Zijn engelen…

(…) 10 Waak ervoor ook maar een van deze kleinen te verachten.  Want ik zeg jullie: hun ​engelenin de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader  (Uit Matteus 18)

In de kerk is ook [jaarlijks] een dag bestemd waarop we preken over de engelen. (1) Dit doen wij voor de jeugd of, om het beter te zeggen, voor alle christenen, zodat wij de dienst der engelen niet vergeten en God daarvoor blijven danken. In de brief aan de Hebreeën lezen wij dat deze machtige hemelvorsten door God zijn verordend om ons te dienen en te beschermen: ‘Zijn zij niet allen gedienstige geesten, uitgezonden omwille van hen die de zaligheid zullen beërven? (vgl. Hebreeën 1 : 14).

Het is zeker waar dat God ons ook Zelf kan beschermen voor de duivel en alle aanvechting, zónder de dienst der engelen. Dat wil Hij echter niet doen, maar Hij heeft het zo verordend dat altijd het ene schepsel het andere moet dienen.

Op dezelfde manier als wij God ervoor moeten danken dat Hij vader en moeder, wereldlijke overheid, zon en sterren, koren en allerlei andere schepselen aan ons geeft, die ons dienen en helpen in dit tijdelijke leven. Zo moeten wij ook leren dat God ons door Zijn engelen beschermt en bijstaat – daarvoor moeten wij God ook danken.

Want, lieve vrienden, u hebt vaak gehoord dat de duivel overal rondom de mensen is (vgl. 1 Petrus 5 : 8), aan het hof van een vorst, in de huizen, op het veld, op alle wegen, in het water, in de bossen, in het vuur en noem het maar op.

Kortom: alles is vol duivels, die niets anders willen dan iedereen graag zo snel mogelijk de hals breken en ombrengen. Want het is zeker waar: als God de duivel niet steeds weerhield, dan liet de duivel geen graankorreltje, geen vis of vlees, geen druppel water, bier of wijn onbesmet. (2)

(…) Op dezelfde manier gaat het als er onvoorziene dingen gebeuren, als de een in het vuur en de ander in het water terechtkomt. In dit alles heeft de duivel zijn hand, die altijd naar ons steekt en slaat en ons graag allerlei ongelukken toebrengt. (2)

Raakt het, dan heeft hij zijn zin, raakt het echter niet, dan is dat werkelijk een teken dat God hem door Zijn lieve engelen heeft weerstaan.

[Behandelde tekst: Mattheüs 18 : 1-10]

Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52,715,30 – 716,27 (verkort)

(1) Volgens een oud kerkelijk gebruik, St. Michaëlsdag, 29 september.
(2) Geen mens, geen huwelijk, geen gezin en familie en ook geen christelijke gemeente blijft onbesmet en ongeraakt.

(…) 7 Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de ​duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8 Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw ​hart, weifelaars. 9 Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10 Verneder u voor de ​Heer, dan zal hij u verheffen. (Uit Jakobus 4)

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” (Zondag 52, v&a 127, “Welke is de zesde bede?”) samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest

Matteüs 18 10 - Don't look down - Pinterest

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s