Over Christelijk geloven en Christelijk Avondmaal vieren…

Dit is het Brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan zal eten en niet sterven.’ (Uit Johannes 6 uit de verzen 25-51 : 50)

Geciteerd 1: Als wij dit Brood eten, doen wij de wil van onze hemelse Vader, die geen andere is, dan dat wij in de Zoon geloven. Christus zegt Zelf in dit Evangelie: “Dit is de wil van Hem, Die Mij gezonden heeft, dat wie de Zoon ziet en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft (vgl. Johannes 6 : 40). Dus het is duidelijk, wie in dit Hemelbrood gelooft, in deze Christus, in dit vlees en bloed, waarvan Hij hier spreekt, die neemt Hij ook als de Zijne aan. Die mens heeft reeds de wil van God gedaan, en heeft van dit hemelbrood gegeten. Over dit geestelijk Avondmaal van het geloof spreekt het hele Nieuwe Testament en bijzonder hier in het Evangelie van Johannes.
Wanneer wij deze woorden van Christus goed ter harte zouden nemen, zouden zij ons tot troost en vreugde zijn. Je ontvangt deze troost en vreugde alleen als je dit Brood, dat uit de hemel gekomen is, de Heere Christus, door het geloof eet, namelijk als je gelooft dat Hij onze Verlosser en Zaligmaker is. Daarom wil ik jullie hierbij vragen en tegelijk waarschuwen, dat we dit woord niet zullen toepassen op het Avondmaal, want wie het op die manier uitlegt, doet het Evangelie geweld aan. Er is in dit Evangelie geen letter die het Avondmaal bedoelt. Waarom zou toch Christus hier aan het Avondmaal denken, terwijl het nog niet was ingesteld. Op die manier spreekt ook het hele hoofdstuk, waaruit dit Evangelie genomen is, over niets anders dan over het geestelijk eten van het Brood, namelijk over het geloof.

Dus altijd wanneer jullie dit brood eten en uit de beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.’ (Uit 1 Korintiërs 11 uit de verzen 17-34 : 26)

Geciteerd 2: Over het geestelijk Avondmaal van het geloof (zie eerste citaat) spreekt het hele Nieuwe Testament en bijzonder hier in het Evangelie van Johannes. Het zichtbare en tastbare Avondmaal [dat we vieren in de samenkomsten van de/een gemeente] is een testament en een verzekering [of bevestiging] van dit ware Avondmaal, waarmee wij ons geloof – in gemeenschap met onze Heer en met elkaar, het is een ‘Lichaamsmaaltijd’, een maaltijd ten bate van het hele Lichaam, de gedoopte gemeente, waar ook wij gelovig dooplid van zijn, dus een concrete lokale gemeente (AJ) – zullen versterken en ervan verzekerd zullen zijn dat dit lichaam en bloed, dat wij in het sacrament ontvangen, ons [door doop en geloof, Romeinen 6] van zonde, dood, duivel en alle ongeluk heeft gered.

Alleen, jullie komen niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren. Van wat jullie hebben meegebracht eten jullie alleen zelf – samen met ‘partijgenoten’ (zie vers 18-19!) – zodat de een niets te eten (en drinken) heeft en misschien zelfs niet welkom is – terwijl een ander (al) dronken is. Hebben jullie dan geen eigen huis (of gelegenheden) waar jullie – met vrienden en kennissen uit eigen kring of ‘partij’ (1) – kunnen eten en drinken? Of verachten jullie de gemeente van God en willen jullie de armen onder jullie vernederen (1).’ (…) ‘Daarom maakt iemand die op onwaardige manier het Avondmaal viert en op onwaardige manier van het brood eet en uit de beker drinkt – namelijk niet in het besef het een ‘Lichaamsmaaltijd’ betreft -, zich schuldig tegenover het lichaam en bloed van de Heer.’ (…) ‘Daarom, broeders en zusters, weest gastvrij voor elkaar wanneer jullie samenkomen voor de maaltijd. Laat daarom (ook) iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij of zij van het brood eet en uit de beker drinkt, want wie eet of drinkt maar niet beseft dat het bij deze maaltijd om het lichaam van de Heer gaat, roept veroordeling af over zichzelf.’ (Uit 1 Korintiërs 11 uit de verzen 1-34 : 20-22 en 27)

(1) Lees hierbij ook 1 Korintiërs 12 : 12-27 en Jakobus 2 : 1-13!

Opgemerkt: Vanwege bovenstaande woorden en Schriftgedeelten waarnaar verwezen wordt, zal het ons toch duidelijk zijn dat het vieren van het Avondmaal thuishoort in een lokale gemeente, waar men elkaar kent en waar men met elkaar meeleeft en waar men elkaar – zo nodig – ook kan en wil vermanen en terechtwijzen (zie Kolossenzen 3 : 12-17 m.n. vers 16).

Bron citaten: ‘Vrees niet, geloof alleen’ – Uit meditaties van 29-31 juli – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden, sr. – Den Hertog uitgeverij (2019).

Bron afbeelding: Facebook

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie