‘Het onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen’ , 1519 (10)

(…) 7 Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom doet u dan alsof u het zelf verworven hebt?
(Uit 1 Korintiërs 4)

De eerste bede: Uw Naam worde geheiligd

Over de slechtste en schadelijkste mensen onder de christenen

(…) “In de eerste plaats zijn ze voortdurend trots en ze laten blijken en/of zeggen:” Oh, ik ben zo goed van hart en zin – en ik bedoel het zo goed. Die en die persoon weigert naar mij te luisteren, hoewel ik bereid ben het beste van mezelf met hem te delen. “Wees dan op je hoede, wees op je hoede voor deze wolven, die in die schaapskleren rondwaren” (Mattheüs 7 : 15).

Het zijn doornstruiken, die geen vijgen voortbrengen, maar alleen dorens dragen (Mattheüs 7:16). Van hen zegt Christus: ‘U zult hen kennen aan hun vruchten’ (Mattheüs 7 : 20). En wat zijn hun vruchten? Geen goede woorden en daden, maar sneren, oprakelen, priemen, snijden en anderen verwonden.

En hoe doen ze dat? Merk op dat het zich voordoet bij mensen die overtuigd zijn geraakt van hun eigen vroomheid, die goede gedachten over zichzelf zijn gaan koesteren, wanneer ze ontdekt hebben dat ze meer bidden, meer vasten en andere goede werken doen en dat ze door God begiftigd zijn met meer inzicht en genade dan andere mensen.

Ze wagen zich niet aan een vergelijk met personen die (nog) meer te betekenen hebben, maar vergelijken zich wel met degenen die minder en slechter lijken dan zij. Ze vergeten al snel dat alles wat ze aan gaven bezitten een geschenk van God is. En dan leidt dat onvermijdelijk tot oordelen, veroordelen, lasteren, roddelen en verachten van anderen.

Als gevolg wordt hun optreden arrogant, hardvochtig en verstoken van alle vrees voor God. Wat ze in feite doen dat is hun hart en lippen vullen en vervuilen met de zonden van anderen. En kijk, hun vruchten zijn distels en doornen. We zien in de muilen van wolven vermomd in schaapskleren.

Hier zie je dus wat bedoeld wordt met het stelen van Gods naam en eer om deze aan jezelf toe te schrijven. God alleen heeft het recht om te oordelen, zoals Christus zegt: ‘Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt’ (Mattheüs 7 : 1). Bovendien is Gods naam alleen heilig, rechtvaardig en goed.

We zijn allemaal zondaars voor God, de één zowel als de ander, zonder enig onderscheid. En mocht iemand op een bepaalde manier superieur zijn aan een ander, dan kan hij zich daar niet op laten voorstaan, want dan is dat (een gave) van God. Als hij een goede naam, bijval, lof en achting wil hebben, moeten deze hem door anderen worden gegeven.

Vandaar dat hij die de Naam gebruikt, niet voor het welzijn van zijn naaste, maar hem veracht, die berooft God van zijn eer, die matigt zich de eer van God aan, en kent zichzelf de aard en deugden toe die van God zijn en niet van hemzelf.’

Maarten Luther:  Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 88 ff (translation used: Luthers Works, Amercan Edition vol. 42, p. 30)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de Engelstalige versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, they can use the web-form located on the homepage of www.maartenluther.com There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 6 … Zijn het dan niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechter slepen? 7 Zijn zij het niet die de voortreffelijke naam die over u is uitgesproken, door het slijk halen? 8 Wanneer u echter het koninklijke gebod volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf,’ dan handelt u juist. (Uit Jakobus 2)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Jakobus 2 6-7 Partiality a sin - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Kinderlijk vertrouwen…

(…) Hij zei tegen hen: Wanneer u ​bidt, zeg dan: Onze Vader…
(Uit Lukas 11 : 2)

HC Zondag 46: Waarom heeft ons Christus geboden God zo aan te spreken: Onze Vader?

(1) Waar het geloof in Christus is, daar werkt de Heilige Geest in het hart niet alleen vertroostende genade maar ook een vast kinderlijk vertrouwen. Zo werkt de Heilige Geest twee zaken: het hart twijfelt niet aan Gods genadige welbehagen én het hart twijfelt niet aan verhoring der gebeden. Dat alles niet om onze waardigheid, maar om de Naam van Christus, Gods Zoon, en om Zijn verdienste.

Over deze twee werken van de Heilige Geest – genade en gebed – spreekt ook de profeet Zacharia (vgl. 12 : 10). Namelijk dat God een nieuwe prediking en een nieuw werk in de kerk van Christus zal beginnen, wanneer Hij de Geest der genade en de Geest der gebeden zal uitstorten. Want de Geest der genade, Die ons verzekert dat wij kinderen van God zijn, is Dezelfde als de Geest der gebeden, Die onze harten aanspoort dat wij tot God roepen met een hartelijk zuchten en bidden.

Het Hebreeuwse woord ‘Abba‘ – de apostel zegt dat het ‘lieve Vader’ betekent – is als de stem van een klein kind, de zoon en erfgenaam, die uit een eenvoudig kinderlijk vertrouwen met zijn vader praat en ‘papa, papa’ zegt (vgl. Romeinen 8 : 15 vv). Dit kleine woordje is vast het gemakkelijkste woordje dat je een kind kunt leren zeggen. Zoals ook in andere talen dergelijke eenvoudige woordjes gebruikt worden als de kleine kinderen tegen hun vader praten of hem om hulp roepen.

Door zulke eenvoudige en kinderlijke woorden spreekt ook het geloof – door de Heilige Geest – tot God. Het komt diep uit het hart en – zoals Paulus hierna zal zeggen – met een onuitsprekelijk zuchten (vgl. Romeinen 8 : 26). Dat is nog het meest het geval als wij in strijd en angst, door ongeloof aangevallen en door de duivel benauwd, in grote nood verkeren.

Om zich daartegen te verweren, roepen Gods kinderen: ‘Ach, lieve Vader, U bent toch mijn lieve Vader, want U hebt Uw enige lieve Zoon voor mij gegeven, daarom wilt U toch niet meer boos op mij zijn of mij verstoten? U ziet immers mijn nood en zwakheid, ach, lieve Vader, wilt U mij toch helpen en redden!’

(1) Behandelde tekst: Romeinen 8 : 12-17

Maarten Luther: Crucigers Sommerpostille, vgl. WA 22, 138, 9-31

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest

Lukas 11 2 - Leer ons bidden - Pinterest

 

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Hij is uw Raad… (I)

(…) Want een ​Kind​ is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij
rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk,
Raad, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.
(Jesaja 9 : 5)

(…) Maar tot u die God vreest, tot u wil ik mij nu richten.
Wat bent u uitermate gelukkig, omdat de Messias Raad is en ook uw Raad. U bent gelukkig, omdat u uw oog mag slaan op Hem Die uw Raad is. Hij heeft ook de macht om dit te zijn.

De Joden verlangden van een goede raadgever dat hij aan tenminste één van de volgende voorwaarden voldeed: hij moest een trouwe vriend zijn die medelijden kon hebben met de mensen; of hij moest een onberispelijke en godvrezende man zijn die altijd de eer van God en het goede voor de gelovigen op het oog had. Hij moest dus een trouwe gelovige zijn en een oprechte belijder van de godsdienst.

Maar waarom voegen we deze voorwaarden niet samen?! Voor een goede raadgever zijn immers beide eigenschappen nodig. De Messias is een trouwe Vriend en een Hogepriester, Die medelijden heeft. Hij is de machtige Heilige, Die alles doet uit liefde tot Zijn Vader en Zijn uitverkorenen. Hij is de ware en trouwe Belijder van de waarheid, Die geen einde kent. Deze Messias is uw Raadsman. Wat is dat een groot geluk.

Wat is de vrouw gelukkig die geen dwaze Nabal, maar een wijze man heeft. Wat is de kerk gelukkig die verstandige predikanten heeft, een koninkrijk met een wijze koning, een stad of een land met wijze bestuurders. Egypte zou niet zo gelukkig geweest zijn als men Jozef niet als een verstandige raadgever had gehad. Hoe zalig bent u dan als u de Messias als uw Raad hebt! Hij is vervuld met alle wijsheid.

Wat bent u (met Hem goed af en zó) gelukkig als u op uzelf ziet. Wat bent u in veel zaken onkundig en wat weet u nog weinig van God, van Zijn wil, van uzelf en van de toekomende heerlijkheid. Wat bent u vaak onverstandig en ten einde raad. Wat bent u vaak angstig om in de een of andere zaak waarbij u uw twijfels hebt, een goede keus te doen en daarin uw weg te vinden. Maar sla uw oog op Christus; Zijn Naam is Raad.

Hij is ook uw Raad en daarom kan Hij u alles zeggen over de Vader, over Zijn raad, over uzelf en over de aanstaande gelukzaligheid, en u daarin onderwijs geven. Hij kan u raad geven en u verlossen uit uw twijfel. Hij zal u als een Gids veilig geleiden zonder dat u uw voet aan een steen stoot. Geef dit alles toch een plaats tegenover uw onverstandigheid.

Bent u daarom niet uiterst gelukkig dat de Heere Jezus
uw Raad en uw Raadsman is?

Bron tekst: Reveil-Serie “Is Jezus uw Raadsman”, No 540, December 2017, Uitgave van Stichting “Smytegelt-Fonds”.

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Jesaja 11 1-4a - Jesus Wisdom and Counsel - SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

De ander wéldoen…

(…) 12 Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.
Dat is het ​hart​ van de Wet en de Profeten. (Uit Matteüs 7)

HC Zondag 42: Maar wat gebiedt God u in dit (achtste) gebod?

(1) Het is niet genoeg dat u uw naaste geen schade doet aan lichaam, ziel en leven, want er is nog een andere kant: u moet hem ook wéldoen – en wel zoveel als u mogelijk is.

  • Geef de hongerige eten. Hebt u dat niet gedaan, dan hebt u hem gedood. Dat betekent: als hij van honger zou sterven, dan is dat hetzelfde alsof u hem dood hebt laten gaan, ja, wat u betreft hebt u hem dan werkelijk gedood. Hetzelfde geldt ook in andere gevallen:
  • Kleed hen die geen kleding hebben. Als u het gekund had en hen niet hebt gekleed, dan is dat hetzelfde alsof u hen van kleding beroofd zou hebben.
  • Herberg de vreemdeling. Als u het gekund had en hem niet hebt geherbergd, dan is dat hetzelfde alsof u hem weggejaagd zou hebben.
  • Geef de dorstige te drinken. Als u het gekund had en hem geen drinken hebt gegeven, dan is dat hetzelfde alsof u hem van dorst deed omkomen.
  • Troost de bedroefden. Als u het gekund had en hen niet hebt getroost, dan is dat hetzelfde alsof u de oorzaak van hun verdriet zou zijn.
  • Onderwijs de dwalenden. Als u het gekund had en hen niet hebt onderwezen, dan is dat hetzelfde alsof u hen verleid zou hebben.
  • Vermaan de zondaren. Als u het gekund had en hen niet hebt vermaand, dan is dat hetzelfde alsof u hen aangezet zou hebben om te zondigen.
  • Neem het op voor hem die belasterd wordt. Als u het gekund had en het niet voor hem hebt opgenomen, dan is dat hetzelfde alsof u zijn eer geschonden zou hebben.
  • Verzorg de zieken. Als u het gekund had en hen niet hebt verzorgd, dan is dat hetzelfde alsof u hen nog zieker gemaakt zou hebben.

De grond en oorzaak van dit alles is: dat wij dit graag door anderen aan ons laten doen, als wijzelf in nood zouden zijn. Daarom zijn wij naar Gods bevel verplicht het ook aan anderen, als zij in nood zijn – zo goed we kunnen – te doen. (2)

(1) Behandelde tekst: Mattheüs 7 : 12

Maarten Luther: Monasterio Augustinen, Erffurdiae, circa x 514, vgl. WA 4,593,30 – 594,7

(2) Dit citaat komt uit een van de zeer vroege preken van Luther, mogelijk reeds van het jaar 1510, zegt Lutherkenner Erwin Mülhaupt, die deze preek aanwijst als de vroegst bekende preek van Luther die aan ons overgeleverd is. De kern van dit citaat is overigens oorspronkelijk niet van Luther. De kerkvaders Ambrosius en Augustinus hadden dit al ongeveer op dezelfde manier onder woorden gebracht. Luther zegt ook zelf dat hij het bij Augustinus gelezen heeft, en gebruikt het in deze preek die hij als monnik ooit gehouden heeft in het augustijnenklooster te Erftirt.

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  SlideShare

Matteüs 7 - The golden rule - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Een eed zweren…

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u de Vader zult ​bidden​ in Mijn Naam,
zal Hij u geven. (Johannes 16 : 23)

HC Zondag 37: Maar mag/zal men ook godzaliglijk bij de Naam Gods een eed zweren?

(1) Wanneer wij zweren, vatten we twee dingen samen, namelijk dat wij God om hulp en bijstand aanroepen, of ook de straf van God over onszelf uitspreken. Het is alsof wij bidden ‘O God, wil mij helpen’, óf, als ik een valse eed afleg, ‘O God, wil mij straffen.’ Dat betekent: wanneer ik de eed zal houden, dan zal God mij genadig zijn, maar wanneer ik de eed niet houd, zal God mij oordelen.

Dit is een heerlijke belijdenis én aanroeping van Gods Naam. Want wanneer wij zweren, dan belijden wij dat we God om Zijn genade en gunst aanroepen, en van Hem verwachten dat Hij ons wil bijstaan en helpen, echter ook dat wij de Goddelijke wraak en straf over onszelf uitspreken, wanneer iemand een bedrieglijke eed zweert.

Daarom is ook aan dit gebod een bedreiging toegevoegd, waardoor degene die een valse eed zweert, bedreigd wordt: ‘Want God zal niet onschuldig houden die de Naam des HEEREN ijdel gebruikt’ (vgl. Exodus 20 : 7). En wel om deze reden: het ijdel gebruik is niets anders dan een verloochenen en minachten van God.

Wanneer u echter uw gezworen eed houdt, doet u God (én mensen! – AJ) daarmee een grote dienst, want zweren is belijden dat God een Beschermer en Helper is.

(1) Behandelde tekst: Genesis 24 : 1-4

Maarten Luther: Vorlesungen über 1. Mose von 1535/45, vgl. WA 43,311,6-16;

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

(…) “God is geest en de ware aanbidders aanbidden in geest en waarheid.”
(Johannes 4 : 24)

Bron afbeelding:  Daily Bible Verses

Johannes 16 23 - Whatever you ask - Daily Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

‘Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen’ (9)

(…) 2 De ​zonde​ spreekt tot de goddeloze, diep in zijn ​hart –
vrees voor God kent hij niet.

3 De ​zonde​ sust zijn geweten in slaap – geen besef van schuld…
(Uit Psalm 36)

De eerste bede: Uw Naam worde geheiligd

(…) “Gods naam wordt ook onteerd en verontreinigd door roven en stelen. Hoewel wijze mensen onmiddellijk zullen door hebben en begrijpen wat ik bedoel, zal het te subtiel zijn voor een bepaald soort simpele lieden, omdat we hier verwijzen naar arrogante mensen die zichzelf als rechtvaardig en heilig beschouwen en helemaal niet beseffen dat ze de naam van God ontheiligen. Terwijl ze denken dat ze rechtvaardig, heilig en waarheidsgetrouw zijn, vergrijpen ze zich brutaal en onverschrokken aan Gods naam.

Er zijn tegenwoordig heel wat van zulke mensen, die de mening zijn toegedaan dat ze toch echt heel vrome en respectvolle mensen zijn. Ze hebben een hoge dunk van zichzelf, ze zijn trots op hun woorden, hun daden, hun wijsheid en vaardigheid en eisen eer en erkenning voor zichzelf op. En wanneer deze hen wordt onthouden, worden ze boos en woedend.

In de Schrift worden ze gekenmerkt als mensen met een niet te doorgronden hart, zodat God alleen daarin kan doordringen en doorzien wat hen ten diepste beweegt. Ze weten alles zo knap te verdraaien en op te tuigen dat ze er zelf de dupe van worden, omdat ze er van overtuigd zijn dat alles met hen helemaal in orde is. Hun zelfgenoegzaamheid, innerlijke trots, grootdoenerij en zelfrespect zijn hun grootste en meest gevaarlijke handicap.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 88, 35 – 89,13 (translation used: Luthers Works, Amercan Edition vol. 42, p. 29)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de Engelstalige versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, they can use the web-form located on the homepage of www.maartenluther.com There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Pinterest

Psalm 32 1-2 Blessed is the man - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Een heilige stad…

(…) “In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.”
(Efeziërs 2 : 21)

Vraag (1): Mag men ook bij de heiligen, of bij enige andere schepselen een eed zweren?

Christus zegt (2): ‘Ik zeg u dat u helemaal niet zult zweren, niet bij de hemel, niet bij de aarde, niet bij de heilige stad Jeruzalem’ (vgl. Mattheüs 5 : 34).

Nu weet u dat Jeruzalem zo hoog werd gehouden en geëerd, dat men ook bij haar heeft gezworen (vgl. Mattheüs 5 : 35). Dat wordt ook bevestigd doordat Jeruzalem de ‘stad Gods’ wordt genoemd, verder wordt ze ook de ‘heilige stad’ genoemd. Heilig noemde men haar echter alleen, omdat Gods Woord daar was en omdat God door Zijn Woord daar woonde.

Dit was een goede manier van spreken en zonder twijfel door voortreffelijke mensen zo ingesteld, dat men deze stad zo hoog hield – zoals ook de profeet Jesaja haar heerlijk prijst (vgl. Jesaja 31 : 9).

Dit was echter niet om deze stad of plaats, maar om het Woord van God.

Om deze reden mag men wel elke stad heilig noemen waar Gods Woord is en gepredikt wordt, en roemen dat God daar ook zeker Zelf woont. Met deze tekst (vgl. Mattheüs 5 : 34 vv) leert Hij ons echter ook dat wij niet bij de naam van enig schepsel mogen zweren, goed of kwaad, engel of mens, heilig of onheilig.

Hier moet u op twee dingen letten. In de eerste plaats dat Christus eenvoudigweg verbiedt te zweren. Mozes echter heeft het zweren wél geboden: ‘U zult bij Zijn Naam zweren’ (vgl. Deuteronomium 6 : 10 vv).

Op andere plaatsen hebben we al uitgelegd dat het gebruik van de eed tweevoudig is: het ene gebruik is dat wij in onze lichtvaardigheid voor onszelf zonder reden zweren, dit verbiedt Christus zonder meer. Het andere gebruik is dat wij om de eer van God en het heil van onze naaste uit geloof en liefde zweren, namelijk om de waarheid te bevestigen.

Dit is het wat Mozes in deze tekst gebiedt. Niet dat hij bevéélt om te zweren, maar erop aandringt: als er toch gezworen móét worden, dan mag u op geen andere manier zweren dan bij de Naam van God.

(1) HC Zondag 37 vraag 103 – derde gebod:  Het heiligen van Gods Naam.
(2) Behandelde tekst: Mattheüs 5 : 33-37

Maarten Luther: Wochenpredigten über Matth. 5-7,1530/1532, vgl. WA 32,386,7 ff (verkort)

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

(…) “God is geest en de ware aanbidders aanbidden in geest en waarheid.”
(Johannes 4 : 24)

Bron afbeelding:  YouTube

Efeziër 2 20-21 In Him the whole buiding - YouTube

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Het belang van goede scholen…

(…) 4 Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! 5 Heb daarom de HEER, uw God, lief met ​hart​ en ziel en met inzet van al uw krachten. 6 Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. 7 Prent ze uw ​kinderen​ in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar ​bed​ gaat en als u opstaat. 8 Draag​ ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. 9 Schrijf ze op de deurposten van uw ​huis​ en op de ​poorten​ van de stad. (Uit Deuteronomium 6)

[Over de goede werken, 1520]

Uit geloof en vertrouwen moeten alle werken ontspringen, en alleen zó zullen al deze werken als een oefening en vermaning zijn, om dit geloof en vertrouwen steeds meer en meer te versterken. Want, zoals nu reeds vele malen gezegd is: het geloof maakt alle werken goed, ja, het geloof moet ze doen en de werkmeester zijn.

[Ordening voor Duitse kerkdiensten, 1526]

Allermeest moet het onderwijs gegeven worden vanwege de eenvoudigen en de jeugd, die dagelijks in de Schrift en Gods Woord moeten onderwezen en opgevoed worden. Om toe te zien dat ook zij aan de Schrift wennen, bekwaam, bekend en kundig daarin worden, zodat zij hun geloof kunnen verdedigen en ook anderen na verloop van tijd kunnen onderwijzen en het Rijk van Christus helpen uitbreiden.

Hierom moet men lezen, zingen, prediken, schrijven en dichten, en – waar het daartoe behulpzaam en bevorderlijk is – mogen zij van mij alle klokken erbij luiden, alle orgels bespelen en alles zo mooi laten klinken als het maar kan.

Ik ben het echter niet eens met hen die slechts het gebruik van één taal voorstaan en alle andere verachten. Want ik wil graag de jeugd op die manier opvoeden dat ze ook in andere landen voor Christus nuttig kunnen zijn en ook daar met de mensen kunnen spreken…

Want de Heilige Geest is ook niet met één taal begonnen – Hij heeft niet gewacht tot de hele wereld naar Jeruzalem kwam om Hebreeuws te leren, maar liet het Evangelie verkondigen in allerlei talen, zodat de apostelen overal waar zij later zijn gekomen, verstaanbaar konden spreken (vgl. Handelingen 2 : 4 vv *).

Dit voorbeeld wil ik graag volgen. Het is daarom heel terecht dat men de jeugd leert om veel talen te spreken. Wie weet hoe God dat later zal gebruiken tot Zijn dienst?

Dit is ook de reden waarom er (christelijke) scholen gesticht en onderhouden moeten worden.

Maarten Luther: Von den guten Werken, 1520, vgl. WA 6,263,24-28; Deutsche Messe und Ordnung Gottis diensts, 1526, vgl. WA 19,73,17-25,74,10-21 (verkort)

* In Jeruzalem heeft de Geest met het ‘talenwonder’ op Pinksterdag direct al duidelijk gemaakt dat het Evangelie voor alle volken (van welke taal dan ook) bestemd was. God had de (toenmalige) wereld daar al op voorbereid mee door het Grieks als ‘wereldtaal’ en het doen vertalen van het Oude Testament naar het Grieks. De apostelen hebben daar enorm van geprofiteerd bij de hen gegeven opdracht om het Evangelie overal te (doen) verkondigen en de leden van de gemeenten te onderwijzen al wat Jezus hen geleerd had.

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther”  – “Zondag 38 – ‘Vierde gebod: Gij zult de rustdag heiligen‘) samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest (Psalm 34 : 12 + 11)

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Eerst (leren) luisteren…

…naar de Ander/ander…

(…) 7 Offers​ en gaven verlangt U niet, brand- en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor U geopend…
(Uit Psalm 40)

HC Zondag 38 – Vraag: Wat gebiedt God in het vierde gebod?

(…) De sabbat heiligen is Gods Woord horen en heilige werken doen: de naaste liefhebben en hem geven wat hij nodig heeft, gehoorzaam zijn, barmhartig zijn, hulpvaardig, bereidwillig, hem troosten, eten en drinken geven enzovoort.

Dit alles moet men op de sabbat doen en is het goede dienen van God. Want aan die andere dwaze godsdienst heeft God geen behoefte, namelijk dat men de hele dag in de kerk staat te kwelen en te jammeren, zoals dat de gewoonte is van onze nonnen en monniken – Hij wil dat men Zijn Woord hoort en doet! Zoals die mooie tekst uit Hosea zegt: ‘De Heere heeft lust aan barmhartigheid, meer dan aan offer en aan de kennis van God, meer dan aan brandoffer.’ (vgl. Hosea 6 : 6)

Nu (in onze wereldtijd) betekent echter kennis van God niets anders dan Gods Woord horen. Waarom? Zonder het Woord kan niemand iets over God weten. Want het Woord komt en zegt: ‘Ik ben de HEERE UW God’ – Ik Die Mijn Zoon heb gezonden, voor u in de dood gegeven, Ik Die u in de doop heb aangenomen, enzovoort. Door dit Woord leren wij God kennen, namelijk dat Hij genadig en barmhartig is, iets dat het verstand nooit uit zichzelf kan weten en leren.

Hieruit volgt dan: omdat men door het Woord tot de kennis van God komt, is het God dienen en de rustdag heiligen, wanneer men Gods Woord hoort, en daarnaar leeft en doet. Iedereen wil graag de naam hebben dat hij God dient. Wie God echt wil dienen, die kan het nu leren – Gods Woord horen en daarnaar doen!

Daarom moet het bij de christenen alle dagen sabbat zijn, want we moeten alle dagen Gods Woord horen en ons leven daarnaar inrichten. Maar toch is de zondag voor ieder wel bijzonder ingesteld, dat wij dán, voor alle andere dingen, Gods Woord zullen horen en leren om ernaar te leven.

Op de andere zes dagen heeft ieder het vooral druk met zijn of haar werk. Daarom, als u naar de preek luistert, Gods Woord of een evangelie leest en hoort, dan is dat de ware godsdienst. Dat is Hem veel liever dan alle offers en andere vormen van heiligheid, zoals u al gehoord hebt door de mond van Hosea (vgl. 6 : 6).

Maarten Luther: Hauspostille 1544, gepredigt zu Hause, 1530-1535, vgl. WA 52,486,2-35 (verkort) – [Behandelde tekst: Lukas 14 : 1-11]

(…) ‘Schept de HEER meer behagen in ​offers​ dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan ​offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. (1 Samuel 15 : 22)

(…) Het ​offer​ voor God is een – door Gods Woord (1) – gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld ​hart zult U, God, niet verachten. (Psalm 51 : 19)
(1) Zie 1 Samuël 12.

Bron tekst: “Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelberger – Maarten Luther” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  Pinterest

1 Samuël 15 22 - Obedience not sacrifice - Pinterest

Geplaatst in Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Rechtvaardig voor God?

“Zie het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt” (Johannes 1 : 29)

HC vraag 60: Hoe bent u rechtvaardig voor God?
Antwoord: Alleen door waar geloof in Jezus Christus.

Al klaagt mijn geweten mij aan, dat ik tegen alle geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en dat ik nog altijd geneigd ben God en mijn naaste(n) te haten (1), toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, alleen uit genade, de volkomen voldoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus.
Hij rekent mij die toe, alsof ik nooit zonde had gehad of gedaan, ja, alsof ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht had die Christus voor mij volbracht heeft. Aan deze weldaad heb ik alleen deel, als ik die met een gelovig hart aanneem.

(1) Altijd weer zijn wij geneigd om God en de naaste (en “het leven” om ons heen) niet die plaats in ons hart en leven te gunnen en/of daadwerkelijk te geven, zoals God die ons onderwijst in en door Zijn Woord en door het werk dat de Heilige Geest daarmee wil doen in onze harten en levens. Zien we dat niet overal om ons heen, ook in de gemeente van Jezus Christus. Hebben we het in eigen leven al ontdekt en laten we ons daar dagelijks de ogen (weer) voor openen door dankbaar en nederig én lijdzaam te leven van en bij Woord en gebed?!

(…) Nu het werkwoord “rechtvaardigen”. Dat doet ons denken aan de rechtszaal. Bijvoorbeeld in Spreuken 17 : 15: “Wie een goddeloze rechtvaardigt en wie een rechtvaardige veroordeelt, deze beiden zijn voor de Here een gruwel.” Romeinen 8 : 33b-34a: “God is het, die rechtvaardig maakt, wie zal veroordelen?” In plaats van veroordelen spraken onze voorouders van “verdoemen” en van “verdoemenis”. Als we maar goed begrijpen, dat “rechtvaardigen” betekent “vrijspreken”.

Maar, zal iemand zeggen, als een rechter een schuldige niet mag vrijspreken, hoe is het dan mogelijk, dat God een zondaar als koning David (denk aan Uria en Bathseba) niet verdoemen zal (1 Koningen 11, 14, 15). Hetzelfde zien we bij Paulus, die de gemeente van God vervolgd heeft (Galaten 1 : 13). Toch schreef Paulus kort voor zijn dood, dat voor hem de krans van de rechtvaardigheid weggelegd was (2 Timoteüs 4 : 8). Kortom, de Schrift leert, dat God de goddeloze rechtvaardigt (Romeinen 4 : 5). Dat staat heus in de Bijbel. We vragen hoe dat kan.

Volgens de Schrift is dit helemaal geen raadsel. Al heeft de kerk van de oude bedeling alles niet zo duidelijk mogen weten als wij. Zij leek op de beelden van de cherubs, die staarden op het verzoendeksel van de ark, waarop het bloed van de verzoening werd gesprenkeld (Exodus 25 : 20; 1 Petrus 1 : 12). Als God zondaren als David en Paulus en ons rechtvaardigt, is dat omdat God zo genadig heeft willen zijn ons zijn eigen lieve Zoon tot een Lam te schenken, waarop Hij alle zonden deed komen (Jesaja 53). “Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem” (1 Johannes 4 : 9).

Johannes de Doper zag Jezus eens te midden van een groep mensen lopen en wees toen zijn discipelen op Hem met de woorden: “Zie het Lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt” (Johannes 1 : 29). God schonk ons Christus als Middelaar, als Borg. Door de komst en het werk van de Here Jezus is het in het geheel niet gruwelijk wanneer God zulke mensen als wij vrijspreekt. Hij doet dat op grond van Christus’ volkomen middelaarswerk.

De apostel Paulus noemt Christus in Romeinen 3 : 25 een zoenmiddel. Hij gebruikt dan een Grieks woord, dat door de mannen van de LXX, de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, al werd gebruikt als vertaling voor het Hebreeuwse woord voor verzoendeksel. Daarom noemt Paulus de dood van Christus dan ook een tonen van Gods rechtvaardigheid (Romeinen 3 : 25-26). Wat ons dus eerst een raadsel leek, blijkt nu zeer billijk te zijn. Immers is de Here Jezus onze Gerechtigheid geworden.

Bron tekst: “De Heidelbergse Catechismus – Bijbels leerboek over de enige troost” van ds. C. Vonk (Buijten & Schipperheijn Motief) (Ook vertaald naar Engels en KiSwahili)

Bron afbeelding:  Bible – Knowing Jesus 

Johannes 1 29 - Behold the Lamb of God - BibleKnowingJesus

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie