Het Onze Vader uitspreken is…

Mijn heilige dingen hebt u veracht, en Mijn sabbatten ontheiligd.
(Ezechiël 22 : 8)

…vijf maal schuld belijden!*

Uw Naam worde geheiligd!

Zie, zo leert je uit het Onze Vader in de eerste plaats je grote nood en ellende, dat je een godslasteraar bent, zodat je voor je eigen gebed schrikken moet…, want het is waar dat je Gods Naam nog niet geheiligd hebt! Het is ook waar dat wie Gods Naam niet heiligt, Gods Naam ontheiligt!

Daarna moet het ook waar zijn, dat het onteren van Gods Naam een zware zonde is en – als God naar recht zou richten – dit het eeuwige vuur verdient. Waar wil je dan heen? Je eigen gebed bestraft je, het overtuigt je en het klaagt je aan. Je bent gevallen, maar wie zal je oprichten?

Merk nu in de tweede plaats op: als je hart verslagen en door de kennis van je ellende vernederd is, dat dan ook de troostleer van dit gebed komt, om je moed in te spreken. Dat is: dit gebed leert dat je niet wanhopig moet worden maar God om genade en hulp mag bidden.

Daarom moet je zeker zijn en vast geloven, dat Hij je dit gebed gegeven heeft omdat Hij je verhoren wil! Alleen die houdt God voor goed, die belijden dat zij Gods Naam onteren en toch ernstig begeren dat Gods Naam geheiligd zal worden.

Maar die op hun verharde gewetens vertrouwen en zelf niet geloven dat zij Gods Naam onteren, voor hen is het niet mogelijk dat zij behouden worden want zij zijn nog te gerust en te zeker, te hoogmoedig en te goddeloos. Zij behoren nog niet bij degenen, tot wie Christus zegt: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en beladen zijt; Ik zal u rust geven.

Maarten Luther: Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 93, 20 – 94, 4

Lezen: Deuteronomium 32 : 48-52, tekstvers voor meditatie: vers 51

* Opgemerkt AJ:  We belijden dus met de bede ‘Uw Naam worde geheiligd’ allereerst schuld voordat we ermee verklaren dat we van God (weer) Zijn hulp verwachten voor het heiligen van Zijn Naam de nieuwe dag waarmee we altijd ook weer beginnen met dit gebed. Maar, dat geldt natuurlijk evenzeer voor de bedes ‘Uw koninkrijk kome‘, ‘Uw wil geschiede‘, ‘vergeef ons onze schulden‘ en ‘gelijk ook wij vergeven (hebben) onze schuldenaren‘. Gezien onze onmacht om die bedes werkelijk in praktijk te brengen is de centrale bede van het Onze Vader de bede om het ‘hemelse Brood’, dat is bidden om onze Heer Jezus Christus en al de met Hem ons mensen geschonken gaven en dat Hij met die gaven ons toekomen zal door de inwoning en kracht van de heilige Geest. Én ook dat wij zo zullen werken voor ons ‘gewone dagelijks brood’ dat wij het ontvangen en gebruiken voor het liefhebben van onze Drie-enige God met heel ons hart, met heel onze ziel en met heel ons verstand en onze naasten als onszelf. Ga dáár maar (weer) ‘aanstaan’! Daar komt niets van terecht wanneer we het verwachten van onze mooie voornemens, goede bedoelingen en eigen kracht. Vandaar dat wij heel het Onze Vader elke dag weer ootmoedig hebben te bidden!

Bron tekst:  Uit de diepten roep ik tot U. Dagboek bij de Bijbel (uitg. Den Hertog, Houten)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Shit happens…

(…) ‘We dreven ze terug tot voor de poort, 24 maar toen namen de boogschutters ons vanaf de muur onder schot en sneuvelden er soldaten van de koning. Ook uw bevelhebber Uria is omgekomen.’ 25 David droeg de bode op om tegen Joab te zeggen: ‘U moet er maar niet te slecht over oordelen; de oorlog eist nu eenmaal zijn tol. Houd moed! Heropen de aanval op de stad en maak haar met de grond gelijk.‘ (Uit 2 Samuël 11 : 2)

Shit happens, deal with it, Joab

Opgemerkt AJ: David’s reputatie stond op het spel en dat was natuurlijk niet niks voor deze ‘gezalfde koning’ van Israël, die zo’n goede naam had opgebouwd en ook hoog te houden bij het volk van God. Het was na dat ‘slippertje met Batseba’, waarbij ze onverwacht in verwachting was geraakt… ‘Shit happens, deal with it’ moet David toen gedacht hebben. En zo gezegd, zo gedaan.

Maar, nu had die slimme oplossing van David door Uria naar huis te halen niet gewerkt. En, zoals dan eigenlijk altijd weer blijkt: een ongeluk komt zelden of nooit alleen: ‘what can go wrong, will go wrong! (Murphy). Shit happens (again), deal with it David! Dan maar een briefje aan Joab en dat aan Uria meegeven en het hem zelf laten bezorgen. Zijn generaal zal het wel begrijpen: Shit happens, deal with it, Joab.

En Joab begreep het uit de woorden in de brief: David zit in de problemen en blijkbaar staat er heel wat op het spel. Dan moet je als generaal een goede belangenafweging weten te maken en dan weegt het belang van de koning toch meer dan het leven van één van zijn officieren en wat manschappen. Iedere keer en overal waar oorlog gevoerd wordt vallen er doden. Zoiets gebeurd nu eenmaal en ook andermaal: Shit happens, deal with it.

Je kunt op me rekenen David, mij zal je er niet om en mee verliezen. We moeten onze prioriteiten weten te stellen, zoals ik dat indertijd ook wist te doen, toen het me beter leek om Abner maar van het toneel te laten verdwijnen. Nu een beetje quitte komen staan met de koning die tot nu toe een schoon blazoen had kan geen kwaad: Shit happens, deal with it… Etc.

(…) 7 Wanneer je ziet dat in het land de armen worden onderdrukt en het recht en de ​rechtvaardigheid​ geschonden, wees dan niet verbaasd. Want een hoge ambtenaar wordt door een hogere beschermd, en zij beiden weer door ambtenaren die nog hoger zijn. (Uit Prediker 5)

Bron afbeelding:  Medium-com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Er is maar één Evangelie…(III)

(…) 1 Maar ik, ​Paulus, doe een beroep op u bij de zachtmoedigheid en de vriendelijkheid van ​Christus, ik, die in persoonlijk verkeer schuchter ben, maar op een afstand een groot woord heb tegen u; 2 ik zou (u) echter willen vragen, dat ik bij mijn komst geen groot woord zal moeten hebben in dat zelfvertrouwen, dat ik meen mij te kunnen veroorloven tegenover sommigen, die van mening zijn, dat wij naar het vlees leven. 3 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ​ten strijde​ naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan ​Christus, 6 en gereed staan, zodra uw gehoorzaamheid volkomen is, alle ​ongehoorzaamheid​ te straffen. (Uit 2 Korintiërs 10)

Hervorming herdenken

(…) (1) “Wij willen graag al ons bezit, onze naam, ons leven en alles wat wij hebben, laten afnemen. Echter, wij willen niet toestaan dat we beroofd worden van het Evangelie, ons geloof, en Jezus Christus. Punt uit! Vervloekt is de nederigheid, die dat toelaat. Hier moet eenieder vastberaden en onwrikbaar zijn, als hij tenminste Christus niet wil verloochenen.

Daarom, als God het mij geeft, zal mijn aangezicht harder zijn dan de aangezichten van alle anderen (vgl. Jesaja 50 : 7). Hierin wil ik hard zijn en het weten ook. Daarom heb ik de naam dat ik voor niemand opzij ga. Ik verblijd mij van harte, als ik hierom een opstandeling en een dwarskop word genoemd. Hier beken ik voor iedereen dat ik hard ben en hard zal zijn, en voor niemand een haarbreed zal wijken.

De liefde’ – zegt Paulus – ‘verdraagt alle dingen, gelooft alle dingen, hoopt alle dingen en is lankmoedig’ (vgl. 1 Korinthe 13 : 7). Wat Paulus hier zegt, is zeker waar, maar dat is niet van toepassing op het geloof!

Daarom is een christen, wat het geloof betreft, vastberaden en onverzettelijk. Hij zal eenvoudig niets toelaten wat tegen het geloof ingaat, voor niemand zal hij uit de weg gaan. De Schrift zegt immers, dat de mens door het geloof de Goddelijke natuur deelachtig wordt (vgl. 2 Petrus 1 : 4). Nu, God duldt niets wat tegen Hem ingaat, wijkt voor niemand, Hij is de Onveranderlijke, daardoor is ons geloof in Hem ook onveranderlijk en wijken wij ook voor niemand.”

Maarten Luther: In epistolam S. Pauli ad Galatas [1531.] 1535. Vgl. WA 40.1, 181, 19 – 182, 16 (Dr)

(1) Dit citaat is afkomstig uit Luthers verklaring van Paulus’ brief aan de Galaten. De aantekeningen daarvan werden gemaakt tijdens de Latijnse colleges die Luther in 1531 over deze brief gaf aan de Wittenbergse universiteit. In 1535 werden deze aantekeningen, in een wat uitgebreidere versie, met een voorwoord van Luther in het Latijn uitgegeven.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther-citaten.nl en van deze website: maartenluther.com (contact op de homepage)

Bron afbeelding:  alittleperspective-com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Er is maar één Evangelie…(II)

(…) 17 Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort is de verkondiging
van ​Christus*.
 (Uit Romeinen 10)

Hervorming herdenken

Maar wanneer Deze, de Geest der waarheid, komen zal, zal Hij u in alle waarheid leiden’ (Johannes 16:13, weergave DB 1545).

(…) “Wij bezitten nu de geschriften [lett.: de profetie] van de apostelen en daaruit verkondigen wij de ware leer der zaligheid. Het is nu niet meer nodig wonderen te doen om deze leer te bevestigen*. Want deze werden in het begin gegeven, zodat dáárdoor de nieuwe leer van de apostelen bevestigd zou worden (vgl. Markus 16 : 20, Johannes 20 : 9, Handelingen 2 : 43, 2 Korintiërs 12 : 12).

Wij zijn echter niet met een nieuwe prediking gekomen, maar hebben juist de oude reeds bevestigde leer van de apostelen weer teruggebracht. Ook hebben wij geen nieuwe Doop, geen nieuw Avondmaal, geen nieuw Onze Vader, en geen nieuwe Geloofsbelijdenis gemaakt.

Werkelijk, we hebben van niets nieuws in de christenheid willen weten, maar alleen voor het behoud van het oude, dat ons door Christus en de apostelen is overgeleverd, willen strijden en ijveren. Zodat, waar wij alles met mensenleer verduisterd hebben gevonden, ja, dik onder het stof en onder de spinnenwebben en met drek en vuil van ongedierte besmeurd, bovendien in het slijk gegooid en vertrapt, dáár hebben wij deze oude leer door Gods genade weer tevoorschijn gebracht.

Deze hebben we van vuil gereinigd, het stof afgeveegd, de roest weggeschuurd, en alles zó aan het licht gebracht dat het nu weer heerlijk blinkt en glanst. Iedereen kan nu weer zien wat Evangelie, geloof, Doop, Avondmaal, sleutels, gebed en alles is, en ook waarom Christus het aan ons heeft gegeven en hoe wij het tot zaligheid zullen gebruiken.”

Maarten Luther: Das XVI. Kapital S. Johannis ausgelegt, 1539. Vgl. WA 46, 62, 23 – 63, 2

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther-citaten.nl en van deze website: http://www.maartenluther.com (contact op de homepage)

* Zie/lees hierbij ook Handelingen 28 : 23-31 in vergelijk met wat Paulus in 2 Korintiërs 12 : 12 aan de ‘heidengemeente’ te Korinthe voorhoudt. De wonderen zoals de apostelen die mochten doen ter bevestiging van hun Evangelie-verkondiging en tevens het gezag van hun apostolaat  is inderdaad ‘toenmalig’ geweest en heeft geen herhaling (gekend), wat nog niet betekent dat God in onze levens zal nalaten wonderlijk te handelen en geen wonderen doen gebeuren. Het leven van Corrie ten Boom en haar familie, bijvoorbeeld, getuigt daarvan. 

(…) 13 Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn. 14 Bewaar door de heilige Geest, Die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd. (Uit 2 Timoteüs 1)

Bron afbeelding:  Facebook King James Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Er is maar één Evangelie…

(…) 9 Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, 10 maar nu is ze bekend geworden doordat onze redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het Evangelie.
11 Van dit Evangelie ben ik verkondiger, apostel en leraar; 12 daarom moet ik dit alles ondergaan. Maar ik schaam mij niet, want ik weet in Wie ik mijn vertrouwen heb gesteld en ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is om wat mij is toevertrouwd te bewaren, tot de grote dag aanbreekt.
13 Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord, houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn. 14 Bewaar door de heilige Geest, Die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd.
(Uit 2 Timoteüs 1)

Korte instructie – 1522 (1)

Wat moet worden gezocht en verwacht in de evangeliën

(…) “Mensen zijn er sterk aan gewend om de evangeliën volgens hun boeken te tellen en te zeggen: ‘Er zijn vier evangeliën’. Daarom weten (hoorden/horen) de mensen niet wat de apostel Paulus en Petrus in hun brieven zeggen omdat hun leer slechts wordt beschouwd als een bijlage bij de wat de vier evangeliën leren. Een nog slechter gewoonte is dat mensen de evangeliën en brieven beschouwen als wetboeken waarin ons wordt geleerd wat we moeten doen en laten, en waarin de werken van Christus worden beschreven als niets anders dan als voorbeelden voor ons. Waar deze twee verkeerde opvattingen in de hoofden en de harten van mensen wonen, kunnen ze noch de evangeliën noch de brieven op een nuttige en christelijke manier lezen; zo blijven ze heidenen, net als voorheen.

Daarom moeten we beseffen dat er maar één Evangelie is, hoewel het door veel apostelen is opgeschreven. Elke brief van Paulus en Petrus, samen met Lukas’ Handelingen, is het ene Evangelie, ook al rapporteren ze niet alle werken en woorden van Christus, maar de een geeft het beknopter weer dan de ander. Er is niet een van de vier grote evangeliën die alle woorden en werken van Christus bevat, en dat is ook niet nodig. Het evangelie is en moet niets anders zijn dan een verslag en geschiedenisverhaal over Christus. Het is gewoon vergelijkbaar met wat vaker gebeurd, namelijk dat een of meer mensen een boek schrijven over wat een koning of een prins heeft gedaan en gezegd en en beleefd tijdens zijn leven en dat dan op vele manieren kan worden beschreven – sommige langer, sommige korter.

Het Evangelie moet dus niets anders zijn dan een kroniek, een geschiedenis, waarin we lezen over wie Christus is, wat Hij heeft gedaan, gezegd en ervaren, waar sommigen kort over schrijven, anderen lang, de een op deze manier, en een ander op een andere manier. Kort gezegd is het Evangelie een verslag dat Christus de Zoon van God is die voor ons een mens werd, stierf, weer opstond en tot Heer over alle dingen werd gemaakt.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 10.1.1 S. 8/9 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, deel 75, p.7 / 8

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 17 Dus door te luisteren komt men tot geloof, en wat men hoort
is de verkondiging van ​Christus. (Uit Romeinen 10)

Bron afbeelding:  JeffRandleman.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Priesterschap van de gelovigen… (Ia)

(…) Maar wij zijn slechts een aarden ​pot​ voor deze schat; (Uit 2 Korintiërs 4 : 7)

Spraakverwarring

NB. Hieronder nog niet het vervolg van de eerder deels overgenomen tekst uit ‘Een koninklijk priesterschap’ zoals gepubliceerd in ‘Priesterschap van de gelovigen…(I), dat komt nog in vervolg (II).

(1) (…) “Het belangrijkste is dat Gods Heilig Woord zuiver blijft in de christenheid, zonder enige toevoeging van mensenleer. Het Woord kan echter niet zuiver blijven, tenzij dat men Christus heeft als de enige Bouwheer en Hem alleen deze Naam laat dragen. Waar Hij niet is, daar is ook geen eenheid, en daar moet zeker een Babel van verwarring volgen.

Wanneer men op de goede manier over Christus preekt, dan geeft men de ene gelovige zoveel als de andere, zodat niemand meer van Christus heeft dan een ander: Petrus niet meer dan ik; Maria niet meer dan een willekeurige getrouwde vrouw; want er is niet meer dan één Christus. Deze wordt aan een ieder geheel en volkomen gegeven.

Het is echter ook waar dat de één Hem beter vatten kan dan de ander – maar het is toch één Schat: als wanneer iemand een juweel in een gouden kistje heeft en een ander het in een aarden pot* bewaart. Waarin het juweel zich ook bevindt, het kan een betere of slechtere plaats zijn, maar wat daarin verborgen is, wordt daarvan niet slechter of beter.

Zo kan de één meer gaven hebben dan de ander, toch blijft Christus zonder uitzondering in allen Dezelfde. En zoals Hij in allen blijft, zo is het ook met alle genadegoederen die Hij met Zich brengt. Op deze manier heeft een klein kind juist zoveel als een oude man of vrouw; een geleerde niet meer dan een leerling; een heer niet meer dan een knecht.

De doop, het Evangelie en de Heilige Geest hebben alle gelovigen gemeen. Zolang nu deze leer blijft, zolang blijft ook de eenheid. Want dan moet ieder zeggen: ‘Ik heb niet meer dan de allergeringste gelovige. Wij delen allen in dezelfde erfenis. We zijn allen broeders en zusters. We hebben allen dezelfde rechten. Wanneer echter andere bouwlieden komen en aan de slag gaan, maken zij spoedig uit de eenheid onenigheid, scheiding en verwarring.”

Maarten Luther: Über das 1. Buch Mose, Predigten 1527. Kap. 11. Vgl. WA 24, 233, 6-34

* Opgemerkt AJ: Het is de vraag of dit vergelijk van een pot met een gouden kistje te gebruiken is. Stel je voor dat de een tegen de ander zou kunnen zeggen: ja, maar de schat die ik bewaar zit bij mij wel in een gouden kistje. Laten we ons dan liever aan de woorden van Paulus houden en alleen God de eer geven. Dan letten we nog minder op de ‘buitenkant’ en krijgen we nog meer oog voor wat er – door Gods genade! – van de Schat zelf op te merken is in iemands leven.

(1) In 1527 werd een complete serie preken van Luther over het eerste boek van Mozes (Genesis) zowel in het Latijn als in het Duits uitgegeven. De preken werden reeds gehouden in de jaren 1523/1524 en waren tot de uitgaven in boekvorm alleen als manuscript beschikbaar. Luther zelf heeft het initiatief genomen tot de eerste uitgave ervan. Het onderstaande citaat komt uit de behandeling van Genesis 11: de torenbouw van Babel en de spraakverwarring. Luther wil bij zijn uitleg ook iets zeggen over de ‘geestelijke beduiding’ die volgens hem daarin ligt opgesloten: namelijk de spraakverwarring die volgt als mensen voor zichzelf een naam willen maken die tot de hemel reikt.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther-citaten.nl en van deze website: http://www.maartenluther.com (contact op de homepage)

Bron afbeelding:  Verse of the Day

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Wanneer we Gods Woord niet ter harte nemen…

Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!” (Uit Lukas 16)

We hebben na WO II kunnen zien en meemaken in de westerse wereld, dat waar het eerbiedig verkondigen van en luisteren naar Gods Woord afneemt (en het is nog maar de vraag waar het probleem begint – bij eerbiedige verkondiging of bij het eerbiedig luisteren) de samenkomsten minder bezocht worden en de gemeenten/kerken gaan leeglopen en ook dat de bederfwerende werking van de gemeenten van Jezus Christus in de samenleving afneemt.  Dan zien we kerk en samenleving in een neerwaartse spiraal raken. Dat begon er al mee dat waar we Gods hand niet meer (leren) ontdekken en zien in ons leven en in de samenleving en in het samenleven en tegenstreven van de volken, alles om economie en (strategische) hegemonie gaat draaien. We hebben dat op dramatische wijze gezien in m.n. ook de manier waarop de (zieken)zorg zich heeft ontwikkeld en hoe daar alles meetbaar gemaakt moest worden. Als vanzelf kwam – met de stijgende welvaart en na de roerige revolutionaire jaren zestig* – een prestatie-maatschappij en een 7×24 uur economie zich aan ons opdringen, waar dan ‘als vanzelf’ ook steeds minder plaats is voor de rust van de zondag en het gunnen van een rustige zondag aan de slaven van zo’n prestatie-maatschappij. Alles moet gemeten worden en onze inzet en ons werk zijn niet meer eerst en vooral gebaseerd op (goed) vertrouwen maar op meten en weten en (statistisch) aantonen en daaraan verbinden we onze positieve of negatieve waardering van onze medemensen…

* Een revolutie die ons mensen juist de grootste vrijheid en zorgeloosheid moest gunnen en gaan bezorgen…

Maar in Gods koninkrijk – dat ons zeer nabij is en zelfs onder en in ons is door de heilige Geest! – daar verwachten we toch een andere orde en gang van zaken. Helaas niets is minder waar! Ook daar heeft meten en weten en statistiek zich aan ons weten op te dringen. En ze verdringen Gods Woord en ons vertrouwen daarop! Heel duidelijk bleek dat helaas ook opnieuw weer op een bepaalde manier vanochtend aan het begin van de samenkomst van onze gemeente. We hebben namelijk tegenwoordig de goede zorg en het vertrouwen hebben in elkaar allereerst zelf goed te organiseren. En daarom komt een comité van drie vrouwen ons nu direct na het officiële/ambtelijke begin van de dienst daarover inlichten. (1) Groter blijk van geen vertrouwen hebben in Gods Woord kunnen ze ons dáár en op dát moment (*) niet geven! Nee, tegenwoordig moeten we alles zelf eerst goed organiseren en veiligstellen en dan pas kunnen we vertrouwen hebben dat we beter en veiliger samenleven zullen met elkaar.

We handelen daarmee vergelijkbaar met het vroegere volk Israël, dat zichzelf ook met  middelen, zoals ook de andere volkeren die hadden, zich wilde veiligstellen tegen allerlei gevaar en daarmee hun God als hun Koning en Beschermheer – Die hen uitdrukkelijk anders geboden had – passeerden en bedroefden. En zo is het ook in de gemeenten/kerken van nu: hoe minder vertrouwen in Gods Woord hoe minder vertrouwen op het werk van de Geest, hoe meer we alles moeten organiseren en beveiligen, niet alleen om ons te beschermen tegen de boze buitenwereld maar vooral ook tegen elkaar! Dat was in Israël – Gods eigen volk! – dus ook al aan de orde!

Onze Heer Jezus Christus echter, Die zette in Zijn optreden – tegenover die alleen zichzelf bedruipende egoïstische rijken van zijn tijd – niet een comité van mensen aan het werk, om de rijken onder Gods volk tot een andere instelling en praktijk te brengen, maar Hij wilde hen brengen onder het Woord, dus onder Zijn beslag!  Hij heeft Zijn (eenvoudige) discipelen met dat Woord – Hij is het Woord Zelf – ‘dat boze geslacht’ (in Israël) en de ‘boze buitenwereld’ ingestuurd. En dat Woord – dat zij aan ons en de hele wereld verkondigd hebben – dat zal naar Zijn belofte met hen zijn – (hen=de discipelen/apostelen!) – tot aan de voltooiing van deze wereldtijd.

(*) Jesaja 56:7 en Marcus 11 : 17Mijn huis zal een bedehuis heten… (Zie ook de meditatie onderaan)

(1) Als het nodig is dat er op dat gebied iets gedaan/georganiseerd wordt dan kan daar na de beëindiging van de dienst of beter nog op een gemeente vergadering en in het kerkblad aandacht aan worden gegeven en als men vreest dat het dan bij de jongeren onderbelicht blijft, dan is het de verantwoordelijkheid van de ouders/ouderen thuis of bij andere gelegenheden daar aandacht aan te geven.

Meditatie van vanochtend (20-10-2019, checkluther.com)

Lezen: Filippenzen 4:1-9, tekstvers voor meditatie: vers 6

Paulus zegt dit ons, zodat niemand zal denken: ‘Laat alles maar gaan zoals het gaat, laat God maar zorgen,’ en daarom zelf niets doet, maar lui en biddeloos wordt. Als het zo met je gesteld is, zal je binnenkort wel een klap krijgen dat je omrolt en ineens zorgen genoeg hebt.

De mens heeft immers een strijd op aarde! Het is juist ook goed dat wij door zorgen overvallen worden, want daardoor worden wij gedreven en gedrongen tot het gebed. De apostel heeft niet voor niets deze twee dingen met elkaar verbonden:

Weest in geen ding bezorgd, én, maar laat uw begeerten in alles,
door bidden en smeken bekend worden bij God.

Hij wijst ons hiermee aan dat ons veel overkomt wat ons bezorgd maakt, maar dat wij ondanks dat, toch onbezorgd zijn, omdat wij door bidden en smeken alles wat ons ontbreekt aan God bekend maken en Hem erom bidden.

Maarten Luther: Adventspostille 1522, vgl. WA 10.1.2, 182, 20-30

Bron tekst:Uit de diepten roep ik tot U. Dagboek bij de Bijbel‘ (uitg. Den Hertog, Houten)

Bron afbeelding:  Pinterest (Pin on Bible Versus)

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Priesterschap van de gelovigen… (I)

(…) Maar u bent een ​uitverkoren​ geslacht, een koninkrijk van ​priesters, een ​heilige​ natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem Die u uit de duisternis heeft geroepen naar Zijn wonderbaarlijke licht. (1 Petrus 2 : 9)

De gemeenschap der heiligen in de kerk

Luther heeft zijn gedachten over het algemeen priesterschap der gelovigen vooral in de jaren 1520-1523 geformuleerd. Dat zijn ook de jaren waarin de tegenstelling tot de rooms-katholieke visie op kerk en ambt steeds scherper en duidelijker naar voren komt. Toch doen we er goed aan in navolging van bekende Luther-kenners als Paul Althaus en Karl Holl te onderkennen, dat het bij Luther maar niet primair gaat om een anti-klerikaal protest, maar om een kerkvisie die ons in het hart van zijn verstaan van het Evangelie brengt.

Het is niet eenvoudig het vele wat Luther her en der over ons onderwerp te berde gebracht heeft in kort bestek samen te vatten. We sluiten ons aan bij de samenvatting die Hans-Martin Barth van Luthers inzichten geeft.

Luther heeft’zijn these ontwikkeld in een situatie die hij ondervond als een noodsituatie. Priester, bisschop en paus verzaakten hun eigenlijke taak n.l. de verkondiging van het Evangelie. Integendeel, zij legden de gelovigen last op last op. In die situatie wendt Luther zich tot de christelijke adel van zijn volk en beroept hij zich op de van Christuswege geschonken vrijheid van de christen. Nood breekt wetten. De christelijke liefde is verschuldigd dat te doen wat de geestelijke leiders verzaken, n.l. de broeder en zuster het Evangelie mee te delen.

Toch wordt Luther niet gedreven door pragmatische inzichten. Hij beroept zich op de Schrift, t.w. de in het vorige hoofdstuk behandelde teksten 1 Petrus 2 : 5, 9; Openbaring 5 : 10. Luther verbreedt dit beroep tot tal van andere Bijbelse getuigenissen, waarbij hij zich laat leiden door het hermeneutische principe om dat wat Christus zijn leerlingen, de apostelen, beveelt, toe te passen op alle christenen. Met name 1 Korinthiërs 12-14 neemt een belangrijke plaats in in Luthers argumentatie. Allen zij wij één lichaam, maar elk lid heeft zijn eigen taak, waarmee hij de ander dient. Zo komt er binnen het algemeen priesterschap ook ruimte voor bijzondere diensten.

Maar waar beslist geen ruimte voor is, is voor een hierarchisch gestructureerde geestelijke priesterstand. In zijn beroemde geschrift Von der Freiheit eines Christenmenschen laat Luther zien, hoe zijn denken over het algemeen priesterschap en zijn verzet tegen de hierarchie wortelt in de Christologie en de leer van de rechtvaardiging. Het evangelie spreekt van de vrolijke ruil tussen Christus, de enige Hogepriester, en Zijn volk. Van de mens neemt Christus de zonde af. Hij schenkt de zondaar het Zijne, n.l. vergeving en gerechtigheid. Voorts bestaat zijn priesterschap daarin dat Hij diegene voor wie Hij gestorven is tot priesters maakt.

Daarom leeft de christen in Christus door het geloof, in de naaste door de liefde. De gewijde priesterstand betekent een ontkenning van de exclusiviteit van Christus’ priesterlijke dienst en een verloochening van het voorrecht van Gods gemeente als priesterlijk volk te mogen naderen tot God.

Dat alles heeft consequenties voor het zijn en het leven van de kerk. Luthers opvatting van het algemeen priesterschap betekent naar de pauskerk van zijn dagen toe een diepgaand protest tegen het kloosterwezen, het monnikendom, de aflaatpraktijken, alsmede het feit dat aan de leken de kelk onthouden wordt bij het Avondmaal. Maar vooral houdt zijn opvatting een diepgaande verandering in van het traditioneel verstaan van het priesterlijk ambt: Het priesterambt (sacerdotium) komt alle gelovigen toe krachtens de doop en het geloof, terwijl aan de priester, respectievelijk de predikant het ministerium is opgedragen. De priester van een gemeente heeft wel een bijzonder ambt, maar geen bijzondere op sacramentele wijding berustende stand.

Luthers opvatting bestaat evenwel niet alleen uit een protest tegen de hiërarchie, maar heeft vooral kerkopbouwende betekenis. Waar mensen binnen de gemeente door de doop voor elkaar priester zijn, impliceert dat een visie op de kerk die sterke nadruk legt op de gemeenschap der heiligen. Daar is geen ruimte voor tirannie en heerschappij over elkaar, maar is men wederzijds geroepen tot dienst. Op welke punten wordt dit priesterschap concreet? Luther noemt in zijn geschriften de persoonlijke biecht ten opzichte van elkaar, het gebed en de voorbede, de offers van lof en dank, de dienst jegens de ander.

Daarnaast uit zich de priesterlijke volmacht van de gelovigen in de competentie de christelijke leer als zodanig te identificeren en van vreemde leringen te onderscheiden. Het zijn de schapen aan wie het recht toekomt te onderkennen of zij de stem van de Herder vernemen. Vooral in zijn geschrift uit 1523 Dasz eine christliche Versammlung oder Gemeine Recht und Macht habe, alle Lehre zu urteilen und Lehrer zu berufen, ein- und abzusetzen zet Luther uiteen hoe een gemeente van Christuswege het recht heeft valse bisschoppen te mijden, maar ook hen te roepen bij wie zij bekwaamheid ontdekt. Men moet, aldus Luther, God niet verzoeken door van Hem te vragen, dat Hij ons predikers uit de hemel zal sturen. Integendeel, men moet hen beroepen en aanstellen, die men bekwaam oordeelt en die God met een verlicht verstand en met de nodige gaven heeft toegerust. Ieder christen is, wanneer het er op aankomt, gezalfd tot priester en heeft Gods Woord.

(Wordt vervolgd.)

Bron tekst: ‘Een koninklijk priesterschap – De betekenis van 1 Petrus 2 : 9 voor de opbouw van de gemeente – Dr. A. Noordgraaf – Willem de Zwijgerstichting, Apeldoorn, 1992.

Bron afbeelding:  Steemit

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Woord van vrede…

(…) 9 Ik wil horen wat God, de HERE, spreekt: want Hij zal van vrede spreken tot zijn volk en tot zijn gunstgenoten; maar laten zij niet terugkeren tot dwaasheid.
(Uit Psalm 85)

Toespraak van Dietrich Bonhoeffer (a)

Tussen de twee klippen van het nationalisme en het internationalisme roept de oecumenische christenheid haar Heer aan en vraagt Hem om leiding. Nationalisme en internationalisme zijn vragen van politieke noodzakelijkheden en mogelijkheden. De oecumenische kerk houdt zich niet bezig met deze dingen, echter wel met de geboden van God. En wat de consequenties ook zijn, zij betrekt deze geboden op de wereld.

Onze theologische taak bestaat dan ook hierin deze geboden als bindend te accepteren, en niet als een open vraag om over te discussiëren. ‘Vrede op aarde’ is geen probleem, maar een gebod, dat met Christus’ geboorte is gegeven. Er zijn twee manieren om te reageren op dit gebod van God: met de onvoorwaardelijke, blinde gehoorzaamheid, of met de schijnheilige vraag van de slang: ‘God heeft zeker wel gezegd…’(Genesis 3:1). Deze vraag is de dodelijke vijand van gehoorzaamheid, en daarom de dodelijke vijand van iedere echte vrede.

Heeft God de menselijke natuur niet goed genoeg begrepen om te weten dat oorlogen nu eenmaal plaatsvinden in deze wereld, zoals de wetten der natuur?

Bedoelde God soms dat wij over vrede zouden spreken, maar dat dit niet betekent dat er letterlijk daden aan verbonden zijn? Heeft God soms echt gezegd dat we moeten werken voor de vrede, maar tegelijkertijd tanks en gifgas moeten fabriceren voor onze veiligheid? En dan misschien wel de ernstigste vraag: heeft God soms gezegd dat wij ons eigen volk niet mogen beschermen? Heeft God gezegd dat je een prooi voor de vijand moet zijn? Nee, God heeft dat níet gezegd. Wat hij wél heeft gezegd is dat er vrede onder elkaar moet zijn, dat wij hem moeten gehoorzamen zonder vragen te stellen.

Dat is wat hij bedoeltHij die het gebod van God in twijfel trekt vóór het te hebben gehoorzaamd, heeft hem al ontkend.

Er zal vrede zijn vanwege de kerk van Christus, waardoor de wereld nog bestaat. En deze kerk van Christus leeft te allen tijde in alle volken, en overstijgt alle grenzen, zowel nationaal als politiek, sociaal of raciaal. En de broeders van deze kerk zijn door het gebod van de Heer Christus, waarnaar zij horen, sterker verbonden met elkaar dan alle banden van de geschiedenis, het bloed, de klasse of de taal.

Al deze bindingen, die een deel zijn van onze wereld, zijn geldige bindingen, beslist niet onbelangrijk. Maar in de tegenwoordigheid van Christus zijn ze ook niet definitief.

Voor de leden van de oecumenische kerk, voor zover ze vasthouden aan Christus!, is zijn Woord, zijn gebod van vrede heiliger, onverbrekelijker dan de meest heilige woorden en werken van de natuurlijke wereld. Want zij weten dat wie niet haat zijn vader en moeder om zijnentwil, Hem niet waardig is, en liegt als hij zichzelf christen noemt.

Deze broeders in Christus gehoorzamen zijn Woord; zij betwijfelen het niet, maar houden zich aan zijn gebod van vrede. Zij schamen zich er niet voor zelfs te spreken van een eeuwige vrede, wat de wereld er ook van denkt. Ze kunnen de wapens niet opnemen tegen Christus zelf – en toch doen ze dat als ze de wapens opnemen tegen elkaar! Zelfs in de angst en de benauwdheid van het geweten is er geen uitvlucht voor het gebod van Christus dat er vréde zal zijn.

Hoe komt die vrede er? Door een systeem van politieke verdragen? Door investeringen van internationaal kapitaal in verschillende landen? Door grote banken, door geld? Of door een universele, vreedzame herbewapening die vrede garandeert? Door geen van alle, om de eenvoudige reden dat in alle opties vrede wordt verward met veiligheid. Vrede zal nooit bereikt worden als alles draait om veiligheid. Want vrede moet gewáágd worden. Het is een groot waagstuk. Het kan nooit veilig gemaakt worden.

Vrede is het tegenovergestelde van veiligheid. Garanties geven is hetzelfde als wantrouwen, en dit wantrouwen brengt oorlog voort. Het eisen van garanties is hetzelfde als jezelf beschermen. Vrede betekent jezelf overgeven aan de wet van God, dat je geen veiligheid wilt, maar dat je in geloof en gehoorzaamheid het lot van de naties in de handen van de almachtige God legt, en niet egoïstisch over ze wilt beschikken.

Oorlogen zijn gewonnen, niet met wapens, maar met Gód.  Zij zijn gewonnen omdat de weg leidde naar het kruis.

Wie van ons kan zeggen wat het zou kunnen betekenen voor de wereld als één natie de agressor tegemoet treedt, niet met wapens in de hand, maar biddend, weerloos en juist daarom beschermd door ‘een wal die ’t kwaad zal keren’?

Nog een keer: hoe komt er vrede? Wie roept ons op tot vrede zodat de wereld zal horen, zal móeten horen, opdat alle volkeren zullen jubelen? De individuele christen kan dat niet. Als iedereen zijn mond houdt, kan hij natuurlijk best zijn stem verheffen en getuigen, maar de machten van deze wereld walsen over hem heen, zonder een woord te zeggen. De afzonderlijke kerk kan eveneens getuigen en lijden – ach, als ze dat eens zou doen! – maar ook zij wordt verstikt  door de machten van de haat. Alleen het grote oecumenische concilie van de heilige Kerk van Christus over de hele wereld kan zo spreken zodat de wereld, tandenknarsend, zal luisteren, zodat de volken zullen jubelen omdat de Kerk van
Christus de wapens, in de naam van Christus, uit de handen van haar zonen heeft genomen, en hun de oorlog heeft verboden en de vrede van Christus heeft uitgeroepen over een op drift geraakte wereld. (1)

Waarom zijn we bang voor de razernij van de wereldmachten? Waarom nemen we de macht niet van hen over en geven die terug aan Christus? We kunnen het vandaag nog steeds doen. We zijn toch bij elkaar op deze oecumenische conferentie? We kunnen naar al onze gelovigen een radicale oproep van vrede doen uitgaan. De naties wachten hierop in het Oosten en in het Westen. Moeten we ons te schande maken bij niet-christenen in het Oosten? Zullen we van die mensen deserteren, die hun levens op het spel zetten voor deze boodschap?

Het is twee voor twaalf. De wereld stikt van de wapens, en de wanhoop in de ogen van alle mensen is vreselijk om te zien. De trompetten van de oorlog kunnen morgen al blazen. Waar wachten we nog op? Willen we zelf medeschuldig worden als nooit tevoren? Claudius (2) zei:

Wat zou mij helpen
kroon en land en goud en eer
die ik niet begeer.
Het is oorlog, helaas,
daaraan niet schuldig te zijn
is wat ik verlang!

Wij willen de wereld een heel woord geven, niet een half – een moedig woord, een christelijk woord. En we bidden dat dit woord vandaag aan ons mag worden gegeven. Want wie zal het zeggen of we elkaar volgend jaar nog wel zullen zien?

Bron toespraak:Mijn ziel keert zich stil tot God – meditaties bij de Psalmen

(1) Ondanks zijn profetische blik op wat er in Duitsland en de wereld – ook onder christenen en dus in de kerken – zich aan het ontwikkelen was, wilde Bonhoeffer toen toch nog (te) hoge verwachtingen hebben van wat nog bereikt kon worden via de oecumene van christenen en kerken in de wereld – toentertijd ‘de Wereldbond’, na de oorlog ‘de Wereldraad van Kerken’. Maar wat via de oecumenische beweging te bereiken viel bleek ook teleurstellend. We horen in zijn woorden hier vooral oproep tot actie en geen oproep tot in de eerste plaats verootmoediging, schuld belijden en bekering* zoals we die bij de Bijbelse profeten wel steeds vinden. We vinden dat laatste later wel weer en meer in zijn meditaties en preken (bijvoorbeeld in zijn meditatie over Psalm 58 in 1937)
* Dan wil God – ondanks wat er in de wereld gebeurd aan onrecht en alsmaar toenemende bewapening – omwille van Zijn gehoorzame volk misschien nog een (nieuwe wereld)oorlog afwenden!

(2) Matthias Claudius (1740-1815) was theoloog en jurist en werd later een gevierd schrijver en dichter. Gezang 391 is van hem. Het bovengenoemde gedicht is te vinden in: J. Henkys, Bonhoeffers Gefängnisgedichte. Beiträge zu ihrer Interpretation, München 1986, p. 15.

(a) Het jaar 1933 was een gevaarlijk jaar voor Bonhoeffer. Een paar dagen nadat Hitler aan de macht was gekomen, waarschuwde hij openlijk voor het ‘leiderschapsprincipe’ dat zo centraal stond in de nazi-doctrine. Kort hierop liet hij een document circuleren over ‘Het joodse probleem’ waarin hij de wijze waarop de Nazi’s in hun campagne tegen de joden gebruikmaakten van de denkbeelden van Maarten Luther, heftig kritiseerde. In hetzelfde jaar hielp hij mee een geloofsverklaring samen te stellen voor de Belijdende Kerk, waarin een scherpe aanval op de behandeling van de joden door de nazi’s te lezen stond. Later zou deze paragraaf niet geaccepteerd worden in de uiteindelijke versie van de Verklaring van Barmen. Bonhoeffer raakte daardoor teleurgesteld in de Belijdende Kerk.
Bonhoeffer was in Engeland toen de eerste synode van de Belijdende Kerk in het Duitse Barmen werd gehouden, aan het einde van mei 1934. Hij volgde deze synode nauwgezet en wist ook de bisschop van Chichester te interesseren voor het belang van deze synode voor het Britse volk, The House of Lords en The Times.
In augustus woonde hij in Denemarken een bijeenkomst van de Wereldbond bij. Hij was uitgenodigd te spreken. Als thema voor zijn lezing koos hij voor: ‘De Kerk en de wereld der volkeren.’ Hij sprak in het Engels en baseerde zijn boodschap op Psalm 85, met name vers 9.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie

Laten we niet moe worden goed te doen…

(…) 7 Ik zou immers niet weten wat begeerte was als de wet niet zei: ‘Zet uw zinnen niet op wat van een ander is.’ 8 Maar de zonde heeft van het gebod gebruikgemaakt om begeerten in mij op te wekken, want zonder de wet is de zonde krachteloos. (Uit Romeinen 7)

Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XLII)

Het werk van het tiende gebod

Gij zult niet begeren het huis van uw naaste;
gij zult niet begeren de vrouw van uw naaste,
noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd,
noch zijn rund, noch zijn ezel,
noch iets dat van uw naaste is.

Dit tiende gebod is volkomen duidelijk. Ze verbiedt de zondige lusten van het vlees en het begeren van tijdelijke goederen. Deze kwade verlangens doen (lijken op zich) onze naaste geen kwaad (te doen) (1), en ze blijven ze tot het graf bestaan. En de strijd in ons tegen deze verlangens gaat (daarom) door tot de dood.

Daarom wordt heel dit gebod door Paulus samengevoegd tot één in Romeinen 7 [: 7]. En alles wat valt onder dit gebod en ermee wordt bedoeld is een doel dat we niet bereiken, en we reiken er alleen in gedachten tot aan de dood naar uit. Want niemand is ooit zo heilig geweest dat hij nooit enige kwade neiging in zichzelf voelde, vooral wanneer gelegenheid en verleiding samen aanwezig waren.

Want de zonde is vanwege onze natuur ons aangeboren (2): we kunnen het (met Gods hulp leren) beheersen (3), maar het kan door ons niet volledig worden ontworteld, behalve door de dood . Het is om deze reden dat de dood zowel winstgevend als wenselijk is. “

“Moge God ons hierin helpen, Amen”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 276 (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, deel 44, p. 114

(1) We kunnen door aan ‘kwade verlangens’ tijd en aandacht te geven en/of zelfs door erdoor verteerd te worden onszelf en anderen kwaad doen, namelijk door onze tijd en energie niet te besteden aan het (vele) goede werk dat God ons te doen geeft. (a)
(2) 1 Korintiërs 15 : 35-49.
(3) (…) 6 En de HEERE zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en waarom heeft u uw hoofd laten zakken? 7 Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen. (Uit Genesis 4)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(a) “Laten wij niet moe worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen.” (Galaten 6 : 9)

Citaat: Deze aansporing van Paulus herhaalt hij letterlijk in 2 Tessalonicenzen 3 : 13. Blijkbaar was de verleiding om te stoppen met het goede ook toen al bij hen aanwezig. Als je het goede gaat doen, voor Gods waarheid gaat opkomen, komt er gegarandeerd strijd in je leven. En de verleiding is om dan maar weer mee te gaan op het brede spoor, met de stroom mee. Een comfortabel christenleven, met helaas maar weinig uitwerking in deze wereld. (Bron citaat: Christian Verwoerd, Facebook)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie