‘Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze Redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan Zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan Zijn verheerlijkt lichaam.’ (Uit Filippenzen 3 uit de verzen 12-21 : 20-21)
Geciteerd: in het scheppingsverhaal lezen we dat God de mens geformeerd heeft uit het stof van de aarde… en dat Hij de vrouw gebouwd heeft uit de rib, die Hij van Adam genomen had. Ook lezen wij, dat God zag al wat Hij gemaakt had, en zie het was zeer goed.
Wie nu in onze tijd zou beweren, dat als wij voor het aangezicht van onze God verschijnen (in gebeden of in de samenkomsten), ons lichaam eigenlijk bij God buiten beschouwing wordt gelaten, die laat een stuk schepping los. God zou dan niets meer van doen willen hebben met wat Hij toen heeft gemaakt en geprezen als zeer goed. God ziet – als wij voor Zijn aangezicht verschijnen – wel degelijk ons lichamelijk vóór Hem komen. Hij ziet ons lichamelijk aan de tafel van het Heilig Avondmaal. Hij ziet ons iedere zondag in de kerk zó als we daar lichamelijk aanwezig zijn.
Ook met het oog op onze lichamelijke gebreken en ellendigheden mogen wij wel zeggen: Als Hij met ons in het gericht wil treden (1) en vraagt , hoe wij aan de dood en verderfelijkheid onderworpen zijn geraakt (2), terwijl Hij ons toch zeer goed had gemaakt, dan is onze verzuchting: Wie zal bestaan voor Uw aangezicht. Wie is waardig om voor hem te verschijnen? (3) Wie zal voor Gods rechterstoel kunnen verschijnen zonder verschrikking? Niet één.
Christus heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen (1 Petrus 2 : 24). Petrus had zelf gezien, hoe de striemen van de geseling in het lichaam van de Heer werden geslagen. Hij had zelf voor ogen gezien wat de profeet Jesaja had voorzegd: ‘Door Zijn striemen is ons genezing geworden.’ In Zijn lichamelijk bestaan heeft Hij geleden (Kolossenzen 1 : 22). En dat gaat ook ons lichaam aan. Het is opdat ons vernederd lichaam, dat we nu hebben, met alle kwalen en gebreken veranderd zal worden en gelijkvormig zal gemaakt worden aan Zijn heerlijk lichaam (Filippenzen 3 : 21).
Als Hij dan tot ons zegt: Neem, eet, want dit is Mijn lichaam, dat voor jullie gebroken wordt – dan zullen wij dat aangrijpen in het geloof en dat eten met heel onze ziel [=heel ons menszijn, ons lichamelijk én geestelijk bestaan], opdat wij gevoed en gelaafd mogen worden door de Heilige Geest met Zijn hemels lichaam tot het eeuwige leven, dat wij ook naar het lichaam zullen ontvangen en beleven. Wij zullen daar nu reeds mee beginnen, in beginsel, in hoop… uitziende naar onze volkomen verlossing.
En God ziet nauwlettend toe, wat wij met onze ‘leden’, die leden zijn van Christus en tempels van de Heilige Geest, zullen doen en hoe wij ons, ook lichamelijk, voor hem gedragen als wij voor Hem verschijnen in de samenkomsten van de gemeente en elders.
Wie dit begrijpt, die zal ook geen moeite hebben met Gods rechten en inzettingen aan Israël, zoals we die lezen in Leviticus 21, waar de HEER wil geheiligd worden, ook in het lichaam van de priesters en waar Hij de gebrekkige uitsluit van de priesterdienst. Een blinde, een kreupele, een man die boven of onder de maat was, en mensen met dergelijke opvallende lichaamsgebreken, mochten die dienst niet waarnemen. Wel mochten zij met de priesters mee eten van het heilige en het wordt later als een bijzondere genade geprofeteerd, dat de heidenen en gebrekkigen, die de HEER aanroepen, ook mochten komen in de tempel voor de HEER en door Hem zullen worden aangenomen.
Men leze de ontroerende profetie van Jesaja 56 : 3-7. ‘De vreemdeling zeggen niet: “Ik ben van Gods volk gescheiden” en de ontmande zegge niet: “Ik ben een dorre boom.” Want als zij vasthouden aan Mijn Verbond, dan zal Ik hen een plaats geven in Mijn huis.’ Een betere plaats dan het afvallige Godsvolk dat er wel mocht komen… ‘en hun offers zullen Mij aangenaam wezen.’
Immers, de volkomen Priester – de naar het lichaam verheerlijkte Heere in de hemel is hun Borg, hun Advocaat. De priester-zonder-gebreken in de Oud-Testamentische tempel was maar een schaduw van Hem. In Hem ziet God ons, ook met onze lichamelijke gebreken, in Zijn huis, als hadden wij ze niet! Wat een troost voor allen, die de verzuchting kennen van de verlossing van het lichaam (Romeinen 8 : 23).
(1) Psalm 130, tweede vers, Oude Berijming.
(2) Zie Zondag 2 vraag en antwoord 7 en 8 waar (vroeger) bijna jaarlijks over gepreekt werd in de tweede dienst.
(3) Zie Openbaring 5.
Bron citaat: Boek ‘De kerk’ – door A. Janse – Drukkerij Hasekamp Schiedam 1953.
> Zie ook deze blog: ‘Over ‘de kerk’ in het Oude en Nieuwe Testament…‘
‘Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat wij kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. In deze hoop zijn wij gered.‘ (Uit Romeinen 8 uit de verzen 18-26 : 22-24a)
Bron afbeelding: GirlFriendsOfGod