‘Zalig de armen van geest’… (vervolg 2)

Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloof.‘ (Uit 1 Johannes 5 het 4e vers)

NB. Onze kinderen worden ons daarbij – als ‘armen van geest’ (als ‘niet rijk in zichzelf’) – tot voorbeeld gesteld! (1)

Het overwinnend geloof

Geciteerd: Johannes zegt: ‘Wie is het die de wereld overwint, dan die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?‘ (vgl. 1 Johannes 5 vers 5). Dat zegt hij eigenlijk om aan te duiden wat het ware geloof, waarvan de Schrift spreekt, inhoudt.
Want er zijn veel religies die de wereld ‘geloof’ noemt, en die naar zij zelf zeggen, ook geloven in God, Die hemel en aarde heeft geschapen. Dat dit echter niet het ware geloof is, bewijst zich daaruit dat het niets doet of schept, niet strijdt of overwint, maar allen laat zoals ze zijn, in hun oude geboorte en onder de macht van duivel en zonde.
Maar dit is het ware overwinnende geloof, dat gelooft dat Jezus Christus de Zoon van God is. Het is een onoverwinnelijke kracht, door de heilige Geest gewerkt in de harten van de christenen. Het is een vaste en zekere kennis, die niet alleen heen en weer fladdert of staat te gapen naar de onbestendige gedachten en verzinsels van de mensen. Daarentegen grijpt het God aan in deze Christus, als Zijn Zoon, uit de hemel gezonden, door Wie Hij Zijn wil en hart openbaart, en van zonden en dood tot genade en het nieuwe, eeuwige leven brengt.
Dit geloof en vertrouwen werkt dat de mens zich niet verlaat op eigen verdienste of waardigheid, ook niet op mensenwijsheid, maar op Christus, de Zoon van God, en op Zijn macht en kracht, en door Hém tegen de wereld en duivel strijdt en overwint.

(1) ‘Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: “Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?” Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer en zei: “Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op. Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.”‘ (…) ‘Waak er voor ook maar één van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: “hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van Mijn hemelse Vader.“‘ (Uit Matteüs 18 de verzen 1-6 en 10)

Zie ook: ‘Zalig de armen van geest’…(start) en (vervolg 1)

Bron citaat: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof allen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten.
(Meditatie van 30 mei)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zalig de armen van geest’… (vervolg)

De blinden worden ziende en de kreupelen wandelen, de melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd.‘ (Uit Matteüs 11 vers 5)

Over het Gods grootste werk aan ons mensen…

Geciteerd 1: We gaan weer terug naar onze tekst: ‘Aan armen wordt het Evangelie gepredikt.’ Uit de hiervoor genoemde werken die Christus voor het lichaam doet, is het makkelijk te verstaan dat Christus geen groter werk doet, dan aan armen het Evangelie verkondigen. Dat is zoveel gezegd: aan de armen wordt de goddelijke belofte verkondigd van volkomen genade en troost in Christus. Dat betekent dat deze genade door Christus wordt aangeboden en voorgesteld; dat aan ieder die dit gelooft, al zijn zonden worden vergeven; dat de wet voor hem of haar is vervuld; dat het geweten is bevrijd en dat eeuwig leven wordt geschonken. (1)
Hoe zou een arm, ellendig hart en bedroefd geweten nog een blijder boodschap kunnen horen? Hoe zou een ziel [=mens] krachtiger en moediger kunnen worden, dan van zulke troostvolle en heerlijke woorden en beloften? Zonde, dood, hel, wereld en duivel, zijn in één ogenblik verdwenen (2), wanneer een arme ziel deze belofte ontvangt en gelooft.
Blinde ziende maken, en doden opwekken zijn maar heel geringe werken vergeleken bij het Evangelie aan armen verkondigen. Daarom noemt Christus dit het laatst, als het allergrootste werk onder al Zijn werken.

(1) Geciteerd 2: Het Evangelie is een boodschap van genade en vergeving. Daarom behoort bij het Evangelie geen werk (want het is geen wet!), maar het moet alleen geloofd worden. Het Evangelie is een naakte belofte en aanbieding van de Goddelijke genade. Wie daarin gelooft, die ontvangt genade én de heilige Geest, waardoor het hart vrolijk wordt en verblijd in God. (…) Vanaf het begin van de wereld heeft God aan niemand deze genade beloofd, dan alleen in en door Christus. Daarom is het tevergeefs dat iemand buiten het geloof in Christus, de vervulling van ook maar één Goddelijke belofte zou verwachten. ‘Want zoveel beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen‘ (vgl. 2 Korintiërs 1 vers 20). Wie Hem niet hoort, die hoort ook geen belofte van God. Want zoals er géén gebod is buiten de wet van Mozes, zo zijn er ook géén beloften buiten Christus.

(2) Waar gelooft wordt is alle exorcisme overbodig!

Leestip: Romeinen 6, 7 en 8 en m.n. daarvan de verzen 10-17.

Opgesteld mee n.a.v. de dienst op zondagochtend 29 mei van NGK ‘De Ontmoeting’ (JFC, Barneveld)

Zie ook: ‘Zalig de armen van geest’… (I)

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof allen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten

Over het dagboek: De voor dit dagboek geselecteerde citaten zijn voor het merendeel niet eerder in het Nederlands gepubliceerd. Zo maakt u hier kennis met een verrassend aspect van de veelzijdigheid van Luther als verkondiger van Gods zeer blijde boodschap. De citaten zijn bijna allemaal geselecteerd uit tweeduizend nagelaten preken die nog nooit in het Nederlands werden vertaald.

Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons. En Hij Die ons met u bevestigt in Christus en ons gezalfd heeft, is God, Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 20-22)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Zalig de armen van geest’…

De blinden worden ziende en de kreupelen wandelen, de melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd.‘ (Uit Matteüs 11 vers 5)

Over het grootste werk van God aan ons mensen…

Geciteerd 1: De echte geestelijk armen zijn zij die deze verkondiging altijd weer nodig hebben en deze met hun hart smaken en proeven en indrinken als regen op een dor land. (1) Bovendien wordt het Evangelie zo gepredikt en verkondigd in de hele wereld, dat het echt alleen een prediking is voor de armen. Geen enkele rijke kan het bevatten of aannemen. Wie het wil aannemen moet eerst arm zijn geworden. (2)
Zoals Christus ook zegt: “Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering” (vgl. Matteüs 18 vers 13). Dit zei Hij, terwijl Hij toch de hele wereld tot bekering riep. Maar zijn roepen was zó, dat het alleen door zondaren kón worden aangenomen. Allen die Hij riep, moesten zondaren [voor God] worden, maar dat wilden zij niet, want daar waren ze (waanden ze zich) veel te goed voor. Zo moeten ook allen die het Evangelie (vandaag) horen allemaal arm worden, opdat ze zalig worden, maar dat wil men net zo min. Daarom is het Evangelie nooit verder gekomen en komt het niet verder dan alleen bij de échte armen van geest.

Geciteerd 2: Bij deze verkondiging kun je zien wie feitelijk de grootste vijanden van het Evangelie zijn, namelijk de werkheiligen (3). Zij zijn het die helemaal tégen het Evangelie gekant zijn. Zij bestaan het dat zij door werken rijk willen worden (4), terwijl het Evangelie juist wil dat zij arm worden. Op deze manier willen ze niet wijken. Het Evangelie kán ook niet wijken.
Want het Evangelie waarmee ze altijd in strijd zijn, is Gods eeuwig durend en onveranderlijk Woord dat van geen wijken weet. Daarom lopen ze op elkaar in en stoten ze zich aan elkaar, zoals Christus zegt: “En op wie deze Steen valt, die zal verpletterd worden, en op wie Hij valt, die zal Hij vermorzelen.”
Daarbij, zij veroordelen ook het Evangelie als dwaling en ketterij, en zo gebeurt het – zoals we dagelijks zien, en vanaf het begin van de wereld is gezien – dat er tussen het Evangelie en de werkheiligen geen vrede, geen vriendschap, geen verzoening mogelijk is.
Door hén wordt de kerk daarom onderdrukt en vermalen, zoals de tarwe tussen de beide molenstenen wordt vermalen. De onderste steen is het stille, vredige, en onbeweeglijke Evangelie. De bovenste steen, die beweegt en maalt, zijn de werken en hun leermeesters die razen en woeden om de tarwe tot meel te malen.

(1) Daarom zijn ‘geestelijk armen’ ook altijd weer blij en dankbaar voor dat heel eenvoudige samenkomen van de gemeente(n) op zondag om daar God te danken – dat allereerst en vooral! – en om er samen te (aan)bidden en vanwege het ontvangen van de zegen zoals die door de bediening van het Woord en de Doop en het vieren van het Avondmaal tot hen komt.
(2) Daaraan ontdekt door het luisteren naar Gods wet en naar wat onze Heer Jezus Zijn discipelen opdroeg ons te onderwijzen.
(3) Dáárom vonden en vinden we juist binnen Gods volk en binnen de gemeenten/kerken de grootste vijanden van het (werkelijke) Evangelie en dus ook van de eenvoudige en nederige gelovigen.
(4) En tot die werken kunnen ook behoren het ontvangen van bijzondere visioenen en ervaringen en het uitdrijven van demonen, etc. (zie o.a. Matteüs 7 de verzen 21-23)

Leestip: Romeinen 6, 7 en 8 en m.n. daarvan de verzen 10-17.

Opgesteld mee n.a.v. de dienst op zondagochtend 29 mei van NGK ‘De Ontmoeting’ (JFC, Barneveld)

Zie ook: ‘Zalig de armen van geest’… (Vervolg)

Bron citaten: ‘Maarten Luther – Vrees niet, geloof alleen – Dagboek over het geloof’ – Samengesteld, ingeleid en vertaal door H.C. van Woerden sr. – 2019 Den Hertog BV., Houten

Over het dagboek: De voor dit dagboek geselecteerde citaten zijn voor het merendeel niet eerder in het Nederlands gepubliceerd. Zo maakt u hier kennis met een verrassend aspect van de veelzijdigheid van Luther als verkondiger van Gods zeer blijde boodschap. De citaten zijn bijna allemaal geselecteerd uit tweeduizend nagelaten preken die nog nooit in het Nederlands werden vertaald.

‘Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen
(Uit Matteüs 5 het 3e vers)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Bijzonder goede relatie’…

Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen. Laat ieder van u de gave die hij/zij van God gekregen heeft, gebruiken om anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.‘ (Uit Petrus 4 uit de verzen 7-11 de verzen 9-10)

Geciteerd: In Barneveld is zaterdag Huiskamer Samaria geopend, het eerste inloophuis van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN). De plaatselijke ggiN heeft een bijzonder goede relatie met de gemeentelijke overheid, aldus burgemeester J. Luteijn van Barneveld. „Met geen andere kerkelijke gemeente is het contact zo intensief.”

Opgemerkt 1: Het zal de lezer niet verwonderen dat ‘ondergetekende’, gezien zijn ervaringen met hoe ‘intensief contact van een kerkelijke gemeente met de plaatselijke overheid’ kan uitpakken, helemaal niet blij is met en gerust is over dit ‘intensieve contact’ met één bepaalde – en dan nog wel de grootste! – kerkelijke gemeente binnen een burgerlijke gemeente.

Opgemerkt 2: In de ideale situatie zitten de mensen die deel uitmaken van de plaatselijke overheid ’s zondags in een kerkelijke gemeente onder het gehoor van Gods Woord en daarbij onderscheiden zij zich in niets van welke kerkganger(s) daar dan ook. Daar zullen zij zich beslist niet hebben te gedragen of te laten bejegenen (gebruiken) als gezagsdragers en vertegenwoordigers van de lokale burgerij, maar (net als de anderen) als gewone burgers de samenkomsten bijwonen: als zoekers en burgers van het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.

Opgemerkt 3: Het is alleen maar ‘gezond’ (lees: naar Gods Woord) wanneer kerkelijke gemeenten gepaste afstand en onafhankelijkheid bewaren t.o.v. het ‘overheidsapparaat (overheden en hun ambtenaren) en andersom. Dat heeft de kerkgeschiedenis en dat hebben de afgelopen jaren en ook nu weer, bij wat er zich allemaal afspeelt in Europa, in de buurlanden en in ons eigen land, ons toch wel (weer) duidelijk gemaakt! (1)

Opgemerkt 4: Is zo’n inloophuis in Barneveld (toch bekend als een kerkelijk/christelijke gemeente) niet een klaarblijkelijk teken van het falen van het kerkelijke leven (kunnen we het nog ‘leven’* noemen?) om de ouderen/ouders door de verkondiging van Gods Woord (zondags en door-de-weeks in de huizen) zich te leren houden aan een Bijbelse/Christelijke levensstijl en om daarin anderen – m.n. ook de eigen jeugd – voor te gaan?

* Zie Openbaring 3 de verzen 1-6 en 14-22.

Geciteerd 2: ‘Eerst het oude puriteinse beginsel: de eer van God bovenal (beter nog: het zoeken van het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid bovenal, AJ) – vooreerst in eigen leven – en daarom diep door het stof – maar dan ook naar de “buitenwereld” uitgedragen door mensen “wie veel vergeven is”, en die daarom ook veel liefhebben – kan weer invloed krijgen op het volksleven. En dan alleen als dat “puriteins beginsel” wordt toegepast op het praktische leven in lijn van de geschiedenis (‘in rapport met de tijd’, AJ). Niet in klagen en zuchten, dat de wereld haar einde nadert, dat de maat van de goddeloosheid vol wordt, maar door mee-dragen van de ellende en de zonde van de medemensen.’
(Mijn grootvader geciteerd uit ‘Eva’s dochters’ (1926)).

Opgemerkt 5: Laat ‘Huiskamer Samaria’ van dat laatste – in grote (kerkelijke) onafhankelijkheid! – een voorbeeld zijn, namelijk hoe het er in de/onze christelijke huizen aan toe dient te gaan. Dat we elkaar tot voorbeeld zijn in het dragen van onze eigen lasten (persoonlijk en kerkelijk) én die van anderen.

Leestip: Galaten 6.

(1) We hoorden er vanochtend (zondag 22 mei) in de verkondiging nog weer van: De ware ‘godsmannen’ (profeten) van het OT hadden de (profetische) onafhankelijkheid en moed en ook het van God verleende gezag om koning en volk Gods Woord voor te houden. En later vinden we dat ook bij de apostelen (zie o.a. Handelingen 4 de verzen 13-22). Ze waren door Jezus nog eens extra gewaarschuwd dat hun onafhankelijkheid en moed juist weerstand en vervolging zou oproepen (o.a. in Johannes 16 de verzen 1-4). Dat van God verleende gezag dat zullen onze voorgangers binnen de gemeente uitoefenen door altijd weer eerbiedig Gods Woord na te spreken en de leden van de gemeente dat voor te houden. We hebben in Nederland onze politieke vertegenwoordigers (nog) om bij de overheden Gods Woord te laten horen, maar wanneer ons dat ontnomen wordt, dan zullen we vrijmoedig Gods Woord blijven verkondigen in/aan de gemeenten en wanneer dan de overheid ons daarover ter verantwoording roept dán zullen we getuigenis afleggen van de hoop die in ons is.

Bron afbeelding: RD

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Psalmen zingen? Met alle geweld?

De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.‘ (Uit Genesis 6 vers 5)

Geciteerd: Kan je uitleggen waarom de Psalmen zo belangrijk zijn. Er wordt veel gezongen uit volle borst over vernietigen van vijanden. God groot maken is goed, maar niet met het oud-testamentische doel de vijand te vernietigen. De wraak is niet aan ons. Heb uw vijand lief. Zing dat es. Of verzin een NIEUW lied voor de Heer. Zing en hef je handen op.

God geeft eenzamen een thuis
en gevangenen vrijheid en voorspoed.
Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond.
… U liet een milde regen neerdalen, God,
en schonk Uw uitgeput land nieuwe kracht.
Uw kleine kudde ging er wonen,
in Uw goedheid, God, gaf U het aan de zwakken.
…Vaar uit tegen het gedierte in het riet,
die troep stieren, die kalveren van volken.
Vertrap wie zilver begeren,
verstrooi de volken die belust zijn op strijd.
Laten de gezanten uit Egypte zich aandienen,
de Nubiërs met geschenken zich haasten naar God.
Koninkrijken der aarde, zing voor God, zing een lied voor de Heer, sela
voor Hem die rijdt door de hoogste, eeuwige hemel.
Hoor, Zijn stem is een machtige stem.

(Uit Psalm 68 de verzen 7, 10-11, 31-34)

Opgemerkt: Lees en overdenk heel Psalm 68 nog weer eens goed. Het is een sleutel tot het verstaan van het geweld in het OT. Aan wie geeft God het land aan wie denkt Hij? De Bijbel is geen vroom boek over God voor godsdienstige mensen, maar voor mensen die willen luisteren naar wat God te zeggen heeft over wie wij zijn, en waarom we Hem vrezen moeten als we niet luisteren willen, maar onze eigen gang gaan. Het boek Genesis begint dat al direct duidelijk te maken.
Goed luisteren naar de Psalmen – en daarbij helpt het ze altijd weer ook te zingen! – en naar heel het Oude Testament brengt ons Godskennis en mensenkennis bij, die wij niet – geen dag! – ontberen kunnen!
NB. Wij durven Russische tanks nu toch ook te vernietigen met bemanning en al, en we zijn blij met al de verliezen die de Russen lijden aan materieel én mensen… (al moet dat laatste ons altijd tot verdriet stemmen, en we leren uit OT en NT hoe deze wereld met haar bewoners (mens en dier en ook de plantenwereld) God aan het hart gaan.

Leestips: Psalm 68 en Psalm 18.

Geprezen zij de HEER, dag aan dag,
deze God draagt ons en redt ons, sela
onze God is een reddende God.
Bij God, de HEER, is bevrijding uit de dood.

(Uit Psalm 68 de verzen 20-21)

Bron citaat: Laurens de Vries in een opmerking bij mijn FB-bericht: ‘Het verlangen van een pake’…

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Over het kwaad van vandaag heenglijden’…

Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.’ (Uit Matteüs 6 de verzen 28-34 vers 34)

Geciteerd (bewerkt): In dit nieuwe jaar dan zou een ieder er weer bovenop komen. Het geleden leed zou vergeten zijn. Lofliederen zouden uit de verdroogde kelen opstijgen. En nu reeds, nog te midden van tegenspoed, werd men staande gehouden, door de hoop dat het welhaast daartoe komen moest; een hoop waarvan men wel niet leven kon, maar die toch de levensmoed ophield…

Maar wie kan er het oog voor sluiten, dat ook het jaar 1895 (alsook 2022) ons het eerste uitbotten van die hoop niet gebracht heeft. Gevorderd is men op geen enkel punt. Niet één knoop in het grote maatschappelijk vraagstuk is ontward. Het bleef heel Europa door, en tot zelfs over zee, gespannen staan. En de moeilijkheid om een eerlijk stuk brood te verdienen, werd al groter; de concurrentie met haar onheilige hartstocht, al straffer; we hebben voor een dozijn en meer jaren een tijdperk van welstand gekend, maar die welstand is weg.

En nu kunt ge daar wel tegenin roepen: “Wees toch niet bezorgd, lieve broeder, Die zorgt is de Heere”; maar uit het Evangelie blijkt dan toch, dat Christus zelf ons menselijk hart in zijn angst en in zijn nood heel anders aangrijpt. Want zeker, ook de Heere riep: “Wees niet bezorgd”, maar bij dat zeggen deed Hij ook die heel andere snaar in ons hart trillen: “Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”.

Uw leven is (dus) niet een keten van draaglijke dagen, nu en dan door een dag van tegenspoed afgebroken; heel uw leven is tegenspoedig, op elke dag is er een drinkbeker te drinken…
Dat ge met het kwaad van morgen en van overmorgen nu reeds bezig zijt, toont dat ge over het kwaad van vandaag heenglijdt, dat niet doorziet, dat niet peilt in zijn diepte. En daarom: Vervul thans uw hoofd en hart niet met het kwaad, dat bij morgen hoort. Dat komt eerst aan de orde als het morgen zijn zal.

En nu roept Jezus u op eenmaal naar uw hart terug, en klaagt u aan over uw ongevoeligheid. Dat ge ’s avonds bij het naar bed gaan zeggen kunt: “Goddank, vandaag is alles wel gelopen. Geen kwaad is er geweest, onderwijl toch, bij heiliger licht bezien, niets goed liep, noch in uw eigen hart, noch in uw gezin, noch in uw omgang, en niet alleen uw innerlijk leven, maar uw betrekking tot anderen, en uw levenstoestand zo heel anders was en bleef, dan dit zijn moest in het Paradijs, terwijl gij toch als Gods kind al wat minder dan het Paradijs is, een kwaad moest weten te noemen. Maar daar zijt ge over heen. Ge zit in den kerker en zijt er door afgestompt. Ge draagt boeien en het ergert u niet meer als het ruwe ijzer in uw vlees snijdt.

En zeg nu niet, dat dit woord van Jezus u nog ongelukkiger maakt. Dat schijnt wel zoo, maar het is zo niet. Dan verwijt men u: Met mijn zorgen voor de toekomst heb ik het al zoo zielsbenauwd; en nu wilt ge me nog het hart bezwaren met allerlei kwaad in het heden, waaraan ik gelukkig gewend was geraakt, en dat me deswege niet meer beklemde…

Lees heel deze meditatie uit 1895: ‘Nieuwejaar

Bron citaten: digibron-nl* – ‘Nieuwejaar’ (1895) – De Heraut (29-12-1895) – Pagina’s 1-2
* Artikel aangeboden door de Vrije Universiteit van Amsterdam

Bron afbeelding: BibliaToDo

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Voor wie kwam en stierf Jezus (eigenlijk)?

Alleen voor Zijn beste vertegenwoordigers hier op aarde?

Zing voor de HEER, prijs Zijn naam, verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.
(Psalm 96 vers 2)

Geciteerd: De profeet Jesaja heeft het al voorspeld: Jezus, de Messias, de dienaar van de HEER, zal er voor zorgen dat het recht overwint. Niet door alle schijnwerpers op zichzelf te richten of op de toenmalige kerkleiders of door hen juist met veel bravoure de loef af te steken, maar door op een rustige manier onderwijs te geven (1), mensen die het moeilijk hebben (het geknakte riet, met een gebroken geest) of die kampen met geloofstwijfel (de kwijnende vlam) te helpen, en uiteindelijk te sterven aan het kruis. Ook voor ons. Danken wij Hem daar dagelijks voor?

Grote mensenmassa’s volgden Hem en Hij genas hen allen. Hij verbood hun uitdrukkelijk bekend te maken wie Hij was. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: Hij is de dienaar Die Ik Mij gekozen heb, Die Ik liefheb en in Wie Ik vreugde vind. Ik zal Hem vervullen met Mijn Geest, aan alle volken zal Hij het recht verkondigen. Hij zal geen woordenstrijd aangaan en op straat Zijn stem niet verheffen. (1) Het geknakte riet breekt Hij niet af, noch dooft Hij de walmende vlaspit, totdat het recht dankzij Hem overwint. Op Zijn Naam zullen alle volken hun hoop vestigen.‘ (Uit Matteüs 12 uit de verzen 15-21)

Opgemerkt: Matteüs merkt op dat Jezus voorging in hun (!) synagoge(n) (zie o.a. Matteüs 12 vers 9). Anders dan de tempel beschouwden de kerkleiders de synagoge(n) als hún terrein.* En ze wilden Jezus daar niet meer hebben o.a. omdat Hij de door hen vastgestelde tradities en regels overtrad. Ze wilden Hem ‘opruimen’ zo staat er. En daarom moest Jezus ‘uitwijken naar elders’.

* En is dat binnen de kerken en gemeenten in onze tijd anders? De ‘kerkleiders’ gedragen zich daar als regel als de beste vertegenwoordigers van God, die het daar voor het zeggen hebben en niet als (alleen maar) dienaars van het Woord, die zich liever laten verbannen, dan dat ze anderen ‘de synagoge’ uitzetten.

(1) Vandaar, in navolging van Zijn optreden, die heel gewone zondagse samenkomsten van de gemeente waar het Evangelie verkondigd en de sacramenten bediend (uitgedeeld) mogen worden! Dus zonder allerlei kerkelijk vertoon op straat of brieven aan de overheden of ‘Nashville-verklaringen’.

Leestip: Psalm 96 en Matteüs 12.

N.a.v. dagopeningen vandaag (zaterdag 7 mei 2022) en ook het besluit dat de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) op 22 april op hun generale synode namen, namelijk dat ook in samenwerkingsgemeenten vrouwen geen diaken, ouderling of dominee kunnen/mogen zijn.’

Bron citaat: Dag in Dag uit 2022 – Meditatie zaterdag 7 mei – Leger des Heils | Ark Media
Eerste Bijbeltekst (uit Psalm 96): Tijd met Jezus – Meditatie zaterdag 7 mei – ds. Jos Douma

Bron afbeelding: Prayerdemic Prayers – Penny Cook

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Er is maar één fundament ons gegeven…

Breng dus met vreugde dank aan de Vader. Hij stelt u/jullie in staat om te delen in de erfenis die alle heiligen wacht in het licht. Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van Zijn geliefde Zoon, Die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden.’ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 12-14)

Geciteerd: Als je al iets gaat verzinnen wat niet in de bijbel staat, zoals kinderdoop, tja dan moet je er nog meer bij verzinnen, zoals belijdenis. Terwijl de echte doop juist een belijdenis is. Net als de toren van Pisa. Als het fundament krom is, wordt het bouwsel gaandeweg steeds schever. Zoals je nu ook al niet aan het avondmaal mag zonder belijdenis. Erg jammer. Vooral voor de mensen die onder dat juk leven. Bekeer je en laat je dopen!

Opgemerkt: Er is voor christenen maar één fundament en dat is Christus. In Hem zijn al Gods beloften ‘ja en amen’ voor jong en oud (zie 2 Korintiërs 1 de verzen 19-22 en (1)).
Op dát fundament is ook de Doop (het dopen) van onze kinderen gevestigd. Niet hun (of jouw of mijn) geloof is het fundament, zelfs ook niet het geloof van de ouders, maar dat wat in het heilig Evangelie ons wordt toegezegd – en dat Evangelie is aan de Gemeente/gemeenten van Jezus Christus toevertrouwd en wordt daar verkondigd (zie 1 Timoteüs 3 de verzen 15-16) – en die toezeggingen worden aan ons bij/door de Doop bevestigd en bij het vieren van het Avondmaal beleden en ontvangen. Ook onze kinderen ontvangen de heilige Geest, Die, overal waar twee of drie vergaderd zijn in Jezus Naam – en dat is dus ook het geval in christelijke gezinnen – en overal waar mensen in Zijn Naam bijeenkomen om te luisteren naar Gods Woord en om te bidden, ons nabij is en helpt.

(1) ‘Het is God Die u/jullie en ons Christus als fundament geeft, Die ons allen heeft gezalfd*, heeft gewaarmerkt als Zijn eigendom en ons als voorschot de Geest gegeven heeft.‘ (Uit 2 Korintiërs 1 de verzen 21-22)
* Zie 1 Johannes 2 de verzen 13-14 en 26-27.

Hij is het hoofd van het lichaam de Kerk. Oorsprong is Hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de Eerste te zijn: in Hem heeft de volheid willen wonen en door Hem en voor Hem alles met Zich te willen verzoenen, alles op aarde en in de hemel, door vrede te brengen met Zijn bloed aan het kruis.‘ (Uit Kolossenzen 1 de verzen 18-20)

Bron citaat: Opmerking van Laurens de Vries bij mijn FB-bericht ‘Vragen van Voetius…

Bron afbeelding: Biblia-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Vragen van Voetius…*

* Die brengen een cruciaal (!) verschil aan het licht…

De rechtvaardige zal door zijn geloof leven
(Uit Habakuk 2 vers 4b)

Geciteerd 1: Het feit dat de vragen van Voetius, waarin het avondmaal niet ter sprake komt, soms ook gebruikt worden bij het belijdenis doen wordt door dr. Verboom niet genoemd. Maar uit wat hij schrijft, kan ik alleen maar concluderen dat daar bij hem helemaal geen plaats voor is.
Eigenlijk vind ik het jammer dat de belijdenisvragen zoals die zijn vastgesteld door de generale synode 1959 van de Christelijke Gereformeerde Kerken – vragen die oorspronkelijk een voorstel waren van wijlen prof. L. H. van der Meiden – niet genoemd worden. Daar luidt de vraag met betrekking tot het avondmaal: „Of gij ook begeert ’s Heeren dood te verkondigen tot versterking van uw geloof.” Daar wordt enerzijds aangegeven dat er een verband is tussen belijdenis en avondmaal en anderzijds dat er ruimte kan zitten tussen die twee: iemand is nog niet aan het avondmaal toe, om welke reden dan ook; maar er is wel een begeerte om de dood des Heeren te verkondigen.

Opgemerkt 1: De schrijver wil degene die zijn geloof belijdt toch nog ruimte geven om te zien op zichzelf en niet op Christus alleen*, maar die ruimte geeft Gods Woord de (aarzelende) belijders niet. Gelukkig niet!

Geciteerd 2: Zij achten zich „een licht voor degenen die in duisternis zijn”: zo wordt ons duidelijk de houding geschilderd van de Judaïst in zijn verhouding tot de heidenen; de Jood steunt op zijn Jood-zijn, op zijn kennis van de wet, dat is op zijn subjectief geloofsleven: ook hij eert dus het schepsel boven den Schepper. En nu wijst Paulus het zwakke punt aan in dit geloof: als iemand op zijn eigen geloofsleven vertrouwt, dan steunt hij op een wankel fundament; dan bouwt hij zelfs op een ondeugdelijk fundament. Wánt het leven zelfs van de gelovige Jood is niet zo, dat hij er op steunen kan – en de gelovige Jood zal zich dan ook vroeg of laat van die zonde bekeren. Indien het geloofsleven als leidend element in heel het leven volmaakt was, dan zou hij er op kunnen steunen, bij wijze van spreken. Natuurlijk zou hij het juist dan niet doen, want de volmaaktheid van het geloof komt juist daarin uit, dat het niet op zich zelf vertrouwt.

Opgemerkt 2: Aangaan aan het Avondmaal is belijden ‘ik vind niets bij mijzelf, dan geloof’!

Geciteerd slot: Wanneer we ons geloof belijden dan zeggen we: Ik geloof niets minder, hoewel ik een zondaar ben. Want mijn geloof moet verheven zijn boven alles wat is en niet is boven zonde en deugd en boven alles. Opdat ik mij puur en zuiver alleen aan God houd, zoals het eerste gebod mij duidelijk leert.

* Nog opgemerkt: “Of gij ook begeert ’s Heeren dood te verkondigen tot versterking van uw geloof.” Stel je voor dat je een anorexia-lijder zegt graag in leven te blijven en ook wil erkennen/verklaren dat hij of zij dan wel moet eten (gezonde maaltijden gebruiken) om in leven te blijven en dat hij/zij daarna de ruimte vraagt om toch niet te eten en gebruik te maken van gezonde maaltijden. Dan ga je zo iemand toch niet de ruimte geven om tegen z’n eigen verklaring(en) in te gaan. Nee, dan ga je die – om levenswil! – helpen om die te houden!

Bron citaat: RD Cultuur & boeken – ‘Van doopvont naar avondmaal’ – Ds. J. Westerink
Bron citaat 2: “Evangelie contra evangelie – Joden en Grieken in het Nieuwe Testament” van prof. dr. K.J. Popma (1903-1986) – Zie blog: Paulus strijd tegen de “Judaïstische interpretatie” van het OT… (II)
Bron citaat slot: Woorden van Maarten Luther (uit een Luthercitaat van http://www.maartenluther-com – Betbüchlein, 1522, vgl. WA 10.2, 389, 24 – 391, 6)

Bron afbeelding: RZayKLiu – WordPress-com

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Blijven (s)preken over verzoening…

‘Ik ken mijn wandaden, ik ben mij steeds van mijn zonden bewust, tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd*, ik heb gedaan wat slecht is in Uw ogen. (…) maar U wilt dat waarheid mij vervult, U leert mij wijsheid diep in het hart. (…) ‘De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God.‘ (David in Psalm 51 daaruit de verzen 5-6, 8 en 19)

Wie onder de verkondiging van Gods Woord komt – ook (al) bij de Doop – krijg te horen dat er geen zelfrechtvaardiging mogelijk is en dat vergeving een genadige weldaad is, die God ons bewezen heeft in en door Zijn Zoon Jezus Christus (zie o.a Romeinen 3 de verzen 19-31).

Geciteerd: De verzoening met God is onlosmakelijk verbonden aan de verzoening met onze naaste(n). We zullen dan in het aangezicht van de ander God ontdekken. In dit artikel beschrijf ik (dr. M.J. Kater) een praktisch voorbeeld van hoe dit thema uitgewerkt kan worden in de verkondiging.

Ongehoord

Het is wel een heel bijzondere uitdrukking die de aandacht trekt in de geschiedenis van Jakobs terugkeer naar het land van de belofte. Jakob zegt namelijk iets ongehoords tegen Ezau: ‘Ik heb uw aangezicht gezien als het aangezicht van God.‘ (Genesis 33 vers 10). Dat is een uitdrukking waarbij je jezelf afvraagt: Lees ik het wel goed? Juist dat verrassende mag doorklinken in de prediking.

Hoe preken we over de verzoening in het licht van deze ontmoeting van deze twee broers. Samenvatting: door met andere ogen te leren kijken naar de ander. Of iets minder suggestief en dichter bij de tekst: Het aangezicht van de ander zien als het aangezicht van God. Daarbij zijn er twee hoofdlijnen vanuit deze geschiedenis uit te werken: 1. wanneer ik jou aankijk, klaag je me aan. 2. wanneer jij mij aanziet voel ik me bevrijd. Enkele aandachtspunten voor het reflecteren en mediteren.

Rode draad

Het is zaak om vanuit de tekst te beginnen. Als Jakob immers speekt over ‘als het aangezicht van God’, dan roept dat de vraag op hoe Jakob dan weet wat het aangezicht van God is. Zo komen we via Pniël bij de ontmoeting tussen de broers. Het centrale woord in de tekst is het woord ‘aangezicht‘. Dat woord vormt een rode draad in deze geschiedenis. Het verdient de aanbeveling om de Schriftlezing te beginnen bij Genesis 32 vers 20 en dan door te lezen tot Genesis 33 vers 11. Voorafgaand aan de Schriftlezing is het aan te raden om even de voorafgaande geschiedenis met enkele woorden te typeren: het abnormaal grote geschenk dat Jakob in drie porties vooruitstuurt om Ezau gunstig te stemmen.

Ik heb uw aangezicht gezien alsof ik het aangezicht van God zag.
(Genesis 33 vers 10)

De belijdenis in de tekst is een wonder. Wat is de situatie waarin God Jakob tegenkomt en hem als Jakob in de houdgreep neemt bij de Jabbok? Dát is de situatie waarin de verkondiging mag klinken: daar waar een mens bezig is het aangezicht van de ander te bedekken (verzoenen!). Zo staat het er letterlijk (32 vers 20).
De bedoeling van dit bedekken van het aangezicht van Ezau? Dat Ezau het ‘aangezicht van Jakob’ zal aannemen. Dat is de Hebreeuwse uitdrukking voor: hem wil vergeven.

Ontlopen

Dat brengt ons bij het ontmaskerende van de Pniëlgeschiedenis, waarin Jakob het aangezicht van God ontmoet. Jakob is bezig het aangezicht van Ezau te ontlopen. Hij wil Ezau niet in de ogen kijken. Die ogen klagen hem aan en hij probeert deze aanklacht het zwijgen op te leggen door een vracht cadeaus. Iemand monddood maken door geschenken en als die ander je dan toch niet wil vergeven, dan ligt de schuld… bij de ander.

Worsteling

Ontmaskering in de ontmoeting met God maakt de weg vrij naar de ander. God was hem verrassend genadig in Pniël en zo ervaart hij in Ezau’s handelen, niet in het minst door de omhelzing van zijn broer, iets van Gods aanwezigheid (aangezicht). Het mooie is dat de Hebreeuwse stam voor ‘worsteling’ (met God) en ‘omhelzing’ (door Ezau) dezelfde is. Zo komen twee aangezichten bij elkaar. Vijf werkwoorden typeren Ezau’s handelen (33 vers 4). ‘Als het aangezicht van God‘: we herkennen er de vader in de gelijkenis van de verloren zoon in, wanneer deze zijn zoon ziet. Als Ezau hem zo genadig aanziet is Jakob bevrijd van een loden last.

Geef aandacht aan de context van de hoorders. Is er iemand onder u die u liever ontloopt, die u liever niet (meer) onder ogen komt? Voeg daaraan toe dat het niet gaat om iemand die ons bedreigt, maar om iemand die wij beschadigd hebben. Die vraag kan terugkeren aan het eind van de preek, maar dan gepaard gaan met de verkondiging: ‘om naar hem of haar toe te gaan met het besef dat verzoening geen recht meer is, kwam God u nu tegemoet’? De klem? De onmogelijkheid dat het liefhebben van God samengaat met het haten (ontlopen en mijden) van een broeder (1 Johannes 4 vers 20).
NB. Zie haten als iemand die plaats niet gunnen en geven die hij of zij volgens Gods Woord in huwelijk, gezin, familie, gemeente en/of op werk en in samenleving behoort te hebben of weer te krijgen. En daarmee zijn we dan tegelijk ook haters van God.

Bron citaat: De Waarheidsvriend – ‘De verzoening verkondigen blijft noodzakelijk (2) – Gods aangezicht in de ander’ – door dr. M.J. Kater

* Graag geef ik hier nog ter overdenking waarom David hier zegt ‘tegen U alleen heb ik gezondigd‘ en daarin niet ook andere mensen betrekt bij wie hij ‘in de schuld stond’. Romeinen 3 de verzen 19-31 kunnen ons m.i. daarbij helpen.

Persoonlijke notitie: onderstaande schreef ik op 1 januari 2018 (nog voordat in februari 2018 de echtscheiding officieel zou worden ingeschreven bij de gemeente Rijswijk (ZH)):

In dit nieuwe jaar wil ik je graag begroeten met deze nieuwjaarsbede/-wens al zou ik het natuurlijk liever in persoonlijke ontmoeting met jou en de kinderen en kleinkinderen hebben gedaan. Zoals je hebt kunnen opmerken heb ik de afgelopen tijd en ook nu nog weer gestreden voor het behoud van ons huwelijk, op mijn manier…
Maar, zeker ook zoals jij eerder gestreden hebt voor ons huwelijk, namelijk door te luisteren naar Gods Woord, door gebed en door mij en de kinderen op te wekken om (weer) samen naar Gods huis te gaan…
Zondagmiddag heb ik de Oudjaarsdienst bijgewoond in de Oude Kerk hier in Barneveld en daar preekte ds. P. Molenaar over Jakob te Pniël: Wij ontvangen een andere identiteit een andere naam: Jakob wordt Israël.
Genesis 32 vers 28: ‘Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.’
Zoals je weet hangt dat schilderij van Jakob te Pniël nog steeds in ons nieuwe huis…
Jakob’s strijd wordt gevoerd in het nachtelijk duister, maar wanneer in het ochtendschemer de opgaande zon zich aankondigt, zegt Jakob: ‘
Ik laat u niet gaan tenzij dat Gij mij zegent.
Laten we de goede strijd om Gods zegen over ons persoonlijk leven en over dat van ons samenleven in huwelijk en dat van ons gezin van onze kinderen en kleinkinderen en familie en broeders en zusters niet opgeven!
Ook dit jaar niet! Laten we elkaar toch zegenen door het behoud van ons huwelijk! (maar zie het PS).

PS. Deze geloofsbelijdenis uit het nieuwjaar-Luthercitaat van vandaag wens ik ons/jullie allen toe!
(…) Ik geloof niets minder in God, als ik ook door alle mensen verlaten en vervolgd zou worden.
– Ik geloof niets minder, als ik ook arm, onwetend, ongeleerd, veracht zou zijn en ik ook aan alles gebrek zou hebben.
– Ik geloof niets minder, hoewel ik een zondaar ben. Want mijn geloof moet verheven zijn boven alles wat is en niet is – boven zonde en deugd en boven alles. Opdat ik mij puur en zuiver alleen aan God houd, zoals het eerste gebod mij duidelijk leert.
– Ik begeer van Hem ook geen teken om Hem te verzoeken.
– Ik vertrouw onveranderlijk op Hem, hoelang Hij ook uitstelt. En ik schrijf Hem geen doel, tijd, maat of manier [van verhoring] voor, maar geef alles over aan Zijn Goddelijke wil met een vrijwillig en oprecht geloof. (…)

Bij de afbeelding: Uitspraak van Ad de Boer tijdens laatste gemeentevergadering: ‘Verzoening is core-business van de kerk.’

Bron afbeelding: Ad de Boer on Twitter

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie