Wat God verbonden heeft… (II)

En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand, opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve. Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven. (Markus 11 : 25-26)

Dit antwoord wil ik geven (1): als Christus in deze bede de vergeving van zonden heeft verbonden aan ons vergeven, heeft dit geen andere rede dan om de christenen te verplichten tot onderlinge liefde. Christus leert – naast het geloof en de vergeving van zonden – de onderlinge liefde als het voornaamste.

Daarom moeten wij onze naaste altijd vergeven en in liefde met onze naaste leven. Zoals wij met Christus leven door het geloof, op dezelfde wijze behoren wij ook met onze naaste te leven door de liefde! Wij mogen een ander geen verdriet en pijn doen maar altijd vergevingsgezind zijn, zelfs als – zoals in dit leven steeds gebeurt – die ander ons nog even geleden onrecht heeft aangedaan.

Als kwaadheid en boosheid in de weg staan, dan wordt niet alleen het bidden van deze bede verhinderd, maar de andere beden kun je dan ook niet meer bidden. Zie hoe Christus een sterke en vaste band maakt waardoor wij samengehouden worden!

Hierdoor zorgt Hij dat wij niet in onenigheid en tweedracht kunnen leven, of sekten en scheidingen aanrichten – als wij tenminste voor God willen verschijnen en tot Hem bidden – maar dat wij elkaar door de liefde verdragen en van één hart, één zin en één gevoelen blijven. Wanneer dat gebeurt, is een christen volkomen omdat hij echt gelooft en liefheeft. (2)

Maarten Luther: Wochenpredigten über Matthäus 5-7, 1530/1532, vgl. WA 32,422,33 -423,10, verkort

(1) Zie slotvraag op de vorige pagina (de voorgaande blog). Zie ook blog (III) van deze serie.
(2) Luther gebruikt zelfs de krasse uitdrukking dat we christussen voor elkaar dienen te zijn.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

(…) 13 Verdraag elkaar en ​vergeef​ elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de ​Heer​ u ​vergeven​ heeft, moet u elkaar ​vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de ​liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat in uw ​hart​ de ​vrede​ van ​Christus​ heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. (Uit Kolossenzen 3)

Bron afbeelding:  Pinterest

Kolossenzen 3 13-15 - Make allowance for each others faults - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Wat God verbonden heeft… (I)

Want indien gij de mensen hun misdaden vergeeft,
zo zal uw hemelse Vader 
ook u vergeven.
Maar indien gij de mensen hun misdaden niet vergeeft,
zo zal ook uw Vader 
uw misdaden niet vergeven.
(Matteüs 6 : 14-15)

‘EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.’

Het laatste deel van deze bede is een wonderlijke toevoeging, maar toch zeer heerlijk!

Het mocht ons wel verwonderen waarom Christus een dergelijke toevoeging alleen maakt bij de bede: ‘Vergeef ons onze schulden.’

Omdat Hij toch evengoed aan de andere beden ook een klein stukje had kunnen vastknopen (verbinden) en zeggen: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood, gelijk ook wij onze kinderen brood geven.’ Of bijvoorbeeld: ‘Leid ons niet in verzoeking, gelijk ook wij niemand verzoeken.’ En ook: ‘Verlos ons van het kwade, gelijk ook wij onze naaste redden en verlossen.’

Maar Hij doet dat niet en er is verder bij de andere beden ook geen toevoeging zoals deze te vinden. Maar nu lijkt het wel dat de vergeving van zonden verworven en verdiend wordt door ons vergeven!

Waar blijft dan onze leer dat wij de vergeving alleen door Christus en in het geloof ontvangen moeten? (1)

Maarten Luther: Wochenpredigten über Matthäus 5-7, 1530/1532, vgl. WA 32, 422,20-40

(1) Deze vraag wordt op de volgende pagina (in de hierna volgende blog) beantwoord.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest

Onze Vader - And forgive us our trespass - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Maatschappijles over (over)winnaars en verliezers…

(…) Nederlanders onderschatten doorgaans de rol van sociale klasse, zeker hoogopgeleide Randstedelingen uit de middenklasse. Maar Engeland is echt een klassenmaatschappij en dat werkt op allerlei gebieden door. Zo lijkt het in mensen een zero sum-mentaliteit te kweken. Een klassemaatschappij is een soort klassement of ladder, en om daarop te kunnen stijgen, moet iemand anders dalen – althans relatief ten opzichte van jou. Misschien dat daarom Engelsen ook zo opgaan in sport: ook daar heb je maar één winnaar.

Engelsen houden van in de rij staan, maar nog meer houden ze van hiërarchieën. De simpelste discoavond op lagere scholen wordt afgesloten met een prijsuitreiking voor de beste danser.

(…) Debatten in Nederland eindigen altijd met een vroom ‘We zijn er niet uitgekomen, maar wat goed dat we in gesprek blijven.’ Debatten in Engeland eindigen met de bekendmaking van de winnaar. Het lijkt wel een geconditioneerde reflex in Engeland: een proces is pas afgesloten als er de winnaar bekend is – en dus ook de verliezer.
De Engelsen noemen dit systeem adverserial en hun rechtspraak en politiek is zo ingericht: doelbewust polariserend. Het o zo Nederlandse idee van ‘1 + 1 = 3’ zegt Engelsen heel weinig, zoals het idee van samenwerking in plaats van competitie ze oprecht vreemd voorkomt.

(…) Van dit meerderwaardigheidscomplex is het dan een kleine stap naar het Engelse gevoel van entitlement: het idee dat Engeland zo bijzonder is dat het alleen al daarom meer verdient dan anderen. Cameron, bijvoorbeeld, wilde altijd ‘concessies’ van de EU. Kennelijk was het Britse lidmaatschap een soort gunst aan de EU in ruil waarvoor er speciale opt-outs en uitzonderingen konden worden geëist. Letterlijk iedere ‘Leave’- en ‘Remain’-kiezer ging ervan uit dat ik als EU national natuurlijk tegen Brexit zou zijn. Treffend is ook hoeveel mensen er gevallen zijn voor de slogan ‘De EU heeft de Britten meer nodig dan andersom’: dit was de basis voor het misverstand dat de EU het Verenigd Koninkrijk een sweet soft Brexit deal zou geven.

(…) Zo ging ik beseffen dat de EU op dit moment echt niet democratisch te noemen is. Dat moet veranderen, maar zoiets is alleen mogelijk met landen die zo’n proces ook willen doen slagen. Je hebt kortom nodig wat de Engelsen zo mooi GOOD FAITH noemen. Dergelijke goede wil en vertrouwen ontbreekt ten enenmale bij cruciale delen van de Engelse politieke en media-elite. En dus was en ben ik vóór Brexit.

(…) Schotland stemde voor ‘Remain’ en zou de mogelijkheid moeten krijgen te blijven, net als Noord-Ierland. Maar de Engelsen staan buiten en moeten buitengehouden worden totdat het land zichzelf heeft hervonden.
Noem het nation building.

Bron tekst: Vrij Nederland (via Blendle) – “Afscheid van ENGELAND” door Joris Luyendijk (1)

(1) Joris Luyendijk vertrok
Na zes jaar in Londen verhuisde Joris Luyendijk deze zomer terug naar Nederland. Hij is vóór Europa, maar ook vóór Brexit. Omdat Engeland te arrogant is om deel te nemen aan de EU. Dit is zijn afscheidsbrief. ‘De EU is veel beter af zonder de Engelsen.’

Bron afbeelding:  Pinterest

Spreuken 28 23 - Kind words of correction - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie

Geen zondaar?

(…) 13 Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot ​reinheid​ van het vlees, 14 hoeveel te meer zal het bloed van ​Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten ​reinigen​ van dode werken om de levende God te dienen! (Uit Hebreeën 9 : 13-14)

NB.  Hieronder twee stukjes gelicht uit een pastorale preek (1), die in zijn geheel te beluisteren is via de audio onderaan deze blog.

(…) Net als ons verstand hebben we ook ons geweten van de Here gekregen. Alleen ons verstand en ons geweten zijn wel door de zonde aangetast. Je kunt er niet zonder meer op af gaan. Denk aan het geweten bij wijze van voorbeeld aan een klok die niet helemaal gelijk meer loopt. Die moet je iedere keer weer gelijk zetten.

Daarom is het zo van belang om ons geweten altijd weer te scherpen, te ijken aan het Woord van God. En daarom is het een zegen als ons leven onder de tucht staat van de heilige en heilzame woorden en geboden van de Here. Hoe dichter we nu bij de Here en bij Zijn Woord leven zo zal ons geweten ook teerder en nauwkeuriger functioneren.

Nu begrijpen we uit de tekst dat ons geweten voortdurend reiniging nodig heeft. En dat begrijpen we en zullen we ook toestemmen, als u eerlijk erkent wie u bent voor de Here God: een zondaar. En ook na verkregen genade, blijf ik een zondaar, tot mijn laatste snik toe. En dat onderstreept dan ook gelijk de actualiteit van onze tekst van vanmorgen. Want telkens opnieuw, drukt er nieuwe zonde op mijn geweten. En telkens opnieuw heb ik reiniging nodig. U jij en ik kunnen daarom niet buiten die dagelijkse reiniging van ons geweten van dode werken.

Daar gaat het dus over hier in de gekozen tekst: dagelijkse reiniging van ons geweten.

En nu zegt onze tekst in vers 13 als eerste wat ons geweten niet reinigt: Er staat in dat vers: Het bloed van stieren en bokken en de as van een jonge koe; En ten tweede zegt onze tekst wat ons geweten dan wel reinigt van dode werken, vers 14: het bloed van Christus; En als laatste laat die tekst zien, dat die reiniging van ons geweten ergens op mikt, dat is doelgericht, namelijk om de levende God te dienen. (…)

[… groot deel deel van de preek hier verder niet overgenomen, hieronder nog een klein gedeelte...]

(…) Maar als dat heerlijke wonder van Gods vergeving je hart vrolijk maakt. De vrede en de liefde van de Here daar in mee komt en je hart vol maakt, dat geeft de beste kracht om de Here te dienen. Ja, ’t is wel waar, door die wondere liefde van de Here in je hart, wordt je ook wel des te gevoeliger, sensitiever, voor de blijvende zondigheid van je hart, onze ontrouw en onze verkeerdheid. Eerlijk is eerlijk, die dode werken in ons denken, spreken doen en laten, zijn, wat onszelf betreft althans, nooit zo ver weg.

En juist dat dringt ons om de kortste weg te zoeken naar de troon van Gods genade. En om elke dag de toevlucht te nemen tot de fontein die geopend is in het bloed van Christus tegen de zonde en tegen de onreinheid. Die dagelijkse reiniging is nodig met het oog op het dienen van de levende God. Niet voor niets schrijft de apostel Johannes daarover in de tegenwoordige tijd, als hij zegt: Maar als wij in het licht wandelen gelijk hij in het licht is, hebben we gemeenschap met elkaar, én het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt – tegenwoordige tijd! – ons van alle zonden. (Uit 1 Johannes 1)
Het is dus iets van elke dag. (…)

Beluister heel deze preek:

(1) Deze preek werd gehouden in de ochtenddienst op 22 oktober 2017  in de Oude Kerk (Hervormde Gemeente) te Barneveld door ds. J. Veldhuijzen (Putten). De hele dienst is te vinden en beluisteren via www.kerkomroep.nl

Zie eventueel ook nog:  De sleutel(macht) van het Woord…

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Een elite van priesters in de kerk?

(…) 4 en kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, 5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus. (Uit 1 Petrus 2)

Priesterschap – behandelde tekst: 1 Petrus 2 : 5

(…) Petrus schrijft: ‘Word gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offeranden op te offeren’ (vgl. vers 5). De apostel heeft hier in deze woorden de uitwendige en zichtbare priesterstand afgeschaft die voorheen in het Oude Testament geweest is. Verder neemt hij ook de hele uitwendige tempeldienst weg. Daarmee wil hij zeggen: zowel de uitwendige en zichtbare offerdienst, alsook de priesterstand van het Oude Testament heeft nu opgehouden te bestaan.

Daarom komt er nu een ander priesterschap, dat andere offers offert, namelijk offers die geheel geestelijk zijn. Bijgevolg dat zij, die men nu onder ons priesters noemt, voor God geen priesters zijn – dat is ook op deze tekst van Petrus gegrond. Verder als wij vragen of Petrus onderscheid maakt tussen de geestelijke en de burgerlijke stand, zoals men nu de priesters ‘geestelijk’ en de andere christenen ‘wereldlijk’ noemt, dan moeten zij, tegen wil en dank, toegeven dat Petrus spreekt over alle christenen.

Daarom is het duidelijk dat Petrus hier niets over de priesterstand zegt, die zij verzonnen hebben en alleen aan zichzelf voorbehouden. Daarom zijn onze bisschoppen niets anders dan Sint‑Nicolaas bisschoppen [letterlijk!]. Zoals hun priesterschap is, zo zijn hun wetten, offers en werken.

Daarom hebben alleen zij het heilige en geestelijke priesterschap, die ware christenen zijn en op de levende Steen gebouwd zijn (vgl. 1 Petrus 2 : 5). Want omdat Christus de Bruidegom is en wij de bruid zijn, heeft de bruid alles wat de Bruidegom heeft, en dat wederkerig. De bruid geeft zichzelf en alles wat zij heeft en de Bruidegom geeft ook Zichzelf en alles wat Hij heeft.

Nu is Christus de Hogepriester door God Zelf gezalfd. Eerst heeft Hij Zijn eigen lichaam voor ons geofferd – wat het hoogste priesterschap is. Daarna heeft Hij aan het kruis voor ons gebeden. In de derde plaats heeft Hij het Evangelie verkondigd en alle mensen onderwezen om God en Hem [= Christus] te kennen. Deze drie ambten heeft Hij ook aan ons allen gegeven. Daarom, omdat Hij Priester is en wij Zijn broeders en erfgenamen zijn, hebben alle christenen macht en bevel dat zij prediken en voor God treden – dat is: dat de een voor de ander bidt (1) – en dat zij zichzelf aan God opofferen.

Maarten Luther: Epistel S. Petri gepredigt und ausgelegt, Erste Bearbeitung 1523, vgl. WA 12, 306, 25 – 308, 7 (verkort)

(1) Opgemerkt AJ: Jezus leert ons in het Onze Vader dat wij altijd “gezamenlijk” bidden en schuld belijden en vergeven, ook wanneer wij ons terugtrekken om alleen/eenzaam te bidden in “de binnenkamer”, bidden wij samen met en voor al onze broeders en zusters!

Priesterschap: Over het misbruik van het sacrament, 1521

(…) Paulus zegt: Ik bid u dan, broeders, door de barmhartigheid van God, dat u uw lichamen stelt tot een offer, dat levend, heilig en voor God welbehaaglijk is, dat is uw redelijke godsdienst. (vgl. Romeinen 12 : 1). Niemand kan ontkennen dat Paulus hier een priesterlijk ambt beschrijft, dat uit niets anders bestaat dan redelijke offers brengen, dus geen onvernuftige koeien of kalveren, zoals onder de wet. Daarentegen dat zij zichzelf aan God opofferen. Dit offeren geldt voor alle christenen, daarom moeten noodwendig álle christenen priesters zijn.

Wie kan hier iets tegenin brengen? Uit deze tekst van Paulus weten wij niet alleen wat het nieuwe priesterschap is, maar ook wat het ambt en offer van dit priesterschap moet zijn. Namelijk dat zij hun leden die op aarde zijn, zullen doden, en aan God als een heilig offer zullen offeren (vgl. Kolossenzen 3 : 5 vv). Met dit woord heeft Paulus alle offers van de wet verklaard en duidelijk gemaakt. Op die manier heeft ook Christus, de Hogepriester, eerst Zichzelf geofferd, en door Zijn nieuwe priesterschap de wet en al haar ambten vervuld. Zo is Hij een voorbeeld geworden voor al Zijn kinderen en alle priesters, opdat zij in Zijn voetstappen wandelen en Hem navolgen.

Hiermee komt ook Petrus overeen: Laat uzelf ook als levende stenen daarop bouwen tot een heilig priesterdom, om geestelijke offers te offeren die aangenaam zijn voor God door Jezus Christus (1 Petrus 2 : 5). Gaat dit niet over alle christenen? Worden niet alle christenen als levende stenen op Christus gebouwd en zó op Hem gebouwd dat zij priesters zijn? Zij offeren geen onvernuftige dieren maar zichzelf, naar het voorbeeld van Christus, met geestelijke offers als zij de werken van het vlees door de Geest doden (vgl. Romeinen 8 : 13).

Maarten Luther: Vom Mißbrauch der Messe, 1521, vgl. WA 8, 492, 13‑35

NB. Deze blog werd geschreven n.a.v het artikel “Prof. A. van de Beek: Vrijspraak bij Luther kan niet zonder priester” –  RD Kerk & religie, 27-10-2017)

Zie eventueel ook nog:  De sleutel(macht) van het Woord…

Bron afbeelding:  Pinterest

1 Petrus 2 5 - Priesterhood - Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

De hoop waarmee Luther schreef…

Vestigt uw aandacht dan op Hem… (Uit Hebreeën 12 : 3)

Reformatie 1517 – 2017 (4): Luther de schrijver

De akelig krassende ganzenveer (in een onbeduidend klooster te Wittenberg) die in de hand van Luther de 95 stellingen tegen de aflaat schreef, heeft al schrijvend en krassend een theologische en geestelijke aardbeving veroorzaakt die in Rome en in de hele wereld voor eeuwen gehoord en gevoeld werd! Hoe? Dat werd hoe langer hoe duidelijker. Anno 1530 zegt Luther: ‘De boekdrukkunst is de laatste en ook de grootste gave van God, want daardoor wil Hij, nabij het einde van de wereld [!], de ware religie bekendmaken en verspreiden in alle talen en landen op de aardbodem.’

In het jaar 1522 schrijft Luther: ‘Ik had gehoopt dat de mensen voortaan in de Heilige Schrift zouden lezen, en mijn boeken nadat ze hun doel hadden bereikt – namelijk om mensenharten tot de Schrift te leiden – in vergetelheid zouden raken. Dit was de enige reden waarom ik mijn boeken schreef. Waarom zoveel boeken gemaakt en toch voor altijd buiten het enige echte belangrijke Boek gebleven?’

Ook zegt hij: ‘Ik heb altijd met grote aarzeling en tegen mijn wil boeken laten drukken. Het is nooit mijn bedoeling geweest om publiciteit te zoeken. Alles wat ik heb geschreven, heb ik geschreven omdat ik onder druk van anderen ertoe gedwongen werd. Bovendien alleen vanwege de verdachtmaking [van het evangelie] en de misleidende [godsdienstige] opinies [van andere schrijvers]. Ik heb nooit méér oprecht naar iets gewenst en verlangd dan om ergens in een hoekje verborgen en onbekend te blijven – als een man die zich geheel teruggetrokken heeft uit deze wereld.

Deze is heel humoristisch: ‘Ik moet helemaal in m’n eentje drie drukpersen aan de gang houden.’

Er zijn wel meer dan honderd citaten bekend waarin Luther zich zowel positief (zelden!) als negatief (dikwijls!) uitlaat over zijn eigen schrijfkunst.

Dit is ook een bijzondere uitspraak (1534): ‘Ik noem iets goed geschreven als een paar mensen er blij van worden en het tot grote ergernis is van velen. Dit moet wel een zeker teken van iets goeds zijn! Ja, bijna zo zeker als de verachtelijk kribbe en de ellendige doeken betrouwbare tekenen waren voor de herders om het Kind te vinden. Als mijn boeken echter bij iedereen in de smaak zouden vallen, dan was wat ik gedaan heb, zonder twijfel een schandelijk en verfoeilijk stukje werk geweest.’

Denk nu echter niet dat Luther schrijven geen vermoeiende bezigheid vond: ‘Hij die niets van schrijven weet en bovendien denkt dat het geen arbeid is, die weet er niets van. Je schrijft met drie vingers, maar je hele lichaam en geest zijn er bij betrokken. Het is een groot en prijswaardig werk tenminste voor hem die schrijft voor de goede reden.’

Echte goede boeken zijn er nooit genoeg: ‘Nooit eerder (en ook nu niet) waren er teveel goede boeken.’

Deze is ook humoristisch! Aan de keurvorst: ‘Voor uw keurvorstelijke genade [afkorting Dts.: E.K.F.G] moet ik mij nu excuseren. Ik zou wel graag willen dat ik meer tijd had om aan u te schrijven, maar dat is helaas onmogelijk – ik moet mijzelf dood schrijven!’

Luther had het inderdaad wel erg druk zoals hij schrijft aan ene Brisger: ‘Behalve de onnoemelijk vele zaken die dagelijks van mij vereist worden, ben ik ook visitator, professor, predikant, schrijver, luisteraar, verzorger van armen, loopjongen, voorspreker en rechtsgeleerde – en wat verder nog?’

Aan Amsdorf: ‘Ik ben boven mijn krachten bezet met schrijven en spreken, zodat ik daarvoor driemaal meer tijd nodig zou hebben’

In een brief aan Spalatin ondertekent hij: ‘Martin Luther, honderdvoudig bezet met werk.’

(…) (NB. Dit Luthercitaat is wat ingekort!)

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website: www.maartenluther.com

1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de ​zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die vóór ons ligt. 2 Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op ​Jezus, dé Leidsman en Voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke vóór Hem lag, het ​kruis​ op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. 3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt. (Uit Hebreeën 3)

Bron afbeelding:  RD.nl

Handschrift Luther - RD.nl

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Opperherder zend ons herders (geen kerkleiders!)…

De oogst is groot. (Uit Matteüs 9 : 35-38)

De blik van de Heiland valt vol erbarmen op zijn volk, op Gods volk. Het kon Hem niet voldoende zijn, dat maar een enkele zijn roepstem gehoord had en Hem navolgde. Zijn evangelie van het Godsrijk en zijn Heilandskracht behoorden aan de armen en de zieken, waar Hij die in Zijn volk ook vond.

De aanblik van de volksmassa, die bij zijn discipelen misschien afkeer, toorn of verachting opwekte, vervulde het hart van Jezus met diep erbarmen en verdriet. Geen verwijt, geen aanklacht! Gods geliefde volk lag mishandeld terneer, en de schuld daaraan trof degenen die de dienst van God aan hen verrichten moesten…

Vragen, maar geen antwoord; nood, maar geen hulp; gewetensangst, maar geen bevrijding; tranen, maar geen troost; zonden, maar geen vergeving! Waar was de goede herder die dit volk nodig had?

Wat hielp het hier, dat er Schriftgeleerden waren die het volk met harde dwang naar de synagogen dreven; dat de ijveraars voor de wet de zondaars hard veroordeelden zonder hen te helpen; wat hielpen daar zelfs de rechtgelovigste predikers en uitleggers van het woord van God, wanneer niet het volle erbarmen en het echte verdriet over het misbruikte en mishandelde volk van God hen vervulde? Wat baten Schriftgeleerden, wettische vromen of predikers, wanneer de gemeente geen herders heeft?

Dat gaat Hem aan het hart. Zijn goddelijk erbarmen gaat uit naar deze verlaten kudde, de massa om Hem. Menselijk gezien is het een wanhopig beeld. Maar niet voor Jezus. Hij ziet hier, waar Gods volk mishandeld, ellendig en armzalig voor Hem staat, het rijpe oogstveld van God. ‘De oogst is groot!’ Het uur is gekomen, dat deze armen en ellendigen thuisgebracht worden in het Rijk van God.

Nu is er geen tijd te verliezen. Oogstarbeid duldt geen uitstel. ‘Maar arbeiders zijn er weinig.’ Is dat een wonder, waar aan zo weinigen deze barmhartige blik van Jezus geschonken is? Wie zou ook dit werk kunnen opnemen dan hij die deel heeft gekregen aan het hart van Jezus die door Hem ziende ogen heeft gekregen?

Jezus zoekt hulp. Hij kan het werk niet alleen doen. Wie zijn de medearbeiders die Hem helpen? God alleen kent ze en moet ze aan zijn Zoon geven. Wie zou zich ook uit zich zelf daartoe kunnen aanbieden, Jezus’ helper te zijn? Zelfs de discipelen mogen dat niet. Zij moeten de Heer van de oogst bidden, arbeiders te zenden ter rechter tijd; want het is tijd. (1)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “Oogstarbeid duldt geen uitstel” (25 april) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 14 En dit ​evangelie​ van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn. (Uit Matteüs 24)

(1) (…) Hoe staat het nu met de Reformatie van Luther? Volgens de regels van de historische wetenschap gaat de Reformatie aan de Contra-reformatie vooraf. Volgens de maatstaven van een eschatologische duiding van de geschiedenis is het precies omgekeerd: de Contra-reformatie gaat vooraf aan de Reformatie. Dat Luther de boodschap van het kruis weer openlijk verkondigt, is stellig het werk van God ten behoeve van zijn vervolgde kerk. Maar het is niet nog niet de grote Reformatie, het is slechts het voorspel tot de Contra-reformatie. Het heeft dus niets te maken met het duizendjarig vrederijk. Noch het zwaard, noch enige macht en ook geen productieve utopie, zal voorbereidend werk kunnen doen voor het messiaanse rijk. De Christen blijft niets anders over dan de eis van het strikte pacifisme na te volgen: verdragen, uithouden, wachten – in het openbaar het evangelie verkondigen, openlijk bidden om het ingrijpen van God: ‘Het enige wat je in deze laatste fase troost, is de jongste dag en jouw geloof dat de Heer regeert in eeuwigheid — uiteindelijk zullen alle goddelozen vergaan’. (…)
Bovenstaande citaat is een gedeelte uit “Luther – mens tussen God en duivel” van prof. Heiko A. Oberman zoals te lezen is in Hoofdstuk II “De Antichrist en zijn werk”  op blz. 77).

Bron afbeelding: Pinterest

Lukas 10 2 - Pray the Lord of the harvest - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

“Mannetje Dawkins” claimt de nieuwsgierigheid en verwondering…

Dawkins: (…) Geloven is lui en laf. Lui omdat je een verhaal voor waar aanneemt, zonder het te willen testen. Laf omdat je de twijfel uitsluit die bij nieuwsgierigheid hoort. Snap ik het wel goed? Wat is hier gaande? Dat zijn de belangrijkste vragen in de wetenschap.’
(…) ‘De belangrijkste vragen, en ook de mooiste om aan te werken. Wie open staat voor de verwondering over de natuur en het universum, maakt prachtige dingen mee.’

Opgemerkt AJ: Laten we eerst maar even bij de vroegere Bijbelse figuren/Psalmschrijvers blijven als het om nieuwsgierigheid en verwondering gaat. Wat hebben deze mensen door hun leven te midden van de natuur en de planten en dieren waarvoor ze te zorgen hadden en de open hemel waaronder zij leefden (vooral ook bij heldere nachten) voortdurend veel geleerd over Gods Schepping, over de individualiteit en karakters van de aan hun zorgen toevertrouwde dieren (“de rechtvaardige kent zijn vee” – Spreuken 12 : 10), over de planten, struiken en bomen die ze verbouwden en waarvan ze leefden of die ze te gebruiken of juist te bestrijden hadden.
En hebben talloze gelovige wetenschappers de afgelopen eeuwen niet voortdurend gewerkt vanuit diepe verwondering en grote nieuwsgierigheid om de schepping haar geheimen te ontfutselen voor zover dit binnen hun bereik lag?!

Bron tekst: De Volkskrant (via Blendle) – “Denk toch zelf” – Martijn van Calmhout (1)

(1) De man die God een misverstand noemt, spreekt vandaag (dat was afgelopen zaterdag 21 oktober 2017) in Amsterdam. Evolutiebioloog Richard Dawkins, net hersteld van een herseninfarct, over waarom geloven lui en laf is en het leven zoveel mooier met verwondering.

Bron afbeelding:  Christian Posters Free

Psalm 111 2 - The works of the Lord are great - Christian Posters Free

Geplaatst in Bijbel, Geschiedenis, Israël, Wetenschap | Plaats een reactie

Leren van de vogels…

Kijk naar de mussen…

Ja, ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Vreest dan niet;
gij gaat vele musjes te boven. (Lukas 12 : 7)

NU VLIEGEN DE LIEVE VOGELTJES in de lucht, ’s zomers en ’s winters. Zij zingen en zijn vrolijk. Zij bekommeren zich nergens om en hebben geen zorgen, terwijl ze toch niet weten waar ze morgen hun voedsel zullen vinden, en wij – ellendige geldduivels – kunnen, hoewel wij zolders en schuren vol hebben en het koren zo prachtig en overvloedig op het veld zien staan, het zorgen niet laten…

Kijk, op deze manier maakt Christus de vogeltjes tot onze meesters en onderwijzers, zodat de kleine musjes (1) tot onze grote en eeuwige schande in het Evangelie staan als leraren en predikanten van wijze mensen. Die moeten ons Gods trouw dagelijks voor ogen en oren houden.

Het is alsof ze zeggen: ‘Jij, ellendig mens! Je hebt huis en hof, geld en goed en elk jaar een akker vol koren of ander gewas, meer dan je nodig hebt, en toch kun je geen rust vinden, maar maak je je altijd zorgen dat je nog eens van honger zal sterven.

Als jullie geen voorraad ziet of weet, kun je God niet eens vertrouwen dat Hij je één dag te eten zal geven, terwijl wij vogeltjes – die met zo velen zijn – ons nog geen dag van ons leven zorgen gemaakt hebben en God ons toch alle dagen ons voedsel gegeven heeft.’

Kortom, daarom hebben wij mensen zoveel meesters en onderwijzers als er vogeltjes in de lucht zijn, die met hun levend voorbeeld ons beschaamd maken.

Maarten Luther: Wochenpredigten über Matthäus 5-7, 1530/1532, vgl. WA 32,461,35-462,10

(1) Dagelijks zijn er heel wat te zien in onze tuin en bij de huidige voedselschaarste in woonwijken (m.n. ook vliegende insecten!) mogen wij mensen deze ons voorbeeldige arbeiders in Gods koninkrijk het loon gunnen en geven dat ze waard zijn!  (zie Lucas 10 : 7, 1 Timoteüs 5 : 18)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding:  Dailyverses.net

Lukas 12 6-7 - Gaat u niet veel mussen te boven

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

In het dienstkleed van de armoede…

Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet…
(Uit: Mattheüs 10 : 8b-10)

Omdat de opdracht en de kracht van de boden alleen gelegen zijn in het woord van Jezus, (1) mag aan Jezus’ boden niets gezien worden wat deze koninklijke zending onduidelijk of ongeloofwaardig maakt. In koninklijke armoede moeten de boden getuigenis afleggen van de rijkdom van hun Heer.

Wat ze van Jezus ontvangen hebben, is geen eigen bezit, waarmee ze andere goederen zouden kunnen kopen. ‘Om niet hebt gij het ontvangen.’ Bode van Jezus zijn, geeft geen persoonlijke rechten, geen aanspraak op macht en eer. En waar uit de bode van Jezus de predikant in het ambt geworden is, is dat niet anders.

De rechten van de gestudeerde man, de maatschappelijke aanspraken van een stand, hebben voor hem die bode van Jezus geworden is, geen gelding meer. Of was het toch niet alleen Jezus’ roepstem die ons onverdiend tot zijn dienst trok? ‘Geeft het ook om niet!’ Laat het duidelijk worden, dat ge met alle rijkdom die ge te vergeven hebt, niets voor u begeert, geen bezit, maar ook geen aanzien, waardering, zelfs geen dankbaarheid!

Op welke gronden zoudt ge op dat alles aanspraak kunnen maken? Alles wat ons aan eer ten deel zou vallen, ontroven wij immers Hem die het in waarheid toekomt, de Heer die ons gezonden heeft.

De vrijheid van de boden van Jezus moet blijken uit hun armoede. Niet als bedelaars, niet met gescheurde kleren moeten ze opvallen en de anderen als parasieten tot last worden. Maar in het dienstkleed van de armoede moeten zij er op uitgaan. Zij moeten zo weinig bij zich hebben, als degene die door het land trekt en zeker is, dat hij ’s avonds bij vrienden het huis vindt dat hem herbergt en hem met het nodige voedsel verzorgt.

Een dergelijk vertrouwen moeten ze weliswaar niet op mensen stellen, maar op Hem, die hen gezonden heeft, en op de hemelse Vader die voor hen zal zorgen. Daarmee zullen ze de boodschap die zij verkondigen, geloofwaardig maken, nl. de aanbrekende heerschappij van God op aarde. In dezelfde vrijheid waarin zij hun dienst doen, moeten zij ook onderdak en voedsel aannemen, niet als genadebrood, maar als voedsel, waarop de arbeider recht heeft.

‘Arbeiders’ noemt Jezus zijn boden. Wie traag is heeft geen recht op voedsel. Maar wat verdient meer de naam arbeid dan deze strijd met de machten van de satan, deze strijd om de harten der mensen, dit prijsgeven van eigen roem, van de goederen en vreugden van de wereld, ter wille van de dienst aan de armen, de mishandelden, de ellendigen? (2)

(1) Dus niet in eigen droombeelden over de kerk en/of (daarmee) een “koninkrijk voor God” hier op aarde.
(2) Dat Luther zijn dienstwerk in en aan de kerk in deze nederige staat en dienst heeft willen verrichten (en dat werk van hem de naam “Reformatie” niet waardig geacht heeft!), dat wordt heel goed en duidelijk belicht in het boek “Luther – mens tussen God en duivel” van prof. Heiko A. Oberman en wel in Hoofdstuk II “De Antichrist en zijn werk” (blz. 73-83).
(NB. Het enige waar Luther wel een droombeeld over gemaakt had, dat is de bekering van de Joden in zijn tijd. Toen dat niet uitkwam werd hem dat “noodlottig” en kwam zelfs hij aanzetten met een vorm van “dopers streven” en “doperse geweld”.)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “In het dienstkleed van de armoede” (19 april) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding: Pinterest

Matteüs 10 8 - Freely you received - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie