Rechtvaardigen: dankbare kinderen…

…die hun God en Vader gelovig vertrouwen op Zijn Woord (a)

Rechtvaardiging (6) (1)

Aangezien u dan kinderen van God bent, [daarom] heeft God de Geest van Zijn Zoon gezonden in uw harten, Die roept: Abba, lieve Vader! Daarom bent u nu geen knecht[en] meer, maar kinderen – maar als het kinderen zijn, dan zijn het ook erfgenamen van God door Christus’ (Galaten 4:6-7, weergave WA 1522).

“Dit is typisch een brief van Paulus [letterlijk: een echte Paulinische brief], waarin hij voornamelijk spreekt over het geloof. Dat is dan ook de reden waarom zoveel mensen er niets van begrijpen: niet omdat de inhoud zo duister en moeilijk is, maar omdat de leer van het geloof in deze wereld zo jammerlijk is verloren gegaan. Zonder deze geloofsleer is het immers onmogelijk om Paulus te begrijpen. Want uit alle macht en met alle ernst verkondigt hij in al zijn brieven het geloof. Daarom zal het ons wel wat woorden kosten om de inhoud van deze tekst zo helder en duidelijk mogelijk te behandelen. Dit wilde ik eerst als voorwoord of inleiding bij deze preek zeggen.

Het is belangrijk om te weten: dat het iets anders is om over de goede werken te preken en te onderwijzen, en wéér iets anders om over de rechtvaardiging te preken en te onderwijzen. Het zijn immers twee verschillende dingen: net zoals de mens of de persoon iets anders is dan zijn daden of werken. Om duidelijk te zijn: de rechtvaardiging betreft de persoon, maar niet de werken. Want de persoon – en niet zijn werk – wordt gerechtvaardigd.

Het is dus één van beide: de persoon is óf rechtvaardig en zalig, óf veroordeeld en verdoemd. Daaruit volgt duidelijk dat een mens niet door goede werken wordt gerechtvaardigd, maar reeds daarvóór zonder enig werk door iets anders rechtvaardig moet worden.

Zo zegt Mozes het in Genesis 4 vers 5: ‘God zag Abel en zijn offer aan.’ Eerst zag God Abel aan – namelijk de persoon van Abel – en daarna zag Hij zijn offer aan. Zodat blijkt dat de persoon daarvóór reeds vroom, goed en aangenaam was voor God. God zag het offer aan omwille van de persoon – niet de persoon omwille van het offer.

Daarentegen: God zag Kain en zijn offer niet aan. Dat wil zeggen: in de eerste plaats zag Hij Kaïn niet aan – namelijk de persoon van Kaïn – en vervolgens zag hij ook zijn offer niet aan. Uit deze tekst kunnen we concluderen dat het onmogelijk is dat een werk van zichzelf voor God goed of aangenaam is, tenzij dat de persoon, daarvóór reeds goed en aangenaam is [door het geloof in Christus]. (b)

Voor ditmaal is het dus genoeg en duidelijk dat er twee soorten goede werken zijn: sommigen worden vóór de rechtvaardiging gedaan en sommigen worden ná de rechtvaardiging gedaan. De goede werken vóór de rechtvaardiging hebben wel de schijn van goede werken, maar zijn nutteloos. De goede werken die op de rechtvaardiging volgen, zijn de ware goede werken.”

Maarten Luther: Kirchenpostille 1522, vgl. WA 10.1.1, 324, 13 – 326, 6

(a) Zo zijn de rechtvaardigen te omschrijven. Zie o.a. verschil Kaïn en Abel, Saul en David, Ezau en Jakob. God geeft “de zwakke(ren)” – die Hij in het hart geeft om hun heil bij God te zoeken en van Hem te verwachten een plaats “boven de “sterken en machtigen” en toetst de laatsten daarmee. – Opgemerkt door AJ)
(b) Zie hiervoor ook Hebreeën 11 vers 4: Door het geloof heeft Abel een voortreffelijker offer voor God geofferd dan Kaïn, waardoor hij getuigenis verkregen heeft dat hij rechtvaardig was, omdat God over zijn gave getuigenis gaf – en door dit geloof spreekt hij nog, hoewel hij gestorven is’ (weergave DB 1545).

(1) Dit citaat komt uit de ‘Kirchen Postille’ van 1522 naar aanleiding van een preek over Galaten 4 vers 1 tot 7. Op de Wartburg heeft Luther deze preken voorbereid om als preekvoorbeelden te dienen voor de vele ongeleerde geestelijken die tot de reformatie overgingen. Vanzelfsprekend dat het inhoudelijk tégen de toen heersende kerkleer inging. Hoewel – door het gebruik van het voorbeeld van Kaïn en Abel wordt het citaat toch ook weer tijdloos!
Als het over de rechtvaardiging gaat, gebruikt Luther ook vaak het voorbeeld van een boom: ‘Iedere willekeurige boom wordt geen appelboom door er appels aan te hangen – maar plant eerst een echte appelboom, dan groeien er vanzelf echte appels aan.’ Of anders gezegd: ‘Maak eerst de boom goed, dan brengt hij ook goede vruchten voort.’ Dat wil zeggen: eerst moet de mens ‘goed’ zijn door het geloof in Christus, dan volgen ook de goede werken als vruchten van het geloof. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (Guido de Brès 1561) zegt in Artikel 24 trouwens principieel hetzelfde.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

Uit Jesaja 55

(…) 6 Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. 7 Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal ​vergeven.  (…) 13 Voor een doornstruik zal een cypres opschieten, voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal de Here zijn tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.

Bron afbeelding: DagelijkseBroodkruimels

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s