Volhardend bidden…

Blijf ​bidden​ en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. (Kolossenzen 4 : 2)

UIT EEN BOEK kun je nooit iets goeds bidden! (1) Je mag het wel lezen om te leren hoe en wat je bidden moet – want vaak word je erdoor aangeraakt en verwarmd – maar het echte gebed moet uit het hart komen, zonder allerlei gemaakte en verplichte woorden. Je behoort de woorden zo te spreken, zoals je hart ze verlangt te spreken.
De apostel Paulus legt er de nadruk op dat wij moeten aanhouden in het gebed, dat is: niet ophouden of nalatig worden als wij niet gelijk verhoord worden. Want het allerbeste deel van het gebed is het geloof – dat is: zekerheid en vertrouwen – dat wij onze beden ontvangen zullen. De ervaring leert echter wel dat het geloof meestal niet zo spoedig ontvangt wat het verwacht, want de verhoring wordt vaak uitgesteld en dan lijkt het dat juist het tegenovergestelde gaat gebeuren. Van dit aanhoudend bidden maakt Christus gelijkenissen, zoals over de arme weduwe en de oneerlijke rechter én over iemand die midden in de nacht bij zijn vriend om brood komt vragen. Hij leert overal in Zijn Woord om gelovig en vol vertrouwen te bidden.

Maarten Luther:  Fastenpostille 1525, vgl. WA 17.2,49,14-28

(1) Behalve het Onze Vader, dat kunnen we altijd en onder alle omstandigheden eerbiedig bidden! Maar dat gebed kennen we dan ook uit ons hoofd – “by heart” zoals de Engelsen het mooi zeggen!

Water wordt wijn

En toen er wijn ontbrak, zei de moeder van Jezus tot Неm: Zij hebben geen wijn. (2) (Johannes 2:3)

IN DIT EVANGELIE zien wij ook een mooi voorbeeld van de liefde van Christus en Zijn moeder. De moeder dient en helpt op een bruiloft en Christus vereert het gezelschap met Zijn tegenwoordigheid en met een wonderlijk geschenk. Dit doet Hij allemaal om de bruidegom, de bruid en de gasten goed te doen, zoals de aard en het werk van Christus liefde is.
Christus neemt alle harten voor Zich in om op Hem te vertrouwen als Iemand Die ook met tijdelijke dingen gewillig is te helpen en niet zal toelaten dat degenen die in Hem geloven gebrek moeten lijden.
Of het nu om tijdelijk of om eeuwig goed gaat, éérder moet water in wijn, en alle schepselen veranderen en datgene worden wat Zijn gelovigen nodig hebben, dan dat zij die in Christus geloven niet door Hem geholpen zouden worden.

Maarten Luther:  Fastenpostille 1525, vgl. WA 17.2,64,30 – 65,1

(2) We mogen elke dag God onze problemen voorleggen, zonder Hem een oplossing aan te wijzen!

(…) 2 Blijf ​bidden​ en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. 3 En ​bid​ dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van ​Christus​ te verkondigen waarvoor ik gevangen zit, 4 en ​bid​ dat ik het mag onthullen zoals het moet. 5 Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut iedere gelegenheid, 6 en als u wilt weten hoe u op de mensen moet reageren: vriendelijk, maar beslist. (Uit Kolossenzen 4)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” – samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden (Uitgever Den Hertog B.V., Houten)

Bron afbeelding:  Pinterest

Colossians 4-1 Devote yourself to Prayers - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Volhardend strijden om in te gaan…

(…) Onthoud u van alle begeerten (hartstochten), die strijd voeren tegen uw ziel.
(1 Petrus 2:11)

Toen ik iemand geconfronteerd had met het overspel waarin hij leefde, probeerde ik zijn situatie in te schatten, en bepleitte ik de terugkeer naar zijn vrouw. Toen zei ik: “Je weet toch, dat Jezus zegt dat als je deze tegen deze zonde niet strijdt met het soort ernst waarbij je zelfs je eigen oog wilt uitrukken, dat je dan verloren gaat en er een eeuwig lijden voor je in het verschiet ligt?!”

Als belijdend christen keek hij mij vol ongeloof aan, alsof hij nog nooit van zijn leven dit gehoord had, en zei: “Jij bedoelt toch niet dat iemand zijn zaligheid kan verliezen?”

Steeds opnieuw heb ik in mijn pastorale praktijk ontdekt en geleerd dat er heel wat belijdende christenen zijn die leven met een visie op hun verlossing die losstaat van het werkelijke leven en waarmee Bijbelse bedreigingen worden genegeerd en die de in zonde levende persoon, die beweert christen te zijn, buiten het bereik van Bijbelse waarschuwingen plaatst. Ik geloof dat deze visie op het christelijke leven duizenden bekoord die wandelen op de brede weg, die naar de vernietiging leidt. (Mattheüs 7:13)

Jezus zei, als je niet tegen de begeerten van je hart strijdt (Matteüs 5 : 27-30), dan zal je het koninkrijk der hemelen niet binnengaan. Niet dat de heiligen altijd maar overwinnen. Het probleem is dat we ophouden met er tegen te strijden, niet dat we altijd in alle situaties als overwinnaar uit de bus komen.

Wat op het spel staat is vele malen belangrijker dan dat de wereld mogelijk door duizend langeafstandsraketten kan of zal worden opgeblazen, of dat terroristen je stad verwoesten, of dat door de opwarming van de aarde de ijskappen smelten, of dat AIDS de wereldbevolking teistert. Al deze calamiteiten kunnen alleen het lichaam doden. Maar als we niet strijden tegen onze begeerten, dan verliezen we onze zielen.

Petrus zegt dat de begeerten van het vlees oorlog voeren tegen onze zielen. De inzet in deze oorlog is oneindig veel meer dan wat we verliezen kunnen door dreiging van oorlog of terrorisme.
De apostel Paulus noemt “ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht”, en zei daarbij “om welke dingen de toorn Gods komt”. (Kolossenzen 3: 5-6).

De toorn van God valt onmeetbaar meer te vrezen
dan de oorlogsmacht en het woeden van alle volken bij elkaar.

Moge God ons genade geven om de zaligheid van onze zielen
en die van anderen

serieus te nemen door te blijven strijden om in te gaan.

Bron tekst: John Piper – de tekst werd eerder in de Engelse taal gepubliceerd op Facebook door pastor Paul Zadok (Uganda).

Bron afbeelding:  Eindtijd in Beeld

1 Tim 6-13 - Fight the good fight of faith - Eindtijd in Beeld

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Wie zijn wij…

Wat ben ik, en wat is mijn volk?

(…) 10 Toen loofde ​David​ de HEER, ten aanhoren van de hele gemeenschap. Hij zei: ‘Geprezen bent U, HEER, God van onze voorvader ​Israël, voor altijd en eeuwig. 11 U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort U toe, HEER, u bezit het koningschap en de heerschappij. 12 Roem en rijkdom zijn van U afkomstig, U heerst over alles. In Uw hand liggen macht en kracht besloten, U beslist wie groot en machtig is. 13 Daarom danken wij u, onze God, en prijzen wij Uw luisterrijke Naam. 14 Wat ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zijn gebleken zo veel kostbaarheden af te staan? Alles is van U afkomstig, en wat wij U schenken komt uit Uw hand. 15 Net als al onze voorouders zijn wij slechts ​vreemdelingen​ die als gasten bij U verblijven, ons bestaan op aarde is als een schaduw, zonder enige zekerheid. 16 HEER, onze God, al deze rijkdom die we bijeengebracht hebben om voor U een tempel te bouwen voor Uw ​heilige​ Naam, komt uit uw hand en aan u dragen wij die op. 17 Ik weet, mijn God, dat U de ​harten​ van de mensen beproeft en oprechtheid verlangt. Welnu, uit de oprechtheid van mijn ​hart​ heb ik u dit alles geschonken, en ook Uw volk, dat hier bijeen is, heb ik zijn bijdrage met vreugde zien schenken. (Uit 1 kronieken 29)

(…) Dit heerlijke danklied en gebed van koning David beginnen met het tiende en eindigen bij het negentiende vers. In de eerste verzen is koning David bezig om de Heere groot te maken en te verheerlijken. Hij roemt Hem in Zijn ontzaglijke grootheid en heerlijkheid. Hij is geheel alleen de bewerker en oorzaak van alle heil, voorspoed en zegen. Als David dit gedaan heeft, wendt hij met het veertiende vers zijn ogen van God de Heere af, ziet op zichzelf en het volk, en belijdt in heilige verwondering hun geringheid en hun onvermogen in zichzelf om zo eensgezind, godvrezend en vol ijver deze rijke geschenken voor de tempelbouw bijeen te kunnen brengen. Daarbij roept hij uit:

‘Want wie ben ik en wat is mijn volk dat wij ons de macht verschaft zouden hebben
om vrijwillig te geven zoals hier nu het geval is? Want het is alles van U
en wij geven het U uit Uw hand’
, vers 14.

Hiermee is hij nog niet tevreden en daarom gaat hij verder in onze tekstwoorden. Hij doet daar levendig en krachtig belijdenis van de geringheid en onwaardigheid van zichzelf en van zijn volk. En het is tot roem en prijs van Gods oneindige grootheid als hij zegt: ‘Want wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor Uw aangezicht, gelijk al onze vaders.’ Deze woorden zijn daarom op zichzelf niet anders dan een levendige uiteenzetting of belijdenis van de vreemdelingschap en vergankelijkheid van de mens hier op deze wereld. Ook van hun geringheid en onwaardigheid in vergelijking met Gods oneindige grootheid en heerlijkheid. (…)

(…) 18 HEER, God van onze voorouders ​Abraham, ​Isaak​ en ​Israël, koester dit blijk van de gezindheid van Uw volk voor altijd en laat hun ​hart​ op U gericht zijn. 19 Geef ook dat mijn zoon ​Salomo​ met volle toewijding Uw geboden, bepalingen en wetten naleeft en alles in het werk stelt om de burcht te bouwen waarvoor ik de voorbereidingen heb getroffen.’ 20 Daarna droeg ​David​ de gemeenschap op de HEER, hun God, te loven. Heel de gemeenschap loofde de HEER, de God van hun voorouders, en knielde neer en boog diep voorover voor de HEER en voor de ​koning. (Uit 1 kronieken 29)

Bron tekst: Gedeelte uit de preek “Vreemdeling op aarde” van ds. Theodorus van der Groe (1705-1784) – uitgegeven in de Reveil-serie (No. 536 – Juli-Augustus 2017) van Stichting “Smytegelt-Fonds”.

Bron afbeelding:  The Living

Psalm 115 - Not to us - The Living

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Laat uw liefde oprecht zijn…

(…) 9 Laat uw ​liefde​ oprecht zijn. Verafschuw ​het kwaad​ en wees het goede toegedaan. 10 Heb elkaar lief met de innige ​liefde​ van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf. 11 Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de ​Heer. 12 Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en ​bid​ onophoudelijk. (Uit Romeinen 12)

Want de liefde dringt mij

ALS EEN CHRISTEN werkelijk Christus gaat belijden als zijn Heere en Heiland, door Wie hij verlost is uit de dood, en nu in Gods Koninkrijk en de eeuwige erfenis gebracht is, wordt zijn hart geheel vervuld met de liefde van God, zodat hij anderen deze vrede en vreugde ook graag zou gunnen. Deze schat dat hij Christus kent is zijn hoogste blijdschap en maakt dat hij nu begint om daar met de mensen over te spreken. Hij roemt en belijdt Hem voor iedereen, bidt en zucht dat ook anderen mogen komen tot deze genade.
Dat geeft een onrustig hart in de allerhoogste rust, dat wil zeggen: in de genade en de vrede van God. Dan kan hij door Gods genade en liefde niet meer stil en nutteloos zijn, maar begeert en verlangt met al zijn krachten – alsof hij alleen daarvoor leeft – dat hij de lof en eer van God aan de mensen mag doorvertellen, zodat anderen deze Geest der genade en der gebeden ook mogen ontvangen en daardoor niet alleen hem helpen God te prijzen en te loven, maar ook bijstaan met bidden en danken. Want waar de Geest der genade is, daar geeft Hij, dat wij ook kunnen en willen bidden, ja, eindelijk beginnen te bidden!

Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis, 1538, vgl. WA45,540,13-25

(…) 14 Wat ons drijft is de ​liefde​ van ​Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, 15 en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor de levenden is gestorven en is ​opgewekt. 16 Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook ​Christus​ niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. 17 Daarom ook is iemand die één met ​Christus​ is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. (Uit 2 Korintiërs 5)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” – samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden (Uitgever Den Hertog B.V., Houten)

Bron afbeelding:  Klankbord

Love the greatest - Cor 13 - Klankbord

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Ken u zelf…

De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben het Woord van de Here hun God verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? (Jeremia 8 : 9)

(…) Onder de meest heilzame overwegingen en bespiegelingen van een mens hier op deze wereld, is er niet één zo nuttig en voordelig voor hem als de overdenking van zichzelf en van zijn natuurstaat hier op aarde. Die brengt hem meer tot het zoeken en najagen van een blijvende en eeuwige gelukzaligheid.

Dit hebben de oude heidenen onder woorden gebracht
met hun beroemde spreuk: Ken uzelf. (1)

Deze spreuk of les werd onder hen in grote waarde gehouden. Sommigen onder hen durfden de oorsprong van deze spreuk aan geen sterfelijke mens toe te schrijven. Ze meenden dat die op onmiddellijke wijze zijn oorsprong vond bij de goden in de hemel en door hen naar de aarde was gezonden. Werkelijk, geliefden, niet ten onrechte hebben de oude heidenen zich zo over de heilzaamheid van deze spreuk verwonderd. Want onder alle spreuken van de wijzen is er niet één die het in gewicht en voortreffelijkheid kan halen bij deze spreuk: Ken uzelf.

Wat is voor de mens in dit leven meer nodig dan de juiste kennis van zichzelf? Wij durven vol te houden dat alle andere wetenschappen niet te vergelijken zijn met deze wetenschap. Al was iemand zo wijs en verstandig als ooit een sterveling voor hem geweest is, toch houden we hem, zonder deze kennis en wijsheid, voor de allergrootste en ongelukkigste dwaas die er zijn kan. Al bezit iemand een gegronde en doordachte kennis van alle goddelijke en natuurlijke dingen in de hemel en op de aarde, toch kent en weet hij eigenlijk niets, als hij zichzelf niet kent, en niet weet wie en wat hij is. Het is deze rechte en gegronde kennis van zichzelf die de mens nodig heeft om hem gelukkig te maken. Het zien van zijn ellendige, nietige en voorbijgaande staat in deze wereld, moet hem buiten zichzelf voeren en opleiden tot het eeuwige, onvergankelijke en allerhoogste goed.

Dat moet hem zijn ware heil en geluk helemaal buiten zichzelf (1)
in de zalige gemeenschap met God doen zoeken.

Om deze reden beijverden de gelovigen van het Oude Testament zich in het bijzonder om deze hoognodige kennis van zichzelf en hun vergankelijkheid te verkrijgen. Ze deden dit niet met het doel om in zichzelf te blijven rusten, maar om hun eeuwige en allerhoogste belang alleen buiten zichzelf in Gods volzalige gunst en gemeenschap te zoeken.

Wie weet niet hoezeer dit het ernstige streven was van die grote en beroemde man onder Israël, koning David? Op vele plaatsen in zijn psalmen (2) geeft hij ons de helderste bewijzen en blijken van zijn grote vorderingen in de hoognodige kennis van zichzelf en zijn ellende, zijn geringheid en vergankelijkheid. Daardoor zocht hij zijn hoogste geluk alleen buiten zichzelf. Een voorbeeld daarvan treffen we aan in 1 Kronieken 29, waarin die vrome en grote koning van Israël een heerlijke belijdenis aflegt van de nietigheid van zichzelf en van zijn volk voor de Heere zijn God:

‘Want wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor Uw aangezicht, gelijk al onze vaders.’

(1) De wijzen buiten Gods volk (Egypte, Babel, Grieken en Romeinen) hebben steeds weer de wijsheid bij zichzelf, bij en in de mens zelf gezocht, terwijl de Bijbel ons steeds weer onderwijst om die wijsheid in het Woord van God te zoeken en te vinden en het inzicht van Hem te ontvangen door het werk van de Heilige Geest. Zie o.a. en m.n. Psalm 51, 78, 105 en 119.
(2) Lees de vele boetpsalmen van David (en daar houdt “de natuurlijke mens” die altijd weer nog heel wat van zichzelf verwacht en graag “hoog” van de mens denkt en spreekt niet van, het wekt zelfs weerzin bij hen): m.n. de Psalmen 6, 12, 25, 31, 32, 36, 38, 39, 40, 51, 69.

Bron tekst: Gedeelte uit de preek “Vreemdeling op aarde” van ds. Theodorus van der Groe (1705-1784) – uitgegeven in de Reveil-serie (No. 536 – Juli-Augustus 2017) van Stichting “Smytegelt-Fonds”.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Psalm 25-6 - wie heeft lust - SlidePlayer

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

En allen die nog verre zijn…

“Want voor u is de belofte en voor uw ​kinderen​ en voor allen die nog veraf zijn,
zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal.” (Handelingen 2 : 39)

(…) Er is nog iets wat opvalt. Terwijl die jongste zoon nog ver was, zag zijn vader hem, zegt Jezus. Op het zien van de vader valt de nadruk. Zijn vader zag hem dus op een afstandje aankomen en liep hem tegemoet? Maar zo moet je het niet verstaan. Het is niet zo dat die vader zijn zoon, omdat hij al een heel stuk gevorderd was op de weg naar huis, het laatste stukje tegemoet komt. Terwijl hij nog ver was. Hetzelfde woord als dat verre land. Dat wil zeggen: als die vader hem niet had gezien, was hij nooit uit dat verre land thuisgekomen. Het zien van de Vader is het dat de zoon thuis brengt. Zijn vader redt hem met die ogen waarin de ontferming van zijn hart schijnt. Al het redden gaat van de vader uit.


Dat is enorm troostvol.
Voor mensen die denken: ik vorder niet erg. Ik moet nog een heel eind. Hoe kom ik waar ik moet zijn, hoe kom ik thuis? Bij het geringste, dat de hemelse Vader zelf nog gewerkt heeft, snelt Hij je tegemoet. Daarvan is het zich ophouden van Jezus bij tollenaars en zondaars het bewijs.

Bemoedigend is dat, als we denken aan al die gedoopte zonen en dochters die ver weg zijn. Uw kinderen en kleinkinderen wellicht. U hebt ze verteld van de liefde van God. Dat moeten we als onze kinderen klein zijn vooral doen. Volgens de statistieken moet je tot de conclusie komen dat er een zeer kleine kans bestaat dat verloren zonen en dochters ooit weer komen waar ze horen. Maar we mogen weten dat de heilige Geest in het verre land toegang heeft waar wij geen toegang meer hebben; dat Hij verlorenen tot zichzelf kan doen komen, de liefde van de Vader te binnen kan brengen, opdat ze opstaan en terugkeren. Thuiskomen door de liefdevolle, genadige ogen van God, die in Christus oneindig ver uitgaat. Tot op het kruis.

(…) 3 Jezus​ vertelde hun toen deze ​gelijkenis: 4 ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? (1) 5 En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6 en gaat hij naar ​huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” 7 Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. (Uit Lukas 15)

(1) Zo kan alleen God dat doen, de kudde achterlaten en op zoek gaan naar wat verloren is. Het is geen voorbeeld voor predikanten en andere leden van de kerkenraad. Deze laatsten hebben ook de kudde voortdurend voor te houden dat zij dagelijks inkeer/bekering nodig hebben en hen daar voortdurend en met aandrang toe oproepen (Zie o.a. Handelingen 20 : 17-31 en 2 Timoteüs 3 : 16 – 4 : 6).

Bron tekst: Lukas – deel 2 – “Thuisbrengende blik” van ds. D.M. van de Linde (Voorhoeve, NUGI 632)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Mark-10-27 - all things possible fort God - DailyVerses.net

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Zien en niet zien: het teken van Jona…

(…) 29 Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei hij: ‘Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van ​Jona. (…) 32 Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van ​Jona, en hier zien jullie iemand die meer is dan ​Jona! (Uit Lukas 11)

(…) Maar nu is Jezus in de wereld gekomen. Hij die het licht is. God laat zich niet onbetuigd. Hij geeft zeker in de Zoon van Zijn liefde een teken uit de hemel. Het teken van Zijn genadige heerschappij. Maar het wordt niet onderkend. Niet omdat het een onduidelijk teken is, maar omdat het oog van dit geslacht boos is. Het gezonde oog reageert op het licht en dat heeft effect op het hele lichaam. We zeggen immers: niet mijn oog ziet, maar ik zie. Wat kan het je diep raken wanneer je iets verblijdends ziet. Waarom worden de mensen van dit geslacht niet diep geraakt in de ontmoeting met Jezus? Hun oog is boos. Was het maar anders. Was hun oog maar gezond, eenvoudig. Dan zouden ze het zien. De oorzaak van hun ongeloof ligt niet in de verborgenheid van God, maar in hun niet willen zien van Zijn teken in Christus.

(…) Een boos oog interpreteert alles negatief. Men kan in de duisternis wandelen doordat er geen licht schijnt, maar ook omdat men de ogen dicht heeft of de andere kant uitkijkt, afgewend van het licht.

In de kerken wordt terecht gebeden om de opening van de Schriften en verlichting met de heilige Geest. De openbaring van God en ons zicht ervoor. Het teken bij uitstek van Gods bemoeienis met deze wereld en ons leven is het teken van de meerdere Jona. Het teken van kruis en opstanding. Het teken van de doop, van brood en wijn. Waar we dat niet zien moeten we God niet de schuld geven, maar bij onszelf te rade gaan. Is ons oog, ons hart wel eenvoudig, oprecht?

Jezus eindigt met een bemoedigende belofte voor de discipelen. Aangezien zij het licht van de openbaring in geloof aanvaarden zullen zíj meer en meer dat licht verspreiden. Ik ben niet de bondgenoot van Beëlzebul, zegt Jezus. Maar in Mij is het rijk van God verschenen. Door mij te verzoeken om een teken bewijzen jullie alleen maar dat jullie hart duister is. Wanneer jullie oog eenvoudig was zouden jullie het zien en van dat licht iets doorgeven.

Zou u ook niet graag een teken uit de hemel willen zien? Voor uzelf of voor de ander? Nu, daar mag u best om vragen. Nee, niet hoogmoedig en dwingerig, maar ootmoedig. En als u het niet ontvangt? Het teken van Jona: Christus gekruisigd en opgestaan, dat is alles. Het teken bij uitstek van Gods ontferming met deze wereld, met uw en mijn leven.

Aan Hem ons toevertrouwend mogen we iets van dat licht verspreiden.

(…) 33 Wie een ​lamp​ aansteekt, zet hem niet weg in een donkere nis, maar plaatst hem op de standaard, zodat degenen die binnenkomen het licht kunnen zien. 34 Het oog is de ​lamp​ van het lichaam. Als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht. Maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis. 35 Let dus op of het licht dat in je is, niet verduisterd is. 36 Als je hele lichaam verlicht is, zonder dat ook maar een deel in duisternis verkeert, dan is het zo licht als wanneer een ​lamp​ je met zijn stralen verlicht.’ (Uit Lukas 11)

Bron tekst: Lukas – deel 2  “Op de berg” van ds. D.M. van de Linde (Voorhoeve, NUGI 632)
Bron afbeelding: DailyVerses.net

Matteus-5-15-16 - Licht schijnen voor de mensen - DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Rechtvaardigen: dankbare kinderen…

…die hun God en Vader gelovig vertrouwen op Zijn Woord (a)

Rechtvaardiging (6) (1)

‘Aangezien u dan kinderen van God bent, [daarom] heeft God de Geest van Zijn Zoon gezonden in uw harten, Die roept: Abba, lieve Vader! Daarom bent u nu geen knecht[en] meer, maar kinderen – maar als het kinderen zijn, dan zijn het ook erfgenamen van God door Christus’ (Galaten 4:6-7, weergave WA 1522).

“Dit is typisch een brief van Paulus [letterlijk: een echte Paulinische brief], waarin hij voornamelijk spreekt over het geloof. Dat is dan ook de reden waarom zoveel mensen er niets van begrijpen: niet omdat de inhoud zo duister en moeilijk is, maar omdat de leer van het geloof in deze wereld zo jammerlijk is verloren gegaan. Zonder deze geloofsleer is het immers onmogelijk om Paulus te begrijpen. Want uit alle macht en met alle ernst verkondigt hij in al zijn brieven het geloof. Daarom zal het ons wel wat woorden kosten om de inhoud van deze tekst zo helder en duidelijk mogelijk te behandelen. Dit wilde ik eerst als voorwoord of inleiding bij deze preek zeggen.

Het is belangrijk om te weten: dat het iets anders is om over de goede werken te preken en te onderwijzen, en wéér iets anders om over de rechtvaardiging te preken en te onderwijzen. Het zijn immers twee verschillende dingen: net zoals de mens of de persoon iets anders is dan zijn daden of werken. Om duidelijk te zijn: de rechtvaardiging betreft de persoon, maar niet de werken. Want de persoon – en niet zijn werk – wordt gerechtvaardigd.

Het is dus één van beide: de persoon is óf rechtvaardig en zalig, óf veroordeeld en verdoemd. Daaruit volgt duidelijk dat een mens niet door goede werken wordt gerechtvaardigd, maar reeds daarvóór zonder enig werk door iets anders rechtvaardig moet worden.

Zo zegt Mozes het in Genesis 4 vers 5: ‘God zag Abel en zijn offer aan.’ Eerst zag God Abel aan – namelijk de persoon van Abel – en daarna zag Hij zijn offer aan. Zodat blijkt dat de persoon daarvóór reeds vroom, goed en aangenaam was voor God. God zag het offer aan omwille van de persoon – niet de persoon omwille van het offer.

Daarentegen: God zag Kain en zijn offer niet aan. Dat wil zeggen: in de eerste plaats zag Hij Kaïn niet aan – namelijk de persoon van Kaïn – en vervolgens zag hij ook zijn offer niet aan. Uit deze tekst kunnen we concluderen dat het onmogelijk is dat een werk van zichzelf voor God goed of aangenaam is, tenzij dat de persoon, daarvóór reeds goed en aangenaam is [door het geloof in Christus]. (b)

Voor ditmaal is het dus genoeg en duidelijk dat er twee soorten goede werken zijn: sommigen worden vóór de rechtvaardiging gedaan en sommigen worden ná de rechtvaardiging gedaan. De goede werken vóór de rechtvaardiging hebben wel de schijn van goede werken, maar zijn nutteloos. De goede werken die op de rechtvaardiging volgen, zijn de ware goede werken.”

Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 324, 13 – 326, 6

(a) Zo zijn de rechtvaardigen te omschrijven. Zie o.a. verschil Kaïn en Abel, Saul en David, Ezau en Jakob. God geeft “de zwakke(ren)” – die Hij in het hart geeft om hun heil bij God te zoeken en van Hem te verwachten een plaats “boven de “sterken en machtigen” en toetst de laatsten daarmee. – Opgemerkt door AJ)
(b) Zie hiervoor ook Hebreeën 11 vers 4: ‘Door het geloof heeft Abel een voortreffelijker offer voor God geofferd dan Kaïn, waardoor hij getuigenis verkregen heeft dat hij rechtvaardig was, omdat God over zijn gave getuigenis gaf – en door dit geloof spreekt hij nog, hoewel hij gestorven is’ (weergave DB 1545).

(1) Dit citaat komt uit de ‘Kirchen Postille’ van 1522 naar aanleiding van een preek over Galaten 4 vers 1 tot 7. Op de Wartburg heeft Luther deze preken voorbereid om als preekvoorbeelden te dienen voor de vele ongeleerde geestelijken die tot de reformatie overgingen. Vanzelfsprekend dat het inhoudelijk tégen de toen heersende kerkleer inging. Hoewel – door het gebruik van het voorbeeld van Kaïn en Abel wordt het citaat toch ook weer tijdloos!
Als het over de rechtvaardiging gaat, gebruikt Luther ook vaak het voorbeeld van een boom: ‘Iedere willekeurige boom wordt geen appelboom door er appels aan te hangen – maar plant eerst een echte appelboom, dan groeien er vanzelf echte appels aan.’ Of anders gezegd: ‘Maak eerst de boom goed, dan brengt hij ook goede vruchten voort.’ Dat wil zeggen: eerst moet de mens ‘goed’ zijn door het geloof in Christus, dan volgen ook de goede werken als vruchten van het geloof. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (Guido de Brès 1561) zegt in Artikel 24 trouwens principieel hetzelfde.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

Uit Jesaja 55

(…) 6 Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. 7 Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal ​vergeven.  (…) 13 Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Here zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.

Bron afbeelding: DagelijkseBroodkruimels

 

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Gods almacht: troost in leven en in sterven…

“En Jona was in het ingewand van de vis, drie dagen en drie nachten” (Jona 1 : 17)

Lectures on Jonah – 1525/1526 (8)

“Jona moet dit ervaren hebben als de langste dagen en nachten die ooit onder de zon geleefd zijn. Hij zag geen zon of maan en kon het tijdsverloop niet berekenen. Ook had hij geen enkel idee waar hij zich bevond tijdens deze reis in de vis.

Hoe zullen zijn geweten en ingewanden hem hebben gepijnigd! Hoe vreemd moet zijn verblijf zijn geweest in maag en darmen en tussen de enorme ribben! Maar de dood bedreigde hem, en hij schonk weinig aandacht aan de vis. Zijn enige gedachte was: wanneer, wanneer, wanneer komt dit tot een einde?

O God, wat een geweldig wonder is dit! Wie kan echt bevatten dat een man drie dagen en drie nachten in een vis in het midden van de oceaan kan overleven, helemaal alleen, zonder licht en zonder voedsel, en uiteindelijk weer terugkeren naar het droge land? Wat een vreemde reis is dit geweest. Wie zou dit verhaal geloven en het niet als een leugen of een sprookje beschouwen, wanneer het niet in de Schrift was opgetekend?

God bewijst hier dat hij de dood en werkelijk alles in zijn almachtige Hand houdt en dat het voor Hem een eenvoudige zaak is om ons zelfs in de meest onbeschrijfelijke en wanhopige situaties te helpen. Dit lijkt ons ongelooflijk. Hij is overal aanwezig, in de dood, in de hel, te midden van onze vijanden, ja, zelfs ook in hun hart. (1) Want Hij heeft alle dingen geschapen, en Hij regeert ook over hen, en zij moeten alles doen zoals Hij het wil.

Dit verhaal is ten bate van ons opgetekend, en Gods almachtigheid wordt hier zo krachtig getoond om ons te doen vertrouwen en geloven, of we onszelf nu bevinden in “de greep van de dood” of in de handen van onze vijanden. Voor God zelf was het niet nodig om dit verhaal op te laten tekenen, noch gebeurde dit ten behoeve van Jona’s eigen heil.

De wereld kan “gladjes praten” over goddelijke almachtigheid en het lijkt gemakkelijk voor iedereen om te geloven dat God almachtig is, wanneer dit wordt beweerd, maar de praktijk laat zien hoeveel mensen dit werkelijk aanvaarden en geloven wanneer het in het leven “er op aankomt” en we ons met lijf en goed hebben over te geven en toe te vertrouwen aan God’s almacht en wanneer dat in het leven daadwerkelijk van ons gevraagd wordt om de waarheid daarvan te belijden te midden van dood en zonde.

Deze waarheid aanvaarden en daadwerkelijk belijden valt ons zwaar, en dat geldt ook voor de grootste heiligen. En toch, dit te weten en beseffen en vertrouwd te zijn met voorbeelden die dat illustreren, dat geeft troost. Zo juicht de profeet in Psalm 119 : 52: “Wanneer ik denk aan uw eeuwige voorschriften, o HEER, dan ben ik getroost.”

(1) Zie o.a. Psalm 33 (m.n. verzen 14-19)

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, they can use our web-form located on the homepage of www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. Our emails are free of charge and we do not ask for donations.

Bron afbeelding:  ucg-holland.nl

Jona - drie dagen en drie nachten - Pophotos.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Hoort naar Hem…

(…) 34 Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven, die een schaduw over hen wierp; ze werden bang toen de wolk hen omhulde. 35 Er klonk een stem uit de wolk, die zei: ‘Dit is mijn Zoon, mijn ​uitverkorene, luister naar Hem!’ 36 Toen de stem verstomd was, was ​Jezus​ weer alleen. (Uit Lukas 9)

Een koninkrijk zonder Exodus, zonder kruis?

(…) Een koninkrijk zonder Exodus, zonder kruis. Maar in dit ideaal wordt de realiteit van zonde en ongeloof en daarmee de noodzaak van deze uittocht verdonkeremaand. De hemel wil dat niet, het kan ook niet. Het heilsplan van God moet volbracht worden. Wanneer de wolk die drie lichtende gestalten overschaduwt klinkt er een stem: Deze is mijn geliefde Zoon, hoort Hem. Eerder, bij de doop van Jezus klonken ook deze woorden. Hoort naar Hem, staat er met alle nadruk. (1)

Wanneer deze stem klinkt is Jezus alleen. Opmerkelijk is dat. Hij alleen. In Wie wet en profeten vervuld zijn, al Gods beloften ja en amen. Hij wordt gezien. Hij alleen. Dat betekent vooral dat ons oog op Hem mag gericht zijn, in Wie wet en profeten vervuld worden. Dan alleen kunnen we werkelijk verder. Dan is er hoop en moed in ons leven. Jezus alleen, wil ook zeggen: alleen Hij, in die eenzaamheid. Hij treedt de pers alleen. Hierna zwijgen de discipelen. In die dagen vertellen ze niemand iets van hetgeen ze gezien hebben. In die dagen betekent: de dagen voor kruis en opstanding. Later zullen ze het begrijpen. Petrus zal in een van zijn brieven op dit moment teruggrijpen.

Onbegrip

We hebben soms het gevoel dat niemand ons begrijpt. Toch kan er een mens op onze weg komen die begrijpt wat er omgaat in ons hart. De Here Jezus ontmoette enorm veel onbegrip, zelfs bij Zijn discipelen die zojuist een belijdenis hadden uitgesproken. Mozes en Elia, van Godswege gezonden, spraken met Hem over de uittocht die Hij moest volbrengen.

Het evangelie gaat vanaf dit moment daar steeds sterker opaan. Achter Hem aan gaan, niet in de zin van achterna lopen maar werkelijk volgen als discipel, betekent zelfverloochening, smaad, maar het brengt je bij het kruis (1), het banen van een weg, waar door de schuld geen weg is. In Zijn uittocht neemt Hij heel Zijn volk mee. Hij gaat vooraan. Hij baant de weg.

Zijn uitgang houdt de ingang in in het beloofde land. Wie Mij wil volgen… Wilt u dat? Wanneer we Hem niet volgen, wordt ons niet gevraagd onszelf te verloochenen, is er niet de smaad van Christus, kunnen we een wereld winnen maar lopen we het heil mis. Wanneer we achter Hem aan gaan, onszelf verloochenen, Zijn smaad dragen, mogen we langs de door Hem gebaande weg gaan. De vervulling van wet en profeten. (1) Niemand ziende dan Jezus alleen. En als er Eén is die ons begrijpt en met ons kan meevoelen, dan Hij.

(…) 18 Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de ​heilige​ berg waren. 19 Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden (1), als op een ​lamp​ die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de ​morgenster​ opgaat in uw ​hart. 20 Besef daarbij vooral dat geen enkele ​profetie​ uit de Schrift (1) een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een ​profetie​ voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de ​heilige​ Geest. (Uit 2 Petrus 1)

(…) Het is echter een blijk van Gods ​genade​ wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook ​Christus​ heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem 22 Die geen enkele ​zonde​ beging en over wiens lippen geen leugen kwam. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die ​rechtvaardig​ oordeelt. (Uit 1 Petrus 2)

(1) “Geef ons heden ons dagelijks Brood”, dat is: schenk ons Christus door de kracht van de Heilige Geest, opdat wij uw Naam heiligen, Uw wil zoeken te verstaan en zullen doen en opdat wij eerst Uw Koninkrijk en zijn gerechtigheid zullen zoeken en dienen.
Hoe zullen wij dat kunnen als wij dat “dagelijks Brood” niet dagelijks eerst tot ons nemen uit Gods Woord, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, want daarin komt Christus tot ons door de kracht van de Heilige Geest. (Zie o.a. 1 Petrus 1 : 21 en 2 Timoteüs 3 : 16-17)

Bron tekst: Lukas – deel 2 – “Op de berg” van ds. D.M. van de Linde (Voorhoeve, NUGI 632)

Bron afbeelding: Israël Gods keuze – Weebly

Wie in Mij gelooft - stromen van levend water - Israël Gods keuze - Weebly

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie