Over bevinding die hoop wekt… (II)

‘Vol verlangen heb ik op de HEER gewacht
en Hij boog zich naar mij toe,
Hij heeft mijn roep om hulp gehoord.’
(Uit Psalm 40 uit de verzen 1-5 : 2)

Geciteerd: Het hart zegt in een volgende verdrukking: Die mij voorheen zo vaak geholpen heeft, Die zal mij nu opnieuw helpen. Dat is het verlangen van het hart: ach, verlos mij; ach, kom toch, mijn God; ach help mij toch. Dat is de hoop, die niemand te schande laat worden. God moet zo’n mens wel helpen! ‘Want de liefde van God, die Hij tot ons heeft, is uitgestort in ons hart door de Heilige Geest, Die ook aan ons (dopelingen) is gegeven. (Romeinen 5 : 5).
Dat doet de Heilige Geest: Hij werkt het verlangen en wekt het hart op tot bidden en smeken, zodat het hulp ontvangt. Op deze manier verbergt God onder de dood het leven; onder de hel de hemel; onder dwaasheid wijsheid, onder zonde genade. Zó moet Abraham goedkeuren, dat het Gods welgevallen is, dat Hij tegen hem zegt, dat hij zijn enige zoon moet offeren (Genesis 22 : 1vv). Zo zegt ook David, als hij voor zijn zoon Absalom moet vluchten, dat God het goede met hem voorheeft (2 Samuël 15 : 25vv). Het is hem ook tot zaligheid gerekend toen hij sprak: ‘Het is goed voor mij, dat U mij vernederd hebt‘ (Psalm 119 : 71). Maar deze wijsheid, goedheid, zoetheid en volkomen vereniging met Gods wil, wordt niet ondervonden door het verstand of de wijsheid van mensen – want die vluchten daarvoor – maar alleen door het geloof [=Godsvertrouwen], dat het verstand doodt. Dat was over de hoop. Nu volgt nog onderwijs over de liefde.
[Maarten Luther: Stephanus Roths Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]

Leestip: Psalm 40, Psalm 116 en 2 Korintiërs 6 : 1-13.

Zie ook deze voorgaande blog: ‘Over bevinding die hoop wekt… (I)‘

Bron citaat: ‘vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie 11 juli – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Ik en arm en zwak,
HEER, denk aan mij.
U bent mijn Helper, mijn Bevrijder,
mijn God, wacht niet langer.’
(Uit Psalm 40 het slotvers)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over bevinding die hoop wekt… (I)

‘Luid roep ik tot de Heer,
luid smeek ik de HEER om hulp,
bij Hem stort ik mijn hart uit,
bij Hem klaag ik mijn nood.’
(Uit Psalm 142 de verzen 2-3)

Geciteerd: Als God iemands geloof wil versterken, doet Hij dat op deze manier: dat het hem of haar juist aan geloof zal ontbreken. Hij houdt Zich alsof Hij hem of haar geen trouw en geloof wil houden en werpt hem of haar in allerlei ongeluk en maakt hem of haar zo murw dat hij of zij bijna wel vertwijfelen moet (1).
En in dit alles werkt God tegelijkertijd dat de mens zich leert stilhouden (2). Dit stilhouden is geduld oefenen en dit geduld oefenen werkt bevinding, en de bevinding werkt hoop (3). Namelijk wanneer God terugkomt en de zon weer laat schijnen en het onweer voorbij is. Tevoren waren de ogen alleen gericht op het zichtbare kwaad, en kon degene die het trof zich niet boven het ongeluk verheffen (2 Korintiërs 1 : 9vv), maar zakte en zonk in de diepte. Nu echter ziet hij of zij dat het weer dag is geworden, en verwondert zich en zegt: God zij gedankt, dat ik van dit ongeluk ben verlost! Hier woont God! (Genesis 28 : 17). Ik had nooit kunnen denken dat dit allemaal nog goed zou kunnen aflopen.
Maar… over twee, over drie, over acht dagen, over een jaar, over een uur komt een ander kruis: van zonde, van schade aan goed of eer, of van ziekte of van wat dan ook. Daar begint alles opnieuw; daar komt het onweer weer opzetten. En omdat God voorheen ook zo genadig heeft geholpen en weet hoe Hij alles voor ons ten goede kan keren, en ons slechts met zijn Vaderlijke roede tuchtigt, daarom hebben we reden om tot Hem te roepen en te vluchten, en onszelf te (laten!) vertroosten en zelfs ook te roemen in de verdrukking.
[Maarten Luther: Stephanus Roths Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]

(1) Lees bijv. Jeremia’s klachten in 12 : 1-6, 15 : 1-21 en wat Paulus schrijft in 2 Korintiërs 1 : 3-11.
(2) Lees over dat wachten in Habakuk 1 : 1-4 en 2 : 1-4.
(3) Zie Romeinen 5: 3-4 en 2 Korintiërs 1 : 8-10.

Leestip: Psalm 42 (en de bovengenoemde Schriftgedeelten)

Lees ook het vervolg in: ‘Over bevinding die hoop wekt…(II)’

‘Dankzij Hem – Jezus Christus – hebben we toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in Zijn luister prijzen we ons gelukkig. En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.’ (Uit Romeinen 5 uit de verzen 1-11 : 2-5)

Bron afbeelding: Facebook (Victory – This is the Scripture for today)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Niet uit de hemel neergedaald’…

‘Niemand is naar de hemel opgestegen behalve Hij die uit de hemel is neergedaald, namelijk de Mensenzoon, Die in de hemel is.‘ (Uit Johannes 3 uit de verzen 7-13 : 13)

Geciteerd: Maar dit alles wordt nog steeds gezegd met het oog op de wedergeboorte. Christus wil de menselijke rede doden en de arrogantie van de Joden vernederen, die geloofden dat God hen als heilig en rechtvaardig zou aanvaarden vanwege hun offers, goede werken, godsdienst en uiterlijke aanbidding. Maar Christus zegt: ‘De rechtvaardigheid van de Wet en van de menselijke rede is volkomen dood.’

Wie alleen uit een vrouw geboren is en niets anders bezit dan natuurlijke geboorte, zal nooit in de hemel opstijgen. Menselijke wijsheid, goede werken en alles wat de eerste geboorte ons schenkt, tellen niet mee; ze worden terzijde geschoven en veroordeeld. Want onze krachten en ons verstand zijn niet uit de hemel neergedaald; daarom kunnen ze niet in de hemel opstijgen.

Met deze woorden velt Christus met één slag alle glorie van de wereld, zodat die verdort als gras, zoals Jesaja verklaart (40:6-8): ‘Alle vlees is gras, en al zijn schoonheid is als de bloem van het veld… Het gras verdort, de bloem verwelkt.’ Zo blaast God op de heiligheid van de mensheid en laat die verdorren als hooi.

Daarom hangen onze volledige verlossing en zaligheid uitsluitend af van één Man, Christus. Hier wordt het werk van onze verlossing beschreven in drie stellingen: dat Christus uit de hemel is neergedaald, dat Hij in de hemel blijft en dat Hij weer naar de hemel opstijgt. De eerste stelling beschrijft wie Hij is; de tweede wat Hij heeft volbracht; de derde waarom Hij het heeft volbracht.

Ten eerste is Zijn Persoon zodanig dat Hij in de hemel woont; dat wil zeggen, Hij is de ware en eeuwige God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Zoals Hij tegen de Joden zei in Johannes 8:58: ‘Voordat Abraham er was, ben Ik.’ Dit betekent dat Zijn bestaan ​​hemels is; Hij is de ware God. Hij ontleende Zijn goddelijkheid niet aan deze aarde of aan Zijn moeder, de Maagd Maria. Nee, Hij bezat Zijn goddelijke bestaan ​​vóór Zijn geboorte, tijdens Zijn geboorte en na Zijn geboorte.

Hij kwam uit de hemel, bleef in de hemel en zal weer naar de hemel opstijgen, zoals Hij zegt in Johannes 6:62: ‘Wat als u de Mensenzoon zou zien opstijgen naar waar Hij eerst was?’ Deze woorden beschrijven ook de Persoon van Christus als de eeuwige God. Het menselijk verstand kan echter niet bevatten hoe Hij uit de hemel zou kunnen neerdalen en toch zou kunnen blijven waar Hij eerst was.

Zo wordt de Persoon van Christus voorgesteld als de ware God binnen de eeuwige Godheid, die later tot ons is neergedaald, geboren is uit de Maagd Maria en daarna weer naar de hemel is opgestegen. Dit alles bewijst dat Hij ware God en ware mens is. Hij is tegelijkertijd op aarde en in de hemel, en na Zijn dood en opstanding is Hij weer naar de hemel opgestegen. Hij noemt Zichzelf de Zoon van de Mens, wiens bestaan ​​zich zowel op aarde als in de hemel afspeelt.

Dit is ons geloof: dat Christus ware God en ware mens is. Zijn hemelvaart en hemeldaling openbaren Zijn verlossend werk. Dit wijst op een hemels geloofsartikel: dat Hij de Zoon van God en de Zoon van de Mens is, die altijd in de hemel heeft gewoond.

[Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 46, 541 ff – (gebruikte vertaling: Luther’s Works, American Edition, Concordia Publishing House, vol. 22, p. 320 ff)]

Zie ook deze blog: ‘God maakt het verstand te schande…‘

Als je deze citaten van Luther naar familie of vrienden wilt sturen, kun je het e-mailadres doorgeven aan: info@martinluther-quotes.nl Aan- of afmelden voor deze wekelijkse citaten kan ook via dit e-mailadres of via www.maartenluther.com . Deze e-mails zijn gratis en we vragen geen donaties.

‘In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in Hem door het getuigenis van de vrouw: “Hij weet alles van me.” Ze gingen naar Hem toe en vroegen Hem bij hen te blijven. Toen bleef Hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat Hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: “Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben Hem Zelf (of: zelf) gehoord en we weten dat Hij werkelijk de Redder der wereld is.’ (Uit Johannes 3 uit de verzen 27-42 : 42)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘God maakt het verstand te schande…’

‘Nu echter blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de liefde is daar de grootste van.‘ (Uit 1 Korintiërs 13 uit de verzen 1-13 : 13)

Geciteerd 1: Wanneer men spreekt over de vergeving van zonden en het eeuwige leven, en we ondervinden daarentegen niets dan zonden en eeuwige dood, dan geloven we niet dat het met ons zal gebeuren zoals het Goddelijk Woord ons voorzegt (in de verkondiging van het Evangelie bij en door de Doop) en zegt (in de verkondiging van het Evangelie in Woord en Avondmaal). En wel, omdat alles [wat God belooft] lijnrecht ingaat tegen de menselijke ondervinding. Zodoende bestaat het leven van een christen enkel in hoop: eenmaal zal het beter worden! Dus hopen we wat we niet zien. De zonde zegt (door de wet): je bent een zondaar, daarom moet je sterven; dat kun je zien! De hoop zegt (door de Heilige Geest, Die de middelen gebruikt): vertrouw en hoop, want Gód heeft je beloofd dat het beter zal worden. Hoe minder je hulp en verlossing voelt, hoe meer je moet hopen, want je moet hopen wat je niet ziet (Hebreeën 11 : 1).
Je kunt lezen over Antonius (1) dat hij bij de dood van veel martelaren is geweest, en hun dít als troost heeft toegeroepen als ze voor de dood hebben gevreesd en zouden willen omkeren: sluit je ogen, het zal spoedig beter worden! De hoop (als werk/vrucht van de Geest) brengt twee dingen tezamen. In de eerste plaats zien wij wat voor ogen is: zonde en dood (2). Daar is geduld voor/bij nodig want dit is zeer pijnlijk. In de tweede plaats, we hopen op wat we niet zien: de vergeving van onze zonden en het toekomstige leven. Daarom zegt de Psalm: ‘U, HEER, hebt mij in de hoop versterkt‘ (Psalm 4 : 9, Vulgaat).
Geciteerd 2: Daarom ben je gewaarschuwd dat je hier goed op let! Want alle dingen die God geeft en doet, moeten met de Geest [=door de Heilige Geest] worden verstaan, omdat vlees en bloed hier niets van kunnen begrijpen. God maakt het verstand te schande en gewent Zijn heiligen alleen op hem te zien en te vertrouwen (Job 22 : 21-27).
[Maarten Luther: Stephanus Roths Festpostille 1527, WA 17.2, 271 ff]

(1) Antonius van Egypte (251-356) trok zich terug in de eenzaamheid van de woestijn, en wordt gezien als de vader van het kloosterleven.
(2) Lees hierbij Johannes 16 : 16 en m.n. de verzen 7-13: ‘Wanneer Hij komt zal Hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: zonde – dat ze niet in Mij geloven (2a) – gerechtigheid – dat ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien (2b), oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld (2c). Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nu nog niet verdragen. De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt (uitgestort wordt op jullie), de weg wijzen naar de volle waarheid.’
(2a) Zie Johannes 6 : 25-29 waar de mensen Jezus vragen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?‘
(2b) Romeinen 4 : 25: ‘Jezus werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.’
(2c) Zie Kolossenzen 2 : 14-15.

Leestips: Job 22 : 21-27 en Psalm 4.

Zie ook deze blog: ‘Wat we over onze wedergeboorte kunnen zeggen [=belijden]…‘

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie(s) van 9 (en 8) juli – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

‘Dit zegt de HEER:
de wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid,
de sterke niet op Zijn kracht,
de rijke niet op zijn rijkdom.
Wil iemand zich op iets beroemen,
laat die zich dan erop beroemen dat hij/zij Mij kent,
inziet dat Ik, de HEER, dit land liefde schenk,
rechtvaardigheid en recht,
want daar schep Ik behagen in (=> Matteüs 3 : 17)
spreekt de HEER. (=> Openbaring 2 : 7,11,17+29 en 3 : 6,13+22)
(Uit Jeremia 9 de verzen 22-23 => Zie hierbij ook Jezus’ woorden in Matteüs 11 : 25-30)

Bron afbeelding: Hebrews 12 Endurance

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Getuigen van de hoop die in ons is…

“Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij/zij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God.” (Uit 1 Petrus 4 uit de verzen 1-16 : 10)

Geciteerd: Getuigen van de hoop die in ons is (1 Petrus 3 : 15), raakt de breedte en de diepte van ons bestaan. Getuige zijn gaat – waar het de verantwoordelijkheden van gedoopte leden van Christus gemeente betreft (1) – niet primair om de overdracht van bepaalde geloofswaarheden, of om de redding van onze ziel, maar het gaat om het volharden in de verwachting dat God de wereld met alles wat erop en erin is, nieuw zal maken en afrekenen met het kwaad. Het geloof in Gods nieuwe wereld is een geloof dat voortdurend bevraagd en getoetst wordt en dat als het goed is al ons doen en laten doortrekt. In The great Audit verwondert – de in het artikel eerder genoemde – Sir Matthew Hale zich over alle gaven die hij ontvangen heeft: zintuigen, een geweten, gezelschap van andere mensen en dieren, een fabelachtig mooie kosmos en nog veel meer. Die gaven, zo realiseert hij zich, zijn niet van hemzelf, maar zijn het eigendom van God. Hij moet er zuinig mee omspringen en ze inzetten ten dienste van zijn medeschepselen. Eens komt de Heer terug en zal er rekenschap gevraagd worden. Er zal gevraagd worden of je een goede rentmeester bent geweest. Uiteindelijk draait het niet om de waardering van anderen of om de impact die jij hebt weten te realiseren. Het gaat erom dat je trouw je plek hebt ingenomen. De aarde en onze maatschappelijke omgeving goed beheren, elkaar dienen met de gaven die wij ontvangen hebben en getuigenis afleggen van de hoop die in ons is, dat is werk dat echt bestendig is en waartoe we ook geroepen zijn.

(1) De apostelen hadden een heel bijzondere opdracht om te getuigen van hetgeen ze gehoord en gezien hadden. Zoals Johannes dat (bijv.) ook aangeeft in zijn evangelie in Johannes 20 : 30-31 en in 1 Johannes 1 : 1-4.

Bron citaat: Soφie 2062-2 – ‘Rentmeesters gevraagd! Roeping en werk in een tijd van disruptie’ [=ontwrichting, verscheuring] – door Jan van der Stoep (bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Theologische Universiteit Utrecht en aan Wageningen Univerity & Research.

‘Het einde van alles is nabij. Kom tot bezinning en wees helder van geest, zodat je kunt bidden. Heb elkaar vóór alles bestendig lief. Laat ieder van jullie de gave die hij/zij van God gekregen heeft, gebruiken om anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert iemand van jullie het woord, laten Gods woorden doorklinken in wat je zegt. Helpt iemand anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God je geeft. Want zó doen we alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan Wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.’ (Uit 1 Petrus 4 uit de verzen 1-16 : 7-11)

Bron afbeelding: Prayables

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Alles wat ik dacht te weten over kerk-zijn moest overboord’…

‘Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles voor het geval ik mocht worden opgehouden. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid (in deze wereld).’ (Uit 1 Timoteüs 3 vers 14-15)

Geciteerd 1: ‘Ik ben opgegroeid met het idee dat de kerk een gebouw is’, zegt Van den Brandhof. ‘Hier leer ik dat de kerk mensen zijn. Dat is echt een andere benadering. Alles wat ik dacht te weten over kerk-zijn moest overboord. Hier is geen veroordeling, hier luisteren we naar elkaar. Dan heb je iets heiligs te pakken.’

Geciteerd 2: Maar ook zonder dat het georganiseerd wordt, komt het hier soms op geloof uit, zag Meijer pas nog. Toen een bezoeker een kaarsje brandde en sceptische reacties van zijn vrienden kreeg, legde hij bloedserieus uit waarom hij dat deed. Meijer: ‘Toen dacht ik; dit is wat ik wil. Dat mensen vragen: “serieus, jij gelooft nog?!” en dat dan een goed gesprek volgt. Daar krijg ik kippenvel van.’

Geciteerd 3: Veel had hij aan de Britse theoloog Samuel Wells, die benadrukt dat de kerk er niet is om allerlei problemen op te lossen, maar dat het erop aankomt dat je bij mensen bent. Dat zette hem aan het denken: ‘God is met ons. En als Hij met ons is, hoe verbonden zijn wij dan met elkaar?’

Opgemerkt 1: Zelf heb ik het voorrecht gehad als gedoopt lid op te groeien in een gemeente van onze Heer Jezus Christus te Rijswijk. We kerkten in een ‘onooglijk’ gebouw (in de Oranjelan in Rijswijk) en ik heb nooit gedacht/meegekregen dat de kerk een gebouw is, integendeel zelfs, er was in die (NGK) gemeente een hartelijk samenleven en meeleven met elkaar van oud en jong. En wij hadden daar niet zelf iets heiligs te pakken, maar we mochten het heilige en heiligmakende daar elke zondag weer ontvangen.

Opgemerkt 2: ‘Maar ook zonder dat er iets georganiseerd wordt…’. Ook in onze huidige NGK-gemeente te Barneveld moest en moet alles georganiseerd worden. Zelfs de Heilige Geest (of meer van de Geest) hopen we nog te ontvangen op de ook voor onze gemeente georganiseerde New Wine conferenties, die ieder jaar weer plaats moeten vinden om het gemis van het bij ons georganiseerde gemeenteleven aan te vullen. Gemeenteleden die niet naar die conferenties gaan missen echt wat volgens degenen die wel gaan…

Opgemerkt 3: ‘Veel had hij aan de Britse theoloog Samuel Wells…’. Dat kan niet missen. Theologen danken altijd het beste wat ze in huis hebben aan andere theologen want daarmee kunnen ze zichzelf ook weer belangrijk maken als theoloog. Van theologen moet je het hebben volgens de theologen van de kerk, anders wordt het nooit wat.

Opgemerkt slot: ‘Alles wat ik dacht te weten over kerk-zijn moest overboord’. Had al eerder het vermoeden dat in de huidige opleiding(en) tot theoloog de Bijbel niet meer open gaat.

Bron citaten: ND Geloof | Reportage – ‘Hemelsbreed Café heeft iets heiligs te pakken. ‘Alles wat ik wist over kerk-zijn moest overboord’’ – door Hilbert Meijer.

‘Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en Christus Jezus, Die zal oordelen over levenden en doden, ik bezweer je bij Zijn komst en heerschappij: Verkondig de Boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt – de leden van de gemeente bevalt – of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar (eigen) verzinsels. Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het Evangelie doen, je dienende taak vervullen.’ (Uit 2 Timoteüs 4 de verzen 1-6)

Bron afbeelding: Woman to Woman Ministries

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat te doen bij te verwachten reputatie schade?

‘Ik ben de Goede Herder; de Goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen.’ (Uit Johannes 10 uit de verzen 7-15 : 11)

Geciteerd: Een rechtgeaard christen laat zich niet afschrikken wanneer er een wolf (wolven) op zijn (levens)weg komen, maar voordat hij zijn naaste van het Woord en de ware kennis van Christus laat beroven, zou hij eerder zijn lichaam en leven daarvoor overgeven. Zoals de heilige apostelen en lieve martelaren gedaan hebben. Zij zijn deze wolf (wolven) in de muil gelopen en zijn niet gevlucht.
Zo moet het nóg zijn. Wie een predikant (dienaar en verkondiger van het Woord) wil zijn, moet er op bedacht zijn dat zo’n dienaar met zijn (of haar) hele hart alleen Gods eer en het beste voor de kudde (de aan deze dienaar toevertrouwde naasten) zoekt.
Zoekt zo’n dienaar dat echter niet, maar wil iemand bij dit ambt ook zijn voordeel of schade (en dus allerlei eigen belang w.o. de eigen reputatie) overwegen, die hoeft niet te denken stand te kunnen houden in de beproevingen die vast en zeker komen zullen. Óf zo’n dienaar zal schandelijk op de vlucht slaan en de schapen achterlaten, of hij zal zwijgen en de schapen huns weegs laten gaan – dat is zonder het Woord, maar mogelijk wel met veel vrome woorden – laten heengaan.
Zo blijken ze huurlingen, die om eigen voordeel en gewin preken (1) en niet tevreden zijn met wat God hen dagelijks tot onderhoud verstrekt als een aalmoes. Want dienaren van het Woord zullen toch niet meer willen hebben dan ‘voedsel en deksel’. Die echter meer willen hebben, gedragen zich als huurlingen, die het belang van de kudde vergeten als hun eigen hachje in gevaar komt. Terwijl ware dienaren van het Woord alles daarom willen verliezen (voor het welzijn en behoud van de kudde, dus ook voor de zwakke en zieke dieren daarin waar maar weinig eer mee of aan te behalen valt). Alles willen ze verliezen: dus zo nodig [=door God van hen gevraagd] zelfs ook eigen reputatie, lichaam en leven.
[Maarten Luther: WA 52, 277, 16-32]
NB. Dit citaat is enigszins bewerkt al is de strekking ervan m.i. gelijk gebleven.

(1) Het is of wordt dan voor deze predikers van het Woord in feite niet meer dan een (goed) betaalde baan, dat ook nog eens aanzien en opzien levert. Het kan allemaal goed begonnen zijn, maar men kan de reputatie die men heeft opgebouwd zo lief krijgen, dat men die onder geen beding meer wil verliezen. Zelfs als God zo’n dienaar in beproeving en daarmee in de problemen brengt vanwege de eigen fouten en zonden, dan wil zo’n dienaar die toch niet zien en erkennen en daarover (ook openlijk) schuld belijden. Maar juist van dienaren van het Woord mag verwacht worden dat zij wel komen tot dat openlijk schuld belijden en dat niet mijden en nalaten vanwege allerlei belangen waaronder reputatieschade. En wanneer het daar niet van komt, dan blijft dat in de kudde(n) die zij hoeden niet zonder gevolgen en ‘navolging’…

Bron citaat: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Meditatie van 4 juli – Den Hertog uitgeverij (2019)

‘Een huurling, iemand die geen (ware onder)herder is (wil zijn), en zich als dienaar niet zo verantwoordelijk voelt/weet als de Eigenaar Zelf, die laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht wanneer hij (of zij) een wolf op de weg ziet aankomen. De wolf krijgt dan alle kans en die grijpt de schapen bij de keel jaagt de kudde uiteen.‘ (Naar Johannes 10 : 12)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Piepklein besefje van Wie Jezus is’?

‘Vrede kwam Hij verkondigen aan jullie die ver weg waren en vrede aan hen (wij Joden) die dichtbij waren; dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.‘ (Uit Efeziërs 2 en 3 daarvan uit 2 vers 17)

Geciteerd: Prof. Van Vlastuin is voor zijn lezing over geloofszekerheid te rade gegaan bij Calvijn. Die definieert het geloof als een „zekere kennis van Gods welwillendheid”, die „gebaseerd is op de genadige belofte van God in Christus” en „door de Heilige Geest in het hart verzegeld wordt”.
Zekerheid is volgens de rector van het Hersteld Hervormd Seminarium dan ook geen „toegift”, maar „intrinsiek met het geloof verbonden”. Maar, vervolgt hij, „Calvijn zegt ook dat de harten van de gelovigen zelden kalm zijn. Ze worden soms door de hevigste verschrikkingen geschokt.” Het is de Heilige Geest Die „alle weerstand, verzet en zelfhandhaving kan breken en mij zekerder dan zeker kan maken van Wie God is.”
Prof. Van Vlastuin is niet de enige die Calvijn citeert. Bij de beantwoording van bijna iedere vraag klinkt er wel een citaat van de zestiende-eeuwse theoloog. Het wordt ds. Simons op een gegeven moment te gortig. „Jullie zijn echt theologen, hè? Ik ben maar een boerenjongen. Elke keer hoor ik Calvijn, Calvijn. We hoeven hem niet dicht te laten, maar moeten we niet vooral uit het Woord putten?”
Prof. Van Vlastuin reageert op de „liefdevolle vermaning”. „De verleiding is om meer uit boeken dan uit de Bijbel te lezen. Maar ik heb maar zo’n piepklein besefje van Wie Jezus is. Heiligen als Rutherford en Calvijn helpen mij om die goudmijn te zien.”

Opgemerkt 1: Het geloof is met het hart geloven dat de verkondiging van ‘Jezus en Die gekruisigd’ (om onze zonden) en weer opgestaan uit de dood (om onze rechtvaardiging) waar is en dat wij vanwege de Doop die ons overkomen is, er zeker van mogen zijn dat de Heilige Geest ook ons/mij gegeven is, en Die zal, wanneer wij – onze ouders/verzorgers begonnen daar al mee – eerbiedig gebruik blijven maken van de ons geschonken middelen (zie Handelingen 2 : 37-42, 20 : 28-32) ons versterken en doen groeien in het geloof, dwars door alle beproevingen en moeite en ellende heen.
Meen dat het op deze manier zeggen/schrijven toch directer op Gods Woord gegrond is en (de lezers en hoorders) naar Gods Woord verwijst, dan bij gebruik van citaten van (o.a.) Johannes Calvijn met daarbij dan ook nog de hoorders en lezers het idee te geven dat dat theologische werk van Calvijn en andere ‘oudvaders’ nodig/onmisbaar zijn om te leren zien wie Jezus is en om deze ‘Goudmijn’ te leren ontdekken/zien. Maar de Heilige Geest is voor dat ontdekkende werk juist helemaal niet afhankelijk van deze ‘geweldige’ mannen. Dat maakte Paulus de gemeente van Korinthe in de eerste vier hoofdstukken van zijn eerste brief direct nog maar weer eens duidelijk, want ook daar hadden sommigen zich al tot ‘koningen’ gemaakt en voelden ze zichzelf en waren ze ook in de ogen van anderen zulke grote lichten dat zelfs de apostel Paulus erbij ‘verbleekte’.

Opgemerkt 2: ‘Piepklein besefje’. Maar je wel professor laten noemen en je altijd weer bij zulke gelegenheden laten uitnodigen om het woord (Woord?) te voeren en ook boeken schrijven om anderen daarmee te leren over wie onze Heer Jezus Christus en onze God en Vader voor ons is…
(En dan menen Gods wet zo goed te kennen dat we hen en elkaar durven/willen voorhouden dat gelovige homofiele stellen het Avondmaal niet met ons mogen meevieren of is dat nu juist ook een bewijs van het hebben van een ‘piepklein besefje van Wie Jezus is’?)

Zie hierbij ook deze blog: ‘Wat we over onze wedergeboorte kunnen zeggen [=belijden]‘

Bron citaat: RD Kerk & religie | Verslag – ‘Interkerkelijk predikantenpanel beantwoordt geloofsvragen; „Zekerheid is geen toegift, maar intrinsiek met het geloof verbonden”’ – door Heleen van de Fliert.

Bij de afbeelding (1): Is geloofszekerheid de norm? Hoe kom ik aan die zekerheid? Is het zorgelijk als je nooit twijfelt over je redding? Is er een verschil tussen tot geloof en tot ruimte komen? Dergelijke vragen werden donderdagavond gesteld in de kapel van het Hoornbeeck College in Amersfoort. Zo’n honderd mensen, grotendeels jongeren, reisden naar Amersfoort om hun geloofsvragen voor te leggen aan vier predikanten: prof. dr. A. Baars (Christelijke Gereformeerde Kerken), dr. R. van Kooten en prof. dr. W. van Vlastuin (Hersteld Hervormde Kerk) en ds. A. Simons (Protestantse Kerk in Nederland).

Bij de afbeelding (2): Het predikantenpanel tijdens ”Questions & Answers” in het Hoornbeeck College. V.l.n.r.: avondvoorzitter Pieter Avé, prof. dr. A. Baars, prof. dr. W. van Vlastuin, dr. R. van Kooten en ds. A. Simons.

Bron afbeelding: Ruben Schipper Fotografie

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wat we over onze wedergeboorte kunnen zeggen [=belijden]…

‘Wedergeboren tot een onvergankelijke en onbevlekte erfenis, die in de hemel wordt bewaard voor jullie.‘ (Uit 1 Petrus 1 uit de verzen 1-13 : 4)

Geciteerd: Van jullie hemelse erfenis, zegt Petrus, mogen/kunnen jullie helemaal zeker zijn, hoewel jullie haar evenwel nu met je ogen niet kunt zien en met je handen niet kunt tasten (1). Want ze is voor jullie bewaard en weggelegd op een plaats waar ze veilig is en blijf, namelijk in de hemel, waar niemand haar kan roven of stelen (2).
Het gaat maar om een klein poosje, dan zullen jullie haar niet alleen zien, maar ook in eigendom krijgen en eeuwig met een heerlijke en onuitsprekelijke vreugde bezitten.
Wanneer zal dat gebeuren? In de laatste tijd namelijk wanneer Christus in Zijn heerlijkheid zal verschijnen en ons uit de dood zal opwekken. Voor ons lijkt dat nog lang te duren, maar voor God zijn duizend jaren als één dag, ja, als een nachtwake. Wanneer we op die dag zullen opstaan en zelfs duizend jaar of langer onder de aarde hebben gelegen, dan zal het voor ons maar een ogenblik lijken dat we in het graf hebben geslapen. Bovendien gaat ons leven zó snel voorbij, alsof het vliegt, en valt de dood ons op de hals voordat we hem zien aankomen (Psalm 90 : 10).
[Maarten Luther: Auslegung über die 1.Epistel St. Petri (1539), W(2)9, 1119 ff]

(1) Wel hebben we het zichtbare en voelbare teken en zegel van onze Doop ontvangen en dat kan/mag niemand ons betwisten of afnemen.
(2) Zie Galaten 3 : 27, Kolossenzen 2 : 11-15, 2 Timoteüs 2 : 8-13, Titus 3 : 4-8 en Hebreeën : 19-25.

Opgemerkt: Onze wedergeboorte is dus een zaak die we alleen met de ogen van het geloof kunnen zien en vasthouden en daar hoort ook het trouw gebruik van de ons door God geschonken middelen helemaal bij. Het kan niet zonder! (Lees hierbij ook de ernstig waarschuwende woorden Hebreeën 10 : 29-39). Daarom kunnen en zullen wij onszelf en anderen niet met woorden overtuigen van onze wedergeboorte (3). Wij kunnen wel getuigen van ons geloof met daden en woorden (in die volgorde, wij zijn de apostelen niet, hun Evangelieverkondiging In Jeruzalem was echter ook altijd in de eerste plaats een daad van geloof en moed uit liefde (!), want zij verkondigden het Evangelie tegen alle verdrukking in, te beginnen in Jeruzalem, waar de Farizeeën en Schriftgeleerden Jezus hadden laten kruisigen en ook Zijn discipelen graag de mond hadden gesnoerd (of erger).

(3) Ook het meest vrome curatorium kan dat niet of ze moesten harten kunnen doorzien. Lees Paulus nuchtere woorden in 1 Korintiërs 4 : 1-5. Daarom als iemand de wens te kennen geeft om predikant/voorganger (of ouderling/diaken) te willen worden, dan dient zo iemand goed bekend te staan binnen de gemeente waar zo iemand lid van is en zullen die een goed getuigenis/aanbeveling moeten kunnen geven en dat zal dan – naast andere benodigde persoonlijke kwaliteiten – genoeg zijn om iemand met goed [=broederlijk] vertrouwen toe te laten tot het verlangde ‘ambt’.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden’ – Meditatie van 3 juli – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2022)

Jullie moeten ons [=de apostelen en hun medewerkers, zie 1 Korintiërs 3] beschouwen als dienaren van Christus, aan wie de geheimen van God zijn toevertrouwd. Van iemand die deze taak vervult, wordt verlangd dat hij betrouwbaar is. Maar hoe jullie of een menselijke instelling (bijv. een curatorium) over mij oordelen (4) interesseert me niet en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin (kan voor jullie niet van doorslaggevend belang zijn). Ik ben me weliswaar van geen kwaad (kwalijke motieven als persoonlijke eer najagen en/of financieel winstbejag) bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd (wanneer daar aanwijsbare redenen voor zouden zijn). Het is de Heer Die over mij oordeelt. Houd dus op met oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat mensen heimelijk [=niet door medemensen te doorzien] beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt.’ (5) (Uit 1 Korintiërs 4 : 1-5)

(4) Lees ook wat Paulus schrijft in Galaten 2 : 5-14.
(5) Van die aan iemand geschonken lof daar kan ook op aarde al iets van blijken, denk bijv. aan Dietrich Bonhoeffer, die wat hij openlijk en ook met gevaar voor eigen leven beleden en in praktijk gebracht heeft (voor en tijden WO II), ook heeft mogen ‘waarmaken’ tijdens zijn gevangenschap en bij zijn dood aan de galg.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een ‘oplossingsrichting’ gewezen door Abraham Kuyper…

‘Want de schepping is ten prooi aan de zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door Hem die haar daaraan onderworpen heeft.‘ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 18-39 : 20)

Geciteerd: Inmiddels denk ik in een richting die de gereformeerde voorman Abraham Kuyper ooit aarzelend wees. Volgens Kuyper kwamen satan en zijn engelen al lang voor het ontstaan van de mens in opstand tegen de Schepper. Al vanaf dat moment mengden hun kwade krachten zich met Gods goede krachten in de schepping.
Kuyper ziet de schepping niet als dode materie. Zij is bezield door Gods Geest, Gods engelen en Gods glorie. Tegelijk zijn achter de schermen ook demonen dominant aanwezig.
Zinloos verscheurende leeuwen, dodelijke virussen en chaotische tektonische platen komen niet rechtstreeks van God maar van kwade machten die Gods werk voortdurend doorkruisen en bederven.
Samen met de mens wilde de Schepper alsnog zijn goede doel met de schepping bereiken. Maar als gevolg van onze zonde moet God satans macht tolereren. Christus’ offer was nodig om het kwaad uiteindelijk te overwinnen.

Opgemerkt: Maar nu is Ad de Bruijne (blijkbaar) toch als theoloog (en zoveel andere theologen) op een bepaalde manier een (be)hoeder van God, want ook de demonen zijn schepselen en kunnen zich niet roeren of bewegen zonder dat God hen tot dat (kwaad doen willen en) bewegen in staat stelt. Laten we toch God maar Gód zijn in hoe Hij Zich heeft geopenbaard in Zijn Woord en wat we daarvan zien in de schepping. Dat de boze met zijn macht mogelijk ook gebruik gemaakt heeft (en maakt) van Gods schepselen om daar kwade varianten uit te doen voorkomen, kan en wil ik niet uitsluiten. Maar voor ons gelovigen is het veilig en zelfs een opdracht – en dat dus ook voor theologen – om niet uit te gaan boven wat geschreven is. Wat Zondag 9 en 10 van de HC belijden kunnen we nazeggen wanneer we vast en zeker geloven dat deze (‘oude’) schepping er is gekomen en voort bestaat om Christus’ wil* en dus uit en tot liefde is geschapen.
* Lees het na in Kolossenzen 1 en 2 en ook in Romeinen 8 wordt dat beleden.

Zie hierbij ook deze blog: ‘Over mensenwerk en Gods werk‘

Bron citaat: ND Opinie – ‘Dankzij Christus blijf ik blij met libellen, maar in de natuur grijnst evengoed de tronie van het kwaad’ – laatste column voor het ND van Ad de Bruijne (hoogleraar ethiek en spiritualiteit aan de Theologische Universiteit Utrecht).

‘Beeld van God, de Onzichtbare is Hij, Eerstgeborene van heel de schepping: in Hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op de aarde, het zichtbare en onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door Hem en voor Hem geschapen. Hij bestaat voor alles en alles bestaat in Hem‘ (Uit Kolossenzen 1 uit de verzen 12-23 : 15-17)

Bron afbeelding: Bible App

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie