Vertroosting…

(…) 10 Dat zou een troost voor mij zijn, ik zou opspringen, ondanks de pijn die hij mij niet bespaart, ik heb de woorden van de ​Heilige​ nooit verloochend. 11 Ik heb geen kracht meer om te wachten. Met welk doel zou ik alles verdragen? 12 Is mijn kracht de kracht van stenen? Is mijn lichaam hard als ​brons? 13 Vind ik nog ergens hulp? Zal ik ooit weer aanzien krijgen? (Uit Job 6)

De troost van Gods Woord moeten we op alle aanvechtingen toepassen, zodat we leren om de gevaren die ons bedreigen, te verachten en de hoop te behouden. Zelfs dan als het er hopeloos met ons voorstaat. Ook als de dood op ons aanvalt, moeten wij ons verkwikken en tegen onszelf zeggen: “Kijk, daar is je ‘Rode Zee’, je ‘zondvloed’, je ‘doop’ en je ‘dood’, nu is je leven nog maar een handbreed verwijderd van de dood.”

Vrees echter niet: het gevaar is maar een handvol water vergeleken met een zondvloed van genade. Daarom zal de dood u niet doden, maar uw dienstknecht en medewerker zijn tot het leven.

Hoe zou de dood een christen schade kunnen doen, aangezien men toch op geen andere manier aan de dood kan ontkomen dan door de dood? Want het afsterven van het lichaam is het laatste vóór de verlossing van de geest en de opstanding van het vlees. Zoals ook het voorbeeld van Noach laat zien dat hij in de zondvloed door niets anders werd gedragen dan juist dóór de zondvloed, die alle andere mensen heeft omgebracht.

Zo was het ook met de tocht van het volk Israël door de Rode Zee, want de zee die van nature niet anders kan dan mensen overspoelen en verdrinken, moest stilstaan en het volk zo beschermen dat de golven hen niet zouden overstromen.

Wat daarom van nature niet anders dan toorn is, wordt voor de gelovigen genade en wat niet anders dan dood is, wordt leven. Bijgevolg: alle dingen, die in deze wereld te beklagen en te bewenen zijn, moeten voor u, als u tenminste in de Ark bent – dat is: als u gelooft én de beloften van God, in Christus geschonken, aangrijpt – meewerken tot uw zaligheid en vreugde (vgl. Romeinen 8 : 28).

Dat geldt ook van de dood, die u van hier wegneemt om u tot het leven te brengen – en van het graf, dat u verslindt en voor u de weg ten hemel moet worden.

Maarten Luther: Vorlesungen über 1. Mose von 1535-45, vgl. WA 42, 370, 14-36 Weergave W(2), 1, 615 vv (verkort)

Bron tekst: Wilt u deze Luther-citaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse Luther-citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

Bron afbeelding: Pinterest

Efeziërs 6 10 13 17 - Word Armor of God - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Waar de honden geen brood lusten…

(…) 27 Ze zei: ‘Zeker, ​Heer, maar de ​hondjes​ eten toch de kruimels op die van de ​tafel​ van hun baas vallen.’ 28 Toen antwoordde ​Jezus​ haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ (Uit Matteüs 15)

NB. De nummers in de tekst verwijzen naar Bijbelteksten, zie onderaan.

(…) “Ik (a) vond een leeg kerkgebouw, deze Oosterkerk. Als ik hier alleen maar klassieke dingen (1) zou doen, komt er geen hond (2) of alleen een deel van mijn oude netwerk. Ik ben hier nieuwe dingen gaan ontwikkelen, om nieuwe mensen te bereiken.”

(…) Geholpen door een team. (3) “Ik heb een paar goede mensen die echt wel een beetje verstand hebben van communicatie en marketing. Dus die helpen een dominee om te bedenken: hoe brand ik mezelf, wat voor producten maken we?

Dan vallen er termen als customer journey. Mensen benaderen mij: wat willen zij? Wat wil ik van hen? Vind ik het oké dat zij me benaderen, en dat is het? Of wil ik iets? Dat zit ik hier elke donderdag uit te dokteren met mijn team.” (4)

(…) Gaat het lukken? “Ik heb goede hoop. Maar weet het niet.” (5)

Bijbelteksten:
(1) – 16 Dit zegt de HEER: Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de oude wegen. Welke weg leidt naar het goede? Sla die in, en vind rust. Maar zij zeggen: “Dat doen wij niet.” 17 Ik stel wachters over jullie aan, let op het geluid van hun ​ramshoorn. Zij zeggen: “Dat doen wij niet.” (Uit Jeremia 6)

(2) – 27 Ze zei: ‘Zeker, ​Heer, maar de ​hondjes​ eten toch de kruimels op die van de ​tafel​ van hun baas vallen.’ 28 Toen antwoordde ​Jezus​ haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ (Uit Matteüs 15)

(3) – 1 Mijn ​kind, wees sterk door de ​genade​ van ​Christus​ ​Jezus. 2 Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen. 3 Deel in het lijden als een goed ​soldaat​ van ​Christus​ ​Jezus. 4 Iemand die in krijgsdienst is, laat zich niet afleiden door het leven daarbuiten, want zijn bevelhebber moet tevreden over hem zijn. (Uit 2 Timoteüs 2)

(4) – 3 Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. 4 Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. (Uit 2 Timoteüs 4)

(5) – 12 Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn. (Uit 1 Korintiërs 12)

(a) Tim Vreugdenhil (42) is allesbehalve een klassieke dominee (maar een “dominee 2.0”) . Op zijn 26ste doekte hij in Amstelveen uit onvrede zijn kerkgemeenschap op, later bedacht hij voor de lege Oosterkerk stand-up-theology, waaronder een kerst-stand-up. ‘Wat mensen over zich heen krijgen, is tijdgeest.’

Bron tekst: PS Het Parool (via Blendle) – “Ik doe met stand-up-theology iets voor de ziel” door Gijs Groenteman
Bron afbeelding:  Pinterest

2 Timoteüs 2 4 - No soldier in active service - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Leven en samenleven van Gods gunst en genade…

(…) 4 Ik dacht: Het zijn maar eenvoudige mensen, veel kennis hebben ze niet. Zij weten niet wat de HEER van hen vraagt, zijn niet bekend met het recht van hun God. 5 Ik zal me tot hun ​leiders​ richten, zij weten beslist wat de HEER van hen vraagt, zij zijn bekend met het recht van hun God. Maar ook zij hebben het ​juk​ gebroken, hoog en laag heeft zijn riemen losgerukt. (Uit Jeremia 5)

Onze verantwoordelijkheid is niet oneindig, maar begrensd. Maar binnen deze grens omvat zij de gehele werkelijkheid. Zij blijft niet staan bij de goede bedoeling maar richt zich ook op het slagen van het handelen, niet alleen het motief speelt een rol maar ook het object, kortom, verantwoordelijkheid is onmogelijk zonder inzicht (a) in oorsprong, wezen en doel van een gegeven werkelijkheidscomplex. (1)

Omdat het niet gaat om het doorvoeren van een absoluut principe, moet er in de gegeven situatie gewikt en gewogen en ten slotte beslist worden, bij dit alles bedenkend, dat het menselijk inzicht begrensd is.

Er moet een blik in de toekomst worden gewaagd, er moet worden gedacht aan de gevolgen van het handelen, net zo goed als er een poging moet worden gedaan kritisch de eigen motieven en het eigen hart te onderzoeken.

Terwijl elk ideologisch handelen zijn rechtvaardiging altijd bij de hand heeft in zijn eigen principe (2), ziet verantwoordelijk handelen ervan af te weten of het uiteindelijk juist zal blijken. De daad, die onder verantwoordelijk afwegen van alle persoonlijke en zakelijke factoren in de oriëntatie op de menswording van God tot stand komt, wordt zodra zij zich voltrekt aan God overgelaten.

Dat men uiteindelijk niet weet of men goed of slecht handelt (1), en, daarmee verbonden, dat men zich aangewezen weet op de genade, is essentieel voor het verantwoordelijke handelen in de concrete situatie. Hij, die ideologisch (2) handelt, acht zich gerechtvaardigd in zijn idee, de verantwoordelijke mens legt zijn handelen in de handen van God en leeft van Gods gunst en genade.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Doen wat hier en nu noodzakelijk is” – “Verantwoordelijk” (18 juli) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(a) De vreze des Heren is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze betrachten. (Psalm 111 : 10)

(1) Neem nu bijvoorbeeld zo’n werkelijkheidscomplex als het (Bijbelse) huwelijk is en het samenleven van man en vrouw daarin. Niet onze goede bedoelingen en/of goed bedoelde oplossingen in deze door onze zonden in alles aangetaste wereld, maar wat Gods Woord ons zegt over het huwelijk en hoe wij daarin – als broeder en zuster in de Heer – hebben te leven samen met al Gods kinderen in de gemeente van Jezus Christus, dat is altijd weer en steeds opnieuw richting gevend en richting bepalend.
(2) Ideologisch bepaald handelen zoekt de oplossing in wat  mensen als (haalbare) idealen stellen, bijvoorbeeld voor zoiets als het (al of niet verder) samenleven in een voor Gods aangezicht gesloten huwelijk.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Jeremia 5 30-31 - the priest rule by their own - SlidePlayer

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Bestemd tot plaatsbekleding…

(…) 22 Dit zegt de HEER: De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. 23 Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij Mij kent, inziet dat ik, de HEER, dit land ​liefde​ schenk, rechtvaardigheid​ en recht, want daar schep ik behagen in – ​spreekt de HEER. (Uit Jeremia 9)

Omdat Jezus als de mensgeworden Zoon van God plaatsbekledend voor ons geleefd heeft, is alle menselijk leven op grond van Hem in wezen plaatsbekledend leven.

Jezus was geen enkeling, die zijn eigen volmaaktheid wilde bereiken, maar leefde uitsluitend als degene, die in zijn persoon het Ik van alle mensen heeft opgenomen en draagt. Zijn hele leven, handelen en sterven was plaatsbekleding. Wat de mensen moesten doen en lijden en leven, voltrok zich in Hem. In deze reële plaatsbekleding, die zijn menselijke existentie is en kenmerkt, is Jezus het volstrekte zich-verantwoordelijk-weten.

Omdat Hij het leven is, is door Hem alle leven bestemd tot plaatsbekleding. Onverschillig of het zich daartegen verzet, het blijft plaatsbekledend, ten dode of ten leven, zoals een vader vader blijft, ten goede of ten kwade.

Plaatsbekleding en dus zich-verantwoordelijk-weten is alleen mogelijk in de volkomen overgave van het eigen leven aan de ander. Alleen de onzelfzuchtige leeft verantwoordelijk en dat betekent: alleen de onzelfzuchtige leeft.

Het ontbreken van iedere zelfzucht daarin is zo volstrekt, dat hier het woord van Goethe, dat hij die handelt altijd gewetenloos is, volledig van toepassing is. Misbruik van het plaatsbekledende leven dreigt van twee kanten: door het verabsoluteren van het eigen ik en door het verabsoluteren van de ander.

In het eerste geval leidt zich-verantwoordelijk-weten tot machtsmisbruik en tirannie. Men verliest uit het oog, dat alleen de onzelfzuchtige verantwoordelijk handelen kan. In het tweede geval wordt het welzijn van degene, voor wie ik mij verantwoordelijk weet, met verachting van al mijn andere verantwoordelijkheden, absoluut gesteld, en er komt een willekeur in mijn handelen die spot met de verantwoordelijkheid tegenover God, die in Jezus Christus de God van alle mensen is.

In beide gevallen is geloochend, dat het leven in de verantwoordelijkheid zijn oorsprong, zin en doel heeft in Jezus Christus, en is het zich-verantwoordelijk-weten tot een zelfgemaakte, abstracte afgod geworden.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Bestemd tot plaatsbekleding” – “Verantwoordelijk” (17 juli) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Jeremia 9 23-24 - glory & joy that we know God - SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Van de rechtvaardigen… (III)

(…) De macht van de goddelozen wordt gebroken, maar de HEER zal
de rechtvaardigen steunen. (Psalm 37 : 17)

Steeds weer heeft de kerk nagedacht over de relatie van Jezus Christus tot de slechte mens en het slechte. In de reformatorische kerken is deze vraag allesbeheersend geworden, het behoort zelfs tot de beslissende inzichten van de Reformatie, hier het evangelie-woord weer zijn nieuwtestamentische diepte en volheid te hebben gegeven.

Daarentegen bleef de vraag naar de relatie van de goede mens tot Christus merkwaardig onaangeroerd.

De goede mens was de farizeeër en de huichelaar die van zijn slechtheid moest worden overtuigd, of het was de mens die zich van zijn slechtheid tot Christus bekeerd had en nu door Hem tot goede werken in staat gesteld was.

Daarmee was de vraag naar de relatie tussen Jezus Christus en de goede mens lang niet afdoende beantwoord.

Door de verwaarlozing van deze vraag versmalde men het evangelie tot een oproep tot bekering en een troostwoord voor drinkers, echtbrekers en zulk soort lieden en het evangelie verloor zijn relevantie voor de goede mensen. Over de bekering van de goede mens tot Christus wist men weinig te zeggen.

Uit protest tegen een gemakkelijke verdraaiing van het evangelie, die het goede eenvoudig als een voorportaal van het evangelie beschouwde, heeft men ons met veel vuur een vertekening van het evangelie in omgekeerde zin voorgeschoteld die even gevaarlijk is.

In plaats van de rechtvaardiging van de goede mens is de rechtvaardiging van de slechte mens gekomen, in plaats van een idealisering van de burgerlijke deugden verviel men in het idealiseren van het anti-burgerlijke, van de opstand tegen iedere orde, van de chaos, van de anarchie, van de catastrofe; de vergevende liefde van Jezus voor de zondaars, voor de echtbrekers, voor de tollenaars werd gevormd tot een – psychologisch of politiek gemotiveerde – christelijke sanctionering van de zelfkant, van de prostituées en de landverraders.

Van het evangelie voor de zondaar, waarom het de Reformatie eigenlijk ging, was, zonder dat men het wilde, een aanbeveling van de zonde gemaakt. Het goede – in de goed burgerlijke zin – viel ten prooi aan spot.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Een gevaarlijke omkering” – “Terug naar de Bron” (3 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 37 17 - The power of the wicked will be broken - Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie

‘Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (6)

(…) 1 En het gebeurde, toen Hij ergens aan het ​bidden​ was, dat een van Zijn discipelen tegen Hem zei, toen Hij ophield: Heere, leer ons ​bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. (Uit Lukas 11)

De eerste bede (1): Uw Naam worde geheiligd.

Alhoewel slechts enkele woorden, wat een oneindig diepzinnige bede is ons hier gegeven om vanuit het hart te bidden! Onder de zeven smeekbeden is er geen groter bede om te bidden dan: ‘Uw Naam worde geheiligd.’

Merk op dat Gods naam van zichzelf heilig is en niet door ons geheiligd wordt, want het is God die ons en alle dingen heiligt. Nee, dit betekent (zoals St. Cyprianus verklaart) dat het in ons geheiligd moet worden. In deze bede wordt God alles en wordt de mens niets. De andere zes smeekbeden dienen hetzelfde doel en dezelfde intentie, namelijk het heiligen van Gods naam. Als dat is gebeurd, is alles goed gedaan, zoals we zullen zien.

Om te zien hoe Gods naam in ons wordt geheiligd, vragen we ons eerst af hoe deze in ons ontheiligd en onteerd wordt. Om dit te verduidelijken, zeggen we kortweg dat het op een dubbele manier in ons wordt onteerd: ten eerste wanneer we Gods naam misbruiken om te zondigen – ten tweede wanneer Hem van deze Naam beroven – om deze aan onszelf of andere goden toe te kennen – waardoor we  Zijn heilige Naam ontvreemden.

Een heilig vat (2) in de kerk kan op twee verschillende manieren worden geschonden: ten eerste wanneer het niet wordt gebruikt in dienst van God maar voor menselijke doeleinden; ten tweede, als het wordt geroofd en gestolen (om elders te dienen).

De naam van God wordt eerst in ons ontheiligd wanneer we hem misbruiken, zoals bijvoorbeeld wanneer we hem gebruiken, niet voor de zorg, verbetering of voordeel van onze ziel, maar voor zondige doeleinden en ten nadele van onze ziel.

De verschillende manieren waarop dit wordt gedaan zijn bijvoorbeeld: toverij (magie), uitdrijving (exorcisme), liegen, zweren, vloeken, bedriegen etc. Deze staan ​​allemaal in het tweede gebod van God: ‘Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken.’

Kort samengevat:
We ontwijden Gods naam als we niet als Zijn kinderen leven en samenleven.
(3)

(1) Uit het voorwoord: ‘De tekst van Luther’s uiteenzetting is niet moeilijk te volgen. Luther behandelt niet alleen de verschillende delen van het gebed (inleiding, elk van de smeekbeden en het Amen), maar bespreekt de aard van het gebed in de eenvoudige woorden van het dagelijkse (mensen)leven.
De vertaling is gebaseerd op de tekst, Auslegung deutsch des Vaterunsers für die einfältigen Laien (Weimarer Ausgabe) WA 2, (74) 80-130. ‘

(2) Afgezonderd voor de dienst aan God – denk aan het tempelgerei – maar hier gaat het natuurlijk over de leden van Christus gemeente zoals die van de wereld afgezonderd zijn om God met heel hun hart lief te hebben en te dienen.

(3) De Naam van God wordt in Christus gemeente juist daarin op het heerlijkst geheiligd wanneer onze drie-enige God erkend en aanbeden wordt als onze Vader, Die ons in Jezus Christus genadig tot Zijn kinderen aangenomen heeft en waar ook wij – als Zijn geliefde kinderen! – elkaar steeds weer vergeving schenken en elkaar (daarom) in Jezus Christus aanvaarden als geliefde broeders en zusters waarmee wij in hartelijke verbondenheid hebben samen te leven door het werk van de Heilige Geest. (Zie o.a. deze Bijbelteksten over liefhebben van de naaste)

Maarten Luther:  Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 87, 8-34 (translation used: Luthers Works, Amercan Edition vol. 42, p. 27-28)

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, they can use our web-form on the homepage of www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from these weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

NB. Bovenstaande tekst is een vertaling van de Engelstalige Luther-quote.

Bron afbeelding:  Bible verses

Lukas 11 2 - Hollowed be Thy Name - Bible verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Van de rechtvaardigen… (II)

(…) Hoe de mensen ook leven, ik houd mij aan het woord van Uw lippen
(Psalm 17 : 4a)

In tijden, waarin recht en orde vast verankerd zijn, waarin de wet regeert en de overtreder van de wet met de vinger wordt nagewezen en verstoten, zijn het de figuren van de tollenaar en de hoer, die dienen om het evangelie van Jezus Christus aan de mensen duidelijk te maken. ‘De tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods’ (Matteüs 21 : 31).

Echter, in tijden, waarin alles op drift is, waarin wetteloosheid en slechtheid zelfverzekerd triomferen, zullen wij, wil nog duidelijk worden wat het evangelie is, eerder moeten wijzen op de enkelen voor wie recht, waarachtigheid en menselijkheid nog iets betekenen.

Andere tijden zagen, hoe de slechten de weg naar Christus vonden en de goeden verre van Hem bleven. Wij zien, hoe de goeden Jezus terugvinden en de slechten hun hart voor Hem sluiten. Andere tijden konden prediken: gij kunt Jezus pas kennen en vinden, als gij een zondaar geworden zijt, zoals deze tollenaars en hoeren. Wij moeten eerder zeggen: gij kunt Jezus Christus pas kennen en vinden, als gij een rechtvaardige geworden zijt zoals dezen, die strijden en lijden voor recht, waarheid en menselijkheid.

Beide uitspraken zijn even paradoxaal en op zich zelf genomen onmogelijk. Maar zij typeren de situatie. Christus is bereikbaar voor goeden en voor slechten en beiden bereiken Hem alleen als zondaars, dus als mensen, die in alles wat zij doen, goed of slecht, van de oorsprong zijn afgevallen. Hij roept hen tot de oorsprong terug en zegt, dat zij niet meer goed of slecht, maar gerechtvaardigde en geheiligde zondaars zijn.

Maar voordat wij spreken over dit laatste, waarin uiteindelijk goeden en slechten voor Christus één zijn en waarin de verschillen tussen de tijden voor Christus niet meer gelden, mogen wij niet de vraag uit de weg gaan, die ons door onze ervaring en onze tijd gesteld wordt, namelijk wat het betekent, dat de goeden Christus vinden, m.a.w. wat de relatie is van Jezus Christus tot de goeden en het goede.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Christus en de goede mens” – “Terug naar de Bron” (2 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 17 4 - Uphold my steps - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Van de rechtvaardigen… (I)

(…) want mijn volk heeft twee boze daden bedreven: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zichzelf bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden. (Jeremia 2 : 13)

Eén van de meest verbazingwekkende ervaringen in de jaren, toen alles wat christelijk was in het gedrang kwam, is wel deze, dat het beroep op de menselijke rede tegenover de vergoddelijking van het bloed, het instinct en het roofdier in de mens, dat het beroep op beschaving en humaniteit tegenover de barbarij, het beroep op vrijheid en tolerantie en de rechten van de mens tegenover de verkrachting van het recht en de menselijke waardigheid, dat de verwijzing naar de autonomie van de verschillende levensterreinen tegenover de verpolitisering van wetenschap en kunst, voldoende waren om het bewustzijn te wekken van een soort bondgenootschap tussen de verdedigers van deze in diskrediet gebrachte waarden en de christenen.

Menselijke rede, beschaving, humaniteit, tolerantie, autonomie – al deze begrippen, die tot voor kort hadden gediend als strijdleuzen tegen de kerk, tegen het christendom, tegen Jezus Christus zelf, bleken plotseling met dat zelfde christendom heel nauw verwant.

Bovendien was duidelijk, dat de kerk geen bescherming en geen bondgenoten zocht, maar dat deze ontheemde begrippen hun toevlucht zochten bij het christendom. De zelfstandig geworden en weggelopen kinderen van de kerk keerden in de ure van gevaar naar hun moeder terug. En al waren zij in de tijd van de scheiding sterk veranderd en spraken zij een andere taal, op het beslissende moment herkenden moeder en kinderen elkaar weer.

In Solowjews verhaal over de antichrist bespreken de leiders van de vervolgde kerken in de laatste dagen voor de wederkomst de vraag, wat ieder van hen het kostbaarste vindt in het christendom. Het duidelijke antwoord luidt: Jezus Christus zelf.

Daarmee wordt gezegd, dat niets bestand is tegen de antichrist tenzij Christus zelf. Alleen wie aan Hem deel heeft, kan bestaan en overwinnen. Hij is het centrum en de krachtbron van bijbel, kerk en theologie, maar ook van humaniteit, menselijke rede, recht en beschaving. Tot Hem moet alles terugkeren (1), alleen onder zijn bescherming kan het leven.

Misschien wordt dit goeddeels onbewust geweten en neemt daarom alles,
wat niet de prooi wil worden van de antichrist, in het uiterste gevaar
zijn toevlucht tot Christus.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wie niet tegen ons is, is voor ons” – “Terug naar de Bron” (1 oktober) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Opgemerkt AJ:
(1) En Christus laat zich alleen “middelijk” vinden en kennen door het dagelijks luisteren naar God’s Woord, door gebed en gebruik van de Sacramenten. Alleen zo stellen we werkelijk ons leven en samenleven onder de hoede van Jezus Christus en daarmee onder God’s beschermende Vaderhanden.

Bron afbeelding:  blog.biblia.com

Jeremia 2 13 - They have forsaken Me - blog biblia com

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

‘Het Onze Vader uitgelegd voor eenvoudigen’, 1519 (4)

(…) 1 En het gebeurde, toen Hij ergens aan het ​bidden​ was, dat een van Zijn discipelen tegen Hem zei, toen Hij ophield: Heere, leer ons ​bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. (Uit Lukas 11)

Uit de inleiding (1) – Onze Vader, die in de hemel is

(…) “Laat ieder goed oppassen wanneer hij maar een vonkje van toewijding voelt, terwijl hij deze woorden (na)spreekt, anders worden we nog het slachtoffer van het gif van de oude slang, namelijk dodelijke arrogantie, die zegt: ‘Zie! Nu bid ik met hart en lippen en voel zo’n grote toewijding, dat ik betwijfel of er iemand anders is die zo goed en vrij tot  God kan spreken als ik.’

Dit soort gedachten worden geïnspireerd door de duivel, en dus word je erger dan al degenen die nooit bidden. Ja, zulke gedachten zijn bijna als godslastering en God vervloeken. Je moet jezelf niet prijzen, in al het goede dat je hebt en voelt, maar God!

Tenslotte moeten we met grote precisie opmerken met welke woorden Christus ons dit gebed leert bidden. Hij wil niet dat iemand alleen voor zichzelf bidt, maar voor de hele mensheid.

Hij leert ons niet om ‘Mijn Vader’ te zeggen, maar ‘Onze Vader‘ Omdat het gebed een geestelijk goed is dat met iedereen gedeeld wordt, durven we niemand dit gebed te ontzeggen, zelfs onze vijanden niet.

Want omdat God de Vader van ons allen is, wil hij ook dat we als broeders voor elkaar zijn, die elkaar innig liefhebben en die voor elkaar bidden zoals ieder voor zichzelf doet. ‘

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 85, 36 – 86, 13 (translation used: Luthers Works, Amercan Edition vol. 42, p. 26)

(1) Uit het voorwoord van Luther: ‘Het zou echt niet nodig moeten zijn dat mijn preken en woorden overal in het land verspreid worden. Er zijn zeker andere boeken die mogelijk goed of voordelig kunnen dienen als preken voor de mensen. Ik weet niet waarom God me voorbestemd heeft om deel te nemen aan dit spel waarin mensen mijn woorden oppikken en verspreiden, sommigen als mijn vrienden, anderen als vijanden. Dit heeft me ertoe aangezet om dit Onze Vader te publiceren en het verder uiteen te zetten in de hoop dat ik hiermee ook mijn tegenstanders een gunst zal bewijzen. Het is altijd mijn bedoeling om voor iedereen nuttig en behulpzaam te zijn en voor niemand schadelijk. ‘

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, they can use our web-form located on the homepage of www.maartenluther.com There you can find both options to subscribe and unsubscribe from these weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

NB. Bovenstaande tekst is een vertaling van de Engelstalige Luther-quote.

Bron afbeelding:  Pinterest

Lukas 11 1 - Lord teach us to pray - Pinterest


 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

LIEFDESVERKLARING…

(…) Ik verwachtte een liefdesverklaring aan Amerika, maar uw boek is kritisch.

(…) “Ik heb er veertien maanden als een bezetene aan gewerkt. Lezen, graven, schrijven. Ik zat in een cocon. Het kwam weleens voor – heel grappig is dit, heel privé – dat mijn vrouw rond het middaguur zei: ‘Nu ga ik je luchten.’ Dan wandelden we even, haalden we een broodje, en dan ging ik weer aan de slag. Zo ging dat. Ik heb niet gereisd, had minder tijd voor anderen. Mijn kinderen merkten het ook. ‘Waar is die ouwe? Ah, hij is weer met z’n boek bezig’.”

(…) ,,Toen ik er als jonge journalist voor het eerst kwam, in de jaren 70, was Amerika het beloofde land. In alles beter, dacht ik. Maar ik heb het leren kennen. Het is een derdewereldland met uitschieters naar boven. Er is een ontstellend kleine bovenlaag, dat zijn allemaal blanken, en die beheersen het totale leven. Het racisme zit onwaarschijnlijk diep. Wij beseffen dat hier niet. Kijk: hier, in dit restaurant kan iedereen gaan zitten. Die twee meisjes die daar champagne zitten te drinken: als dat twee zwarte meisjes waren, zou iedereen dat prima vinden. Maar in Amerika niet. O nee. Trump noemt het ‘the greatest country in the world’. Nou, ik ga liever naar Helsinki dan naar Alabama.

(…) We hadden hier (in NL) een voorsprong van 1492 jaar, maar die voorsprong loopt terug. Omdat wij nu te maken krijgen met wat zij al veel langer hebben: de komst van grote groepen minder geschoolde mensen uit arme gebieden. En dus zien we hier nu dezelfde dingen gebeuren, valt dat laagje beschaving weg.

“Misschien was dat wel een van mijn motieven om dit boek te schrijven.”

Uit Jeremia 4 en 5: (…) 22 De HEER zegt: ‘Dwaas is mijn volk, het is met mij niet vertrouwd. Het zijn ​kinderen​ zonder verstand, inzicht hebben ze niet.
(…) 26 Want onder Mijn volk worden goddelozen gevonden. Men ligt op de loer, ineengedoken als vogelvangers. Zij zetten een vernielende strik, mensen vangen zij. 27 Hun ​huizen​ zijn zo vol bedrog als een kooi vol vogels. Daarom zijn zij groot en rijk geworden, 28 vet en vadsig. Zelfs overtreffen zij de slechtste dingen: geen rechtszaak behartigen zij, zelfs niet de rechtszaak van een wees, en toch hebben ze voorspoed, het recht van de armen laten zij niet gelden. (…)

Bron tekst: AD (via Blendle) – ‘Ik hoef niet meer in beeld’ (1) door Peter Groenendijk

(1) ‘Ik hoef niet meer in beeld’ Mart Smeets schreef naar eigen zeggen ‘eindelijk eens een serieus boek’. Terwijl hij daarmee bezig was, begon zijn hart te haperen. ‘Ik ben aan het aftellen.’

Bron afbeelding:  Pinterest

Jeremia 3 19-20 - I would love to treat you as my own children - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie