Opstandingslicht? Bij kerkmensen? Op onze preekstoelen?

Gedenk dan, vanwaar u gevallen bent, en doet boete, en doet de eerste werken; maar zo niet, dan zal Ik haastig tot u komen, en zal uw kandelaar wegstoten van haar plaats, als u geen boete doet. (Openbaring 2 : 5 – zie a)

De kandelaar weggenomen

Heere God, wat is de ondankbaarheid van de wereld nu zeer groot geworden en zij wordt van dag tot dag groter, dat – als de jongste dag niet tussenbeide zou komen – wij zorgen hebben en toch zonder zorgen zijn, maar wel als zeker moeten voorspellen en verwachten: de vreselijke en verschrikkelijke oordelen en de toorn van U, o God, waardoor U Uw licht weer tot U neemt en de duisternis weer over alles laat vallen.

Dit oordeel begint al duidelijk zichtbaar te worden, omdat bijna alle mensen Gods Woord uit hun hart hebben verloren en rampzalig verachten, maar daarentegen de afgod Mammon ijverig volgen en nalopen, alsof iedereen graag alle goederen van de wereld naar zich toe wilde halen.

Je ziet wel dat het lieve Woord alleen nog een beetje licht op de preekstoel geeft: – door de prediking – hoewel zulke preekstoelen ook weinig zijn. Omdat wij zien en tasten kunnen dat het Goddelijke Woord al buiten de harten gesloten is, dan is er zeker niet veel meer nodig om het ook op de preekstoel te verliezen. (1,2)

O God, ontferm U over ons!

Maarten Luther: Vorrede zu Kaspar Aquila, Sermon vom Almosengeben, 1533, vgl. WA 38,72,1-15]

(a) Volgens Luthers vertaling.
(1) Blijkbaar zag Luther, hier 16 jaar na de klaroenstoot van de Reformatie, de eerste liefde al flink tanen en verkillen… (denk hierbij niet alleen aan streven naar meer welvaart en wereldliefde, maar bijvoorbeeld ook aan de vaak onverzoenlijke houding/woorden van Lutherse en Calvinistische reformatie-broeders jegens elkaar, die in de jonge reformatorische kerken – en ook later en nu nog! – veel kwaad heeft gesticht!)
Lees daarom eens deze ‘broeders zoekende’ brief  van Luther over het Avondmaal.
(2) Wij christenen hebben ons ‘meester gemaakt’ van de evangelie-boodschap en onze predikanten/kerkleiders hebben zich gezet op de ‘kansel van de apostelen’.  (Zie o.a. Matteüs 23 : 3, 8-10). Wij menen toch liefst dat het vooral om het communiceren en niet om het dagelijks daadwerkelijke ‘leven’ van de christelijke boodschap gaat om dan vooral doende de harten van anderen voor Christus te winnen – want dat vinden we helaas in veel opzichten toch echt teveel gevraagd!  Maar dat is een grote én desastreuze vergissing, die niet zonder gevolgen is gebleven. Wij hebben maar één Meester en Zijn Evangelie-boodschap en de waarheid daarvan is al lang geleden volmaakt gecommuniceerd en bewezen door de apostelen, die daarvoor weinig spreektalent nodig hadden en steeds weer de laagste plaats kregen gewezen (Zie o.a. 1 Korintiërs 4 : 9-13, 2 Timoteüs 3 : 10-17).

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s