Waarom Luther nog aan het Woord laten… (VI)

(…) 3 Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? 4 We zijn door de doop in Zijn dood met Hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. 5 Als wij delen in Zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. 6 Immers, we weten dat ons oude bestaan met Hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. 7 Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. 8 Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven, 9 omdat we weten dat Hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over Hem. 10 Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu Hij leeft, leeft Hij voor God. 11 Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. (Uit Romeinen 6)

Vaste hoop tegen de zonde…

Geciteerd: In de hoofdstukken negen, tien en elf van de brief aan de Romeinen leert Paulus ons over de eeuwige verkiezing van God. Namelijk, over het oorspronkelijke besluit van God, waaruit voortvloeit wie geloven of niet geloven zal, van zonden verlost of niet verlost kan worden. Daarmee is het volledig uit onze handen genomen en ligt het alleen in Gods hand of we rechtvaardig worden.

Dit is ook allerhoogst noodzakelijk, want we zijn zo zwak en onzeker, dat er zeker geen mens zalig werd, als het van ons zou afhangen. De duivel zou de mensen – daar hoef je niet aan te twijfelen – allemáál overweldigen. Maar omdat God zo getrouw is, dat Zijn verkiezing niet faalt of iemand die kan weren, daarom hebben wij nog hoop tegen de zonde.

Maar nu moeten we eerst de mond stoppen van die twistzieke en hoogdravende geesten, die eerst bij hun verstand te rade gaan en met hun verstand opklimmen naar de hemel en daar beginnen om de afgrond van de Goddelijke verkiezing te onderzoeken. (1) Ze zijn – maar geheel tevergeefs – bekommerd om te weten of ze uitverkoren zijn of niet. Ja, die moeten vanzelf weer neerstorten: óf ze vervallen tot wanhoop óf ze worden helemaal ongevoelig en onverschillig.

Die echter de volgorde van deze brief van Paulus verstaan, bekommeren zich éérst over Christus en het evangelie, en wel dat je in de eerste plaats kennis van je zonde én kennis van Gods genade hebt. Daarna komt dat je tegen de zonden strijdt, zoals het eerste tot het achtste hoofdstuk je hebben geleerd.

Wanneer je dan tot aan het achtste hoofdstuk gekomen bent, onder kruis en lijden, dan zal het heilige kruis je in hoofdstuk negen tot elf wel goed onderwijs geven over de uitverkiezing, namelijk hoe vol troost deze leer is. Want zonder lijden, kruis en doodsangsten kun je de verkiezing niet zonder schade en verborgen opstand tegen God overdenken.

Daarom moet Adam eerst goed dood zijn (2), voordat je dit kunt verdragen en deze sterke wijn kunt drinken. Daarom, pas er voor op, dat je niet van deze wijn drinkt wanneer je nog een zuigeling (3) bent. Er is een zekere maat, tijd en leeftijd voor ieder leerstuk.

Maarten Luther: Aus der Bibel 1546. Vorrede auf die Epistel S. Pauli an die Römer, vgl. WADB 7, 23, 26 – 25,10

(1) Opgemerkt AJ: De heilige Geest heeft het niet nodig gevonden om het Evangelie ons aan te bieden in de vorm van leerstukken. De nalatenschap van Maarten Luther valt te karakteriseren als het in alle eenvoud steeds weer het troostvolle Evangelie verkondigen, opdat wat voor ‘(wereld)wijzen en verstandigen’ (waaronder Schriftgeleerden!) verborgen is gehoord (‘onthuld aan’) en geloofd zou worden door ‘de eenvoudigen’. (Zie o.a. Matteüs 11 : 25-26 en 1 Korintiërs 1 : 18-31)

(2) En die ‘eerste Adam’ (in ons) is gedood – zie Bijbeltekst uit Romeinen 6 bovenaan – en door het geloof weten wij ons met Christus, de ‘tweede Adam’,  opgewekt tot een leven uit en door het geloof – zie ook Bijbeltekst uit Kolossenzen 3 onderaan.

(3) Opgemerkt AJ:  Let er dus goed op dat Luther zegt dat we als zuigeling het Evangelie ontvangen! En zoals we weten hebben zuigelingen niets van zichzelf in te brengen en over zichzelf te vertellen, maar worden ze aan de moederborst gelegd en daar ontvangen ze verlangend en dankbaar de zuivere/onvervalste moedermelk en groeien ervan tot ze ook vast voedsel kunnen verdagen! Petrus geeft de jonge gemeenten zelfs de opdracht tot dit verlangen (1 Petrus 2 : 2) en dit verlangen hoort er zelfs bij ieder levenslang te zijn. Ook wanneer we zo ver gekomen zijn dat we vast voedsel verdragen.
Hierbij past wel het beeld van de kerk als moeder. Welke belangrijke taak hebben de voorgangers/opzieners in een gemeente om helemaal dienstbaar te zijn aan het Woord en dus in het doorgeven van de zuivere en onvervalste moedermelk zonder (eigen) aanlenging! Daar hebben ze echt ‘hun handen’ vol aan (en mee – als het goed is!) in de gemeente! En dat verkondigde Woord van God zal in de harten en levens van de hoorders teweeg brengen al wat God behaagt en niet de visie en aanpak van voorgangers en hun kerkenraden en commissies!

 Psalm 131 – Ootmoedige overgave
1 Een bedevaartslied. Van David.
Here, mijn hart is niet hovaardig,
mijn ogen zijn niet trots;
ik wandel niet in grootse dingen,
noch in dingen die te wonderbaar voor mij zijn.
2 Immers heb ik mijn ziel tot rust en stilte gebracht
als een gespeend kind bij zijn moeder;
als een gespeend kind is mijn ziel in mij.
3 Israël hope op de Here
van nu aan en voor immer.

Als u nu met ​Christus​ ​opgewekt​ bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar ​Christus​ is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God. Wanneer ​Christus​ geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.’ (Kolossenzen 3 : 1-4)

Bron citaat:  Mijn enige troost – 365 dagen met de Heildelbergse Catechismus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden – Den Hertog Uitgeverij.

Zie ook:  Waarom Luther nog aan het Woord laten…(I), (II), (III), (IV), (V).

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Waarom Luther nog aan het Woord laten… (V)

Door Uw toorn is niets aan mijn lichaam nog gaaf, door mijn zonden is niets van mijn gebeente nog heel. Mijn schuld steekt hoog boven mij uit, als een zware last, te zwaar om te dragen.‘ (David in Psalm 38 : 4-5)

[Over de sleutels, 1530, vervolg]

Wie zonder zonde is…

Geciteerd 1: Deze lieve Man, de trouwe en hartelijke Bisschop [Opziener] van onze ziel, Jezus Christus, heeft goed gezien dat Zijn lieve christenen vol gebreken zouden zijn, en daarbij door de duivel, vlees en wereld dikwijls en zonder ophouden zouden worden aangevochten. Bovendien dat zij soms ook zouden vallen en zondigen.

Daartegen heeft Hij dit medicijn ingesteld: de sleutel die bindt, opdat wij niet vrijmoedig, roekeloos, onbeschaamd en onbekommerd zouden doorgaan in de zonde. De sleutel die losmaakt: dat wij ook in de zonde niet zouden hoeven te wanhopen, maar in het midden tussen roekeloosheid en radeloosheid in ware deemoed en vertrouwen staande zouden blijven, opdat wij op alle manier rijkelijk verzorgd zouden zijn.

Die niet zondigt (wie zondigt er niet?), heeft het openbare Evangelie, wie echter in zonde valt, die heeft het Evangelie én de sleutels.

[Onderwijzing van de visitatoren aan de predikanten, 1528]

Geciteerd 2: Het zou ook goed zijn als men de straf van de goede christelijke ban, waarover geschreven staat in Mattheüs 18 (vgl. vers 17 vv), niet helemaal in onbruik laat komen. Daarom mogen degenen die in openbare zonden leven, zoals echtbreuk, dagelijkse overdaad en dronkenschap en dergelijke zonden meer, en dit niet willen nalaten, niet tot het heilige sacrament worden toegelaten. Toch moeten zij daarvóór verscheidene keren vermaand worden zich te beteren. Daarna als zij zich niet beteren, mag men hen de ban aanzeggen.

Deze straf moet ook niet veracht worden, want omdat het een door God geboden vloek is over de zondaren, mag men die niet minachten. Deze vloek is niet zonder gevolgen, zoals Paulus in de eerste brief aan Korinthe, iemand die met zijn stiefmoeder sliep, heeft overgegeven aan de satan tot verderving van het vlees, opdat de geest zalig zou worden op de dag van de Heere Jezus (vgl. 1 Korinthe 5 : 5).
Zij die in de ban gedaan zijn, mogen echter wel onder de prediking komen, want daar laat men ook ongelovigen en heidenen toe. (1)

Maarten Luther: Von den Schlüsseln, 1530, vgl. WA 30.2, 504,12-24; Unterricht der Visitatoren an die Pfarrherrn, 1528, vgl. WA 26,233,24-35

(1) Opgemerkt AJ:  Onze Heer Jezus Christus zegt: zo iemand zij u als een heiden en de tollenaars (zie Matteüs 18 : 17). Dat betekende/betekent dat men gewoon en vriendelijk met zo iemand om kon/kan blijven gaan in de dagelijkse praktijk van het leven, maar dat men zulke mensen niet meer als een vriend in huis nodigde, dus zoals de Joodse mensen van Zijn tijd als regel omgingen met heidenen en tollenaars. De tollenaars kwamen zeker ook in de synagogen. Het waren vrome Joden en veel van hen hadden zich door Johannes de Doper laten dopen.

Bron citaat:  Mijn enige troost – 365 dagen met de Heildelbergse Catechismus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden – Den Hertog Uitgeverij.

Zie ook:  Waarom Luther nog aan het Woord laten…(I), (II), (III), (IV)
en ook:  De Goede Herder onmisbaar…

Wie zonder geloof is…

God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.‘ (Johannes 3 : 17-18)

Bron afbeelding:  Pinterest (Pin on Word of God)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

De Goede Herder onmisbaar…

De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.*
(Psalm 23 : 1)

Van dr. Maarten Luther (1536)
Op een avond na gebed aan de eettafel uiteengezet.

Psalm 23 (5)

(…) ‘De weide waar Christus Zijn schapen voedt, is ook het dierbare Evangelie, waardoor onze zielen worden gevoed en gesterkt, bewaard voor dwaling, getroost in alle verleidingen en verdriet, beschermd tegen de wanhoop en macht van de duivel, en ten slotte gered van alle behoeften en nood.

Maar Zijn schapen zijn niet allemaal even sterk; voor een deel zijn ze nog steeds verloren, her en der verspreid, gewond, ziek, jong en zwak. Hij wijst ze om die reden niet af, maar besteedt er eigenlijk meer aandacht aan en zorgt ook ijveriger voor ze dan voor anderen die – menen dat ze (AJ) – sterk en gezond zijn.

Zoals de profeet Ezechiël zegt in zijn vierendertigste hoofdstuk (Ezechiël 34 : 16): Hij zoekt de verlorenen, brengt de verdwaalde terug, verbindt de kreupelen, versterkt de zieken. En de jonge lammeren die net zijn geboren, zegt Jesaja (40 : 11), Hij zal in Zijn armen nemen en ze dragen zodat ze niet moe worden, en zal voorzichtig de dieren leiden die drachtig zijn of jongen zogen. (…)

Mijn vriend(en), als we werkelijk onszelf kunnen leiden en weiden, onszelf kunnen beschermen tegen dwaling, genade en vergeving van zonden ontvangen door onze eigen verdiensten, de duivel weerstaan en alle tegenslagen doorstaan, en ook zonde en dood overwinnen – dan moet de hele Schrift een leugen zijn omdat deze van ons getuigt dat we verloren, verstrooide, gewonde, zwakke en weerloze schapen zijn.

Dan hebben we ook geen Christus nodig als Herder die ons zou zoeken, bijeenbrengen en leiden, onze wonden verbinden, over ons waken en ons altijd weer beschermen tegen de duivel. Dan heeft Hij ook tevergeefs Zijn leven voor ons gegeven. Zolang we al deze dingen kunnen doen en verwerven door eigen kracht en vroomheid, hebben we de hulp van Christus helemaal niet nodig.”

Maarten Luther: Dr.Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 51, S. 271 ff (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, vol. 12, p. 147 ev)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente | Plaats een reactie

Waarom Luther nog aan het Woord laten… (IV)

Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding;
verdriet dat de wereld geef leidt alleen maar tot de dood.
(2 Korintiërs 7 : 10)

[Over de sleutels, 1530, vervolg]

Het Woord vraagt ons om het ‘geloof alleen’!

Geciteerd: Dit zijn dan de twee stukken of ambten die allebei zeer nodig zijn en waarvoor men God nooit genoeg kan danken. Want de sleutel die bindt, of die de zonde verdoemt, hoewel die voor het vlees verschrikkelijk is en een verdriet is voor de zondaren, is toch bovenmate nuttig en goed. En wel, opdat zij zichzelf niet al te onbeschaamd en bandeloos in hun zonden verderven, maar voor de straf vrezen en zich ten slotte bekeren.

Ook als de sleutel die bindt er niet was, konden de christenen nergens meer veilig zijn, en moesten zowel de sleutel die bindt als de sleutel die losmaakt, Evangelie, geloof en kerk te gronde gaan. Want als er geen straf of vrees [= geen gezag van het Woord] meer is, dan zullen de ware christenen vanwege de valse christenen geen rust hebben en geen schuilplaats meer kunnen vinden.

Daarom is deze ijzeren en harde sleutel een grote troost, beschutting, muur en burcht voor de vrome christenen. Daarnaast is het voor de zondaren een heilzaam medicijn tot nut en deugd. Daarom moeten wij terecht, zowel de ene als de andere sleutel uit de grond van ons hart liefhebben, kussen en omhelzen als twee onuitsprekelijk grote schatten van onmetelijke rijkdom voor de ziel. Hieruit ziet u dat de leer der sleutels een zeer belangrijke aangelegenheid is.

Wij zien hier ook dat de sleutels niet op onze werken gegrond zijn. Bovendien zeggen deze sleutels niets over werken van genoegdoening [betaling voor de zonden], maar zij eisen het geloof.
Want de sleutel die bindt, wil slechts dat men zijn dreiging en oordeel gelooft, en daardoor voor God vreest. Wie deze sleutel gelooft, die heeft met dit geloof aan deze sleutel voldaan.
De sleutel die vergeeft, wil dat men zijn troost en vrijspraak gelooft en daardoor God liefheeft – een vrolijk, gerust en vredig hart ontvangt – wie dit gelooft, die heeft aan deze sleutel voldaan.

Er is verder geen ander werk, dan alleen het geloof dat de sleutels eisen.

Maarten Luther: Von den Schlüsseln, 1530, vgl. WA 30.2,458, 5-33 (verkort)

Opgemerkt:  Dit zal iedere pastor en broeder en zuster (ook in professioneel werk zoals bijvoorbeeld de gezondheid- en verslavingszorg) goed voor ogen hebben te houden bij het omgaan met ‘gelovige zondaren’ in de gemeente. Want zodra wij ons boven die ‘gelovige zondaren’ verheffen en hen ‘ónze normen’ en ‘ónze maatregelen’* gaan opleggen, dan geven wij er blijk van niet te beseffen dat ook een (o.i.!) ‘voorbeeldig christenleven’*  puur een genadegave is en dat wij dat juist vooral zullen laten blijken door de manier waarop wij omgaan met ‘de zondaren’ onder Gods volk. Was dat niet wat onze Heer Jezus Christus de zich voorbeeldig wanende leiders van Gods volk steeds weer duidelijk gemaakt heeft, maar waarin ze Hem desondanks niet begrijpen en/of volgen wilden?!
* Juist wanneer wij meer en meer thuisraken in Gods Woord gaan we zien hoeveel hoger de lat van de liefde ligt dan wat wij ervan in praktijk brengen. Ons besef van dagelijks mee schuldig staan – niet alleen in persoonlijke schuld, maar ook in gezamenlijke (‘historische’) schuld  (familiair, huwelijk en gezin, gemeente en wereld) – tegenover God en onze medemensen wordt alleen maar groter en dat wil God ook gebruiken om wijs en mild met anderen om te gaan en om hen net zo geduldig en vergevingsgezind te benaderen als dat wij willen dat God ons deed en doet. En het Woord vraagt en werkt Zelf/zelfs de liefde tot onze (persoonlijke) vijanden in het hart!

Bron citaat:  Mijn enige troost – 365 dagen met de Heildelbergse Catechismus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden – Den Hertog Uitgeverij.

Zie ook:  Waarom Luther nog aan het Woord laten…(I), (II), (III)

Bron afbeelding:  King James Version Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Waarom Luther nog aan het Woord laten… (III)

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: Ik ben met jullie* tot aan de voltooiing van deze wereld.‘ (Matteüs 28 : 19-20)

* Lees dit als: Ik zal dit door de heilige Geest gewerkte en opgestelde getuigenis (oor- en ooggetuigenverslag van de discipelen/apostelen!) Mijn werk laten doen en zegenen tot aan de voltooiing der wereld.

Tucht: het Woord moet het doen!

[Over de sleutels, 1530]

Geciteerd: Blijf bij de woorden van Christus en laat uw eigen gedachten varen, en wees zeker dat God geen andere manier wil hebben om de zonden te vergeven dan door de prediking van Zijn Woord, dat Woord heeft Hij aan ons bevolen (vgl. o.a. Markus 16 : 15-16).

Wanneer u de vergeving niet in het Woord zoekt, waarin God haar heeft gelegd, dan zult u tevergeefs naar de hemel staren voor genade, of – zoals sommigen zeggen – naar de ‘innerlijke vergeving’ zoeken. Dan spreekt u zoals de geestdrijvers en de paapse geesten, die hoewel zij het Woord horen en de sleutels hebben, de vergeving missen: ‘Er moet nog wat anders komen dan het Woord en de sleutels, de Geest, de Geest, de Geest moet het doen [en het aan ons bekendmaken].’

Hoort u goed wat ik zeg? Wij zeggen nu niet wie de vergeving krijgt en wie zij niet krijgt, dat is een ander verhaal, maar wij zeggen hoe en waardoor men de vergeving krijgt. Wij weten ook wel dat niet allen de vergeving krijgen die het Woord horen, maar dit weten wij evenwel ook: dat wie vergeving zal krijgen, die kan en moet deze vergeving nergens anders krijgen dan door en in het Woord. Wij moeten het Woord niet verachten of voor vruchteloos houden omwille van de verkeerde mensen die deze vergeving in het Woord niet aannemen.

Het is niet de schuld van het Woord, maar van hun ongeloof. Paulus vraagt: ‘Zou nu hun ongeloof Gods Woord tenietdoen of vruchteloos maken?’ (vgl. Romeinen 3 : 3). Krijgen zíj het niet, dan krijgen anderen het wel. Want dit staat vast: dat God de zonde wil vergeven, Zijn genade en Geest geven, door Zijn uitwendige mondelinge Woord, het Woord der prediking dat Hij aan ons heeft bevolen.

Nu mag niemand een andere weg of manier zoeken, of hij is voor eeuwig verloren. Want Christus liegt niet als Hij zegt: ‘Wat de apostelen binden of ontbinden, zal gebonden of ontbonden zijn’ (vgl. Mattheüs 18 : 18). De apostelen zijn mensen en spreken mondeling, of anders gezegd: zij binden en ontbinden nog door de mondelinge prediking. (1) Dat betekent gebonden of ontbonden zijn in de hemel. Houd u daaraan!

Maarten Luther: Von den Schlüsseln, 1530, vgl. WA 30.2,455,37 – 456,24

(1) Het is het Woord van God Zelf, zoals dat de gemeente(n) van Jezus Christus door de verkondiging van de apostelen geschonken is dat overal waar het gepredikt wordt mensen harten binden of ontbinden zal. De doorgaande zuivere bediening van Gods Woord en ook van de Sacramenten, dat zijn de middelen van opvoeding, genezing en tucht in de gemeente. En die bediening vindt niet alleen plaats in de samenkomsten van de gemeenten maar overal waar ‘oudsten’ en/of gemeenteleden elkaar wijzen op en ‘houden aan’ het onderwijs van Gods Woord of waar het Evangelie verkondigd wordt aan ‘de wereld’ buiten de gemeente.

Bron citaat:  Mijn enige troost – 365 dagen met de Heildelbergse Catechismus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden – Den Hertog Uitgeverij.

Zie ook:  Waarom Luther nog aan het Woord laten…(I), (II)

Bron afbeelding:  King James Bible

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie

Geen zwijnenstal maar schaapskooi!

Volg de weg van Christus Jezus, nu u Hem als uw Heer aanvaardt hebt. Blijf in Hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is
en wees vervuld van dankbaarheid.‘ (Kolossenzen 2 : 6-7)

Geciteerd 1: Meestal zijn ze in de twintig, getrouwd en met kinderen. Eerst willen jongvolwassenen alles aftasten – er is zoveel te verkennen. Het vanzelfsprekende is er vaak af. Geen mens doet meer belijdenis omdat het moet van de ouders, is ds. Middelkoops observatie.

Geciteerd 2: En vinden jongeren dat ze best christen kunnen zijn zonder naar de kerk te gaan? Dat ziet ds. Middelkoop in Middelharnis niet zo terug. Ook de andere predikanten herkennen het niet direct. ‘Men beseft: als ik niet naar de kerk ga, is het snel uit met mijn geloof,’ zegt ds. Foppen. ‘Daarom is corona ook zo’n ramp voor de kerk. Je hebt de diensten nodig.’

Geloven doe je vanwege de kerkdiensten?

Opgemerkt: Wat wij elkaar kunnen aanbevelen dat is om eens heel goed na te denken over de betekenis van deze Bijbelwoorden: ‘Niemand kan zeggen “Jezus is Heer”, dan door (toedoen van) de heilige Geest‘ (1 Korintiërs 12 : 1-3).

Wij zullen heel goed hebben te beseffen dat wanneer wij en onze kinderen/jongeren (jong volwassenen) zeggen te geloven in Jezus Christus als onze Heer en daarom ook lid van een gemeente/kerkgenootschap willen zijn en blijven, dat wij dat alleen kunnen zeggen en geloven door toedoen van de heilige Geest. Het is Zijn werk in ons geweest die ons en ook onze heel jonge kinderen al gelovig doet zeggen en beamen: Jezus is Heer.

En wanneer we zeggenJezus is Heer‘ horen we mensenkinderen DE WAARHEID erkennen en belijden en dat is niet het werk van ouders of predikanten of welke mensen dan ook, maar het werk van de heilige Geest!

Wanneer onze kinderen van hun ouders gehoord hebben wie hun broertjes of zusjes of hun opa en oma zijn of wanneer ze op school geleerd hebben 1+1=2, dan gaan we toch niet zeggen, ja dat heb je van je ouders of van de juf gehoord en geleerd, maar wacht maar tot je volwassen bent zodat je er zelf (ook) achter kunt komen en achter kunt staan dat dat waar is.

Zullen wij die onzinnige houding onze kinderen dan wel aanleren in ‘de kerk’. Wat een overwinning van Satan zou dat zijn over het eenvoudige onderwijs dat de Bijbel – Gods Woord, onze meest betrouwbare bron! – Gods kinderen in handen gegeven heeft, waardoor de gemeente van onze Heer ‘fundament en pijler der waarheid‘ is in deze wereld (zie 1 Timoteüs 3 : 15), tenminste wanneer zij het haar gegeven Woord bewaard en bedient samen met de sacramenten Doop en Avondmaal en er met jong en oud uit en naar leeft.

Wij zullen onze jongeren die zeggen te geloven en de kerk niet willen verlaten onder ogen brengen dat zij dan ook belijdenis van hun geloof zullen hebben af te leggen in het midden van de gemeente of ze moeten niet menen wat ze zeggen…
We gaan tegenwoordig toch zo prat op de mondigheid van onze jongeren?! Nou, dan zullen we die jongeren ook zonder schroom voorhouden dat Gods Woord en het/hun geloof hen verplicht omdat dan tenminste ook openbaar in het midden van de gemeente te belijden en ook dat ze dan voortaan horen aan te gaan bij het vieren van het Avondmaal.

Dat gezamenlijkverkondigen van de dood van onze Heer Jezus Christus‘ – Zijn sterven dat nodig was voor ons behoud – ‘totdat Hij komt‘ (zie 1 Korintiërs 11 : 26), dat hebben de gelovigen ‘broodnodig’ en zij kunnen maar niet doen alsof zij op eigen kracht wel lid kunnen blijven en hun kinderen laten dopen en opvoeden bij het Woord en ook werk doen ‘voor de kerk’ (voor de kerk?) ook zonder het doen van belijdenis en aangaan aan het Avondmaal.

Bron citaat: De Waarheidsvriend – ‘Belijdenis doen – Bewuste keuze‘ – door Esther Visser

PS.  ‘Verstaat gij ook hetgeen gij leest?Handelingen 8 : 30
We hebben wel gemerkt hoe weinig het volk en de jeugd van de preek leren als ze er geen specifieke vragen over krijgen. Waar kunnen we dat echter beter doen en waar is het meer nodig dan bij de voorbereiding van het Heilig Avondmaal?
Omdat wij de intentie hebben om christenen (=schapen!) op te voeden en mensen als christenen achter te laten en hun in het Heilig Avondmaal het lichaam en bloed van Christus aanreiken, willen en kunnen we dat aan niemand geven, die we vooraf niet gevraagd hebben wat hij geleerd heeft van de catechismus en of hij vergeving wil ontvangen voor de zonden die hij daartegen begaan heeft. Want we willen geen zwijnenstal maken van Christus’ kerk (=schaapskooi!) en iedereen zomaar zonder vragen te stellen aan het Heilig Avondmaal laten gaan, zoals we de zwijnen naar hun voerbak laten gaan.

Bron PS: Meditatie 26 september 2020checkluther-com – Luther Heritage Foundation

Bron afbeelding:  DailyVerses-net

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

‘Eensluidend getuigenis’…

Want gij zijt allen* kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.‘  (Galaten 3 : 26)
* Oud én jong!

Geciteerd: Niemand kan de aanklacht van de duivel in zijn geweten verdragen zonder speciale hulp en kracht. Hij is onderhoudend als hij discussieert (…). Hij kan mensen een waarheid voorhouden die niemand kan ontkennen, namelijk dat we gezondigd hebben. Daarvoor heeft hij twee getuigen die niemand kan bestraffen, namelijk Gods gebod en ons geweten. Hier kun je niet meer ‘nee’ zeggen. Maar als ik ‘ja’ zeg, zoals ik moet doen, dan ben ik ten dode opgeschreven en heeft de duivel me te pakken. Maar daarin ligt zijn leugen, dat hij me zover brengt dat ik ga twijfelen. En dan is het hoog tijd dat er redding en hulp uit de hemel komen, dat er bijvoorbeeld een broeder* bij je is met een gesproken Woord van God of dat de Heilige Geest Zelf in je hart komt (…) en zegt: ‘Het kan zijn dat de duivel je jawoord heeft gekregen. Keer je nu echter als Petrus om tot Christus, Die jouw jawoord met Zijn bloed heeft uitgewist zodat het je niet zal schaden.’ Dan kun je namelijk zeggen: ‘Zonder Christus ben ik een zondaar. In Christus ben ik geen zondaar. Want Hij heeft mijn zonden door Zijn bloed uitgewist.’

(…) 5 Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is? 6 Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. 7 Er zijn dus drie getuigen: 8 de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend.
9 Als we het *getuigenis van mensen aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen, dat zoveel meer gezag heeft, want het is het getuigenis dat God over Zijn Zoon gegeven heeft. 10 Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt Hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over Zijn Zoon gegeven heeft. 11 Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in Zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.
Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God. 14 Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat Hij naar ons luistert als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met Zijn wil. 15 En omdat we weten dat Hij naar ons luistert, wat we Hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben.
  (Uit 1 Johannes 5)

Opgemerkt: Wanneer we horen en dus weten kunnen dat de heilige Geest ons en onze kinderen naar Gods wil ons geschonken werd en wordt op ons gebed (voor en met onze broeders en zusters en onze kinderen) en dat het getuigenis van de Geest in ons hart eensluidend is met het (uitwendig) getuigenis van het water van onze doop en met het bloed dat getuigt via de ons geschonken wijn in de beker van het Avondmaal, hoe vast en zeker mogen wij dan weten door het geloof dat wij *allen deel hebben aan onze Heer Jezus Christus!
Wat een verschrikkelijk gegeven dat men in ‘de theologie’ aan dat Heerlijke eensluidende getuigenis afbreuk heeft gedaan en doet en mensen er van weerhoudt om het getuigenis van het water van hun doop en ook het getuigenis van het vergoten bloed van het Avondmaal te aanvaarden. Wee hen die afbreuk durven doen aan dat eensluidende getuigenis en maar blijven doorgaan om Gods kinderen in de gemeente van onze Heer Jezus Christus te bedreigen en te bedriegen met ‘hún theologie’.

Bron citaat:  checkluther-com – Meditatie 25 september 2020 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Meer geestelijke (spier)kracht ontwikkelen?

Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer,
de overwinning geeft‘ (1 Korintiërs 15 : 57)

Lezen:  Lukas 14 : 25-35 – over ‘Discipel/Volgeling worden van onze Heer Jezus Christus’.

Geciteerd: Ergens voor gaan betekent alles achter je laten. Niet meer omkijken en al je energie en inzichten inzetten voor wat je wilt bereiken. Je ziet het grote sporters doen: afzien en alles opzij zetten om maar op enig moment als eerste over de streep te komen, het hoogste te springen of de sterkste te zijn.
Maar daar gaat het niet om in de wereld die Jezus voor ogen heeft. Jezus vraagt om volgers die niet omkijken en alles willen inzetten om een beter mens (beter dan anderen? – AJ) te worden.
Dat klinkt radicaal en dat is het ook. Ergens voor gaan betekent nu eenmaal meer van je dan je in eerste instantie bereid bent te geven of denkt te kunnen geven. Maar Jezus weet dat je het kunt. En als je het nog niet durft, dan gaat Hij het je leren. Dan gaat Hij ons trainen en ontwikkelen we stapje voor stapje meer (spier)kracht.

Opgemerkt 1: Helaas worden we hier helemaal op het verkeerde been gezet. Wanneer Jezus roept dan zullen we alles achter ons laten en Hem volgen. Denk aan de roeping van de discipelen, Petrus zegt daar op een gegeven moment over: Heer wij hebben alles achter gelaten om u te volgen… En Jezus vraagt van de rijke jongeling (eerst) alles te verkopen om dan in zijn gevolg te komen (Zie Markus 10 : 28-31 en Lukas 18 : 18-30). En Jezus zegt vlak voor Zijn gevangenneming en kruisiging en/of vlak voor Zijn hemelvaart niet: Ik heb jullie nu genoeg getraind en jullie (spier)kracht is nu wel voldoende ontwikkeld om radicaal voor mij de wereld in te gaan, nee, Hij maant hen om te wachten op de uitstorting van de heilige Geest…
Ook bij de bekering van Joden en heidenen werd/wordt gevraagd om radicaal in het gevolg van Jezus te komen: door zich te laten dopen en door zich bij de gemeente van hun (nieuwe) Heer te voegen met alle gevolgen van dien.

Opgemerkt 2: Bij het (gaan) volgen van Jezus gaat er dus beslist niet om om betere mensen te worden en om daarbij meer (geestelijke spier)kracht te ontwikkelen. Dan zouden allerlei discipelschapstrainingen, christelijke huwelijks- en ouderschapstrainingen, kloosterretraites, etc. naast het leven in de gemeente onder de bediening van Gods Woord en de Sacramenten hoog nodig en eigenlijk onontbeerlijk zijn, maar ze zijn dat beslist niet! Christenen leren door een dagelijks leven bij Woord en gebed en door hun (samen)leven in de gemeente van Jezus Christus wat het zeggen wil: wanneer ik zwak ben (mezelf zwak weet), dan ben ik machtig; want dan zoeken we onze kracht door Woord en Geest bij Jezus Christus onze Heer Die ons van de Vader gegeven is én wordt tot ons behoud.

Bron citaat: Dag in Dag uit 2020 – Meditatie van 24 september – Leger des Heils | Ark Media

Bron afbeelding: YouTube (DailyVideoBible)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie

Waarom Luther nog aan het Woord laten… (II)

Moge God, Die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.
(Romeinen 15 : 13)

[Brieven van Luther*, 1522]

Het Woord moet het doen!

(…) De satan heeft hier in mijn kudde [te Wittenberg] veel kwaad proberen aan te richten, en wel zó dat het moeilijk was hem, zonder ergernis voor beide zijden, te weerstaan. Jij echter, wilt ook niet zien en toelaten dat er iets nieuws begonnen wordt door een opwelling of bevlieging van de gemeente. Alleen met het Woord moet dat bestreden en overwonnen worden.

Met het Woord moet datgene vernietigd worden wat de onzen zelf met geweld en opstand wilden ondernemen. Zozeer heeft de satan ze opgezweept! Ik verwerp zelf ook dat de mis voor een offer en een goed werk gehouden moet worden. Ik wil ze echter niet met mijn vuisten bestrijden of degenen die niet anders willen, of de ongelovigen, met geweld afhouden. Ik verwerp het alleen met het Woord.

Wie gelooft, die gelooft en volgt. Wie niet gelooft, die gelooft niet en gaat maar heen. Want tot het geloof en tot wat tot het geloof behoort, mag niemand gedwongen worden. Ieder moet door het Woord getrokken worden, zodat hij die gelooft, geheel vrijwillig tot ons komt.

Ik verwerp ook de beelden, maar alleen met het Woord, niet dat ze verbrand zouden worden, maar dat niemand zijn vertrouwen erop zou zetten, zoals het tot nu toe gebeurd is en nog steeds gebeurt. Ze zullen vanzelf vallen als het volk onderwezen zou worden en wist dat ze in Gods ogen waardeloos zijn.

Op dezelfde manier verwerp ik de wetten van de paus, de biecht, de communie, het bidden [van verplichte gebeden] en het [gedwongen] vasten. Echter alleen met het Woord, waarmee ik tegelijk hun gewetens vrijmaak. Wanneer die vrij zijn, kunnen zij ten slotte daarvan gebruikmaken ten dienste van de zwakken (1) die daarin nog verstrikt zijn.

Maarten Luther: Luthers Briefwechsel,Wittenberg 17. März 1522,vgl. WABR2,474,1-28

(1) Lezen Romeinen 14 en 15 : 1-13,  kerntekst: 14 : 16- 19

* Uit een brief aan Nikolaus Hausmann, nadat Luther in maart 1522 was teruggekeerd van de Wartburg. Er dreigde een algemene volksopstand en beeldenstorm. Luther heeft toen zijn Acht Sermone gepredigt zu Wittenberg in der Fastenzeit gehouden. De eerste dreiging was daarmee voorbij. Deze acht preken waren gericht tegen de eigenzinnige en radicale dr. Andreas Karlstadt. Karlstadt, die, toen Luther niet in Wittenberg maar op de Wartburg verbleef, de confrontatie zocht, meende dat nu het ogenblik gekomen was om de hervorming – naar zijn inzicht – in Wittenberg onder dwang uit te voeren. Vanuit Zwickau kreeg hij hulp van de dwepers en geestdrijvers, de z.g. Zwickauer profeten, die nu in Wittenberg de leiding in handen namen. Had Luther op de vrijheid in Christus gewezen, de dwepers wilden het hele leven onder nieuwe wetten plaatsen. In alles moesten de mensen zich naar de voorschriften van Karlstadt en de zijnen gedragen. Overal in Wittenberg heerste verwarring. Melanchthon was radeloos. Velen verlangden terug naar Luther.

Bron citaat:  Mijn enige troost – 365 dagen met de Heildelbergse Catechismus – Samengesteld en vertaald door H.C. van Woerden – Den Hertog Uitgeverij.

Zie ook:  Waarom Luther nog aan het Woord laten…(I), (III)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Over zielszorg gesproken…

Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem. Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. De farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.‘ (Mattheüs 9 : 9-13)

Economische of religieuze ‘normaliteit’?

Geciteerd 1: (1) ‘Psychiatrie is vanaf het begin, dat beschrijft Foucault, een dispositief om de maatschappelijke normaliteit te beheren. Zowel voor het individu als voor de maatschappij. Dat betekent dat psychiatrie altijd schatplichtig is aan de maatschappij waarbinnen ze functioneert. Maar maatschappijen zijn zeer verschillend op het vlak van normering. Je hoeft geen groot maatschappijcriticus te zijn om te zien dat economie bij ons centraal staat…

Geciteerd 2: (2) Twenge en Campbell spreken daarom van een narcistische epidemie en stellen dat we leven in een tijd waarin we vinden dat we overal recht op hebben – vooral op geluk in het hier en nu.

Geciteerd 3: (2) Dat is een spannende vraag: hoe verhoudt de gerichtheid op God zich tot de gerichtheid op mezelf? Is God er vooral voor mij, of ben ik er voor Hem? Gaat het om mijn geluk, om troost of geborgenheid („God is altijd bij je”), of ben ik gericht op Zijn eer, Zijn Naam en Zijn Koninkrijk? Een psychologisch gezonde balans is hier onvoldoende. Zonder het herscheppende werk van de Geest zijn we nergens.

Opgemerkt 1:of ben ik gericht op Zijn eer, Zijn Naam en Zijn Koninkrijk?’ Dat is blijkbaar de Bijbelse ‘normaliteit’, en daarbij klinkt dan ook nog: ‘Zonder het herscheppende werk van de Geest zijn we nergens.’. Wanneer dit zo kortweg gesteld wordt dan blijven we allemaal toch (weer) met een kater achter. Daarom het volgende:

Geciteerd 4: Mag je iemand wel een apostel noemen, die het volk niets anders voorhoudt dan zijn eigen dromen, menselijke constateringen en – religieuze en/of (AJ) – filosofische leerstukken? Nee, zo iemand is een dief, een moordenaar, iemand die de zielen bederft en wurgt. Hij is niet gezonden, maar komt uit zichzelf en dat zien de bekommerde en bange gewetens van de mensen heel goed. Want steeds als Gods Woord wordt verkondigd, zorgt het voor vrolijke, ruime en zekere gewetens, want het is toch het Woord van de genade en van de vergeving, een goed en zoet Woord. Als iemand echter mensenwoorden verkondigt, dan zorgen die voor een verdrietig, nauw en bevend geweten. Want dat is een Woord van de wet, van de toorn en van de zonden. Het laat zien wat de mens niet gedaan heeft en wat hij toch had moeten doen.

Opgemerkt 2:  Zie verder ook wat nog aan de orde gesteld wordt in deze blog serie: ‘Waarom Luther nog aan het Woord laten

(1) Paul Verhaeghe: De auteur is hoogleraar psychodiagnostiek in Gent, zijn essay over normaliteit en andere afwijkingen, is verhelderend en belangwekkend. Verhaeghe brak door bij het grote publiek met boeken als Autoriteit en Intimiteit.
(2) Hanneke Schaap-Jonker: De auteur is rector van het Kennisinstituut christelijke ggz (Kicg), onderdeel van Eleos en De Hoop ggz, en bijzonder hoogleraar klinische godsdienstpsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Bron citaat 1: De Correspondent – ‘Normaliteit. Paul Verhaeghe – in gesprek met Lex Bohlmeijer‘ (via Uitgeverij De Bezige Bij)
Bron citaat 2+3: RD Opinie – ‘Column: Narcistische epidemie‘ – door Hanneke Schaap-Jonker
Bron citaat 4:  checkluther-com – Meditatie van 22 september 2020 – Luther Heritage Foundation (Veenendaal)

Bron afbeelding:  myown42-com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin | Plaats een reactie