Pastorale handreiking voor gebed en een ‘biddend leven’… (II)

Hij zei tegen hen: Wanneer u bidt, zeg dan: Onze Vader, Die in de hemelen zijt.
Uw Naam worde geheiligd.‘ (Lukas 11 : 2)

Geschreven voor/aan een goede vriend (1535)

(…) Als je hart is opgewarmd door zo’n voordracht voor jezelf [van de Tien Geboden, de geloofsbelijdenis, enkele woorden van Christus, enz.] en je je aandacht daarbij bepaald hebt, kniel of sta met je handen gevouwen en je ogen naar de hemel en spreek of denk zo kort als je maar kan:

O hemelse Vader, lieve God, ik ben een arme, onwaardige zondaar. Ik verdien het niet om mijn ogen of handen naar u op te richten of te bidden. Maar omdat u ons allemaal – niemand uitgezonderd! – bevolen heeft om te bidden en u vast beloofd heeft naar ons te luisteren en door uw dierbare Zoon Jezus Christus ons zowel hebt geleerd hoe en wat te bidden, kom ik tot u in gehoorzaamheid aan Uw woord, vertrouwend op Uw genadige belofte.
Ik bid in de naam van mijn Heer Jezus Christus samen met al uw heiligen en christenen op aarde zoals hij ons heeft geleerd: Onze Vader in de hemel, enz., en dat door het hele gebed, woord voor woord, eerbiedig uit te spreken.

Herhaal dan een deel of zoveel als je wilt, misschien de eerste smeekbede: ‘Uw naam worde geheiligd‘, en zeg: ‘Ja, Here God, lieve Vader, geheiligd worde Uw naam, zowel in ons als in de hele wereld. Vernietig en richt te gronde de misbruiken, de valse leer en afgoderij van alle valse leraren en fanatici die Uw naam ten onrechte gebruiken en op allerlei manier ontheiligen en lasteren.

Velen beroemen zich er wel op dat ze Uw woord en de wetten van de Kerk onderwijzen, maar in werkelijkheid gebruiken ze het bedrog en de verleiding van de duivel om in Uw naam veel arme zielen over de hele wereld op een ellendige manier te misleiden, zelfs ook door te moorden en veel onschuldig bloed te vergieten, en met zulke onderdrukking en vervolging menen ze U een goddelijke dienst te bewijzen.

Lieve Here God, bekeer en betoom [hen]. Bekeer degenen die nog bekeerd moeten worden, zodat zij met ons en wij met hen Uw naam kunnen heiligen en prijzen, zowel met de ware en zuivere leer als met een goed en heilig leven. Bedwing degenen die niet bereid zijn zich te bekeren, zodat ze wel genoodzaakt worden om op te houden met het misbruiken, verontreinigen en onteren van Uw heilige naam en met het misleiden van arme mensen. Amen.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 38, S. 358 ff (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, vol. 43, p. 194 ff)

Zie ook:  Pastorale handreiking voor gebed en een ‘biddend leven’… (I)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Bible verses For Your Life

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘Omdat het uitgangspunt van Verlossing berust op liefde’…

Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de profeten.‘ (Matteüs 7 : 12)

Geciteerd 1 (koningin Wilhelmina in 1919*): ‘Als afstammeling van admiraal De Coligny stel ik er prijs op, om op deze herdenkingsdag hulde te brengen aan de nagedachtenis van de grote hugenoot en de grote Fransman, die mijn voorzaat (voorouder) is, wiens geloof het erfdeel is van allen die in Christus geloven.
Hoewel gestorven, spreekt hij nog tot ons. Hij hield stand, ziende de 
Onzienlijke. Ik bid God dat het geloof dat de kracht van zijn leven uitmaakte, bij toeneming onze steun en sterkte zij.

Ure der mislukking omzetten in een volkomen bekering!

Geciteerd 2 (koningin Wilhelmina in 1949**): (…) Te lang is de wereld reeds blind geweest voor de waarheid dat noch ideologieën, noch stoffelijke belangen ons kunnen brengen tot die inkeer die alleen bij machte is om ons te leiden uit de verbijsterende verwarring, waaruit wij uitkomst zoeken, doch slechts wanhoop vinden.

Deze wanhoop komt voort uit het verkeerde beginsel om vast te houden aan bepaalde stelsels en bepaalde vormen. Dit soort pogingen wordt over de gehele wereld ondernomen, hoe verschillend zij zich ook mogen voordoen. Doch zij zijn allen tevergeefs, omdat het uitgangspunt van verlossing berust op liefde.

Tenslotte moeten wij erkennen, dat wij hebben gewerkt voor de spijze die vergaat. Onze daden, niet onze woorden getuigen van ons dat wij op dat voedsel meer vertrouwd hebben, dan op het Brood dat van de hemel nederdaalt, en dat zelfs in de verlatenheid van de woestijn.

Ons rest niets dan afstand te doen van onze schijnbare zelfgenoegzaamheid en van alle dingen die wij tot stand hebben gebracht ten koste van onze naaste. Afgebroken dient te worden wat wij opbouwden als zelfbescherming, zowel verstandelijk, moreel als stoffelijk.

Niets rest ons, dan deze donkerste ure der mislukking te helpen omzetten in een volkomen keerpunt (1) door niet langer aan de leiband te lopen van berekening, geweld en vrees. 

We dienen ons toe te vertrouwen (1) aan de leiding van Hem, ‘wandelende met Hem’, Wiens liefde boven onze bevatting en al ons denken uit gaat. Immers, Zijn hand leidt ons, in tegenstelling tot alle aardse leidslieden, tot de eeuwige vrede’.

(1) Opgemerkt AJ: We kunnen ons niet ‘half’ bekeren. Op het punt van Godsvertrouwen kunnen we niet halfslachtig zijn! Zie Jezus woorden in Matteüs 5 : 43-48.

* Boodschap aan de Franse protestanten die koningin Wilhelmina in 1919 meegaf  bij de herdenking van de 400e geboortedag van Gaspard de Coligny.
** Slot van de Pinkstertoespraak dertig jaar later op de radio (’s avonds om half acht) van koningin Wilhelmina op 9 juni 1949.

NB. Wilhelmina Helena Pauline Maria, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau en Hertogin van Mecklenburg, was van 23 november 1890 tot 4 september 1948 koningin der Nederlanden en regeerde onder de naam Wilhelmina. Zij trouwde met haar achterneef Hendrik van Mecklenburg-Schwerin.

Bron citaten:  Ecclesia nr. 12 – juni 2020 – ‘Nog een woord van Wilhelmina‘ – door A.B. Goedhart (Leerbroek)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Scripture)

Afbeelding kan het volgende bevatten: lucht, wolk, buiten en water, de tekst 'IGLC GLC.US.COM BLESSED IS He WHOSE HELP IS THE GOD OF JACOB, WHOSE HOPE IS IN THE LORD HIS GOD, WHO MADE HEAVEN AND EARTH, THE SEA, AND ALL THAT IS IN THEM, WHO KEEPS FAITH FOREVER Tel Aviv-ISRAE PSALM 146:5-6 146:'
Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Wij ‘hangen aan het Woord’…

1 In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Het was in het begin bij God. 3 Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.‘ (Uit Johannes 1)

Het Woord dat leven is…

Bij dit citaat is het belangrijk om de voorafgaande verzen te lezen, vanaf Johannes 6 vers 48: ‘Ik ben het Brood des levens.* Dan is het beter te begrijpen, waarom Jezus aan Zijn discipelen vraagt: ‘Willen jullie ook niet weggaan?’ Op die manier wordt het antwoord van Petrus en de andere discipelen meteen ook duidelijker:

Waar zullen wij heengaan? U hebt de woorden van het eeuwige leven; en wij hebben geloofd en erkend, dat U bent de Christus, de Zoon van de levende God’ (Johannes 6 : 68, weergave WA 1533).

(…) “Wij laten ons door niets en niemand wegvoeren van het enige Woord, dat de Heere Christus ons heeft geleerd. Dit Woord is leven en Geest. Als iemand ons iets anders wil aanpraten, dan luisteren we er niet naar. Want alle leringen worden hiermee verworpen, behalve deze: dat alleen Christus de woorden van het eeuwige leven spreekt. Alle andere woorden worden hier veroordeeld, opdat men alleen op deze enige Man, Christus, en op Zijn leer zal worden gewezen.

Daarom kan een Christen zeggen: ‘Hoe durven jullie, wolven, te beweren dat jullie de Heilige Geest hebben, en door ingeving van de Heilige Geest het Woord mogen veranderen, en dat men zich daaraan dan heeft te houden en het op jullie manier moet gehoorzamen?’ Willen jullie meer voortbrengen dan Christus Zelf heeft geleerd? En ook allerlei geboden en verboden instellen, en zeggen dat dit allemaal door ingeving van de Heilige Geest zo is verordend, en dat je de kerk daarin moet gehoorzamen?

Maar zó doet de christelijke kerk, zoals Petrus hier zegt: ‘Waar zullen wij heengaan?’ Wat zouden wij leren of horen? Ik weet niets dan U alleen, Heere. Ik weet van geen andere prediking, maar U alleen hebt de woorden van het eeuwige leven’ – deze prediking leeft en werkt, heeft merg en kracht, verlost uit de eeuwige dood, uit zonden en alle jammer. Zo houdt Petrus hier een bovenmate mooie preek. En wel, omdat hij in de eerste plaats alle leringen afschaft en opruimt die niet het Woord van Christus zijn.

Want wanneer wij over het eeuwige leven en de zaligheid handelen, dan laten Petrus, en verder allen die God vrezen, elke andere leer varen. Wij weten van geen leer of woord dan alleen wat deze enige Man, Christus, heeft geleerd en gesproken. Petrus zegt daarvan: ‘U hebt de woorden van het eeuwige leven, aan dát Woord wil ik hangen.’

Dat is wel bijzonder mooi gezegd: hij wil niet hangen aan de lichamelijke Persoon van Christus, maar aan Zijn Woord. Daar willen wij ook bij blijven, want deze woorden geven het eeuwige leven. Dat is goed gesproken. En zulke mensen die dat over Christus en Zijn Woord geloven zijn er nog steeds. En zij laten zich alleen aan Zijn Woord binden.”

*  “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.” (uit Matteüs 4 : 1-11) en ‘Elk van God ingegeven Schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid.‘ (2 Timoteüs 3 : 16)

Maarten Luther: Wochenpredigten über Joh. 6 – 8. Am Sonnabend 13 Mai, 1531, vgl. WA 33, S. 307 ff

Bron: Aan- en afmelden: Bij voorkeur via e-mail: info@maartenluther-citaten.nl of via de homepage van http://www.maartenluther.com
Wilt u deze Luthercitaten a.u.b. ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand deze wekelijkse citaten zelf ook graag wil ontvangen.

(…) 19 Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. * U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. 20 Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest. (Uit 2 Petrus 1)
* NB. Mozes was ook een profeet en de eerste 5 Bijbelboeken ‘staan op zijn naam’.

Bron afbeelding:  For You – WordPres-com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie

Steunpilaren of ‘voormannen’?

(…) 14 Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Petrus, in aanwezigheid van iedereen… (Uit Galaten 2)

‘Zoals uit alle evangelieteksten blijkt’ ?

Geciteerd 1: (…) Wanneer Christus tegen Petrus zegt: „Weid mijn schapen” (Joh. 21:17) dan zegt Hij dat volgens Munsterman tegen de apostel, „die niet meer apostel was dan de andere apostelen maar die binnen het apostelcollege wel een eerste, bijzondere plaats (positie) had zoals uit alle evangelieteksten blijkt.”

Geciteerd 2: (…) 6 De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, (1) God slaat geen acht op het aanzien van een mens – hebben mij tot niets verplicht. 7 Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen 8 – want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen –, 9 en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas (Petrus) en Johannes, die als steunpilaren (1) golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen. 10 Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet.

Geciteerd 3: (…) 11 Maar toen Kefas in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, (1) want zijn gedrag was verwerpelijk. 12 Hij at altijd met de heidenen, maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich terug en at hij apart, uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis. 13 De andere Joden deden met hem mee, en zelfs Barnabas liet zich meeslepen door hun huichelarij. 14 Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?

(1Opgemerkt: Paulus geeft duidelijk aan dat hij niet naar Jeruzalem gekomen was om daar voor de leden van een soort boven hem functionerend ‘theologisch tuchtcollege’* te verschijnen, waarbinnen Petrus dan een eerste, meest bijzondere plaats had.

Integendeel, Paulus heeft niets met de ‘posities’ van de mensen daar in Jeruzalem, die mogelijk anderen – zoals de ‘schijnapostelen waarover Paulus het even eerder heeft gehad – misschien juist wel graag aan verschillende mensen die daar bijeen waren hadden toegekend, en dat vanwege de wens om ook de leden van de heidengemeenten onder een ‘Joods juk’ te brengen.

De apostelen lieten zich in Jeruzalem trouwens ook niet gelden als ‘voormannen’** maar stonden bekend als ‘steunpilaren’** van de gemeente in Jeruzalem en dat is toch echt wat anders.

Dat zelfs Petrus zich later (in Antiochië) nog aan ‘verwerpelijk gedrag’ schuldig kon maken en daarvoor terecht gewezen kon worden door Paulus, die toch nooit in het gevolg van Jezus was geweest als een discipel, dat moet ons ook veel leren en te zeggen hebben!

De heilige Geest heeft het nodig gevonden om die ‘zwakheid’ van Petrus en het gebrek aan ‘leiderschap’ dat daar blijkt niet te verzwijgen! Zelfs Petrus had de broeders en hun – zo nodig corrigerende – inbreng nog evengoed nodig als zij die van hem!

* Een medisch tuchtcollege (bijvoorbeeld) is in Nederland een vorm van tuchtrecht dat ten doel heeft de kwaliteit van de beroepsbeoefening door fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, apothekers, artsen, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen te toetsen.

** Voorman = Iemand die leiding heeft over en toezicht houdt op anderen.
Steunpilaar = Een ervaren en wijs iemand die je te hulp kunt roepen en op wie je kunt ‘terugvallen’, maar dan alleen wanneer je er op eigen kracht of met eigen wijsheid en inzicht er – zelf of met elkaar – niet uitkomt of mee verder kunt.

Bron geciteerd 1: RD Kerk & religie – ‘Paus Franciscus zet traditionele titels in voetnoot‘ – door Klaas van der Zwaag
Bron geciteerd 2:  Galaten 2 (NBV)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Zonder ophouden en opgeven…

Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden
en niet op te geven
‘ (Lukas 18 : 1)

Geciteerd 1: Ik kan me zo voorstellen dat de rechter op allerlei subtiele en minder subtiele manieren heeft duidelijk gemaakt dat hij niet geïnteresseerd is in haar pleidooi.

Vertaald naar vandaag: hij liet brieven onbeantwoord, liet z’n secretaresse steeds weer zeggen dat de rechter helaas niet in staat was haar te woord te staan en nam op weg naar huis altijd de achteruitgang, zodat hij haar kon ontlopen.

Met andere woorden: de neurotypische burger zou vroeg of laat concluderen dat ze bij deze rechter geen schijn van kans zou maken.

Maar misschien is de weduwe niet neurotypisch. Ze druipt niet af, waar velen dat wel zouden doen. Misschien wil deze gelijkenis ons laten zien dat als discipelen bidden moeten, ze dat neurodivers moeten doen: meedogenloos en vasthoudend zijn, niet genoegen nemen met een ‘nee’, logica afwijzen die om wat voor reden dan ook onrecht recht praat.

Zou het kunnen dat dit ‘neurodiverse gedrag’ eigenlijk normatief zou moeten zijn voor een christen?

Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt en u zal vinden; klopt
en u zal opengedaan worden.
‘ (Mattheüs 7 : 7)

Geciteerd 2: Het gebed heeft tot op heden de kerk behouden. Daarom moet ook nu nog gebeden worden, zoals Christus zegt: bidt, zoekt en klopt aan.

Bidden is het eerste, daar moet je beginnen! Maar als je begint met bidden verbergt Christus Zich ergens en wil niet horen en Zich ook niet laten vinden.

Daarom moet je Hem daarna ook zoeken en met bidden aanhouden. Als je Hem dan ernstig zoekt gaat Hij in een kamertje en sluit de deur. Als je naar binnen wilt moet je kloppen. Als je dan een of twee keer geklopt hebt, dan hoort Hij je nog niet.

Uiteindelijk als je blijft kloppen, roepen en bonzen, doet Hij open en zegt: Wat wil je dat Ik doen zal? ‘Ach Heere, ik wil dat U mij helpt met dit of dat!’ zeg je.

Dan antwoord Hij: Je zult het ontvangen. Zo moet je Hem wakker maken. Ik denk dat hier in Wittenberg nog veel vromen zijn, die ijverig bidden, hoewel er ook veel kwade rakkers rondlopen.

Daarom moet je dit onthouden, want het woordje bidt betekent niet anders dan dat je bidt, roept, schreeuwt, zoekt, klopt en tekeer gaat. En dit bidden moet je voor en na zonder ophouden beoefenen.

Lezen: Lukas 11 : 5-13, tekstvers voor meditatie: vers 10

Maarten Luther: Aus Kaspar Heidenreichs Nachschriften, vgl. WA Tischreden 5, 123

Bron geciteerd 1: De nieuwe KOERS – ‘Of is God de weduwe?‘ – door Samuel Wells
Bron geciteerd 2: checkluther-com – ‘Bidden, zoeken en kloppen‘ – Meditatie van 13 juni 2020

Bron afbeelding: Talk To The Word

Afbeelding kan het volgende bevatten: oceaan, de tekst 'Those who led the way rebuked him, that he should be quiet; but he cried out all the more "You son of David have mercy on me!" ΠΩΛΕΙΤΑΙ Luke 18:39 talktotheword. com'
Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Meebidden met de ellendigen en verdrukten…

Gelukkig de mens, HEER, Die door U wordt geleid en onderwezen
in Uw wet en Uw leer.‘ (Psalm 94 : 12)

Psalm 94 is het gebed van mensen die lijden omdat ze op de een of andere manier verdrukt worden. Tegenover hen staan de verdrukkers, mensen die geen rekening houden met de zwakkeren*.

Deze Psalm houdt ons een spiegel voor. Aan welke kant staan wij zelf? Gaat het ons erom dat wij het vooral goed hebben, ook al betekent dat dat mensen hier in onze omgeving en eigen land of in andere delen van de wereld daaronder lijden?

Moet alles en iedereen aan de kant voor ons geluk? Dan krijgen we zeker vroeg of laat met de Heer te maken! Want Hij is het die het voor de verdrukten opneemt en verdrukkers straft. Met een egoïstische houding storten we onszelf dus in het ongeluk.

Echt gelukkig worden we alleen als we ons door de Heer laten leiden en zijn geboden gehoorzamen. Als niet onze eigenliefde maar de liefde tot God bovenaan staat en dat kunnen we bewijzen we door onze naaste lief te hebben als onszelf.

* Opgemerkt AJ:  Dat kunnen ook ‘de zondaars’ zijn, mensen die onze steun (volhardende liefde en gebed en zorg) nodig hebben om bepaalde zonden en en zwakheden en gebreken in hun leven te blijven bestrijden en mogelijk zelfs te overwinnen.

Lezen Psalm 94 : 8-15 en Psalm 141.

Bron tekst: Dag in Dag uit 2020 – Meditatie van 14 juni – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: Yayyy God – WordPres-com

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Gereformeerd: goedkoop en riskant?

Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel.‘ (2 Korintiërs 5 : 1)

Geciteerd: Belangrijker is echter dat Augustinus en de gevers uit Venetië ons een spiegel voorhouden. De pandemie vandaag zorgt ervoor dat kerken minder inkomsten hebben (1), maar de kerken van Venetië en alle andere kerken in Europa ontvingen in tijden van de pest juist meer. Zeker, dat had te maken met de visie dat je met goede werken iets voor je zaligheid kunt doen. Wat dat betreft is gereformeerd zijn een stuk goedkoper. Maar daarmee voor de eeuwigheid een stuk riskanter.
(1) AJ: Dat is een teken van gebrek aan dankbaarheid! (Zie hieronder)

Opgemerkt:Wat dat betreft is gereformeerd zijn een stuk goedkoper‘. En dat zegt een gereformeerde hoogleraar van een gereformeerde theologische universiteit (Apeldoorn)!

Dit citaat maar ook het artikel in z’n geheel is (helaas weer eens) een voorbeeld van het blijkbaar onuitroeibare theologisch maar niet Bijbels/Schriftuurlijk redeneren!

Niet de doorgaande verkondiging van Gods Woord onder het werk van de heilige Geest zal de harten overtuigen en volgzaam maken, maar de aangeboden theologische redeneringen over het ‘eeuwig zielenheil’ van ‘de onsterfelijke ziel’ en de aanbevolen werken om voor dat zielenheil dan ook (zelf!) zorg te dragen.

Dat werken van ons aan en dat zorg hebben over dat zielenheil dat leidt uiteindelijk tot minder risico dan je – in gelovig vertrouwen – verlaten op je doop en de doorgaande verkondiging van Gods Woord en het werk van de heilige Geest.

Wat een miskennen van Gods werk en daarvoor in de plaats dan het promoten van het vrome mensenwerk! Schadelijker kan het niet! De grootste bedreiging van de gemeente van Jezus Christus vinden we nog altijd binnen de gemeente(n) zelf! En net als in de tijd van Jezus zijn het de vrome kerkleiders/theologen die de eenvoudige kinderen van God – ‘de schare die de Wet niet kent, ‘de tollenaars en de zondaars’, en de tot navolging bereid zijnde discipelen van onze Heer Jezus Christus – bedreigen met en door hun vrome redeneringen, het hooghouden (vereren) van tradities en eigen theologische geschriften, het eren van de graftomben en standbeelden van ‘de/hun profeten’, etc.

Hoe anders leert ons het Evangelie zelf! De opstellers van onze Heidelbergse catechismus hadden het wel goed begrepen.* Ze beginnen niet met Gods kinderen angstig en bezorgd te maken over het eeuwig heil van hun onsterfelijke ziel, maar met het uitspreken van dankbaarheid: Wij zijn met lijf en ziel voor de hoogste prijs (terug)gekocht, betaald met het bloed van onze Heiland Jezus Christus, Die ons door de Vader geschonken is en Die ons door de heilige Geest van harte amen doet zeggen op alles wat ons in Hem geschonken is en nog geschonken zal worden.

En dan zullen die kinderen Gods gehoorzaam (blijven) luisteren naar het Woord van hun hemelse Vader, Die tot hen spreken wil dagelijks en wekelijks (in de samenkomsten) en Die zó doende Zelf zorg draagt voor het heil van zijn kinderen. Nu al en tot in eeuwigheid. Het is helemaal Zijn werk!

Dankbare kinderen lopen geen enkel risico!

* Geen bangmakerij met: ‘eerst nog kaf en dan maar hopen (en er hard aan werken) dat het koren wordt’! Het graan moet sterven en vrucht dragen!

Bron citaat:  RD Boeken – Column (prof. dr. H. J. Selderhuis): Het virus en de ziel’ – door prof. dr. H. J. Selderhuis

Bron afbeelding: River Heights Vineyard Church

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

‘Niet alleen door onze woorden’…

Wie is Apollos en wat is Paulus?
(Zie 1 Korintiërs 3 : 1-15)

De overtuigingskracht van theologische boekwerken

Geciteerd: Tal van andere belangrijke aspecten komen in het boek ter sprake, zoals de plaats van de Joden in het kader van de dorsvloergelijkenis, de predestinatie, het onderscheid tussen zijn en wezen, de aandacht voor het innerlijk, enz. Ds. Ten Hove gebruikt in relatie tot koren en kaf de begrippen ”reeds” en ”voorlopig”.
Mensen behoren van nature tijdens hun leven ”reeds” bij het kaf. Toch is dit ”voorlopig”: er is hoop op verandering ten goede. Dat was de boodschap die Augustinus zijn luisteraars aan het hart legde.

Opgemerkt: Wie is Augustinus en wat was Calvijn? Wanneer een preek (=Woordverkondiging) van Augustinus werd opgeschreven en bewaard gebleven was als verkondiging van Gods Woord aan een concrete gemeente in een bepaalde tijd en in een bepaald soort samenleving van gemeenten/kerken en mensen van die tijd, dan zou dat m.i. een vele malen grotere meerwaarde moeten hebben dan de ‘theologisch polemische geschriften’ van hem (of anderen)!

In een preek richt een voorganger zich tot zijn broeders en zusters en dan heeft hij daar concrete broeders en zusters bij in gedachten gehad (bij het voorbereiden van de preek) en voor ogen gehad (bij het uitspreken van de preek). Dan mocht hij zich met zijn werk een broeder weten onder de broeders en zusters en hen allen ook als zodanig (hebben te) aanvaarden en aan te spreken.

Wanneer zo’n voorganger dan al waarschuwt voor kaf en koren, dan doet hij dat eerbiedig met de waarschuwende woorden van onze Heer Jezus Christus zelf. En zo onder de doorgaande bearbeiding met het Woord zal de voorganger de gemeente stichten en bouwen met het Woord en dus voortbouwen op het ene fundament dat er reeds onder de gemeenten van Jezus Christus gelegd is geworden door de geschriften van de apostelen.

Met latere ‘theologische geschriften/boekwerken’ ligt het toch beslist anders dan met Woordverkondiging. Dan richt men zich toch ook altijd weer over de hoofden van de broeders en zusters van een concrete gemeente heen tot ‘de buitenwereld’ en de vraag is dan: welke zegen mag ik/men van dit werk verwachten?

De apostelen zijn ons daarmee/daarin niet ‘voorgegaan’. Zij hebben zich altijd weer gericht tot concrete gemeenten. Wel hebben zij het Evangelie verkondigd aan de heidenen (als ‘Blijde Boodschap’) en hebben het Woord dat de heilige Geest hen ingaf gesproken tot de overheden die hen tot verantwoording riepen, maar ze hebben beslist geen theologische (!) geschriften opgesteld en ons nagelaten!*

Laten onze voorgangers bij de voorbereiding van hun Woordverkondiging aan de/een gemeente van Jezus Christus naast ‘Schrift met Schrift vergelijken’ vooral ook gebruik maken van de verkondiging van vroegere voorgangers waarvan gebleken is dat zij de goede strijd gestreden hebben tot aan het einde van hun leven. En daarbij dan ook zich verdiepen in de historische omstandigheden waarin zo’n preek gehouden werd.

Dat zullen ze toch tijdens hun opleiding ook al op een grondige manier hebben gedaan o.a. tijdens de colleges over Kerkgeschiedenis. Wanneer dat werk gebeurd onder het bidden om een opmerkzaam hart en inzicht, dan zal dat ook helpen om te ontdekken wat in die vroegere verkondiging teveel gezegd werd en wat te weinig en hen nog meer opscherpen voor wat er wel (en niet) gezegd dient te worden in de tijd waarin we nu leven als gemeente(n) van onze Heer Jezus Christus.

* Zie ook de bescheidenheid waarmee de apostelen het Woord van God en hun woorden aan de gemeenten voorhouden: o.a. Romeinen 15 : 14-33 en 1 Korintiërs 14 : 20-30 en 2 Korintiërs 13 : 5-101 Tessalonicenzen 5 : 1-11Hebreeën 6 : 9-19Petrus 1 : 12-15 en 1 Johannes 3 : 23-29.

Bron citaat:  RD Kerk & religie – ‘Koren en kaf op de dorsvloer van de kerk‘ – door dr. W. Fieret

Bron afbeelding: King James Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

De ere Gods…

Erbarm u over mij, o God naar uw grote barmhartigheid en naar de veelheid uwer barmhartigheden, delg mijn zonde uit.‘ (Psalm 51 : 3)

Meditatie 1: Eerst spreekt de psalmist over de grootheid, dan over de veelheid van Gods erbarmen. Een mens met een echt berouwvol hart staan niets anders voor ogen dan zijn zonde en ellende, die in zijn geweten gevoeld worden.

Waar onze zonden groot zijn!

Daarom kan niemand deze woorden uit de grond van zijn hart spreken, die nog hulp of kracht in zichzelf vindt en dus nog niet volslagen ellendig is, maar naast Gods barmhartigheid nog een kleine troost in zichzelf vindt. De zin is dus deze: ‘Ach God, geen mens, noch enig schepsel, kan mij helpen of troosten, zo groot is mijn ellende. Mijn nood is niet lichamelijk of tijdelijk!

Daarom o God, U, Die God bent en eeuwig – Die alleen mij helpen kunt – erbarm U over mij. Want zonder Uw erbarmen zijn mij alle dingen vol schrik en bitterheid. Ik bid echter niet om een kleine barmhartigheid, waarmee U hier in de tijd U over lichaamsnood ontfermt, maar om Uw grote barmhartigheid, waarmee U Zich over de nood van de ziel ontfermt.’

Zo spreekt het diepe berouw, dat de genade Gods groot en veel acht, doordat het eigen zonde groot en veel acht. Want zo zegt de apostel: Waar de zonden groot zijn, is de genade ook groot (vgl. Romeinen 5 : 20).

Maarten Luther: Die sieben Bußpsalmen, 1517, vgl. WA 1, 185, 35 – 186, 9

Het is goed de Heer te loven‘… (Uit Psalm 92 : 2)

Meditatie 2: We zijn in ons leven steeds op zoek naar wat goed is voor ons. Goed voor onze gezondheid, goed voor onze portemonnee, goed voor ons geluk.

De dichter van Psalm 92 zegt: Het is goed om de HEER te loven. Dat is allereerst goed voor God (1), want Hij is het waard om geprezen te worden, om wie Hij is en om wat Hij gedaan heeft. Maar de Heer loven is ook goed voor ons, want wanneer we God loven, willen we ook voor Hem leven en gericht op Hem zijn. (?2)

Dat leven geeft ons nieuw perspectief. Dan zijn we niet meer gericht op wat goed is voor onszelf; (3) dat maakt ons uiteindelijk ook geen betere mensen. We laten ons dan leiden door de vraag: hoe is mijn leven tot eer van God? (3) Hoe dien ik Hem en de mensen om mij heen? (4) Heer laat mijn leven een loflied zijn!

(1,2,3,4) Opgemerkt: De ere Gods is dat we Zijn weldaden aannemen (Maarten Luther). Het is m.n. Calvijn geweest (en m.n. zijn volgelingen?!) die er aan bijgedragen heeft dat men ‘de ere Gods’ als een werk van mensen en als een door mensen te verrichten werk is gaan benadrukken en niet als een vrucht van geloof! Het is (daarom) niet juist om te stellen dat God loven ‘allereerst goed is voor God‘.
Nee, God loven is allereerst en alleen goed voor de mens en zijn medemensen en medeschepselen! Alleen zo kunnen en zullen we werkelijk mens zijn. Ons bestaan dient gestempeld te zijn of worden door liefde en dankbaarheid, anders is ons bestaan zinloos, want wij hebben geen bestaansgrond in en vanwege onszelf, maar God heeft dat wel en Zijn eer is in het geheel niet afhankelijk van de eer die Zijn schepselen Hem toebrengen. (zie o.a. Psalm 50).
Let vooral ook op wat de Here Jezus zegt en doet zoals bij de genezing van de verlamde man die door vrienden bij Hem was gebracht. Het eerste wat Jezus doet is Hem Gods liefde en barmhartigheid doen horen door te zeggen: ‘Vriend (Zoon! – kind), uw zonden worden u vergeven.‘ En daar staat voorafgaand: Bij het zien van hun geloof.
De vergeving van onze zonden dat is de grootste weldaad die wij mensen (zondaren) ‘om niet’ ontvangen van God! En dan krijgt deze verlamde man ook nog genezing van zijn verlamming. En we lezen even verder: En allen die dit zagen stonden versteld en loofden God.
Er is dus/trouwens ook een loven en prijzen van God dat de mens in het middelpunt zet en dat vinden we vooral daar waar de samenkomsten van de gemeente ‘opgetuigd’ zijn tot ‘onze eredienst(en)’ aan God! En dan is het onvermijdelijk dat mensen die daar o.i. het meest bijdragen aan de ‘ere Gods’ ook de meeste waardering en respect en eerbetoon krijgen.
Zie verder ook ‘Het bidden van de ‘nederige vromen’…‘ en ‘Door God tot enkelingen gemaakt… (slot)

Lezen bij meditatie 1: Psalm 51, tekstvers voor meditatie: vers 3
Lezen bij meditatie 2: Psalm 92, tekstvers voor meditatie: vers 2
Lezen bij Opgemerkt:  Lukas 18 : 9-14 en 1 Korintiërs 12-14

Bron meditatie 1: checkluther-com – ‘Grote barmhartigheid voor grote zondaren‘ – 6 juni 2020
Bron meditatie 2: Dag in Dag uit 2020 – woensdag 10 juni – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding:  Verse of the Day – Knowing Jesus

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Het bidden van de ‘nederige vromen’…

Hij heeft Zich gewend tot het gebed van de armen en heeft hun bidden niet versmaad.‘ (Psalm 102 : 18)

Hij heeft Zich gewend tot het gebed van de armen. Die eer komt geheel en alleen aan Hem toe. Hij heeft ze allen tot Zich getrokken en heeft hen geheel arm gemaakt, daarom ziet Hij hen, die niet arm willen zijn, niet aan.

Maar zij die leeg en arm van geest zijn, die in steeds voortdurende dorst naar Zijn genade en gerechtigheid tot Hem bidden, hen ziet Hij in genade aan en verzadigt hen met Zichzelf, zoals Hij spreekt in de Psalmen: Israël, doe uw mond open, dan zal Ik hem vullen.

Want God kan alleen aan de nederige genade geven. Dat betekent aan een hongerige, dorstige en behoeftige, aan armen, zondaren en dwazen. Hij ziet niet de schone/mooie woorden en daden van de rijken, wijzen en heiligen aan – Gods eer betekent immers niets voor hen – maar alleen het gebed en het verlangen van hen die niets hebben wil Hij horen.

En heeft hun bidden niet versmaad. God heeft nergens zo’n minachting voor als voor zelfvoldane en verzadigde mensen, die naar Zijn genade niet begeren, ja, die zelfs denken dat ze Hem wat kunnen brengen en geven, om iets groots te doen voor God. Ze denken immers dat zij meer door God zouden moeten geprezen en geëerd worden, dan God door hen.

Maarten Luther: Die sieben Bußpsalmen, 1517, vgl. WA 1, 202, 15-25

Opgemerkt: Wij eren God dus nog het meest door onze armoede te erkennen en door die ook te belijden naar de mensen om ons heen! Moet dat ook niet duidelijk uitkomen in de samenkomsten van onze gemeente(n), dat we daar naar toegaan als mensen die naar naar de voedselbank moeten?! (a)  Of tuigen we onze samenkomsten vanuit ‘onze rijkdom’ liever rijk op op tot ‘onze erediensten’ aan God en mensen, tot diensten waarmee we graag ‘voor de dag’ willen komen ook online bij het ‘grote publiek’?
(a) ‘Zalig de armen van geest…’ (Zie Matteüs 5 : 1-14)

Lezen: Lukas 1 : 46-56, tekstvers voor meditatie: vers 53

Bron tekst:  checkluther-com – ‘Het bidden van de armen‘ – Meditatie van 9 juni 2020

Zoals de cederbomen / hoog op de Libanon,
staan bij de levensbron / de nederige vromen.
Die in Gods huis geplant zijn, / zij bloeien in Gods licht
als palmen opgericht. / Hun lot zal in zijn hand zijn.
(Psalm 92 vers 7 *, berijming 1967)

* Dit Psalmvers zongen wij ook aan het slot van onze trouwdienst.

Bron afbeelding:  Peace Be With U

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie