Laat ons maar voor je bidden…

En zie, een Kananese vrouw uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner! Mijn dochter is deerlijk van de duivel bezeten.
(Mattheüs 15:22)

‘MAAR HIJ ANTWOORDDE HAAR niet één woord.’ Als wij op deze manier afgewezen werden, dan zouden wij de moed verliezen en ons gebed nalaten. Want het is geen geringe zaak als het geweten voor je staat en zegt: ‘Ach, jij bent niet iemand die bidden zou, jij bent niet van Christus. Laat de heilige Paulus en Petrus maar voor je bidden. Naar jou wil onze Heere God toch niet horen, jij hebt geen geloof en misschien ben je niet eens uitverkoren. Je bent ook niet geschikt voor dit heilige werk.’ Met zulke gedachten kan de duivel iemand tot radeloosheid brengen.

Kijk nu maar eens naar deze vrouw en leer van haar. Zij gaat door! Het is alsof ze er blind en doof voor is dat ze een heidin is. Haar geloof en liefde zijn zo groot dat ze denkt: Hij zal mij verhoren en niet wegsturen. Met dit geloof lost ze al haar moeilijkheden op; ook dat ze een heidin is. Dat zou iemand zonder geloof niet gedaan hebben, die zou gedacht hebben: je hebt de duivel, het is alles tevergeefs dat je bidt. Zijn eigen volk mag bidden, voor jou helpt bidden toch niet meer.

Wie niet gelooft, kan ook niet bidden!

Maarten Luther: Evangelien Matthei am 15. Anno 1534, vgl. WA 52,178,9-27

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest

Mattëus 15 28 - Woman, great is your faith - Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

“Verlos ons van de boze”: bereid zijn/klaar staan…

Gij dan, zijt ook bereid; want in welke ure gij het niet meent,
zal de Zoon des mensen komen.
Ook jullie moeten klaarstaan, want de ​Mensenzoon​ komt op een tijdstip
waarop je het niet verwacht.’
(Lucas 12:40 – SV, NBV)

IN DEZE BEDE: ‘Leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze’ bid je niet alleen dat je aan alle verzoekingen mag ontkomen, maar ook dat je waardig mag zijn om op de jongste dag voor de Zoon des mensen te staan. Dan behoef je ook geen zorgen te hebben waar je op de oordeelsdag bent, aan tafel of in bed, in de kerk of op de markt, wakend of slapend – dat maakt geen verschil, want je bent overal onder Gods bewaring en bescherming.

Maar je moet wel goed onthouden dat je God niet in waarheid bidden of aanroepen kunt als je bekende zonden niet wilt nalaten en jezelf niet wilt beteren. Daarom hoort bij het goede gebed een oprecht berouw én dat je jezelf voor moedwillige zonden wacht om zo een rein geweten te hebben voor God en mensen. Bid dan – in de Naam van Jezus – dat de Heilige Geest je voor zonden wil bewaren en – door Gods genade – in een waar geloof tot het einde toe wil doen volharden.

Door dit geloof geeft God dat je deze zalige dag met vreugde mag verwachten en onze Heere Jezus als je Verlosser met een hartelijk verlangen mag verwelkomen. Dit gebed wordt zonder twijfel door Christus verhoord, daarom moeten wij deze raad en leer volgen en ons op deze genadige en gezegende dag van onze eeuwige verlossing goed voorbereiden.

Lezen: Lucas 12 : 35-48

Maarten Luther: Evangelium Luce XXI. Anno 2533, vgl. WA 52,23,13-24

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd.
(Uit Lucas 12 : 48)

Bron afbeelding:  Carolinas Mission District

Lukas 12 48 - To whom much has been given - Carolinas Mission District

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Met meer passie dan ooit?

Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.
(Johannes 16:14)

U ALLEEN MOET LOF, aanbidding, dank en eer hebben, o Heere Jezus! U hebt onze krankheden op U genomen en onze smarten hebt U gedragen. Om ons hebt U de bittere dood geleden, aan het kruis bent U gestorven, weer opgestaan uit de doden en opgevaren naar de hemel. Alles om ons met Uw hemelse Vader te verzoenen en ons Uw Heilige Geest, de hemelse heerlijkheid, en het eeuwige leven te geven.

Lieve Heere Jezus! Deze dag komen wij tot U met onze beden, hoewel ons hart nog koud, onze gedachten verward, en wij met lichaam en ziel – ach God – nog meer van de tijdelijke dingen houden dan dat wij naar Uw hemelse schatten en gaven zouden verlangen, of ook maar op een goede manier U daarvoor zouden kunnen bidden of aanroepen (1). Wilt U vandaag – o goede Heere Jezus – vanwege onze zwakheid onze Voorbidder zijn? Wilt U de Vader voor ons bidden, dat wij de Heilige Geest ontvangen, Die ons hart vernieuwt, door Uw liefde ontvlamt en in de kennis van de Zoon en de Vader leidt?

Maarten Luther: Betbuchlein, 1522, vgl. WA 10.2,475,35 – 476,12

(1) Opgemerkt AJ: Maarten Luther kende zichzelf – door zijn “thuis zijn” in het Woord – vele male beter dan veel “moderne” gelovigen.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest en YouTube

Johannes 16 14-18 - not leave you as orphans - YouTube

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Genadetroon

(…) Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden ter bekwamer tijd. (Hebreeën 4:16)

DIT GELOOF – dat voor God verschijnt in de strijd en vrees van het geweten – is een eerlijk en oprecht geloof, dat niet geveinsd is, dat tot God durft zeggen: ‘Lieve Heere! voor de mensen ben ik wel onschuldig en het is zeker dat zij mij niet straffen of voor de rechter zullen slepen, want hoewel ik niet iedereen kwaad gedaan heb, vraag ik toch van eenieder dat hij mij om Gods wil vergeeft, zoals ikzelf ook iedereen vergeef. Daarmee zijn zij tevreden, zodat ze niets meer tegen mij hebben. Maar voor U moet ik echt de vleugels laten hangen en mijn hele leven en bestaan als schuld belijden en zeggen als David: “HEERE, ga niet in het gericht met Uw knecht, want voor U is geen mens op aarde rechtvaardig.”

Daarom kan ik, als U met mij naar recht wilt handelen, voor U niet bestaan en zal mij gelijk van Uw rechterstoel op Uw genadetroon beroepen. Voor de wereldse rechter vind ik het goed dat hij met mij over recht en onrecht spreekt, daar wil ik antwoorden en doen wat ik moet doen. Voor Uw rechterstoel kan ik echter niet bestaan, maar ik moet naar het kruis van Christus kruipen en om genade bidden én genade krijgen.‘

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1532, vgl. WA 36,366,24-37

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

3 Als u de ​zonden​ blijft gedenken, HEER, Heer, wie houdt dan stand?
4 Maar bij u is ​vergeving, daarom eert men u met ​ontzag.
(Uit Psalm 130)

Psalm 130 3-4 Lord if you kept our sins - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Hallelu-Jah! – Zijn lof houdt eeuwig stand!

Ik zal de HEERE loven met heel mijn ​hart,  in de kring van de oprechten
en in hun gemeenschap.  (Uit Psalm 111)

Die Mij eren, zal Ik eren, maar die Mij versmaden, zullen gering geacht worden.
(1 Samuel 2 : 30)

UW NAAM WORDE GEHEILIGD! Dat betekent dat Uw Naam ook ín ons moet geheiligd worden. Met de woorden van deze bede belijd ik dat ik Uw Naam – helaas – vaak ontheiligd heb, en nog steeds ontheilig en laster door mijn hoogmoed – door mijn eigen eer en naam te zoeken – daarom, geef Uw genade en help mij, zodat ik én mijn naam ondergaan en tot niets worden, opdat U alleen en Uw Naam – dat is: Uw eer en lof – in mij zijn en blijven. Amen.

Ik hoop dat je nu verstaat en begrijpt dat de woordjes Uw Naam zoveel betekenen als: Uw eer, Uw lof, want een goede naam betekent in de Schift: eer of lof. Hieruit blijkt het, dat dit gebed niet anders verlangt dan dat Gods eer en lof vóór alle, bóven alle en ín alle dingen gezocht en bedoeld worden. Ons gehele leven moet altijd en alleen tot Gods eer strekken. Niet tot ons nut, ook niet tot onze zaligheid of iets anders, hetzij tijdelijk of eeuwig.

Daarom is dit de eerste en voornaamste bede! Want Gods eer is het eerste, het laatste en het hoogste dat wij Hem geven kunnen en Hij verlangt of begeert ook niets anders van ons. Wij kunnen Hem ook verder niets geven, want alle overige dingen geeft Hij ons.

De eer behoudt Hij echter voor Zichzelf, opdat wij erkennen, zeggen, zingen, leven, werken, alles doen, lijden en betuigen, dat uit Hem, door Hem en tot Hem alle dingen zijn, opdat dit woord uit de Psalmen vast zal staan en waar zal blijven: ‘Wat Hij verordent, is loffelijk en heerlijk, en Zijn gerechtigheid blijft eeuwig’ (vgl. Psalm 111 : 3).

Maarten Luther: Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 94, 5-24

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding:   – The Herald (heraut) – Of Christ’s Kingdom

Psalm 111 - Hallelu-Jah - The Herald - Of Christ's Kingdom

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Zoekt God naar “mooie mensen” in “mooie gemeenten”?

Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot U schikken
en wacht houden. (Psalm 5 : 4)

HEERE, ‘S MORGENS KOMEN DE HUICHELAARS (1) OOK niet om te bidden, zij vragen er niet eens naar of U hen wel of niet verhoort. Zij zijn voldaan, zij zijn vol met hun eigengerechtigheid, dat wil zeggen: zij zijn vol zonde en ongerechtigheid…

Zij komen dan ook niet tot U om door U rechtvaardig gemaakt te worden, of om verlicht te worden en te mogen zien. Nee, liever komen zij om U blij te maken, met alles wat zij zelf doen. Zij vergelijken U met de afgod die ze in hun hart dragen. Zoals Jesaja zegt: ‘Zij oordelen naar hun eigen inbeelding en droom, opdat zij met hun ogen niet zien, maar nog meer verblind worden’ (vgl. Jesaja 6 : 9- 10 of 44 : 18).

O God, geef genade! Dat ik tot U zal komen en tot U zal gaan om Uzelf. Schenk mij Uw genade en barmhartigheid, dat ik, door U geleerd, verstandig en wijs word, dat ik mag zien en verlicht worden.

Geef dat ik níet kom om U mijn werken en verdiensten te brengen, zodat ik die niet met al mijn zonden en overtredingen – nu nog groter – weer van U moet wegdragen.

Ik kom tot U en begeer U en Uw genade, en belijd mijn zonde en ongerechtigheid. Anderen zijn gezond en hebben geen arts nodig, ik ben ziek en zwak en zoek een dokter.

(1) Lees: Toneelspelers

Maarten Luther: [Operationes in Psalmos, 1519/1521, vgl. WA 5,139,35 – 140,7]

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

(…) 16 Maar tot wie kwaad doet zegt God:
‘Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn ​verbond​ in de mond neemt?
17 Je haat het als ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je terzijde.
18 Zie je een ​dief, je loopt met hem mee,
en bij overspeligen ben je thuis.
19 Je gebruikt je mond voor lastertaal
en verbindt je tong aan bedrog.
20 Je getuigt tegen je eigen broer (broeder),
werpt een smet op de zoon van je moeder (Kerk).
21 Zou ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat ik ben als jij?
Ik klaag je aan, ik som je ​wandaden​ op.
(Uit Psalm 50)

Bron afbeelding:  Bible-Verses-About-Humility

Micha 6 8 - He has told you - Bible-Verses-About-Humility

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Opdat wij een begin zouden zijn van Zijn werk…

(…) Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn. (Jakobus 1 : 18, HSV)

(…) Maar wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen ​zonden. (Psalm 19 : 13)

(…) 3 Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin. 4 Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd. Het is de ​Heer​ die over mij oordeelt. 5 Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de ​Heer​ komt, omdat hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat de mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt. (Uit 1 Korintiërs 4)

(…) Paulus zegt over hen die niet begonnen zijn vroom te worden en ook niet tegen de zonden strijden en bidden: ‘Het is zover met hen gekomen, dat zij ongevoelig zijn geworden, daarom hebben zij zich overgegeven aan onreinheid en gierigheid’ (vgl. Efeze 4 : 17 vv).

Hier helpen de gelijkenissen van de evangeliën: de eerste van de Samaritaan, die een halflevend mens op zijn dier legt, wijn en olie in zijn wonden giet en de herbergier beveelt om hem te verzorgen. Want hij maakt hem niet in één keer gezond, net als wij ook door de doop of boete niet dadelijk volkomen gezond worden, maar in deze eerste genade beginnen en voortgaan, zodat wij dagelijks meer en meer genezen en gezond worden.

Daarom zegt Jakobus: ‘God heeft ons gebaard door Zijn Woord, alleen door Zijn genadige wil, zonder onze verdienste, opdat wij een begin zouden zijn van Zijn werk of schepping’ (vgl. Jakobus 1 : 18). Het is alsof hij wilde zeggen: omdat wij hier op aarde nog door het geloof in Zijn Woord leven, zijn wij slechts een begonnen werk, maar nog geen volbracht werk van God. Na de dood echter zullen we een volkomen werk van God zijn, zonder zonde of gebrek.

De tweede is de gelijkenis van het zuurdeeg dat een vrouw vermengt met drie schepels meel. Zij doet dit totdat het door en door is gezuurd, en het een nieuw zuurdeeg is geworden (vgl. Mattheüs 13 : 33). Het nieuwe zuurdeeg is het geloof en de genade van de Heilige Geest. Maar u bent niet opeens en geheel doorzuurd, u wordt dat langzamerhand. Eenmaal maakt Hij ons geheel aan Hem gelijk, nieuw, en een brood Gods. Zodat het christelijke leven niet is een vroom zijn, maar een vroom worden.

Het is niet de gezondheid op zich, maar een gezond worden, niet een zijn, maar een worden. Het is niet een rust, maar een oefening. Wij zijn het nog niet, we worden het echter wel. Het is nog niet volbracht en gebeurd, maar het is begonnen en in beweging. Het doel is niet bereikt, maar we wandelen wel op de weg naar het doel. (1) Het glimt en glanst nog niet allemaal, het wordt echter wel gereinigd.

(1) (…) Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door ​Christus​ ​Jezus​ gegrepen ben. (Filippenzen 3 : 12, NBG)

Maarten Luther: Grund und Ursach aller Artikel D. Martin Luthers, so durch römische Bulle unrechtlich verdammt sind, 1521, vgl. WA7,337,2-35 (verkort)
[Grond en reden van alle artikelen van dr. Maarten Luther, die door de roomse banbul ten onrechte veroordeeld zijn, 1521]

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” (Zondag 44, v&a 114, “Maar kunnen degenen die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomen houden?”) samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  Plain Bible Teaching

Psalm 19 13 - Keep back your servant from presumptuous sins - Plain Bible Teaching

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Goddelijk Woord (getuigenis) én Macht…

En Hij gaf hun macht.
(Uit: Mattheüs 10 : 1-4)

Het gebed is verhoord. De Vader heeft de Zoon zijn wil geopenbaard. Jezus Christus roept zijn twaalf discipelen en zendt ze uit tot de oogst. Hij maakt hen tot ‘apostelen’, tot zijn boden en medewerkers. ‘En Hij gaf hun macht.’

Om deze macht gaat het inderdaad. Niet slechts een woord, niet slechts een leer, maar werkzame macht ontvangen de apostelen. Hoe zullen ze ook hun werk doen zonder deze macht? Het moet een macht zijn die groter is dan de macht van hem die op aarde heerst, de duivel. Dat de duivel macht heeft, weten de discipelen, hoewel het juist de list van de duivel is, zijn macht te loochenen en de mensen voor te spiegelen, dat hij helemaal niet bestaat. Juist deze gevaarlijkste uitoefening van zijn macht moet getroffen worden.

De duivel moet aan het licht komen en hij moet overwonnen worden door de macht van Christus. Daarmee gaan de apostelen naast Jezus zelf staan. Zij moeten Hem helpen zijn werk te doen. Zo onthoudt Jezus hun voor deze opdracht ook niet de hoogste gave, namelijk het deelhebben aan zijn macht over de onreine geesten, over de duivel, die van de mensheid bezit heeft genomen. In deze opdracht zijn de apostelen Christus gelijk geworden. Zij doen de werken van Christus.

De namen van deze eerste boden worden voor de wereld bewaard tot aan de laatste dag. (1) Het is alleen de verkiezende roepstem van Jezus, die de Twaalf verenigt. Simon, de rotsman; Matthéüs, de tollenaar; Simon, de zeloot, de ijveraar voor recht en wet tegen heidense onderdrukking; Johannes, die Jezus liefhad en die aan Jezus’ boezem lag, en de anderen, van wie ons slechts de naam bleef, en ten slotte Judas Iskáriot, die Hem verried. (2)

Niets ter wereld had deze mannen tot hetzelfde werk kunnen verbinden dan de roepstem van Jezus. Hier was alle vroegere verdeeldheid overwonnen, en nieuwe, vaste gemeenschap was in Jezus gevestigd. Dat ook Judas uitging om het werk van Christus te doen, blijft een duister raadsel en een geduchte waarschuwing…

(1) Jezus Christus ondersteunt naar Zijn belofte met Zijn Macht het getuigenis van Zijn apostelen tot aan de voltooiing van de wereld.
(2) En later Paulus als “ontijdig geborene” (zie 1 Korintiërs 15 : 8)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “De macht” (26 april) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 1 Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het getuigenis van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. 2 Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over ​Jezus​ ​Christus​ – de gekruisigde. 3 Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. 4 De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, 5 want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.
(…) 11 Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de ​Geest van God​ in staat om God te kennen. 12 Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. 13 Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke. (Uit 1 Korintiërs 2)

Bron afbeelding:  Divine Walls

1 Korintiërs 2 5 - in the Power of God - Divine Walls

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Bidden met en voor de gemeenschap der heiligen (slot)

Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te bidden. (Hebreeën 7:25)

CHRISTUS HEEFT NAAST PREDIKEN EN OFFEREN, ook het derde deel van Zijn priesterambt voor ons vervuld toen Hij ook voor ons tot de Vader gebeden heeft, zoals Jesaja zegt: ‘Hij heeft de zonden van velen gedragen en voor de overtreders gebeden.’ Ook in de Hebreeënbrief staat: ‘Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek’, en verder staat er nog: ‘Hij heeft in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen met een sterk geroep en tranen geofferd aan Degene, Die uit de dood kon uithelpen, en is ook verhoord, omdat Hij God in ere hield.’ (1)

Hij was het Die dit ambt toekwam en volkomen kon vervullen, omdat Hij de enige was Die zonder middelaar voor God kon verschijnen. De enige Die recht en macht heeft om te bidden! Hij is ook de enige Die het Goddelijk getuigenis draagt dat Zijn gebed verhoord en JA en AMEN zal zijn, omdat de Vader zegt: ‘Deze is Mijn geliefde Zoon en in Hem heb Ik een welbehagen.’

Voor de hele christenheid heeft Hij dit wonderschone en heerlijke hogepriesterlijke gebed gebeden. Door dit gebed heeft Hij ons de kracht en de verdienste van Zijn offer verworven en geschonken, namelijk, vergeving van zonden, gerechtigheid en eeuwig leven. Dit gebed blijft gelden tot in eeuwigheid en is nuttig voor alle christenen.

Christus heeft dit hogepriesterlijke ambt nog steeds omdat Hij voor eeuwig onze enige Middelaar en Hogepriester is zoals Paulus zegt: ‘Wie is het, die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt‘ (Romeinen 8:34).

(1) Naar de vertaling van Luther.

Maarten Luther: [Predigten des Jahres 1535, vgl. WA 41,190,32 -191,19]

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot u – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” Samengesteld, vertaald en ingeleid door H.C. van Woerden. Den Hertog Uitgeverij.

Bron afbeelding: Pinterest

Hebreeën 7 25 - He always lives to intercede - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Johannes tot de “doelgroepen” in de gemeente…

(…) 7 Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van ​Jezus​ ​Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle ​zonde. (…) 10 Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen.

(…) 1 Mijn lieve ​kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, ​Jezus​ ​Christus, de Rechtvaardige. 2 En Hij is een verzoening voor onze ​zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de ​zonden van de hele wereld.

(…) 12 Ik schrijf u, lieve ​kinderen, want de ​zonden​ zijn u ​vergeven​ omwille van Zijn Naam.
13 Ik schrijf u, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik schrijf u, jonge mannen, omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf u, ​kinderen, omdat u de Vader kent.
14 Ik heb u geschreven, vaders, omdat u Hem kent Die er vanaf het begin is. Ik heb u geschreven, jonge mannen, omdat u sterk bent en het Woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen.

15 Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de ​liefde​ van de Vader niet in hem.
16 Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
17 En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

(…) 20 Maar u hebt de ​zalving​ van de ​Heilige​ en u weet alles.
21 Ik heb u niet geschreven omdat u de waarheid niet kent, maar omdat u die kent, en omdat er geen leugen uit de waarheid is.

(…) 27 En wat u betreft, de ​zalving​ die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u, en u hebt het niet nodig dat iemand u onderwijst; maar zoals deze ​zalving​ u onderwijst met betrekking tot alle dingen – en die zalving is waar en is geen leugen – en zoals ze u heeft onderwezen, zo moet u in Hem blijven.

28 En nu, lieve ​kinderen, blijf in Hem, opdat wij vrijmoedigheid hebben, wanneer Hij geopenbaard zal worden, en niet door Hem beschaamd gemaakt worden bij Zijn komst.

29 Als u weet dat Hij ​rechtvaardig​ is, dan weet u dat ieder die
de ​rechtvaardigheid​ doet, uit Hem geboren is.

Bron tekst: 1 Johannes 1 en 2 (HSV)
Bron afbeelding:  For the Worshipper

1 Johannes 2 28-29 - And now little children - For the Worshipper V2

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie