Kennen wij Hem?

‘Toen riep Jezus in de tempel, en leerde en zei: Ja, u kent Mij, en weet vanwaar Ik ben
– en van Mijzelf ben Ik niet gekomen. Maar Hij is waarachtig,
Die Mij gezonden heeft, Die u niet kent
’
(behandeld tekstdeel: Johannes 7 : 28, weergave DB 1545).

(…) “Dit is de prediking en de strijd – daar gaat het om, dat wij Christus aannemen en zó aan Hem hangen, dat wij over God niets zeggen of verklaren, of we hebben deze Man voor ogen. Onthoud dat ik dit gepreekt heb!

Hang aan Zijn lippen! Hoor Zijn Woord!

Laat anderen scherpzinnig speculeren over God, Schepper van hemel en aarde – over engelen en andere schepselen. Laat ze gissen hoe God hemel en aarde heeft geschapen: dat is iets om mee bezig te zijn! Laat ze daar altijd mee doorgaan; laat ze zingen van onze Heere God; laat ze dansen en springen! Wat zou het?

Maar wanneer je begint te spreken over het hoofdartikel [namelijk over het geloof] dat ons tot ware christenen maakt, dan gaat het er alleen om dat ik de Christus aangrijp, Die door de Vader is gezonden, en ik [door Hem] de Vader ook leer kennen. Dat ik Christus’ ambt en Woord mag verstaan – anders: wanneer je Christus uit het oog laat wegrukken, dan is het met je gebeurd.

Je zult immers daardoor geen christen worden, dat je weet: God heeft hemel en aarde geschapen – dit weten, verlost je niet van de zonden of van de duivel, en maakt je ook niet zalig.

Wil je zalig worden? Dan zullen je goede werken dat niet doen, als je denkt dat God jou en je goede werken zal aanzien, dan maak je een grote vergissing!

Leer echter grondig om op déze manier een christen te worden: weet dat je dit onmogelijk zelf kunt doen – leg je handen en voeten en al je weten en werken neer, en wanhoop aan jezelf. Spits dan je oren en wees nabij om te horen. Houd je alleen aan de Heere Christus, luister naar Hem – hang aan Zijn lippen! Hoor Zijn Woord, want de Vader heeft het in Zijn mond gelegd. Let goed op wat Hij zegt, houd je eraan en geloof het – zó ben ik een christen!”

Maarten Luther: Auslegung D. Martin Luthers über das Sechste, Siebende und Achte Capitel des Euangelisten Johannis, gepredigt zu Wittemberg, Anno1530. 1531. und 1532. – Predigt am Sonnabend 15. Juli 1531, vgl. WA 33, 391, 3 – 392, 4

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website:www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Bron afbeelding:  Pinterest

Johannes 7 28-29 - You do not know Him - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Je gekend weten… (I)

Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij. (Uit Johannes 10 : 14-15)

Het tweede dat Jezus, de Goede Herder, van zich zelf zegt is, dat Hij de zijnen kent. Dat schijnt gering, maar het is in waarheid het allergrootste. Dat beseffen we, als we bedenken, wat het zou betekenen, wanneer Jezus ons niet kende, wanneer Hij tot ons zou zeggen: Ik heb u nooit gekend. Dat betekende ons einde, onze verdoemenis, onze eeuwige scheiding van Hem.

Daarom betekent door Jezus gekend te zijn onze zaligheid
en gemeenschap met Hem.

Jezus kent alleen, wie Hij liefheeft, wie bij Hem hoort, de zijnen.
Hij kent ons als verlorenen, als de zondaars die Zijn genade nodig hebben

en ontvangen. Hij wil ons kennen als begenadigde zondaars die Hij tot zijn eigendom gemaakt heeft, wij weten ons door Hem en door Hem alleen gekend; zó maakt Hij zich voor ons kenbaar en kennen wij Hem als de enige, aan wie wij toebehoren tot in eeuwigheid.

De Goede Herder kent zijn schapen en alleen hen; want zij behoren Hem toe. De Goede Herder en alleen Hij kent zijn schapen; want alleen Hij weet wie Hem in eeuwigheid toebehoort. De schapen kennen de Goede Herder en alleen zij; want alleen zij weten hoe goed Hij is.

Alleen Hem kennen zij als de Goede Herder; want alleen Hem behoren zij toe. Christus kennen betekent zijn wil kennen en doen, het betekent God liefhebben en de broeders. Het is de zaligheid van de Vader, de Zoon als Zoon te kennen én het is de zaligheid van de Zoon, de Vader als Vader te kennen. Dit elkaar kennen is liefde en gemeenschap.

Zo is het de zaligheid van de Heiland, de zondaar te kennen als Zijn verworven eigendom en het is de zaligheid van de zondaar, Jezus te kennen als zijn Heiland.

Omdat Jezus met de Vader – en de zijnen – in zo’n gemeenschap van liefde en wederzijds kennen verbonden is, kan de Goede Herder Zijn leven geven voor de schapen en zich de kudde als eeuwig eigendom verwerven.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De Goede Herder” – “Kennen betekent liefhebben” (23 april) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Ik heb gedwaald als een verloren schaap, zoek uw knecht,
want Uw geboden vergeet ik niet.
(Psalm 119 : 176)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Wij moeten allen openbaar worden… (III)

Hebben wij niet in Uw naam vele krachten gedaan? (Uit Mattheüs 7 : 22-23)

De laatste scheiding

Nu wordt de scheiding tot het einde doorgetrokken. Hier spreken mensen die tot nu toe standgehouden hebben. Zij horen tot de daders, maar nu beroepen ze zich in plaats van op hun belijdenis juist op hun handelen.

Zij hebben daden gedaan in Jezus’ naam. Zij weten, dat de belijdenis niet rechtvaardigt, daarom zijn zij uitgegaan en hebben door daden de naam van Jezus onder de mensen grootgemaakt. Nu treden ze voor Jezus en wijzen op deze daden.

Jezus openbaart hier zijn discipelen de mogelijkheid van een demonisch geloof, dat zich op Hem beroept, dat wondere daden volbrengt die zich in niets onderscheiden van de werken van de ware discipelen van Jezus, werken van liefde, wonderen, misschien zelfs zelfheiliging, en dat toch Jezus en zijn navolging verloochent.

Het is niets anders dan wat Paulus zegt in het dertiende hoofdstuk van de eerste brief aan de Korintiërs, over die mogelijkheid te prediken, te profeteren, alle mogelijke kennis te hebben, ja, alle geloof, zó, dat het bergen verzet – maar zonder liefde, d.w.z. zonder Christus, zonder de Heilige Geest.

Dat is de diepste, onbegrijpelijkste mogelijkheid van het satanische in de gemeente; de laatste scheiding, die weliswaar pas plaatsvindt op de jongste dag, die voorgoed beslissend zal zijn.

De volgelingen moeten vragen volgens welke maatstaf men uiteindelijk door Jezus wordt aangenomen of afgewezen. Wie blijft eigenlijk bestaan in het oordeel en wie niet? Het antwoord van Jezus tot de uiteindelijk verworpenen zegt alles: ‘Ik heb u nooit gekend.‘ Het is alleen de vraag of wij door Jezus gekend zijn of niet.

Waaraan moeten wij ons houden, wanneer wij horen hoe het woord van Jezus de scheiding voltrekt tussen gemeente en wereld en vervolgens in de gemeente tot de jongste dag, wanneer ons niets meer blijft, onze belijdenis niet, onze gerechtigheid niet?

Dan blijft alleen nog maar Zijn woord: Ik heb u gekend.

Dat is Zijn eeuwig woord, Zijn eeuwige roepstem. Wie zich in de navolging aan niets houdt en vastklemt dan aan dit woord, wie al het andere laat varen, hem zal dit woord door het laatste oordeel heendragen. Zijn woord is Zijn genade.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wij moeten allen openbaar worden” – “Dan blijft ons niets dan Zijn Woord” (24 november) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 5 Onderzoek bij uzelf of u vast op God vertrouwt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat ​Jezus​ ​Christus​ in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan. (Uit 2 Korintiërs 13)

(…) 5 Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is? 6 Hij, ​Jezus​ ​Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. 7 Er zijn dus drie getuigen: 8 de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend. 9 Als we het getuigenis van mensen aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen, dat zoveel meer gezag heeft, want het is het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. 10 Wie in de ​Zoon van God​ gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. 11 Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de ​Zoon van God​ niet heeft, heeft het leven niet. (Uit 1 Johannes 5)

Bron afbeelding:  YouTube

Matteüs 7 23 - I never knew you - YouTube

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen, 1519 (20)

Vestig je hoop op de HEER en blijf op de weg die Hij wijst, …
(Uit Psalm 37 : 34)

De derde bede: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel

(…) “Nu, dat is wat wordt bedoeld met echte gehoorzaamheid (1), iets dat helaas volkomen onbekend is in onze tijd. Tegenwoordig komen ijverige praatjesmakers langs en vullen het hele christendom met hun gebabbel en misleiden de arme mensen met hun doctrines. Ons betoverend roepen ze vanaf de kansels dat ze ons leren kunnen hoe we kunnen werken aan en komen tot het hebben van een goede wil, een goede opvatting (over onszelf), en tot goede besluiten. Vervolgens vertellen ze ons dat als we dit maar hebben bereikt, we ons veilig kunnen voelen en dat alles wat we doen goed en in orde te noemen is.

Met deze leer creëren ze echter alleen maar eigenzinnige en koppige mensen, gedurfde en zelfverzekerde geesten, die constant strijden tegen Gods wil en met hun eigen wil niet breken en deze aan God’s wil niet ondergeschikt maken. Ze menen dat hun eigen ideeën goed (genoeg) zijn en daarom moeten zegevieren en dat alles wat hen hindert van de duivel moet zijn en niet van God. Dát nu geeft geboorte aan de wolven in schaapskleren, aan die arrogante heiligen die werkelijk de meest verderfelijke mensen op aarde zijn.

Dat is de reden waarom ​​bisschoppen vechten en strijden en oorlogen voeren met elkaar en de ene kerk met de andere. Dat is de reden waarom priesters en monniken en nonnen op gespannen voet leven ​​met elkaar. Dat is waarom overal verdeeldheid heerst. Toch beweert elke factie te beschikken over en te werken met een goede wil, de juiste opvattingen en met goddelijk decreet (opdracht). En dus gaan ze door met hun duivels werk, denkend dat het tot eer en glorie van God is. (2)

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 104, 3-19 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 42, p. 47/48)

(1) Zie deze eerdere blog over de derde bede
(2) Opgemerkt AJ: Luther dacht dus niet zo hoog van zichzelf! De enige remedie is dagelijks (én dus ook op zondag op de kansels!) luisterend en biddend te leven met en van Gods Woord alleen (a), want zó wil de levende God met ons omgaan en tot ons spreken en ons wijsheid – nodig voor dié dag! – verschaffen. En dan zullen we elke dag nog weer boete hebben te doen en ons hebben te bekeren – zie bijv. de (slot)bedes van Psalm 19, 119 en 139.
(a) Natuurlijk moeten we daar dan niet van maken dat we op onze theologische opleidingen en bij de preekvoorbereiding en op catechisaties en op school geen aandacht hebben te geven aan de kerkgeschiedenis en aan wat de Kerk geleerd en ons doorgegeven heeft uit God’s Woord, maar daar léven wij niet bij en van!

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 3 In het ​heiligdom​ heb ik U gezien, uw macht en majesteit aanschouwd.
4 Uw ​liefde​ is meer dan het leven, mijn lippen zingen uw lof.
(Uit Psalm 63)

Bron afbeelding:  DailyVersesnet

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Wie bespeelt de harp…

(…) 2 Mijn ​hart​ is gerust, o God, ik wil zingen en spelen. Mijn ziel,
3 ontwaak met ​harp​ en ​lier, ik wil het morgenrood wekken.
(Uit Psalm 108, van David)

Die Gods Woord liefhebben, hebben zich nooit laten weerhouden, het te sieren met het schoonste dat zij bezaten. Het mooiste kan niets anders zijn dan een gehoorzaam hart; maar uit het gehoorzame hart ontsproot het zichtbare werk, het hoorbare lied ter ere van God en Jezus Christus.

De ziel van een mens is een harp

Er bestaan onechte, mislukte, maar ook onvergelijkelijk edele melodieën. Hoe vinden wij een criterium, het echte en goede van het onechte en mislukte te onderscheiden? Wij antwoorden met een gelijkenis: De ziel van een mens is een harp, en het Woord Gods dat deze ziel aanraakt, is de harpist.

Hoe zuiverder de harp gestemd is, hoe zuiverder het lied klinkt. Maar hoe vaak zijn de snaren ontstemd, hoe vaak klinkt de harp vals. Hoe vaak komt uit onze mond alleen maar een wild, lijdend, gekweld of onwelluidend schreeuwen, als waren alle snaren gesprongen.

Het kan ook zijn, dat een storm de snaren doet trillen en klinken, hartstocht, opstandigheid, verbittering, misschien ook een zacht klagen en wenen; het lied dat dan opklinkt verheerlijkt ons zelf, onze hartstocht, onze liefde, onze haat, onze vertwijfeling, onze droefheid en ons gevoel van eigen kracht.

De grote vraag is wie de harp bespeelt, God zelf of ons lijden en onze hartstochten; wil ons zingen en musiceren alleen de eer van God en Jezus Christus verkondigen of is de mens haar maat en middelpunt.

Bach heeft boven al zijn stukken geschreven: Soli Deo Gloria; en het is of zijn muziek niets anders is dan één onvermoeibare lofprijzing van deze God. Beethovens muziek daarentegen manifesteert zich als de onvergankelijke expressie van menselijk lijden en menselijke hartstochten.

Bach kunnen wij in de kerk horen, Beethoven niet.

Tolstoi heeft eens gezegd, dat de Tsaar zou moeten verbieden dat Beethoven voor goede mensen gespeeld werd, want, zo zei hij, hij wekt de diepste hartstochten en brengt de mensen in gevaar. Luther heeft aan de andere kant dikwijls gezegd, dat de muziek na het Woord Gods het kostbaarste bezit van de mens is. Zij hebben beiden iets anders op het oog: Beethoven de muziek ter ere van de mens, Luther de muziek ter ere van God.

Van deze muziek ter ere Gods wist Luther, dat zij oneindig veel tranen gedroogd, bedrukten vrolijk gemaakt, begeerten onderdrukt, terneergeslagenen opgericht, aanvochtenen gesterkt heeft, dat zij ook menig verstokt hart weer tranen heeft afgedwongen en menig zondaar tot boete voor Gods goedheid heeft gedreven.

(…) 4 U, HEER, zal ik loven in heel de wereld, over u zingen voor alle volken.
5 Hemelhoog is uw ​liefde, tot aan de wolken reikt uw trouw.
(Uit Psalm 108, van David)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Zingt de Here een nieuw lied” – “Ter ere Gods of ter ere van de mensen” (6 mei) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Vergeven (V): De naaste liefhebben als jezelf…

En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve. Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven. (Markus 11 : 25-26)

Geloven én liefhebben!

Dit antwoord wil ik geven (1): als Christus in deze bede de vergeving van zonden heeft verbonden aan ons vergeven, heeft dit geen andere reden dan om de christenen te verplichten tot onderlinge liefde.

Christus leert – naast het geloof en de vergeving van zonden –
de onderlinge liefde
als het voornaamste.

Daarom moeten wij onze naaste altijd vergeven en in liefde met onze naaste leven. Zoals wij met Christus leven door het geloof, op dezelfde wijze behoren wij ook met onze naaste te leven door de liefde! Wij mogen een ander geen verdriet en pijn doen maar altijd vergevingsgezind zijn, zelfs als – zoals in dit leven steeds gebeurt – die ander ons nog even geleden onrecht heeft aangedaan.

Als kwaadheid en boosheid ons in de weg staan, dan wordt niet alleen het bidden van deze bede verhinderd, maar de andere beden kun je dan ook niet meer bidden.

Zie hoe Christus een sterke en vaste band maakt waardoor wij
samengehouden worden!

Hierdoor zorgt Hij dat wij niet in onenigheid en tweedracht kunnen leven, of sekten en scheidingen aanrichten – als wij tenminste voor God willen verschijnen en tot Hem bidden – maar dat wij elkaar door de liefde verdragen en van één hart, één zin en één gevoelen blijven. Wanneer en waar dat gebeurt, is een christen volkomen omdat hij echt gelooft en liefheeft.

Maarten Luther: Wochenpredigten über Matthäus 5-7,1530/1532, vgl. WA 32,422,33 – 423,10, verkort.

(1) Antwoord op de vraag: Het lijkt wel of  wij de vergeving van onze zonden moeten verwerven en verdienen door ons (eerst) vergeven van anderen.

Zie hierbij ook:  Vergeven (IV): maken we het ons te moeilijk?

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 1 Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag worden) in ​Christus, indien er enige bemoediging is van de ​liefde, indien er enige gemeenschap is van de Geest, indien er enige ontferming en ​barmhartigheid​ is, 2 maakt (dan) mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven, 3 zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; maar in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, 4 maar ieder (lette) ook op dat van anderen. 5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in ​Christus​ ​Jezus​ was… (Uit Filippenzen 2)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Vergeven (IV): maken we het ons te moeilijk?

Toen kwam Petrus bij Hem en zei: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? (Uit Matteüs 18 : 21-35)

Wie weet niet, hoe moeilijk het is te vergeven? Wie heeft nooit eens verzucht: Nu kan ik niet meer, nu verdraag ik het niet langer. Het kan niet blijven duren. Hoe lang moet ik nog verdragen, dat hij zo hard voor mij is, zo ruw en meedogenloos, dat hij mij diep beledigt en krenkt – ‘Here, hoeveel maal…? Tot zeven maal toe?’

Wij glimlachen om Petrus, zeven’ maal dat lijkt ons weinig. Hoe vaak hebben wij al vergeven en door de vingers gezien! Maar glimlachen is hier niet op zijn plaats.

Zeven maal vergeven, werkelijk vergeven, dat wil zeggen het onrecht dat ons is aangedaan ten goede keren, kwaad met goed vergelden, de ander blijven aanvaarden als was hij altijd onze beste vriend geweest, dat is geen kleinigheid. Ja, wat wij ‘vergeven en vergeten’ noemen: de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit! Het is een pijnlijke zaak dit vragen: hoeveel maal?

Laten wij met deze vraag altijd naar Jezus gaan. Want gaan wij naar een ander, of vragen wij het ons zelf, dan worden wij niet of slecht geholpen: maar Jezus helpt, al doet Hij het heel anders dan wij zouden verwachten. Niet zeven maal Petrus, maar zeventig maal zeven maal, zegt Jezus; en Hij weet, dat Hij hem zo alleen helpt.

Niet tellen, Petrus, maar vergeven zonder tellen; kwel je niet met de vraag hoe lang; eindeloos, Petrus, eindeloos: dat is vergeven – en dat is voor jou genade, alleen dat maakt je vrij.

Je telt, één maal, twee maal, drie maal en het vergeven valt je steeds zwaarder, de verhouding tot je broeder wordt steeds moeilijker; maar merk je dan niet dat zolang je blijft tellen, je steeds weer de ander zijn oude zonden voorrekent en hem dus eigenlijk nog niet – nog niet één maal! – vergeven hebt? Bevrijd je, Petrus, van het tellen.

Vergeven geschiedt zonder te tellen en steeds weer; je behoeft je geen zorgen te maken over je eigen recht, laat dat Gods zaak zijn, bij Hem is het in goede handen; jij mag steeds weer vergeven!

Vergeven kent begin noch einde,
het geschiedt dagelijks zonder ophouden,

want het komt van God.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Over het vergeven” – “Niet tellen maar steeds opnieuw vergeven” (29 september) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  YouTube

Psalm 130 v2 - Oude berijming - YouTube groot

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het Woord is vol vuur…

(…) 49 Vuur ben Ik komen werpen op de aarde en wat is mijn wil, als het reeds ontstoken is? 50 Ik moet ​gedoopt​ worden met een ​doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. (Uit Lukas 12)

Vier woordjes: ‘opgewekt om onze rechtvaardiging’

(…) “Moet ik, arme madenzak die ik ben, ik die puur zonde ben, vast geloven dat Christus Die nooit zonde heeft gedaan, voor mij moest sterven en mijn zonde op Zich nemen? Wie kan dat geloven? Laat mij iemand zien die dat gelooft – die moet wel een groot hart hebben! Maar ik, ik heb de eeuwige dood en de eeuwige toorn van God verdiend. Moet ik mijn huid afstropen, geloven en zeggen: Ik heb geen schuld, ik weet van geen zonde, de dood gaat mij niets aan, ik zal niet sterven? Hoe is het mogelijk dat de natuur dit begrijpt?

Nu, deze grote roem overkomt een christen die een nieuwe mens wordt, dat hij niets weet van dood en zonde. ‘Wat?’ zegt het hart, ‘kijk maar eens naar je zondenregister, je bent toch vól zonde!’ Dan antwoord ik: ‘Er is niets dan puur leven en onschuld. Christus is voor mij gestorven en opgestaan. Hij heeft Zich voor mij laten verslinden door dood en graf. Niets kan mij nu nog kwaad doen.’

Op dit hoofdstuk hebben wij ons leven lang genoeg te studeren en wij kunnen het dan nog niet onder de knie krijgen, ook niet als wij er honderd jaar over doen. Voor jullie is het een gemakkelijke zaak als er gepreekt wordt over de opstanding van Christus. Ja, wanneer je het geloofde – begin ermee en probeer het.

Laat mij iemand zien die deze vier woordjes ‘opgewekt om onze rechtvaardiging’ (vgl. Romeinen 4 : 25) kan bevatten. Alle mensenharten zijn niet genoeg om deze woorden te begrijpen, de hele wereld is te klein voor dit woord – want te groot zijn de woorden! Hoe zou vlees kunnen begrijpen: je hebt gezondigd, maar Ik wil je plaats innemen – je hoeft nu voor geen zonde of dood meer te vrezen!

Dit kan ik niet begrijpen! Want de Persoon is te groot – en het werk is te groot! Deze woorden zijn vol vuur, zodat ze in hen die geloven, zonde, dood en alle vrees verteren.”

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1525, vgl. WA 17.1, 185, 28 – 186, 32 (verkort)

Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website:www.maartenluther.com (contact op de homepage)

(…) 51 Menen jullie, dat Ik gekomen ben om ​vrede​ op aarde te brengen? Nee, zeg Ik jullie, veeleer verdeeldheid. 52 Want van nu aan zullen vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. Zij zullen verdeeld zijn, 53 vader tegen zoon en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter en schoondochter tegen schoonmoeder.
54 Hij zei ook tot de menigte: Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het westen, zegt jullie dadelijk: Er komt regen, en het gebeurt. 55 En wanneer jullie de zuidenwind zien waaien, zeggen jullie: Er zal hitte komen, en het gebeurt. 56 Huichelaars, het aanzien van aarde en hemel weet jullie te onderkennen, waarom onderkennen jullie deze tijd niet? (Uit Lukas 12)

Bron afbeelding:  SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | 1 reactie

Opstandingslicht? Bij kerkmensen? Op onze preekstoelen?

Gedenk dan, vanwaar u gevallen bent, en doet boete, en doet de eerste werken; maar zo niet, dan zal Ik haastig tot u komen, en zal uw kandelaar wegstoten van haar plaats, als u geen boete doet. (Openbaring 2 : 5 – zie a)

De kandelaar weggenomen

Heere God, wat is de ondankbaarheid van de wereld nu zeer groot geworden en zij wordt van dag tot dag groter, dat – als de jongste dag niet tussenbeide zou komen – wij zorgen hebben en toch zonder zorgen zijn, maar wel als zeker moeten voorspellen en verwachten: de vreselijke en verschrikkelijke oordelen en de toorn van U, o God, waardoor U Uw licht weer tot U neemt en de duisternis weer over alles laat vallen.

Dit oordeel begint al duidelijk zichtbaar te worden, omdat bijna alle mensen Gods Woord uit hun hart hebben verloren en rampzalig verachten, maar daarentegen de afgod Mammon ijverig volgen en nalopen, alsof iedereen graag alle goederen van de wereld naar zich toe wilde halen.

Je ziet wel dat het lieve Woord alleen nog een beetje licht op de preekstoel geeft: – door de prediking – hoewel zulke preekstoelen ook weinig zijn. Omdat wij zien en tasten kunnen dat het Goddelijke Woord al buiten de harten gesloten is, dan is er zeker niet veel meer nodig om het ook op de preekstoel te verliezen. (1,2)

O God, ontferm U over ons!

Maarten Luther: Vorrede zu Kaspar Aquila, Sermon vom Almosengeben, 1533, vgl. WA 38,72,1-15]

(a) Volgens Luthers vertaling.
(1) Blijkbaar zag Luther, hier 16 jaar na de klaroenstoot van de Reformatie, de eerste liefde al flink tanen en verkillen… (denk hierbij niet alleen aan streven naar meer welvaart en wereldliefde, maar bijvoorbeeld ook aan de vaak onverzoenlijke houding/woorden van Lutherse en Calvinistische reformatie-broeders jegens elkaar, die in de jonge reformatorische kerken – en ook later en nu nog! – veel kwaad heeft gesticht!)
Lees daarom eens deze ‘broeders zoekende’ brief  van Luther over het Avondmaal.
(2) Wij christenen hebben ons ‘meester gemaakt’ van de evangelie-boodschap en onze predikanten/kerkleiders hebben zich gezet op de ‘kansel van de apostelen’.  (Zie o.a. Matteüs 23 : 3, 8-10). Wij menen toch liefst dat het vooral om het communiceren en niet om het dagelijks daadwerkelijke ‘leven’ van de christelijke boodschap gaat om dan vooral doende de harten van anderen voor Christus te winnen – want dat vinden we helaas in veel opzichten toch echt teveel gevraagd!  Maar dat is een grote én desastreuze vergissing, die niet zonder gevolgen is gebleven. Wij hebben maar één Meester en Zijn Evangelie-boodschap en de waarheid daarvan is al lang geleden volmaakt gecommuniceerd en bewezen door de apostelen, die daarvoor weinig spreektalent nodig hadden en steeds weer de laagste plaats kregen gewezen (Zie o.a. 1 Korintiërs 4 : 9-13, 2 Timoteüs 3 : 10-17).

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Elke dag: IK BEN de Opstanding en het Leven…

Echt de evangelist Johannes: Jezus Christus verkondigen als ‘IK BEN‘. ‘Ik ben de goede herder’, ‘Ik ben de deur’, ‘Ik ben het brood des levens’, ‘Ik ben de ware wijnstok’, ‘Ik ben de weg en de waarheid en het leven’.

In hoofdstuk 18 vraagt Jezus aan het leger dat op Hem aandringt: Wie zoeken jullie?‘ Het antwoord luidt: ‘Jezus, de Nazarener‘. En dan zegt de Heiland: ‘IK BEN‘. Ik ben de God van Exodus 3, de Bevrijder van Israël, de God van het Pascha, met het lam en het bloed! Ik ben de Verlosser; ‘Ik zal zijn die Ik zijn zal‘; ‘Ik ben die Ik beloofd heb te zullen zijn’. Allen die Jezus in Gethsemane belegeren, gaan tegen de vlakte. Zij krabbelen overeind en slaan Jezus in de boeien. Ben ik het, Heere? O, mijn ziel, kijk maar ‘es goed in de spiegel. ‘Dood door de overtredingen‘ (Efeziërs 2, Kolossenzen 2).

‘Ik ben de opstanding…’ Dat zegt Jezus tegen Martha, die haar broer Lazarus moest begraven. De Heiland werd erbij geroepen toen Lazarus erg ziek bleek te zijn. In de waarneming van Martha en haar zus Maria kwam Jezus te laat. Hij treft een trieste sfeer van rouw, verdriet en tranen. Alles ‘dood’ wat de klok slaat, de doodsklok. Niet in het minst door de haat en de vijandschap van de ‘kerkleiders’: de Schriftgeleerden, de overpriesters, de Farizeeën en de ouderlingen!

Er hangt een doodsdreiging in de lucht. Voor Jezus, wel te verstaan. Hij is onderweg naar zijn eigen graf. Geruime tijd voor zijn sterven en begrafenis zegt Hij: ‘Ik ben de opstanding!‘ Ik ben er, Ik zal er zijn in uw, in jouw dood, in alles wat met de dood samenhangt, alles wat door de dood ingepalmd en overwonnen schijnt te zijn, zoals Lazarus. Laat de klok maar luiden! De Paasklok. Let daarbij op de tekenen van de dood – Johannes herhaalt ze in hoofdstuk 20, het Evangelie van Pasen: de steen, het graf, de doeken, afzonderlijk de ‘zweetdoek’, de huilende vrouw(en).,.

‘Haal de steen weg‘, gebiedt Jezus. Zo gezegd, zo gedaan, na enig gesputter. De Heiland gaat het graf (de spelonk) niet binnen. Ten aanhoren van alle aanwezigen dankt Hij in geloof (!) Zijn Vader, omdat Deze Hem heeft verhoord. Het vervolg wijst uit wat de inhoud van Jezus’ gebed was. De goede Herder roept – verg. Johannes 10: ‘Mijn schapen horen Mijn stem (…) en Ik geef hun het eeuwige leven…’ – ‘Lazarus! Hierheen!’ ‘Kom naar buiten!‘ Let hier op de woordkeus van de evangelist: ‘En de gestorvene kwam naar buiten‘. Gebonden en wel en geblinddoekt. Helemaal ingesnoerd. U mocht soms denken dat Lazarus naar buiten wandelt, op het licht af. Hoe kon dit? ‘God spreekt en het is er‘ (Psalm 33). Voorteken van Jezus’ opstanding en ook van de verrijzenis – op de jongste dag – van allen die hier hebben geleerd: ‘Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef…’

Dat is de diepgang van ‘Ik ben gedoopt‘ De toe-eigening daarvan voltrekt de Heilige Geest onder het horen van het Kruis- en Paasevangelie: ‘Christus is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging‘ (Romeinen 4).

In het licht van dit Evangelie belijden wij dat we dikwijls op het leven van hier en nu gericht zijn. Dat Paasfeest vieren niet zelden beperkt blijft tot de liturgie in een kerkdienst. Wat is het vervolg op de Paasviering? Een beetje moraal? Nu moet ik dit of dat? Hangt er niet veelal een lijkgeur? Denk aan de Gemeente, aan huwelijk en gezin, het onderwijs, de politiek, de samenleving. Ontbindings-stank in verslaving, hebzucht, misbruik, liefdeloosheid, ongeloof… Actief-dood.

Jezus verdrijft de doodsgeur. Hij verbreekt de doodsbanden. ‘Ik ben de opstanding en het leven‘. Uw zonden zijn u vergeven. ‘Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van Mij‘ (Jesaja 43). Hoe heet je? Lazarus of zo. Hierheen! Kom naar Mij toe, roept Koning Jezus. Zijn herauten wijzen naar Hem – alweer en opnieuw de God van Exodus 3! – : ‘Zie het Lam Gods…’ ‘Doden horen – nu – de stem van de Zoon van God, en zij die haar hebben gehoord, zullen leven‘ (Johannes 5).

“Kunt u sterven?’, vroeg iemand in een gesprekskring de aanwezige broeders en zusters een voor een af? Wist ik dat maar’, zei een der aanwezigen. ‘O, als ik dat…’, sprak een volgende. ‘Ik hoop het maar’, aldus nummer drie. ‘En jij, Hendrik, kan jij sterven?’ Hendrik schoot in de lach en zei: ‘Ik ben gestorven en het leven is mij Christus‘.

Tenslotte: In een Paaspreek van de reformator Luther – 2017 ‘vijfhonderd jaar Luther’ – trof mij het volgende: ‘(…) wanneer u vandaag of morgen hoort vertellen: Maarten Luther is dood, geloof dat dan niet, want Jezus heeft gezegd:

IK BEN de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft,
zal leven, ook al is hij gestorven’
.

Bron tekst:  Ecclesia (2017),  M. Verduin, Zeist

Bron afbeelding:  YouTube

Johannes 5 25 - Verily, verily I say to you - YouTube

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Israël | Plaats een reactie