‘Eerst zien, dan geloven’…

(…) Wie mij echter beoordeelt, is de Heere. 5 Oordeel daarom niets vóór de tijd, totdat de Heere komt. Hij zal ook wat in de duisternis verborgen is aan het licht brengen, en de voornemens van het hart openbaar maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen. (Uit 1 Korintiërs 4)

Citaat: Het begon allemaal met Johannes Elias Feisser, die als hervormd predikant onder de invloed kwam van de Nadere Reformatie en de daarin aanwezige nadruk op de Heilige Geest, wedergeboorte en heiliging. Hij kreeg moeite met het toelaten van mensen aan het avondmaal die niet de tekenen van de wedergeboorte vertoonden. Feisser beschouwde de kinderdoop als een tegenstrijdigheid van het calvinisme. Alleen als je mensen op geloof doopt, kun je zeker weten dat zij de Geest hebben. (1)

Opgemerkt: Hier blijkt weer dat men in bepaalde kringen het menselijk oordeel over een broeder of zuster de doorslag wil laten geven bij de aanvaarding van hem of haar als (werkelijke) broeder of zuster ‘in de Heer’.

We vinden dat (dus) niet alleen bij de baptisten maar ook in de kringen van de ‘nadere reformatie’. Het gezamenlijk belijden en het persoonlijk belijden van de ander vinden ze/we niet genoeg want er moet toch eerst wel wat meer te zien zijn dan alleen maar horen dat de ander zijn geloof belijdt. En op basis van dat (wat wij) ‘zien’ zullen we ons dan een oordeel vormen over het al of niet aanwezig zijn van het ‘ware geloof’ bij de ander. (2)

Maar, die zucht om eerst (een bepaald soort) vrucht te willen zien, die kan ook de beoordelaar zelf treffen, waardoor die ook eigen geloof niet serieus nemen kan of wil totdat allerlei aanvullende geruststellende tekenen daarvan gevonden worden.

Maarten Luther heeft daarmee geworsteld totdat hij tot de heerlijke ontdekking kwam: door geloof alleen! En daarna noemde hij die hiervoor beschreven opvatting voortaan: ketterij!*

Lees nog weer eens wat Petrus op de eerste dag de mensen toeroept: (…) laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden en dan zal de heilige Geest u geschonken worden.

Zelfs onze Heer Jezus Christus ontving zichtbaar de heilige Geest na Zijn doop door Johannes. En natuurlijk weten wij dat de heilige Geest niet toen pas aan onze Heer Jezus Christus ‘toeviel’, net zo min als dat de Joden, die zich op Petrus verkondiging in Jeruzalem lieten dopen, de heilige Geest pas ontvingen toen ze gedoopt werden.

In Jeruzalem werden op de eerste Pinksterdag de volwassen luisteraars niet opgeroepen om zich alvast maar te laten dopen om (daardoor) de heilige Geest te kunnen ontvangen, zodat ze zich zouden kunnen (gaan) bekeren. Dat daar ook ouders en kinderen (gezinnen dus) gedoopt werden dat lijdt voor mij geen twijfel!

Net zomin als dat het geen twijfel kan hebben dat al die dopelingen in de jonge gemeente in Jeruzalem deelnamen aan de vieringen van het Avondmaal en dat zonder dat de apostelen de tijd hadden gehad of genomen om te bepalen of al die deelnemers wel alle (of tenminste voldoende) tekenen van wedergeboorte vertoonden.

* Zie:  Wie dorst heeft…

(1) De doop is in die kringen dus niet een bevestiging van het verkondigde Woord aan de dopeling voor de ogen van de doper en andere aanwezigen, maar een bevestiging van de (onweerlegbare?) waarneming van het geloof door de dopeling zelf en zoals dat ook eerder al (onweerlegbaar?) is geconstateerd door de andere aanwezigen.

(2) En het bijzondere is dat in die kringen zowel de ‘bekeerden’ als de ‘onbekeerden’ menen daarover een (zuiver) oordeel te  kunnen/moeten hebben/geven waar het de ander of zichzelf betreft. (Zie in dit verband ook 1 Korintiërs 4 : 3!)

(…) 6 Deze dingen nu, broeders, heb ik ter wille van u op mijzelf en Apollos toegepast, met de bedoeling dat u van ons leert niets te bedenken boven wat er geschreven staat, opdat niemand zich ten gunste van de een boven de ander verheft. (Uit 1 Korintiërs 4)

Bron citaat: RD Kerk & religie – ‘Baptistentheoloog Van der Leer: Geloofsdoop niet meer ten koste van kinderdoop‘ – door Klaas van der Zwaag

Bron afbeelding: Pastor Ramil Carmen’s Blog: Judging others

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Wie dorst heeft…

Zalig de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
(Matteüs 5 : )

Als iemand dorst heeft, laat hem dan tot Mij komen en drinken.
(Johannes 7 : 37)

(…) Christus koos woorden die tot het hart spreken en die gericht zijn op degenen die gevoelen dat ze die woorden nodig hebben. Dit zijn geruststellende, vriendelijke en liefelijke woorden; ze verfrissen, vertroosten en geven de dorstigen nieuwe moed en kracht. Christus koos zijn woorden zo omdat Zijn Woord, tenzij het aan dorstigen wordt verkondigd, meer wordt veracht dan geaccepteerd. Dit zien we ook nu weer duidelijk in onze tijd, net zoals het was onder de Joden in de dagen van Christus.

Vol van zichzelf!

Ze waren toen vol en dronken van ijdele heiligheid en verlangden niet naar deze drank. We zien vandaag hetzelfde bij veel mensen en de schismatische geesten. Ze zijn zo vol van zichzelf en zo dwaas dat ze over zichzelf heen kwijlen vanwege hun grote heiligheid; ze voelen geen dorst, maar Christus zegt dat Zijn leer bedoeld is voor de dorstigen. En ze vinden hier een geruststellende en vertroostende prediker, Christus Zelf, die hen vertelt waar ze deze dorstlessend drank kunnen vinden, namelijk in Hem, onze Heer en Heiland Jezus Christus.

Verontrust geweten

Maar eerst zullen we ons afvragen: wat voor dorst is dit? Zodra deze vraag is beantwoord, zullen we de aard van de drank begrijpen en weten hoe we de dorst kunnen lessen. Dit is namelijk geen fysieke dorst, zoals je die voelen kunt bij het verlangen naar bier of wijn, maar een dorst van de ziel, een spirituele dorst, een oprecht verlangen, ja, een verdrietig, ellendig, doodsbang en verontrust geweten, een moedeloos en bang hart dat ernaar verlangt precies te weten hoe het er voorstaat bij God.

Schuchter en zwak geweten

Dat is het schuchtere, zwakke geweten: het voelt de eigen zonde; het is zich bewust van een zwakte van geest, ziel en vlees; het is zich bewust van een dreigende God; het vreest God en ziet Zijn wet, toorn, oordeel, dood en andere straffen. Dergelijke angst markeert de juiste dorst. Het is natuurlijk dat mensen die in angst leven, te midden van verleiding en nood, dorstig zijn vanwege hun bezorgdheid.

Vertroostende verkondiging

Daarom was dit een voortreffelijke en uitstekende preek voor degenen die een kwijnend bestaan leden onder de wet van Mozes. Ze hadden de Farizeeën, de Sadduceeën en andere verleiders horen preken, die de mensen met de wet plaagden en belastten en hen troosteloos achterlieten. Deze konden de troost van vergeven zonde niet verkondigen; noch gevoelden ze een roeping om dat te doen. Volgens Matteüs 9 ergerden deze mannen zich toen Jezus de verlamde zijn zonde vergaf en vroegen: “Wie is Hij om de zonde te vergeven?

Vergeving altijd weer!

Iets soortgelijks vond plaats toen Jezus Maria Magdalena van haar zonde verloste (Lukas 7 : 49). Hun prediking over goede werken bevat niet zo’n troost; het mist pit en merg. Zelfs vandaag zouden de schismatische geesten graag vergeving van zonden door genade afschaffen. Ze zeggen: „We weten natuurlijk dat God de zonde vergeeft; maar men moet ook goede werken verrichten en zich naar behoren gedragen voordat God de zonde zal vergeven.” Dát is ketterij.

Maarten Luther: Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 33, S. 424 ff (vertaling gebruikt: Luthers Works, American Edition, vol. 23, p. 267 ff)

Opgemerkt:  Vanochtend o.a. een gedeelte van Psalm 119 de verzen 9-16 gelezen. Daarin staan deze woorden: Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen, zo zal ik niet tegen u zondigen. Bij dat ‘zondigen’ zullen we dan niet denken aan allerlei ‘aardse zonden’, maar aan ongeloof. Dat we God en Zijn liefde en zorg en Zijn vergevingsgezindheid – zoals wij die nu kennen door Zijn Zoon Jezus Christus – niet altijd weer onder alle omstandigheden en na wat voor zonde dan ook weer aanvaarden en belijden voor de mensen. David heeft dat ook zijn leven lang willen (en ook ‘moeten’) doen, dat valt uit de Bijbelse verhalen over hem en uit zijn Psalmen overduidelijk af te lezen!

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Flickr

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Ademnood…

Bij oud én jong!

(…) 10 U hebt ons beproefd, o God,
ons gezuiverd, gezuiverd als zilver,
11 ons in een vangnet gedreven,
ons een zware last op de schouders gelegd.
12 Mensen zijn over ons heen gereden,
wij zijn door vuur en door water gegaan,
maar u bracht ons naar een land van overvloed.
(Uit Psalm 66)

Gezuiverd?

(…) Inmiddels zijn we 75 jaar verder. We kijken terug op de jaren na de Wereldoorlog. Er was de tijd van ‘de wederopbouw’ toen kwamen de jaren ’60, de jaren van de verheerlijking van het socialisme, nihilisme, van de studentenrevoltes, van de socialisering van de kerk.

Daarna viel ‘de muur’ en drong zich het consumentisme wereldwijd op, dat – vanwege de verheerlijking van de revolutie die eraan vooraf gegaan was – een sterk hedonistisch karakter kreeg.

Toen kwam 11 september 2001 ; de opkomst van de islam; de conflicten in het Midden-Oosten; Brexit en nu het coronavirus. Met recht kan opnieuw de vraag worden gesteld: ‘Jeugd, wat nu?’ Alleen, er is één verschil met toen. De vraag wordt nu, veel meer dan in 1946, gesteld in het luchtledige.

Godin Angst…

De historie is vervluchtigd en de kerk is gemarginaliseerd. De jonge mensen zijn veel meer dan destijds op zichzelf teruggeworpen. Ze staan zonder oriëntatie in het leven. Dat is uiterst pijnlijk. Want zij hebben daar niet om gevraagd, zij worden in zo’n situatie geboren en dat terwijl zij vanzelfsprekend vragen naar de zin van het bestaan.

Maar wat als daar geen antwoord op komt omdat ouderen die antwoorden zelf niet hebben, geen richting kunnen wijzen?

Roeping!

Iemand die de ademnood onderkent waarin de jonge mensen komen, is Alessandro D’Avenia, van wie ik al meerdere artikelen vertaalde. In de Corriera deila Sera van maandag 27 april, schreef hij erover. Zijn artikel heeft als kop ‘Godin Angst!’ Tegenover deze ‘godin’ plaatst hij de ‘godin’ Roeping. D’Avenia zal niet weten dat dit begrip, waar hij aandacht voor vraagt, een begrip is dat in de protestantse traditie een bijzonder grote rol gespeeld heeft.

Luther heeft het begrip herijkt, nieuwe inhoud gegeven. De omgang met de Bijbel werkte zo op hem in dat hij in het licht daarvan ging zien en ervaren dat het leven een geschenk is, waarin een roeping naar ons toekomt. (1) Dit werkelijkheidsbesef is zo goed als verdwenen, ook in de kerkelijke wereld.

Jongeren worden daardoor alleen geconfronteerd met ‘moeten’ en ‘presteren’ aan de ene kant en (voor zover dat nog het geval is) met de geborgenheid van familieleden en vrienden aan de andere kant. Hoe het leven veel rijker is dan in die twee ‘polen’ naar voren komt, ontgaat hen veelal. Hun wordt geen moed en kracht gegeven voor het léven!

Dankbaarheid!

D’Avenia ziet kans om het begrip ‘roeping’ weer actueel te maken. Hij weet de relevantie ervan te laten oplichten, juist in het licht van het moderne levensbesef. Zo helpt hij veel jonge mensen, zoals uit het artikel op te maken valt.

Alle waardering voor D’Avenia die gelovig zijn eigen roeping aanvaardt om het positieve van het leven in het lichtte stellen. Hij doet dat – hoe kan het anders? — op een dankbare manier. Hij voelt aan dat het geloof dat hij van huis uit heeft meegekregen zijn sensitieve begaafdheid – waarmee hij de rijkdom van het leven aanvoelt – alleen maar versterkt en zuiver houdt.

Dienen!

Bovendien beseft hij dat hij anderen, die dit van huis uit niet gegeven is, er voluit mee kan dienen!

~~~

(1) Dit ‘geschenk’ staat niet haaks op het grootste geschenk, de Verlossing door Christus. Integendeel! Het leven, het kruis en de opstanding van Christus laten dit karakter van de werkelijkheid volop tot zijn recht komen. Christus is niet voor niets in déze werkelijkheid gekomen om die te verlossen en te herscheppen!
Zie voor Luthers preken over de Bergrede vooral de preek over ‘Zalig zijn de zachtmoedigen, zij zullen de aarde beërven‘ (Matteüs 5 : 5).

Bron tekst:Jeugd wat nú? – over ‘roeping’ – door H. Klink (Hoornaar) in Ecclesia nr. 9, mei 2020

Bron afbeelding:  The Second Coming of Christ

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Nu Griekse wijsheid nodig?

Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.
(Uit Klaagliederen 3)

Citaat: Maar in tegenstelling tot de gevolgen van klimaatverandering, kan het coronavirus niet worden genegeerd, toch?! Dat is zo, misschien helpt het dat we allemaal direct worden getroffen door deze pandemie. Is dat niet de essentie van de Griekse tragedie, dat mensen alleen leren door te lijden? (Aldus Professor Snowden in een intervieuw, zie bron onderaan)

Opgemerkt: Maar is Gods Woord niet vanaf Genesis het Griekse denken (ver) voor(uit) geweest? Heeft God ons dat niet al vanaf de zondeval laten horen/weten?! Was (ook) – om maar met hem te beginnen – het lijden van Abraham aan de wereld (als een door God ‘ontheemde’) niet nodig om hem tot ‘vader van alle gelovigen’ te maken? Moesten Mozes en het volk van God niet lijden in Egypte en in de woestijn om gehoorzaamheid te leren? Hebben David en andere profeten niet geleden aan Gods volk en aan de volkeren om hen heen? En heeft Gods volk ook niet geleden aan hun koningen? Te beginnen bij Saul en David? En dan hebben we het maar niet over wat Gods volk allemaal geleden heeft aan/onder de andere volken…

Zullen wij dan ook niet ronduit erkennen en beamen dat de mensengeschiedenis vanaf het begin ons doet zien dat lijden ons tot bezinning en nederigheid en dus – DV! – tot meer wijsheid en matigheid brengt?

Zien we dat nu niet ook weer duidelijk geïllustreerd bij de/onze (welvaarts) generaties van na WO II, namelijk hoe snel de mensheid nederigheid en bezinning en matigheid en ook de medemens aan de kant schuift om zelf ‘mateloos’ te gaan genieten?! En helpt deze ‘corona-crisis’ ons niet om daarbij en daarover tot (meer) bezinning te komen?

Tot slot: Bovenal leren we het toch van de ‘Leidsman en Voleinder van het geloof‘ onze Heer Jezus Christus! Als zelfs van Hem gezegd kan/moet worden dat Hij hier op aarde ‘gehoorzaamheid geleerd heeft uit wat Hij geleden heeft‘ (zie  Hebreeën 5 : 7-8) – daar voelde en betoonde Hij Zich als zondeloos mens tegenover Zijn God en Vader niet te goed voor  – dan zullen wij toch erkennen en (hardop) belijden  dat wij dat dan toch vele malen meer nodig zullen hebben dan Hij?

Van de apostel Paulus is – door ‘optekening daarvan’ (in Handelingen en in zijn brieven) – nog het meest duidelijk geworden hoe hij juist vooral ook op het punt van ‘door lijden nederigheid en gehoorzaamheid leren’ – leerling en volgeling is geweest van onze Heer en Heiland Jezus Christus.

Bron citaat: Der Spiegel / 360 – ‘Frank Snowden: ‘We hadden allang een vaccin kunnen hebben’’ door Veronika Hackenbroch

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Bezinning op onze levensstijl… (vervolg)

En niemand zei, dat iets van wat hij had, zijn eigendom was, maar alle dingen
waren hun gemeenschappelijk.
‘ (Handelingen 4 : 32) *

Niets mijn eigendom

Uw Naam worde geheiligd! Misschien zeg je wel: ‘Als dat waar is, dat niemand iets zijn eigendom mag noemen, dat dan op aarde niemand Gods Naam naar behoren heiligt; dan zijn ook diegenen onrechtvaardig die rechtszaken met elkaar hebben over eer, bezit en andere dingen.’

In de eerste plaats antwoord ik dat daarom al eerder gezegd is dat deze bede: Uw Naam worde geheiligd, alles te boven gaat en de grootste is van alle beden en alle andere beden in zich besluit.

Als iemand Gods Naam naar behoren heiligde, zou die niet meer nodig hebben om het Onze Vader te bidden. Als iemand zo volkomen was dat hij niets zijn eigendom zou noemen, die zou geheel rein zijn en Gods Naam zou in hem volkomen geheiligd zijn. Dat behoort echter niet bij het aardse maar bij het hemelse leven.

Daarom moeten wij ons leven lang bidden dat God Zijn Naam heiligt in ons. Want ieder mens – de ene meer dan de andere – zondigt tegen Gods Naam, hoewel de hoogmoedige heiligen dit niet geloven of horen willen.

Daarom heb ik gezegd dat deze woorden niet alleen een bede maar ook een heilzame leer en ontdekking zijn van ons ellendige en verdoemelijke bestaan op aarde en de mens neerwerpt en hem verootmoedigt.

Maarten Luther: Auslegung des Vaterunsers für die einfältigen Laien, 1519, vgl. WA 2, 91, 35 – 92, 12

Lezen: Handelingen 4 : 32-37, tekstvers voor meditatie: vers 32

Zie ook:  Jericho, Achan en de eerste gemeente…

Geciteerd: Wanneer we nagaan wat de Bijbel over eigendom zegt, valt op dat God de volstrekte eigenaar van alles wordt genoemd. God schenkt aan het volk Israël het land Kanaän, maar Hij legt daarbij beperkende bepalingen op inzake de onderlinge verkoop van grond. ‘Verder mag het land niet voor altijd verkocht worden, want het land behoort Mij toe. U bent immers vreemdelingen en bijwoners bij Mij.’ (Leviticus 25 : 23, HSV).
Bron: Kerkblad voor het Noorden – Alle bezittingen delen?

(…) 5 Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten,’ 6 zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De ​Heer​ is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’ (Uit Hebreeën 13)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Vloeken in de kerk…

En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof.‘  (Markus 6 : 6)

De duivel heeft nog een pijl op zijn boog, namelijk, dat hij je gebed als zinloos en vergeefs laat voorkomen door dit soort gedachten in te blazen: ‘Lieve vriend of vriendin, waarom bid je eigenlijk? Let eens op hoe stil het om je heen is, denk je echt dat God ernaar luistert of aandacht heeft voor wat jij zegt?’

Zo brengt de duivel je aan het twijfelen, om te zorgen dat je daardoor je gebed zal minachten en in de wind slaan en nooit zal ondervinden wat de waarde en de kracht van het gebed is.

Ik heb zelf ondervonden wat dat twijfelen inhoudt en er bij anderen over gelezen en wel in het bijzonder bij Bernardus, die zijn kloosterbroeders met grote ernst vermaant dat zij niet naar de kerk mogen gaan om daar op goed geluk – om het even of God hun gebed wel of niet hoort – hun getijden te bidden.

Want ik zeg je in waarheid dat het gebed niet is om met God de spot te drijven, want bidden is spotten als je zegt: ‘Lieve Vader in de hemel…,’ terwijl je dit zelf nog niet eens gelooft!

Opgemerkt: Wij zullen – wanneer we het hebben over of ons keren tegen het misbruiken van Gods Naam – altijd weer hebben te beseffen dat het misbruiken van Gods Naam nog het meest gebeurd door en onder ‘kerkmensen’ en dat zelfs tijdens het bidden en preken en ook bij het op allerlei manier roepen van ‘God wil het’, wat helaas nogal eens  niet veel meer is dan het nastreven van ‘eigen belang’ en ‘eigen eer’ (gemeentelijk/kerkelijk of persoonlijk)!

Maarten Luther: Das XVI. Kapitel S. Johannis, 1538, vgl. WA 46, 79, 10-20

Bron tekst: checkluther-com – ‘Ongelovig bidden‘ – Meditatie van 6 mei 2020

Bron afbeeldingPinterest (Bond tegen het vloeken)

Afbeelding kan het volgende bevatten: mogelijk herkende tekst: weet 9 wat je zegt bond tegen vloeken
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Meer Jezus, minder ik/wij…

Hij moet groter worden, ik kleiner. (Johannes 3 : 30)

Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? (Lukas 7 : 19)

Geciteerd (bewerkt!): Johannes de Doper preekte eerder al bij de rivier de Jordaan. Zijn boodschap luidde dat de mensen moesten veranderen (tot inkeer komen, zich bekeren): het verkeerde laten en het goede doen (1). Wie erkende dat dat (ook in eigen leven) nodig was (2) en (daarom) gedoopt wilde worden, die doopte hij. Jezus kwam daar ook en Johannes (h)erkende (3) in Hem de beloofde Messias.

Nu zit Johannes in de gevangenis omdat Hij koning Herodes heeft aangesproken op zijn manier van leven. Daar in de bunker overvalt hem de twijfel (zie ‘Opgemerkt‘ hieronder) en hij stuurt zijn leerlingen naar Jezus om te vragen of Hij het werkelijk is. Jezus zegt niet dat hij het maar moet geloven (hij=Johannes, het zou dus om de twijfel en het (on)geloof van Johannes gaan), maar wijst op wat er gebeurt: mensen worden genezen, het goede nieuws van God wordt verkondigd, juist zoals de profeet Jesaja had voorzegd.

Waar Jezus komt, daar veranderen dingen. Is dat in ons leven ook zo? Veranderen wij ten goede – wordt Hij steeds groter en meer (voor ons), en wijzelf kleiner en minder belangrijk? – omdat wij Jezus kennen? Zo ja, dan (alleen) kunnen anderen zien wie Jezus is en wat Hij kan doen. (4)

Opgemerkt:  In de laatst verschenen 3 nummers van Ecclesia werd er aandacht gegeven aan de hierboven genoemde  ‘twijfel’ van Johannes, en daarin wordt (heel) duidelijk gemaakt dat niet Johannes twijfelde, maar dat hij zijn twijfelende leerlingen naar Jezus stuurt (‘bij Hem moeten ze zijn’), hieronder een gedeelte uit het derde (slot)artikel:

Ten slotte: Mijn voorkeur van uitleg is weergegeven in bovenstaande citaten, met uitzondering van – NB! –  Kohlbrugge. Zijn weergave begrijp ik goed binnen het kader van zijn theologie en – in het spoor van Luther – van zijn accenten op de aanvechtingen van de gelovigen. Maar ik begrijp hem niet wanneer hij zich (bij de uitleg van Lukas 7 : 18-23) distantieert van de Vroege Kerk, van Luther en van Calvijn. Verkeerde hij in een moedeloze bui? Als ‘geheiligde in Christus Jezus’ (zie citaat 4 – citaat hier niet opgenomen) was zelfs hij niet onfeilbaar wat de uitleg van de Heilige Schriften aangaat.
Toen ik bij herhaling constateerde dat men in brede kring van (deze en andere) Bijbelwoorden een psychologisch verhaal maakt, voelde ik mij gedrongen tot een speurtocht in de historie van de verklaring van de vraag van Johannes. Ik had niet verwacht dat Kohlbrugge in deze kwestie niet doet wat hij doorgaans wel pleegt te doen: via Luther en Calvijn teruggrijpen op de Vroegchristelijke Kerk.
Laten wij – (mee) als leerlingen van Kohlbrugge – in praktijk brengen wat de Doper bij herhaling sprak: ‘Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt!

(1) Johannes de Doper vulde dat heel praktisch in wanneer de mensen hem vroegen wat dat verkeerde nalaten en goede doen dan wel betekenen moest in hun leven. (Zie Lukas 3 : 10-21)
(2) De Farizeeën en Schriftgeleerden die wilden dat niet erkennen en lieten zich niet dopen. Zij kwamen er ‘theologisch’ niet uit wat ze met Johannes en zijn prediking en doop aan moesten. (Zie Lukas 7 : 18-35)
(3) Die (h)erkenning van Jezus als dé Messias was natuurlijk voluit het werk van de heilige Geest in Johannes’ hart en (geloofs!)ogen. (Zie o.a. Lukas 1 : 80).
(4) Ons geloof in Jezus en onze (dagelijkse) bekering tot Hem in onze levenspraktijk is ook voluit een werk van de heilige Geest wat Hij niet doen wil zonder dat we dagelijks luisteren naar Gods Woord (ons dagelijks ‘Manna verzamelen’ en nuttigen) onder dankzegging en gebed. (Zie o.a. Lukas 10 : 38-42)

Slotopmerking: Gold en geldt niet ook voor Israël en de christelijke Kerk (van nu): Hij, Jezus Christus (Zijn inbreng), moet groter worden, wij (onze inbreng) minder?! (Zie o.a. Lukas 10 : 38-42)

Bron eerste citaat:  Dag in Dag uit 2020 – Meditatie 6 mei – Leger des Heils | Ark Media
Bron tweede citaat: Ecclesia nr. 8 – april 2020 – ‘Johannes de Doper en Jezus‘ – Dr. M. Verduin (Zeist)

Bron afbeelding: Middle Town Biblechurch

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Babaylon op zoek naar gerechtigheid…

naar de Weg, de Waarheid en hét Leven

(…) 26 Uit één mens heeft Hij de hele mensheid gemaakt, die Hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft hij een tijdperk vastgesteld en hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald. 27 Het was Gods bedoeling dat ze Hem zouden zoeken en Hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is. 28 Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Of, zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: “Uit Hem komen ook wij voort. (Uit Handelingen 17, NBV)

Citaat 1: Die laatste vraag ligt ten grondslag aan de Babylonische theodicee. Als er een god is, als er zelfs goden zijn, hoe kan het dan dat ik word onderdrukt door anderen, vraagt een van de twee sprekers. Dat zou nog mogelijk zijn als hij iets verkeerd had gedaan; dan was het wellicht een rechtvaardige straf, maar als je niets verkeerd hebt gedaan, waarom dan toch lijden?
Het is een vraag die zo centraal staat in Babylon dat er zelfs een hele periode in de Babylonische geschiedenis naar is vernoemd: Mina-arni, ‘Waar ben ik schuldig aan’.
Wat te doen als de wereld onrechtvaardig is? De hoofdpersoon uit de Theodicee besluit om zich te onttrekken aan de onderdrukking, en ook aan zijn plichten tegenover zijn naasten en stadsgenoten. Als een zwerver, een vagebond zal hij de wereld van de mensen verlaten en gaan rondtrekken. Zijn gesprekspartner vindt dat ongepast: die hele sociale wereld, alle instituties, zegt hij, zijn ons mensen door de goden gegeven. Die wereld verlaten betekent de goden beschimpen. Dat is blasfemie.

Citaat 2: Alle woorden zijn tenslotte ijdel. De slaaf zegt overtuigend dat je het een moet doen, om daarna even overtuigend te beargumenteren waarom je het juist niet moet doen. Alle pogingen om het leven zin te geven worden ondermijnd als de slaaf de willekeur ervan aantoont. Zelfs op de rede kun je je niet verlaten als het om het goede gaat.

Citaat 3: Wat het Gilgamesj-epos laat zien is, dat wijsheid geen inzicht is dat los verkregen kan worden. Ze bestaat niet uit tien leefregels die in steen gehouwen kunnen worden en die overgedragen kunnen worden aan een ander. Wijsheid maakt deel uit van een leven en komt tot stand door een rite de passage: Gilgamesj moest eerst de wereld verzaken en naar de onderwereld gaan om onsterflijkheid te zoeken, waarna hij gelouterd terugkeert naar zijn stad en naar het leven. ‘Hij die de Diepte zag, het fundament van het land/ [die] alles wist, was wijs in alle zaken!’ – zo luiden de eerste regels van het Gilgamesj-epos.

Citaat 4: Die weg, die onwijze weg, is de enige grond om in wijsheid te leven. Een andere – filosofische of religieuze – motivatie is er niet, ook niet bij Gilgamesj. Het leven is en blijft absurd, zo moet Gilgamesj ook weten. Toch kiest hij voor zijn leven, en dat van zijn stadsgenoten.

Opgemerkt: Lees het antwoord van God Zelf in de Bijbel. Hoe Hij Abraham laat rondtrekken als een pelgrim, hoe Hij een onderdrukt slavenvolk bevrijdt en leidt door de woestijn, hoe duidelijk gemaakt wordt dat het bevrijde volk het met ‘de tien leefregels’ niet redden zal en niet redt in ‘het beloofde land’, hoe de ‘ijdelheid’ van heel het leven bezien wordt door ‘de Prediker’ en wat tenslotte o.a. de apostel Johannes uitroepen en verkondigen mag (Zie Johannes 1 : 1-18 en 1 Johannes 1).

Bron citaten: Filosofie Magazine (via Blendle) – ‘De onwijze weg‘ – Auteur Florentijn van Rootselaar

(1) Hoe absurd en onrechtvaardig het leven ook kan zijn, de Mesopotamische beschaving had er een antwoord op. Verzaak de wereld en keer gelouterd terug. Wat is wijsheid? Geen vraag was tekenender, maar ook kwellender voor de beschavingen tussen de Tigris en de Eufraat, een gebied dat ooit bekendstond onder de naam Mesopotamië – tegenwoordig kennen we het als Irak. Schriftgeleerden in steden als Babylon en Ninive griften de antwoorden op die vraag met riethalmen in kleitabletten, vanaf 2600 v oor Christus tot het eind van de Mesopotamische beschaving tegen het begin van onze jaartelling. De antwoorden hadden vaak de vorm van een verhaal, waarvan het Gilgamesj-epos het beroemdste en ook het meest aangrijpende is.

Bron afbeelding: Shutterstock

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Wanneer ‘rampen’ ons treffen…

Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil:
niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en
nederig de weg te gaan* van je God.‘ (Micha 6 : 8, NBV)
* ootmoedig te wandelen met uw God. (NBV, HSV)

Bezinning op onze levensstijl!

Toen Job rampzalig werd getroffen riep hij niet: ‘dit is een ramp en hoe komt dit ooit weer goed en hoe gaan we (of God) dit zo snel mogelijk weer goed maken’, maar hij zei als eerste: God heeft gegeven, God heeft genomen, de Naam van God zij geloofd.

Dat geldt nu ook voor onze samenkomsten: ze waren ons gegeven met alle goeds wat daarbij hoort: het samen zoeken van en samenzijn voor Gods aangezicht, de Goddelijke zegen-groet en de gebeden, het samen zingen en de verkondiging en het inzamelen van geld voor de armen. Die zorg voor de armen was het enige dat de ‘leidinggevenden’ van de gemeente in Jeruzalem de ‘heidengemeenten’ wilden ‘verplichten’ (zie Galaten 2 : 10).

Dat we nu voorlopig geen gemeentelijke samenzang hebben is verdrietig (zie onderaan ‘Aanleiding blog’), maar het lijkt me niet goed om daar krampachtig oplossingen voor te zoeken en creëren. Zeker in de gezinssfeer zal men daar voorzichtig mee hebben te zijn wanneer men dat plots zou willen invoeren, vooral wanneer er al wat grotere kinderen zijn (pubers) die dat helemaal niet kennen.

We zullen geduld moeten hebben en oefenen. Jakobus stelt het geduld van de profeten (en Job) ons ten voorbeeld (Zie Jakobus 5). Die profeten moesten het volk ook wel eens zeggen dat God genoeg had van al die liederen die voor Hem gezongen werden en allerlei ander ‘vroom gedoe’* waarmee ze druk waren en dat ze dat inmiddels beter maar konden nalaten als ze toch niet van plan waren om zich te bekeren tot een andere levensstijl, waarbij recht doen en zorg voor verdrukten en armen als eersten genoemd werden!
* Zie bijv. Jesaja 58

In de samenkomsten van de gemeente zal de zorg voor de ander (broeder en medemens) voorop dienen te gaan/staan. Dát is minder ‘onopgeefbaar’ dan het eren van God met onze lofzangen en het dáár dienen van de gemeente met de verkondiging van Gods Woord en het bedienen van de sacramenten. We horen dit o.a. in de woorden van Psalm 50 en in de woorden van Galaten 2 : 10 en in de woorden van Paulus aan Timoteüs wanneer hij hem en ons schrijft:

Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, ​gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker, Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.‘ (2 Timoteüs 2 : 1-4)

Aanleiding blog:  RD Muziek – ‘Column: het sneuvelen van de lofzang is een regelrechte ramp’  door Jaco van der Knijff.

(…) 1 En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt. 2 Uw rijkdom is verrot en uw ​kleding​ is door de mot aangevreten. 3 Uw goud en zilver is verroest, en die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw lichaam verteren. U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt. 4 Hoor de klacht van het loon dat u de arbeiders die uw velden maaiden hebt onthouden. Het geroep van de maaiers is tot de ​Heer​ van de hemelse machten doorgedrongen. 5 U hebt op aarde in weelde gebaad en losbandig geleefd, u hebt uzelf vetgemest voor de slachttijd. 6 U hebt de rechtvaardige veroordeeld en vermoord, en hij heeft zich niet tegen u verzet. (Uit Jakobus 5)

Bron afbeelding:  SlideShare (How to live your Faith)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Bijbelwijs of wereldwijs…

De wet (leidraad/onderwijzing) van de HEER is volmaakt: levenskracht​ voor de mens.
De richtlijn van de HEER is betrouwbaar: wijsheid voor de eenvoudige.
(Psalm 19 : 8)

De mens/wetenschapper als wezen zonder leidraad*

Oftewel: de mens als ‘ongeleid projectiel’ waarvan men niet weet waar en wat voor schade deze zal aanrichten!

Citaat 1: Darwin bewees twee belangrijke ideeën: dat soorten aan elkaar verwant zijn en dat ze evolueren door natuurlijke selectie. Voor de mens is bewezen dat hij een gemeenschappelijke voorouder deelt met mensapen zoals de bonobo en de chimpansee.
Citaat 2: Daaruit volgen enkele filosofische conclusies. Een eerste is dat er wetenschappelijk gezien geen enkele aanwijzing is om in een natuurlijke doelgerichtheid te geloven. De bedenker van de doeloorzaak (‘causa finalis’) is Aristoteles: God is de onbewogen beweger, die al wat bestaat tot een hoger doel aanspoort. De essentie van de boom zit reeds in het zaad, de doeloorzaak veroorzaakt de ontwikkeling.
Citaat 3: Darwins ideeën hebben een duizelingwekkende kracht.
Citaat 4: Darwins theorie geeft ook opdrachten: als dier heb ik een beladen erfenis, die ik het best zo goed mogelijk begrijp. Maar die erfenis bepaalt me ook niet helemaal. Als mens moet ik zelf doelen formuleren. En Darwins theorie beantwoordt wel een fundamentele oorsprongsvraag, maar ze biedt daarvoor geen leidraad, zoals de oorsprongsverhalen in Heilige Schriften of mythen wel doen.

Opgemerkt:  Dus wordt niet Aristoteles denken en ook niet ‘het verhaal’ in/van de ‘Heilige Schriften’ maar de theorie van Darwin de leidraad voor ons leven en zoals de schrijfster zelf al aangeeft bevat dat geen leidraad…

* Een leidraad is een handleiding of gebruiksaanwijzing, maar kan ook een richting aangeven voor iemand. Een synoniem is richtsnoer. Bij het kopen van een apparaat kan men een leidraad oftewel gebruiksaanwijzing volgen om te begrijpen hoe het werkt.

Bron citaten: Knack (via Blendle) – ‘Maakt het uit dat ik een dier ben?‘ – door Tinneke Beeckman

Bron afbeelding:  BibleWise

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst
Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie