Christelijke zielszorg… (I)

(…) 20 De jongeling zei tot Hem: Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort? 21 Jezus​ zei tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij. 22 Toen de jongeling [dit] woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen. (Uit Matteüs 19)

Alleen de gelovige is gehoorzaam,
alleen de gehoorzame gelooft.

(…) Het is voor de zielzorger van groot belang, dat hij spreekt vanuit zijn weten van beide uitspraken. Hij dient te weten, dat de klacht over een gebrek aan geloof altijd weer uit bewuste of reeds niet meer bewuste ongehoorzaamheid voortkomt en dat deze klacht al te gemakkelijk wordt beantwoord met de troost van de goedkope genade.

Daarbij blijft echter de ongehoorzaamheid ongebroken en het woord van de genade wordt tot de troost die de ongehoorzame zichzelf inspreekt, tot de zondenvergeving die hij zichzelf toe-eigent. Daarmee wordt voor hem de verkondiging zonder inhoud en dringt niet meer tot hem door.

En hoewel deze ongehoorzame zichzelf duizend maal de zonden vergeeft, vermag hij toch niet aan de werkelijke vergeving te geloven, inderdaad omdat hem die in waarheid ook helemaal niet is geschonken. De ongehoorzame doet zich te goed aan de goedkope genade, omdat hij wil volharden in de ongehoorzaamheid. Dat is een vaak voorkomende situatie in de hedendaagse christelijke zielszorg.

Dan moet het wel zover komen, dat de mens door de zichzelf geschonken zondenvergeving in zijn ongehoorzaamheid verstokt raakt, dat hij voorgeeft het goede en het gebod van God niet te kunnen onderkennen. (1) Dat is immers dubbelzinnig en voor allerlei uitleg vatbaar. Het aanvankelijk nog zekere weten van de ongehoorzaamheid wordt meer en meer verduisterd en leidt tot verstoktheid.

Hier heeft de ongehoorzame zich zo verward en verstrikt, dat hij het woord niet meer kan horen. Hier kan inderdaad niet meer geloofd worden. Het gesprek tussen de verstokte mens en de zielzorger zal dan ongeveer zo verlopen: ‘Ik kan niet meer geloven.’ – ‘Luister naar het Woord; dat wordt u gepredikt!’ – ‘Ik hoor het wel, maar het zegt me niets, het blijft zonder inhoud voor me, het gaat aan mij voorbij.’ – ‘Ge wilt niet horen.’ – ‘Ja, dat wil ik wél.’

Nu is het punt bereikt, waarop het gesprek met de zielzorger meestal afbreekt, omdat hij niet weet waar hij aan toe is. Hij kent alleen de ene uitspraak: alleen de gelovende is gehoorzaam. Met deze uitspraak kan hij de verstokte mens niet helpen, die juist dit geloof niet heeft en ook niet kan hebben.

De zielzorger meent dus reeds hier voor het laatste raadsel te staan, dat God aan de ene het geloof schenkt, dat Hij aan de ander onthoudt. Met deze stelregel wordt dan gecapituleerd. De verstokte mens blijft alleen en klaagt berustend verder over zijn nood. Maar juist hier ligt het keerpunt van het gesprek…

> Zie vervolg: ‘Christelijke zielszorg… (II)

(1) Zie ook:  Moeilijk?

Bron tekst:  Dietrich Bonhoeffer – ‘Navolging‘ – Vijfde druk  – Uitgeverij Ten Have

(…) 2 Daarop zei ​Samuel: ‘Schept de HEER meer behagen in ​offers​ dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan ​offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. 23 Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de HEER verworpen; daarom verwerpt hij u als ​koning!’ (Uit 1 Samuël 15)

Bron afbeelding:  Biblia.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Geen rechtszaak is nog zuiver…

(…) 4 Geen aanklacht is nog zuiver, geen rechtszaak wordt eerlijk gevoerd.
(Uit Jesaja 59)

Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XL)

Het werk van het Achtste (of Negende) gebod (I)

Leg over een ander geen vals getuigenis af.

Dit gebod lijkt onbetekenend, en toch is het zo groot dat degene die in alles naar dit gebod wil leven, lichaam en leven, eigendom en reputatie, vrienden en alles wat hij heeft, in gevaar moet brengen. En toch omvat het niet meer dan het werk van dat kleine lid, de tong, en in het Duits heet het ‘de waarheid vertellen’, [‘Wahrheit sagen’], wat betekent dat leugens worden weerlegd waar en wanneer dat nodig is, en daarmee en daarom zijn veel kwade werken van de tong door dit gebod verboden.

Als eerste zijn er die werken die gedaan worden door te spreken, en die gedaan worden door te zwijgen. Neem bijvoorbeeld het volgende geval: ‘Iemand die een discutabele zaak voor de rechtbank heeft gebracht en die vastbesloten is om zijn of haar zaak te winnen door het na te streven met vals bewijs, die zijn naaste slim en subtiel weet te vangen, en die verder alles doet dat de eigen zaak dient en bevordert, en alles wat de goede zaak van zijn naaste bevorderen zou, verdringt en verzwijgt, dan behandelt zo iemand zijn naaste niet zoals hij of zij zou willen dat de ander met hem of haar zou doen.’

Sommige mensen doen dit louter ten bate van eigen voordeel en plezier, sommigen om verlies of schaamte te voorkomen, en daarmee zoeken ze dus allen hun eigen voordeel in plaats van [het zich houden aan] Gods gebod, zich daarbij verontschuldigend door te zeggen, ‘vigilanti jura subveniunt,’ ‘De wet helpt degene die waakzaam is.” (of: die voor zichzelf opkomt).  Alsof we niet net zo goed verantwoordelijk zijn om even waakzaam te zijn voor de belangen van onze naaste als voor ons eigen belang! Ze laten opzettelijk toe dat de zaak door hun naaste verloren wordt, hoewel ze weten dat deze het gelijk aan zijn kant heeft.

Dit kwaad is tegenwoordig zo algemeen dat ik vrees dat er geen rechtszitting wordt gehouden en dat er geen rechtszaak wordt beproefd, zonder dat er een partij is die tegen dit gebod zondigt. En zelfs als ze het niet voor de rechter kunnen of durven brengen, dan hebben ze nog de onrechtvaardige geest en vastberadenheid om te verlangen dat er van de rechtvaardige zaak van hun naaste niets terecht komt en dat hun eigen onrechtvaardige zaak winst boekt.

De volgende zonde zien we vooral daar waar de tegenstander een vooraanstaand iemand of een vijand is. Een mens wil zichzelf wreken op zijn vijand, maar wil als ieder ander daarbij niet publiekelijk een slechte reputatie oplopen. En dan begint de vleierij en kruiperigheid, ofwel de onderdrukking van de waarheid. Niemand blijkt bereid om het risico te lopen van oneerlijke behandeling of ongenoegen, of van schade lijden en/of gevaar lopen, omwille van de waarheid.

En zo gaat het gebod van God van tafel. En zo gaat het in deze wereld. Degene die zich aan dit gebod wil houden, zou beide handen vol hebben aan het juiste gebruik of juist onthouden van het gebruik van z’n tong in allerlei zaken. En dan nog dit: hoeveel mensen zijn bereid om te zwijgen en af te wijken van het pad der waarheid wanneer geschenken en/of steekpenningen worden aangeboden?! Als gevolg is het overal een edel, groots én zeldzaam werk om geen vals getuigenis over de naaste af te leggen.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 273 / S. 274 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 110 / blz. 111)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 1 Verschaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak.  
(Uit Psalm 43)

Bron afbeelding: Pinterest Bible Scriptures

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Moeilijk?

(…) 50 Dit is de troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij doet leven. 
(Uit Psalm 119)

(…) De dingen zijn veel eenvoudiger dan ons lief is. Niet dat wij Gods geboden niet kennen, maar dat wij ze niet dóen – en als gevolg van die ongehoorzaamheid de geboden langzaam maar zeker ook niet meer correct kunnen interpreteren – dát is onze nood. Niet dát God zijn geboden verbergt voor ons wordt hier gezegd, maar: God wordt om genade aangeroepen zijn geboden voor ons niet te verbergen. Het is aan Gods vrijheid en wijsheid de genade van zijn geboden van ons weg te nemen, maar dan mogen wij niet berusten, maar veeleer dringend en aanhoudend bidden: verberg uw geboden niet voor mij…

Lees het betreffende Bonhoeffer-citaat in z’n geheel: “Gods wil in tijden van nood

Bron afbeelding:  Knowing Jesus

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Die u in alle waarheid leidt…

(…) 12 Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; 13 maar wanneer Hij komt, de ​Geest​ der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. 14 Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. 15 Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zei Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen. (Uit Johannes 16)

Wat zou het mij/ons baten…

(…) Waarheid in de Bijbel is een grondwoord, dat te maken heeft met de levende God Zelf aan gindse zijde van tijd en ruimte. Maar het is vooral een woord dat te maken heeft met de gang van deze God door de geschiedenis. Met de heilsgeschiedenis, met heilsfeiten: die van kruis en opstanding. Waarheid is Gods betrouwbaarheid, in Zijn bevelen en beloften. Daarmee valt geen sterveling ooit om. Het liefdesgebod des Heeren waaraan de mens het hart mag ophalen. Het verzoenend werk van Christus dat het hart vrede biedt. Voor eeuwig.

(…) Vergeet echter nooit de Bijbelse grondbetekenis van het woord waarheid, dat ik zojuist noemde. Wat zou het u baten, als u in engelentaal de voorname stukken van de Bijbelse en Gereformeerde leer op een rij wist te zetten? Wat zou het u baten, als u van de uitverkiezing alles zou weten wat de Bijbel en de belijdenis van onze kerken erover te kennen geven? Wat zou het u baten, als u vakkundig toegerust in de didactische vorming van onze beroepsvoorbereiding straks adequate benadering van moderne jongeren (van wat voor snit ook) bezit?

Met dat alles bent u nog niet in al de waarheid ingeleid. Het kan zelfs zijn, dat u niets van de waarheid verstaat, er alsnog blind voor bent, er niet daadwerkelijk door bent vrijgemaakt. Want daarvoor is nodig, dat de Geest u aan de voeten van de grote Leermeester en Zaligmaker Jezus Christus brengt. Alle waarheden die u hier zult horen, zijn niet los verkrijgbaar. Niet los van Christus. Niet los van een persoonlijk geloof. En niet los van een daadwerkelijke overgave aan Hem. Niet los van daadwerkelijk christendom. Daartoe wil theologiebeoefening aan ons instituut u dringen. Maar daartoe kan ten diepste alleen de Geest van God en van Christus u leiden. En Hij wil het graag.

Het is Zijn typische werk. Voor het woord ‘leiden in’ (al de waarheid) wordt in Johannes 16 : 13 een Grieks werkwoord (hodègeoo) gebruikt, dat heel sporadisch in het Nieuwe Testament voorkomt. Dit werkwoord herinnert aan het werk van een gids/wegwijzer (‘hodègos’) die het goede spoor wijst, van een herder die met zijn kudde naar grazige weiden en zeer stille wateren gaat. Zo deed Jezus het met Zijn jongeren. Hij ging voor de Zijnen uit in het wandelen in de waarheid. Hij Zelf is de waarheid. Zijn opzoekende zondaarsliefde. Zijn liefdesgeboden (‘dit is Zijn gebod, dat gij elkander liefhebt’; Johannes 15 : 12). Dat is al de waarheid. Dit is de volle waarheid. Zulk een Leermeester was Hij.

En zo doet ook de Heilige Geest. Want Die is daarin niet onderscheiden van Jezus. ‘Die zal u alles leren en zal u indachtig maken wat Ik u gezegd heb’ (Johannes 14 : 26). Hij heeft Jezus’ discipelen als de Geest der waarheid op de weg der waarheid geleid.Hij maakte hen indachtig de dingen die Jezus had gezegd en geleerd (ook die dingen die hun later door Jezus zijn verteld tussen Pasen en Hemelvaart (Johannes 16 : 12; Handelingen 1 : 2v). Zij hebben dat ook opgeschreven. En wij hebben het in de Schrift ontvangen. Al de waarheid (‘tota Scriptura’). Een soort Schriftwording van de Geest.

Dat is het typische werk van de Geest. En dat houdt voor ons in, dat Hij ons in de Schriften thuisbrengt. Dat zijn de grazige weiden, de zeer stille wateren. Hij is niet de Geest van buitenbijbelse spitsvondigheden en warrige religieuze gevoeligheden. Er is geen waarheid achter de waarheid van Jezus’ kruis en opstanding. Geen intellectuele, geen bevindelijke. De Geest heeft de diepten van God altijd al doorzocht en Hij is altijd al bij Christus en Zijn Woord terecht gekomen. Zouden wij dan iets anders zoeken? Zoek het niet.
(Einde citaten)

Zie ook:  Verlangen om naar Gods wil en roeping te leven…

Bron citaten:

Deze voordracht is gehouden bij de opening van het collegejaar 1991-1992 van de Theologische Hogeschool vanwege de Gereformeerde Bond in de NH Kerk in het kerkgebouw ‘De Akker’ te Ede (14-09-1991). Vanaf deze datum zijn de colleges niet langer gegeven in gebouw Calvijn te Zeist, maar in de Protestants Christelijke Hogeschool op g.g. ‘De Vijverberg’, thans de CHE. De opleidingen tot Godsdienst-Pastoraal Werker en Godsdienstleraar waren door de minister erkende opleidingen. In 1992 is door een samenwerkingsverband met de CHE de GPW opleiding ook een bekostigde opleiding geworden. Deze voordracht is eerder gepubliceerd geweest (enigszins gewijzigd) in de Waarheidsvriend, officieel orgaan van de Ger.Bond, jrg. 79, nr. 38, blz. 589v.

Aanvullend:

Het Louw-Nida Lexicon geeft het werkwoord weer met: ‘to guide someone in acquiring information’ – `to lead someone to know, to guide someone in learning.’ King James vertaalt het slot van Joh.16:13 met:…’and He will shew you things to com’. Het werkwoord komt ook voor in Matth.15:14 (par. Luk.6:39) (de blinde leiden); in Hand.8:31 (iemand onderrichten) en Openb.7:17 (het Lam als een Leidsman tot de levende fonteinen der wateren). Vgl Ps. 24:5; 142:10

Het Griekse ‘hodègeoo’ (van ‘hodos’ – weg + ‘agein’ – leiden) betekent zowel gidsen/ de weg wijzen als/ geleiden, ‘onderwijzen’ . Vgl. Joh.16:13: De Geest van de waarheid Die u op de weg (van de volle waarheid) zal leiden/ onderwijzen; door te spreken wat Hij gehoord heeft en te verkondigen de toekomende dingen (= verdieping en voleinding van Jezus’ leer). Joh.14:26: Hij zal u alles leren + u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb ( = de bevestiging van Jezus’ leer). Dus ‘’hodègeoo’ = vooral onderwijzen.

Bron afbeelding:  Slideshare.net

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Wonderen – ook vandaag!

Als Uw woorden opengaan is er licht en inzicht
(Psalm 119 : 30)

Gods (zondagse) dienst aan ons!

Het lijkt niet goed te gaan met de kerk. Voor steeds minder mensen betekent de zondag nog iets, het is een gewone dag zoals alle andere dagen…

De economie staat geen dag meer stil, ze draait zeven dagen per week…

Op zondagmorgen maken de mensen zich niet meer klaar om naar de kerk te gaan, maar om hun boodschappen te doen.

De Psalmist kent dat gevoel: het lijkt wel of ik de enige gelovige ben, Wat blijft er over van de (onze) dienst aan God? (1) Hij kan er wanhopig van worden.

Maar er gebeuren ook wonderen: de bron des levens is niet opgedroogd, de dorstigen kunnen komen. God geeft ook vandaag nog licht en inzicht. Het is niet afhankelijk van de omgeving waarin je verkeert.

Wie smeekt om het licht van Gods gelaat zal dat wonder beleven. Ook vandaag!

Lezen:  Psalm 119 : 129 – 136

Bron tekst: Meditatie van vrijdag 28 juni – Bijbels dagboek “Dag in dag uit 2019” – Leger des Heils | Ark Media

Zie ook:  Wonderlijke verhoring van gebeden…

(1) Laten we toch (weer) diep beseffen dat juist de zondag niet is een dag van onze dienst aan God, maar een dag van Gods dienstbewijs aan ons! Jezus kwam naar ons en stond op uit de dood en voer weer op naar de hemel om ons te dienen. Dat gedenken en belijden en brengen wij in praktijk op de zondag: het kwam en komt en zal ons allemaal toekomen van Gods kant! Wij zijn diep afhankelijk van God en God is in niets afhankelijk van ons en onze (gods)dienst aan Hem! Zie o.a. de boodschap van Psalm 50 en Jesaja 58 en 59!
NB. Wij mensen zijn wel geroepen tot en afhankelijk van onze dienst aan elkaar en in en aan Gods schepping –  en daar mogen wij iedere zondag weer toe aangegord en gesterkt worden.

(…) 1 O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen ​geld​ hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder ​geld​ en zonder prijs ​wijn​ en melk. 2 Waarom weegt gij ​geld​ af voor wat geen brood is en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede eet en uw ziel zich in overvloed verlustige. 3 Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw ziel leve; Ik zal met u een eeuwig ​verbond​ sluiten: de betrouwbare genadebewijzen van ​David. (Uit Jesaja 55)

(…) 37 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond ​Jezus​ in de ​tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! 38 “Rivieren van levend water zullen stromen uit het ​hart​ van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ 39 Hiermee doelde hij op de ​Geest​ die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de ​Geest​ was er namelijk nog niet, want ​Jezus​ was nog niet tot Gods majesteit verheven. 40 Toen de mensen in de menigte dit hoorden zeiden ze: ‘Dit moet wel de ​profeet​ zijn. (Uit Johannes 7)

Bron afbeelding: Tell the Lord Thank You

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Wonderlijke verhoring van gebeden…

Na schuld belijden en lofprijzing…

(…) 1 Overmand door verdriet barstte ik in tranen uit, en snikkend bad ik: 2 ‘Heer, u bent ​rechtvaardig, alles wat u doet is ​rechtvaardig. Al uw daden getuigen van uw ​barmhartigheid​ en trouw. U bent Rechter van de wereld. 3 Vergeet mij toch niet en vestig uw blik op mij, Heer, en straf mij niet voor mijn ​zonden​ en mijn onbezonnen daden, noch voor die van mijn voorouders. Ze hebben tegen u gezondigd 4 en uw geboden niet in acht genomen. Daarom hebt u ons prijsgegeven aan plundering, ​ballingschap​ en dood, en worden we bespot, belasterd en beledigd door alle volken waaronder we zijn verstrooid.

5 Ja, uw oordeel over mij is ​rechtvaardig, want ik heb gezondigd. We hebben uw geboden niet in acht genomen en zijn u niet trouw gebleven. 6 Doe daarom met mij wat u wilt, gebied toch dat mijn levensadem wordt teruggenomen. Dan word ik tenminste verlost van dit aardse bestaan en verga ik tot stof. Ik kan maar beter sterven dan dat ik nog langer moet leven, want de leugenachtige verwijten die ik heb moeten aanhoren, hebben me diep gegriefd. Ach Heer, gebied toch dat ik van deze ellende word bevrijd en laat me naar mijn eeuwige rustplaats gaan. Wend uw blik niet van me af, Heer, want het is beter dat ik sterf dan dat ik in ellende moet leven en me vals moet laten beschuldigen.’

7 Diezelfde dag werd ​Sara, de dochter van Raguel uit Ekbatana in ​Medië, door een van de ​slavinnen​ van haar vader beledigd. 8 Sara​ was al aan zeven mannen ten ​huwelijk​ gegeven, maar de ​boze geest​ Asmodeüs had ze allemaal in de huwelijksnacht gedood, nog voordat ze – zoals gebruikelijk is in de huwelijksnacht – gemeenschap met haar hadden gehad. De ​slavin​ wierp haar voor de voeten: ‘U vermoordt al uw echtgenoten. Aan maar liefst zeven mannen bent u al uitgehuwelijkt, maar van niet één draagt u de naam. 9 Moet u óns mishandelen omdat uw echtgenoten zijn gestorven? Ga ze liever achterna, dan wordt ons tenminste voor altijd een ​kind​ van u bespaard.’

10 Huilend van verdriet vluchtte ​Sara​ naar de bovenverdieping van haar vaders ​huis. Ze wilde zich daar verhangen, maar kwam tot bezinning en dacht: Ze zullen tegen mijn vader zeggen: ‘Je enige ​kind, je dochter van wie je zoveel hield, heeft zich van ellende verhangen.’ Wat een schande zal dat voor hem zijn op zijn oude dag. Hij zal nog van verdriet sterven.
Nee, dat kan ik hem niet aandoen. Ik mag me niet verhangen. Het is beter dat ik de Heer vraag of hij me wil laten sterven; dan hoef ik nooit meer van die valse beschuldigingen aan te horen. 11 Ze ging naar het raam, hief haar handen omhoog en bad: ‘Geprezen bent U, barmhartige God, uw naam zij voor eeuwig en altijd geprezen. Laat heel uw schepping U tot in eeuwigheid prijzen. 12 Ik wend mij tot U, ik sla mijn ogen naar u op. 13 Bevrijd me toch van deze wereld, laat me nooit meer zo worden beledigd.

14 U weet, Heer, dat nog geen enkele man mijn zuiverheid bezoedeld heeft 15 en dat ik in dit land waar ik als balling leef, mijn naam nooit te schande heb gemaakt, en ook niet die van mijn vader. Ik ben zijn enige ​kind, hij heeft geen andere erfgenaam dan ik. En er is in onze hele ​familie​ niemand meer wiens vrouw ik zou kunnen worden. Er zijn al zeven mannen van me omgekomen. Waarom zou ik nog moeten leven? Maar als u mij niet wilt laten sterven, Heer, sla dan tenminste acht op de schande die me is aangedaan.’

16 De ​gebeden​ van Tobit en ​Sara​ vonden op hetzelfde moment gehoor voor de ​troon​ van God. 17 Hij stuurde de ​engel​ Rafaël om hen te bevrijden: Tobit van zijn blindheid, zodat hij weer het licht zou zien dat door God geschapen is, en ​Sara, de dochter van Raguel, van de ​boze geest​ Asmodeüs, zodat ze aan Tobias, de zoon van Tobit, tot vrouw kon worden gegeven. Want van alle mannen die ​Sara​ als vrouw wilden hebben, kwam het Tobias het meest toe met haar te trouwen. Op het moment dat Tobit van de binnenplaats zijn ​huis​ binnenging, ging ​Sara, de dochter van Raguel, van de bovenverdieping naar beneden…

~~~

(…) 4 Ik bad tot de HEER, mijn God, en beleed schuld: ‘Heer, grote en geduchte God, die zijn beloften nakomt en trouw is aan wie Hem ​liefhebben​ en doen wat hij gebiedt; 5 wij hebben gezondigd en ons misdragen. Wij zijn slecht en ​opstandig​ geweest, wij zijn van uw geboden en regels afgeweken 6 en wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de ​profeten, die in uw naam tot onze koningen, onze vorsten, onze ​oudsten​ en tot het hele volk gesproken hebben.

(…) 7 U, Heer, staat in uw recht, maar tot op deze dag staat de schaamte ons op het gezicht, ons, de mannen van Juda, de inwoners van ​Jeruzalem, alle Israëlieten, of ze nu dichtbij zijn of ver weg, in alle landen waarheen u hen hebt verdreven vanwege hun ontrouw jegens U. 8 HEER, ons en onze koningen, onze vorsten en onze ​oudsten​ staat de schaamte op het gezicht, omdat wij tegen u gezondigd hebben

(…) 20 Terwijl ik nog sprak en bad, mijn ​zonde​ en de ​zonde​ van mijn volk Israël beleed, en mijn smeekbede omwille van de ​heilige​ berg​ van mijn God richtte tot de HEER, mijn God, 21 terwijl ik mijn ​gebed​ nog uitsprak, vloog de man ​Gabriël, die ik eerder in het ​visioen​ had gezien, snel naar mij toe. Het was de tijd van het avondoffer. 22 Hij begon mij uitleg te geven. Hij zei: ‘Daniël, ik ben nu gekomen om je een helder inzicht te geven. 23 Er is een woord uitgegaan toen je je smeekbede begon en ik ben gekomen om het over te brengen

Bron tekst:  Tobit 2 en 3 en Daniel 9 (NBV, Nederlands Bijbelgenootschap)

Bron afbeelding:  Pinterest – Scriptures and Quotes

Geplaatst in Diversen, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

De mens en de goedertierenheid van God…

(…) 6 HEER, hoog als de hemel is Uw ​liefde,
tot in de wolken reikt Uw trouw,
7 Uw ​gerechtigheid​ is als de machtige bergen,
Uw ​rechtvaardigheid​ als de wijde oceaan:
U, HEER, bent de redder van mens en dier.
(Uit Psalm 36)

Over dwazen en goddelozen…

Citaat:
(…) Ik preekte ooit over Psalm 14 : 2De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God!” Daarin benadrukte ik dat atheïsten niet dom, onnadenkend of oppervlakkig zijn. Ik was verrast hoeveel reacties ik kreeg. Blijkbaar herkennen veel mensen de tegenwerpingen van de atheïst. Ook veel kerkgangers. Zij herkenden de onzekerheid rond atheïsme en godsbestaan in hun eigen hart.

Opgemerkt AJ:
We zullen toch eerst in rekening moeten brengen dat Psalm 14 in de tijd van het Oude Testament geschreven is en dat David geschreven heeft met het oog op ‘dwazen’ – ook wel ‘goddelozen’ genoemd in de Psalmen – onder Gods volk.

Dat soort dwazen valt niet samen met de ‘moderne atheïsten’ zoals die ‘ontstaan zijn/gevonden worden’ in de huidige post-christelijke samenleving met de moderne wetenschap als enige bron van ‘waarheidsvinding’. Het gaat daar om mensen die in hun denken (en godsdienstig leven) wel degelijk met het bestaan van (een) God rekening hielden en daarin geloofden alleen vonden zij het niet nodig om in de praktijk van het leven van alle dag daar ook werkelijk rekening mee te houden.

In Psalm 10 lezen we (ook) over zulke mensen:
De mens zonder God prijst wat hij najaagt, en als hij rijk is vervloekt en veracht hij de Heer. Hij denkt in zijn waan: Niemand vraagt mij rekenschap. Er is geen God (van recht en vergelding) maakt hij zich wijs.

Wanneer wedwazen‘ (zoals in Psalm 14 genoemd) zó zien en kenmerken (zoals o.a. in Psalm 10 gebeurd), dan komen ze al een stuk ‘dichterbij’ onszelf. Want hoe leven en handelen wij? Houden we werkelijk en eerlijk rekening met het feit dat God ons rekenschap zal vragen van ieder woord of daad. Vrezen we inderdaad zijn toorn over alle kwaad of menen we wel weg te komen met alles waar we zelf niet eerlijk en oprecht in zijn tegenover medemensen en tegenover God?

Psalm 36 (bijvoorbeeld) zullen we (eerst ook) lezen en toepassen met het oog op alle mensen, dus ook op onszelf. Zó zijn wij mensen van onszelf: ‘goddelozen’. (1) De Bijbel leert de ‘goddeloze wordt gerechtvaardigd’! En daar tegenover – die dwaasheid en goddeloosheid van ons mensen – staat de heiligheid en goedertierenheid van onze God.

We hebben in het Oude Testament dus te maken mensen die in denken en/of doen ontkennen Wie God is en hoe Hij Zichzelf heeft geopenbaard, maar die heus nog wel in Zijn bestaan geloven. De Schriftgeleerden en Farizeeën in de tijd van Johannes de Doper en in Jezus tijd waren zulke mensen. Maar dat kwam pas aan het licht toen Jezus hun eer en hun belangen in de weg liep. Toen bleek dat ze botweg het Woord van God en het werk van de heilige Geest in hun harten aan de kant durfden te zetten om de belangen die zij nastreefden en om hun eigen naam (eer) veilig te stellen. Dat ging zover dat Jezus hen waarschuwde dat ze daarmee ‘de boze tot vader hadden’.

Vraag:
Maar nu
in de tijd van het Nieuwe Testament, kunnen we daar het Godsbestaan ‘im Frage stellen’ als lid van Christus gemeente of binnen Christus gemeente in de Woordverkondiging bijvoorbeeld?

Antwoord:
Kinderen van Gods volk
en dus kinderen van het Verbond (besneden/gedoopte) kinderen die thuis in het gezin en later ook zelf dagelijks en wekelijks geluisterd hebben naar Gods Woord en sinds de eerste Pinksterdag in Jeruzalem met Christus gemeente hebben gebeden om de heilige Geest, die worden bewaard voor het worstelen met deze vraag en het bijbehorende soort twijfel en zullen deze vraag daarom niet voor zichzelf of binnen de gemeente van Jezus Christus in de verkondiging aan de orde gesteld willen zien. Daar geldt: Wie naar God horen wil moet geloven dat Hij bestaat en – zoals Hij Zelf geopenbaard heeft met en door Zijn Woord – een beloner is van wie Hem ernstig zoeken.

Besef ook dat God de heidenvolken (van na de zondvloed) – in z’n algemeenheid bezien – bewaard heeft voor deze moderne vraag en twijfel waardoor de Evangelieverkondiging deze blokkade niet hoefde te overwinnen bij de hoorders! Het ‘moderne atheïsme’ is puur een gevolg van het nu reeds eeuwenlang moedwillig weerstaan van Gods Woord en Gods werk in de harten van de hoorders en het is dus een moedwillig weerstaan geweest – en nog! – van de heilige Geest (als in de dagen van de Here Jezus, zie hieronder!). We hebben hier in de ‘westelijke wereld’ te maken met de gevolgen van een voortdurende verharding van de harten.

Behalve dat in de Bijbel gesproken wordt over verharding van hart bij de Farao van Egypte vinden we daar nog wel meer over in de Bijbel. We vinden deze verharding m.n. ook bij de Schriftgeleerden en Farizeeën en bij veel Joodse volksgenoten in Jezus tijd en in de tijd van de jonge gemeenten. Gevolg was dat hun denken verstarde en er een sluier (bedekking) kwam over het hart van een meerderheid van het Joodse volk en dat tot vandaag de dag! Toch is dat geen ‘fatum’ lezen we in Romeinen 11 en 2 Korintiërs 3.

Tot slot:

  • Niet nodig om de vraag naar het Godsbestaan in de Woordverkondiging aan de orde te stellen als een soort van geldige vraag waarvan we aannemen dat iedere gelovige er wel mee worstelen zal.
  • Niet nodig om naarstig op zoek te gaan naar allerlei ‘buiten Bijbelse bewijzen’ voor het Godsbestaan om daarmee ongelovigen/atheïsten proberen te overtuigen. Laten we maar gerust vertrouwen op de kracht van de heilige Geest die onze christelijke woorden en daden zegenen kan en wil ver boven ons bidden en denken!
  • Wel nodig om te blijven bidden om de heilige Geest met vast vertrouwen en niet twijfelende zoals ons dat o.a. wordt voorgehouden in Jakobus 1.

(1) Zie Efeziërs 2 : 1-10.

Bron citaat: ‘Is het wenselijk om soms te twijfelen aan Gods bestaan?’ van dr. G.A. van den Brink in het RD van vrijdag 22 juni 2019

Bron afbeelding:  Pinterest – Amplified Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Heer, bij wie wilt U wonen?

Heer, wie mag gast zijn in Uw tent, wie mag wonen op Uw heilige berg?
(Psalm 15 : 1)

(…) 30 En bedroeft de ​Heilige​ Geest​ van God niet, door Welke gij ​verzegeld​ zijt
tot de dag der verlossing. (Uit Efeziërs 4)

Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XLII)

Het werk van het Achtste (of Negende) gebod (III)

Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste

(…) “Waarom ontkennen mensen de waarheid? Om de eenvoudige reden dat ze geen geloof in God hebben en niets goeds van Hem verwachten. Want waar er werkelijk geloof en vertrouwen gevonden wordt, daar vinden we ook een dapper, manmoedig, onbevreesd hart dat alles riskeert en staat voor de waarheid, ongeacht de kosten, zoals die gevonden werd en wordt bij onze geliefde martelaren, want zo’n hart is tevreden en rustig overtuigd dat het een genadig, vriendelijk gezinde God heeft. (1)

Daarom veracht hij alle gunsten, genade, goederen en eer van mensen en hecht geen waarde aan deze voorbijgaande dingen. Zoals geschreven staat in Psalm 15 [: 4]: ‘Hij veracht hen die God verachten, en eert degenen die Hem vrezen.‘ Dat betekent dat hij niet bang is voor dictators, machthebbers, aanzienlijken, degenen die de waarheid geweld aandoen en God verachten; hij ziet hen niet aan en naar de ogen, hij veracht hen.

Aan de andere kant is hij solidair met degenen die vervolgd worden omwille van de waarheid, degenen die God meer vrezen dan mensen; hij staat aan hun kant, beschermt hen en eert hen, zonder vrees en ongeacht om wie het gaat. Van Mozes staat geschreven in Hebreeën 11 [: 24-27] dat hij zijn broeders bijstond, ongeacht de machtige koning van Egypte.

Merk op dat u in dit gebod kort en bondig ziet, dat geloof de Leidsman achter dit werk moet zijn. Zonder geloof is niemand in staat om dit werk te doen. In feite zijn alle werken volledig in het geloof opgenomen, zoals ik al vaak heb gezegd.

Daarom zijn, zonder geloof, alle werken dood, ongeacht hoe mooi ze eruit zien of welke prachtige namen ze hebben. Want zoals niemand het werk van dit gebod doet, tenzij hij standvastig en onwrikbaar is in het vertrouwen van de goddelijke gunst, zo ook verricht hij geen enkel werk van een van de andere geboden zonder ditzelfde geloof.

Daarom kan iemand op basis van dit gebod heel gemakkelijk achterhalen of hij een christen is, een echte gelovige in Christus, en dus of hij goede werken doet of niet.

We zien nu hoe de almachtige God niet alleen onze Here Jezus Christus voor ons heeft gesteld, opdat we met zoveel vertrouwen in Hem zullen geloven, maar we zien ook dat God ons in Christus een voorbeeld van hetzelfde vertrouwen en dezelfde goede werken voorhoudt. God doet dit opdat we in Hem geloven, Hem volgen en voor altijd in Hem zullen blijven, zoals hij zegt in Johannes 14 [: 6]: ‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven‘: de Weg, opdat we Hem volgen; de Waarheid, opdat we in Hem geloven; het Leven, opdat we voor eeuwig in Hem leven.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 275 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, p.112 / p.113

(1) Opgemerkt AJ: Is de godsverduistering waarvan men spreken wil en de twijfel bij velen niet helemaal het gevolg van het bedroeven van God en de heilige Geest door ons handelen en (niet werkelijk liefde- en respectvol en eerlijk) omgaan met onze medemensen en God? In ons persoonlijk leven, maar niet minder ook in ons kerkelijk leven? Verloochenen we – ondanks onze vrome woorden m.n. op de zondag – niet onze Heer Jezus Christus juist met en door onze dagelijkse levenspraktijk?

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

1 Een psalm van ​David.
HEER, wie mag gast zijn in Uw ​tent,
wie mag wonen op Uw ​heilige​ berg?
2 Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.
3 Hij doet aan lasterpraat niet mee,
hij benadeelt een ander niet
en drijft niet de spot met zijn naaste.
4 Hij veracht wie geen achting waard is,
maar eert wie ​ontzag​ heeft voor de HEER.
Zijn eed breekt hij niet, al brengt het hem nadeel,
5 voor een lening vraagt hij geen ​rente,
hij verraadt geen onschuldigen voor ​geld.
Wie zo doet, komt nooit ten val.
(Psalm 15, NBV)

(…) 20 Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar Mijn stem hoort
en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen
en maaltijd met hem houden en hij met Mij.

(Uit Openbaring 3)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Uit handen…

(…) 8 U moet weten, broeders en zusters, dat de tegenspoed die we in Asia hebben moeten doorstaan, uitzonderlijk groot was. We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, 9 we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God Die de doden opwekt, 10 Die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd: Hij zal ons altijd redden. 11 En ook u bent ons tot steun door voor ons te ​bidden. Zo klinkt uit talloze monden de dankzegging voor de ​gunst​ die Hij ons bewezen heeft. (Uit 2 Korintiërs 1)

Controlekamer van je leven – Uit handen geven!

(…) Het goede nieuws is dat vrijheid ook zonder een overvloed aan geld en vrije tijd in het bereik ligt. (1) Vrijheid is het gevoel dat jij het leven bepaalt. De mate waarin je die vrijheid voelt, heet in de psychologie locus of control (locus is Latijn voor ‘plaats’). De bedenker van deze theorie is Amerikaanse gedragspsycholoog Julian Rotter. Zijn locus of control is vrij vertaald ‘de controlekamer van je leven’. Wanneer je het idee hebt controle te hebben over je eigen leven, dan is er sprake van een interne locus of control. Heb je het idee dat je geleefd wordt, dan heb je een externe locus of control (a).

Opgemerkt: Het goede nieuws is:Waar de Geest is (ons regeert), daar is vrijheid‘. (2) Wie de controle over eigen leven uit handen geeft en iedere dag opnieuw in de handen van onze hemelse Vader legt, die leeft in de vrijheid van Gods Geest, Die werkelijk vrij is om ons leven een zinvol bestaan te laten zijn, zodat we met dankbaarheid terugblikken op iedere dag en met lof en dank elke nieuwe dag beginnen!

Dat geldt trouwens niet alleen in eigen persoonlijk leven maar ook in het leven van Christus gemeente. Daarom hebben we daar ook geen kerkleiders nodig die leiding geven aan een gemeente, maar alleen mensen die leiding hebben te geven in een gemeente. Dat doen ze met Gods Woord en door een voorbeeldig leven (waar ze niet zelf hoog van op durven geven!), dat hen door Gods genade geschonken werd en wordt en dat door anderen werd en wordt opgemerkt – anders kon en kan hun die leiding niet worden toevertrouwd!

(a) Denk aan Petrus optreden tijdens Jezus leven hier op aarde, diverse keren overschatte hij zichzelf tegenover Jezus, Zijn Heer en Meester. Na Zijn opstanding zegt Jezus tegen hem: (…) 18 Waarachtig, ​ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je ​gordel​ om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je ​gordel​ omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ 19 Met deze woorden duidde hij aan hoe ​Petrus​ zou sterven tot eer van God. Daarna zei Hij: ‘Volg mij.  (Uit Johannes 21). ‘Volg mijzoals Jezus ook al zei, toen Hij Petrus en de andere discipelen riep: zie Matteüs 4 : 18 – 22.

Bron citaat:  Psychologie (via Blendle) – ‘Vrijheid is een keuze’ door Manon Sikkel

(1) Dag deadlines, ochtendspits en routineklussen. Het is vakantie en dat betekent vrijheid! Zou het niet fijn zijn als we dat gevoel niet alleen die paar weken per jaar hadden, maar vrijwel altijd?

(2) (…) Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd. (2 Korintiërs 3 : 17-18)

Bron afbeelding: Everyday Servant

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Goed voor mij…

(…) 65 U bent goed geweest voor uw dienaar, HEER, zoals U hebt beloofd.
(Uit Psalm 119)

Vernederd

Opvallend in dit gedeelte is het woordje ‘goed‘. Het komt in dit kleine stukje (vers 65-72) zes keer voor. Daar dienen we aandacht aan te geven.

Bij tegenslag of verdriet hebben we allemaal weleens te horen gekregen dat het ‘vast wel ergens goed voor is’. Dat is nog maar zeer de vraag. Natuurlijk kan verdriet ons dichter bij God brengen, maar vaak gaat het ook anders…

Mensen keren zich voorgoed van God af, omdat ze zich in de steek gelaten voelen. De Psalmist heeft een andere ervaring: toen hij zich onrechtmatig behandeld en vernederd voelde, maakte hij kennis met de harteloosheid van de mensen. Sommige mensen gaan over lijken…

Tegen de achtergrond van deze slechtheid licht de goedheid van God opeens op. Wat is er kostbaarder in het leven dan de trouw en de goedheid van God. Ze is verre te verkiezen boven de rijkdommen van deze wereld.

Bron tekst: Meditatie van donderdag 20 juni – Bijbels dagboek “Dag in dag uit 2019” – Leger des Heils | Ark Media

Zie ook: Goddelijke omhelzing…

(…) 66 Leer mij goed oordelen en onderscheiden,
ik heb vertrouwen in Uw geboden.
67 Voor ik vernederd werd, tastte ik mis,
nu houd ik mij aan Uw woord.
68 U bent goed geweest en hebt goed gedaan,
onderwijs mij in Uw wetten.
69 Hoogmoedigen beschuldigen mij vals,
maar ik volg Uw regels, met heel mijn ​hart,
70 gevoelloos als vet is hun ​hart,
maar ik verheug mij in Uw wet.
71 Het was goed voor mij dat ik vernederd werd,
zo leerde ik Uw wetten kennen.
72 Goed voor mij is de wet uit Uw mond,
beter dan een schat aan goud en zilver.
(Uit Psalm 119)

Bron afbeelding: Versaday 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie