus heus niet alleen met en door woorden die over je gezegd worden. Toch klinkt de oproep van onze Heer om ook hen, die op allerlei manier ons tot vervolgers geworden zijn, te zegenen, zoals het o.a. klinkt in Romeinen 12 vers 14: ‘Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.‘ (1)

(1) Wanneer je de boeken van Corrie ten Boom gelezen hebt, dan weet je dat zij samen met haar zus en familie daar heel wat van in praktijk hebben gebracht van dat bidden voor en (daarmee) zegenen van hen die hen vervolgden…

~~~

Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God‘ (Uit Johannes 1 vers 13)

Geciteerd: Echter, deze geboorte laat zich pas goed zien, wanneer aanvechting en dood komen. Dan wordt duidelijk wie nieuwgeboren of (nog) oudgeboren is. (2) Hier vecht en worstelt het oude natuurlijke verstand (3), het oude licht, en het wil niet graag loslaten wat het heeft wat het heeft en begeert. Het kan zich niet overgeven aan het Evangelie en kan haar eigen licht niet laten varen. (4) Die echter nieuwgeboren zijn, of dan nog nieuwgeboren worden (5), die gaan volgen. Zij laten (eigen, menselijk) licht, leven, goed, eer en wat zij hebben los (6), zij vertrouwen en steunen op het Evangelie. Daarom ook komen zij tot de eeuwige erfenis als ware kinderen van God.


(2) Beter: wie er daadwerkelijk strijd willen voeren om in te gaan, om hun roeping en verkiezing vast te maken en die de kosten ervan voor lief nemen – zie 2 Petrus 1 de verzen 10-11.
(3) Dat menselijke verstand waarmee ook Adam en Eva – onder aansporing van de boze – al strijd voerden tegen Gods Woord.
(4) Dat kan ook een heel vrome worsteling zijn, waarbij zelfs ook het licht van zogenaamde ‘orthodoxe theologie’ wordt ingezet en innig aan vastgehouden.
(5) Met en door onze Doop zijn onze roeping en verkiezing onweerlegbaar aan ons bevestigt, maar wij hebben het nodig om steeds weer aangespoord te worden door Gods Woord om die roeping en verkiezing dan ook vast te maken. We hebben daarbij de zondagse samenkomsten met daar de bediening van Gods Woord en de Sacramenten ‘broodnodig’!
(6) Dat is me nogal een rijtje!

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Meditatie 14 juli – samengesteld door H.C. van Woerden, sr.

Leestip: Romeinen 12 de verzen 13-21.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gaan voor Zonne-energie of voor ‘fossiele brandstoffen’…

Geciteerd 1: Juist net nu de Dommelsch-brouwerij in het Noord-Brabantse Dommelen grootse plannen had om te verduurzamen, is de aanvraag voor extra elektriciteit voorlopig afgewezen. De directie van de oudste brouwerij van Nederland had ingezet op CO2 -neutrale bierproductie.

Geciteerd 2: ‘Ons werk dreigde saai te worden’, zegt Tom, ‘De stabiliteit van het stroomnet was bijna nooit een probleem. Elektriciteit uit gas- en kolencentrales is immers vrij constant, er waren weinig problemen voor ons om op te lossen.’ Toen kwam daar de energietransitie en werd het weer leuk.’ De overstap naar zon- en windenergie veranderde het werk van Tom en zijn collega’s totaal. De beschikbaarheid van stroom werd afhankelijk van het weer en dus moest er sneller geschakeld worden. ‘Vanochtend was het hier weer alle hens aan dek. We hadden gerekend op een felle zon, maar toen ik vanochtend op de fiets stapte was het ineens bewolkt.’
Dat verschil betekende een tekort van vijftienhonderd megawatt, ongeveer drie keer het verbruik van de stad Amsterdam. ‘Dan moet je ervoor zorgen dat er van een andere plek extra elektriciteit komt om het net stabiel te houden. Anders kunnen er storingen of black-outs ontstaan.’ Dag en nacht zijn vijf medewerkers tegelijk bezig met deze balansoefening.

Opgemerkt 1: Dat doet me denken aan het verschil tussen leven van en teren op theologie in prediking en pastoraat, tegenover het leven met en van het Woord van God, dat levend en krachtig is. Dát schept leven in ‘de Brouwerij’! Maar hoe gaan we om met die ‘zonne-energie’ van het Woord, dat ook maar niet zomaar op afroep (weer) beschikbaar en aan ieder uit te delen is. Valt die zonne-energie misschien toch wel op een bepaalde manier vast te leggen en te benutten in periodes met een bewolkte of verduisterde hemel? De nalatenschap van Maarten Luther bewijst dat het kan…

Opgemerkt 2: De Reformatie was een periode van zonneschijn en het beschikbaar komen van veel zonne-energie met de wens bij velen om die ook daadwerkelijk te gebruiken. Toch zijn we ons liever weer gaan verzekeren en veiligstellen door het gebruik van allerlei ‘fossiele brandstof’ (lees: gefixeerde/gestolde theologie en dogmatiek), die waar het verbruik het hoogst werd of is, ook nogal eens oorzaak was en is van verstikkende en verduisterende smog en waarmee we het ons omringende milieu opzadelen met allerlei effecten en restproducten waar we geen weg mee weten.

Bron citaten: De Correspondent – ‘Verbouwen zonder gereedschap’ – door Bijou van der Borst, Adrián Estrada & Belia Heilbron

Bron afbeelding: Energie vergelijken

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Maar alles wat mij winst was’…

Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht.
(Uit Filippenzen 3 uit het 7e vers)

Geciteerd: ‘We hebben verschillende deskundigen gesproken die verwachten dat de biblebelt niet op deze manier bij elkaar blijft.’

Opgemerkt 1: Verlies van de biblebelt(s) als cultureel erfgoed is winst te noemen, tenminste wanneer het Bijbelse erfgoed – Gods Woord, Christus – in en door deze kringen door het geloof (en niet door bevinding!) omhelst zou worden…
Maar och, wat is men gebrand geweest en nog, op bewaren van dat ‘culturele erfgoed’… Is het niet heel menselijk – juist ook voor ‘kerkleiders’ – om daar veel meer energie in te steken, dan in het zoeken en dienen van het Koninkrijk van God, dat niet van deze wereld is en daarom ook niet zichtbaar te maken valt, en dus geloof vraagt om je er voor in te spannen met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en heel je kracht.

Opgemerkt 2: Dat eerst zoeken van het Koninkrijk van God in je leven, dat is een leerweg en dat kost strijd. Daarom is het ook zo belangrijk dat we onze kinderen hun Doop leren verstaan en dat we de leden van Christus’ gemeente niet afhouden van het vieren van het Avondmaal. Wanneer we lezen, dat in de ‘zuigelingengemeente’ te Korinthe, men nog niet goed begrepen had hoe het Avondmaal op een passende manier te vieren met elkaar, dan kunnen we het (m.i.) geen verkeerd kerkelijk gebruik vinden/noemen om kinderen/jongeren – hoewel ze op grond van hun Doop zeker recht hebben op deelname aan de Avondmaalvieringen – eerst nog nader te onderwijzen en belijdenis van hun geloof* te laten afleggen in het midden van de gemeente, alvorens ze ook deel te laten nemen aan de viering ervan.

* Dat is gelovig aanvaarden en belijden van de waarheid van je Doop: met Christus begraven (en dus dood voor de zonde) en met en door Hem opgestaan om een nieuw leven te leiden – zie o.a. Romeinen 6.

Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.‘ (Paulus in Filippenzen 3 de verzen 7-14)

Bron citaat: ND bericht op FB – ‘Vroeger zagen we refo’s als cultureel erfgoed, nu is er vooral ergernis.’

Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 26)

Bron afbeelding: Etsy

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘de tirannie van de verdienste’…

Draag dit alles over in je onderricht. Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid. In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht…’ (Uit 1 Timoteüs 3 uit de verzen 11-16 de verzen 11-13)

Gebruik je gezag om dit te verkondigen. Laat niemand op je neerkijken.
(Uit Titus 2 vers 15)

Geciteerd 1: Leidt kennis tot beschaving? Ook hogeropgeleiden oordelen hard over anderen. Met één verschil: voor hun favoriete vorm van discriminatie is maar weinig aandacht.

Geciteerd 2: In een wereld waarin je diploma’s je toekomst bepalen, onderscheiden mensen zich van elkaar op basis van hun opleidingsniveau. Hogeropgeleid-zijn is een identiteit geworden… En hogeropgeleiden zijn net mensen. Ze vormen een groep, om vervolgens neer te kijken op degenen die niet bij de groep horen.
In dit geval dus: de niet-zo-hoogopgeleiden. Elites, schrijft filosoof Michael J. Sandel in De tirannie van verdienste, zijn zo enorm veel waarde gaan hechten aan hun universitaire diploma dat het ze moeite kost om te begrijpen hoe hoogmoedig dat ze maakt, en hoe streng het oordeel is dat hun denken velt over iedereen die niet heeft gestudeerd.
Dat neerkijken begint al op school, laat een onderzoek van een Nederlandse socioloog mooi zien.

Geciteerd 3: Daarom bij dezen: als seksisme onderscheid is op basis van sekse en racisme op basis van ras, dan is onderscheid op basis van diploma’s… Diplomisme.

Geciteerd slot: Misschien moeten we er bordjes op de deur gaan hangen. ‘Verboden voor lageropgeleiden’.* Dan is in één klap duidelijk dat al die hogeropgeleiden helemaal niet zo moreel verlicht zijn.
* Dus dan misschien ook bordjes op de curatoriumdeuren, de consistorie- en kerkenraadsdeuren, op de kerkdeuren… Of is dat helemaal niet nodig omdat er genoeg ‘mechanismen’ zijn die dat toch al voorkomen…

Opgemerkt 1: Paulus medewerkers, Timoteüs en Titus, hebben niet meer dan een praktijkopleiding gehad. Ze hebben onder het gehoor van Paulus gezeten en ze hebben zijn manier van werken in de gemeenten van nabij mee gemaakt, maar ze konden de gemeenten waarin zij een taak kregen geen ‘indrukwekkende getuigschriften/diploma’s’ (op gebied van welsprekendheid bijv.) laten zien…
Wanneer Paulus in de gevangenis zit, dan zegt hij niet: we hebben gelukkig toch een aantal mooie en krachtige/levende gemeenten gesticht en ik heb een aantal medewerkers mogen opleiden in wie ik veel vertrouwen heb. Nee, hij schrijft aan Timoteüs: ‘maar het Woord van God is niet geboeid.‘ Dat is een geloofsbelijdenis! Dat is de opbouw van de gemeenten en de groei van de Kerk in de wereld toevertrouwen aan het werk van de heilige Geest. Dat is precies wat onze Heer ook deed, toen Hij Zijn werk hier op aarde moest nalaten aan dat ‘schamele stelletje discipelen van Hem’. Lees er de hoofdstukken 12-17 van het evangelie van Johannes er nog maar weer eens op na.

Opgemerkt 2: Daarom zullen voorgangers in hun gemeenten veel op bezoek gaan bij de mensen en hun dan niet een stel ‘algemene Bijbelse waarheden’ voorhouden – zoals theologen op universiteiten en in ‘beraadscommissies’ hen hebben ‘voorgekauwd’ – maar hen Gods Woord brengen in de omstandigheden waarin die mensen verkeren. En dat (die omstandigheden) kan natuurlijk van alles zijn. Biddend om wijsheid van de heilige Geest mag zo’n voorganger – bij het samen luisteren naar Gods Woord en het goed luisteren naar wat de mensen bij wie hij op huisbezoek is te vertellen hebben -, daar dan ook woorden spreken van Gods liefde en trouwe zorg en dat met diep ontzag voor God.

Jezus antwoordde: “Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, Mijn Vader zal hem/haar liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem/haar komen en bij hem/haar wonen. Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat ik zeg, en wat jullie Mij horen zeggen, zijn niet Mijn woorden, maar de woorden van de Vader door Wie Ik gezonden ben. Dit alles zeg ik tegen jullie nu ik nog bij jullie ben. Later zal de Pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens Mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb.“‘ (Uit Johannes 14 de verzen 23-31)

Bron citaten 1-3: De Correspondent – ‘Hoe hogeropgeleiden discrimineren’ – door Johannes Visser (Correpsondent Onderwijs)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Hoe zouden jullie dan een huis voor mij bouwen…’

Hoe zouden jullie dan een huis voor mij bouwen – zegt de HEER…’
(Uit Handelingen 7 uit vers 49)

Wat tempels, kathedralen, kloosters en megakerken* gemeen hebben…
* Hoe ze kunnen leiden tot een soort Luther-ervaring’, maar dan (helaas toch wat) anders…

Geciteerd 1: Op grote evenementen, waar ik sprak en waar ook andere kerkleiders en auteurs aanwezig waren, voelde ik me nooit op mijn gemak. Alsof deze wereld een eigen cultuur is, een parallelle religieuze wereld met eigen muziek, taalgebruik, regels en beroemdheden. Ik ervoer vaak een gevoel van vervreemding.’
Geciteerd 2: ‘Ik kijk op die periode terug als op een andere tijd op een andere planeet, waarvandaan ik naar deze tijd en planeet ben gekatapulteerd. Kijk, duizenden jaren lang hebben mensen tempels gebouwd om aan te geven: hier is het goddelijke te vinden. Dat was goed, want mensen hebben contact met het goddelijke nodig. Maar dat werd al snel: buiten de tempel vind je het goddelijke niet. Er ontstond een onderscheid tussen het heilige en het profane, het wereldse. Terwijl – en dat ontdekte ik steeds meer – álles tempel is. Mijn ervaring was op een gegeven moment: ik werk als voorganger precies tegen wat ik probeer te bereiken. Ik draag bij aan een structuur die mensen afhankelijk houdt. Terwijl ik mensen zou moeten laten zien: de hele wereld is een tempel. Het hele leven zou kerk moeten zijn.’

Geciteerd 3: (…) Nu hebben wij de genade dat we elke dag (!) en zonder onderbreking (!) tot God kunnen gaan, en daar kunnen zijn waar Hij is. Maar waar is Hij? Nergens anders dan waar Zijn Woord en Zijn sacrament zijn. Maar waar zijn die? Nergens anders dan overal in de wereld…

Opgemerkt: Dat een huis, een heiligdom voor de HEER willen bouwen, dat kan ook d.m.v. de leer (theologie). Dat viel me op bij het lezen van bepaalde artikelen in het laatste nummer van Protestants Nederland. En dan bedoel ik hier m.n. dat men van het huwelijk een soort heiligdom maakt, die veroorzaakt dat we we kunnen menen daar nog in een soort ongeschonden heiligdom te (kunnen) verkeren, die het (nog altijd) rechtvaardigt, dat wij mensen de zwaarste sanctie toepassen, wanneer daar heiligschennis wordt geconstateerd (of beweerd). Maar hoe anders heeft onze Heer daarover gesproken en hoe anders is Hij Zelf ons daarin voorgegaan. Onze Heer had niet ‘het ideale (‘Bijbelse’) huwelijk’ op het oog*, al verwijst Hij daar wel naar (zie Matteüs 19), maar Hij was steeds weer begaan met concrete mensen, die door God op Zijn weg gebracht werden: of het nu de hoogmoedige Schriftgeleerden en Farizeeën waren of een overspelige vrouw…
Maar ook uit het Oude Testament kunnen we al heel goed leren en (dus) weten, hoe God met zondige mensen, met Zijn zondige kinderen om wil gaan. Dan kunnen we denken aan een Juda, aan een Rachab, de hoer, aan David, maar ook aan wat een profeet als Hosea het Godsvolk (!) al onder ogen heeft mogen brengen.
* De woorden van de discipelen in Matteüs 19 vers 10 maken duidelijk dat ze heel goed beseften dat een huwelijk geen gemakkelijke zaak is, Paulus schrijft in 1 Korintiërs 7 (vers 28): ‘maar het huwelijk wordt een zware belasting die ik u graag zou besparen.’

Bron citaten 1-2: Nederlands Dagblad (via Blendle) – ‘Rob Bell, van megakerk VS naar theater’ – door ND-medewerker

Bron citaat 3: “Loflied op Gods goedheid – Psalm 65” – Woordverkondiging van Maarten Luther uit het Duits vertaald door N.A. Eikelboom – Den Hertog Uitgeverij.

‘U komt de lof toe, God Die woont op de Sion,
U zult ontvangen wat U is beloofd.
U die ons bidden hoort, tot U komt de sterveling.
Worden onze zonden mij te zwaar,
U neemt weg wat wij misdeden.
(Uit Psalm 65 de verzen 1-4)

Bron afbeelding: Biblics

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe kan een ‘zoon van de Reformatie’ zulke woorden voor zijn rekening nemen…

Het is de Heer die over mij oordeelt. Houd dus op te oordelen…’
(Uit 1 Korintiërs 4 uit de verzen 4 en 5)

Geciteerd 1: Later zag ik dat ”niets bijzonders” heel bijzonder was. Want ik leefde ook onder geestelijke bedauwing; een vader en moeder die Gods Woord onderwezen én voorleefden. De wekelijkse gang naar de kerk, naar catechisatie, naar school. Vraag je me wanneer God in mijn leven kwam, dan zeg ik: rond mijn 20e. Tegelijk zie ik achteraf zeker eerder momenten van bewaring, van Gods spreken en van geestelijke indrukken.”

Opgemerkt 1: We lezen van de Psalmdichters en bijvoorbeeld ook van Paulus een heel andere belijdenis!

Geciteerd 2: God was als het ware nergens te bekennen. Toch wel. Als antwoord op mijn bidden klonk het met kracht: „Vervloekt…!” (Galaten 3:10). Zondebesef en schuldgevoel groeiden. Maar ook dat heimwee en die liefde naar God werden sterker. Het duurde voor mijn gevoel een onmogelijk lange tijd. Ja en nee, op en neer, wel en niet. Totdat de Heere alles van mij afsneed en het mocht klinken in mijn hart: „En deze, welke de satan nu achttien jaren gebonden had, moest die niet losgemaakt worden van deze band?”

Opgemerkt 2: Dan moeten we toch echt de conclusie trekken dat deze predikant niet gelooft dat hij, toen hij gedoopt werd, met en door Jezus begrafenis ook in de dood begraven werd en dus losgesneden van de vervloeking, die vanwege de zonde en de boze op ons lag, en toen ook met Christus opgestaan om een nieuw leven te leiden. En dat niet pas nadat hijzelf door allerlei belevingen en indrukken kon menen dat – wat hem dus al met en door de Doop geschonken was – nu eindelijk ook op zichzelf van toepassing mocht laten zijn.
Blijkbaar heeft hij niet met het gelovig belijden van dat eerste (namelijk gelovig zijn Doop aanvaarden), maar met dat latere (persoonlijke belevingen en indrukken) genoeg indruk kunnen maken op het curatorium van de GerGem om toegelaten te worden als student voor de predikantenopleiding…
Wat zitten er in dat curatorium toch bijzondere mensen. De apostel Paulus heeft ons toch duidelijk laten weten dat hij zich met zulk soort mensen niet kon meten, maar ook dat hij (en wij!) zich niets van het soort oordeel van zulke mensen hoefde (hoeven) aan te trekken…

Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 3)

Opgemerkt 3: Belijdenis doen, dat is gelovig je Doop aanvaarden en belijden. Dat leerden je ouders je al thuis en je mocht het ook steeds weer samen met heel de gemeente (leren) belijden wanneer er weer een kindje (of volwassene) gedoopt werd in het midden van de gemeente.
En dat blijven aanvaarden en belijden – je leven lang – dat kost strijd en daarom kan je niet zonder de wekelijkse samenkomsten van de gemeente, waar Gods Woord – het Evangelie! – je steeds weer verkondigd wordt en waar je ook steeds weer de bediening van de sacramenten mag horen en zien (Doop) en ontvangen (Avondmaal) en daarbij hebben we ook dagelijks te leven van Woord en gebed.
NB. Heel ernstig en verdrietig dus wanneer ze je van het Avondmaal zouden afhouden omdat je nog niet genoeg bevinding kunt hardmaken. We worden heus niet voor niets opgeroepen om aan de viering van het Avondmaal deel te nemen als gelovigen.

Opgemerkt 4: Wanneer we op het zand van onze bevindingen ons geloof bouwen, dan kunnen we als predikant aan anderen een huis tonen dat best indruk maakt, maar je helpt anderen er niet mee hun geloof te bouwen op het enige fundament en dat is het Woord van God, dat ons in niet mis te verstane woorden leert wat onze Doop betekent. Het is om heel verdrietig van te worden dat men in reformatorische kerken aan dat soort bevindelijkheid wil vasthouden en de mensen leren. Durf zeker het vergelijk aan met wat Luther zei over de verblinding van de RK-leiders van zijn tijd, die niet bereid waren om de Bijbelse leer van de rechtvaardiging door geloof te aanvaarden.

Bron citaat: RD Mens & samenleving – ‘Rust is voor ds. D. E. van de Kieft even niet lezen’ – door Aad van Toor

U allen die door de Doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.‘ (Uit Galaten 3 vers 27)

Bron afbeelding: DailyVerses-net

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ‘grondregel voor ons bidden’ gesproken

Laten zij hem dankoffers brengen, juichend zijn daden bezingen.’
(Psalm 107 vers 22)

Geciteerd: Welke grondregel: „Er zijn er meerdere, maar deze is de belangrijkste: dat we altijd gericht moeten zijn op de eer van God…

Opgemerkt: Anders dan bij Calvijn en zoals in de Westminster confessie zullen we juist niet de eer van God zo centraal stellen in het kerkelijk leven. Maarten Luther zei het zo: ‘De ere Gods is dat we Zijn weldaden aannemen’. Dan gaat het in de eerste plaats om ons geloofsvertrouwen en om onze dankbaarheid. (1)
Vergelijk het eens met een gezin waar ouders eer willen ontvangen door de prestaties van hun kinderen of waar opleiders kinderen voorhouden dat ze hun ouders hebben te eren door vooral goed (maximaal) te presteren. Of dat nu op het gebied van sport of van onderwijs is of nog iets anders, dat maakt niet uit. Zulke ouders en opleiders zullen hun/de kinderen steeds weer aansporen om het beste uit zichzelf te halen. En kinderen die minder of helemaal niet goed presteren, die krijgen als vanzelf minder aandacht. Eén van onze kinderen had zelfs een vriend die thuis – itt tot een broer en zus – helemaal niet meer hartelijk welkom was, omdat z’n ouders hem maar laaggeschoold (kraanmachinist) en teveel een buitenbeentje vonden (fanatiek visser), waarvoor ze zich schaamden.
Maar in gezinnen waar kinderen in alle vrijheid mogen opgroeien en zich ontwikkelen, omdat de liefhebbende ouders niets liever willen zien dan dat hun kinderen zich naar hun eigen aard en talenten en op een eigen tempo zullen ontwikkelen, daar geeft de liefde werkelijk de toon aan, en daar mogen ze dankbare kinderen verwachten…
Zo zal het ook zijn in de gemeente van Jezus Christus. Daar worden we niet afgerekend op onze prestaties, op welke manier dat ook ingevuld wordt in gemeenten/kerken, maar daar ontmoeten we elkaar als geliefde en dankbare kinderen van God, die elke dag weer dankbaar mogen leven van het Woord van God en van de gaven die de heilige Geest ieder naar Zijn wil toebedeelt (of juist onthoudt).

(1) Zie bijv. Lukas 7 de verzen 36-50: ‘De liefde van een zondares’.

Leestips: Psalm 50 en 111 (Verbondspsalmen bij uitstek), 1 Korintiërs 12 en 13 en Romeinen 12.

Zie ook deze (voorgaande) blog en/of de blog ‘Hij Zelf zorgt voor u

Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft.
Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden en je zult Mij eren.

(Uit Psalm 50 de verzen 14-15)

Bron afbeelding: Logos Trading Post

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Als professoren het voor het zeggen zouden hebben…

Te dien tijde hief Jezus aan en zei: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.
(Uit Matteüs 11 de verzen 25-26, zie ook 1 Korintiërs 1 vers 20*)

Geciteerd 1: Als het erom gaat wát wij moeten bidden, is het gebed dat Jezus ons Zelf geleerd heeft ons belangrijkste richtsnoer, stelt de al acht jaar met emeritaat zijnde hoogleraar. „Let wel: richtsnoer. Soms wordt het Onze Vader als een soort formuliergebed gebeden. Bij begrafenissen bijvoorbeeld, waarbij dan de helft van het publiek het hardop gaat meebidden. Daar voel ik me, eerlijk gezegd, altijd wat ongemakkelijk bij. Mijns inziens heeft de Heere Jezus nooit bedoeld dat we dit gebed letterlijk moeten herhalen, maar heeft hij ons vooral een grondregel mee willen geven voor ons bidden, een patroon waaraan ons gebed moet voldoen.”

Opgemerkt 1: Weet deze professor dan niet dat de enige grondregel voor een gebed een waar geloof is? (1)

Geciteerd 2: Welke grondregel? „Er zijn er meerdere, maar deze is de belangrijkste: dat we altijd gericht moeten zijn op de eer van God en niet, of veel minder, op onszelf en onze eigen belangen. Het gebed begint niet voor niets met Úw Naam worde geheiligd, Úw Koninkrijk kome, enzovoort. En het Onze Vader, het volmaakte gebed, eindigt ook weer met het Soli Deo Gloria. Daar tussenin, ja, daar is dan ook nog plaats voor onze dingen.”

Opgemerkt 2: Dus toch een volmaakt gebed dat Onze Vader?! Het is een volmaakt Koninkrijksgebed in al z’n onderdelen! Het is dus niet zo dat er eerst wat voor God gezegd wordt en dat er dan ‘daar tussenin, ja, dan ook nog wat plaats is voor “onze dingen”.’ Het zal elke dag in geloof gebeden worden! En daar wordt niemand minder van. Zelfs een (Bijbel)wijze professor niet. (2)

Geciteerd 3: De aarzeling om God je Vader te noemen, hangt vaak samen met de vraag: mag ik Christus mijn Zaligmaker noemen? „Het zit dan vast op wat Luther het ”mijnen” van het geloof noemt. Mijn Heere, mijn God, mijn Vader. Nee, niemand mag dat te gemakkelijk en automatisch doen. Toch denk ik dat de puriteinen hierin krachtiger en Bijbelser lijnen hebben getrokken dan sommige vertegenwoordigers van de late Nadere Reformatie. De puriteinen benadrukten: het is Gods gewone weg om mensen tot de volle zekerheid van het geloof te brengen.” (2)

Opgemerkt 3: In dit geval hebben wij onszelf en onze kinderen te wijzen op onze Doop. En zowel Luther als de kerkmensen van zijn tijd waren allen gedoopt. Gods Woord wijst ons niet een (moeizame) levensweg om daarin tot zekerheid te komen – onder allerlei verwarrend geluid van ‘nog weer wijzere professoren’ (dan Luther bijv.) – maar op onze Doop. Daarom begint de Heidelbergse Catechismus ook haar onderwijs aan ons en onze kinderen met Zondag 1…

Geciteerd slot: De cultuur van het Westen, maar ook de hele bevindelijke traditie, is sterk gericht op het individu. „Míjn ziele, doorziet gíj uw lot? Hoe zult gíj rechtvaardig verschijnen voor God?”, dichtte M’Cheyne. Let wel: dat element is waardevol, het is mij dierbaar, ik zou het niet willen missen. Maar er is ook een ”wij” en een ”ons”, een gemeenschap der heiligen in de eredienst, in het avondmaal en in het gebed. Het woord ”ons” herinnert ons daaraan.”

Opgemerkt: Onze Doop plaatst ons in die gemeenschap van de heiligen en geeft ons direct een volwaardige plaats in Christus’ gemeente. Dat gold al voor pas bekeerde Joden en heidenen (met hun huis/gezin) en het geldt dus ook al direct voor onze gedoopte kinderen.

* Denk bij ‘Schriftgeleerde’ en ‘redenaar van deze wereld’ ook maar aan Augustinus!
(1) Zie o.a. Jakobus 1 de verzen 5-8.
(2) Het bidden van het Onze Vader is veeleer een (dagelijkse) ‘geloofsbelijdenis’ dan een ‘smeekgebed’! En met elkaar eerbiedig een geloofsbelijdenis uitspreken bij een begrafenis of dagelijks aan tafel is helemaal niet verkeerd!

Leestip: Deuteronomium 32 de verzen 10-14

Zie ook deze blog: ‘Hij Zelf zorgt voor u‘ en/of deze vervolg blog.

Bron citaten: RD kerk & religie – ‘Prof. Baars: Vadernaam wijst op nabijheid én verhevenheid’ – door Addy de Jong

Bron afbeelding: The Contextual Literalist (WordPress-com)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie