Over God’s geduld met ons…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (30)

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over
‘ (Psalm 23 vers 5)

Geciteerd: Ok, begrepen tot dusver“, zegt u, “maar ik ben zelf nog niet zover, dat ik kan zeggen met een gerust en vrolijk hart te kunnen sterven.”

Maak je geen zorgen! Zoals eerder vermeld, David kon dat ook niet altijd maar weer van zichzelf zeggen; we horen hem soms erover klagen dat hij uit de tegenwoordigheid van God verstoten is. En ook andere (Bijbel)heiligen hebben niet altijd maar door het volle vertrouwen in God gehad en daarbij een eeuwige vreugde en een dapper geduld in hun nood en beproevingen.

De apostel Paulus had soms zo’n vast en zeker vertrouwen in Christus, dat hij zich niet op het minst van zijn stuk liet brengen door de Wet, door zonde, dood en duivel.
Ik ben het niet meer die leef“, zegt hij (Galaten 2 : 20), “maar Christus leeft in mij.” En (Filippenzen 1 : 23): “Mijn verlangen is om heen te gaan en bij Christus te zijn.
En in Romeinen 8 : 32-35: “Wie zal ons scheiden van de liefde van God? Hij, Die Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen prijsgegeven, zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken? Zal verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of het zwaard ons van Hem scheiden?
Wanneer hij hier spreekt over dood en duivel en alle ongeluk, is hij er zo zeker van alsof hij de sterkste en grootste heilige is, voor wie de dood pure vreugde zou zijn.  

Op een ander moment spreekt hij dan weer alsof hij de zwakste en grootste zondaar hier op aarde is.
1 Korintiërs 2 : 3: “Ik was bij u in zwakheid en in veel vrees en beven.Romeinen 7 : 14: “Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde“, wat mij in gevangenschap brengt. Romeinen 7 : 24: “Ellendig mens, die ik ben! Wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods?
En in Galaten 5 : 17 leert hij dat er in de heiligen een voortdurende strijd van het vlees tegen de Geest is.

Daarom moet u niet zo snel wanhopen, hoewel u zich zwak en wankelmoedig van hart voelt, maar ijverig bidden dat u bij het Woord mag blijven en groeien in het geloof en de kennis van Christus.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Liefdevol en genadig is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is Zijn trouw.
(Uit Psalm 103 vers 8)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Tot hoeveel dienstbaarheid zijn wij bereid?

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief
als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn.
(Uit 1 Petrus 3 vers 8)

Geciteerd 1:Jezus zegt nergens in de evangeliën dat vrouwen een toontje lager moeten zingen, integendeel.’

Opgemerkt: Wanneer we kijken naar de geschiedenis van de Kerk (niet kerk(en)) dan zien we dat vrouwen zich door niets hebben laten hinderen om dienstbaar te zijn aan God en aan Zijn Koninkrijk. Zelf door mannen niet. Dat moet ons ook heel wat te zeggen hebben over de manier waarop we nu strijden om de vrouw een meer dienstbare plaats te geven in de gemeenten/kerken!

Toen Hij hun voeten had gewassen, trok Hij zijn bovenkleren weer aan. Toen ging Hij bij hen aan tafel zitten. Hij vroeg: “Begrijpen jullie wat Ik heb gedaan? Jullie noemen Mij ‘Meester’ en ‘Heer.’ Dat is goed, want dat BEN IK ook. Ik, jullie Heer en Meester, heb dus jullie voeten gewassen. Daarom moeten jullie ook elkaars voeten wassen. Want Ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Jullie moeten hetzelfde doen als Ik. Luister goed! Ik zeg jullie dat een dienaar niet belangrijker is dan zijn heer. En een boodschapper is niet belangrijker dan de man die hem heeft gestuurd. Het is heerlijk voor jullie als jullie dat begrijpen en je ook zo gedragen.‘ (Uit Johannes 13 de de verzen 12-17)

Geciteerd 2: In 1 Timótheüs 5 laat Paulus ons zien hoe wezenlijk dat is. Het gaat daar over vrouwen, die tot een bepaalde taak in de gemeente worden geroepen. En dan wordt niét gevraagd na hun deskundigheid of naar hun diploma’s. Maar dan wordt gevraagd of zij de voeten der heiligen hebben gewassen.
Of ze dus de nederigheid ook werkelijk in praktijk gebracht hebben. Of ze werkelijk gelééfd hebben in navolging van Christus. Dáár gaat het om wil de Heere Jezus zeggen. Want: ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder dan die hem gezonden heeft’ (vers 16).
Als Ik Mijzelf dan niet geschaamd heb om ú de voeten te wassen, hoeveel te mínder behoort u zich dan te schamen om het elkáár te doen.
En dat doende, daarin bezig zijnde, zal er een goede reuk van Christus verspreid worden, en zullen we zelfs genadeloon ontvangen. We lezen dat in vers 17: ‘Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij zo gij dezelve doet.

Lees heel deze zeer leerzame preek over dienstbaarheid: ‘meer en minder meeste en mindere

Bron citaat 1: CIP-nl – ‘Jezus zegt nergens dat vrouwen een toontje lager moeten zingen‘ – auteur onbekend
Bron citaat 2: zgg.nl/uploads/bibliotheek/pdf-bijbelstudies/

Bron afbeelding: The PreachersWord

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Afscheiding en verlangen naar ‘de kerk der vaderen’…

Dispereert niet*

Geciteerd 1: Maar er is nog iets. „De Hervormde Kerk ligt verzonken in de schuld. De afgescheiden kerken zijn gebouwd op de schuld.” Aldus de door mij geciteerde landbouwer te Breukelen. Laat het duidelijk zijn: in het bijna 200 jaar afgescheiden-kerk-zijn is veel ware vreze Gods geoefend, en heeft vanaf veel kansels een zuivere prediking geklonken. Gods eigen Geest heeft binnen die kerken zaligmakend willen werken. Net zozeer als Hij dat deed onder hen die bleven in de kerk der vaderen. Het éne is niet minder een wonder dan het andere. Een wonder vooral vanwege die schuld.

Geciteerd 2: De afgescheiden kerken zijn in de decennia van hun bestaan door veel strijd en scheuring heen gegaan. Dat ging met veel zonden gepaard. Het moet ons wat zeggen. Een ander gevolg is dat land en volk vergeten werden. Ze werden ingeruild voor de eigen kleine kring. „Als je het katholieke verliest, dan raak je met jezelf in de weer” (Ds. J. A. W. Verhoeven, RD 18-5). De praktijk heeft getoond dat wie het beginsel van afscheiding één keer aanvaardt niet anders kan dan zo door te blijven gaan met scheuren en breken. Anders dan wellicht gedacht, blijkt afscheiding geen garantie te vormen voor zuiverheid van leer en prediking.

Opgemerkt:De afgescheiden kerken zijn in de decennia van hun bestaan door veel strijd en scheuring heen gegaan.’ schrijft ds. J.M.J. Kievit. Hoewel deze woorden op zich waar zijn, is er toch reden om moeite te hebben met deze woorden binnen de betogen – in geciteerde maar ook eerdere artikelen – van deze emeritus-predikant. Het accentueren van ‘strijd en scheuring’ ten opzichte van wat er gebeurde binnen de Hervormde kerk is namelijk niet terecht.
De Hervormde kerk werd en wordt daarbij dan nog steeds als ‘de (ware) kerk der vaderen’ gezien en zo genoemd. Daar zou dan wel de eeuwen door ‘het katholieke’ te vinden en in beginsel aanwezig zijn geweest/gebleven en in de kerken van de Afscheiding (dus) niet (meer). Binnen de Hervormde kerk zou ook het ‘beginsel van afscheiding’ niet zijn aanvaardt en binnen de kerken van de Afscheiding wel…

De geschiedenis van deze ‘kerk der vaderen’ laat zien dat ook die ‘kerk der vaderen’ (de Hervormde kerk tot 2004) helemaal niet het (ware) ‘katholieke’ wist te handhaven binnen haar gelederen. Wat we wel zien is toenemende overheidsbemoeienis die daar werd toegelaten en allerlei maatregelen (van lokaal en provinciaal bestuur) die men tegen de broeders nam en die oorzaak ervan werden/waren dat men zich van dat juk wilde en moest zien te bevrijden. Deze ‘kerk der vaderen’ belemmerde het ‘vrije leven’ van gemeenten die naar de kerkopvatting van ‘ de vaderen’ wilden samenleven met elkaar en die elkaar beslist ook graag binnen een door elkaar (en de overheid) erkend kerkverband wilden (h)erkennen en steunen.

Binnen de Hervormde kerk zelf was er (ook) voortdurende gisting en strijd en scheuring. Na de Afscheiding kwam daar nog weer de Doleantie overheen. Het is een wonder geweest dat er na de Doleantie nog een ‘Vereniging’ kwam en die kwam er niet met de broeders van/uit ‘de kerk der vaderen’ (Hervormde kerk) maar de broeders en kerken van de Afscheiding en van de Doleantie vonden elkaar. H. Algra schreef niet voor niets (over) ‘Het wonder van de negentiende eeuw‘?!

* Titel van een boekenserie over de mensengeschiedenis waarin ‘met verwondering wordt gekeken naar mensen, die instrumenten waren waardoor Gods hand de mensengeschiedenis heeft gestuurd.’ De schrijvers waren de (eertijds) bekende A. en H. Algra.

Lees meer over Afscheiding en Doleantie en Vereniging

Bron citaten: RD Opinie – ‘Geschiedenis afgescheiden kerken laat schuld en genade zien‘ – door ds. J.M.J. Kievit

Bron afbeelding: deboekenhoeve-nl

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Christus, onze Messias, de Gezalfde, zoeken en vinden…

Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben,
en die zijn het die van Mij getuigen.‘ (Johannes 5 vers 39)

Geciteerd 1: Omdat we er zelf van overtuigd zijn dat de Heilige Schrift het heilzame Woord van God is dat ons de eeuwige zaligheid brengt, moeten we daarin lezen en studeren, opdat we het getuigenis van Christus vinden.
Wie de Schriften niet bestudeert zoals Christus het ons hier voorhoudt, die kan van het eeuwige leven niets weten. Want hij leeft zonder Gods Woord en zonder dat Woord kan het verstand niets waars van het eeuwige leven denken of zeggen.

Geciteerd 2: Wie de Schriften op zo’n manier bestudeert dat hij Christus er niet in vindt, die kan het eeuwige leven niet verkrijgen, hoeveel hij er ook over geleerd heeft, erover spreekt of erop hoopt. (…)
Wij moeten niet onze verbeelding in de Schriften leggen, maar het getuigenis van Christus eruit halen. Maar als Christus er niet in gevonden wordt, dan wordt Hij ook niet werkelijk gezocht.

Opgemerkt 1: Het volk Israël diende Gods Woord al zo te lezen, namelijk dat ze de grote Profeet, zoals Mozes die had aangekondigd, zouden kunnen herkennen en erkennen wanneer deze Profeet zou verschijnen. Het is heel mooi om te lezen en beseffen dat de Samaritaanse vrouw (Joodse?) leraars moet hebben gehad, die haar dat hebben onderwezen, want ze zegt: ‘Ik weet wel dat de Messias zal komen’ (dat betekent Gezalfde), ‘wanneer Hij komt zal Hij ons alles verklaren.‘ Zij was dus ook al samen met anderen bezig geweest om de Messias te ontdekken in Gods Woord (OT). (1)

Opgemerkt 2: Koning David was een (gezalfde) profeet. De heilige Geest heeft hem zoveel geschonken waarmee hij Israël en ons op die komende Profeet wijst. Wanneer we alleen maar Psalm 18 als voorbeeld nemen, waarin David zich vereenzelvigd met het volk van God en met de komende Messias (2), dan kunnen we ons alleen maar verwonderen. Dan begrijpen we ook dat/wat Petrus schrijft in 1 Petrus 1 de verzen 10-12 over de profeten:

Wat die redding inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade die u ten deel zou vallen. Zij probeerden vast te stellen op welke tijd en welke omstandigheden Christus’ Geest, Die in hen werkzaam was, doelde toen deze hen zei dat Christus zou lijden en daarna in Gods luister delen. Er werd hun geopenbaard dat deze Boodschap niet voor henzelf was maar voor u, en nu is deze Boodschap u verkondigd door hen die u het Evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige Geest Die vanuit de hemel werd gezonden. Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen.

(1) Lees eventueel meer in: ‘De Messias verwachting van de Samaritaanse vrouw…
(2) Vergelijk Psalm 18 de verzen 44-51 met (bijv.) de woorden van Paulus in Filippenzen 2 de verzen 9-11.

Bron citaat: checkluther-com – Meditatie 23 mei 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Waarom te bidden met Pinksteren (en elke dag)…*

…en noem ik u in al mijn gebeden. Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u Hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven.‘ (Uit Efeziërs 1 uit de verzen 16-19)

* N.a.v. vandaag – Pinksterzondag – beluisterde preken (1)

Opgemerkt 1: We zullen – zoals ons in de verkondigingen al duidelijk gemaakt werd – niet bidden om meer (gaven) van de heilige Geest te ontvangen, maar om geloof om daarmee meer ruimte voor Hem in ons hart en in ons verstand en in de praktijk van ons leven te ontvangen en (laten) maken! Dan zullen de mensen ons niet met ontzag aanstaren om wat wij aan gaven ontvangen hebben en daarvan aan hen vertonen kunnen (a), maar dan zal de Geest door ons heen kunnen werken om ook anderen – met en door Gods eigen Woord! – Gods werk in en aan deze wereld en de gelovigen te leren zien, namelijk wat ons mensen geopenbaard is van Gods liefde en trouw en wat ons daarvan nog geopenbaard worden zal door God in onze Heer Jezus Christus.
(a) Zie bijv. Handelingen 3 de verzen 11-16 en 14 de verzen 8-18.

Opgemerkt 2: We leren uit Gods Woord dat de heilige Geest heel Gods schepping ‘doortrekt’ en dat Hij in al Zijn schepselen aanwezig en werkzaam is van het begin van Gods schepping. Toch heeft God niet in zoveel van Zijn volheid bij en in ons kunnen wonen als dat in Zijn bedoeling lag en ligt en wel omdat Hij dat pas wilde gaan doen nadat Hij ons mensen in Christus geopenbaard zou hebben hoe groot Zijn liefde voor ons mensen is.
Zelfs Adam en Eva hadden niet die inwoning van Gods Geest zoals Gods kinderen op en na die eerste Pinksterdag in Jeruzalem ontvangen mochten.
Je zou Gods werk in de mensengeschiedenis – zoals we die opgetekend vinden in de Bijbel, Gods Woord – wel kunnen vergelijken met een verkering (Abraham), een verloving (Verbondssluiting op de Sinaï) en dan samen alvast een huis betrekken (Beloofde land, Pinksteren in Jeruzalem), terwijl toch nog gewacht wordt op de bruiloft (Wederkomst) ook al staat de datum daarvan (in de hemel) al vast.

Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar medeburgers en huisgenoten van God, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus Zelf als de hoeksteen. Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, goed ineensluitend, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem de Heer, in Wie u ook samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door Zijn Geest.‘ (Uit Efeziërs 2 de verzen 19-22)

Opgemerkt 3: Het besef van die aanwezigheid van Gods Geest in alle mensen, ook ongelovigen – ook al geven zij hem niet die ruimte die Hij graag hebben wil en die Hem toekomt – dat moet ons hoopvol en nederig maken. Wanneer wij hen ontmoeten en spreken mogen we zelfs in onze grootste vijanden de aanwezigheid van Gods Geest weten en Hij is bij machte om hen toch oog en oor te geven voor Zijn werk zoals Hij dat door ons heen wil doen.
Zelfs wanneer we zien dat de boze en zijn ‘engelen’ deze mensen in hun macht heeft, zullen we gelovig aanvaarden dat deze mens en de geesten die hun macht over hen uitoefenen niets kunnen uitrichten zonder Gods bestuur over hen. Daarom kunnen we Jezus opdracht en voorbeeld volgen in het liefhebben en vergeven van onze grootste vijanden.

Opgemerkt 4: We zullen ook beseffen dat de wereld nog altijd invloed heeft op de harten en de levens van de gelovigen. Het kan zelfs zijn dat wij of anderen het werk van de Geest in ons leven tegenstaan en zelfs (helemaal) uitblussen en dat we daarmee niet alleen ons eigen leven bedreigen maar daarmee ook een bedreiging vormen voor onze broeders en zuster (nauw aan ons verbonden of verder van ons afstaand) en het gemeentelijk en kerkelijk leven in het algemeen en daarmee ook voor de samenleving van mensen in deze wereld.
Laat het optreden van de Joodse Schriftgeleerden en Farizeeën en volksgenoten die geen gehoor wilden geven aan het getuigenis van Johannes de Doper en de verkondiging van onze Heer Jezus Christus maar als waarschuwend voorbeeld nemen van hoe verreikend de gevolgen van dat tegenstaan van het werk van de Geest in onze oren en harten en levens kunnen zijn. Toch horen en zien we daarbij hoe ook hun werk onder het bestuur van God plaatsvond – lees bijvoorbeeld de woorden van Petrus’ toespraak n.a.v. de genezing van een verlamde in Handelingen 3 de verzen 11-26)

(1) N.a.v. de diensten en verkondiging op zondagmorgen 23 mei 2021 in de Hersteld Hervormde gemeente in Lunteren en die van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Voorthuizen-Barneveld.

Zie eventueel ook nog:Niets in en uit eigen kracht…

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.‘ (Uit 2 Petrus 1 de verzen 5-7)

Bron afbeelding: Think the Bible

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Ik zal u mond en wijsheid geven’…

En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven,
dat Hij eeuwig bij u zal blijven.

(Uit Johannes 14 vers 16 – weergave DB 1545)

Dit is het ambt en werk van de Heilige Geest nadat Ik van jullie zal zijn heengegaan: Hij zal jullie troosten, onderwijzen, bijstaan, leiden, verdedigen, vermanen, helpen en versterken, zo dikwijls als jullie dat nodig hebben. Want in de wereld zullen jullie geen troost en bijstand hebben, maar de hele wereld zal tegen jullie zijn. De duivel zal jullie verzoeken en lastigvallen en met zijn giftige lastertong, het ergste van jullie zeggen en jullie voor de hele wereld beschuldigen en uitroepen als verleiders en tegenstanders. Bovendien zal hij je in je eigen geweten en hart inwendig plagen en beangsten met verschrikkingen van Gods toorn, treurigheid, en met verdrietige gedachten over je eigen zwakheid. Daardoor zou je wel kunnen en moeten wanhopen, wanneer je daarin zonder troost en kracht werd gelaten.

Tegen deze lasteraar en aanklager (wil Christus zeggen) zal Ik je van Mijn Vader in Mijn plaats de Heilige Geest zenden als Pleitbezorger en Verdediger Die voor je zal pleiten bij God. Daarbij komt dat Hij je hart zal versterken, zodat je niet door dit schelden en lasteren, aanklagen en verschrikken van de duivel en de wereld de moed opgeeft – maar daarentegen juist een onverschrokken moed krijgt en dapper je mond opendoet: dat is, dat je in de zaak van het geloof en de belijdenis van Christus standhoudt en overwint. Zoals in Lukas 21 vers 15 staat: ‘Want Ik zal u mond en wijsheid geven, die al uw bestrijders niet zullen kunnen tegenspreken of weerstaan.

Maarten Luther: Ein anderer Sermon am Pfingsttage, Kirchenpostille, Editionen 1540 und 1543, weergave W(1), 11, S. 1408 ff

Bron citaat: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan familie en vrienden? Er zijn geen kosten aan verbonden als iemand deze wekelijkse citaten zelf ook graag wil ontvangen. Aan- en afmelden: Bij voorkeur via e-mail: info@maartenluther-citaten.nl of via de homepage van http://www.maartenluther.com

Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in Zijn Geest. En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft als Redder van de wereld. Als iemand belijdt dat dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. Wij hebben Gods liefde die in ons is leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.‘ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 13-16)

Bron afbeelding: Pinterest (Daily Scripture)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Jakobus zet overspel en moord op één lijn…

Zoals het lichaam zonder de geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood.
(Uit Jakobus 2 vers 26)

* Jakobus wil en durft in zijn brief dergelijke zware zonden voor te houden aan brave, eerbare (te eren) leden van de gemeente(n) waaraan hij zijn brief schrijft…

Wie de hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in gebreke. Want Hij die gezegd heeft: ‘Pleeg geen overspel’, heeft ook gezegd: ‘Pleeg geen moord’. Als u geen overspel pleegt meer wel een moord, overtreedt u toch de wet. Zorg ervoor dat u in uw spreken en in uw handelen de toets kun doorstaan van de Wet die vrijheid brengt.‘ (Uit Jakobus 2)

Opgemerkt 1: Jakobus moet hier ongetwijfeld met name ook gedacht hebben aan dit onderwijs van onze Heer Jezus Christus:
Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: ‘Pleeg geen moord. Wie moord zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht’. Maar Ik zeg jullie: ‘Ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeer gaat en zegt ‘Nietsnut(1) zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht en de Hoge Raad. Wie “Dwaas!(2) zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan’. (…) Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.‘ Maar Ik zeg jullie dit: Iedereen die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds overspel gepleegd.‘ (Uit Matteus 5)

(1) In oktober 2015 werd mij een ‘huwelijksdwangbrief’ overhandigd die was opgesteld onder auspiciën van het pastoraat – lees: in bijzijn en met goedkeurig van predikant en leden van de kerkenraad. Een brief waarin mij met niet mis te verstane woorden (vergezeld van eisen en dwangmaatregelen) te kennen werd gegeven dat ik mij van ‘nietsnut’ moest gaan bewegen naar een voor ‘gezin en maatschappij en kerk’ nuttig persoon. Bij het niet instemmen met dit oordeel over mijn persoon en het opvolgen van de in de brief gestelde eisen, zouden de in de brief (a) opgesomde maatregelen per direct ingaan. Dat laatste is inderdaad ook gebeurd met alle gevolgen van dien voor huwelijk en gezin en relaties in de kerkelijke en burgerlijke gemeente.
(a) Het is werkelijk heel verdrietig en niet te begrijpen hoeveel onrecht in die brief gedaan werd en wordt (de brief is nooit ‘teruggenomen’) aan mijn werkelijke inspanningen en inzet samen met UWV en GGZ en ook samen met organisaties die vrijwilligers graag inzetten en wat daarmee was bereikt en zelfs ook het betaalde werk (fondswerving) dat ik inmiddels toentertijd weer deed. Het werd helemaal buiten beschouwing gelaten.

(2) Vanwege mijn (latere) verweer – dat men helemaal niet wilde horen/accepteren – meende de broeder, waar de geheime bijeenkomsten voor het opstellen van de brief aan huis werden gehouden, geen enkele reden te hebben om mij nog in zijn huis binnen te laten voor een gesprek met hem en zijn echtgenote. Wel wilde hij voor de deur van zijn huis hartgrondig en bondig uitspreken hoe hij over me dacht en hoe hij mij zag (ziet?): niet meer dan een mannelijk lichaamsdeel* waar je je in het openbare leven voor schaamt. (3).
* Begrijp/lees: ‘Jan(se) met de korte achternaam’.

(3) ‘Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken, zijn het meest noodzakelijk. De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldiger en met meer respect dan die waarvoor we ons niet schamen. Die hebben dat niet nodig. God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die dat nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen.‘ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 22-25)

Zijn het dan niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechter slepen? Zijn zij het niet die de voortreffelijke Naam die over u is uitgesproken (bij de Doop), door het slijk halen? Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf’ dan handelt u juist! Maar als u op uiterlijke dingen (zoals een mooie carrière, weelde en rijkdom en de reputatie die dat meebrengt) afgaat, begaat u een zonde en bestempelt Gods wet u als zondaars. Wie de hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt…’ (Uit Jakobus 2).

Tot slot:Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaad spreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter. Er is maar één Wetgever en Rechter: Hij die bij machte is om te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u om uw naaste te veroordelen?‘ (Uit Jakobus 4 de verzen 11-12. Zie hierbij ook Romeinen 3 de verzen 9-31).

Zie ook:Ik zal u mond en wijsheid geven…

Bron afbeelding: SlideShare (How to live your Faith)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Rabboeni, dat ik ziende mag worden.’ (Living in the Wait)

Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed.
(Uit 1 Petrus 3 vers 12)

Geciteerd: Schrijf dit vers* met een vast geloof in je hart en kijk of het je geen vrede en goede dingen zal brengen. Kun je geloven dat God boven zit en niet slaapt en ook niet ergens anders naar kijkt en jou vergeten is, maar dat Hij met open ogen naar de rechtvaardigen kijkt, die lijden onder geweld en onrecht? Waarom zou je dan klagen en moedeloos worden over letsel of leed dat je overkomt, als Hij toch Zijn genadige ogen op je richt en van plan is om je te helpen als je rechtvaardige Rechter en God?
Dit oog zou ik van alles op de wereld het liefste willen kopen, en zo’n geloof, als ik dat toch eens zou kunnen bezitten! Want het ontbreekt zeker niet aan Gods aanschouwen, maar aan ons geloof. (…)
En zoals Hij naar je kijkt met Zijn genadige, lachende ogen, zo luistert Hij ook met geduldige, open oren naar je klagen, je zuchten en je bidden. Hij hoort je gebed graag en met genoegen. Zodra jij je mond maar opendoet, verhoort Hij het.

* Opgemerkt: Laat dit vers door de Geest in je hart schrijven en gebruik daar m.n. ook de zondagen voor door ‘de samenkomsten – met ook het samen breken van het brood – niet te verzuimen’!

Bron citaat: checkluther-com – Meditatie zondag 16 mei 2021 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: Living in the Wait

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Onverschrokken en vreugdevolle krijgsheren…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (28)

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over
‘ (Psalm 23 vers 5)

Geciteerd: David wil dit zeggen: “Heer, Uw gasten, die aan Uw tafel zitten, de gelovigen, worden niet alleen sterke en moedige en onoverwinnelijke helden in het bijzijn van al hun vijanden, maar ze worden ook gelukkig en dronken. Dat komt doordat U ze goed behandelt, zoals een rijke man gewoon is zijn gasten te behandelen. Hij geeft ze een voortreffelijk maal, maakt ze blij en vrolijk, en serveert daarbij zo goed met wijn dat ze dronken worden. Dat alles wordt gedaan door het Woord van genade. 

Daardoor voedt en versterkt de Heer, onze Herder, de harten van zijn gelovigen, zodat ze al hun vijanden trotseren en met de profeet zeggen: ‘Ik ben niet bang voor vele tienduizende mensen die mij omringen om tegen mij op te staan, (Psalm 3 : 7). En eerder, in het vierde vers van Psalm 23, zei hij: “Ik vrees geen kwaad; want U, Heer, zijt met mij.” Hij geeft hun dienovereenkomstig de Heilige Geest samen met het Woord, ja, door ditzelfde Woord. De Heilige Geest maakt hen niet alleen dapper en moedig, maar ook zo zeker en gelukkig dat ze dronken worden en vervult van een grote en grenzeloze vreugde. 

David spreekt hier dus over geestelijke kracht, vreugde en bedwelming – de kracht van God (Romeinen 1 : 16); en een vreugde in de Heilige Geest, zoals Paulus het noemt (Romeinen 14  : 17); en een gezegende bedwelming, waarbij de mensen niet met wijn worden vervuld, want dat is losbandigheid, maar met de Heilige Geest (Efeziërs 5 : 18). En dit is de wapenrusting en de wapens waarmee onze Here God Zijn gelovigen uitrust tegen de duivel en de wereld; dat wil zeggen, Hij legt het Woord in hun mond en legt moed, dat wil zeggen de Heilige Geest, in hun harten. Onverschrokken en opgewekt vallen ze al hun vijanden aan met die uitrusting. Ze verslaan en overwinnen hen ondanks al hun macht, wijsheid en heiligheid.  

Zulke krijgsheren waren de apostelen op de Pinksterdag (Handelingen 2 : 1 ev). Ze stonden in Jeruzalem op tegen het bevel van de keizer en de hogepriester en gedroegen zich alsof ze echte goden waren en alle anderen slechts sprinkhanen, en ze drongen met alle kracht en vreugde voorwaarts alsof ze bedwelmd waren, waardoor sommigen hen zelfs bespotten. en zeiden dat ze dronken waren van zoete wijn. Maar de apostel Petrus toonde met woorden van de profeet Joël aan dat ze zich niet bedronken hadden aan wijn, maar vervult waren van de Heilige Geest. Daarna hanteerde hij het zwaard; dat wil zeggen, hij opent zijn mond en predikt, en met één slag redt hij drieduizend zielen van de duivel.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ev (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Toen de leden van het Sanhedrin zagen hoe vrijmoedig Petrus en Johannes optraden en begrepen dat het gewone, ongeletterde mensen* waren, stonden ze verbaasd, en ze realiseerden zich dat beiden in Jezus’ gezelschap hadden verkeerd.‘ (Uit Handelingen 4 vers 13)
* Ze hadden wel drie jaar verkeerd met en onder het Woord!

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Niets in en uit eigen kracht…

N.a.v. Meditatie(-serie) in Bijbelsdagboek Dag In Dag Uit 2021

Geciteerd 1: Aan het begin van het gebed dat Jezus ons leert bidden, richten we ons op God, die we Vader mogen noemen (Onze (!) Vader mogen en behoren noemen! In en door Jezus Christus onze Heer en Broeder, die dat voor ons verworven heeft en ons teruggekocht uit de slavernij onder heerser Satan – AJ). We spreken uit dat we hopen dat Zijn aanwezigheid meer en meer zichtbaar zal worden op aarde.

Opgemerkt 1: We spreken met dat gebed niet uit wat we hopen, maar we belijden daarmee wat waar is en wat ons (daarom) te doen staat deze nieuwe dag! En we kijken niet argwanend naar onze ‘buren’ en in deze wereld rond of er iets van die hoop te zien valt en hopelijk steeds meer zichtbaar wordt, maar we zien op eigen hart en op eigen leven om na te gaan of we de woorden van dit gebed met een oprecht hart hebben beleden en ook weer onder de hoede en leiding van de Geest in praktijk willen brengen in het leven vandaag (deze nieuwe dag!).

Geciteerd 2: We verbinden onszelf met onze hemelse Vader door het brood dat Hij ons geeft (te eten en te delen) en door te leven in en uit Zijn vergeving.

Opgemerkt 2: Wij doen in dit gebed niets in en uit eigen kracht – zelfs het eerbiedig willen en daadwerkelijk uitspreken van dit gebed zullen we zien als een gave van Hem (zie Filippenzen 2 vers 13) – en de verbinding met onze hemelse Vader wordt ons geschonken door de heilige Geest, om Wie wij bidden met de bede om ons dagelijks Brood. Die verbinding heeft de Here Jezus zelf heel duidelijk gelegd, namelijk met Zijn woorden in Lukas 11 de verzen 5 t/m 13.

NB. Er volgen nog meer dagboekmeditaties over dit gebed mee n.a.v. woorden hierover in Lukas 11, dit is alleen een reactie op de woorden in de meditatie van vandaag (maandag 10 mei 2021). Dankbaar maak ik ook dit jaar weer gebruik van dit Bijbels Dagboek.

Bron citaten: Dag in Dag Uit 2021 – Meditatie 10 mei 2021 – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: Pinterest (Pin by Aaron Krayna on Christian Art)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie