‘Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter Vaderland: het hemelse …’
(Uit Hebreeën 11 uit de verzen 13-16 : 16a)
Geciteerd 1: Het woord ‘kerk’ komt in de Bijbel niet eens voor. Wel de ‘Gemeente’, het Lichaam van Christus. Toch vinden sommige kerkmensen dat Joden zich moeten bekeren tot de kerk. Denk ik, tot welke kerk?
Opgemerkt: Mijn grootvader schreef in zijn boek ‘De kerk’ (1953): ‘De kerk’ (van het OT) heeft altijd vreemd gestaan tegenover de mensen van deze wereld, tegenover de cultuurbouwers (!), die het erop toelegden om deze wereld te maken tot de enige en blijvende en uiteindelijk zegepralende wereld – terwijl de zonde en de ongerechtigheid tegen God werden gehandhaafd. De kinderen van Seth, die in de dagen van Enos als kerk tezamen kwamen, stonden vreemd tegenover Kaïns stad en Kaïns cultuur.
Henoch stond vreemd tegenover zijn afvallige tijdgenoten, die de kerk verlieten en de wereld liefhadden. De wereld haatte hem dan ook en God nam hem weg omdat zij hem wilden doden.
Noach bouwde door het geloof een ark. En niemand voegde zich bij hem. Hoe vreemd zal de ontwerper van dat reuzenschip, dat de kerk en alle levende ziel zou bewaren, hebben gestaan tegenover zijn scheepsbouwers en tegenover zijn hele geslacht.
En zo is het voortgegaan (in de ‘kerkgeschiedenis’ van het OT).
God heeft dat vreemd zijn in de wereld nog versterkt door Abraham te doen wonen als vreemdeling in Kanaän. Daar was de kerk zeer bijzonder in vreemdelingschap.
Een man op jaren met een groot vermogen, maar kinderloos, zwervende als een vreemdeling in Kanaän, dát was het begin van een hele periode van de ‘kerk’-geschiedenis, waarin God grote wonderen van genade zou doen aan Zijn volk.
Door het geloof heeft Abraham in gehoorzaamheid de bevelen van de HEER opgevolgd. Hij bleef daar vreemdeling – want hij zocht een Vaderland, dat niet van deze wereld is – hij zocht het ‘Zaad van God’ – hij zocht het rijk van Christus – hij zocht de (eenzame) kerk van Christus, de schare die niemand tellen kan, hij zocht de vervulling (!) van de belofte van God – die historisch eerst zou brengen het volk Israël – en uit dat volk de Christus en in de Christus de kerk van het Nieuwe Testament – Hij zocht het Sion van alle eeuwen (Psalm 87), de kerk van Christus, het hemelse Jeruzalem, de Bruid van het Lam. Dát was het hemelse Kanaän, waarvan de belofte van het aardse Kanaän een schaduw (!) was.
Abram was vreemdeling, omdat hij bij die kerk thuis was. En zo zijn alle ware gelovigen vreemd in deze wereld, omdat zij levend lidmaat zijn van de kerk der eeuwen. Jullie zijn niet van de wereld, zei onze Heer tegen Zijn discipelen en dat geldt ook voor ons.
De kerk is vreemd, omdat het Nieuwe Jeruzalem van hemelse oorsprong is, omdat het neerdaalt van de hemel (zie ook Johannes 3 : 12-13 en 6 : 46-51) – en niet opkomt uit deze aarde.
Bron citaat 1: FB-bericht van Klaas Hoekstra.
Bron citaat 2: Boek ‘De kerk’ – door A. Janse – Drukkerij Hasekamp Schiedam 1953.
‘Zij allen zijn in het geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten. Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland. En daarmee bedoelden ze niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren, anders waren ze daarheen wel teruggekeerd. Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter Vaderland: het hemelse. Daarom schaamt God Zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft Hij voor hen een stad gereedgemaakt.’ (Uit Hebreeën 11 de verzen 13-16)
Bron afbeelding: Verse of the Day