Een problematiek die niemand van ons onbekend is…

De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man die bij haar was*, en ook hij at ervan.‘ (Uit Genesis 3 vers 6)

* ‘En die twee zullen één vlees (één lichaam) zijn’: twee zielen één gedachte…

Geciteerd: Veel mensen vragen: “Wat maakt het uit dat Adam en Eva van die ene bepaalde boom eten?” Maar we zouden de vraag kunnen omdraaien en vragen wat het probleem is met NIET eten van die ene boom? Adam en Eva hadden geen honger. Er waren andere bomen om van te eten. Dus waarom zouden ze eten van degene waarvan hen werd verteld dat ze niet mochten eten?
Het antwoord is autonomie. Ze wilden niet dat iemand hen vertelde wat ze moesten doen. Ze wilden de leiding hebben. Ze wilden god zijn. Dus het verhaal van Adam en Even die eten van de boom van kennis van goed en kwaad gaat niet over fruit. Het gaat om trouw. Zullen ze God gehoorzamen en trouw blijven, of zullen ze ongehoorzaam zijn en trouw blijven aan zichzelf?

Opgemerkt: Dat we hierbij toch vooral zullen zien en benadrukken dat het daar in het Paradijs bij die boom (ook al) om geloof gaat en dus om liefde en vertrouwen: God onze Vader heeft het gezegd en wie ben jij slang om de waarheid van Zijn woorden in twijfel te trekken? Maar deze kinderen van Hem overwogen wat de slang gezegd had en keken naar wat voor ogen was en meenden ook wel op eigen (verder op te bouwen) inzicht te kunnen afgaan. En die problematiek van die twee die kennen we allemaal, we zijn er allemaal mee ‘behept’.

Bron citaat: Red Pen Logic with mr. B.

Zo staat er ook geschreven: “De eerste mens, Adam, werd een levend aards wezen.” Maar de laatste Adam werd een levendmakende Geest. Niet het Geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het Geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede Mens is hemels. Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de Tweede. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse Mens hebben.‘ (Uit 1 Korintiërs 15 de verzen 45-49)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie gunnen wij Gods wraak?

We kennen immers Degene Die gezegd heeft: “Het is aan Mij om te wreken, Ik zal vergelden,” en ook: “De Heer zal oordelen over Zijn volk.” Huiveringwekkend is het te vallen in de handen van de levende God!‘ (Uit Hebreeën 10 de verzen 30-31)

Geciteerd 1: ‘Jezus’ komst zwakt Gods oordeel niet af, maar maakt het juist intensiever. Gods wraak wordt persoonlijk in Jezus. De vraag die straks bij het oordeel op ons afkomt, is: wie zegt u dat Ik ben? Jezus heeft het kruis gedragen en spreekt mij daarop aan als ik het evangelie hoor: hoe sta je tegenover Mij?

Geciteerd 2: ‘Uiteindelijk krijgt het recht zijn beloop. God is groter dan het kwaad. In Openbaring 19 staat een lofzang op Gods wraak, omdat hij het kwaad verslaat. Het oordeel laat zien dat God heilig is en recht doet, dat Hij betrokken is bij de wereld en om ons geeft. Daarom is het vrolijk en mooi.’

Opgemerkt: Hoewel de uitspraken van deze theologische geschoolde predikant in dit artikel van het ND toch wat anders klinken dan ik gisteren in het artikel van het RD las, kan ik met zulke woorden als ‘Gods wraak is vrolijk en mooi’ niets beginnen. Gods wraak is te vrezen en/want er staat ook nog geschreven ‘vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God’. Dat alles is geschreven opdat de gelovigen het ter harte nemen en waar nodig zich bekeren. Want de liefde van God de Vader – zoals ten volle geopenbaard in en door onze Heer Jezus Christus hier op aarde – laat/staat ons, Zijn kinderen, niet toe om daarmee een loopje te nemen. Toch kunnen we uit het levende Woord van God begrijpen dat God in Zijn spreken – tot ons en met ons – met ons meegaat in de tijd. Zijn Woord is een voortdurende onderwijzing op onze levensweg en ook Zijn gang door de wereldgeschiedenis is een voortdurend onderwijs. Wij mensen wilden en willen net als God zijn en we hebben niet beseft wat het kwaad willen kennen en dan toch als mensen het goede kiezen zou inhouden voor deze wereld waarop God ons een plaats gaf. Daarom zullen we als Gods kinderen, als door Hem reeds geredde mensen, niet hoogmoedig neerzien op goddelozen, die mee een plaats hebben in deze wereldgeschiedenis en het onderwijs dat God ons mensen daarmee geven wil. Zelfs een mens als Hitler zullen we de eeuwige straf niet gunnen en ik weet zeker dat Dietrich Bonhoeffer aan het eind van zijn leven Hitler niet meer het mes of een pistool op de borst had gezet, maar had gebeden voor Zijn (eeuwig) behoud. Want Christus heeft toch niet voor niets die eeuwige straf van ons weggenomen, want zo’n straf kan een mens als schepsel niet dragen.

NB. En die voorstelling van zaken dat onze Heer bij het laatste oordeel nu toch wel eens even horen/weten wil wat wij van Hem denken is door en door onBijbels. Hij Die onze harten vormt en doorgrondt, Die gaat dan niet nog eens even triomfantelijk aan ons vragen wat we dan nog en of we dan nog wat te zeggen hebben (misschien).

Zie ook deze voorgaande blog: ‘Over Gods wraak gedacht en gesproken…

Bron citaat: ND Geloof & kerk – ‘Wie is de wrekende God van het Nieuwe Testament? ‘Gods wraak is vrolijk en mooi’’ – door Bas Meeuwen

Zoals de zonde heeft geheerst en tot de dood heeft geleid, zo moest door de vrijspraak de genade heersen en tot eeuwig leven leiden, dankzij Jezus Christus onze Heer. Betekent dit nu dat we moeten (kunnen) blijven zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval!‘ (Uit Romeinen 5 vers 21 en 6 uit de verzen 1-2)

Bron afbeelding: DeviantArt

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over Gods wraak gedacht en gesproken…

Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelf; Ik ben de HEERE!‘ (Uit Leviticus 19 vers 18)

Geciteerd 1: Toen ik nog gemeentepredikant was, heb ik tegen mijn catechisanten in Spijkenisse regelmatig gezegd dat hun bij het laatste oordeel gevraagd zal worden: „Wie zeg jíj dat Ik, de Zoon des Mensen, ben?”* Directer en persoonlijker kan het niet.”
* Dit was een vraag van onze Heer aan Zijn discipelen toen velen zich van Hem afgekeerd hadden (zie Matteüs 15 vers 15)

Opgemerkt 1: Onze Heer zegt over Zijn woorden bij het laatste oordeel: ‘Dan zal de Koning tegen de groep (!) rechts van Zich zeggen: “Jullie zijn door Mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het Koninkrijk dat al sinds de grondvesting der wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, Ik had dorst en… Lees het in het geheel van Matteüs 25 : 31-46).

Geciteerd 2: „De belangrijkste reden is wat mij betreft dat we God moeten bepreken, bestuderen en leren kennen zoals Hij zich in al Zijn aspecten en eigenschappen aan ons heeft geopenbaard. En geen elementen weglaten omdat ze ons niet aanstaan.”
> Paulus advies aan Timoteüs: ‘Ik roep je dringend op, ten overstaan van Christus, met beroep op zowel Zijn verschijning als op Zijn koningschap: verkondig het Woord*, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wijs terecht, bestraf en bemoedig, met alle lankmoedigheid (liefdevolle nederigheid en geduld).’ (Uit 2 Timoteüs 4 de verzen 1-2)

Opgemerkt 2a: We weten toch dat het OT beslist geen theologieboek over God is en dat onze Heer geen enkele moeite heeft gedaan om het Godsvolk in de synagogen (of daarbuiten) of op de leerscholen in Jeruzalem de daar aanwezige ‘professionals in de theologie’ (Schriftgeleerden en Farizeeën) en/of leken te vermoeien met theologische verhandelingen over Gods wraak. En ook de apostelen hebben de gemeenten met hun brieven – gedreven door de Geest geschreven vanuit pastorale bewogenheid – geen theologische verhandelingen willen aanreiken of nalaten.

Opgemerkt 2b: Wie meent de voorgangers en de gemeenten wel te kunnen/moeten dienen met theologische verhandelingen, die zullen moeten vrezen dat op een gegeven moment chatbots ons indrukwekkender werk/resultaten zullen voorschotelen.

Geciteerd slot (Kerkenraad van Velp, 21 juni 1971): We zouden zo graag zien dat onze toekomstige predikanten Gods Woord niet lezen in het licht van de theologische literatuur, maar omgekeerd: dat de Schrift hen wijsheid leert en dat ze zo de betrekkelijkheid en de tijdgebondenheid van de moderne (en vroegere – AJ) problematieken doorzien en het afvalskarakter daarvan; dat ze de theologische literatuur lezen in het licht van de Schrift. Gods Woord is (zoveel) meer dan de theologie… In feite gaat het om een grote zaak: wat zal leidinggevend zijn in prediking en wandel, de concrete wijsheid van Gods Woord, dan wel de resultaten van theologisch onderzoek en denken. Dit vraagt een andere instelling, waarbij de wetenschap niet veracht wordt, maar op haar dienende plaats komt. Hetgeen waar we naar streven houdt dan ook in een reformatie van het studieprogram en de methode. (…) Gods Woord onderwijst ons in de concrete taal van het dagelijks leven, die voor iedereen verstaanbaar is. Het belangrijkste onderscheid tussen de taal van het dagelijks leven en de wetenschappelijke taal is levensecht. We hebben aan het Seminarie er altijd op gestáán dat de kennis van de Schriften zélf de hoofdzaak zouden zijn. Ook bij de bestudering van de belijdenis, de dogmatiek en de ethiek, het kerkrecht en de praktische ambtelijke vakken was dit ons uitgangspunt.

Opgemerkt slot: Bestudeer het Woord met het verlangen en streven om dat op een profetische wijze te mogen doorgeven en verkondigen – zie 1 Korintiërs 14 vers 1.

Leestip: blog ‘Preek over Psalm 58 (uit 1937)

Bron citaten 1– : RD Kerk & religie – ‘Promovendus ds. Van den Os: Wraak in Nieuwe Testament nog intenser’ – door Addy de Jong
Bron citaat slot: ‘Om het profetische Woord’ – Een uitgave ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Nederlands Gereformeerd Seminarie – 2001

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat Zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft. Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’ (Uit Matteüs 5 de verzen 43-48)

Bron afbeelding: PeoPlaid

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over pedagogen gesproken…

De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, die aan de boezem van de Vader is, Die heeft Hem doen kennen.‘ (Uit Johannes 1 de verzen 17-18)

Vooraf: Lees (eerst) de tekst in de afbeelding waarin gesproken wordt over het ‘naar Christus geslagen worden’ (door de Wet).

Opgemerkt 1: We kunnen het beter zo zien: die Meester dat is Iemand Die zelfs meer is dan liefdevolle ouders kunnen zijn. Die laatsten tuchtigden ons naar hun beste weten en dat was een beperkt weten omdat zelfs de beste ouders hun kinderen niet kennen zoals onze Drie-enige God dat wel doet. Onze ouders en de Wet kunnen niet meer zijn dan pedagogen, maar wij kunnen en mogen nu van jongs af aan verkeren in het Vaderhuis en hebben die tuchtmeesters niet meer nodig om ons naar school te brengen, maar om ons eraan te herinneren dat wij van nature weglopers zijn en zelfs het beste Vaderhuis nog weer zouden verlaten als we ons eigen hart zouden volgen. Maar wanneer we – eerbiedig en gelovig! – in het Vaderhuis verkeren – dagelijks en wekelijks – dan maakt Hij het waar dat Hij bij en in ons woont en met ons de maaltijd gebruikt (Zie Openbaring 3 vers 18-22).

Opgemerkt 2: Daarom zullen we in de gemeente onszelf onderzoeken of we wel in Christus zijn door het geloof (zie hierbij 2 Korintiërs 13 : 5-10) en ook peilen of we met gelovige broeders en zusters te doen hebben, want dan hebben/hoeven we onszelf en onze gelovige broeders en zusters geen eigen tuchtmaatregelen (afhouding van het Avondmaal, mijden en negeren etc.) op te leggen, maar weten en belijden we dat Christus Zelf Zijn kinderen liefdevol en met alle wijsheid onder tucht stelt* (zie hierbij o.a. Openbaring 3 vers 19 en Hebreeën 12 m.n. vanaf vers 8-13).
En dat ondervindt een gelovig en oplettend kind van God zijn/haar leven lang! Bedenk hoe onze Drie-enige God het leven van Zijn discipelen/apostelen onder Zijn tucht gesteld heeft* en dat van de eerste ontmoeting met Hem af aan. Zo (alleen) konden ze goede instrumenten worden/zijn als verkondigers van het Evangelie. En we kunnen hierbij bijv. ook nog denken aan de moeiten (w.o. aanvechtingen) waar Maarten Luther van zijn jeugd af aan geleden heeft, maar die hem juist geschikt hebben gemaakt voor zijn werk als Reformator.
* Zie Handelingen 14 : 22, 1 Korintiërs 4 : 9-14, 2 Korintiërs 12 : 10 en Hebreeën 5 : 7-8)

Als jullie Mij kennen zullen jullie ook Mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien. Daarop zei Filippus: “Laat ons de Vader zien Heer, meer verlangen we niet.” Jezus zei: “Ik ben nu al zolang bij jullie, en nog ken je Me niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien?” (Uit Johannes 14 de verzen 7-9)

Bron afbeelding: FB-post van H. van Iwaarden-Arends

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over zorg voor elkaar in relaties…

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun hoeveelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest…’ (Uit 1 Korintiërs 12 uit vers 12 en 13)

Geciteerd: Het lastige in onze samenleving is dat relaties – veel meer dan een eeuw geleden – samenhangen met gevoel. Dus als het zó goed voelt met iemand van hetzelfde geslacht, als je denkt soulmates te zijn, dan ontstaat de vraag: hoe kan God dit níet zo bedoeld hebben?
> Seksuele activiteit buiten het huwelijk vindt Hij zonde. Als je rommelt met seksualiteit, verlies je je intimiteit met Jezus, dat is mijn eigen ervaring.’
> ‘Ik ben nog vaak verliefd geweest op vrouwen en ik ben nog wel intiem geweest met een vriendin na mijn bekering, maar dat had een verminderend effect op mijn geloofsleven. Ik ervoer Gods Geest minder in mij. We kunnen allemaal wel verlangen naar volheid van de Heilige Geest, maar daar staat tegenover dat je je dan moet toewijden en je hart zuiver moet houden.

Opgemerkt 1: ‘Seksuele activiteit buiten het huwelijk vindt Hij zonde.’ Wat wordt hier met ‘seksuele activiteit buiten het huwelijk’ bedoeld en over wat voor seksuele activiteiten buiten het huwelijk spreekt onze Heer nog meer dan overspel alleen?
Opgemerkt 2: Augustinus meende dat zelfs het gewone huwelijk (en alles wat daarbij hoort) hem geen goed zou doen en vreesde (voelde) dat zijn toewijding aan onze Heer daar onder zou lijden. Helaas is deze man mee vanwege dit soort vroomheid op een schild geheven en is er mee vanwege zijn opvattingen velen binnen de kerken een juk opgelegd dat ze helemaal niet konden en kunnen dragen. Het waren ervaringen en opvattingen van een man die het volgens velen wel kon en zou weten na zó’n leven en na zó’n bekering. Maar was/is dat een terechte gedachte, Bijbels gezien?
Opgemerkt 3: Spreekt deze dominee/predikante toch zelf niet ook vooral vanuit en over wat ze voelt en ervaart, bijv. m.b.t. het werk van de heilige Geest in haar leven/lichaam? Speelt misschien de gedachte dat je voor God aangenamer bent wanneer je geen intieme (seksuele) omgang hebt met een ander (of met jezelf?) een rol en geeft dat reden om jezelf dan ook als meer toegewijd en meer zuiver te zien en ervaren? Een soort ‘selffulfilling prophecy’ dus?
Opgemerkt 4: Spreekt Paulus (in 1 Korintiërs 7) niet heel nuchtere woorden? Wanneer je een (huwelijks)relatie hebt dan moet je daar ook tijd in steken, dat ben je aan elkaar verplicht en daar passen geen ‘vrome uitvluchten’ bij.
We zullen trouwens bij die toewijding aan de Heer (binnen een huwelijk of daarbuiten) niet vooral denken aan en spreken over wat ons dat oplevert (meer vol worden van de heilige Geest en deze meer ervaren bijv.), maar welke vrucht dat draagt voor het koninkrijk van God (zie 1 Korintiërs 7). En dan weten we toch uit het leven en schrijven van de apostel Paulus dat hij daar niet hoog van wilde (mocht) opgeven en dat daar geen ‘mystieke/romantische verhalen’ over te vertellen had.

> Leestip: Filippenzen 2 en 1 Korintiërs 12.

PS. De kop boven dit bericht geeft aan waarom het ons moet gaan. Las gisteren ook een artikel over aanrakings-therapie en ik wil dat hier ook inbrengen. Mensen die besluiten om in een relatie te gaan samenwonen hebben ook daarin en daarmee zorg voor elkaar. En laten wij ‘buitenstaanders’ ons dan maar niet bemoeien met wat twee mensen elkaar in die zorg voor elkaar willen geven aan nabijheid en aanraking en ook bevrediging van lichamelijke verlangens. Laten we maar bidden om Gods zegen over hun relatie net zoals we dat doen voor alle onderlinge relaties in Christus gemeente. Daaruit blijkt dan toch ook dat we graag gehoor geven aan Gods opdracht om onze naaste(n) liefhebben als onszelf, te beginnen in Zijn gemeente.

Bron citaten: ND Geloof & kerk – ‘Dominee Bertien van Ginhoven is lesbisch en leeft celibatair: ‘Ik wil me aan Jezus toewijden’’ – door Ilona de Lange

Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk. De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken (voor elkaar en voor de buitenwereld), behandelen we zorgvuldiger en met meer respect dan die waarvoor we ons niet schamen. Die hebben dat niet nodig.‘ (Uit 1 Korintiërs 12 uit de verzen 22-24)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over de (over)macht van het geweten…

Maar Hij is om onze misdaden verwond en om onze zonden geslagen.’
(Uit Jesaja 53 vers 5)

Geciteerd: Het is tot oneer van God als je de zonden in eigen hart aanziet. Want dáár legt de boze de zonde neer, niet God. Je moet echter naar Christus zien; als je op Hem je zonde ziet liggen, dan ben je buiten gevaar voor zonde, dood en hel. Want je kunt zeggen: Mijn zonden zijn niet van mij, omdat ze niet op mij liggen, maar het zijn andermans [letterlijk: vreemde] zonden. Ze liggen namelijk op Christus. Vandaar dat ze mij ook niet (meer) verwonden.
Er is echter zeer grote moeite aan verbonden, dat je dit in het geloof zou kunnen aangrijpen en geloven. Dat je zegt: Ik heb gezondigd en toch niet gezondigd. Zodat nu die bovenmate (boven menselijke kracht uitgaande) machtige heer, het geweten, overwonnen wordt, die vaak de mensen zó tot vertwijfeling brengt, dat ze in staat zouden zijn de hand aan zichzelf te slaan.
De zonde moet zover buiten je gezichtsveld zijn, dat je niet je eigen doen en laten, niet je leven, niet je geweten, maar alleen Christus nog ziet. Dan zal het zó zijn, dat je van jezelf bent afgesneden* en in Christus bent overgeplant. Of om met Paulus te spreken: dat je als een wilde olijfboom op de wortel en de stam van de goede olijfboom bent ingeënt (Romeinen 11 vers 17). Dat je uit de wereld overgegaan bent in Christus.

* Dit afsnijden en overplanten (van de wilde olijf afgesneden en geënt op de edele olijf) is ons al onweerlegbaar verkondigd bij en betekend en verzegeld door onze Doop (Zie o.a. Romeinen 6 : 3-14 en Titus 4 : 4-8) en dit waarmerk is ons geschonken om de vastheid van ons geloof niet te gronden in ons denken (en piekeren) over God en onszelf en ons geloof, maar om altijd weer alleen te zien op wat God in Christus voor ons heeft gedaan en daarom ook met en door de Doop aan ons heeft willen doen.

>> Leestip: Romeinen 11 : 12 t/m slot.

NB. Dit volhartig beamen van het Evangelie, namelijk dat al onze zonden op Christus liggen, dat zal ons ook dapper maken om onze zonden en schuld (openlijk) aan elkaar te willen en durven belijden (zie Jakobus 5 vers 16), zelfs wanneer we moeten vrezen/ervaren dat anderen ons (nog altijd) niet die ontferming en genade willen schenken (met woord en daad), die ze zelf wel altijd weer over al hun zonden verwachten en hopen te ontvangen. (Zie hierbij ook Jakobus 2 : 10-13)

Zie ook voorgaande blog: ‘Veilig voor alle dwaalleer?

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie van 3 april – Den Hertog uitgeverij (Houten)

Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid opdat Hij voor ieder mens barmhartig kan zijn.’ (Uit Romeinen 12 vers 29)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Veilig voor alle dwaalleer?

Maar Hij is om onze misdaden verwond, en om onze zonden geslagen.’
(Uit Jesaja 53 het 5e vers)

Geciteerd 1: Toen iemand Gandhi vroeg: Bent u niet gewoon een christen? antwoordde hij: Ik ben een christen, een moslim, een hindoe, een jood en een boeddhist. Hij had, denk ik, gelijk. Goed beschouwd stemmen de grote wereldreligies op belangrijke punten sterk met elkaar overeen.
Ooit vroeg men mij in Stuttgart, op een oecumenische gesprekskring, een lezing te houden over Boeddha. Ik heb me toen eerst een week in het thema verdiept. Toen ik in die lezing uiteenzette wat volgens het boeddhisme het nirwana is, dat daarin geen hoogte en geen diepte is, geen leven en geen dood, en dat alles wat wij hier voor zeker houden daar niet bestaat of in zijn tegendeel verkeert, reageerden een katholieke en een evangelische voorganger: „Meneer Schneider, alles wat u over het nirwana zei, precies zo zagen de grote christelijke mystici, zoals Nicolaas van Cusa en Meester Eckhart, God. Die is met onze menselijke maatstaven niet te doorgronden.”

Geciteerd 2: Toen een docent in Womrath eens zei dat je de spijziging van de 5000, zoals beschreven in de Bijbel, zo moest lezen dat het er in die geschiedenis eigenlijk om gaat dat je de líéfde eindeloos kunt delen, was hij daar ontzet over. Mijn vader zei: Het staat er gewoon, het was brood.

Geciteerd 3: Niet het minste van alle menselijke werken draagt bij tot rechtvaardiging en vergeving van zonden, hoe goed en schitterend ze ook schijnen te zijn. Er is echter geen religie in de hele wereld die deze lering van de rechtvaardiging toestaat, en wijzelf, een ieder voor zich, geloven het slechts met moeite, hoewel we het openlijk prediken.
Daarom moeten we deze Schriftplaats (Jesaja 53) nog nauwkeuriger leren kennen, omdat deze als het ware de grondslag is waarop het hele Nieuwe Testament of Evangelie rust, en die ons van alle religies onderscheidt. Want alleen de christenen geloven deze Schriftplaats, en zijn rechtvaardig voor God, niet omdat zijzelf goede werken doen of hebben gedaan, maar omdat ze de werken van een Ander aangrijpen, namelijk het lijden en sterven van Christus.
Wie nu dit artikel van het lijden en sterven van Christus om onze zonden gelooft, die is veilig voor alle dwaalleringen, en ongetwijfeld zal in hem of haar de heilige Geest zijn, want zonder de heilige Geest kan dit niet echt geleerd of geloofd worden. Allen die van dit artikel afgevallen zijn, die zijn aan alle wind van leer overgegeven, zoals Paulus ons waarschuwt in zijn brief aan de Efeziërs (4 vers 14).

>> Leestips: Jesaja 53 en Efeziërs 4.

Opgemerkt: Het gaat hier dus over waar we onze geloofszekerheid op gronden en dat is niet op onze werken, maar op wat Gods Woord ons leert. En wanneer we ons vertrouwen dáár aan geven, dan zal dat ook ons doen en laten jegens onze medemensen bepalen. Alhoewel onze Heer (en later de apostelen) met Goddelijk gezag liet(en) horen en blijken dat deze leer ‘naar de Schriften’ is (naar Mozes en de profeten) (1), wilden de Farizeeën en Schriftgeleerden Zijn leer niet aannemen en geloven, want die leer zou volgens hen de zondaars alleen maar in de kaart spelen. (2) En is het vandaag in de kerken veel anders? Misschien wordt Christus’ leer wel beleden en verkondigd met woorden, maar of het dan ook in praktijk gebracht wordt? Het is helaas mijn ervaring van niet!
(1) Zie Johannes 5 : 39-47 en o.a. ook Handelingen 17 : 1-5 en 19 : 8-20.
(2) Zie hierbij ook Zondag 24 van de Heidelbergse Catechismus.

> Zie ook deze blog: ‘Over de (over)macht van het geweten…

Bron citaten 1-2: RD Mens & samenleving – ‘Het gesprek: Vader van Karl Adolf Schneider (88) werd in Buchenwald bruut vermoord’ – door Addy de Jong
Bron citaat 3: ‘Vertroost elkaar met deze woorden…’ – Citaat/meditatie 1 april – Den Hertog uitgeverij (Houten)

Zo zal nu door de Kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, naar het eeuwenoude plan dat Hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer, in Wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in Hem.’ (Uit Efeziërs 3 de verzen 10-12)

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Tegen de Revolutie, het Evangelie!’

Titel is een uitspraak van Groen van Prinsterer (1801 – 1876)

Geciteerd 1: Al deze dingen doe je niet ongestraft. Eens betaal je daarvoor de rekening. BBB heeft die rekening gepresenteerd, en met die broodnuchtere stem dient zich een partij aan die zich gelukkig niet verliest in pleidooien voor boekverbrandingen, antisemitische hondenfluitjes en krankzinnige complottheorieën. Het stelsel als zodanig staat bij BBB niet ter discussie, en de partij lijkt zich constructief op te willen stellen.

Geciteerd 2: Wat de opkomst van BBB ook aan het licht brengt, is dat er geen ideologische accolade meer om die brede protestbeweging kan worden geslagen. BBB is pragmatisch, en hoe de partij zich zal ontwikkelen, is nog onduidelijk. Daarmee staat ook de vraag open of BBB een conservatieve bondgenoot voor christelijke politici zal zijn. Ik hoop het natuurlijk van harte, en geef BBB vooralsnog meer dan het voordeel van de twijfel. De patstelling tussen liberaal paternalisme en onverantwoord populisme lijkt doorbroken.

Geciteerd 3: De Franse Revolutie was een Europese aangelegenheid. De omslag in het denken – die de menselijke rede tot bron en maatstaf van waarheid en recht maakte en theorieën de plaats van de Traditie liet innemen – deze doorbraak van „het theoretisch en praktisch ongeloof” in de politiek, rommelde door geheel Europa. Dat Burke hem daarvoor de ogen had geopend en dat hij daardoor had leren inzien wat hem te doen stond – namelijk de Revolutie met het Evangelie bestrijden – deed Groen Burke prijzen als „de leider en profeet van de oorlog tegen de Revolutie.”

Geciteerd 4: Zijn grote bewondering voor Burke en zijn erkenning van de noodzaak bondgenootschappen te sluiten, hebben er overigens niet toe geleid dat Groen en de Nederlandse conservatieven een blijvende alliantie hebben gesloten. Aanvankelijk waren zij één in het verzet tegen een gemeenschappelijke vijand. Want ook het oude patriciaat, dat aan de paternalistische staat wilden vasthouden, bestreed de Grondwet van 1848. Maar de meesten van deze behoudsgezinde notabelen en aristocraten zouden zich later – toen ook de lagere bevolkingsgroepen zich gingen roeren – bij de behoudende liberalen aansluiten. Groen brak in 1871 met hen. „Ik mag niet anders. Ik zal niet anders. Al bleef ik helemaal alleen”, schreef Groen.

Geciteerd 5: Rond die tijd ontstonden de contacten tussen Groen en Abraham Kuyper. Groen raadde hem aan Burke te lezen, „de coryfee van het antirevolutionaire staatsrecht.” Kuyper las vervolgens ook de acht delen en werkte de antithese uit tussen rationalisme en Verlichting, belichaamd in de liberaal-materialistische staat, versus het christendom en een volgens goddelijke beginselen organisch geordende nationale gemeenschap. „Het was de Nederlandse variant van het nieuwe conservatieve model” (Von der Dunk).

>> Leestip: Psalm 74

Bron citaten 1-2: RD Opinie (01-04-2023) ‘Wat brengt de opkomst van BBB aan het licht?’ door Bart Jan Spruyt
Bron citaten 3-5: RD Binnenland (24-08-2000) – ‘Leiders in de oorlog tegen de Revolutie’ – door Bart Jan Spruyt

Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek der natiën.’ (Spreuken 14 vers 34)

Bron afbeelding: Pray-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De klimaatcrisis: Nood breekt wetten?

In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered.
(Uit 1 Petrus 3 uit vers 20)

Geciteerd 1: Waar het uiteindelijk om gaat, is een inschatting van de urgentie. Dat inzicht mis ik in genoemd commentaar. Wie ziet hoe laat het is (23.55 uur) maakt haast. En doet dan dingen die in de regel niet kunnen en mogen. Je mag de deur van buurmans huis niet intrappen. Maar als de vlammen eruit slaan, doe je het. Om mensen te redden. Volgens mij gaat het de snelwegbezetters daarom. Het is een gevaarlijke beslissing. Maar zonder gevaarlijke beslissingen komen we er niet in het leven.

Geciteerd 2: Niets maakt onze opstand tegen God duidelijker dan de klimaatcrisis. De kerkvader Ambrosius benadrukte in de vierde eeuw al dat we de scheppingsopdracht ten gunste van onszelf omdraaien: Waarom denken we meester te zijn over de aardse vruchten, wanneer de aarde een vergankelijk offer is? Door te vergaren vinden we slechts leegte en tekort, zei Ambrosius, en hij benadrukte dat we te gast zijn op aarde.

Geciteerd 3: Nood breekt wetten. We hebben tijdelijk een klein regeltje overtreden ten behoeve van een veel grotere zaak die geen uitstel meer duldt. Het past een christen niet om (gezagsgetrouw) toe te kijken terwijl de schepping wordt verwoest.

Opgemerkt 1: Lees deze blog over het ‘Doperse activisme’ van Petrus Datheen.

Opgemerkt 2: Als de klimaataanpak werkelijk een dergelijke urgentie heeft dan zullen we niet alleen een landelijke maar zelfs een Chinese (wereld!)dictatuur nodig hebben om tot de nodige aanpak en resultaten te kunnen komen. Lees en overdenk hierbij de inhoud van deze blogs: ‘Wacht u voor teleurstellingen…

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Is Paulus tegen een snelweg blokkade?’ – door Sam Janse
Bron citaten 2-3: RD Opinie – ‘Christen mag niet toekijken terwijl schepping wordt verwoest’ – door Jacquelien Bulterman, Jelle Hermsen en Lieke Weima

Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden.‘ (uit 1 Petrus 4 vers 7)

Bron afbeelding: DailyVerses-net (Bible verse of the day)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Over homogenezing gesproken…

Dit is de drinkbeker, het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor jullie vergoten wordt.
(Uit Lukas 22 vers 20)

Geciteerd: Zij die hun zwakheid voelen en er graag van verlost zouden worden en naar hulp verlangen (1), moeten het sacrament niet anders beschouwen en gebruiken dan als een kostbaar tegengif tegen het vergif dat ze in zich hebben. Want in het Avondmaal zul je uit de mond van Christus niet alleen vergeving van al je zonden ontvangen, maar ook genade van God; daarbij de heilige Geest met al Zijn gaven; bescherming en kracht tegen zonde, dood, duivel en alle ongeluk. In deze woorden van onze Heer heb je dus van Godswege zowel het gebod als de belofte van onze Heer.
Bovendien moest je eigen nood die je op de hals ligt (2), je als vanzelf al daarheen drijven. Vandaar dit gebieden, lokken en beloven! Want Hij zegt zelf in Matteüs 9 vers 12: ‘Zij die gezond zijn, hebben geen arts nodig, maar zij die ziek zijn.’ (3) Dat wil zeggen: allen die vermoeid en beladen zijn met zonde, vrees voor de dood, aanvechtingen van het vlees en de duivel. Ben je nu beladen en voel je je eigen zwakheid, kom dan met een vrolijk hart en laat je verkwikken, troosten en versterken. Want als je wilt wachten tot je dit alles kwijt bent en rein en waardig tot het Avondmaal kunt komen, dan moet je voor eeuwig wegblijven. Want dan velt Hij het oordeel en zegt: Ben je al rein en vroom, dan heb je Mij niet nodig, en ik heb jou niet nodig. (4) Daarom worden alleen zij onwaardig geacht die hun gebreken niet voelen en die geen zondaars willen zijn.

Opgemerkt: Onze Heer vierde het Avondmaal met al zijn discipelen terwijl hij wist dat één van hen Hem verraden zou en dat alle anderen van Hem zouden wegvluchten en zelfs ook verloochenen. Maar Hij heeft voor hen gebeden. Aan deze viering van het Avondmaal ging ook niet zonder reden de voetwassing door onze Heer Zelf vooraf. Hijzelf reinigde hen eerst en gaf hen daar geen gelegenheid zichzelf (of elkaar en/of onze Heer) eerst de voeten te wassen voor ze aangingen.

>> Leestip: 1 Korintiërs 11 : 17-34 (kerntekst vers 26) (5)

(1) En welke gelovige weet niet van zijn eigen zwakheid en zondigheid waarvan we pas geheel verlost zullen worden en voor eeuwig van verlost zullen zijn bij de terugkomst van onze Heer. David heeft dat (ook met en voor ons) beleden in Psalm 51 en we weten van zijn latere leven dat hij ook toen nog weer te strijden had vanwege eigen zwakheid en zondige natuur – zie ook 1 Korintiërs 15 : 42-49.
(2) Matteüs 11 de verzen 28-29.
(3) Het is dus een ‘ziekenboeg’ daar aan de Avondmaalstafel.
(4) Zie Johannes 13 de verzen 8-11
(5) Wij verkondigen met en door het aangaan ootmoedig dat de dood van onze Heer ook nodig was voor mijn zonden en dat we ook nu weer reiniging nodig hebben en (mee daarom) verlangend uitzien naar de wederkomst van onze Heer.

Bron citaat: ‘Vertroost elkaar met deze woorden – Dagboek over belofte en troost’ – Citaat/meditatie van 11 maart – Den Hertog uitgeverij (Houten)

Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat Hij komt.‘ (Uit 1 Korintiërs 11 vers 26)

Bron afbeelding: Yahoo
Communion Bible verses and Scriptures to Inspire and Guide You.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie