Gaat het om ‘theologisch’ of om ‘Pastoraal’ geschoolde predikanten?

De Boodschap van het Evangelie is betrouwbaar (1) en verdient onze volledige instemming. Hiervoor zwoegen en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God (2), Die de Redder is van alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen.’ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 8-16 : 9-10)

Geciteerd: De Gereformeerde Bond bepleit dat een predikant een academische vorming zal krijgen. Dat is in de gereformeerde kerken in ons land altijd de lijn geweest. Niet voor niets richtte de Reformatie overal universiteiten op. De argumentatie daarbij is dat kennis van de grondtalen van de Bijbel onmisbaar is voor een gedegen Bijbelse prediking. Daarnaast is academisch denkniveau vereist voor de hermeneutische, systematisch-theologische en filosofische vragen. Het academische niveau kenmerkt zich door een wetenschappelijke, analytische en kritische benadering. Het draait om het zelfstandig verwerven van complexe kennis, het doorgronden van theorieën en het blootleggen van de structuren erachter. Dit is ook nu essentieel binnen de complexiteit van kerk-zijn in een seculiere cultuur.

Bovenstaande stelt de Gereformeerde Bond vanuit bezorgdheid over de zeggingskracht van theologie en prediking in een complexe tijd.

Tegelijk ziet de GB dat de kerk verlangt om onder voorwaarden ook hbo-opgeleide predikant-pastores toe te laten tot het ambt. Dit verlangen is onder andere ingegeven vanwege een toenemend predikantentekort. Hun roeping, bevoegdheid en plaats in de kerk respecteert de GB ten volle. Wel blijft voor ons de academisch gevormde predikant de norm. Voor hbo-opgeleide predikanten zien wij verdere theologische vorming en voortgaande studie om een academisch gevormde predikant te worden als een noodzakelijk onderdeel van hun ambtsuitoefening.

Denk daarbij aan de vele broeders die in het verleden vanuit een niet-academische achtergrond werden geroepen, maar die zich vervolgens met grote inzet toelegden op verdere studie en zo uitgroeiden tot theologisch breed gevormde dienaren van het Woord.

We willen dan ook oproepen om in de consideraties aan te geven dat verdere scholing van hbo-geschoolde predikant-pastores geen optie is, maar een wezenlijke verplichting die uit de ernst van de bediening zelf voortvloeit. En in de opleiding is de GB bereid om mee te denken en verantwoordelijkheid te nemen bij de aanstelling van docenten.

(1) Lees hierbij ook Paulus’ woorden aan Titus in Titus 3 : 4-8.
(2) Zie Kolossenznen 1 : 12-23, Hebreeën 1 : 1-2 : en 4 : 12-13.

Opgemerkt 1: De eerste vraag die bij mij opkomt is: Zien we de Bijbel als een boek vol Pastoraat – voor de ‘eenvoudige(n)’, w.o. ook de voorgangers/predikanten zich mogen en dienen te rekenen – waarbij onze Goede Herder van elke voorganger (m/v) vraagt om daarmee ‘Zijn lammeren’ (Zijn kudde) te hoeden onder de altijd weer af te bidden leiding van de Heilige Geest of als een (moeilijk) boek vol theologie dat zo zuiver mogelijk aan de gemeente – waarvan hij/zij een dienaar is geworden (of van de kerk door/bij wie hij in dienst is genomen) – moet worden voorgehouden om ‘ongelukken’ te voorkomen. De eerste zienswijze vraagt van een (toekomstig) ambtsdrager eerst en vooral geloof (vertrouwen in God en Zijn Woord), de tweede eerst en vooral kennis (van o.a. de grondtalen). Welke opvatting door het optreden/onderwijs van onze Heer, zoals ons dat is doorgegeven in de vier evangeliën en ook in de brieven van de apostelen ons geleerd wordt, is voor mij geen vraag, maar een weet!

Opgemerkt 2: Toen wij – de latere NGK-gemeenten – in de jaren zestig ‘op straat gezet’ of ‘de deur gewezen’ waren, toen verkeerden wij in de unieke situatie van een (gereformeerde/reformatorische) kerkgemeenschap in Nederland zonder naam en zonder pretenties (en zonder groot getal). We hadden geen grote (vroegere of toentertijd huidige) ‘mannen van naam’ (een dr. Abraham Kuyper, een prof. Schilder, een prof. Kamphuis, maar ook geen Augustinus, Calvijn of Luther) waarop we ons konden of wilden beroepen of die we naar voren konden schuiven als de beste vertegenwoordigers van onze ‘eigen’ kerkgemeenschap. We waren niet meer dan een – in de ogen van mensen ‘armzalig – ‘overblijfsel’ na de vele kerkscheuringen in kerken van de reformatie cq de gereformeerde kerken in Nederland. De voorgangers van dit ‘overblijfsel’ hebben zich toen moeten bezinnen over hoe verder te gaan met elkaar als kerkgemeenschap (ook onder welke naam en met welke kerkorde) en hoe binnen dit ‘overblijfsel’ nog weer predikanten op te leiden. Het in 1976 opgerichte Nederlands Gereformeerd Seminarie heeft de taak van predikanten opleiden op zich willen nemen en zich daarover ook verantwoord binnen dat ‘overblijfsel’. Het beste is dat (m.i.) nog (weer eens) verwoord in een uitgave (getiteld ‘Om het profetische Woord’) vanwege het 25-jarig bestaan (in 2001) van dit seminarie en wel door mijn oom ds. J.C. Janse (1919-) in een bijdrage getiteld ‘Dingen die eerst gezegd moeten worden’. Wil (m.n.) de genoemde bijdrage van harte ter lezing en overdenking aanbevelen bij de bezinning die gaande is m.b.t. het opleiden en aanstellen (en verdere studieverplichtingen) van HBO-predikanten binnen de Gereformeerde Bond.

Opgemerkt slot: Het is in de eerste jaren van de door de inbreng van Maarten Luther in Duitsland in gang gezette reformatie van de RK toch eerder/meer het verlangen geweest om (juist ook) RK-pastores, die de reformatie toegedaan waren in hun parochies het (nieuw ontdekte) Evangelie te laten verkondigen, liever dan door hen te vervangen door (universitair) geschoolde predikanten, die opgeleid waren in de leer van de reformatie aan ‘door de Reformatie opgerichte universiteiten’.
Zie hierbij deze blog-serie: ‘Apostolische wijsheid en geduld versus dwepers en drijvers… (VII)‘.
NB. De link verwijst naar nummer VII van deze serie Lees ook de voorafgaande en nog volgende delen van deze blogserie voor een duidelijk(er) beeld van wat er speelde in die tijd.

> Lees hierbij ook nog deze blog met woorden van prof. dr. K.J. Popma: ‘Elke gelovige een exegeet bij de gratie Gods…’

Bron citaat: De Waarheidsvriend – ‘GB-advies aan kerkenraden: Doe mee aan consideraties rond hbo-predikant‘ – door Reinald Molenaar (hoofdredacteur).

Draag dit alles – wat je van mij gehoord hebt, maar ook al thuis je moeder en grootmoeder tot voorbeeld hebt gehad (3) – over in je onderricht. Sta niemand toe dat hij/zij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerziet, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze (4), in liefde, geloof en zuiverheid (5). In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift (OT!), op de prediking en het onderricht.’ (Uit 1 Timoteüs 4 uit de verzen 11-16 : 11-13)

(3) Zie 2 Timoteüs 1 : 5.
(4) Zie 2 Korintiërs 1 : 12-14, 6 : 1-13 en 1 Tessalonicenzen 2 : 3-12.
(5) zuiverheid van motieven – zie bij (3) genoemde Schriftgedeelten).

Bron afbeelding: Bible teachings for young evangelists and pastors

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie