Ruimhartig of volmaakt? (I)

Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader,
Jezus Christus, de Rechtvaardige.’ (Uit 1 Johannes 2 vers 1)

Geciteerd: Als je vraagt: ‘Hoe kan ik met zekerheid weten dat al mijn werken God behagen, omdat ik soms toch struikel, teveel praat, eet, drink, slaap of op een andere manier buiten mijn boekje ga en dagelijks allerlei kwaad doe dat ik onmogelijk kan voorkomen.’, dan antwoord ik: ‘Deze vraag laat zien, dat je het geloof nog steeds ziet als een ander [bijkomstig] werk en het geloof niet bóven alle werken stelt.’
Want juist daarom is het geloof het hoogste werk, omdat het standhoudt en al je dagelijkse zonden teniet doet. En wel dáárdoor dat het geloof niet twijfelt, dat God je zó gunstig gezind is, dat Hij je dagelijkse struikelingen en gebreken door de vingers ziet. Ja, als er zelfs ook een dodelijke val zou plaatsvinden – wat weliswaar hen, die in geloof en godsvertrouwen leven, zelden of nooit overkomt – dan staat toch het geloof weer op en twijfelt er niet aan of de zonde is al weggenomen. Zoals Johannes zegt: ‘Dit schrijf ik u, lieve kinderen, opdat u niet zondigt, als echter iemand toch valt, dan hebben wij een Voorspraak bij God, namelijk Jezus Christus, Die een Verzoening is voor al onze zonden’ (vgl Johannes 2 vers 11 vv).
En in Spreuken: ‘De rechtvaardige kan zeven keer vallen, maar staat even vaak weer op’ (vgl. Spreuken 24 vers 16). Ja, dit vertrouwen en geloof moéten wel zo groot en zo sterk zijn, omdat de mens weet dat zijn hele leven en al zijn werken enkel en alleen doemwaardige zonden zijn voor Gods gericht.

Wie is een God als U, Die schuld vergeeft en aan de zonde voorbijgaat? U blijft niet woedend op wie er van Uw volk nog over zijn; liever toont U hen Uw trouw. Opnieuw zult U zich over ons ontfermen en al onze zonden teniet doen.
Onze zonden werpt u in de diepte van de zee. U bewijst Jakob Uw trouw en Abraham Uw goedheid, zoals U gezworen hebt aan onze voorouders, in de dagen van weleer.
‘ (Uit Micha 7 de verzen 18-20)

Zie ook: Ruimhartig of volmaakt? (II)

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen – dagboek voor het geloof’ – Citaat/meditatie van 23 juli – Dagboek samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog B.V., Houten.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Absalom ‘de casanova van de familie’?

Ik ga liggen, val in slaap en wordt wakker – de HEER beschermt mij.
(Uit Psalm 3 vers 6)

Geciteerd 1: Absalom is de casanova van de familie, de knappe jongen waar alle meisjes op vallen, de publiekslieveling. Met vleiende woorden steelt hij de harten van zijn volksgenoten en ontketent zo stap voor stap een paleisrevolutie. (…) Het is ongelooflijk en de wereld op zijn kop, maar het komt zo ver dat David moet vluchten. Voor het oog van de natie speelt zich een afschuwelijk familiedrama af. (…) David brengt zijn nood bij de Heere. (…) David is stil geworden. Hoe lang die stilte heeft geduurd weten we niet, misschien wel uren, dagen of zelfs weken. Maar in die stilte heeft hij geleerd en ervaren dat de daadwerkelijke oplossing van de andere kant komt. Hij belijdt: „Doch Gij, Heere, zijt een Schild voor mij, mijn Eer; en Die mijn hoofd opheft.” David brengt zijn crisis bij de Heere.

Geciteerd 2: Wij hebben ook allerlei crises. (…) Laten we ze bij de Heere brengen, maar daarna in de ”sela-modus”, daarna stil worden, daarna de Heere aan het werk laten. Dat is wat David doet en het is heilzaam. Hij belijdt: „Ik riep met mijn stem tot de Heere, en Hij verhoorde mij van de berg Zijner heiligheid.”

Opgemerkt 1: ‘Een casanova waar alle meisjes op vallen’. Zelf kan ik dat beslist niet uit de verhalen afleiden (2 Samuël 13-20). Absalom wil contact maken met en de sympathie winnen van het volk. Geen bohemien dus, die populair wil zijn bij de meisjes en met hen graag feest viert in of buiten het paleis. (zie hierbij ook 2 Samuel 18 vers 18)

Opgemerkt 2: En kreeg David bij deze paleisopstand nog gelegenheid om ‘uren, dagen of zelfs weken’ stil te zijn voor God? Ook dat kunnen we beslist niet uit de verhalen in 2 Samuël afleiden. Psalm 3 kan heel best pas (jaren) later gedicht zijn…

Opgemerkt 3: Wat we lezen in Psalm 3 (de verzen 5-6), dat geeft m.i. meer reden om te geloven dat David ondanks alles wat er om hem heen gebeurde, toch ook tot rust kon komen en zelfs ook nog een goede nachtrust hebben in tijden van moeite en strijd. Hij zat overdag niet stil, maar ’s nachts liep hij niet piekerend te banjeren door zijn legerslaaptent. (zie o.a. 2 Samuel 18 de verzen 1-5). Deze Psalm zal hij wel in later dagen gedicht hebben en/of later aan die situatie/omstandigheden zijn ‘toegedicht’.

Opgemerkt slot: Absalom had als koningszoon ook heel wat meegemaakt van de zonden en tekortkomingen (bijvoorbeeld bij de rechtspraak aan het hof) van zijn vader David en andere – meer of minder belangrijke – mensen aan het hof. Misschien was de harem van zijn vader (net als voor Achitofel?) hem daarom te meer een doorn in het oog.* Was dat nu een voorbeeldig koning van het Godsvolk?

* Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat een meerderheid van predikanten van reformatorische en gereformeerde kerken in die tijd de kant van Absalom gekozen zouden hebben. Zeker na het overspel met Batseba en die moord op Uria; en dan ook nog die harem die hij zich (ook na alles wat er gebeurd was) meende te kunnen permitteren als koning van Israël.

Vraag: Wat hadden Absalom en Achitofel zullen doen? Zie de twee blogs hieronder.
Ruimhartig of volmaakt?’ (I) en (II)

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Meditatie: Crisis’ – door Ds. S. Griffioen, Eemdijk

Bron afbeelding: eBay (Christian Wall Art)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over ontvangen zegeningen gedacht en gesproken…

Veertien vertroostingen (nr. 17)

Voor ‘de werkers’ die vermoeid en belast zijn – door Maarten Luther,
Augustijner monnik te Wittenberg (1520)

Eerder ontvangen zegeningen gedenken en overdenken…

Geciteerd: Augustinus verhaalt in zijn Confessiones (bekentenissen) over het ontvangen van Gods zegeningen vanaf de baarmoeder. We horen dat ook van de dichter van Psalm 139 [: 1–3]: ‘Heer, U doorgrondt en kent mij‘, waarin de psalmist zich verwonderd over Gods goedheid en zegt: ‘U doorziet (voorziet) van verre (eerder dan ik) mijn gedachten, ga ik op weg of rust ik uit, U weet ervan.’ Het is alsof hij zegt: ‘Ik zie nu dat alles wat ik ooit heb gedacht of gedaan, wat ik ook zal bereiken of bezitten, niet het resultaat kan n zal zijn van mijn inspanningen, maar omdat het lang geleden door Uw zorg zo voor mij werd beschikt, want aan U waren al mijn wegen reeds bekend. Niet ik ben de bestuurder van mijn tong, maar dat gebeurd(e) in en door Uw kracht.

We weten hiervan ook uit eigen ervaring. Als we nadenken over ons leven, is het dan niet verbazingwekkend dat we dachten, beslissingen namen, en dingen deden en zeiden, dingen die we niet konden overzien en voorzien? Hoe heel anders zou onze bestaan zijn geweest wanneer we van onze eigen vrije wil afhankelijk waren geweest! Pas nu zien en begrijpen we Gods altijd aanwezige zorg en voorzienigheid over ons, en beseffen daarbij dat we niet in staat waren om iets te denken of te spreken, behalve als Hij dat zo beschikte voor ons. Zo het staat geschreven in de Wijsheid van Solomon 7 [: 16], ‘Wij zijn in Gods hand, met alles wat we zeggen, met al ons inzicht en al onze kundigheid.’ en Paulus schrijft, ‘maar er is één God Die alles in allen werkt‘ [1 Korintiërs 12 : 6].

Moeten wij, onverstandigen en tragen van hart, niet onze hoofden vol schaamte laten hangen, wanneer we beseffen dat ook onze eigen ervaring leert hoezeer de Heer voor ons heeft gezorgd tot op dit huidige uur en dat Hij het was die ons elke zegen heeft gegeven? Toch konden en durfden we onze zorgen niet aan Hem toevertrouwen, zelfs (nu nog) niet in een klein huidig kwaad dat ons overkomt, en we doen alsof Hij ons heeft verlaten of ons zou kunnen verlaten en vergeten! Dit is echter niet het standpunt van de dichter van Psalm 40 [: 17], die zegt: ‘Al ben ik ellendig en arm, de Heer denkt aan mij.”

Augustinus zegt dit: ‘Laat Hij Die jou geschapen heeft voor je zorgen’. Waarom zou Hij die al voor je zorgde voordat je bestond, niet om je geven nu je geworden bent wat (wie) Hij wilde dat je zou zijn?’ Maar wij proberen liever het bestuur tussen God en onszelf te verdelen. Met tegenzin geven we toe dat Hij ons heeft gemaakt (1), maar wij maken ons heer en meester over de zorg voor onszelf. We gedragen ons alsof God, nadat Hij ons had gemaakt, meteen vertrok en het regeren over onszelf aan ons over liet.

(1) Wat we ook belijden met Psalm 100 vers 1: ‘Erken het: de HEER is God, Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe, Zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

Maarten Luther: Tessaradecas Consolatoria Pro Laborantibus et onerantis (Weimarer Ausgabe) WA 6, (99) 104–134. (Vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, Vol. 42, p. 117 ev)

NB. Dit is een vertaling van de Engelse versie van dit Luthercitaat.

Bron citaat: Als u de Engelstalige Luther-citaten naar familie of vrienden wilt laten sturen, kunt u (met hun toestemming) het e-mailadres verzenden naar: info@martinluther-quotes.nl
Abonneren en afmelden van de wekelijkse citaten via dit e-mailadres of op http://www.maartenluther.com Deze e-mails zijn gratis en er wordt niet gevraagd om donaties.

‘Ik blijf naar U uitzien, altijd,
U lof brengen, meer en meer.
Mijn mond verhaalt van Uw gerechtigheid,
van Uw reddende daden, dag aan dag,
hun aantal, ik kan ze niet tellen.
Spreken zal ik over Uw macht, HEER, mijn God,
de rechtvaardigheid roemen, van U alleen.
(Uit Psalm 71 de verzen 14-16)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel van dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (IV)

Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht.
(Uit 1 Timoteüs 6 uit vers 10)

Jezus en de apostelen wezen ons op een nog groter gevaar/kwaad
(dan overspel, homofiele praktijk, genderproblematiek, abortus, etc.)

De kinderen van deze wereld gaan immers meer doordacht met elkaar om dan de kinderen van het licht. En Ik zeg jullie: maak je vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.‘ (…) ‘Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere haten.‘ (…) ‘Dit alles hoorden de Farizeeën, die geldzuchtig waren (1), en zij hoonden Hem.‘ (Uit Lukas 16 uit de verzen 8-15)

Wee u, wetgeleerden, want gij hebt de sleutel der kennis weggenomen; zelf zijt gij niet binnengegaan en hen, die trachtten binnen te gaan, hebt gij tegengehouden.‘ (Uit Lukas 11 vers 52)

(1) We lezen dat ‘geldzuchtig’ niet van de tollenaars, alhoewel die nog wel graag eens een extra graantje meepikten van de opgelegde belastingen, wanneer ze de kans kregen. (2) Maar wat nog meer opvalt, dat is dat het dienen van de mammon als een veel ernstiger gevaar voor iemand wordt getekend, dan de zonde van overspel! De mammon eist alles voor zich op en de mammondienaar ontkomt er niet aan zich als slaaf aan hem gewonnen te geven…
(2) De tollenaars gaven – i.t.t. de Farizeeën en Schriftgeleerden – wel gehoor aan de oproep van Johannes de Doper om zich te bekeren en zich te laten dopen om zo vergeving van zonden te ontvangen – zie ook Matteüs 3 de verzen 12-13 en Lukas 7 de verzen 29-30.

Wat ik bedoel broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt. Ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is. Ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder.‘ (Uit 1 Korintiërs de verzen 29-31)

Opgemerkt: Niet de zonden van overspel en de problematiek van homofilie en gender vormen het grootste probleem voor ‘de kerken’ (= haar leden!), maar de zonde van het dienen van de mammon, voortkomend uit liefde tot deze wereld. Dáár hebben de kerken nog het meest aan en onder geleden. Op het terrein van die eerstgenoemde zonden en problematiek zijn de kerken (= haar leden!) niet vooropgegaan maar volgend geweest, maar op het terrein van de geldzucht – waarbij eerder ook al de Farizeeën en Schriftgeleerden als schuldigen worden aangewezen door de heilige Geest – hebben juist de christelijke kerken zich niet onderscheiden van de wereld. Ze hebben zich op dat terrein zelfs nog in ongunstige zin onderscheiden van de wereld.

Wanneer we maar even tot ons laten doordringen hoe het juist de christelijke westerse wereld is geweest die – ten eigen bate! – beslag heeft weten te leggen op de rijkdommen van deze wereld, die weet genoeg! En wie even rondkijkt op de parkeerplaatsen van de grote reformatorische kerken in ons land, die beseft het daar ook!

Juist die geldzucht – hoe vroom men die beschuldiging ook weet te pareren – die heeft de kerkjeugd liefde voor de wereld en wereldgezindheid gebracht, veel meer dan andere zonden binnen de kerken (bij haar leden!) en dan de losbandigheid van de wereld op gebied van seksualiteit, overspel en echtscheiding.

Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het dan bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het Evangelie van God te aanvaarden? Als zij die rechtvaardig leven (3) al ternauwernood gered kunnen worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen doordat ze God niet gehoorzamen. Daarom moeten allen die lijden omdat God dat wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan Hem op Wie wij mogen vertrouwen omdat Hij ons heeft geschapen (4).’ (Uit 1 Petrus 4 de verzen 17-19)

(3) Zij die zich door het geloof gerechtvaardigd weten in en door het zoenbloed van onze Heer Jezus Christus, dat ook steeds weer door hen beleden wordt door aan de vieringen van het Avondmaal deel te nemen en zich daar niet van af laten brengen of houden door mensen die (eerst) voldoende levensheiliging bij iemand menen te kunnen en moeten waarnemen/vaststellen.
(4) Zie bijvoorbeeld de belijdenis(sen) van de dichters van Psalm 71 en 139.

Zie ook: Artikel dr. M. Klaasen geen ‘herderlijk schrijven’… (I), (II), (III),

N.a.v. ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen.
Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/…/huwelijk-een-verbond…/

Leestips: 1 Timoteüs 6 de verzen 1-10, Hebreeën 11 de verzen 13-16, Jakobus 2 de verzen 1-13 en 5 de verzen 1-6.

Jezus zei tegen hen (Schriftgeleerden en Farizeeën): “U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart*. Wat bij de mensen hoog in aanzien staat is een gruwel in de ogen van God.”‘ (Uit Lukas 16 het 15e vers)
* Zie Matteüs 15 de verzen 1-20.

Bron afbeelding: Bible Verses (Facebook)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (III)

Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van Zijn lichaam.‘ (Uit Efeziërs 5 uit de verzen 28-29)

Niemand haat ooit zijn eigen vlees!

‘Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles. Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet. Zo zijn [ook] de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en [op] de gemeente. Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. (Uit Efeziërs 5 de verzen 22-33)

Opgemerkt 1: Waarom is er geen gebod ‘Heb uzelf lief’? Om dezelfde reden waarom er geen gebod is ‘Gij zult niet echtbreken’, terwijl er wel een gebod is ‘Gij zult geen overspel plegen’. Want in het huwelijk zijn man en vrouw één lichaam geworden en je bent dodelijk ziek wanneer je je eigen lichaam haat en verbreekt!

Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij (1), is heilig!‘ (Uit 1 Korintiërs 3 de verzen 16-17)
(1) Paulus spreekt hier ook met het oog op de gemeente, maar ook met het oog op ieder persoonlijk en op de gehuwden in de gemeente.

Opgemerkt 2: Met overspel schendt je die tempel – van jezelf en van de ander – maar met echtbreken doe je dat zelfs nog veel meer!

Geciteerd: “Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen” (Hebreeën 13 : 4). Echtscheiding wegens overspel is toegelaten. (2)
“De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. 19 Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden” (Matteüs 1:18, 19). Jozef wordt ‘haar man’ genoemd omdat een ondertrouw even bindend was als een huwelijk bij ons. Dit bewijst (? AJ) dat een man zijn vrouw wegens ontucht mocht verstoten. (3)
(2) Valt dat uit deze tekst uit Hebreeën vast te stellen? Echtbrekers worden blijkbaar ook geoordeeld…
(3) Zie Opgemerkt 3.

Opgemerkt 3: Wanneer een ondertrouw toentertijd even bindend was als een huwelijk, dan had een rechtschapen man als Jozef Maria toch een scheidbrief hebben moeten geven? Of kon dat bij een ondertrouwd stel wel zonder? We kunnen dit bijzondere gebeuren beslist niet als voorbeeld nemen en stellen dat Jozef nu het recht had om Maria – vanwege ondersteld overspel – te verlaten (verstoten). Hij liep daarmee zelfs het gevaar dat Maria hem verantwoordelijk zou stellen voor het bij haar verwekte kind en dan moest hij alsnog zien te bewijzen dat hij de vader niet kon zijn. Dan zou dat in stilte afscheid nemen van haar zelfs nog tegen hem kunnen getuigen. Dat in stilte willen en kunnen scheiden bij ondertrouw geeft m.i. juist reden om aan te nemen dat ondertrouwd toch niet helemaal gelijk gesteld werd aan het (Joodse/Bijbelse) officiële huwelijk.

(Wordt vervolgd!)

Zie ook: Artikel dr. M. Klaasen geen ‘herderlijk schrijven’… (I), (II) en (IV)

Bron citaat: Bijbels Trefwoorden Register (Echtscheiding/overspel)

N.a.v. ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen (1)
(1) Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/2022/07/14/huwelijk-een-verbond-geen-contract/

Bron afbeelding: Berea Project

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (II)

Voor God weegt echtscheiding zwaarder dan overspel!

Verder geef ik zelf nog – niet de Heer – het volgende voorschrift: wanneer een broeder een ongelovige vrouw heeft die bij hem wil blijven, mag hij niet van haar scheiden. Dit geldt ook voor een zuster: wanneer ze een ongelovige man heeft die bij haar wil blijven mag ze niet van hem scheiden. Want de ongelovige man behoort dankzij de vrouw God toe en de ongelovige vrouw dankzij haar man eveneens. (1) Zou dat niet zo zijn dan zouden uw kinderen onrein zijn. Maar nu zijn ze geheiligd. (2)
Maar als de ongelovige partij wil scheiden dan moet dat maar gebeuren (3), in dat geval is de broeder of zuster niet gebonden. Bedenk echter dat u door God geroepen bent om in vrede te leven. Wie weet, u zou uw man toch kunnen redden? En wie weet, u kunt uw vrouw toch redden?‘ (Uit 1 Korintiërs 7 de verzen 12-16)

(1) Dát is gelovig aanvaarden en belijden en in praktijk brengen dat man en vrouw door hun huwelijk één lichaam zijn geworden!
(2) De kinderen behoren dus tot Christus gemeente en zullen (behoren!) daar ook de Doop (te) ontvangen.
(3) Vanwege de hardheid van hart van de ongelovige ‘partij’, die de wens tot echtscheiding heeft uitgesproken.

Laat ieder blijven wat hij was toen u geroepen werd. Wanneer u als slaaf geroepen bent, moet u dat niets kunnen schelen (hoewel u de kans om vrij te worden zeker moet benutten). Want een slaaf die door de Heer geroepen is, is een vrijgelatene van de Heer, zoals degene die als vrij man geroepen is een slaaf van Christus is. U bent gekocht en betaald, dus wees geen slaven van mensen. Laat, broeders en zusters, ieder voor God blijven wat hij was toen hij geroepen werd.‘ (Uit 2 Korintiërs 7 uit de verzen 17-24 de verzen 20-24)

Opgemerkt 1: Het moet ons hier opvallen dat Paulus slaven aanraadt om van de kans vrij te worden zeker gebruik te maken. Maar degenen die getrouwd zijn met een ongelovige partij zo’n kans niet biedt. We horen hem niet zeggen: maar wanneer de ongelovige partij overspel pleegt – bijv. door meedoen aan tempelprostitutie – maak dan gebruik van de gelegenheid om u te scheiden van hem of haar. En we mogen wel aannemen dat dat zeker gespeeld zal hebben binnen de huwelijken in de nieuwe gemeenten en Paulus zal dat zeker ook in overweging hebben genomen, en toch geeft hij gehuwden met een ‘ongelovige partij’ die gelegenheid om ‘vrij’ te worden niet!

Opgemerkt 2: Juist omdat het huwelijk een verbond is en wij dat behoren te betrekken op het Verbond van God met Zijn volk en dat van Christus met de Kerk, dienen we te begrijpen waarom voor God echtscheiding zwaarder weegt dan overspel. Gods volk behoorde/behoort God toe en de Kerk (van OT én NT) is de bruid van Christus. Wij zijn Zijn Lichaam en Hij is het Hoofd. Nu is God altijd trouw gebleven aan Zijn Verbond en Hij heeft het nooit verbroken, i.t.t. tot Zijn eigen volk. En ondanks dat herhaald overspelig nalopen van andere minnaars (afgoden) heeft God Zijn volk niet verstoten…

Dit zegt God, de HEER: Door je niet te houden aan ons verbond heb je je eed gebroken, en daarom zal ik je behandelen zoals je verdient. Toch zal ik aan dat verbond blijven denken, het verbond dat ik met je niet gesloten heb in de dagen dat je nog jong was. Daarom zal ik nu een verbond met je sluiten dat eeuwig zal duren.‘ (…) ‘Als Ik Mijn verbond met jou heb gesloten, zul je beseffen dat Ik de HEER ben en overdenken wat je gedaan hebt; je zult je schamen, en zwijgen omdat je vernederd bent – maar Ik vergeef je alles wat je hebt gedaan. Zo spreekt God, de HEER.’ (Uit Ezechiël 16 de verzen 59-60 en 62-63)

Geciteerd: Dat (dat Verbond dat eeuwig zal duren) is het Nieuwe Verbond waarin ook wij, van afkomst heidenvolken, door het geloof zijn opgenomen. Ik zeg ‘óók’: want het volk omvat ook talloze gelovige Israëlieten. Het is het verbond waarvan Jezus Christus Borg en Middelaar is geworden. Daartoe heeft God zijn afvallige ontrouwe vrouw/echtgenote Israël toch nog willen verwaardigen.
Want onze Here Jezus is voortgekomen uit het Israël dat uit de ballingschap mocht terugkeren. Maar elke Jood, die in de Heiland der wereld gelooft en de geschiedenis ook van zijn of haar volk ootmoedig beziet in het licht van Ezechiël 16, zal zich wel moeten schamen. Heeft Jahweh ons volk toch nog verwaardigd om de Zaligmaker der wereld te mogen voortbrengen? Wat een genade!
Ja, diepe schaamte, dát past het gelovig Israël. Maar diepe schaamte past evengoed de kerk-uit-de-heidenen. Om haar afkomst, haar roeping, haar schuld en haar begenadiging. Hoe is het mogelijk dat er nog een kerk bestaat!
Wat een aansporing om ons hele leven, maar dan ook ons hele hart te verpanden aan niets en niemand anders dan aan onze trouwe, genadige en liefdevolle God en Vader en aan Zijn lieve Zoon, onze Here Jezus Christus, de Rots van onze levens en ons deel, onze erfenis, in eeuwigheid.’

‘Want deze God is onze God;
Hij is ons deel, ons zalig lot,
Door tijd noch eeuwigheid te scheiden:
Ter dood toe zal Hij ons geleiden.’
(Uit Psalm 48 het zesde vers – Berijmd, OB)

(Wordt vervolgd!)

Zie ook: Artikel dr. M. Klaasen geen ‘herderlijk schrijven’… (I), (III) en (IV)

Bron citaat: ‘Bijbellezingen over het boek Ezechiël – Ds. F. van Deursen (lezingen gehouden op een Bijbelcursus gedurende winterseizoenen van 2000-2002 in Barneveld, tekst van de lezingen te boek gesteld door mw. Vera I. Kerkhof)

N.a.v. ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen (1)
(1) Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/2022/07/14/huwelijk-een-verbond-geen-contract/

Bron afbeelding: bibledots-com & 2tim215truth-com (2 Tim 2:15 Truth)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloven in tijden van God- en kerkverlating en wereldnood…

‘Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, als bij de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vroege vijg meer waarnaar ik smacht. Zij die trouw waren zijn verdwenen uit het land, niemand is nog rechtschapen. Allen zijn op bloed belust, iedereen belaagt zijn naaste. Ze bekwamen zich in het kwaad: alleen voor geld stellen leiders een onderzoek in, rechters spreken recht tegen betaling, hooggeplaatsten zeggen wat hun het beste uitkomt en zo houden ze het recht op afstand. De deugzaamste onder hen is als een doornstuik, de oprechtste is erger dan een stekelhaag.
De dag van straf, door uw wachters aangekondigd, is gekomen, en het volk is in beroering. Geloof je naaste niet, vertrouw je vriend niet, let op je woorden, ook bij wie er in je armen ligt. De zoon veracht zijn vader, de dochter verzet zich tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder, en huisgenoten blijken vijanden.
Maar ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God Die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God.’ (Uit Micha 7 de verzen 1-7)

Geciteerd: Als je gelooft, dan is het onmogelijk dat je hart niet zou lachen van vreugde in God en vrij, veilig en moedig zou worden. Daarom breekt je liefde tevoorschijn en help je iedereen zo goed je maar kunt. Je preekt en verkondigt de waarheid aan iedereen die het maar wil horen. Je verwerpt ook alles wat niet gepreekt of geleefd wordt volgens de leer van het geloof.
De duivel en de wereld willen zulke dingen niet horen of zien, en willen niet dat hún leven en leer door jou verworpen wordt. Dan zullen allen die groot, geleerd, rijk en machtig zijn van jou een ketter maken en je voor gek verklaren. Kijk, dan kom je precies zoals jouw Heere Christus aan het kruis omwille van de waarheid. Je moet zo verschrikkelijk mogelijk gelasterd worden…

Geciteerd 2: Ondanks dit alles moet je van jouw kant goed voor hen zijn. Herinner je altijd dat jij eerst was wat zij nu zijn voor God. Geloof en liefde zullen dit zeker doen. Dát is het leven van een christen: dat hij voor anderen doet wat God voor hem of haar doet.

Geciteerd 3 (bewerkt): Als kind kwamen de woorden van Psalm 130 al bij me binnen. De woorden van de Psalm gaven me vertrouwen. Ze leerden me dat je in alle nood tot God kunt roepen en dat Hij je dan zal redden. Wat er allemaal voor diepten van ellende zouden komen in mijn leven wist ik toen nog niet, maar met die woorden leerde ik God kennen als genadig en barmhartig…

‘Israël, hoop op de HEER!
Bij de HEER is genade, bij HEM
is bevrijding, altijd weer.
Hij zal Israël bevrijden
uit al zijn zonden.’
(Uit Psalm 130 de slotverzen 7-8)

Leestips: Micha 7 en Psalm 130.

N.a.v. dagopeningen vandaag (19 juli) in ‘Vrees niet, geloof alleen’ en Dag in dag uit 2022.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (I)

Ik ben de Goede Herder, de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.’
(Uit Johannes 10 vers 11)

Geciteerd 1: Het zevende gebod luidt in de Statenvertaling “Gij zult niet echtbreken”. Op het eerste gezicht lijkt dit te slaan op echtscheiding. Dat is echter niet helemaal juist. Het heeft er wel mee te maken, maar wat dit gebod in de eerste plaats verbiedt is de zonde van overspel. “Gij zult geen overspel plegen”. Overspel – seksuele gemeenschap hebben terwijl je zelf getrouwd bent – of de ander – is een dermate ernstige zonde dat God er speciaal een gebod in de Tien Geboden aan wijdt. Het is een zonde die zo ingrijpend is dat Jezus in Matth. 19 dít als enige reden ziet waarom je een huwelijk mag ontbinden. Overspel is zo verwoestend en destructief dat God in zo’n geval mensen toestaat uit elkaar te gaan.

Opgemerkt 1: We moeten hier heel goed lezen en dan zullen we beseffen dat wat hier boven geschreven staat toch niet overeenkomt met wat onze Heer bedoelde te zeggen in Matteüs 19 de verzen 7-9. Onze Heer heeft het over de hardheid van onze mensenharten. Wanneer het aan God gelegen had, zo maakt Hij duidelijk, dan was zelfs ook overspel geen reden (of zelfs recht) tot echtscheiding geweest. Onze God had veel liever gezien dat er weer verzoening tot stand gebracht zou worden en dat was ook altijd Zijn wens gebleven. Maar omdat God bij Mozes nog rekening wilde (‘moest’!) houden met hoe wij mensen allen van nature zijn, had hij mannen(!) het ‘(voor?)recht’ gegeven om hun vrouw een scheidbrief te overhandigen en haar te verstoten in geval van ‘hoererij’. En dan zegt onze Heer vervolgens, maar als een man dan toch – ondanks dat God het zo graag anders zag en ziet verlopen, namelijk dat de schuldige schuld belijdt en dat de beide echtgenoten zich weer verzoenen met elkaar – van die ‘ontsnappingsregel’ in Gods wet gebruik wil maken, dan moest het wel echt om een ‘ongeoorloofde verbintenis’ (‘hoererij’) gaan. En dat woord ‘hoererij’ moeten we zwaar laten wegen. Wanneer kon een man zijn vrouw die – eens of vaker misschien – op overspel betrapt was dan ook werkelijk beschuldigen van hoererij en dat ze zich naar anderen toe als een hoer gedroeg of dat ze werkelijk wilde of was gaan samenleven met een andere man?

Opgemerkt 2: Maar beter is dat we hier – bij al het nieuwe onderwijs van onze Heer – tot het besef komen dat onze Heer ons een heel andere weg kwam wijzen. En dat was niet de weg van heel goed de wetsregels leren kennen en toepassen (waar de Schriftgeleerden en Farizeeën zo goed in meenden te zijn en ‘hun vak’ van hadden gemaakt), maar dat was de weg (de aanpak/werkwijze) van de Goede Herder, die Zijn schapen kent en die verdwaalde en verloren schapen niet in de steek laat, maar opzoekt en op Zijn schouders neemt en weer terug draagt naar de kudde! We lezen daarvan in o.a. Johannes 8 wanneer de Schriftgeleerden en Farizeeën een op overspel betrapte vrouw bij Hem brengen. Maar het klinkt ook duidelijk in Zijn woorden in de Bergrede, m.n. de verzen 27-32 en in Paulus woorden in m.n. die van Romeinen 2 de verzen 17-29 en in de brief van Jakobus de verzen 10-13 van hoofdstuk 2.

Opgemerkt 3: Ook het woord ‘desastreus’* is verre van Bijbels en pastoraal. We lezen bij het overspel van David met Batseba – hadden we Uria moeten aanraden om zijn vrouw hierom te verstoten, bijv. wanneer ze bekend had dat ze vrijwillig op Davids aanzoek tijdens de gesprekken in het paleis was ingegaan?, – dat dit ‘kwaad was in de ogen van de HEER’. Maar we zullen hier toch niet het woord ‘desastreus’ gebruiken. Ook de profeet Nathan komt niet met zo’n zwaar/naar woord aanzetten. Dat werkt als ‘self-fulfilling prophecy’ en heeft op daders en slachtoffers beslist geen heilzame werking. En het is al helemaal niet waar voor Gods kinderen. Die mogen zelfs weten en horen van ‘hun Pastor/pastor’ dat God zo machtig is dat Hij zelfs ook het kwaad hen ten beste keren kan en zal! We zien dat niet alleen in het leven van Jozef (zoon van Jakob) maar ook duidelijk geïllustreerd in het leven van David en Batseba en het leven van de uit hun relatie voortgekomen nakomeling Salomo, die een tempel voor God mocht bouwen.
Maar ook voor ons is die geschiedenis van het overspel van David – de man naar Gods hart! – met Batseba gevolgd door de georganiseerde moord op Uria (en als gevolg ook een aantal medestrijders!) nog tot zegen. Want die geschiedenis zal ons allen (!) allereerst heel ootmoedig en nederig van hart maken en daarnaast ook heel dankbaar en blij: wat een genadig en barmhartig God hebben wij! Zie Exodus 34 de verzen 6-8 en de uitroep van de apostel Johannes aan het begin van zijn evangelie de verzen 16-18.
* Woord ‘desastreus’ wordt gebruikt in de inleiding van het artikel, maar ook de woorden ‘destructief’ en ‘verwoestend’ zijn hier beter niet te gebruiken!

(Wordt vervolgd!)

Zie ook: ‘Artikel dr. M. Klaassen geen ‘herderlijk schrijven’… (II), (III) en (IV)

Bron citaat: Protestants Nederland (jrg 86/24/juli 2022) – ‘Huwelijk een verbond, geen contract’ – door dr. Maarten Klaassen (1)

(1) Dr. M. Klaassen is werkzaam voor de stichting Bijbels beraad M/V. Zijn artikel is ook hier te lezen: https://www.bijbelsberaadmv.nl/2022/07/14/huwelijk-een-verbond-geen-contract/

Uit Zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, Die Zelf God is, Die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.’ (Uit Johannes 1 de verzen 16-18)

Bron afbeelding: SlideToDoc-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Veel ouders overschatten hoe belangrijk ze zijn’…

Vergeefs is het dat je vroeg opstaat…’ (Uit Psalm 127 uit vers 2)

Geciteerd: ‘Afgelopen zaterdag zaten Maartje en ik (1) al om tien uur ’s ochtends in de auto. “Zo hé, wij zijn vroeg op pad,” zeiden we tegen elkaar. Voordat onze dochter Kaat werd geboren, waren we al trots als we om twee uur ’s middags iets gingen doen. Tot een jaar geleden leefden we als kunstenaars; we hadden schijt aan het conventionele ritme van het bestaan, gingen laat naar bed en stonden laat op.
Sinds ik vader ben, is tijd ontzettend schaars geworden. Dat is zoeken. Ik denk soms over mijn kind: jij bent echt het leukste en mooiste in mijn leven, maar kan iemand je nú even komen ophalen?
In het begin hadden Maartje en ik allebei een mama- en papadag en ging Kaat drie dagen naar de opvang. Pfff, wat duurde die papadag lang. De eerste paar uur vond ik wel leuk, maar op een gegeven moment wilde ik ook graag weer iets anders doen. Nu gaat Kaat vier dagen naar de opvang en hebben we samen een ‘papamamadag’.
Ik zie om me heen nog weleens dat het hele leven van de ouders om het kind draait; het moet zoveel mogelijk beschermd worden en aandacht krijgen en het mag vooral niet verdrietig zijn. Zelf voel ik meer voor een iets andere aanpak. Als ons kind begint te huilen, willen we de babyfoon eerst nog weleens wat zachter zetten in plaats van haar meteen te gaan troosten. Ongemak en verdriet horen toch ook bij het leven?
Een vriendin haalde laatst een mooie uitspraak aan waarmee ik het erg eens ben: “Een kind is geen bonsaiboompje dat je heel voorzichtig moet opkweken omdat het iets heel kwetsbaars is. Een kind is meer als bamboe: geef het voeding, slaap en heel veel liefde en dan groeit het wel.” Ik denk echt niet dat je voortdurend met je kind bezig hoeft te zijn omdat het anders verkeerd gaat. Veel ouders overschatten hoe belangrijk ze zijn.

(1) Misschien deugen de meeste mensen toch niet. In elk geval mag de lat wel wat hoger, vindt historicus en bestseller­auteur Rutger Bregman. ‘We moeten niet denken: het is wel goed zo. Het kan radicaal beter.’

‘Kinderen zijn een geschenk van de HEER,
de vrucht van de schoot is een beloning van God…’
(Uit Psalm 127 het 3e vers)

Leestip: Psalm 127 én 27

Bron citaat: Psychologie Magazine (via Blendle) – ‘Ik wil grotere vragen stellen’ – door Vivian de Gier

‘Mag ik niet verwachten*
de goedheid van de HEER te zien
in het land der levenden?
Wacht op de HEER,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de HEER.
(Uit Psalm 27 de verzen 13-14)
* Nooit kan ’t geloof teveel verwachten… (Gezang 291, Liedboek van de kerken, 2001)

Bron afbeelding: Knowing-Jesus-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over kinderen aan het Avondmaal en verondersteld geloof…

Ik spreek tot verstandige mensen, dus u kunt wat ik nu zeg naar waarde schatten. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het Lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één Lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene Brood.’ (Uit 1 Korintiërs 10 de verzen 15-17)

Geciteerd 1: Waarom wil men dan toch kinderen aan het avondmaal? De hervormde predikant H. Visser uit Katwijk aan Zee merkte daarover in 1989 in het Gereformeerd Weekblad op: „Eigenlijk op grond van een verondersteld geloof. Een uiterst gevaarlijke weg.” Een weg waarin het volgens hem uiteindelijk alleen nog om de verbroedering onder de mensen onderling gaat, maar waarbij het wezenlijke van het offer van Christus om zondaren te verzoenen uit het zicht verdwijnt. En zal dat geen gemis zijn voor degenen die zichzelf vanwege hun zonden mishagen, maar begeren hoe langer hoe meer hun door de Heilige Geest geschonken geloof te sterken en hun leven te beteren?

Opgemerkt 1: Wij gelovigen uit de Reformatie hebben uit Gods Woord begrepen dat we niets hebben te veronderstellen. Veronderstellen vraagt om oordelen of beter: om ons oordeel voorlopig maar uit te stellen. Maar Gods Woord vraagt ons niet om te oordelen (vroeg of laat), maar vraagt ons om geloof. En dat begint al bij de Doop van onze kinderen. Wij nemen bij de Doop Gods Woord en Gods beloften voor waar aan, vandaar dat we ook zeker weten – het geloof is toch het zekere weten van de dingen die we niet zien! – dat onze kinderen de heilige Geest geschonken is en wordt en daarom kunnen we ook (even later) hun heel prille geloofsuitingen zien en aanvaarden als het werk van Gods Geest in hun hart en (kinder)leven.

Opgemerkt 1b: Het is juist het (ongeloofs!) werk van de nadere reformatie theologen om ouders en de gemeente vanuit hún theologie los te weken/preken van Gods beloften en om daar dan het oordelen van de mens over zichzelf en over anderen voor in de plaats te stellen. En daarmee is en wordt de gemeente van Jezus Christus weer helemaal teruggeplaatst in de onzekerheid zoals we die ook vonden en vinden in de Rooms Katholieke kerk. Niet Gods Woord en de ons in en om Christus’ wil daarin toegezegde beloften vormen dan het ene Fundament van ons geloof, maar allerlei bevindingen waar wij verhaal van en over kunnen doen. Als we dan ook nog eens intellectueel begaafd en welbespraakt zijn dan kan en wil dat best indruk maken. We lazen daar onlangs nog weer over in het vakantieverhaal van ds. D. E. van de Kieft (GerGem Urk) in het RD.

Geciteerd 2: In zijn Institutie wijst Johannes Calvijn in paragraaf 16.30 in dat kader op het grote onderscheid tussen doop en avondmaal. Uit alle nieuwtestamentische gegevens, zoals 1 Korinthe 11, blijkt daarbij dat alleen zij aan het avondmaal mogen deelnemen die in staat zijn om het lichaam en het bloed van Christus te onderscheiden, hun geweten te onderzoeken, de dood van de Heere te verkondigen en te bedenken wat de kracht daarvan is. Willen we het nog duidelijker gezegd hebben dan de apostel doet? vraagt Calvijn zich af: „De besnijdenis, die zoals bekend correspondeert met onze doop, was voor kinderen bedoeld. Het Pascha, waarvoor bij ons het avondmaal in de plaats gekomen is, liet niet iedereen zonder onderscheid als deelnemer aan de maaltijd toe.”

Opgemerkt 2a: Toch weerspreekt het vieren van de maaltijden, zoals het daar toeging bij de Korintiërs, Calvijn’s conclusie. Men was daar blijkbaar als pas bekeerde en gedoopte leden direct al gaan meedoen aan de vieringen van de maaltijden en dat blijkbaar zonder dat men het onderwijs over het op gepaste wijze vieren van het Avondmaal al helemaal goed ontvangen en begrepen had. In deze ‘zuigelingengemeente’ liet men dus pas bekeerde en gedoopte leden al toe om het Avondmaal mee te vieren, en men vroeg aan Paulus om hen hier nog maar (weer een keer) nader onderwijs over te geven. En dat doet Paulus dan ook in 1 Korintiërs 11. Maar ook in de eerste gemeente te Jeruzalem en elders zal de praktijk niet anders geweest zijn. Ook daar moesten de apostelen en hun medewerkers de gemeenten nader onderwijs geven over hoe het Avondmaal op een gepaste wijze te vieren met elkaar, al had men direct iedereen toegestaan om aan de maaltijden mee te doen.

Opgemerkt 2b: Dat ‘nader onderwijs’ van Paulus in 1 Korintiërs 11 geeft ons wel aanleiding om het beslist geen verkeerd, maar juist een goed en terecht, kerkelijk gebruik te vinden/noemen om kinderen/jongeren – hoewel ze op grond van hun Doop en geloof een zeker Bijbels(!) recht hebben op deelname aan de Avondmaalsvieringen – eerst nog nader te onderwijzen en belijdenis van hun geloof te laten afleggen in het midden van de gemeente, alvorens ze ook deel te laten nemen aan de viering van het Avondmaal.

Bron citaat: RD Opinie – ‘Waarom kunnen kinderen niet aan het heilig avondmaal deelnemen?’ – door ds. W.L. van der Staaij (1)

(1) De auteur is predikant van de christelijke gereformeerde kerk te ’s-Gravenhage-Scheveningen.

Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij/zij het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet en drinkt en niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn/haar veroordeling af over zichzelf.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 de verzen 28-29)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie