Er is maar één Evangelie…(III)

(…) 1 Maar ik, ​Paulus, doe een beroep op u bij de zachtmoedigheid en de vriendelijkheid van ​Christus, ik, die in persoonlijk verkeer schuchter ben, maar op een afstand een groot woord heb tegen u; 2 ik zou (u) echter willen vragen, dat ik bij mijn komst geen groot woord zal moeten hebben in dat zelfvertrouwen, dat ik meen mij te kunnen veroorloven tegenover sommigen, die van mening zijn, dat wij naar het vlees leven. 3 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ​ten strijde​ naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan ​Christus, 6 en gereed staan, zodra uw gehoorzaamheid volkomen is, alle ​ongehoorzaamheid​ te straffen. (Uit 2 Korintiërs 10)

Hervorming herdenken

(…) (1) “Wij willen graag al ons bezit, onze naam, ons leven en alles wat wij hebben, laten afnemen. Echter, wij willen niet toestaan dat we beroofd worden van het Evangelie, ons geloof, en Jezus Christus. Punt uit! Vervloekt is de nederigheid, die dat toelaat. Hier moet eenieder vastberaden en onwrikbaar zijn, als hij tenminste Christus niet wil verloochenen.

Daarom, als God het mij geeft, zal mijn aangezicht harder zijn dan de aangezichten van alle anderen (vgl. Jesaja 50 : 7). Hierin wil ik hard zijn en het weten ook. Daarom heb ik de naam dat ik voor niemand opzij ga. Ik verblijd mij van harte, als ik hierom een opstandeling en een dwarskop word genoemd. Hier beken ik voor iedereen dat ik hard ben en hard zal zijn, en voor niemand een haarbreed zal wijken.

De liefde’ – zegt Paulus – ‘verdraagt alle dingen, gelooft alle dingen, hoopt alle dingen en is lankmoedig’ (vgl. 1 Korinthe 13 : 7). Wat Paulus hier zegt, is zeker waar, maar dat is niet van toepassing op het geloof!

Daarom is een christen, wat het geloof betreft, vastberaden en onverzettelijk. Hij zal eenvoudig niets toelaten wat tegen het geloof ingaat, voor niemand zal hij uit de weg gaan. De Schrift zegt immers, dat de mens door het geloof de Goddelijke natuur deelachtig wordt (vgl. 2 Petrus 1 : 4). Nu, God duldt niets wat tegen Hem ingaat, wijkt voor niemand, Hij is de Onveranderlijke, daardoor is ons geloof in Hem ook onveranderlijk en wijken wij ook voor niemand.”

Maarten Luther: In epistolam S. Pauli ad Galatas [1531.] 1535. Vgl. WA 40.1, 181, 19 – 182, 16 (Dr)

(1) Dit citaat is afkomstig uit Luthers verklaring van Paulus’ brief aan de Galaten. De aantekeningen daarvan werden gemaakt tijdens de Latijnse colleges die Luther in 1531 over deze brief gaf aan de Wittenbergse universiteit. In 1535 werden deze aantekeningen, in een wat uitgebreidere versie, met een voorwoord van Luther in het Latijn uitgegeven.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther-citaten.nl en van deze website: maartenluther.com (contact op de homepage)

Bron afbeelding:  alittleperspective-com

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s