Van ‘enorme verlegenheid’ naar ‘geweldige kans/gelegenheid’?

Ik loof U Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.‘ (Uit Lukas 10 uit vers 21)

Geciteerd: De heiligheid van huwelijk en seksualiteit komt hier aan het licht, het thema waar de ideologische strijd zich vandaag op toespitst. Het gaat hierbij om een kernstructuur van het hele leven. Wie het huwelijk verstaat, verstaat kerk en samenleving, verantwoordelijkheid en Gods zorg. Bovenal is in het huwelijk het hele Evangelie van de hemelse Bruidegom en de aardse bruid opgesloten. Zo biedt de geestelijke strijd van dit moment een geweldige gelegenheid om het Evangelie te communiceren in een apologetisch mediagesprek.

Opgemerkt 1: Van een eerdere theologen-conferentie begreep ik dat men bij de communicatie met de seculiere mens op nogal wat onbegrip stuit en dat dat nogal eens ‘verlegenheid’ (om begrijpelijke woorden te spreken) oplevert. Laten we toch eerlijk/duidelijk wezen: we hebben in Nederland nog nooit zulke goed opgeleide en belezen en goed geïnformeerde en communicerende theologen – die ook nog eens gebruik kunnen maken van de meest moderne hulpmiddelen – aan het werk gehad als na WO II en niet eerder zijn de kerken zo hard gaan leeg lopen als na WO II. En nu komen deze theologen ons vertellen dat er ‘geweldige gelegenheden’ zijn (zich voordoen) en ze weten er zelfs wel een bepaalde aanpak voor aan te geven…

Opgemerkt 2: Zijn theologen vanwege de leegloop van de kerken misschien vooral bezig met hun eigen ‘broodvoorziening’ in plaats van dat ze bezig zijn met het werken aan de ‘zondagse Broodvoorziening’ van de gemeente. Laten ze de studenten die ze opleiden leren hoe ze de gemeente Gods Woord kunnen brengen. Dat is toch wat anders dan hen en ons modellen presenteren waarmee we vandaag de dag in een mediagesprek aan buitenstaanders het Evangelie kunnen communiceren.

Opgemerkt 3: Onze Heer Jezus Christus stuurde Zijn discipelen erop uit (zie Lukas 10 de verzen 1-24) en de heilige Geest ging met hen mee. Ze konden niets van zichzelf in dat werk. Jezus zegt hen dan ook: “Bedenk wel: IK heb jullie kracht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te verbreken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, – dat konden ze heus niet laten gebeuren door een bepaalde aanpak te hanteren! -, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.” Jezus had die tweeënzeventig zelf uitgekozen en hij had daarbij geen gebruik gemaakt van de toenmalige geestelijke elite in Israël!
Zie ook Jezus’ vervolgwoorden in Lukas 10 de verzen 21-24.

Eerst dwaas worden…

Laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden.‘ (Uit 1 Korintiërs 3 vers 18)

Opgemerkt 4: Eerst het Evangelie van Jezus Christus en Die gekruisigd én opgestaan – en dat ook om een oordeel te vellen over hoe wij hier op aarde geleefd hebben – gelovig aanvaarden. Want wanneer die eenvoudige Evangelie-boodschap – met al haar consequenties – niet gelovig wordt aanvaard en men zich (daarom) ook niet bij een gemeente wil voegen – waar met apologetisch onderwijs heel de gemeente onderwezen wordt o.a. ook over de bijzondere aard van het huwelijk – daar heeft verder gesprek geen zin. Paulus zette het begonnen ‘apologetisch gesprek’ met de wijsgeren in Athene niet voort en ook schreef hij geen ‘Nashville-document’ aan het stadsbestuur van Athene of een andere stad of aan de keizer!

Bron citaat: RD Opinie – ‘Getuigen in media draait om goede grondhouding‘ – door prof. dr. W. van Vlastuin

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Bible verses/study)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Een gerust en zeker geweten…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (27)

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over
‘ (Psalm 23 vers 5)

Geciteerd: De tweede metafoor is die van de olie, en die wordt vaak gebruikt in de Heilige Schrift. Het was echter een kostbare olie, zoals een balsem of een andere zoetgeurende vloeistof. De priesters en koningen werden er gewoonlijk mee gezalfd. Bovendien, wanneer de Joden hun feesten hielden en blij en vrolijk en gelukkig waren, dan zalfden en besprenkelden ze zichzelf met zulke kostbare olie, zoals Jezus ook vermeldt (Matteüs 6 : 17) wanneer Hij zegt: “Wanneer gij vast, zalf dan uw hoofd, en was je gezicht.” Deze gewoonte om olie te gebruiken was dus heel algemeen onder deze mensen wanneer ze vrolijk en blij en gelukkig waren (Johannes 12 : 3). Maria Magdalena (Lucas 7 : 38) had ook de bedoeling de Heer blij en gelukkig te maken toen ze kostbare zalf van puur parfum op Zijn hoofd goot, want ze zag dat Hij verdrietig was. 

De derde metafoor is die van een beker, die de Israëlieten gebruikten bij hun aanbidding wanneer ze drankoffers brachten en zich verheugden voor de Heer. 
Met deze woorden: “Gij zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over“, wil de profeet verder nog de grote, rijke troost aangeven die de gelovigen door het Woord hebben, namelijk dat hun geweten gerust en zeker, gelukkig en tevreden is te midden van alle verzoekingen en benauwdheden, en zelfs ook de (dreigende) dood.
Het is alsof hij zeggen wil: De Heer maakt inderdaad een bijzondere strijder van mij en bewapent mij wonderbaarlijk tegen mijn vijanden. Ik dacht dat Hij me een wapenrusting zou aantrekken, een helm op mijn hoofd plaatsen, mij een zwaard in handen geven en me waarschuwen voorzichtig te zijn en zorgvuldig aandacht te schenken aan de zaken die op komst waren waren, omdat ik anders wel eens door mijn vijanden verrast zou kunnen worden. 
Maar in plaats daarvan zette Hij me aan tafel en maakte een heerlijke maaltijd voor me klaar, zalfde mijn hoofd met kostbare balsem of (naar de mode van ons land) plaatst een mooie krans op mijn hoofd, alsof ik, in plaats van me te begeven naar het strijdtoneel, ik op weg ben naar een feestje.
En om elk verlangen in mij te stillen, vult Hij mijn beker tot deze overloopt, zodat ik onmiddellijk kan drinken, gelukkig zijn en goede moed hebben. Die voorbereide tafel is dus mijn wapenrusting, die kostbare balsem mijn helm, die overlopende beker mijn zwaard; en daarmee zal ik al mijn vijanden overwinnen. “Is dat geen prachtige wapenrusting en een nog mooier overwinning?”

Maarten Luther: Dr.Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Maar ik zal in gerechtigheid Uw aangezicht aanschouwen,
en bij het ontwaken mij verzadigen met Uw beeld.

(Uit Psalm 17 vers 15)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Herdenken en gedenken, een waardevolle zaak!

Hij stelde een richtlijn vast voor Jacob en kondigde in Israël een wet af. Onze voorouders gaf hij de opdracht die aan hun kinderen te leren. Zo zou het volgende geslacht ervan weten, en zij die nog geboren moesten worden, zouden het weer aan hun kinderen vertellen”. (Uit Psalm 78 de verzen 5-6)

(Doden)herdenking: Gedenken betreft steeds meer onszelf? *
* Laten we het hopen!

Geciteerd 1: De vraag blijft wel: moeten ál die mensen op 4 mei herdacht worden? Of ze nu dader of slachtoffer waren, of ze nu heldhaftige daden verricht hebben of gewoon maar bezig waren met overleven? Als we dat doen, gaat zo’n herdenking eigenlijk alleen nog maar over onszelf. Het gaat niet meer om hoe het toen was, het gaat er alleen om dat wij er allemaal bij horen en allemaal onszelf erin kunnen herkennen. Of onze familie nu in Nederland woonde of niet, of onze grootouders nu in het verzet zaten of NSB’er waren.

Geciteerd 2: Herdenken kan dus gecompliceerd zijn. (…) Toch blijft herdenken een waardevolle zaak waarbij je God dankt voor de herinnering en waarbij je zonden en wonden in Zijn handen legt.

Geciteerd 3: Maar ik wil er nog een gedachte aan toevoegen. Herdenken doe je natuurlijk degenen die overleden zijn. Maar herinnering begint niet pas nadat iemand overleden is. Ik denk dat het heel goed is om juist als je nog leeft en als je beseft dat je leven eindig is, om juist dan ook met je kinderen te spreken. Te spreken over wat ze meegenomen hebben van jou. Wat laat je hen na? Daar begint gedenken terwijl je nog leeft, en wat is het later voor je vrienden en bekenden en voor je kinderen waardevol als ze hier (nog) met je over hebben kunnen spreken.

Geciteerd 4: Dan gaat niet alleen over de vrome dingen. Dat gaat over heel het leven en hopelijk mag daar dan een onderdeel van zijn wat het geloof voor betekenis had als dragende grond in je leven. Als je met gedenken begint terwijl je nog leeft, dan is er ook ruimte om iets te doen met dingen die fout gegaan zijn of die verkeerd overgekomen zijn. Een christen weet daar toch van? Een christen hoeft toch niet als een heilige herdacht te worden, maar als iemand die wist van genade te leven?!

Opgemerkt 1: Het is wel degelijk van belang om bij een dodenherdenking als op 4 mei een ‘zo breed mogelijk slagveld’ te overzien en daardoor iedereen er zich ook betrokken bij laten voelen/weten. Het is veel te simpel gedacht en gebleken om een duidelijke ‘goed en kwaad boedelscheiding’ te zien of te maken waar het de rol en de inzet van mensen betreft. En daarom is het goed om er ook bij stil gezet te worden hoe wij in de huidige samenleving zo’n ‘boedelscheiding’ toch vaak maar weer al te graag voltrekken met alle gevolgen van dien.

Opgemerkt 2: Christenen weten wel van een (voortdurend) nodige ‘boedelscheiding’ in eigen leven, omdat zij zich als leden van de gemeente van Jezus Christus door Woord en Geest elke dag weer geplaatst weten voor het aangezicht van de levende God, Die hun hart en hun persoonlijke situatie en hun opstelling daarin jegens hun naasten doorgrondt en kent. Daarom spreken Christenen liever over verootmoediging en bekering en vergeving dan over veroordeling en (harde) strafmaatregelen. Zij hebben zichzelf leren kennen…

Opgemerkt 3: Daarom richten christenen met die oproep tot verootmoediging en bekering en vergeving zich altijd eerst tot zichzelf, maar daarnaast zeker ook tot hun broeders en zusters! Maar wanneer dat niet meer ‘leeft’ en die oproep – zoals die zich uit Gods Woord aan ons ‘opdringt’ niet (meer) wordt gehoord of niet meer getolereerd onder christenen, hoe zullen zij/wij dan – in onze gemeentelijke samenleving als christenen – nog van enige betekenis (als zoutend zout, als licht op een berg) kunnen zijn voor anderen in de samenleving(en) van mensen om ons christenen heen?!

Herdenken: Plechtig aandacht schenken aan een gebeurtenis uit het verleden.
Gedenken : Aan iets terug denken – Attenderen – Denken aan – Doen denken – Doen denken aan – Herdenken – Heugen- In gedachte hebben – In het geheugen roepen – Manen – Memoreren – Nog weten.
Boedelscheiding: Verdeling van goederen. Een echtscheiding is een kwalijke zaak… Na de scheiding moeten niet alleen de goederen, maar ook de schulden die in deze gemeenschap van goederen vallen, door de partijen worden verdeeld. Dit wordt ook wel de boedelscheiding genoemd.

Bron citaat 1: RD Opinie – ‘Column: Herdenken gaat steeds meer over onszelf‘ – door Enny de Bruijn
Bron citaten 2-3: smouter-net.docs – ‘Gedenken en doorgeven‘ – ds. Willem Smouter

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Paulus (en de andere apostelen) blijkbaar niet begrepen…

Geliefden, ik vermaan u als bijwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel; en dat gij een goede wandel leidt onder de heidenen, opdat zij, nader toeziende op datgene, waarin zij u als boosdoeners belasteren, op grond van uw goede werken God mogen verheerlijken ten dage der bezoeking.‘ (Uit 1 Petrus 2 de verzen 11-12)

Vraagt iemand u waarop de hoop die inu leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houdt uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster.‘ (Uit 1 Petrus 3 uit de verzen 15-16)

Geciteerd: Hier ligt volgens Vreugdenhil nog veel werk voor Europese theologen. „De Bijbelse verhalen hebben veel referenties naar God en de incarnatie. Dit zijn begrippen die op geen enkele manier meer passen in het wereldbeeld van seculiere Amsterdammers. Ik sprak laatst over hoe Paulus over Jezus praat. Een uitdrukking als hoofd van de kosmos* is hier betekenisloos. Ik gebruikte het beeld van Jezus als burgemeester van de schepping of als projectontwikkelaar van de nieuwe aarde. Dan ontstaat er iets van begrip.”

* Voor mij is deze bewering volstrekt ongeloofwaardig! Dan zullen ze zich dus ook niets kunnen voorstellen bij en begrijpen van ‘Masters of the Universe’.

Opgemerkt 1: Paulus durft te zeggen dat wie het door hem verkondigde Evangelie – dat niet minder begrijpelijk of onbegrijpelijk was in de Grieks-Romeinse wereld van toen dan nu – niet aanvaardde het volgende gold: ‘Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het Evangelie dat wij verkondigen, – en waarvoor de oren en ogen alleen door de kracht van de heilige Geest geopend worden en dus beslist niet door de aanpak en de kracht van de woorden en verhalen van Paulus -, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan: de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het Evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is.‘ (Uit 2 Korintiërs 4 de verzen 3-4)

Opgemerkt 2: Wij zullen moeten gaan inzien en erkennen dat wij niet dezelfde opdracht en belofte hebben zoals de apostelen die hadden. Waar het Woord al verkondigd werd (en dat gold al voor alle gestichte gemeenten en hier in Europa en heel wat andere delen van de wereld geldt dat zelfs al eeuwenlang) daar zal het Woord verkondigd worden in en aan de gemeente(n) en de gemeente die zal het Evangelie met daad en woord/Woord uitdragen in de betreffende samenleving(en) waar zij een plaats hebben. Er is dus helemaal geen taak daar voor theologen en predikanten én zendelingen om daar nog te gaan evangeliseren!
Waar ondanks dat het Evangelie er al eeuwenlang gepredikt werd en ondanks dat er nog altijd gemeenten van Jezus Christus te vinden zijn waar Gods Woord aan de gemeente(n) verkondigd wordt, de mensen zich afkeren van dit Christendom of er geen interesse voor tonen, en dat ook ondanks het feit dat ze nog Christenen ontmoeten die praktijk maken van hun geloof, daar zullen we ootmoedig van hebben te belijden dat wij christenen/Christenen dan machteloos staan. Dan blijft alleen gebed en zelf daden van gerechtigheid doen* de gemeente nog over!

* Woorden van Dietrich Bonhoeffer ten tijde van ‘Hitler Duitsland’.

Opgemerkt 3: De woorden van Dietrich Bonhoeffer op de gedenkplaat (zie afbeelding) kunnen we m.i. ook invullen voor de leegte (het gat dat gaapt) tussen gelovige Christenen en een geseculariseerde/seculiere christenen/mensen van vandaag. We kunnen zielsveel om die mensen geven en van hen houden, maar we moeten die leegte niet vullen (het gat niet zien te overbruggen) met door theologen (nog weer) uit te vinden en dan ook aan ons beschikbaar gestelde manieren/verhalen om deze mensen het Evangelie nog met (onze) woorden te brengen en/of hen daarvan te overtuigen. Over die macht van dat laatste beschikken wij sowieso niet en wat dat ‘voorlaatste’ betreft, de Bijbel wijst ons die weg niet als een begaanbare weg! Paulus heeft daar ook geen enkele moeite voor gedaan!

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘„Benut bij evangelisatie de kracht van verhalen”‘ – van RD-correspondent

Bron afbeelding: Pin op Spreukehhh

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Wij zijn niet als Mozes’…*

De Here nu is de Geest; en waar de Geest van de Here is, is vrijheid. En wij allen, die met een gezicht waarop geen bedekking meer is, de luister van de Heer weerspiegelen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd.‘ (Uit/naar 2 Korintiërs 3 de verzen 17-18)

*Wanneer wat de dood bracht en met letters in steen werd gegrift, al met zoveel luister verscheen dat het volk Israël niet naar Mozes kon kijken vanwege de stralende glans op zijn gezicht – een glans die verdween, zal dan wat de Geest brengt niet nog groter luister hebben? Wanneer wat tot veroordeling leidt al met luister bekleed is, dan is wat tot vrijspraak leidt dat des te meer. De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu. Wanneer wat verdwijnt al luister bezit, geldt dat des te meer voor wat blijft. Dit is onze hoop en daarom handelen we (wij apostelen als Evangelie-verkondigers) in alle openheid (1) en zijn we (wij apostelen) niet als Mozes (2) die zijn gezicht met een sluier bedekte, zodat de Israëlieten niet konden zien dat de glans verdween.’ (Uit 2 Korintiërs 3 de verzen 7-13)

(1) ‘Omdat God ons (apostelen!) in zijn barmhartigheid deze taak gegeven heeft, verzaken wij onze plicht niet. Integendeel, we hebben ons afgekeerd van heimelijke lafheid: we gaan niet sluw te werk, vervalsen het woord van God niet, maar maken de waarheid openlijk bekend. Zo bevelen we ons ten overstaan van God aan bij ieders geweten. (Uit 2 Korintiërs 4 de verzen 1-2)

(2) Maar net als bij de luister die van Mozes gezicht afstraalde is er bij die groter luister van nu niets bij dat we aan onszelf kunnen toeschrijven: ‘Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn onze overweldigende kracht – waarmee het Evangelie door de verkondiging van de apostelen zich baanbrak in de toenmalige wereld – niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht (zie 2 Korintiërs 1 de verzen 8-10), maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan het sterven van Jezus Christus met ons mee (3), opdat ook het leven van Jezus Christus in ons bestaan zichtbaar wordt. (Uit 2 Korintiërs 4 de verzen 7-10)

(3) Jezus heeft zijn discipelen meerdere keren laten horen dat ze zouden delen in Zijn lijden (als Zijn volgelingen, maar m.n. ook als zijn apostelen) en dat verdrukking en vervolging hen te wachten stond. Dat is later in de levens van de apostelen ook zeer duidelijk gebleken.
Paulus wijst daar ook weer op in 1 Korintiërs 4, toen de leidende figuren in de gemeente van Korinthe meenden dat je een ‘geweldige’ positie kon bereiken (en verdiende) met het verkondigen van Gods Woord en het leiding geven in de gemeente van onze Heer Jezus Christus. Maar Gods Woord verkondigen en leiding geven in de gemeente verdraagt zich helemaal niet met manhaftigheid en welbespraaktheid en allerlei ander indrukwekkend uiterlijk vertoon! (4)
Waar werkelijk de luister van het Evangelie in en door levens van mensen doorbreekt en aan het licht komt, daar wordt onherroepelijk de mens zelf klein gemaakt. En waar dat laatste erbij ontbreekt, daar kunnen we er dan zeker van zijn dat het niet de luister – zoals die door het werk van de heilige Geest door het Evangelie in een mensenleven zichtbaar kan worden – van God zelf is. In een gemeente als Laodicea hadden ze zich er duidelijk ook op verkeken (zie Openbaring 3 de verzen 14-22).

(4) Zie hierbij ook 1 Korintiërs 13!

N.a.v. Facebook-post – Meditatie over Psalm 90 – Cees van der Vlist

Bron afbeelding: Bible teaching time stewardship (SlideShare)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘U geschiede naar uw geloof’!

En Gode zij dank, Die ons allen tijd doet triomferen in Christus.
(Uit 2 Korintiërs 2 vers 14)

Geciteerd 1: Voor de gelovigen lijkt het vaak alsof hun zaak verloren is en wij de hoop moeten opgeven. Maar het geloof triomfeert altijd en overwint alle misstappen en gevaren die de heiligen tegenkomen. Het maakt de zienden blind en de horenden doof. En het maakt de doven weer horend en de blinden weer ziend. Kortom, het geloof kan zondigen en niets verliezen. Of als het zich soms uit dwaasheid of onvoorzichtigheid stoot of een fout begaat, heeft God dit van tevoren al gezien en hersteld, zodat de fouten worden toegedekt en uiteindelijk een gelukzalige en goede afloop mogen krijgen. Zo krachtig zijn het geloof en het gebed. Ja, het geloof is werkelijk almachtig (…).

Geciteerd 2: Er zijn mensen die zeggen: Ach, de Heere werkt niet meer in deze tijd, de Geest des Heeren werkt niet meer, of, het is een Geesteloze tijd. Waar hoor je nog van een ware bekering tot God? Geliefden, pas op, als je met zo’n geest bezet bent, dan kunt u niet zalig worden. Als je niets meer van God verwacht, dan doet God ook niets meer. Onthoud dat goed. Want God wil, dat je in het komen tot Hem iets van Hem verwacht. Daar heeft God recht op. (…) Denk liever net zoals die twee blinden (Zie Matteüs 9 de verzen 27-30). Ze hebben geen enkel bewijs, dat ze welkom waren…

Begin niet van achteren! Er zijn hier wellicht mensen, die zeggen: Ja, maar kijk, ik zou de Heere wel aanroepen, als ik maar wist, dat het echt bij mij was, en ik zou wel dag en nacht aanhouden als ik maar wist, dat de Heere wel een keer zou horen. Geliefden, ik herinner me nog, dat Ds Van den Berg vroeger bij ons preekte en dat hij zei: Gemeente van Nieuw-Beijerland, als ik vanavond jullie kon doen geloven, dat, als je van Nieuw-Beijerland naar Oud-Beijerland op je knieën zou kruipen en daarmee de hemel kon verdienen, dan zouden er vanavond nog heel wat mensen aan beginnen. O, dat doen, dat doen dat zit ons zo diep in ons vlees, in ons hart, in ons bedorven bestaan afgedrukt…

Lees de hele preek ‘U geschiede naar uw geloof

Bron citaat 1: checkluther-com – Meditatie van 30 april 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)
Bron citaat 2: Preek ‘U geschiede naar uw geloof‘ van ds. Huisman

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Woont/leeft u ook in ‘streefkerk’? *

Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Jezus Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.‘ (Uit 1 Korintiërs 4 vers 10)
Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zo zwak zijn, u zo sterk bent.; we bidden ervoor dat u zich zult beteren. Ik ben nu niet bij u, maar schrijf u dit alles om bij mijn bezoek niet streng te hoeven optreden, want het gezag dat de Heer mij heeft gegeven is bedoeld om op te bouwen, niet om af te breken.‘ (uit 2 Korintiërs 13 de verzen 9-10)

Iedere gemeente of kerk(genootschap) die we een ‘streefkerk’ kunnen/moeten noemen heeft de vrijheid, die de Geest ons gelovigen brengt, ingeruild voor slavernij aan de doelstellingen van de kerkleiders van zo’n gemeente of kerk. (1) De wekelijks voortgaande prediking van het Woord en het dagelijks Bijbellezen met elkaar is genoeg voor de heilige Geest om daarmee aan de slag te kunnen in ons leven.

Het eenvoudige evangelie van ‘Jezus en Die gekruisigd‘ maakt ons zondaren tot dankbare mensen. Wat een genade is ons toegevallen! Met dankbare kinderen kan en gaat de heilige Geest aan de slag!

Voorgangers/predikanten mogen de leden van de gemeente(n) van Jezus Christus helpen om de Bijbel zelf steeds beter te leren lezen en begrijpen. Hoe broederlijker ze dat doen – ook in hun omgang met de zwakken en broeders en zusters waarvoor we ons wat schamen (zie 1 Korintiërs 12 de verzen 23-25) – hoe meer ze tot zegen zullen zijn voor al hun broeders en zusters en de gemeente(n) die ze mogen dienen. De wijsheid om het gehoorde en geleerde toe te passen die wil de heilige Geest aan ieder van ons juist ook persoonlijk elke dag weer schenken. Wij zullen ons daarin maar niet van alles door anderen laten voorschrijven (zie o.a Romeinen 14 en Kolossenzen 2 de verzen 16-23)

Laten we bidden voor onze voorgangers, voor elkaar en voor dit opbouwwerk – waarbij wij allen betrokken zijn en dus ook allen een eigen verantwoordelijkheid hebben jegens elkaar – in de gemeenten van onze Heer! (Zie o.a. de brieven aan Timoteüs en Titus en Hebreeën 13 de verzen 17-18)

Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de profetie. (…) Iemand die profeteert spreekt tot mensen en wat hij zegt is opbouwend, troostend en bemoedigend. (…) iemand die profeteert doet dat ten bate van de gemeente.‘ (Uit 1 Korintiërs 14 uit de verzen 1-5)

(1) De Gereformeerde kerken vrijgemaakt waren (en zijn?) daar een duidelijk voorbeeld van. Men meende niet lang na het vertrek uit de Gereformeerde kerken (in 1944) dat men nu (eindelijk) met een ‘gereformeerde elite’ aan de slag kon in Nederland op allerlei terrein. Maar dan is de onderlinge liefde altijd ‘de eerste’ die daarvan ‘het’ slachtoffer wordt. Ieder die niet mee wilde of kon gaan in het streven, dat werd voorgestaan door ‘prominente ‘kerkleiders’, werd verdacht gemaakt en/of kon heel goed en zelfs liever gemist worden. Die zouden dat mooie streven toch alleen maar in de weg lopen en men voelde/wist zich sterk en bekwaam genoeg en voorzien van voldoende trouwe volgelingen om zonder veel tranen afscheid te willen nemen van een aanzienlijk deel van mensen die voorheen toch tot hun broeders en zusters gerekend werden binnen de vrijgemaakte kerken.

* Streefkerk is een Nederlands dorp in het noordwesten van de Alblasserwaard in de gemeente Molenlanden in de provincie Zuid-Holland, grenzend aan de rivier de Lek.

Bron afbeelding: Knowing Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De Geestelijke strijd om een gemeente…

Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor de gelovigen in Laodicea voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levende lijve hebben gezien. Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, in welke alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen.’ (Uit Kolossenzen 2 de verzen 1-3)

Epafras, een dienaar van Christus Jezus en een van u, groet u; in al zijn gebeden strijdt hij voor u en bidt hij dat u als volmaakte mensen* en met volle overtuiging zult vasthouden aan alles wat God wil. Ik kan van hem getuigen dat hij zich erg voor u inspant en ook voor de mensen in Laodicea en Hiërapolis.’ (Uit Kolossenzen 4 de verzen 12-13)

* Zie Matteüs 5 de verzen 43-48.

Wanneer deze brief bij u is voorgelezen, moet u ervoor zorgen dat hij ook in de gemeente van Laodicea wordt voorgelezen, en dat u de brief aan hen te lezen krijgt.’ (Uit Kolossenzen 4 vers 16)

Een eigenhandig geschreven groet van mij, Paulus. Denk aan mijn boeien.* Genade zij met u.‘ (Uit Kolossenzen 4 vers 18)

* Zie de Bijbeltekst in de afbeelding.
Geciteerd: Even komt Paulus nog terug op zijn eigen situatie door te herinneren aan zijn boeien, maar dan gaat hij weer terug naar de kern: Gods genade (2 Korintiërs 12 : 9). Die genade wenst hij ook zijn lezers toe. Die genade is er onveranderd, ook nu. Daarin zijn samengebracht Gods liefde, Zijn vergeving, de kracht en troost die Hij ons wil geven. Met die genade besluit Paulus zijn brief. Genade zij met u.

Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare Getuige, het begin van de schepping: Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen. U zegt dat u rijk (1) bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ONGELUKKIG u bent, hoe ARMZALIG, BEROOID, BLIND EN NAAKT.’
(Uit Openbaring 3 de verzen 14-17)

Daarom raad IK u aan koop van MIJ goud (1) dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te kleden (2) en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; zalf voor uw ogen zodat u weer kunt zien.’ (2)
(Uit Openbaring 3 de vers 18)

Iedereen die IK liefheb wijs ik terecht en bestraf IK (3). Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt. IK sta voor de deur en klop aan. Als iemand MIJN STEM (3) hoort en de deur opent, zal IK binnenkomen, en we zullen samen eten, IK met hem/haar en hij/zij met MIJ.’
(Uit Openbaring 3 de verzen 19-20)

Wie overwint zal samen met MIJ op MIJN troon zitten, net zoals IKZELF overwonnen heb en samen met Mijn Vader op ZIJN troon zit. Wie oren heeft om te horen, moet HOREN wat de GEEST tot de gemeenten zegt.’
(Uit Openbaring 3 de verzen 21-22)

HIJ die van deze dingen getuigt, zegt: ‘Ja, IK kom spoedig!’ Amen. Kom, Heer Jezus!
De genade van onze Heer Jezus zij met u allen.
(Uit Openbaring 22 de slotverzen 20-21)

(1) Blijkbaar zagen zij en anderen daar in die gemeente allerlei ‘goud’ blinken, maar dan goud waar onze Heer Jezus Christus helemaal niet van onder de indruk is, integendeel zelfs!
(2) Aan Johannes wordt verteld hoe ze aan die witte kleding zijn gekomen: ‘Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam’ (Openbaring 7 : 14). Het gaat dus om het krijgen van vergeving. Waren ze – vanwege hun trots – blind geworden voor hun eigen tekortkomingen en zonden en daarom ook te weinig bereid om ootmoedig over elkaar en anderen te oordelen en elkaar en anderen vergeving te schenken?
(3) Zie o.a. Hebreeën 12 de verzen 1-13 en 1 Petrus 4 de verzen 17-19.
(4) Er is dus ook een persoonlijk dagelijks samen maaltijd houden met onze Heer mogelijk. Dat verlangen behoort ook zeker tot de dagelijkse bede om ‘ons dagelijkse Brood’ en dat wordt ook zeker ‘gehonoreerd’ wanneer we dagelijks het Onze Vader met heel ons hart bidden! Dat lijkt me in deze corona-tijd van veel belang om dat te beseffen en dat mag ons een hartelijke gerustheid geven in welke omstandigheden we ook mogen verkeren of nog geraken. 

Bron citaat: Dag in Dag uit 2021 – Meditatie 30 april 2021 – Leger des Heils Ark Media.

Bron afbeelding: Knowing-Jesus

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Kracht, troost en volharding…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (26)

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over
‘ (Psalm 23 vers 5)

Geciteerd: Zo ben ik [= Luther] ook de afgelopen achttien jaar door de genade van God bewaard gebleven. Ik heb mijn vijanden laten woeden, bedreigen, belasteren en verdoemen, onophoudelijk beraadslaagden ze tegen mij en bedachten hoe ze tal van kwaadaardige middelen en allerlei schurkenstreken tegen mij konden inzetten. Ik was er de oorzaak van dat ze zich kwelden met gedachten over hoe ze me zouden kunnen doden en mijn leer, of liever die van God, zouden kunnen vernietigen.

Ondanks dat alles ben ik getroost en goedsmoeds geweest – de ene keer beter dan de andere – en heb me niet veel zorgen gemaakt over hun razen en tieren, maar ik heb me vastgeklampt aan de staf van de troost en mijn weg gevonden naar de tafel van de Heer.

Dat wil zeggen, ik heb mijn zorgen toevertrouwd aan onze Here God, waarin Hij mij absoluut zonder mijn wil of raad heeft geleid; en ondertussen sprak ik een Onze Vader of een psalm. Dat is de hele wapenrusting waarmee ik tot nu toe niet alleen al mijn vijanden op afstand heb gehouden, maar door de genade van God ook zoveel heb bereikt dat ik, als ik terugkijk en overweeg hoe de zaken er nu voorstaan in het pausdom, niet anders dan verrast kan zijn over hoe de zaken er nu voorstaan.

Ik heb me er nooit aan gewaagd me voor te stellen dat zelfs maar een tiende van wat nu zichtbaar is, gerealiseerd zou worden. Hij die met het goede werk is begonnen, zal het ook tot voltooiing brengen (Filippenzen 1 : 6), ook al liepen nu alsnog negen hellen en werelden ertegen te hoop.
Laat daarom iedere christen deze kunst grondig leren: zich vastklampen aan deze stok en staf, en zijn weg vinden naar deze tafel wanneer er verdriet of ander ongeluk verschijnt. Dan zal hij zeker kracht en troost ontvangen bij alles wat hem of haar zorgen baart.

Maarten Luther: Dr.Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven
die Christus Jezus van ons vraagt.‘ (Uit Romeinen 15 vers 5)

Bron afbeelding: Bible-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Gods reddende hand (leren) zien en verkondigen…

Over groeien en bloeien en vrucht dragen gesproken…

Ik [de Heere] zal op kale hoogten rivieren doen ontspringen, midden in valleien bronnen. Ik zal de woestijn maken tot een waterpoel, het dorre land tot waterbronnen. Ik zal in de woestijn de ceder zetten, de acacia, de mirt en de oliehoudende boom. Ik zal in de wildernis de cipres plaatsen, samen met plataan en dennenboom, opdat men ziet en erkent, bedenkt en tevens inziet dat de hand van de HEERE dit gedaan heeft, en de Heilige van Israël het geschapen heeft.” (Uit Jesaja 41 de verzen 18-20, HSV)

Geciteerd 1:Hoogmoed is als de prachtige acacia, die zijn hoofd trots boven zijn buurplanten uitsteekt, maar vergeet dat ook zijn wortels, net als die van hen, onder de grond zitten.” – Christian Nestell Bovee

Geciteerd 2: Het extreem lange wortelstelsel van de acacia zoekt naar ondergrondse waterbronnen in de buurt van wadis. Bij gebrek aan water verliest de altijd groene boom zijn kleine blaadjes. Ecologisch gezien is het zeer belangrijk. Gazelles, steenbokken en kamelen eten de blaadjes en knaagdieren voeden zich met de gedraaide of ronde peulen. De harde zaden zijn rijk aan eiwit en fosfor. In de Bijbel wordt over sittimhout gesproken.

Geciteerd 3: Honing (waaronder die van de acacia) zit boordevol flavonoïden en antioxidanten en heeft een bacterie- en schimmelremmende werking, dankzij de enzymen die bijen aan honing toevoegen. Het reguleert de bloedsuikerspiegel dankzij de ideale balans van fructose en glucose. Honing is dus echt niet te vergelijken met suiker want je bloedsuikerspiegel zal er niet van pieken, want het heeft een lage waarde op de Glycemische Index. Ook is honing een probiotica met grote hoeveelheden goede bacteriën en houdt daardoor je darmflora in balans. De etherische oliën en andere stoffen in honing hebben een stimulerende werking op het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Daarom wordt honing ook wel eens de balsem voor de zenuwen genoemd.

Mijn mond verhaalt van uw gerechtigheid, van uw reddende daden, dag aan dag, hun aantal kan ik niet tellen. (Uit Psalm 71 vers 15) *

* Bijbeltekst in Meditatie Tijd met Jezus (zondag 25 april)

Bron citaat 1: christenenvoorisrael-nl/artikelen/waarom-de-acaciaboom-zo-bijzonder-is
Bron citaat 2: smplskin-com/nl/honing-als-geneesmiddel

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie