OMKEER, en de gevolgen…

(…) Hij moet groter worden en ik kleiner.
(Johannes de Doper in Johannes 3 : 30)

(…) In navolging van Johannes de Doper mogen we als vriend van de Bruidegom mensen bij Jezus brengen. Vertellen wie Hij is voor ons en hoe goed het is om met Hem verbonden te zijn en Hem in vreugde en verdriet te volgen.

In een tijd waarin veel collega’s worstelden met mensen die de omgekeerde weg gingen, mocht ik de afgelopen 25 jaar voortdurend en steeds vaker van dichtbij meemaken, hoe mensen vanuit moslimachtergrond in ons land Christus vonden als hun Redder en Heer.

Dat kost hen soms veel. Het enkele feit van de overgave in de doop aan Christus betekent vaak verstoting en soms haat en agressie.

Maar juist in die moeiten ervaren ze vaak ook de nabijheid en de hulp van God.

Het volgen van Christus was een radicale omkeer in hun leven waarin het werk van Gods Geest duidelijk zichtbaar was. Dat van dichtbij mee te maken, is voor mijzelf een enorme impuls geweest om de woorden van Jezus serieus te nemen. Het is mijn verlangen dat steeds meer plaatselijke kerken gezegend worden door deze nieuwe gelovigen in hun midden (1) .

Die omkeer in het leven van hen die van moslimachtergrond Christus volgen, heeft te maken met Christus die de omgekeerde weg gaat van alle godsdiensten en religiositeit.

Zoals een van hen onlangs tegen me zei. Er zijn bij ons in de Islam wel honderd ladders. Honderd manieren die in de traditie zijn aangereikt om te proberen bij God te komen om vergeving te krijgen, vrede te vinden, het paradijs te bereiken, (gebeden, recitaties, vasten, gaven, offers, reizen, amuletten, zegen- en vloekspreuken, navolging van heiligen, etc.) (2)

Maar bij iedere ladder zak je na een aantal treden door de sporten heen
en sta je weer op de grond.

Het lukt je nooit. Christus heeft de omgekeerde weg afgelegd, Hij kwam uit de hemel naar ons toe, om vrede te brengen door zijn kruis.

Hij vraagt maar één ding: Kom tot Mij, volg Mij.

Bron tekst:  “‘Christendom en Islam’ – Mogelijkheden, tegenstrijdigheden en de praktijk” van ds. C.W. Rentier (Amersfoort), in Protestants Nederland, No. 11/12, November/December 2017.

Opgemerkt AJ:
(1) En we mogen toch zeker ook nog wel verlangen naar en bidden om “vernieuwde gelovigen” in het midden van onze plaatselijke kerken/gemeenten!
(2) En hebben wij christenen niet ook alle moeite om in ootmoed te beseffen wat het is om te leven van genade alleen (zelfs Paulus!, zie 2 Korintiërs 12 : 7-9) en verzinnen wij christenen niet ook nog altijd weer onze ladders, want hoe vaak menen we niet – als God het niet verhoedt – dat we (geestelijk en moreel) toch wel een paar treetjes hoger staan dan “die ander”.

Bron afbeelding:  Pinterest

Johannes 3 30 - He must become greater - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

‘Moeder der feministen’ leest ons de les…

(…) 30 Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ​ontzag​ voor de HEER moet worden geprezen. 31 Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de ​poorten. (Uit Spreuken 31)

(…) HUMO Vindt u dat vrouwen hebben gewonnen?
Weldon (1) «Jazeker. Kijk maar eens naar de moderne man, die zich volledig heeft aangepast: hij doet mee in het huishouden en werkt een dagje minder om thuis luiers te verschonen. Zo ongeveer alle mannen noemen zich tegenwoordig feminist. Al denk ik dat we inmiddels kunnen concluderen dat vooral het kapitalisme heeft gewonnen.»

(…) HUMO Het kapitalisme? Dat moet u uitleggen.
Weldon «De kapitalist wil zoveel mogelijk mensen voor hem laten werken. Feminisme kwam daarbij goed van pas: zo konden ook de vrouwen geld voor hem verdienen, terwijl hij dankzij de grotere groep van potentiële werknemers de salarissen laag kon houden. Het gevolg? De man verdient tegenwoordig vaak niet genoeg meer om een gezin te onderhouden, wat slecht is voor zijn zelfbeeld. En de vrouw is óók niet gelukkig, want op de enkelingen met een rijke echtgenoot na moet zij eveneens werken om de huur te betalen.»

HUMO Denkt u dat vrouwen eigenlijk niet willen werken?
(…) Weldon «De meesten wel, maar een moeder van jonge kinderen blijft over het algemeen toch liever thuis? Om te gaan werken moet ze haar kinderen naar de opvang brengen. Het gevolg: ze zullen niet op dezelfde manier van hun moeder houden als vroeger, omdat kinderen zich intuïtief verraden voelen, want mama gaat kennelijk liever naar kantoor of naar haar rotbaantje als serveerster. Dat zie ik als de tragedie van het feminisme.»

Bron tekst: HUMO – ‘Moeder der feministen’ leest jonge vrouwen de les: ‘Schrijnend tekort aan humor, chronisch te veel zelfvertrouwen’ door Marco Visscher

(1) Het feminisme mag dan weer hip zijn en #MeToo “talk of the town”, de Britse schrijfster Fay Weldon ziet het allemaal hoofdschuddend aan. Uitgerekend vrouwen en transgenders moeten het ontgelden in haar nieuwste roman, een curieus gesprek met de moeder van het feminisme.

Bron afbeelding:   Pinterest (Women of Faith) – zie ook Spreuken 31

Spreuken 31 - Darlene Schacht - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Je dagelijks toevertrouwen aan God… (III)

En zie, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen (gebied) wilde vertrekken. (Mattheüs 8 : 34)

Kom niet, Heere Jezus!

ALS WE GOED OPLETTEN, kunnen we duidelijk zien – terwijl toch het Onze Vader door de hele wereld heen, overal gebeden wordt – hoe weinig mensen er zijn die als zij het Onze Vader bidden, oprecht bidden om de komst van Gods Koninkrijk.

Niet weinigen – maar juist zeer velen – zijn er, die niets liever zouden horen dan dat deze heerlijke dag van Christus’ toekomst nooit zou komen. Dat is toch niet anders dan dat je bidden zou: ‘Uw Koninkrijk kome niet!‘ Hun hart spreekt hun mond tegen.

God ziet alleen het hart aan, maar zijzelf alleen hun mond. Daarom verordenen en bevelen zij ook zoveel gebeden! Ze galmen en dreunen alle kerken in de hele wereld vol en noemen het allemaal ‘bidden’, terwijl zij toch in de grond van hun hart niet anders gebeden hebben dan: ‘Uw Koninkrijk kome niet,’ of tenminste, ‘nog niet!’

Zeg me eens, is dit gebed eigenlijk niet een echte godslastering en een gebed waar de Psalm van zegt: ‘Zijn gebed zal tot zonde worden’?

Maarten Luther: Adventspostille 1522, vgl. WA 10,1, 113,6-15

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Opgemerkt (bij de tekst uit Matteüs 8):  Dat Jezus komst (met mogelijk nog meer) economisch verlies gepaard zou kunnen gaan baarde grote zorgen: Zijn komst moet wat opbrengen, niet tot verlies leiden!

Bron afbeelding:  Pinterest

Matteüs 8 33-34 - implored Him to leave their region - Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Je dagelijks toevertrouwen aan God… (II)

HEERE, in benauwdheid hebben zij U bezocht; zij hebben hun stil gebed uitgestort,
als Uw tuchtiging over hen was. (Jesaja 26 : 16)

ALS JE ALTIJD VREDE EN RUST HEBT, dan bid je niet meer en geef je ook niets meer om het Woord. Wij houden dán zelfs een koud hart als we Gods Woord lezen of horen! Zo komen we in een schandelijke en schadelijke zelfverzekerdheid terecht.

Daarom moeten we lijden en vernederd worden. Gebeurt dat niet door gevangenis en bloedvergieten, zoals de heilige martelaren geleden hebben – en nog lijden – dan moet het gebeuren door geestelijke aanvechtingen, door vrees, verdriet en angst. Anders zullen wij in onze zonden omkomen, omdat ons vlees verrot, vergiftigd en melaats wordt.

Wij hebben een Arts nodig Die het luie en gemakzuchtige vlees geneest door kruis, lijden, droefheid, verlies, schande en smaad, want dat is het echte medicijn en geneesmiddel waar God de zondeziekte mee geneest. Van zulke voorbeelden is de Heilige Schrift vol! Namelijk dat de heiligen door veel beproevingen heen behouden moeten worden.

Want als je zonder aanvechtingen bent, vergeet je de geestelijke oefeningen: bidden, geloven en loven.

Echter in nood, tegenspoed en droefheid, roep, bid, zucht en klaag je het bij God uit! Zo word je in het Woord geoefend en erdoor onderwezen, zoals Jesaja zegt: ‘Heere, in benauwdheid hebben zij U bezocht; zij hebben hun stil gebed uitgestort, als Uw tuchtiging over hen was.’ Ook in een ander hoofdstuk zegt Jesaja: ‘Alleen de aanvechting leert op het Woord letten’. (1)

Maarten Luther: Vorlesungen über i.Mose von 1535/1545, vgl. WA44, 584, 15-35

(1) Luthers weergave van een tekstfragment uit Jesaja 28 : 19.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron tekst:  Pinterest

Jesaja 23 2-3a - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Je dagelijks toevertrouwen aan God… (I)

Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid. (Jakobus 3 : 13)

Eenvoudig is hij die, als alle begrippen omgekeerd, verward en verdraaid worden, alleen de ondubbelzinnige waarheid Gods in het oog houdt, die niet ‘innerlijk verdeeld’ (Jakobus 1 : 8) is, maar onverdeeld van hart. Omdat hij God kent en heeft, hangt hij aan de geboden, aan het oordeel en aan de barmhartigheid die elke dag opnieuw van Gods mond uitgaan. 

Niet geketend door principes maar gebonden door de liefde tot God, is hij bevrijd van de problemen en conflicten van de ethische beslissing. Zij benauwen hem niet meer. Hij behoort geheel toe aan God en Gods wil.

Omdat de eenvoudige van hart niet naast God ook nog naar de wereld lonkt, is hij in staat vrij en onbevangen de blik te richten op de werkelijkheid van de wereld. Zo wordt eenvoud wijsheid. Wijs is hij, die de werkelijkheid ziet zoals zij is, die de dingen peilt tot op de bodem, wijs is daarom alleen hij, die de werkelijkheid ziet in het licht van God.

Wijs is hij, die in de feitelijkheid het kenmerkende onderkent. De wijze weet, dat de werkelijkheid maar tot op beperkte hoogte voor principes ontvankelijk is; want hij weet, dat werkelijkheid niet gebouwd is op principes (1) maar zijn oorsprong heeft in de levende en scheppende God.

Daarom weet hij ook, dat de werkelijkheid (van het dagelijks leven uit het geloof – AJ) niet gebaat is met principes, hoe zuiver ook, en evenmin met de beste bedoelingen, MAAR ALLEEN MET DE LEVENDE GOD. 

Principes zijn niet meer dan werktuigen in de hand van God (1), die spoedig als ondeugdelijk worden weggeworpen. De bevrijde blik op God en op de werkelijkheid, zoals deze in God alleen gefundeerd is, verenigt eenvoud en wijsheid.

Er bestaat geen echte eenvoud zonder wijsheid en geen wijsheid zonder eenvoud.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wie houdt stand” – “De bevrijde blik” (15 juli) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(1) Opgemerkt AJ:  Dat geldt op vergelijkbare manier ook voor doctrines. Het willen leven met en van doctrines (en het nadrukkelijk naar anderen schermen/paraderen daarmee) wordt dan reden en gebruik om te ontkomen aan de dagelijkse werkelijke omgang met de levende God. Het is een manier om gerustheid te vinden, niet door dagelijks nederig te leven met de levende God, maar men gebruikt het om zichzelf (voor de eeuwigheid) gerust te stellen en gevolg is dat men zich dan daarmee onttrekt aan de dagelijkse gevraagde en noodzakelijke verootmoediging en bekering, die altijd weer nodig zijn om een leven te kunnen leiden dat vol is van God’s liefde en barmhartigheid jegens de naaste(n).
NB. Hiermee is het (doorgaande) onderwijs in de gezonde leer – zoals dat o.a. in Nederland in de HC aan de gemeente en haar leden ter beschikking staat en gebruikt werd en wordt  – niet veroordeeld!

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Jakobus 3 13 - Who is wise - DailyVerses

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Het falen van de verstandigen…

(…) 24 Daarom hebben de mensen ​ontzag​ voor Hem; Hij ziet niet om naar wie zichzelf voor wijs houdt.’ (Uit Job 37)

Verbijsterend is het falen van de verstandigen, die noch de afgrond van de slechtheid noch de afgrond van de heiligheid kunnen onderkennen, en die met de beste bedoelingen geloven, dat zij met een beetje verstand het in al zijn voegen krakende gebinte weer kunnen stutten.

In hun kortzichtigheid willen zij aan allen recht doen en worden bij de botsing van de tegengestelde machten verpletterd zonder iets bereikt te hebben. Teleurgesteld door het absurde van de wereld zien zij zich gedoemd tot onvruchtbaarheid. Zij berusten en trekken zich terug of worden een gemakkelijke prooi voor de sterkere.

Ontstellender is het mislukken van ieder ethisch fanatisme. De fanaticus is overtuigd dat hij de macht van het kwaad het hoofd kan bieden met zuivere beginselen. Maar als een stier treft hij de rode lap en niet de torero. Hij wordt moe en bezwijkt. Hij raakt verward in bijkomstigheden en zijn slimmere tegenstander laat hem in de val lopen.

Eenzaam vecht de mens van het geweten tegen de overmacht van de omstandigheden, die een beslissing van hem eisen. Maar hij moet zo vaak kiezen in een conflictsituatie – met als enige gids en garantie zijn eigen geweten – dat hij eraan bezwijkt. De vele aanvaardbare en verleidelijke vermommingen waarin het kwaad tot hem komt, maken zijn geweten angstig en onzeker en ten slotte neemt hij genoegen met een gerust in plaats van met een goed geweten.

Deze mens bedriegt eigen geweten om niet tot wanhoop te vervallen, want iemand wiens enig houvast het geweten is zal nooit kunnen inzien dat het gezonder kan zijn te leven met een slecht dan met een bedrogen geweten.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wie houdt stand” – “Het falen van de verstandigen en de fanatici” (13 juli) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 37 23-24 - The Lord makes firm the steps - Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Zijn engelen…

(…) 10 Waak ervoor ook maar een van deze kleinen te verachten.  Want ik zeg jullie: hun ​engelen​ in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader  (Uit Matteus 18)

In de kerk is ook [jaarlijks] een dag bestemd waarop we preken over de engelen. (1) Dit doen wij voor de jeugd of, om het beter te zeggen, voor alle christenen, zodat wij de dienst der engelen niet vergeten en God daarvoor blijven danken. In de brief aan de Hebreeën lezen wij dat deze machtige hemelvorsten door God zijn verordend om ons te dienen en te beschermen: ‘Zijn zij niet allen gedienstige geesten, uitgezonden omwille van hen die de zaligheid zullen beërven? (vgl. Hebreeën 1 : 14).

Het is zeker waar dat God ons ook Zelf kan beschermen voor de duivel en alle aanvechting, zónder de dienst der engelen. Dat wil Hij echter niet doen, maar Hij heeft het zo verordend dat altijd het ene schepsel het andere moet dienen.

Op dezelfde manier als wij God ervoor moeten danken dat Hij vader en moeder, wereldlijke overheid, zon en sterren, koren en allerlei andere schepselen aan ons geeft, die ons dienen en helpen in dit tijdelijke leven. Zo moeten wij ook leren dat God ons door Zijn engelen beschermt en bijstaat – daarvoor moeten wij God ook danken.

Want, lieve vrienden, u hebt vaak gehoord dat de duivel overal rondom de mensen is (vgl. 1 Petrus 5 : 8), aan het hof van een vorst, in de huizen, op het veld, op alle wegen, in het water, in de bossen, in het vuur en noem het maar op.

Kortom: alles is vol duivels, die niets anders willen dan iedereen graag zo snel mogelijk de hals breken en ombrengen. Want het is zeker waar: als God de duivel niet steeds weerhield, dan liet de duivel geen graankorreltje, geen vis of vlees, geen druppel water, bier of wijn onbesmet. (2)

(…) Op dezelfde manier gaat het als er onvoorziene dingen gebeuren, als de een in het vuur en de ander in het water terechtkomt. In dit alles heeft de duivel zijn hand, die altijd naar ons steekt en slaat en ons graag allerlei ongelukken toebrengt. (2)

Raakt het, dan heeft hij zijn zin, raakt het echter niet, dan is dat werkelijk een teken dat God hem door Zijn lieve engelen heeft weerstaan.

[Behandelde tekst: Mattheüs 18 : 1-10]

Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52,715,30 – 716,27 (verkort)

(1) Volgens een oud kerkelijk gebruik, St. Michaëlsdag, 29 september.
(2) Geen mens, geen huwelijk, geen gezin en familie en ook geen christelijke gemeente blijft onbesmet en ongeraakt.

(…) 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de ​duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw ​hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de ​Heer, dan zal hij u verheffen. (Uit Jakobus 4)

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” (Zondag 52, v&a 127, “Welke is de zesde bede?”) samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest

Matteüs 18 10 - Don't look down - Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Als Godsgezanten (II): Wanneer de liefde ons dringt…

(…) 14 Want de ​liefde​ van ​Christus​ dringt ons, die tot dit oordeel gekomen zijn: als Eén voor allen gestorven is, dan zijn zij allen gestorven. 15 En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en ​opgewekt​ is. 17 Daarom, als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. (Uit 2 Korintiërs 5)

ALS EEN CHRISTEN werkelijk Christus gaat belijden als zijn Heere en Heiland, door Wie hij verlost is uit de dood, en nu in Gods Koninkrijk en de eeuwige erfenis gebracht is, wordt zijn hart geheel vervuld met de liefde van God, zodat hij anderen deze vrede en vreugde ook graag zou gunnen.

Deze schat dat hij Christus kent is zijn hoogste blijdschap en maakt dat hij nu begint om daar met de mensen over te spreken. Hij roemt en belijdt Hem voor iedereen, bidt en zucht dat ook anderen mogen komen tot deze genade.

Dat geeft een onrustig hart in de allerhoogste rust, dat wil zeggen: in de genade en de vrede van God. Dan kan hij door Gods genade en liefde niet meer stil en nutteloos zijn, maar begeert en verlangt met al zijn krachten – alsof hij alleen daarvoor leeft – dat hij de lof en eer van God aan de mensen mag doorvertellen, zodat anderen deze Geest der genade en der gebeden ook mogen ontvangen en daardoor niet alleen hem helpen God te prijzen en te loven, maar ook bijstaan met bidden en danken.

Want waar de Geest der genade is, daar geeft Hij, dat wij ook kunnen
en willen bidden, ja, eindelijk beginnen te bidden!

Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis, 1538, vgl. WA 45,540,13-25

(…) 18 En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door ​Jezus​ ​Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. 19 God was het namelijk Die in ​Christus​ de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd.  (Uit 2 Korintiërs 5)

(…) En Dezelve heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; tot de volmaking van de heiligen, tot het werk der bediening; tot opbouw van het lichaam van Christus.
(Efeziërs 4 : 11-12)

Wij zijn dan gezanten namens ​Christus, alsof God Zelf door ons smeekt. Namens ​Christus​ smeken wij: laat u met God verzoenen.  (Uit 2 Korintiërs 5)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

2 Korintiërs 5 14-15 - For Christs love compels us - DailyVersesnet

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

(Voor ons) vreesachtigen en ongelovigen…

(…) Maar de vreesachtigen, en ongelovigen, en gruwelijken, en doodslagers, en hoereerders, en tovenaars, en afgodendienaars, en al de leugenaars, is hun deel in de poel die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood. (Openbaring 21 : 8)
(Zie ook “Opgemerkt” onderaan)

JE BENT ZO ELLENDIG EN GODDELOOS als het maar zijn kan, toch moet je daar niet op blijven staren. De reden waarom wij bidden is immers dat wij ellendige en goddeloze zondaren zijn. Juist daarom is het nodig dat wij om genade bidden. Begrijp dan toch dat het er duizend maal meer aan gelegen is dat je Gods waarheid gelooft en met je vreesachtigheid en ongelovigheid Zijn beloften niet tot leugens maakt.

Je ongerechtigheid kan je niet hinderen en je gerechtigheid kan je niet helpen. Vrees en ongeloof zullen je verdoemen, maar geloof en vertrouwen zullen je behouden.

Daarom mag je nu – je leven lang – nooit meer denken dat je te slecht bent om te bidden en dat je om te bidden goed moet zijn! Je bent alleen geschikt als je een gelovige waaghals bent en vertrouwt op de zekere en vaste beloften van een genadige God! Die alle arme zondaren zonder verdienste uit enkel genade op grond van Zijn beloften vergeving van zonden en het eeuwige leven beloofd heeft.

Hij heeft je deze genade en barmhartigheid alleen willen openbaren en schenken, opdat je – hoewel je Zijn toorn en straf verdiend hebt – nochtans uit louter genade, tot eer van Zijn waarheid, Hem zal loven, danken en prijzen.

Maarten Luther: Sommerpostille 1526, vgl. WA 10.1.2,265,14-27

Opgemerkt: Besef dat deze woorden worden voorgehouden aan de gemeenten van Jezus Christus en hoe Hij ons daarmee “dringt en dwingt” om onszelf en onze eigen dwaze verlangens los te laten en dapper te léven in dienst van de naaste in gelovig liefdevol vertrouwen op Hem.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding:  The Fellowship Site

Hebreeën 4 16 - Let us therefore come boldly - The Fellowship Site

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Als Godsgezanten (I): geen ruimte voor menselijke overwegingen…

Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen
en argeloos als duiven. (Mattheüs 10 : 16)

Vergeefse pogingen en vijandschap kunnen de bode niet doen twijfelen of hij door Jezus gezonden is. Als sterk houvast en troost herhaalt Jezus: ‘Zie, Ik zend u!’ Het is geen eigen onderneming; het is zending. Daarmee belooft de Heer, dat Hij bij zijn boden zal blijven wanneer ze als schapen onder de wolven zullen zijn, weerloos, machteloos, beangstigd en in groot gevaar. Er zal hun niets overkomen wat Jezus niet weet.

‘Weest daarom voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.’ Hoe vaak hebben dienaren van Jezus deze woorden misbruikt! Hoe moeilijk is het ook voor de gewillige bode van Jezus hier goed te begrijpen en gehoorzaam te blijven! Wie vermag altijd te onderscheiden tussen geestelijke verstandigheid en wereldse slimheid?

Omdat hier geen enkel mensenhart zich zelf echt kent en omdat Jezus zijn discipelen nooit tot de onzekerheid, maar altijd tot de hoogste zekerheid riep, daarom kan deze vermaning van Jezus de discipel tot niets anders roepen dan tot blijven bij het Woord. Waar het woord is, daar moet de discipel ook zijn; dat is de juiste verstandigheid en de juiste eenvoud van hem.

Moet het woord wijken, omdat de verwerping openlijk geworden is, zo moet de discipel wijken met het woord; blijft het woord in een open strijd, dan moet ook de discipel blijven. Hij zal in beide gevallen tegelijkertijd verstandig en argeloos handelen. Nooit mag de discipel uit ‘verstandigheid’ een weg gaan die voor het woord van Jezus niet kan bestaan. Nooit mag hij een weg rechtvaardigen die niet met het woord overeenkomt, met ‘geestelijke verstandigheid’.

Alleen de waarheid van het woord zal hem tot inzicht brengen wat verstandig is. Nooit kan het echter ‘verstandig’ zijn ter wille van een of andere menselijke kans of hoop ook maar in de geringste mate afbreuk te doen aan de waarheid.

Verstandig kan het altijd alleen maar zijn bij de waarheid van God te blijven. Hier is alleen de belofte van Gods trouw en hulp.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “Voorzichtig en argeloos” (1 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 1 Omdat God ons in zijn ​barmhartigheid​ deze taak gegeven heeft, verzaken wij onze plicht niet. 2 Integendeel, we hebben ons afgekeerd van heimelijke lafheid: we gaan niet sluw te werk, vervalsen het woord van God niet, maar maken de waarheid openlijk bekend. Zo bevelen we ons ten overstaan van God aan bij ieders geweten. (Uit 2 Korintiërs 4)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie