Goddelijk Woord (getuigenis) én Macht…

En Hij gaf hun macht.
(Uit: Mattheüs 10 : 1-4)

Het gebed is verhoord. De Vader heeft de Zoon zijn wil geopenbaard. Jezus Christus roept zijn twaalf discipelen en zendt ze uit tot de oogst. Hij maakt hen tot ‘apostelen’, tot zijn boden en medewerkers. ‘En Hij gaf hun macht.’

Om deze macht gaat het inderdaad. Niet slechts een woord, niet slechts een leer, maar werkzame macht ontvangen de apostelen. Hoe zullen ze ook hun werk doen zonder deze macht? Het moet een macht zijn die groter is dan de macht van hem die op aarde heerst, de duivel. Dat de duivel macht heeft, weten de discipelen, hoewel het juist de list van de duivel is, zijn macht te loochenen en de mensen voor te spiegelen, dat hij helemaal niet bestaat. Juist deze gevaarlijkste uitoefening van zijn macht moet getroffen worden.

De duivel moet aan het licht komen en hij moet overwonnen worden door de macht van Christus. Daarmee gaan de apostelen naast Jezus zelf staan. Zij moeten Hem helpen zijn werk te doen. Zo onthoudt Jezus hun voor deze opdracht ook niet de hoogste gave, namelijk het deelhebben aan zijn macht over de onreine geesten, over de duivel, die van de mensheid bezit heeft genomen. In deze opdracht zijn de apostelen Christus gelijk geworden. Zij doen de werken van Christus.

De namen van deze eerste boden worden voor de wereld bewaard tot aan de laatste dag. (1Het is alleen de verkiezende roepstem van Jezus, die de Twaalf verenigt. Simon, de rotsman; Matthéüs, de tollenaar; Simon, de zeloot, de ijveraar voor recht en wet tegen heidense onderdrukking; Johannes, die Jezus liefhad en die aan Jezus’ boezem lag, en de anderen, van wie ons slechts de naam bleef, en ten slotte Judas Iskáriot, die Hem verried. (2)

Niets ter wereld had deze mannen tot hetzelfde werk kunnen verbinden dan de roepstem van Jezus. Hier was alle vroegere verdeeldheid overwonnen, en nieuwe, vaste gemeenschap was in Jezus gevestigd. Dat ook Judas uitging om het werk van Christus te doen, blijft een duister raadsel en een geduchte waarschuwing…

(1) Jezus Christus ondersteunt naar Zijn belofte met Zijn Macht het getuigenis van Zijn apostelen tot aan de voltooiing van de wereld.
(2) En later Paulus als “ontijdig geborene” (zie 1 Korintiërs 15 : 8)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De  boden” – “De macht” (26 april) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 1 Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het getuigenis van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. 2 Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over ​Jezus​ ​Christus​ – de gekruisigde. 3 Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. 4 De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, 5 want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.
(…) 11 Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de ​Geest van God​ in staat om God te kennen. 12 Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. 13 Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke. (Uit 1 Korintiërs 2)

Bron afbeelding:  Divine Walls

1 Korintiërs 2 5 - in the Power of God - Divine Walls

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s