Over leiderschap en het hoeden van een schaapskudde… (I)

Gij leidde Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron.
(Uit Psalm 77 ver 21)

Geciteerd 1: Er zijn mensen die permanent in een schijnwereld leven, en dit kan ook een collectief verschijnsel worden voor heel de kerk…

Geciteerd 2: Toen de Here voor het zwakke slavenvolk het machtige leger van de Farao verzwolg in de golven, toen zongen ze: de HEER heeft het paard met z’n wagens in de zee geworpen. De Here! Maar toen deze mensen gezeten burgers geworden waren in een land vloeiende van melk en honing, en er wéér vijanden waren verslagen, toen zongen ze: Saul heeft z’n duizenden verslagen en David z’n tienduizenden! Hetzelfde lied op een nieuwe wijs? Nee, een heel ander lied. Het zijn nu mensen geworden, hún helden, die redding hebben gebracht. Over de HEER wordt volledig gezwegen, De namen van mensen klinken door de lucht… Saul en David. En toen werd Saul jaloers en boos omdat ze hem maar duizend gaven, en David tienduizend.

En dat is het begin geweest van onderlinge jalouzie en nijd, en de verschrikkelijke scheuring van de Oud Testamentische kerk. Zó gaat het, als de kerkmensen niet meer kleine, afhankelijke, gelovige mensen zijn, maar aan heldenverering doen, en de een van Saul en de ander van David, en een derde weer van iemand anders is. En als je dan zegt: de HEER!, dan ben je een dweper of hopeloos ouderwets. Dat is dan die schijnwereld in de kerk, die ik zo pas bedoelde, en wij zullen het beste doen, alle soorten van zelfbedrog zo spoedig mogelijk te laten varen.

Dit was dan zoiets als een inleiding op dát “teken van de tijd”, dat ik nu wil noemen: de organisatie (van het kerkelijk leven – AJ).

Opgemerkt 1: Met verdriet heb ik kennis genomen van hoe onze gemeente de zorg voor onze jeugd uit handen geeft en – op de zondag nog wel en als alternatief voor de gewone samenkomsten! – ‘onder-huurlingen’ inhuurt om jongeren (vanaf de brugklas tot 25 jaar) door deze betaalde kerkelijk werkers iets te laten (mee)geven wat volgens hen blijkbaar natuurlijk niet te bereiken viel/valt wanneer ze bij ons de gewone samenkomst – een Doopdienst nog wel! – hadden bijgewoond. Die zegen van het bijwonen van zo’n gewone (Doop)dienst, die valt natuurlijk in het niet bij wat daar op zó’n bijeenkomst te horen en te beleven en te genieten valt. En het blijft niet bij één keer, maar er staan nog een drie of viertal van zulke bijeenkomsten op de zondagen gepland!

Opgemerkt 2: Hoorde ik onze predikant eerder nog opmerken, dat hij tijdens corona ontdekt en geleerd had dat het kerkelijk leven niet maakbaar is, dan blijkt dat echter geenszins uit wat onze kerkenraad en jeugdraad nu weer op stapel heeft gezet en ook uit de woorden tijdens de verkondiging in deze Doopdienst blijkt/spreekt een andere ‘geest’ – een die meer in overeenstemming zal zijn geweest met het geluid dat de jeugd gehoord zal hebben van de spreker op de bijeenkomst in de sportzaal van het JFC (1)

Opgemerkt 3: Ik zal DV nog aandacht geven aan wat er gezegd werd in de verkondiging en ook wil ik nog aandacht geven aan het ‘hoeden van de kudde Gods’ waar Paulus de oudsten van Efeze op wijst bij zijn afscheidstoespraak op het strand (Zie Handelingen 20 de verzen 17-38)

(1) Eelco Poelarends, lees meer op deze website

Bron citaten 1-2: Boek ‘De dag van den Zoon des mensen’ (derde druk) – Uit hoofdstuk IV ‘Organisatie’ – van ds. H. Veldkamp (1895-1956)

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De tweede dienst…

Mee vanwege de (op)roep(en) om ‘meer te verlangen van de Geest’…

Geciteerd: ‘Er is vanavond ook weer een tweede dienst. In Nederland doen wij dat.’

Opgemerkt 1: Moeten wij zelfs in onze NGK-gemeente(n) dat er tegenwoordig bij zeggen ‘In Nederland doen wij dat’ of werd/wordt het gezegd om het voor de hoorders – waarvan de meerderheid al helemaal niet meer gewoon is om de tweede dienst te bezoeken -, bij dat nog wijzen op de mogelijkheid van de twee dienst wat gerust te stellen, om het wegblijven ervan eerst maar wat te relativeren, zo van: Goed, in Nederland zijn/waren wij dat gewoon, maar op hoeveel plaatsen van de wereld hebben ze dat niet en kunnen we toch niet zeggen, dat ze er minder christen om zullen zijn. En ja, dan kan je daarna toch nog aandringen om de tweede samenkomst/dienst wel te bezoeken, zonder je ongerust te hoeven maken dat mensen over dat uitdrukkelijk aandacht vragen voor het bijwonen van die tweede dienst zich daarbij niet prettig/gerust zullen hebben gevoeld.

Opgemerkt 2: Het zal toch niet alleen mij opvallen dat men vanaf de kansel wel uitdrukkelijk aandacht wil vragen voor zo’n beweging als New Wine en dat men het de gemeente zelfs aanbeveelt om langs die weg invulling te geven aan het verlangen naar meer van de Geest, dus om (nog) meer van de Geest te ontvangen. Daarom wil ik dat nu toch eens in contrast brengen met het geringe en zelfs ontbrekende verlangen om ook de tweede dienst van onze gemeente bij te wonen. Want blijkbaar kan en wil men wel verwachting hebben van het bijwonen van bijeenkomsten/conferenties van New Wine, maar heeft men dat niet van dat heel gewone bijwonen van de tweede diensten in onze gemeente.
Die beweging van New Wine is ook maar komen aanwaaien uit Engeland en de gemeente van Jezus Christus heeft het alle eeuwen zonder zo’n beweging kunnen en moeten doen. In het welvarende en vrije Nederland kan je menen dat de kerken verwachtingen mogen hebben van zulke bewegingen, maar we dienen wel goed te beseffen dat de Bijbel geen enkele grond voor zulk soort verwachting biedt! Terwijl het dankbaar gebruik maken van het tweede samenkomen van een gemeente zo heel gewoon gebruikt kan worden om samen opgebouwd te worden in het geloof. En ja, daarmee kan je je niet onderscheiden van ‘de rest’ (binnen of buiten de gemeente), maar waarom zouden we dat willen? Waarom zouden wij een groot woord willen voeren over het belang en het (vermeende!) effect van zulk soort bewegingen binnen eigen gelederen of daarbuiten?

Opgemerkt 3: De heilige Geest schenkt Zijn gaven aan en in de gemeente aan ieder persoonlijk en wel in die mate die passend is voor een gemeente en ieder daar persoonlijk. Genoeg dus om dagelijks ‘bij de dag’ van te leven en God er niet alleen om te bidden maar er ook voor te danken. Onze situatie is echt niet anders dan voor Israël indertijd in de woestijn, die van het dagelijkse manna moesten (mochten!) leven en die hun verlangen naar meer moesten omzetten naar verlangen om straks het beloofde land te mogen binnen trekken, al zou ook dat nog weer strijd en moeite opleveren voordat het in rust en vrede bewoond kon worden. En eigenlijk is het er ook daar nooit echt van gekomen, er bleef moeite en strijd. In Hebreeën stelt de schrijver dat ze er slechts als vreemdelingen vertoefd hadden en dat had David eerder ook al beleden aan het eind van zijn leven (zie zijn woorden in 1 Kronieken 29 vers 15).

En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie er vanaf, want ik wil beoordeeld worden op grond van wat men van mij hoort en *ziet (zichtbaar/controleerbaar!), niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen.‘ (Uit 2 Korintiërs 12 uit de verzen 6-7)

Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest, er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht (1), maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest *zichtbaar (controleerbaar!) aan het werk ten bate van de gemeente.‘ (Uit 1 Korintiërs 12 de verzen 4-7)

(1) Daarom kan iemand die een ‘bijzondere openbaring (aanwijzing)’ krijgt – zoals een predikant die eens een stem hoorde na beroepen te zijn – daar beter over zwijgen en er geen ruchtbaarheid aan geven, bijv. om te onderstrepen/bewijzen (aan anderen) dat de Geest ook vandaag nog (zo) werken wil, al mag hij het voor zichzelf (en bijv. samen met z’n vrouw en/of intimi) dankbaar en dankend aanvaarden uit Gods Vaderhand.

Bron citaat: Mededeling vanaf kansel/podium tijdens een ochtenddienst van onze NGK-gemeente.

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

‘Waar liefde woont…’

Over kerkgang, kerkbinding en missionair (on)vermogen…

Geciteerd 1: Krimpen kerken bij gebrek aan kerkelijk besef? „Dat speelt wel een rol. Steeds minder jongeren weten waarom ze lid zijn van een kerk, terwijl de kerk het ook nog eens moeilijk vindt om het belang daarvan duidelijk te maken. Jongeren denken: „Wat win ik ermee?” Dat klinkt heel economisch en berekenend, maar veel mensen zitten zo in elkaar, omdat hun dagelijks leven zo werkt. Als je een hotel uitzoekt, kijk je naar de recensies: wat is er goed aan, wat slecht en is mij dat waard? Veel jonge mensen kijken zo naar de kerk. En dan verliest de kerk het misschien van ‘leukere’ activiteiten.”

Geciteerd 2: Wat kunnen kerken doen om te groeien? „Plat gezegd: mensen aansporen om eens te overwegen of ze open staan voor meer kinderen… En kerken moeten missionair zijn. Ik denk dat veel gereformeerde kerken dat best moeilijk vinden, zeker als ze met krimp te maken hebben. Missionair zijn vraagt veel tijd, energie en mankracht: mensen opzoeken, relaties opbouwen en in gesprek gaan. Om te groeien, moeten kerken een wankel evenwicht bewaren tussen streng en los…

Geciteerd 3: ‘Ik hoor vaak dat ouders de kinderen en tieners niet meer meekrijgen naar de kerk. Ik heb liever dat ze naar ons toekomen dan nooit meer naar de kerk gaan of zelfs wegdrijven van God.’

Opgemerkt 1: Wanneer kinderen opgroeien in een ‘christelijk huis’ waar liefde woont en waar ouders en kinderen de sfeer in huis altijd weer aangenaam maken voor elkaar, daar hebben de kinderen geen reden om in huis de sfeer te bederven door niet mee te willen naar de samenkomsten. Dat er in ons ouderlijk huis en later ook in ons eigen gezin geen televisie was, lijkt mij ook zeker een factor van belang voor de sfeer in huis/gezin! En wanneer dan kinderen via de catechisaties en de jeugdverenigingen ook leeftijdgenoten ontmoeten en vriendschappen aangaan, dan is dat zeker ook een factor van belang. Verder zagen wij en later onze kinderen ook dat hun ouders goede contacten hadden in de gemeente en dat ze naar een Bijbelkring gingen. Ook het meeleven van en met broeders en zusters (bij ziekte, ongeval en/of overlijden) in de kerkelijke gemeente draagt eraan bij dat de opgroeiende kinderen/jeugd iets proeven van de gemeenschap der heiligen en dat vooral ook vanwege het werk van de heilige Geest in hun harten.

Opgemerkt 2: In het gezin van ons ouderlijk huis en later ook in ons eigen gezin werd dan ook beslist niet de vraag voorgelegd of het misschien niet anders kon of moest in de samenkomsten, of wij/zij het misschien liever anders gehad zouden hebben, of de organist wel beviel, etc. Dat wij en onze kinderen daar ook heus wel over nadachten lijkt me duidelijk. Zelf vroeg ik een keer met mooi weer in de auto onderweg naar de avonddienst (meen dat onze oudste toen veertien was, mijn echtgenote bleef met ons jongste kind thuis) aan onze kinderen: Zullen we maar een boswandeling gaan maken? Ze waren onmiddellijk enthousiast en namen mijn voorstel direct serieus. Ik schaamde me, want ik wist zeker dat wij als kinderen zo’n voorstel van onze ouders niet voor mogelijk hadden gehouden. We zijn dan ook gewoon doorgereden naar ‘onze kerkdienst’…

Opgemerkt 3: Moet een gemeente/kerk ‘missionair zijn’ (of alsnog ‘gemaakt worden’) of hebben we alleen te hopen en verwachten dat de leden van een gemeente hun ‘missionaire taak’ (in familie/gezin, in de eigen gemeente, op het werk of waar dan ook in de samenleving) zelf invulling weten te geven onder (dagelijks en wekelijks) gebed om wijsheid en leiding van de heilige Geest. Het lijkt me Bijbels gezien toch niet werkelijk nog een vraag! Laat kerkenraad en gemeente maar zorgdragen voor betrouwbare verkondigers en verkondiging in de gemeente en ook voor het vinden van mensen die geschikt zijn om leiding te geven in de gemeente. En dat laatste niet om de gemeente (door organisatie) om te vormen tot een ‘missionaire gemeente’, maar door de leden van de gemeente bij te (willen en kunnen) staan met het onderwijs uit Gods Woord. Dat ze met de leden gesprek kunnen voeren over Gods wil in hun leven, in hun huwelijken en gezinnen en op het werk of waar en in welke omstandigheden dan ook.

Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft lief gehad. Als iemand zegt: Ik heb God lief, maar hij haat zijn broeder of zuster, dan is zo iemand een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, Die hij nooit gezien heeft, liefhebben en de ander, die wel zichtbaar is, niet liefhebben. We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.‘ (Uit 1 Johannes 4 de verzen 20-21)

Waar liefde woont, gebiedt de HEER Zijn zegen:
Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
En ’t leven tot in eeuwigheid.

(Uit Psalm 133 het derde vers, berijmd, OB)

Bron citaten 1-2: RD Kerk & religie – ‘Merijn Wijma (1): Bevindelijke kerken weten leden beter vast te houden’ – door Maarten Stolk
Bron citaat 3: ND (FB-post) – “Evangelische kerk Mozaiek opent in Rotterdam met drie diensten. ‘Er is echt iets heel bijzonders aan de hand'”

(1) Wijma (28) onderzocht hoe de ledentallen van gereformeerde kerkverbanden zich tussen 1892 en 2015 ontwikkelden en waar hun gemeenten zich precies op de kaart van Nederland bevinden. Ze schreef er een boek over: ”Een menigte die men tellen kan”. De taalwetenschapper, lid van de samenwerkingsgemeente van vrijgemaakt gereformeerden en Nederlands gereformeerden in Zaanstad, promoveerde vrijdag 11 februari 2022 aan de Theologische Universiteit Kampen/Utrecht.

Bron afbeelding: A Clay Jar

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

De verwennende Jakob en de verwende Jozef…

Door zijn geloof kon Jakob op zijn sterfbed de beide zonen van Jozef zegenen; (…) Door zijn geloof sprak Jozef al over de uittocht van het volk van Israël en gaf hij opdracht zijn gebeente mee te nemen.‘ (Uit Hebreeën 11 uit de verzen 21-22)

Geciteerd 1: Jozef kan er over meepraten. Zijn vader heeft hem enorm voorgetrokken en verwend. Samen met een wonderlijke droom had dát Jozefs denken bepaald. Hij als stralende middelpunt, de rest buigend om hem heen.

Geciteerd 2: Wát een geloofsbelijdenis van Jozef. (1) Maar dat is hem dus niet zomaar komen aanwaaien. Er was veel voor nodig. Zijn aardse vader had hem met voortrekken en verwennen er niet beter op gemaakt. Maar zijn hemelse Vader heeft hem door lijden heen volwassen gemaakt. Jozef leerde: in mijn dromen was ik het middelpunt. In Gods dromen ben ik het middel. En hij geeft zich eraan over.

Opgemerkt: Mijn grootvader schreef in zijn boek ‘Opvoeding en Onderwijs’ wijze woorden over of en hoe ouders en/of opvoeders en onderwijzers verschil kunnen en mogen maken bij opvoeding en scholing van hun kinderen/de jeugd en dat we zeer moeten oppassen voor het aankweken van een verkeerd soort gelijkheidsideaal bij hen.

We zullen de goede band tussen Jakob en zijn zoon Jozef toch eerder hebben te beschouwen als een genade-gave aan Jozef, als een voorbereiding op zijn latere moeilijke leven, dat al vroeg begon, en voor Jakob was het eerst ook mooi, maar later vooral ook weer een test van zijn geloof, maar dat was het voor Jozef ook.

We zullen de haat van zijn broers zeker ook hebben te zien als werk van de boze in hun harten en als strijd tegen het Zaad van de vrouw. (2) Was Jozefs naam niet al heel betekenend en was hij niet de eerste zoon van Jakob’s geliefde Rachel? Toonde Jozef niet meer dan zijn broers belangstelling voor zijn oude vader en deelde hij daarom ook al meer bewust in het leven en geloof van zijn vader en voorvaders? Bleek dat later niet uit zijn leven in Egypte bij Potifar in huis en ook in de gevangenis?

En wat heeft God een hem een goede uitkomst gegeven! (3) Wat hebben de broers ook moeten leren van heel dit gebeuren om op Gods hand te letten in hun leven. Allemaal hebben ze moeten leren zich te vernederen onder de machtige hand van God. (4) Tot het laatst toe zijn Jakob en Jozef hen daarin voorgegaan. Hun vertrouwen op God is niet beschaamd geworden!

(1) Dat hij geen wraak neemt op zijn broers maar hen wijst op Gods weg met hen.

(2) Genesis 3 vers 15, Galaten 3 vers 16 en Openbaring 12 vers 4.

(3) Psalm 42 vers 5 (Oude Berijming)

Maar de HEER zal uitkomst geven,
Hij, die ’s daags Zijn gunst gebiedt;
‘k Zal in dit vertrouwen leven,
En dat melden in mijn lied;
‘k Zal Zijn lof zelfs in den nacht
Zingen, daar ik Hem verwacht;
En mijn hart, wat mij moog’ treffen,
Tot den God mijns levens heffen.

(4) ‘Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten. Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen.‘ (Uit 1 Petrus 5 de verzen 6-11)

Bron citaten: Ecclesia nr. 2, januari 2022 – ‘Trouw, tralies en troon’ – door ds. BertJan Mouw, Aalburg.

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het geloof bóven al onze werken!

Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader,
Jezus Christus, den Rechtvaardige.
(Uit 1 Johannes 2 vers 1 – weergave DB 1545)

Geciteerd: Als je vraagt: ‘Hoe kan ik met zekerheid weten dat al mijn werken God behagen, omdat ik soms toch struikel, teveel praat, eet, drink, slaap of op een andere manier buiten mijn boekje ga en dagelijks allerlei kwaad doe wat ik onmogelijk kan voorkomen’, dan antwoord ik: ‘Deze vraag laat zien, dat je het geloof nog steeds ziet als een ander [bijkomstig] werk en het geloof niet bóven alle werken stelt.’

Want juist daarom is het geloof het hoogste werk, omdat het standhoudt en al je dagelijkse zonden tenietdoet. En wel dáárdoor dat het geloof niet twijfelt, dat God je zó gunstig gezind is, dat Hij je dagelijkse struikelingen en gebreken door de vingers ziet. Ja, als er zelfs ook een dodelijke val zou plaatsvinden – wat weliswaar hen, die in geloof en godsvertrouwen leven, zelden of nooit overkomt – dan staat het geloof toch weer op en twijfelt er niet aan of de zonde is al weggenomen.

Zoals Johannes zegt: ‘Dit schrijf ik u, lieve kinderen, opdat u niet zondigt, als echter iemand toch valt, dan hebben wij een Voorspraak bij God, namelijk Jezus Christus, Die een Verzoening is voor al onze zonden’ (vgl. Johannes 2:1 vv). En in Spreuken: ‘De rechtvaardige kan zeven keer vallen, maar staat even vaak weer op’ (vgl. Spreuken 24:16). Ja, dit vertrouwen en geloof móéten wel zo groot en zo sterk zijn, omdat de mens weet dat zijn hele leven en al zijn werken enkel en alleen doemwaardige zonden zijn voor Gods gericht.

Maarten Luther: Von den guten Werken (1520), WA 6, 215, 13-31

Bron citaat: info@maartenluther-citaten.nl of zie de homepage van http://www.maartenluther.com

En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zei: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.‘ (Uit Matteüs 9 de verzen 20-22)

Bron afbeelding: Radio Veritas Asia

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Wie U vrezen zien het met blijdschap…

Wie U vrezen zien het met blijdschap, in Uw Woord heb ik mijn hoop gesteld.’
(Uit Psalm 119 vers 74)

De stolp of koepel gebarsten en verdwenen…

Geciteerd 1: Om met Frans Wiertz, de vorige bisschop van Roermond te spreken: “De kerk was als een koepel. Een heldere koepel, waaronder zich het geloofsleven afspeelde. Alles was min of meer besloten.” Uiteindelijk kwamen er barsten in de koepel en veranderde langzaam maar zeker alles. Gingen er in 1965, toen Gerard zijn eindexamen HBS haalde, nog elk weekend 2,7 miljoen katholieken naar de kerk. In 2018, toen het vijfde kleinkind van Gerard en Janny werd geboren, waren er daar nog maar 153.000 van over. Twee van hen waren Gerard en Janny. (…) De koepel boven Janny en Gerard is inmiddels helemaal weg. Het zicht op de hemel is vrij.

Geciteerd 2*: De tijd van de oude zekerheden is voorbij, het is geen keus. Dat kun je niet meer terughalen. In het oude klimaat stond alles vast. Men wist het. Het kerkelijk leven zelf wist het. Maar het kerkleven zelf is ootmoedig geworden. En is terecht gekomen in de algemene twijfel, die het klimaat van deze wereld is. Vroeger stond de orthodoxie, het leergezag, onder een glazen stolp, dat werkte, alles was heel zeker. Dat glas van die stolp is gebroken…

Het Evangelie was langzamerhand overwoekerd door regels, dogma’s, voorschriften, liturgische dingen, processies en onder dat klimop zitten die woorden, overwoekerd, maar ze zijn er. En het gaat niet om het klimop, het gaat om die woorden… (bedoeld worden de woorden van het Evangelie, zoals we die vinden in het Oude en Nieuwe Testament).
* Uit de mond van Godfried Bomans – eind jaren zestig.

Opgemerkt 1: Onlangs een gesprek van Godfried Bomans met pater Jan van Kilsdonk (opname uit 1963) beluisterd en dan spreekt deze pater n.a.v. zijn ervaring met stervende mensen en meer specifiek over die met een jonge student en dan dan laat hij met zoveel ervaringskennis en kennis van de Joodse eerbied voor God in heel weinig woorden horen wat geloofsvertrouwen is en waarom dat reden geeft om Gods Woord Góds Woord te laten zijn en blijven en daarmee voorzichtig en wijs en fijngevoelig te zijn en reden geeft om vooral ook spaarzaam met onze eigen woorden en bedenksels.
De YouTube-link naar de geluidsopname onderaan begint in de tweede helft van dit gesprek bij de vraag van Godfried Bomans over het sterven en wat te zeggen over leven na de dood.

Geciteerd 3*: Het focus van beide RK-sprekers ligt niet-bindend in de zekerheid van Gods spreken, maar in de menselijke ervaring en meeleven met de ander in twijfel. Filosofisch een begrijpelijk gesprek. Maar als het uitgangspunt in het hoofd/hart van de mens ligt is er geen zekerheid. Een schip met het anker in het ruim of de mast. De wijsbegeerte der wetsidee heeft het anker in Gods Woord/wet. Dan heb je zekerheid van geloof. Weliswaar onbewijsbaar, maar het geloof is het bewijs. Als je die keus niet maakt kun je veel kleuren filosoferen. Daarmee kun je meevoelen met anderen die twijfels hebben. Dat voelt goed maar geeft geen houvast aan het anker dat God uit de hemel neerlaat als eeuwig houvast. De RK hiërarchie heeft ook een anker in het eigen kerkschip.
* Woorden van een emeritus-predikant (GKV) die het hierboven genoemde gesprek ook beluisterd heeft.

Opgemerkt 2: Dat wordt nu wel beweerd over deze twee sprekers, maar toch vinden ze beiden houvast aan het Woord van God en daar hoeft heus niet een heel systeem van wijsbegeerte aan vast te zitten. Hoeveel eeuwen heeft de kerk niet zonder Dooijeweerds filosofisch werk gedaan.* En Calvijns Institutie had de kerk van de begonnen Reformatie ook niet nodig. (1) Dat werk heeft de Reformatie geen goed gedaan. Er waren plots een stel pedanterige betweters, waaronder Petrus Datheen, die nu wel eens overal de zuivere leer ingesteld en in praktijk gebracht wilden zien. De gemeente van Jezus Christus is echter afhankelijk van de doorgaande verkondiging van Gods Woord (en die was voor velen toen nog maar net begonnen).
* ‘Wij als NGK’ hebben na de breuk in ’67 een tijd lang zonder veel pretenties gemeenten van Jezus Christus mogen zijn. Nog altijd dankbaar dat wij in die sfeer zijn opgegroeid!

Opgemerkt 3: Wanneer je het hele verhaal in die opname (van het gesprek van die twee) aanhoort dan is die pater juist helemaal niet zo’n RK-man, die de RK-traditie als heilig wil zien en Godfried Bomans nog minder. Ze hebben m.i. wel eerbiedig geluisterd naar Gods Woord en dat in geloof aanvaard.
NB. Lees (of beluister) ook hierbij de woorden van Godfried Bomans in (via) deze blog ‘Geloven meer dan denken over het geloof‘.

Opgemerkt 4: ‘We hebben het Woord van God dat zeer vast is’ (2 Petrus 1 vers 19) en de apostel Paulus heeft in zijn brieven aan Timoteüs voldoende duidelijk gemaakt dat de gemeenten het dáár van moeten hebben, dat Gods Woord verkondigd wordt! En wanneer dat Woord betrouwbaar verkondigd wordt door betrouwbare mensen en wanneer de gemeenten er alert op zijn dat dat ook zo blijft, dan gaat de eer naar God wanneer er wat goeds in deze gemeenten gevonden wordt en dan gaat men niet prat op allerlei leringen en aanpak van mensen…

Opgemerkt 5: Ook van belang om bij dat gesprek te beseffen dat pater Van Kilsdonk het niet heeft over gemeente pastoraat (dus onder gelovige mensen) maar over studenten-pastoraat onder jongeren die weinig of niets (al van huis uit) hadden met de (RK-)kerk en het geloof.

Opgemerkt slot: Wanneer je meer te weten komt over het opgroeien van de jonge Godfried Bomans in het ouderlijk huis (m.n. de rol van zijn vader) dat ook sterk samenhing met het kerkelijk milieu, dan mag je het een Godswonder noemen dat Godfried Bomans het geloof behouden heeft en ook met mildheid wil en kan spreken over zijn ouderlijk huis en de Rooms katholieke kerk van zijn jeugd.

(1) NB. Met mijn opmerkingen over Calvijn en Dooijeweerd wil ik niet beweren dat de gemeenten/kerken vn de Reformatie van het (latere) gemeentewerk van Calvijn en zijn preken en brieven geen nut hebben gehad (en nog!) in het gemeentelijk en kerkelijk leven, net zo goed als we nut hebben gehad en nog hebben van wat de reformatorische wijsbegeerte ons heeft aangereikt.

Link naar gesprek: Godfried Bomans met pater Jan van Kilsdonk (YouTube)
Bron Citaat 1: Trouw/deVerdieping (via Blendle) – ‘De kerk wilde niet moderniseren, de doorsnee katholiek wel’ – door Stijn Fens
Bron citaat 2: YouTube – Godfried Bomans over geloof en kerk.

Geliefde broeders en zusters, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. Met beide wil ik u tot een helder inzicht brengen, en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en Redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven.’ (Uit 2 Petrus 3 de verzen 1-3)

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Psalms)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Geloven meer dan denken over het geloof…

Voor ik vernederd werd, tastte ik mis, nu houd ik mij aan Uw Woord
(Uit Psalm 119 vers 67)

Tussen de strijd van mensen die het wat kalmer aan willen doen en die zelf eigen vernieuwingen in de liturgie en het godsdienstonderwijs willen aanbrengen, heerst een zekere spanning en daar wil ik het eens over hebben. Want laatst maakte ik een debat mee, over geloofszaken, en met name over de richting, die de zoekenden onder de christenen, die door de voorzitter met progressief aangeduid werden, als de juiste zagen.
Het is op dit ogenblik niet de juiste plaats om op het vele dat deze avond gezegd is in te gaan, dan zou ik hier de hele avond zitten, één opmerking is me echter bijzonder bijgebleven, en die past juist in het kader van deze kleine voordracht.

Er stond in de zaal een man op en die zei dit: ‘eenvoudige gelovigen’, zij hij, ‘simpele gelovigen, die over al deze problemen niet nadenken en gewoon doorgaan met bidden en naar de kerk gaan, die beschouw ik niettemin als goede christenen’. Kijk dat wordt mij te dol. De opmerking was breed bedoeld, maar in feite zit daar een geringschatting in. Het geval doet mij denken aan een gebeurtenis, die ik ook eens heb meegemaakt bij een gelegenheid, ik zat toen in een kamer waar het antisemitisme ter sprake kwam, en iemand zei toen royaal: ‘Ik beschouw de Joden volledig als mensen’, – maar zo’n man is antisemiet. Hij weet dat niet, maar hij is het. Hij stelt namelijk een evidente waarheid als iets betwistbaars voor. Hij is als een deskundige die eerst een axioma (1) nog bewijzen wil. Het ongepaste van zulk soort beweringen zit niet hierin dat ze onjuist zijn, maar dat een bewering, die door ieder als vanzelfsprekend aanvaard wordt, in de discussie betrokken wordt.

Zo is het ook met die christenen die rustig doorgaan in de oude trant. Hierover met een zekere welwillendheid te spreken is niet alleen ongepast, het is ook bijzonder hoogmoedig. Kijk eens, werkelijk geloven is altijd nog meer dan denken over het geloof. Voor mensen aan wie het eerste ontnomen is, het geloof, maar die althans het laatste nog doen, het denken en het praten, in een eerlijke poging het verlorene een nieuwe gestalte te geven, voor zulke mensen heb ik diep respect. Maar, zij moeten wel bedenken dat zij zoeken naar iets, dat de ander behouden heeft. Zodra zij de reflectie op het geloof hoger stellen dan de beleving ervan, wordt het een intellectueel spel. Dit zoeken, dacht ik, dient als een persoonlijke nood ervaren te worden.

De begeleidingsverschijnselen waaraan men die gesteldheid herkent zijn allereerst deemoed om eigen ontoereikendheid en een sterk verlangen om eruit te komen. Dit is lijden aan het geloof. Hierbij hoort dat men degene aan wie dit leed bespaard bleef, eerder benijdt dan welwillend tegemoet treedt. Men vergeet, dames en heren, dat geloven een manier van leven is, waarbij de hele persoonlijkheid betrokken is. Twijfel echter appelleert alleen aan het intellect. Het is, ook al zou men menen verstandelijk superieur te zijn aan een eenvoudig gelovige, toch een kalere vorm van existentie.
Behalve ons kritisch vermogen blijven de andere faculteiten werkloos. Vertrouwen, hoop, liefde en het gevoel in een hogere bedoeling te zijn opgenomen, ze spelen allemaal niet meer mee, en in hun plaats treedt het vermoeden dat de dingen niet meer betekenen dan zichzelf.

De enige gesteldheid om zulk een beproeving te ondergaan is haar ook als zodanig te beschouwen. Dit betekent dat men de twijfel als een fase ziet, waar men doorheen moet om of tot een totale verwerping te komen of tot een nieuw en anders aanvaarden. Wie daartussen blijft theologiseren glijdt gaande weg in de situatie het spel voor de knikkers aan te zien.

Wie de laatste jaren de vele publicaties op dit gebied aandachtig gevolgd heeft, mist daarin wel eens het persoonlijk getormenteerd (gekweld) zijn. Men constateert een zeker behagen in het vernuftig zoeken naar de uiterste grens waardoor men er nog net bij hoort. Dit is het diep (zelf)behagen, waaruit de opmerking voortkomt, die ik zojuist signaleerde.

De crisis waarin de kerken (en haar leden – AJ) zich bevinden kan alleen gezond blijven, wanneer wij ervan afzien deze te versmallen tot de termen conservatief en progressief. Daarvoor aan de politiek ontleende uitdrukkingen laten zich niet straffeloos naar het geloof transporteren. Zij missen daar hun toepasselijkheid, omdat het geloof anders dan de staatsinrichting, ons hele leven raakt. Iemand, die voor het slapen gaan neerknielt en bidt, kan men niet behoudend noemen. Men kan alleen zeggen dat hij iets behouden heeft. En de man die gewoon in bed stapt, is dat kwijt. Het is meen ik, alleen in dit besef dat de dialoog gevoerd mag worden.

(1) Een axioma is in de wiskunde en de logica, sinds Euclides en Aristoteles, een niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde bewering.

Bron citaat: YouTube – Geluidsopname: ‘Godfried Bomans – de eenvoudige gelovige‘ – download van Sjaak Leene

Mijn God zal uit de overvloed van Zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door uw eenheid met Christus Jezus.‘ (Uit Filippenzen 4 vers 19)

Bron afbeelding: Verse of the Day

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Hoe we kunnen bidden bij het tiende gebod…

Eenvoudig leren bidden (21) – (1535)

Aan Peter, de Meester Kapper.

Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.‘ (Uit Exodus 2 uit de verzen 1-17)

Het tiende gebod: “Gij zult niet begeren het huis van uw naaste, en evenmin zijn vrouw,” enz. Dit leert ons in eerste plaats dat we onze naaste zijn goederen, zijn vrouw, zijn kinderen, enz. niet zullen afnemen en dat ook niet onder voorwendsel of vanwege juridische claims, of door weglokken (verleiden) of door ontvreemding, maar we zullen een ander juist helpen om te behouden wat hem of haar toebehoort, net zoals we dat voor onszelf (zouden) verlangen. Het beschermt ons ook tegen de subtiliteit en spitsvondigheid van slimme manipulators, die uiteindelijk hun straf niet zullen ontlopen. Ten tweede zullen we God hierom danken. Ten derde moeten we altijd weer berouwvol onze zonden tegen deze geboden belijden. Ten vierde moeten we bidden om hulp en kracht om ons aan deze goddelijke geboden (in vervolg) ook daadwerkelijk te houden.

Dit zijn de Tien Geboden in hun viervoudig betekenis, namelijk, als onderwijzing, als gezangenbundel, als boeteboek en als gebedenboek. Ze zijn bedoeld om het hart te helpen om tot zichzelf te komen en om ijverig te worden in gebed. Span u daarvoor in, maar dan niet op zo’n manier dat er lichamelijke of geestelijk vermoeidheid en uitputting door ontstaat. Daarom zal een goed gebed niet heel lang en uitgebreid zijn, maar wel dien je volhardend en vurig te (blijven) bidden. Het is genoeg om een deel of maar een half deel (van de geboden) in overdenking te nemen om daarmee het (gebeds)vuur in het hart te ontsteken. Dit zal de Geest ons schenken en ons daarin ook de weg wijzen, wanneer door Gods Woord onze harten geledigd en bevrijd zijn van allerlei van buitenaf komende gedachten en bezorgdheid.

Hier kan verder niets worden gezegd over het aandeel van het geloof en de heilige Schrift [in het gebed] omdat er geen einde zou zijn aan wat er zou kunnen worden gezegd. Men kan beginnen met een of meer van de Tien Geboden en dan een dag later een psalm of een hoofdstuk van de Heilige Schrift nemen en die gebruiken, zoals we dat met vuursteen en staal doen, om daarmee het vuur in ons hart te ontsteken.

NB. Dit is een vertaling van een Engelstalig citaat.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 38, S. (351) 358-375 (Gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, Vol. 43, blz. 193 FF)

Bron citaat: info@martinluther-quotes.nl / http://www.maartenluther.com

Bron afbeelding: SlidePlayer

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het persoonlijk verhaal, de christelijke ethiek en de geestelijke strijd…

Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwars zetten en elkaar geen kwaad hart toedragen.‘ (Uit Galaten 5 vers 25-26)

Geciteerd: Het christelijke levensverhaal is dus wel degelijk het horen waard, maar dan als illustratie en niet als argument. Gedeelde ervaringen, niet om een discussie mee te beslechten, maar om nieuwe perspectieven van hoop mee te openen.

Dat is geen eenvoudige opdracht. Voor media niet, die een sleutelrol hebben in het publieke debat. Want nuance trekt geen lezers en een eenduidige boodschap doet het beter dan complexiteit en nieuwe vragen.

Maar ook voor de volgers van die media geen eenvoudige opdracht, want dit vraagt een omslag in denken. Persoonlijke verhalen die niet argumenteren maar illustreren zijn namelijk veelal complex. Ze zijn levensecht, en zo echt als het leven is, zo verwarrend is het ook vaak. Zulke verhalen ontregelen en laten goedkope antwoorden verstommen. Dat is meestal niet waar we naar zoeken: liever stelt een verhaal ons gerust, bevestigt het onze opvattingen. Ruimte bieden voor zulke ervaringen vraagt openheid, ook voor pijn die niet oplosbaar is.

Opgemerkt: Laat ik proberen duidelijk te maken waarom de christelijke ethiek uiteindelijk ook niet bij machte is om mensen de weg te wijzen en ik wil dat doen aan de hand van een bekende geschiedenis uit het Oude Testament en wel die van de zaak van David en de vrouw van Uria. We weten dat deze zaak gegist heeft aan het hof, zowel binnen ‘Davids gezin’ als ook onder zijn raadgevers en officieren (legerleiding). Stel dat er toen een onafhankelijk gerechtshof binnen Israël of zelfs internationaal beschikbaar was geweest en nog wel een gerechtshof dat zich aan het onderwijs van de Torah had willen houden. Wie zouden zij hebben willen horen en hoe zouden zij op basis van de verhalen en de feiten hebben geoordeeld.

Wij weten uit Gods Woord dat er een geestelijke strijd gestreden werd, maar hoe had dit duidelijk moeten worden gemaakt aan dat gerechtshof? Zelfs David kreeg het niet meer voor elkaar en moest ‘zijn zaak’ (en hij wilde en durfde dat ook!*) in de handen van God leggen toen Absolom en Achitofel een ‘staatsgreep’ uitvoerden.

In de Christelijke gemeente hebben ‘daders’ en ‘slachtoffers’ en degenen die om hen heen staan en hen bijstaan ook nu te rekenen met geestelijke strijd. En daarom komen we er niet (uit) met ‘persoonlijke verhalen’ en een ‘hoog ontwikkelde’ ethiek. Want geestelijke strijd vraagt om onderscheiding van de geesten in die heel specifieke zaak/omstandigheden en vraagt om het soort wijsheid waar wij mensen van nature niet over beschikken. Zelfs niet door veel levenservaring (1) al mag die door Gods genade mogelijk wel heilzaam ingezet kunnen worden.

Onze Heer waarschuwde de Farizeeën en Schriftgeleerden niet voor niets voor zelfoverschatting en de gedachte dat zij wel (steeds) de goede kant hadden weten te kiezen wanneer zij in de tijd van de vroegere profeten hadden geleefd: ‘en u zegt: Als wij in de tijd van onze vaderen hadden geleefd, hadden wij niet met hen meegewerkt om het bloed van de profeten te vergieten. Aldus getuigt u tegen uzelf, dat u kinderen bent van hen die de profeten gedood hebben.’ (Uit Matteüs 23 vers 30)

* ‘Misschien merkt de HEER mijn ellende op en vergoedt hij me later de vervloeking van vandaag.‘ (Uit 2 Samuel 16 vers 12)

(1) Die levenservaring kan zelfs – als God het niet verhoed – een zeer groot nadeel blijken bij het oplossen van ‘conflicten’. Niet alleen wanneer dat leidt tot hoogmoedigheid bij de betreffende persoon, maar zo iemand kan ook goedbedoeld allerlei eerdere ervaringen (en oplossingen) projecteren in de problematiek van het onderhavige ‘conflict’. En hoe meer gezag iemand heeft (en dat niet alleen vanwege levenservaring, maar dat kan ook door opleiding of vakmanschap of door wat men bereikt heeft in het leven, soms is het een optelsom) hoe moeilijker het kan zijn, om de verkeerde visie en de verkeerde oplossingen waarmee zo’n respectabel iemand (vaak ook nog als ‘gezagdrager’) komt aanzetten, nog te weerleggen en weerhouden.

Bron citaat: RD Mens & Samenleving – ‘Míjn verhaal als onweerlegbaar argument’ – Geerten Moerkerken

Bron afbeelding: Pinterest (Pin on Holy Bible Verses)

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het Onze Vader bestaat niet uit smeekbedes…

maar het zijn instemmende en toestemmende ‘belijdeniswoorden’…

Uw Naam worde geheiligd‘…

Opgemerkt: In Romeinen 3 vers 7 vinden we een opstapje: ‘Maar wanneer door mijn (onze) onbetrouwbaarheid Gods trouw alleen maar toeneemt en daardoor ook Zijn eer, waarom wordt ik als zondaar dan toch nog veroordeeld?‘ En even verder in vers 19: ‘Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God. Daarom is voor Hem geen sterveling onschuldig omdat hij de wet naleeft, want juist de wet leert ons zonde kennen.

Dus ‘Uw Naam worde geheiligd‘ dat is God toestemmen dat dat heiligen van Zijn Naam Zijn werk is en dat dat door alles heen – zelfs door onze zondigheid en zonden heen – toch plaatsvindt. En wij geven God eerbiedig de ruimte daarvoor in ons leven met deze bede en daardoor kunnen we aan het eind van een dag ondanks onze zonden met een gerust hart weer bij Hem komen en dan die bede en heel het Onze Vader opnieuw bidden. Want we belijden natuurlijk nog meer in/met dit gebed dan de bede ‘Uw Naam worde geheiligd‘, want anders zouden we op het eind van de dag niet meer durven bidden, wanneer we bij die bede op onszelf en onze eigen daden zouden moeten zien…

Uw Koninkrijk kome‘…

Maar zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.‘ (Uit Matteüs 6 vers 33)
En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.‘ (Uit Lukas 17 vers 21)
Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest.‘ (Uit Romeinen 14 vers 17)
Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde;‘ (Uit Kolossenzen 1 vers 13)
Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om de getuigenis van Jezus Christus.‘ (Uit Openbaring 1 vers 9)
Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen en wij zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij.‘ (Uit Openbaring 3 vers 20)

Opgemerkt: Immanuel, God met ons! Toen Jezus op aarde kwam was Gods koninkrijk nabij gekomen en onder en in ons. En sinds de uitstorting van de heilig Geest kwam Hij ons allen nog meer nabij. Wij verklaren dus met deze bede dat we niet onze koninkrijken zullen najagen en ook dat niet wij Gods koninkrijk hebben te vestigen hier op aarde, maar Gods koninkrijk ligt al helemaal binnen ons bereik. Dat zal ook in en uit ons doen en laten blijken wanneer we eerbiedig en gelovig dagelijks deze bede bidden.

‘Uw wil geschiede’

Opgemerkt: We geven met deze bede niet een graadmeter van onze goede wil, maar we geven met en door deze bede God alle ruimte om Zijn wil ook vandaag weer te laten geschieden in ons leven en dan hoeven we daar niet moeilijk over te doen. Hij mag en moet het in ons volbrengen en anders komt er niets van omdat wij anders toch onze eigen wil en verlangens blijven najagen. Wat helaas toch maar al te vaak nog gebeurd al realiseren we ons dat nogal eens pas achteraf.

Slot: En ook de woorden die nog volgen in dit gebed zullen we niet zien als smeekbedes. Ze zijn ‘ja-en-amen’ in Jezus Christus.

En dit is de vrijmoedigheid die wij hebben in het toegaan tot God, dat Hij ons verhoort, telkens als wij iets bidden naar Zijn wil. En als wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, dan weten wij dat wij het gevraagde, dat wij van Hem hebben gebeden, ontvangen.’ (Uit 1 Johannes 5 de verzen 14-15)

Bron afbeelding: Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie