Abraham ‘aartsvader van de zelfopoffering’?

Van Abraham wordt gezegd: “Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als daad van gerechtigheid toegerekend.” Jullie zien dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn.‘ (Uit Galaten 3 de verzen 6-7)

Geciteerd: In veel vormen van loslaten ligt een offer besloten. Ook in Bijbels opzicht krijgt ons leven pas zin wanneer wij bereid zijn om een offer te brengen. God vroeg Abraham om zijn enige zoon Izaäk te offeren, om alles los te laten. Abraham maakte de keuze om zijn zoon los te laten en God te gehoorzamen. Abraham was zo de wegbereider ofwel aartsvader van de zelfopoffering.

Opgemerkt 1: Bij deze interpretatie van ‘het op de proef gesteld worden van Abraham’ komt de nadruk te liggen op de gehoorzaamheid van Abraham en niet op het geloof (het Godsvertrouwen) van Abraham en dat is geen geringe en zelfs een schadelijke misvatting bij dit gebeuren. Het is toch niet voor niets dat Abraham de vader van alle gelovigen wordt genoemd en niet de vader van alle (zelfop)offeraars.

Opgemerkt 2: Wij dienen goed te beseffen dat Abraham al een hele ‘geloofsontwikkeling’ had doorgemaakt (met vallen en weer opstaan) voordat God hem op de proef stelt. Abraham had geleerd dat God Zijn beloften nakomt en hij had goed gehoord en wist heel precies dat God gezegd had: ‘Wat je vrouw Sarai betreft, voortaan moet je haar niet Sarai noemen maar Sara. Ik zal haar zegenen en jou bij haar een zoon geven. Ik zal haar zo rijk zegenen dat er volken uit haar zullen voortkomen en er koningen van haar zullen afstammen.‘ (…) ‘Je vrouw Sara zal je een zoon baren, die je Isaak moet noemen, en met hem zal ik mijn verbond voortzetten. Het zal een eeuwigdurend verbond zijn, dat ook voor zijn nakomelingen zal gelden.’  En dat beloofde God toen zij beiden al op een leeftijd waren waarop het verwekken van een kind vanuit menselijk oogpunt niet meer mogelijk werd geacht – zie Genesis 17 : 15-19 en 18 : 9-15

Opgemerkt 3: Toen God Abraham de opdracht gaf om zijn zoon Isaak te offeren was hij er door het geloof vast van overtuigd dat God Zijn belofte niet zou verbreken en daarom kon hij eerlijk tegen Isaak zeggen ‘God zal zich Zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ In de Hebreeënbrief lezen we: ‘hij, tot wie gezegd was: “Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken”, overwogen heeft dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken.’ (zie Hebreeën 11 : 17-19).

Opgemerkt 4: Abraham zal ook goed beseft hebben dat hij Isaak niet zijn bezit en eigendom kon noemen, maar dat Sara en hij hun zoon op zeer bijzondere en wonderlijke wijze uit Gods hand ontvangen hadden. Hij kon van Isaak in feite alleen maar zeggen dat hij vanaf de verwekking Gods bijzondere eigendom was geweest.

Opgemerkt 5: Zeggen wij niet van alle offers die we brengen dat we teruggeven aan God wat we uit Zijn hand ontvingen? Daarom was in het OT het offeren van dieren met gebreken een zware zonde voortkomend uit ongeloof en dus een duidelijk teken van gebrek aan geloofsvertrouwen. Het maakte duidelijk dat men meende er meer voordeel van te hebben een gezond dier voor de eigen kudde en daarmee voor zichzelf te bewaren, dan dat men erop vertrouwde dat God werkelijk acht zou willen slaan op dat offer.

Opgemerkt slot: Laten we nagaan hoe het staat met ons geloofsvertrouwen en wat dat betekenen zal voor ons omgaan met elkaar* (dat eerst!) en ons omgaan met geld en goed. Hoeveel hebben we aan onszelf toebedeeld omdat we meenden onszelf eerst maar eens veilig te moeten stellen en hoeveel was er toen (en nu!) nog over om er God en daarmee/daardoor onze naasten mee te dienen?
* Onze broeders en zusters en onze medemensen: ‘Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs.’ (Uit Galaten 6 vers 10)

>> Leestip: Romeinen 4

Bron citaat: RD Opinie – ‘Loslaten kan bevrijdende werking hebben’ – door Th.J. Hofland (De auteur is relatietherapeut in Gorinchem.)

Iemand die zijn loon verdient, krijgt het niet als gunst maar als een recht. Maar iemand zonder verdienste, die echter vertrouwt op Hem Die de schuldige vrijspreekt, wordt vanwege zijn vertrouwen rechtvaardig verklaard.‘ (Uit Romeinen 4 de verzen 4-5)

Bron afbeelding:  Zie afbeelding.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een levende en tot ons sprekende God…

Na de woorden van God tot Job (zie Job 38-41) antwoordde Job: ‘Ik weet dat niets buiten Uw macht ligt en geen enkel plan voor U onuitvoerbaar is. Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, Uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten.‘ (Uit Job 42 de verzen 1-3)

Wanneer Job een tijd lang met zijn vrienden in gesprek is geweest en daarbij niet werkelijk van hen bevredigende en vertroostende antwoorden ontving op zijn vragen en klachten – ze antwoordden hem vanuit hún beeld van God en hún visies op God (1), dan antwoord God Job vanuit een storm. En dan wil God Job eerst heel wat voorhouden (zie Job 38-41) voordat hem gelegenheid gegeven wordt om antwoord te geven. En dan blijkt dat Job, ondanks dat hij geen antwoord kreeg op al zijn eerdere vragen en klachten, zich toch getroost weet en wel omdat Job iets van de grote majesteit en macht van God heeft mogen aanschouwen door de woorden die vanuit een stormwind tot hem gesproken werden.

De woorden in het boek Job zijn geschreven om ook ons te doen beseffen dat wij in de Bijbel te maken hebben de levende God, Die ook vandaag nog weer tot ons maar ook met ons spreken wil.

In de Hebreeënbrief lezen wij (in de aanhef, de verzen 1-4): ‘Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, Die heeft Hij aangewezen als de enige Erfgenaam en door Wie Hij de wereld heeft geschapen. In Hem schittert Gods luister, Hij (niet de eerste Adam!) is Zijn evenbeeld, Hij schraagt de schepping met Zijn machtig Woord… (lees ook het vervolg in Hebreeën 1)

Uit het boek Handelingen en de brieven blijkt hoezeer de gemeenten zijn aangewezen op het onderwijs uit Gods Woord en dat is naar het voorbeeld van onze Heer (zie bijv. Lukas 4 : 14-15 en Lukas 10 : 38-42) en ook naar Zijn opdracht, zoals de discipelen/apostelen van Hem te horen krijgen in het slot van Matteüs: ‘Maakt alle volken tot mijn discipelen door hen te dopen en hen te onderwijzen al wat ik júllie geleerd heb.’ (naar Matteüs 28 de verzen 19-20)

Dat het de bedoeling is dat de gemeente in haar (zondagse) samenkomsten onderwijs ontvangt, dat blijkt uit de brieven van Paulus aan Timoteüs en Titus, maar ook in de eerste brief aan de Korintiërs laat Paulus in duidelijke woorden weten dat de samenkomsten door onderricht opbouwend dienen te zijn voor heel de gemeente en zelfs ook voor eventuele ‘buitenstaanders’ die te gast zijn in een samenkomst. Paulus wil met zijn adviezen beslist ook aansluiten bij de manier waarop er in de Joodse synagogen op de sabbat onderwijs werd gegeven en hij zal daarbij ook gedacht hebben aan het onderwijs van onze Heer in de synagogen van Israël. (2)

Paulus verlangt dat in de samenkomsten van de gemeente de woorden van de sprekers (‘profeten’) naderhand beoordeeld worden, namelijk of deze woorden wel ‘naar de Schriften’ geweest waren en in overeenstemming met het Evangelie dat de apostelen verkondigd hadden. We mogen aannemen dat alleen daartoe bekwame mensen – met kennis van de Schrift (OT) en het Evangelie – de gelegenheid werd gegeven om daarover – zo nodig! – nog wat te zeggen.

Het werk dat de Geest door luisteren naar het Woord van God wil doen in de harten en levens van de hoorders, daar zullen we op vertrouwen in de gemeenten van onze Heer Jezus Christus. Paulus doet dat ook en daarom draagt hij Timoteüs op: ‘Leg je toe op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht.’ (…) ‘Richt je hierop, maak het je eigen, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt. Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als degenen die naar je luisteren.’ (zie Timoteüs 4 : 11-16)

Nu wij allemaal een Bijbel in huis en in eigen bezit hebben, nu kunnen wij niet alleen in de samenkomsten maar ook dagelijks luisteren naar wat de Geest door Gods Woord tot ons te zeggen heeft. En wij weten (geloven en belijden op grond van onze Doop) dat de Geest ook ons geschonken is en dat Hij door Zijn werk onze harten opmerkzaam maakt voor wat God ons in Zijn goedheid geschonken heeft – zie 1 Korintiërs 1 : 9-16 en ook Romeinen 8.

Dat laatste geeft ons ook alle reden om vertrouwen te hebben in het nut en de kracht van de heel gewone ‘huisgodsdienst’, dus dat heel gewone Bijbellezen met elkaar aan tafel of bij andere gelegenheden en ook dat heel gewone vertellen uit de Bijbel van ouders en onderwijskrachten aan de kinderen en ook die heel gewone wekelijkse samenkomsten van de gemeente met daarin de bediening van Gods Woord (ook hoorbaar in wat we zingen en wat we danken en bidden!) en van de sacramenten Doop en Avondmaal. (3) Zó wil God met ons omgaan en tot ons spreken en met ons in gesprek zijn en juist daarvan en daarbij zullen wij hebben te belijden dat voor God niets onmogelijk is, en dat juist ook daar blijken mag en zal dat Zijn kracht in zwakheid wordt volbracht. (4)

(1) En dat is toch nog wat anders dan dat je leeft met de levende God voor (geloofs)ogen. En dat deed Job juist wel, maar hij kreeg desondanks moeite met het beleid van de levend God in zijn leven en daarom vond hij geen rust totdat hij woorden hoorde van de levende God Zelf. En dat viel anders uit dan wat wij mensen van onszelf allemaal over God en Zijn beleid te zeggen en te redeneren hebben.
(2) Paulus begon te Korinthe in een synagoge en een leider van deze synagoge behoorde tot de eerste bekeerlingen – zie Handelingen 18 : 4-11.
(3) Wanneer een vader zijn kinderen apart neemt om hen toe te spreken en te instrueren over het werk in zijn wijngaard, dan past het toch niet dat de kinderen daar een feestuurtje van maken waarin ze dan vooral graag zelf het woord voeren op allerlei manier. De kinderen mogen van hun vader best feest vieren, maar dat zullen ze op andere tijdstippen samen met hun (wereldse) vrienden maar doen, dan kunnen ze die laten horen en zien wat voor een goede vader ze hebben.
(4) Daarom is onze verwachting niet van wat wij mensen kunnen presteren, dmv een (geheel) eigentijdse aanpak bijvoorbeeld. Hebben de ontwikkelingen in christelijk Nederland na WO II ons dat inmiddels niet al voldoende duidelijk gemaakt?

Bron afbeelding: He Reads Truth

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom we de lijdelijke gerechtigheid omhelzen…

Voor de koorleider. Een Psalm van David’ (…) ‘Wanneer het volk bijeen is, spreek ik over de blijde boodschap van Uw gerechtigheid‘ (Uit Psalm 40 het opschrift en vers 10)

Geciteerd: Wanneer de lijdelijke [passieve] gerechtigheid van het geloof, ook wel de christelijke [=Bijbelse] gerechtigheid genoemd, aangegrepen wordt, dan kan het geweten zich daarop in rust en vrede neerleggen en met standvastig vertrouwen zeggen: Ik zoek geen dadelijke [actieve] gerechtigheid van doen en laten; ik behoorde die wel te hebben en te verrichten; maar, al zou ik die hebben en verrichten, dan kan ik daar toch helemaal niet op vertrouwen. Ook durf ik geen rekenschap daarvan af te leggen voor de rechterstoel van God.
Daarom werp ik mij buiten alle dadelijke gerechtigheid – zowel de mijne als die van Gods wet – en ik omhels alleen deze lijdelijke gerechtigheid. Dat is: de gerechtigheid van genade, barmhartigheid en vergeving van zonden. In één woord: de gerechtigheid van Christus en de heilige Geest, die wij niet zelf verrichten of volbrengen, maar die ons wordt toegerekend en geschonken; die wij niet zelf hebben, maar uit genade ontvangen, omdat God de Vader door Jezus Christus ons dat geschenk geeft.

Opgemerkt: Daarom zeg ik – en ik blijf het herhalen – dat de ‘zuigelingendoop’ van heidenen en van onze pasgeboren kinderen ons laat zien en leert hoe wij Gods gerechtigheid ontvangen door het geloof: het komt allemaal van Gods kant, zelfs ons geloof en daarom past ons geen hoogmoed tegenover andere mensen en zullen wij zelfs onze en Gods vijanden liefhebben en liefde bewijzen, zoals onze Heer ons liet zien toen Hij zijn leven gaf voor goddelozen – zie ook Mateüs 5 : 43-48.

>> Leestips: Psalm 40 (kerngedeelte ivm meditatie de verzen 10-13), Lukas 7 vers 29 en Galaten 1 : 1-9 (kerntekst vers 3)

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie* van 28 februari
* [Maarten Luther: In epistolam S. Pauli ad Galatas Commentarius, WA 40.1,42,26-43, 17 (Dr.)]

Bron afbeelding: Pin by Mary Daughrity on Scripture

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Heilzame gedachten en woorden…

De een zal zeggen: “Ik hoor bij de HEER”, de ander zal Jakobs naam gebruiken, een derde schrijft op Zijn hand: ‘Van de HEER” en tooit zich met de naam van Israël.” (Uit Jesaja 44 vers 5)

Geciteerd 1: We moeten af van het idee als zouden kritiek op de vrije marktwerking en aandacht voor het milieu en voor gerechtigheid een soort evangelie en monopolie van de ”linkse kerk” zijn. Met dat vertekende beeld, dat het bij velen nog steeds goed doet, diskwalificeren orthodoxe christenen zichzelf. Het is in feite onverenigbaar met onze hoge, heilige roeping om als mens Gods te leven. Oog en hart hebben voor het kwetsbare, bedreigde en geschonden leven, vanuit de liefde tot God en de werken van Zijn handen, is fundamenteel voor Bijbelgetrouwe christenen. Zij willen in Gods kracht pal staan voor wat er Bijbels gezien echt toe doet. Zo mogen we de overheid erop aanspreken om schild voor de zwakken te zijn, terwijl wij dat zelf ook in praktijk proberen te brengen.
De echte vooruitgang ligt immers voor een christenmens in het steeds weer teruggaan naar de bron. De basis van alle leven is door de Schepper en Verlosser gelegd. Dan willen we graag dicht bij Zijn bedoeling met de kosmos blijven. Dat verdraagt zich niet met kortzichtig egoïsme, hebzucht en onrecht. Dat vraagt om voortgaande bekering.

Geciteerd 2: In de ballingschap kregen potten en pannen een merkteken. Behoort aan de koning van Babel. Slaven, ook de voormalige bewoners van Jeruzalem, kregen vaak zo’n merkteken ingekerfd Maar als je naar de belofte van God luistert, ontvang je nieuw leven, een nieuwe identiteit. Je bent van de Heer! Dat bepaalt wie je ten diepste bent. God geeft je een nieuwe naam. Als je het dreigt te vergeten, schrijf het dan maar op je hand: Ik ben van de Heer! (2)

(1) Wij denken hierbij ook aan WO II en de werkkampen en concentratiekampen als Auschwitz, etc.
(2) Wij zullen hierbij dan toch allereerst denken aan het merkteken van onze Doop dat wij ontvingen in opdracht van onze Heer Zelf! Daarom kunnen we ook onze gedoopte kinderen leren om gelovig en (dus) van harte in te stemmen met het belijden van Zondag 1 van de HC: Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf (of van een ander!), maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost.

Opgemerkt: Dat is nogal wat: ‘uit alle heerschappij van de duivel verlost’! Dat is een geloofsbelijdenis en dus een zekerheid over dingen die we nog niet met mensenogen kunnen (laten) zien, maar die met de ogen van het geloof wel degelijk gezien kunnen worden. Gods Woord wil ons daarvoor steeds weer de ogen openen en open houden. En dan zullen de gelovigen die dit (mogen) ‘zien’ er ook naar hebben te leven!

> Leestips: Dagopeningen van 22 en 23 februari in ‘Dag in dag uit 2023’ en ‘Vertroost elkaar met deze woorden’.

Zie ook: ‘Wat (of wie) bij de mensen in hoog aanzien staat…

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Echte vooruitgang ligt in steeds teruggaan naar de bron’ – door Dr. T.M. Hofman*
Bron citaat 2: ‘Dag in dag uit 2023’ – Meditatie 23 februari – Leger des Heils | Ark Media

* De auteur is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de TUA. Weerwoord gaat in op vragen die in deze tijd op christenen afkomen.

Leg je leven in de (voor jou doorboorde) handen van de HEER, vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen: het recht zal dagen als het morgen licht, de gerechtigheid zal stralen als de middagzon.’ (Uit Psalm 37 de verzen 5-6)

Bron afbeelding: Heartlight Gallery

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wat bij de mensen in hoog aanzien staat…’

‘… Mozes heeft van oude tijden af in elke stad mensen die hem prediken, want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen.’ (Uit Handelingen 15 vers 21)

Geciteerd 1: Hoe heeft het spreken van Paulus te maken met de filosofie van Plato? Cursusleider dr. Bart Jan Spruyt neemt tijdens een leeravond cursisten aan de hand bij zingevingsvragen en bespreekt teksten uit de geschiedenis.
Geciteerd 2: Spruyt: „Plato leefde in de bloeitijd van de Atheense democratie, filosofie, tragedies en architectuur. Hij stak met kop en schouders boven zijn tijdgenoten uit. Door zijn denken en filosoferen is hij inhoudelijk heel dicht bij het christelijk geloof gekomen.”
Geciteerd 3: „Kunt u zich een idee vormen van een volmaakt, rechtvaardig mens?” vraag de cursusleider. Liefde, geduld en eerlijkheid zijn kenmerken die de cursisten aandragen. Spruyt: „We kunnen ons een idee vormen door eigenschappen op te sommen, maar de werkelijkheid is hooguit een schaduw van het idee. Hoe zou het zijn als er hier zo’n rechtvaardige binnenstapt? Volgens Plato zouden we hem kruisigen.” (1)

Geciteerd 4: (…) De geschriften van Philo van Alexandrië zijn de schriftelijke weergave van de redevoeringen, die deze Jood in de synagoge van Alexandrië, en mogelijk ook elders gehouden heeft. (…) Philo van Alexandrië verkondigde in de synagoge platonische en stoïsche wijsheid en dat mocht, want hij ging daarbij steevast van de overtuiging uit, dat de wijsheid van deze heidenen eigenlijk aan Mozes ontleend was…

Opgemerkt 1: Zou Plato werkelijk – op eigen kracht – heel dicht bij het geloof in ‘de Christus der Schriften’ zijn gekomen? Zo ja, dan zou Plato de eerste mens geweest die een eind naar de hemel is opgeklommen – in en door de kracht van het Griekse wijsgerige denken – waarbij God hem dan genadig halverwege tegemoet gekomen is om hem nog dichter bij (het geloof in) Christus te brengen? (2)

Opgemerkt 2: Het is beslist niet voor niets geweest dat de heilige Geest Paulus in Athene geen gelegenheid heeft gegeven om daar ook een gemeente te stichten, ondanks dat hij duidelijk moeite heeft gedaan om als een ootmoedig getuige van onze Heer zijn toespraak te beginnen met aan te sluiten bij de leef- en denkwereld van de Griekse wijsgeren. Wanneer Paulus echter met en door zijn toespraak op de Areopagus wel een groot aantal volgelingen en bekeerlingen had weten te trekken, dan zouden de latere gemeenten van Jezus Christus nog veel meer verkeerde conclusies over de macht van mensenwijsheid, mensenwoorden en mensenaanpak hebben getrokken, dan helaas toch is gebeurd en helaas ook nu nog steeds weer gebeurd.
In de eerste brief aan de Korintiërs leert Paulus nadrukkelijk dat het alleen de heilige Geest is die mensenharten beweegt en trekt en tot bekering brengt. En in Athene was dat niet anders, die waarheid daar had zijn toespraak niets aan toe of aan afgedaan. Anders hadden we Paulus moeten/kunnen verwijten dat hij blijkbaar in Athene toch niet de juiste aanpak en woorden had weten te vinden en dat hij het nog maar eens opnieuw moest proberen.

(1) We zullen hierbij toch wel bedenken dat het juist de vrome en geleerde Farizeeën en Schriftgeleerden waren – mensen die zichzelf voor (een) rechtvaardig(e) hielden – die onze Heer tot de kruisdood veroordeelden en het ‘gewone volk’ ophitsten om ‘kruisigen!’ te scanderen.
(2) Dr. K.J. Popma schrijft in ‘De Oudheid en wij’ over de Joodse schrijver van het boek ‘De wijsheid van Salomo’ en over de Jood Jezus Sirach het volgende: Beiden kennen die verheerlijking van helden uit het Oude Testament, en ze zien hen niet als geloofshelden, maar als morele hoogheden. Maar dat waren ze beslist niet! Beide schrijvers kennen die moralistische trek, die het geloof (!) op de achtergrond dringt, en de zedelijkheid tot ‘leidstar’ van het leven maakt. (…) Beiden hebben de kijk op het Verbond van Gods genade verloren. Daardoor verandert voor hen elk (!) woord van de Schrift. Van het boek des Verbonds wordt het hun een boek der zedelijkheid. Van wet des geloofs wordt het wet der werken.
De wijsheid van Salomo moet geschreven zijn door een Jood, die iets geleerd had van het Griekse denken omtrent de eerste vragen. Zijn ethiek staat vrijwel los van het geloof in een genadig God, Die Abrahams geloof tot gerechtigheid rekende. En even los van dit geloof staat de ethiek van Jezus Sirach. Daarom is het feit dat Jezus Sirach geen bepaald aanwijsbare Griekse ideeën vertoont bijkomstig; hetzelfde moralisme, dat de jongere auteur voor Helleense invloed vatbaar maakte, kenmerkt ook hem. (…) De Griekse ethiek is een van beide hoofdvijanden van het Evangelie. (…) Het humanisme van Jood en Griek, of het judaïsme en hellenisme worden met name in de brieven van Paulus in bijna elke regel aangewezen als dé grote vijanden van de blijde boodschap van Gods genade in Jezus Christus.
(wordt vervolgd!)

Zie ook: ‘Heilzame gedachten en woorden…

Bron citaten 1-3: RD Opinie – ‘Met Paulus en Plato in de Goudse synagoge de diepte in’ – door Bastiaan van Soest
Bron citaat 4: ‘Eerst de Jood, maar ook de Griek’ van prof. dr. K.J. Popma (1903-1986).

Maar Jezus zei tegen hen (de Farizeeën): “U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God.‘ (Uit Lukas 16 vers 15)

Bron afbeelding: Bible Hub

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Deed Paulus iets heel nieuws?

Maar het blijve: God waarachtig en ieder mens leugenachtig, gelijk geschreven staat: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint in Uw rechtsgedingen.’ (Uit Romeinen 3 uit vers 4)

Geciteerd 1: ‘Ik was altijd al in gesprek met mensen buiten de kerk. Ik stel graag kritische vragen en wil weten hoe dingen in elkaar zitten. De belangrijkste geloofsvraag was voor mij: wat is nu de relevantie van de oude verhalen die in de Bijbel staan?’ In haar onderzoek wilde ze voorbij de tegenstelling tussen geloven en weten. ‘Geloof is in het Nieuwe Testament zoveel meer dan een keuze waardoor je gered bent.’

Geciteerd 2: ‘Vijfhonderd van de zeshonderd pagina’s in mijn proefschrift gaan over hoe Paulus’ gebruik van pistis aansluit bij denkers in zijn eigen tijd.’ Maar Sierksma laat ook zien dat Paulus iets heel nieuws doet. ‘Paulus maakt van pistis een centraal begrip dat hij voortdurend op Christus betrekt. Er waren destijds veel goden, maar voor Paulus gaat het om loyaliteit aan één iemand: God. Hij maakt het dus exclusiever, maar tegelijk universeel: de pistis-verhouding tot God is er voor alle volken. Daarom zet Paulus het ook tegenover ‘de wet’. Pistis gaat voorbij wat de wet kan doen, want wetten zijn verschillend voor alle volken.’

Opgemerkt 1: Al vanaf het eerste mensenpaar is geloven: God geloven (vertrouwen) op Zijn Woord. God voor waarachtig houden. Het is ook het sleutelwoord voor de vertrouwelijke omgang met God. En die vertrouwelijke omgang verloor de mens door ongeloof (niet door ‘wetsovertreding’, die was het gevolg daarvan). God nam het de mens ‘hoogst kwalijk’ dat ze geloof gehecht hadden aan de woorden van de boze, de aartsleugenaar en Hem hadden verworpen als een betrouwbaar God. En moest God nu gaan bewijzen dat Hij wel een betrouwbaar God is? God bleef betrouwbaar, maar het eerste mensenpaar die ondervonden wel onmiddellijk de gevolgen van hun ongeloof.
Maar God heeft dit eerste mensenpaar en de mensheid direct al in Christus genadig willen aanzien en daarom Adam en Eva de weg van verlossing voorzegd. Als er iets duidelijk wordt uit het boek Genesis, dan is het wel dat de mensheid zichzelf niet redden kan en niet op eigen kracht weet te onderscheiden tussen goed en kwaad – wat ze in het paradijs ook niet konden en waarvoor God hen gewaarschuwd had. Toch heeft God pas na de zondvloed – en zelfs nog weer heel wat eeuwen daarna – Zijn Tora (wet/wetten en onderwijzing) gegeven aan het volk Israël. Hij gaf die trouwens niet aan andere volken: ‘Die moesten Zijn getuigenissen en Zijn verbondsgeheimen missen‘ (zie Psalm 147 en ook Efeziërs 2)

Opgemerkt 2: Het kan niet ander of Paulus bedoelt met geloof hetzelfde als wat het OT ons over geloof zegt: Abraham geloofde God en dát werd hem tot gerechtigheid gerekend.

Geciteerd 3: ‘Ik vond het altijd moeilijk dat er binnen het geloof weinig ruimte was voor vragen en twijfel’, vertelt de theologe. ‘Dat werd vaak als iets gezien dat tegenover het geloof stond. Ik kom niet uit bevindelijke hoek, maar ik dacht wel: er hangt nogal wat vanaf als het allemaal moet komen van de zekerheid van jouw geloofsovertuigingen.’

Opgemerkt 3: Paulus zegt dat wij gered worden door het geloof van Christus. Alleen Hij heeft van het begin tot het eind van zijn leven hier op aarde Zijn hemelse Vader een volkomen vertrouwen gegeven en daardoor ook geen zonde begaan. Op Hem rustte Gods Geest (al) ten volle. En daarom is Hem een Naam boven alle naam geschonken – zie Kolossenzen 1 de verzen 12-23 dat afsluit met de woorden: ‘Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest in de hoop die het Evangelie brengt, het Evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.

Opgemerkt slot: De zekerheid van ons geloof is een gave van God, die gewerkt wordt door de heilige Geest. God wil dat wij – heel gewoon – trouw de middelen gebruiken die Hij ons daartoe geschonken heeft: De bediening van Zijn Woord (in de gemeente en in onze huizen) en de Sacramenten Doop en Avondmaal en het gebed en de aanbidding (zoals dat o.a. gebeurd door het zingen van Psalmen en geestelijke liederen).

Bron citaten: ND Geloof & kerk – ‘Theologe Suzan Sierksma zocht uit wat geloof is in de Bijbel. “Paulus doet iets heel nieuws”‘

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Onze Herder maar ook Zijn schapen tekort gedaan…

”Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar,
want Uw geboden heb ik niet vergeten.

(Uit Psalm 119 vers 176)

Geciteerd 1: Wie onder Gods recht klein geworden is, wordt door de Herder opgezocht.

‘Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar Hem te luisteren. Maar zowel de Schriftgeleerden en de Farizeeën zeiden morrend tegen elkaar: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.” Jezus vertelde toen de deze gelijkenis: “Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet die negenennegentig achter in de woestijn om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft. En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde (1), want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.”‘
(1) Maar zijn vrienden en buren wilden eerst het DNA van dit schaap laten testen, namelijk om te zien of het hier in dit geval wel echt om een schaap van de kudde van die man ging. Anders was al die vreugde natuurlijk voor niets.

Geciteerd 2: Hoe komt het toch dat veel mensen wel rust vinden, terwijl zij niet kunnen zeggen hoe de verdienste van Christus hun deel geworden is? Dat is zorgelijk.

Opgemerkt: Sinds wanneer weten de gedoopte kerkleden niet meer te zeggen wat we op grond van Gods Woord met de woorden van Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus belijden?

Zie ook: ‘Over thuiswonen gesproken…

RD Opinie | Weerwoord – ‘Wie onder Gods recht klein geworden is, wordt door de Herder opgezocht.’ – door ds. A. Schot (Ds. Schot is predikant van de gereformeerde gemeente in Nunspeet)

En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid.’ (Uit 2 Timoteüs 2 vers 19)

Bron afbeelding: JeffRandleman-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over thuiswonen gesproken…

Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.’ (Uit Lukas 15 uit de verzen 11-32 uit het 20e vers)

Geciteerd 1: Jongeren kunnen in verwarring gebracht worden door de verschillende meningen die ze vanaf de kansel horen, meent ds. W.L. van der Staaij. “Ik kan me goed voorstellen dat je ook vandaag de dag in de kerk het soms gewoon niet meer goed weet.”
Geciteerd 2: De oud-journalist van het RD stelde voor om erover in gesprek te gaan in de kring van de eigen gemeente en om antwoorden te zoeken in de kerkgeschiedenis. Daarbij verwees hij naar de geschiedenis van de eigen kerk, de Nadere Reformatie, het Engelse puriteinen, de Schotse kerkgeschiedenis en de Reformatie. „Dat is een lijn met oude papieren.”
Op de vraag waar dan te beginnen, noemde ds. Van der Staaij twee boeken: ”Komen tot Jezus Christus” van John Bunyan en ”De viervoudige staat” van Thomas Boston. Hij voegde eraan toe dat er veel meer boeken zijn en dat het uiteindelijk* gaat „om het zelf lezen van Gods Woord”. Als algemene regel gaf hij aan: „Het gaat erom of het komen tot Christus echt is en niet dat er opgesomd wordt wat het allemaal niet is. Jezus is gewillig om te redden.”
* Uiteindelijk??

Opgemerkt: Zei Onze Heer niet tot Zijn discipelen: ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.’ (zie Johannes 14 7-11).
Onze Heer vertelde ons ook de gelijkenis van de verloren zoon en daarin wordt ons alleen de Vader getoond in al Zijn liefde en dat is geen vergissing en wel omdat de Vader en de Zoon één zijn in hun zondaarsliefde. Maar de thuiswonende oudste broer daar moeten we goed op letten, want dat is een zeer ‘wettisch’ persoon. Zelfs een feestje met zijn vrienden had hij niet durven organiseren. En als het aan hem gelegen had, was die weggelopen zoon/broer niet onvoorwaardelijk (1) het vaderhuis weer binnen gekomen.
De ‘verloren zoon’ die wilde en durfde – zij het met schroom – toch maar naar zijn vader terugkeren, maar de oudste had nooit durven weglopen uit vrees voor zijn vader. En toen de verloren zoon zo vreugdevol ontvangen werd, toen begreep hij nog niet bij wat voor een liefdevolle vader hij al die jaren in huis had mogen leven.
(1) Hij was vast ook graag met een of meer dikke boeken over ‘echt thuiskomen’ en ‘weer thuiswonen’ komen aanzetten en dan eerst maar eens afwachten of z’n broer het dan nog zag zitten…

Zie ook: ‘Onze Herder maar ook Zijn schapen tekort gedaan…

Bron citaat: RD kerk & religie – ‘Ds. W.L. van der Staaij: Jongeren in verwarring door vele meningen over de Bijbel’ – door RD-correspondent.

Maar zowel de Schriftgeleerden als de Farizeeën zeiden morrend tegen elkaar: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.” (Uit Lukas 15 vers 2)

Bron afbeelding: A Little Perspective

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over verzoening door voldoening gesproken…

De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die aan het hart van de Vader is, Die heeft Hem doen kennen.‘ (Uit Johannes 1 de verzen 17-18)

Geciteerd: Het waardevolle van de Bijbelse en reformatorische lijn is dat Christus volkomen voldoet en de zondaar als een totaal schuldige tegenover God staat.”
Ds. De Heer: „Tegenwoordig is de zonde meer een macht, ons ongeluk, maar niet een schuldig staan tegenover God. Nee, zonde is niet iets ongelukkigs dat ons overkomt, maar is onze opstand tegenover God. Dat geeft een heel andere verzoeningsleer.”

Opgemerkt 1: ‘de Bijbelse en reformatorische lijn is’… dat ‘de zondaar als een totaal schuldige tegenover God staat’. Wanneer we dat laatste zó stellen, dan maken we toch van de nog niet gevallen mens een soeverein tegenover God, die in en door eigen (ingeschapen schepsel-)kracht in staat was (moest worden geacht) Gods wil op aarde te (gaan) volbrengen. De mens zou dan door een oneindig volgehouden reeks van goede wilsbeslissingen niet alleen de de hof maar ook heel de aarde moeten gaan beheren en beheersen. Maar die boom van de kennis van goed en kwaad moest de mens juist (steeds weer) doen beseffen dat zij niet als God waren. En toen de slang de mens aansprak in het Paradijs, toen ging het om geloof (God vertrouwen op Zijn Woord) en dáár(in) ging het mis! De mens kon niet weten of satan mogelijk gelijk had met wat hij beweerde over God. Want ze konden nog niet zeggen (zoals Paulus en wij later wel): ‘Maar het is zoals geschreven staat: “Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart (bekend was) en opgekomen is, dat heeft God bestemd voor Hem lief hebben.” God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest van God doorgrondt alles, ook de diepten van God. Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest Die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in Zijn goedheid heeft geschonken.‘ (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 9-12).

Opgemerkt 2: Wij kunnen de eerste hoofdstukken van Genesis (nu) alleen goed lezen en begrijpen in het licht van wat ons in het Nieuwe Testament wordt meegedeeld. O.a. het tweede gedeelte van 1 Korintiërs 15 (de verzen 35-57) zijn van cruciaal belang, want daar wordt o.a. gezegd: ‘Zo staat er ook geschreven: “De eerste mens, Adam, werd een levend wezen,” Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. Niet het geestelijke is als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.’

Opgemerkt 3: De mens heeft bij ‘de boom in de hof’ geloof gehecht aan de woorden van ‘de leugenaar van den beginne’ (de ‘aartsleugenaar’) en geen geloof aan de woorden van God en daarom was niet het overtreden van een verbod/gebod (!) het werkelijke probleem, maar het niet voor waarachtig en liefdevol houden van God Zelf. En dat weer ‘recht zetten’, dat heeft God willen doen op Zijn manier, naar Zijn voornemen. De mens werd in een niet aflatende strijd gezet met de boze, maar niet zonder dat God al liet weten dat Hij Zelf verlossing zou bewerken door het Zaad van de vrouw. Aan die verlossing kon geen mens bijdragen (1), God Zelf zou over de leugen triomferen in en door de Liefde, zoals Hij Die ons openbaren wilde in en door Zijn Zoon, Christus Jezus, het vleesgeworden Woord van God.

Opgemerkt slot: Wij stonden en staan dus schuldig tegenover God door ongeloof – niet door onze zondige daden, die zijn een gevolg daarvan! – en wij leven nu dankzij en door het ‘geloof van Christus’ (zie Romeinen 3 de verzen 21-24), want onze Heer heeft op een volmaakte manier Zijn hemelse Vader altijd weer alle vertrouwen gegeven in alles wat Hij sprak en deed. En daarmee heeft Hij voor ons volbracht wat wij wij niet konden opbrengen en volbrengen in eigen (schepsel)kracht.

Leestip: Hebreeën 3 en Johannes 1 : 1-14.
 
(1) In Matteüs 18 de verzen 21-35 lezen we over de onmacht van ieder mens om de schuld die hij/zij heeft bij zijn/haar heer te vereffenen.

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Ds. De Heer: Verzoening door voldoening is parel in de Schrift’ * – door Wim Huisman

* De titel van het artikel wekt zo toch de indruk dat de schat die wij in de Schrift vinden een bepaalde theologie is, maar die schat is Christus en dus God Zelf.

Zie er dus op toe, broeders en zusters, dat niemand van jullie door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ nog geldt, opdat niemand van jullie halsstarrig wordt omdat hij/zij door zonde verleid werd. Want alleen als we tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen, blijven we deelgenoten van Christus.‘ (Uit Hebreeën 3 de verzen 12-14)

Bron afbeelding: SlideServe

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de verborgen bedoeling(en) van God…

De verborgen dingen zijn voor den HEERE onzen God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.’ (Uit Deuteronomium 29 vers 29)

Geciteerd 1: Hoe veranderen kinderen in volwassen mensen? Dat gebeurt meestal niet zonder conflict met de ouders. Ouders hebben de taak hun kinderen beschermende grenzen te stellen. Maar hebben kinderen niet ook de taak om die grenzen op enig moment te tarten? Door het conflict heen vernieuwt de relatie tussen ouders en kinderen zich tot een relatie tussen volwassenen. In de puberteit vindt vaak het zwaartepunt van het conflict plaats.
Gaat ‘volwassen worden’ niet altijd gepaard met schaamtegevoelens en verwarring? Je bent je onschuld kwijt, en dat is niet leuk. Is God in Genesis 3 niet die goede ouder die door het conflict heen zijn kinderen zoekt, hun schaamte liefdevol bedekt, en zich op een nieuwe manier aan hen verbindt?

Geciteerd 2: Als ik niet van de vrucht gegeten zou hebben, zou ik op afstand zijn gebleven van dit soort vragen. Ik zou me teruggetrokken hebben in mijn kerkelijke paradijsje, waar alles goed en mooi is. Maar was dat dan Gods bedoeling? Het leven buiten de tuin van Eden is veel verwarrender en gevaarlijker dan het leven daarbinnen. Je kunt er niet leven zonder vuile handen te maken. En toch ligt onze roeping als mensen buiten het paradijs.
Ik heb van de verboden vrucht gegeten. Het waren trouwens vrouwen die mij daarin voorgingen. En ik denk dat het goed was. Ik ben er volwassener van geworden.

Opgemerkt 1: Wanneer ouders kinderen iets verbieden, mag/zal zo’n kind dan denken: Ja, dat verbieden mijn ouders wel, maar ze bedoelen natuurlijk niet dat ik mij aan die door hen gestelde grenzen moet houden, maar dat ik moet leren mijn grenzen te verleggen en dus zal ik mij beter maar niet houden aan hun verbod. Of zal dat kind z’n ouders geloven (vertrouwen!) en beseffen dat zij dit gebod met een goede reden hem of haar hebben opgelegd ook al kan hij of zij als kind de reden ervan zelf (nog) niet inzien.

Opgemerkt 2: Dietrich Bonhoeffer heeft dit conflict heel scherp uitgewerkt in zijn ‘Navolging’ en wel in het hoofdstuk ‘De oproep tot navolging’ waar hij schrijft over de ‘vluchtpogingen’ van de rijke jongeling, die aan de gehoorzaamheid wil ontkomen door zich terug te trekken ‘naar de interessante, onbetwist menselijke situatie van het “ethische conflict”‘. (…) ‘De slang in het paradijs legde dit conflict in het hart van de eerste mens. ‘Zou God gezegd hebben?’ Van het duidelijke gebod en van de kinderlijke gehoorzaamheid wordt de mens afgetrokken door ethische twijfel, door erop te wijzen, dat het gebod nog helemaal uitgelegd en verklaard moet worden. ‘Zou God gezegd hebben?’ De mens moet zelf daarover beslissen, krachtens zijn/haar (!) kennis van goed en kwaad, krachtens zijn/haar geweten, wat of het goede is. Het gebod kan op velerlei wijze uitgelegd worden, God wil dat de mens het uitlegt en verklaard en in vrijheid beslist.’

Opgemerkt 3: Toch is er met de komst van onze Heer en met de uitstorting van de heilige Geest een nieuwe situatie ingetreden! Want nu horen wij deze woorden: ‘Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk (met en door de Geest) moet worden beoordeeld. Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. Er staat immers geschreven: “Wie kent de gedachten van de HEER, zodat hij Hem zou kunnen onderwijzen?” Welnu, onze gedachten zijn die van Christus. (Uit 1 Korintiërs 2 de verzen 14-16)

Opgemerkt 4: Er is dus voor ons christenen een situatie van vrijheid ingetreden waar Paulus ook nog weer over spreekt later in deze brief: ‘Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik slaaf van iedereen geworden om zoveel mogelijk mensen te winnen. Voor de Joden ben ik als Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onderstaan te winnen. En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik geworden als iemand die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus (1). Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel iets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. Ik doe alles voor het Evangelie om ook zelf aan de beloften deel te krijgen.’ (Uit 1 Korintiërs 9 de verzen 19-23)

Opgemerkt slot: Deze laatst geciteerde woorden geven ons reden om de woorden van Paulus in 1 Korintiërs 14 over de ‘zwijgplicht’ van vrouwen in het licht van de eerder geciteerde woorden (dus die uit 1 Korintiërs 2 : 14-16 en 9 : 19-23) te bezien. Niet zijn beroep op de wet maar de zorg van Paulus voor deze gemeente en het behoud van allen daar (Joden zowel als niet-Joden) is van doorslaggevend belang geweest bij wat hij in 1 Korintiërs 14 de verzen 34-40 aan hen geschreven heeft en de Geest heeft hem daarvoor de nodige liefde en wijsheid geschonken op het gebed.

(1) De wet van de vrijheid – zie Jakobus 2 : 8-13 en 3 : 13-18 en zie ook Galaten 5 en 6.

Bron citaten 1-2: ND Opinie & Columns – ‘Vrouwen toelaten in het ambt was een duivels dilemma, maar Albert Balk heeft er geen spijt van’ – door Albert Balk (2)

(2) De Bijbel lezen en uitleggen doe je altijd binnen je eigen biografie. Mijn bouwjaar is 1975 en ik groeide op in de jaren tachtig, het laatste decennium waarin de vrijgemaakt-gereformeerde zuil fier en ongeschonden overeind stond. Voor mij had die kerk trekken van het paradijs in Genesis 2, een veilige, heilige en beschutte plaats. Zo voelde ik dat, en ik ben er nog dankbaar voor. Er was een duidelijke grens tussen kerk en wereld.
Later ben ik gaan zien dat er midden in die vrijgemaakte hof ook een boom van kennis van goed en kwaad stond. Al was deze boom niet door God, maar door mensen neergezet. De veiligheid had een andere kant. Voor wie afweek van de standaard in opvattingen of gedrag, was het klimaat al gauw beklemmend. De kwestie ‘vrouw in het ambt’ had daadwerkelijk trekken van de verboden vrucht. Het was lange tijd zelfs taboe om het er ook maar over te hebben. Zoals de vrouw in Genesis 3 over de verboden vrucht zegt dat ze die ‘zelfs niet mochten aanraken’.

Bron afbeelding: Scripture Media

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie