Joodse gelovigen verrijkten de Griekse taal/kennis…

…op basis van de Godsopenbaring(en) in het Oude Testament! (1)

(…) 10 Het wezenlijke van de ​liefde​ is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze ​zonden. (Uit 1 Johannes 4)

(…) Dat blijkt ook al uit de geschiedenis van het woord agapè zelf. Het woord blijkt een uitvinding van de Joodse geleerden die rond het begin van onze jaartelling wat wij het Oude Testament noemen vertaalden naar het Grieks. Zij hebben toen dit woord bedacht als vertaling van het Hebreeuwse ahava, dat vaak gebruikt wordt om de omgang van God met zijn volk en met de mensheid te typeren. Denk aan het gesprek in Deutero- Jesaja: “Ik heb je liefgehad. Je hebt me in de steek gelaten. Toch heb ik je weer opgezocht.” Kennelijk waren bestaande woorden als eros en filia niet geschikt. Dit nieuwe woord is vervolgens het centrale woord in het Nieuwe Testament geworden (2), met name in de brieven en het evangelie van Johannes, maar ook bij Paulus. Dat is in geen enkel ander geschrift uit de oudheid ook maar bij benadering het geval.

Dit heeft een enorme impact gehad. Denk aan Augustinus, die je de eerste filosoof van de liefde zou kunnen noemen, of later in de middeleeuwen aan Hadewych en de beweging van de vrouwenmystiek. Het eigene van het christelijk geloof zit wat mij betreft in de agape. De neerbuigende associatie bij de term caritas of liefdadigheid, ‘kijk mij nu eens goed zijn voor jou, arme sloeber’, zit er totaal niet in. De kern van agape is juist dat partners zich aan elkaar verbinden om samen op weg te gaan en gedeelde vreugde cre- eren, meer dan ieder op zichzelf zou kunnen. Bijzondere aandacht gaat dan naar die mensen en situaties waarin die vreugde verstoord is of wordt – daar moet je dan bij zijn, jezelf inzetten, om de gelijkwaardigheid (opnieuw) gestalte te geven. (…)

Bron tekst: “Govert Buijs: expert in de liefde” – Ecce homo Aart Deddens in Sopie 7e jaargang nr. 4 – augustus 2017.

Bron afbeelding: PicQuery

(1) Het zou echt Gods eer te na zijn wanneer de Griekse cultuur en wijsheid een verrijkend inbreng zouden hebben gehad op de Godsopenbaring in en het “verstaan” van het Oude (en Nieuwe) Testament (a). De Joods gelovige “Bijbelvertalers” hebben onder leiding van de Heilige Geest, door Schrift met Schrift te vergelijken hun kennis van Gods Woord vergroot en verdiept en daarbij en daarvoor de (kennis van de) Griekse taal en cultuur gebruikt en die zelfs ook verrijkt.
(2) In 1 Korintiërs 13 wordt duidelijk dat we daar voor het woord (de) liefde, daar in kunnen (moeten) invullen: (de) Christus. Al ware het dat ik…, maar ik had (de) Christus niet…! In Christus leven op aarde is ons volledig geopenbaard wat al in het OT verkondigd is geworden, namelijk dat God liefde is! En ook dat het voor ons mensen in de eerste plaats Gods vergevende liefde is! Wij lieten Hem in de steek en Hij heeft ons – in en om Christus – lief gehad en weer opgezocht!
(a) Zie o.a. Handelingen 17 : 16-34, Romeinen 1 : 22, 1 Korintiërs 2 : 6-16)

(…) 11 Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar ​liefhebben. 12 Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar ​liefhebben, blijft God in ons en is zijn ​liefde​ in ons ten volle werkelijkheid geworden. 13 Dat wij in hem blijven en hij in ons, weten we doordat hij ons heeft laten delen in zijn Geest. 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. 15 Als iemand belijdt dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is, blijft God in hem en blijft hij in God. 16 Wij hebben Gods ​liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is ​liefde. Wie in de ​liefde​ blijft, blijft in God, en God blijft in hem. (Uit 1 Johannes 4)

1 Johannes 4 10-11 - PicQuery

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Wetenschap | Plaats een reactie

Ons past geen “pas op de plaats”…

Die wandelen in zijn wegen, plegen geen onrecht. (Psalm 119 : 3)

Gods wegen zijn de wegen, die Hij zelf is gegaan en die wij nu met Hem moeten gaan. God laat ons geen weg gaan, die Hij niet zelf is gegaan, en waarop Hij ons niet voorgaat. De weg waarop God ons roept, is de weg die door God zelf gebaand en beschermd is. Daarom is het wérkelijk Zijn weg.

Met God maken wij geen pas op de plaats, maar leggen een weg af. Het gaat vooruit, of wij zijn niet met God. God kent de hele weg, wij kennen alleen de volgende stap en het einddoel. Wij mogen niet blijven staan, iedere dag, ieder uur gaan wij voort. Wie deze weg opgaat wordt een pelgrim.

Hier wordt duidelijk, dat het evangelie en het geloof geen tijdloze ideeën zijn, maar een handelen van God en mens in de geschiedenis. Het evangelie is een weg en kan dus ook niet verborgen blijven voor de ogen van andere mensen. Wat op deze weg aan goed of kwaad gebeurt is voor iedereen te zien. En het is niet onbelangrijk of er kwaad gebeurt op deze weg. Hier kunnen we ons niet vanaf maken door uit de gebrekkige praktijk te vluchten in het volmaakte ideaal of door de opmerking dat we in ieder geval de ware weg kennen en het ware geloof bezitten, al kunnen we er niet altijd naar handelen.

‘Die in zijn wegen wandelen, plegen geen onrecht’ De weg te weten, op de rechte weg te zijn, maakt de verantwoording en de schuld nooit lichter, integendeel, zij worden erdoor verzwaard. Gods kinderen bezitten geen privilege behalve dit ene, dat zij Gods genade en Gods weg kennen en dat zij geen onrecht plegen. Of zegt Gods Woord te veel: zij plegen geen onrecht? Zondigen wij christenen dan niet meer? Jawel, wij hebben gezondigd en wij loochenen het niet (1 Johannes 1 : 8 v.). Maar nadat wij dat hebben beleden, mag onze blik niet langer gevangen worden gehouden door onze zonde en onze zwakke natuur, maar alleen gericht zijn op Christus en het Woord van God, dat onze toekomst bepaalt, en zegt: ‘Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad Gods blijft in hem, en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren’ (1 Johannes 3 : 9).

Gods weg is de weg van God naar de mensen en alleen zó de weg van de mensen naar God. Deze weg heet Jezus Christus (Johannes 14 : 6). Wie op deze weg is, wie in Jezus Christus is, die pleegt geen onrecht.

Dietrich Bonhoeffer: “Met God maken wij geen pas op de plaats” (5 januari) – Keuze uit het werk van Bonhoeffer (m.n. over gehoorzaamheid).

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – Vertaling D. Boer – 1968 ten Have b.v. Baarn (Vijfde druk)

Bron afbeeldingen:  Pinterest en SlidePlayer

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Voor de (nog) ongeboren kinderen…

(…) 14 Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.  (…) En zij brachten de kinderen tot Jezus…
(Uit en naar Marcus 10 : 13-31, Matteüs 19 : 13-30, Lukas 18 : 15-30)

IK ZEG U NOG MEER! Op deze belofte van Christus mogen en moeten de ouders, en ook anderen, de nog ongeboren kinderen in de moederschoot, met dankzegging Hem aanbevelen, deze kinderen al in het lichaam van hun moeder tot Hem brengen en Christus in het gebed aangrijpen met deze of vergelijkbare woorden:
“Lieve Heere Jezus Christus, wij willen U hartelijk danken dat U ons zo gezegend hebt met dit kind dat wij verwachten. Heere Jezus, laat dit kindje voor en van U zijn, zoals U gezegd hebt: “Laat de kinderen tot Mij komen, en verhindert hen niet, want van hen is het Koninkrijk van God.”
Op grond van deze Uw belofte brengen wij dit kindje in onze gebeden tot U, opdat U het omhelst en zegent. Wanneer het door Uw goedheid en genade geboren wordt, en wij het in onze armen mogen ontvangen, dan willen wij het ook graag tot U brengen in de Heilige Doop, opdat dit kind van alle zonden mag gewassen en door Uw Geest opnieuw geboren worden. Amen.”

Dit gebed kan ook met andere woorden gebeden worden, want daar is niets aan gelegen, als het gebed tenminste alléén op grond van Christus’ geopenbaarde beloften aan de kinderen gedaan wordt. Wij mogen dan zeker geloven dat Christus dit kindje aanneemt en behoeven niet bevreesd te zijn – ook als het vroegtijdig zou sterven – voor de verborgen oordelen van God.

Maarten Luther: [Auslegung des 29. Psalms, vgl. weergave in W(2), 2.1,3358]

Bron tekst: Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther. Samengesteld, ingeleid en vertaald door H.C. van Woerden. Den Hertog B.V., Houten.

(…) 13 Daarop brachten de mensen ​kinderen​ bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou ​bidden. Toen de ​leerlingen​ hen berispten, 14 zei ​Jezus: ‘Laat de ​kinderen​ ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het ​koninkrijk van de hemel​ behoort toe aan wie is zoals zij.’ 15 En nadat hij hun de handen had ​opgelegd, trok hij weer verder. (Uit Matteüs 19)

(…) 25 Ik dank U, Vader, ​Heer​ des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. 26 Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. (Uit Matteüs 11)

Uit Psalm 139

(…) 13 U was het die mijn nieren vormde,
die mij ​weefde​ in de buik van mijn moeder.
14 Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.
15 Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
kunstig ​geweven​ in de schoot van de aarde,
was mijn wezen voor u geen geheim.
16 Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
alles werd in uw ​boekrol​ opgetekend,
aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.
17 Hoe rijk zijn uw gedachten, God,
hoe eindeloos in aantal,
18 ontelbaar veel, meer dan er zandkorrels zijn.
Ontwaak ik (1) , dan nog ben ik bij u.

(1) Opgemerkt: U mag daar ook (gerust) lezen: Ontslaap ik…

Bron afbeelding:  Heartlight

Mattheüs 19 13-15 - Let the little children come to Me - Heartlight

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Politiek | Plaats een reactie

Jezus lééft! En wij met Hem!

(…) 25 Jezus​ zei tegen haar (Martha): Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 26 en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft je dat? 27 Zij zei tegen Hem: Ja, Here, ik heb geloofd, dat U bent de ​Christus, de ​Zoon van God, die in de wereld komen zou. (Uit Johannes 11)

HC Zondag 17 – Wat nut ons de opstanding van Christus?

[Catechismuspreek over de Twaalf Artikelen, derde preek op paasdag, 1533, zonder tekstopgave]

Bij dit artikel over de opstanding van onze Heere Christus uit de dood hoort ook een sterk en vast geloof. De woorden ‘Christus is opgestaan’, moeten met grote letters in het hart worden geschreven. Zo groot als hemel en aarde, zodat ik niets anders zie, hoor, denk of weet dan dit artikel, zodat ik nu meen dat er in de hele schepping verder niets anders geschreven staat.

De apostel Paulus spreekt ook dikwijls over de opstanding. Als een goede onderwijzer is hij er altijd met hart en mond mee vervuld. Luister maar: ‘Hij heeft ons levend gemaakt met Christus, en heeft ons met Hem opgewekt, en heeft ons met Hem in de hemel gezet’ (vgl. Efeze 2 : 5 vv). En: ‘Ik leef, echter niet meer ik, maar Christus leeft in mij’ (vgl. Galaten 2 : 20). Verder zegt Paulus: ‘Wie wil de uitverkorenen van God beschuldigen? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie wil verdoemen? Christus is het, Die gestorven is. Ja, wat meer is, Die ook opgewekt is’ (vgl. Romeinen 8 : 33 vv).

Als wij het ook zo zouden geloven, dan hadden wij een leven zonder zorgen en een sterven zonder vrees. Want dit geloof zou ons dan leren dat Christus niet alleen voor Zichzelf is opgestaan, maar dat Hij zo met ons is verbonden dat het ook ons betreft. Ja, dat ook wij in Zijn opstanding zijn geschreven en begrepen en door Zijn opstanding zelf ook zullen opstaan en eeuwig met Hem zullen leven. Onze opstanding en ons leven is reeds in Christus begonnen. En wel zo zeker, alsof het al gebeurd was, behalve dat het nu nog verborgen is en nog niet is geopenbaard.

Wij moeten dit artikel voortaan zo nauwkeurig bezien dat alle andere dingen op aarde niets meer hebben te betekenen. Als u vandaag een christen ziet sterven en begraven worden, en niets anders dan dood en stof ziet, en overal om u heen alleen de dood heerst – dat u dan toch door het geloof een ander beeld ziet verrijzen. Namelijk dat u geen graf, dood en stof meer ziet, maar puur leven, een prachtige en heerlijke tuin of een groene weide, met daarin alleen nieuwe, levende en vrolijke mensen (vgl. Jesaja 65 : 17 vv en Openbaring 21 : 1 vv).

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1533, vgl. WA 37,67,32 20 (verkort)

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  SlideShare

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Natuur, Persoonlijk, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

God spreekt en het is er…

Hij gebiedt en het staat er…

Door het geloof zien wij in dat de wereld tot stand gebracht is door het Woord van God, en wel zo dat de dingen die men ziet, niet ontstaan zijn uit wat zichtbaar is.
(Hebreeën 11 : 3)

‘En de Here sprak tot de vis en deze spuwde ​Jona​ uit op het droge.’ (Jona 2 : 10).

Lectures on Jonah – 1525/1526 (14)

(…) Te zeggen dat God alle dingen doet door middel van spreken of door middel van woorden, is volledig in overeenstemming met de Schrift waarin we lezen: ‘Alle dingen zijn door het Woord ontstaan en zonder dit is geen ding gemaakt, dat bestaat.’ (Johannes 1 : 3). En in de Psalmen: ‘Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.’ (Psalm 33 : 9). Op deze manier werd de vis weerhouden Jona te verteren. Niet alleen werd het natuurlijk spijsverteringsproces in de vis geblokkeerd, maar ook moest de vis het eten weer uitspuwen. Het moest Jona teruggeven en hem ongedeerd weer aan het land teruggeven. Zo werkte God grote wonderen in Jona.

Nu wordt de eerdere orde van de dingen omgekeerd: wat een ogenblik geleden nog de dood tot doel had, moet nu het verder leven dienen. De vis die eerder het instrument van de dood was, moet nu werktuig van het leven zijn – het moet een toegangspoort tot het leven zijn, hoewel het even eerder Jona gevangen hield en hem aan de dood had prijs gegeven. Ook de oceaan moet de weg banen voor Jona en zijn gast vrije doorgang naar het land geven. De grondvesten van de bergen houden hem niet meer vast en de grendels van de aarde worden ontsloten – het zeewier bedekt hem niet meer, enz.

Dit alles is een bron van troost en vertrouwen voor ons. Het leert ons om op God te vertrouwen, voor Wie het leven en de dood gelijk zijn. Zij zijn beide onbeduidend voor Hem, (zeg maar) speelgoed, zoals Hij het ene schenkt en het andere neemt, of het een voor het ander uitwisselt. Maar voor ons zijn dit merkwaardige en onmogelijke dingen, die God gebruikt om Zijn kracht en Scheppersmacht aan ons te tonen, zoals Psalm 104 ons daarover onderwijst. (1)

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 19, 232, 6-25

(1) De redacteur van de Weimar editie geeft aan dat hier Psalm 106 bedoelt kan zijn.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes (1) sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com. Or, they can use the web-form located on the homepage of www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from the weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(1) Deze Luther Quote “Lectures on Jonah – 1525/1526 (14)” werd vertaald uit het Engels.

Bron afbeeldingen:  BibleVerse2Day en SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Natuur, Wetenschap | Plaats een reactie

Verkondiging: zout in onze wonden wrijven?!

(…) 34 Zout is iets goeds. Maar als ook het zout zijn smaak verliest, hoe kunnen we het dan zijn kracht teruggeven? 35 Ook voor de bemesting van de grond is het niet meer bruikbaar, dus wordt het weggegooid. Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren! (Uit Lukas 15)

HC Zondag 44 – Waarom laat ons dan God alzo scherp de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan? (Luther 9e en 10e gebod)

[Behandelde tekst: Mattheüs 5 : 13, over het zout dat smakeloos is geworden, vervolg]

Door dit zouten krijgen de verkondigers van Gods Woord het verwijt dat zij niet anders kunnen dan schelden en bijten. Maar wat kunnen wij eraan doen? Als men moet zouten, dan moet het ook bijten. En als zij ons voor bijters uitschelden, dan weten wij dat het zo moet zijn, en dat Christus ons dit bevolen heeft. Hij wil dat het zout scherp is en goed kan bijten. Zoals we zullen horen van Paulus die ook de hele wereld straft en alles scheldt wat zij juist loven en prijzen (1) – maar wat niet het geloof in Christus is.

Christus zegt ook: ‘Wanneer de Heilige Geest komt, Die zal de wereld straffen’ (vgl. Johannes 16 : 8). Dat is, Hij zal alles aantasten wat Hij in de wereld vindt, zonder een uitzondering of onderscheid te maken. Niet sommigen schelden en anderen loven, of alleen de dieven en leugenaars straffen, nee: alles, alles zal Hij door elkaar op één hoop gooien – groot en klein, wijs en dwaas, heilig en onheilig, hoe of wat het zijn wil, kortom, alles wat geen Christus is (vgl. Romeinen 3 : 9 en Galaten 3 : 22).

Want de Heilige Geest hoeft niet daarom te komen of predikanten te zenden, dat Hij uiterlijke en grove zonden moet bestraffen, echtbreuk, moord enzovoort. Die zonden weet de wereld zelf wel en kan zijzelf wel straffen. Wat de wereld echter voor het kostbaarste en heiligste houdt en waar zij op zijn best is, waar ze vroom en heilig is, en waar ze God door vroomheid en heiligheid wil dienen, dáár moet gezouten worden.

Dat betekent: wilt u het Evangelie prediken en de mensen helpen, dan moet u ook scherp zijn en zout in de wonden wrijven. (1) Daarom moet men altijd met zouten aanhouden, dat men de eigenwillige godsdienst voorkomt en geen ruimte geeft aan werkheiligheid enzovoort. Zodat deze dingen niet opnieuw opkomen of weer heimelijk worden ingevoerd. Dat zal zeker gebeuren waar het zoutambt niet altijd in gebruik blijft, zoals tot nu toe in de christenheid is gebeurd, zodat enkel bedorven mensenleer regeerde en alles verdorven heeft. Wat niet gebeurd zou zijn als het zout zou zijn gebleven om daarmee alles te zouten wat van de oude Adam is.

(1) Zie bijvoorbeeld ook Paulus verkondiging in Athene. In die stad van de Griekse wijsheid, daar spreekt hij over (hun) onwetendheid en over het kwijtgeraakt zijn van de levende God, terwijl Hij zich altijd weer aan de mens geopenbaard heeft en van geen mens ver weg is: “Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij”. (Handelingen 17 : 22-34).

Maarten Luther: Wochenpredigten über Matth. 5-7,1530/1532,vgl. WA 32,344,22- 345,19 (verkort)

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Zie verder eventueel ook: “Profetisch (s)preken…”

Bron afbeelding:  Hotel w Krakowie

Lukas 14 25-35 - salt is good - Hotel w Krakowie

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

Profiel van een profetisch ambtsdrager…

(…) U kan de wereld niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van haar getuig, dat haar werken boos zijn. (Johannes 7 : 7)

(…) Mijn onderricht is niet van Mij, maar van Hem Die Mij gezonden heeft.

HC Zondag 44 – Waarom laat ons dan God alzo scherp de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan? (Luther 9e en 10e gebod)

[Behandelde tekst: Mattheüs 5:13, over het zout dat smakeloos is geworden]

Met het woord ‘zout’ toont Hij wat uw ambt moet zijn. Want zout is niet voor zichzelf zo zout, en kan zichzelf ook niet zouten. Zout wordt gebruikt in de keuken om vlees of iets anders, waarvoor men het nodig heeft, te zouten. Hierdoor krijgt het smaak, blijft het vers en zal het niet bederven. Op deze manier zegt Christus: ‘Wees ook een zout’, echter niet het zout dat in de keuken wordt gebruikt, maar een zout waarmee men een geheel ander ‘vlees’ zout, namelijk de hele wereld.

Dat is toch een heerlijk ambt en een grote eer dat God u ‘het zout de aarde’ noemt en u aanstelt om alles te zouten wat op aarde is.

Daarvoor heeft Hij echter wel mensen nodig die gewillig zijn om arm, ellendig, behoeftig, zachtmoedig enzovoorts te zijn. Die daarbij ook allerlei vervolging, smaad en laster willen verdragen. Als het met u zo niet gelegen is, wordt u nooit een goede verkondiger, die goed begint te zouten. Maar u blijft een smakeloos ‘zout’ dat geen nut doet.

Daarom is het niet gemakkelijk een evangelist [apostel] of verkondiger te zijn, en dit ambt uit te oefenen, ja, voor vlees en bloed is dat onmogelijk.

Hoe dat nu bij het zouten toegaat, kunt u wel begrijpen, namelijk dat u moet preken en zeggen: ‘Alles wat op aarde is geboren en op aarde leeft, doet geen nut, maar is verrot en bedorven voor God’ (vgl. Romeinen 3:9 en Galaten 3:22). Want omdat Hij eenvoudigweg zegt dat zij het zout der aarde zijn, dat is voor alles wat wereld is, moet daaruit volgen dat alles wat in de wereld is en vlees of mens heet, moet gestraft en doorzouten worden.

Zodat u de heiligheid, wijsheid, godsdienst van de hele wereld, die verzonnen is buiten Gods Woord, die zich niet alléén aan Christus houdt, moet verdoemen als van de duivel. En zeggen dat die in de afgrond van de hel thuishoort. Dit is een onvriendelijke verkondiging die onaangenaam is voor de wereld, en dit maakt dat men u vijandig gezind is en u op de mond slaat.

Maarten Luther: Wochenpredigten über Matth. 5-7,1530/1532, vgl. WA 32,343,1 – 344,18 (verkort)

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Zie verder eventueel ook: “Profetisch (s)preken…”

(…) 16 Jezus​ antwoordde hun en zei: Mijn onderricht is niet van Mij, maar van Hem Die Mij gezonden heeft. 17 Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek. 18 Wie vanuit zichzelf spreekt, zoekt zijn eigen eer, maar Wie de eer zoekt van Hem Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig en geen ongerechtigheid is in Hem. 19 Heeft ​Mozes​ u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Waarom probeert u Mij te doden? (Uit Johannes 7)

(…) 18 Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u gehaat heeft. 19 Als u van de wereld zou zijn, zou de wereld het hare liefhebben, maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat de wereld u. 20 Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb: Een slaaf is niet meer dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen. (Johannes 15 : 18-20)

Bron afbeelding:  BiblePic.com

Johannes 7 7 - but Me it hates - BiblePic

 

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Aangevochten zondaar? Wij? Ik?

6 Van ​Abraham​ wordt gezegd: ‘Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van ​gerechtigheid​ toegerekend.’ 7 U ziet dus dat zij die geloven ​kinderen​ van ​Abraham​ zijn. (Uit Galaten 3)

HC Zondag 44 – Waarom laat ons dan God alzo scherp de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan? (Luther 9e en 10e gebod)

[Behandelde tekst: Galaten 3 : 6]
(…) Wij echter leren en troosten de aangevochten zondaar op de volgende manier: het is onmogelijk, broeder, dat u in dit leven zo volmaakt wordt dat uw lichaam net zo smetteloos en helder straalt als de zon. Nee, u houdt zonden en gebreken en toch bent u een heilige. Maar u zegt: ‘Hoe kan ik een heilige zijn als ik zoveel zonde heb en voel?‘ Dat u uw zonden voelt en kent, is goed. Dank God daarvoor en wanhoop niet. Het is de eerste stap naar de gezondheid als de zieke zelf ook inziet en erkent dat hij ziek is. ‘Maar hoe moet ik van de zonde bevrijd worden?‘ Ga naar Christus, de Arts, Die verslagen harten geneest en arme zondaars gezond maakt. Geloof in Hem!

Als u gelooft, bent u rechtvaardig, omdat u God de eer geeft dat Hij almachtig, barmhartig, waarachtig, rechtvaardig en genadig is. Op deze manier rechtvaardigt u God, en zo looft en eert u Hem. Kort gezegd: u laat God God zijn en geeft Hem alles. Wat dan nog aan zonde in u is overgebleven, wordt u niet toegerekend, maar het wordt u om Christus – in Wie u gelooft – kwijtgescholden.

Christus is volmaakt en volkomen rechtvaardig: door het geloof is Zijn gerechtigheid uw gerechtigheid, en uw zonde is Zijn zonde. “Deze twee dingen zijn immers met elkaar in tegenspraak, namelijk dat een christen rechtvaardig is en God hem liefheeft én dat hij toch nog steeds een zondaar is?“ God kan immers Zijn natuur niet verloochenen? Dat is waar: Hij moet zowel de zonde als de zondaar haten. Het is noodzakelijk dat Hij dit doet, want anders zou Hij onrechtvaardig zijn en de zonde liefhebben.

‘Hoe kunnen nu deze twee tegenstrijdige dingen waar zijn? Ik heb zonde en heb de toorn en gramschap van God geheel en al verdiend, én toch heeft de Vader mij lief?‘ Dit is alleen mogelijk door de tussenkomst van de Middelaar Christus. Hij zegt: ‘De Vader heeft u lief, niet omdat u die liefde verdiend hebt, maar omdat u Mij hebt liefgehad, en geloofd hebt, dat Ik van de Vader ben uitgegaan‘. (vgl. Johannes 16 : 27).

Maarten Luther: In epistolam S. Pauli ad Galatas Commentarius, (1531), 1535, vgl. WA40.1, 369,13-25; 371,30- 372,18

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  AZ Quotes

Luther - no justification without sanctification - AZ Quotes

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Een ervaring rijker…

(…) 8 Wees op uw hoede en verspeel niet wat we bereikt hebben, maar zorg dat u het volle loon ontvangt. 9 Wie niet bij de leer van ​Christus​ blijft maar verder wil gaan, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon. (Uit 2 Johannes)

(…) Toch heeft Evans (1) in zijn zoektocht naar een nieuwe verbondenheid wel degelijk geprobeerd christelijk te worden, reden waarom hij aanhaakte bij de populairste christelijke prediker van Groot-Brittannië, Nicky Gumbel. Een jaar lang deed hij zijn best, totdat de ‘nogal oordelend denkende’ Gumbel hem inzette als reclamemateriaal. “Dan stond ik op het podium en moest ik voor een publiek van 500 gelovigen over mijn bekering praten. ‘Hier is Jules Evans, filosoof! Vertel ons eens, Jules, hoe heb jij Jezus gevonden?’ Ik zei dat ik een bijna-dood ervaring gehad (a). ‘En Jules, leidde dat tot Jezus?’ Ik zei: nee, het leidde me tot de Griekse filosofie.”

(…) Op grond van uitgebreid bronnenonderzoek (“mijn huis ligt vol boeken over mystiek”), concludeert Evans dat Europa, en christelijk Europa in het bijzonder, wel degelijk een rijke cultuur van contemplatieve en mystieke rituelen heeft gekend, die met de Reformatie de kop ingedrukt werd. (a) “Alleen in de marge werd extase toegelaten, bij methodisten bijvoorbeeld. Maar die werden beschouwd als domoren. De nieuwe kerkelijke elite keek erop neer.”

(…) Zelfs de psychiatrie stond vijandig tegenover extatische ervaringen – die bewezen al snel dat je gek was. Terwijl extase juist zo verbindend kan werken. Denk aan de dionysische feesten in het oude Griekenland. Uit het hele land kwamen mensen erop af: ze voelden zich herboren – en verbonden met elkaar, met hun samenleving, met de natuur, met God. Hetzelfde zie je op de muziekfestivals van deze tijd.“

(…) “Hmm… Als onderzoeker doe je natuurlijk iets raars, als je begrijpt wat ik bedoel: enerzijds naar een kerk gaan en je overgeven aan de ervaring, anderzijds zeggen: hé, wat was dat? En natuurlijk zeggen mijn christelijke vrienden dat ik mijn ontmoeting met God kapot-analyseer. Maar mijn hele boek is juist bedoeld om een balans te vinden tussen het vermogen je over te geven én het vermogen na te denken.”

(…) En dan rustiger: “Maar ik denk wel dat we meer over onze eigen traditie kunnen leren. Ik ben nog steeds geen christen (lacht), maar ik ga wel vaker naar de kerk. Ik heb er veel geleerd over nederigheid – daar zijn de Grieken niet zo sterk in, en New Age ook niet. Waarom zou je voor één traditie kiezen? Ik houd van een rommelig religieus landschap, waarin mensen voortdurend grenzen oversteken.”

Bron tekst: Trouw/De Verdieping – “Extase, om verder te komen dan onze kleine ego’s” door Leonie Breebaart

Bron afbeelding: Pinterest

(a) Dit soort (extase)ervaringen horen we niet/nooit van mensen die onder narcose werden gebracht?! Misschien toch een teken dat de bijzondere ervaringen meer vanuit “het lichaam” (biologische oorzaken) dan vanuit de geest (geestelijke wereld) ontstaan.

(1) Jules Evans – filosoof – Interview – Jarenlang schaamde Jules Evans zich voor zijn extatische bijna-doodervaring. Nu pleit de Engelsman ervoor vaker collectief de controle te verliezen. ‘Er is iets dat groter is.’
Jules Evans: De kunst van het controleverlies. Filosoferen over extase. Uitgeverij Ten Have; 320 blz. € 22,99.

2 Johannes 8-9 - Watch yourselves - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Wetenschap | Plaats een reactie

Het zwaard van Zijn mond…

(…) 5 Laten zijn getrouwen juichen in triomf, nog jubelen als zij te ruste gaan,
6 met lofzang voor God uit hun kelen, een tweesnijdend ​zwaard​ in hun hand.
7 De volken laten boeten, de naties bestraffen,
8 hun koningen in boeien slaan, hun ​leiders​ met ketenen binden,
9 het geschreven recht aan hen voltrekken:
dat is de ​glorie​ voor al zijn getrouwen.

Halleluja! (Uit Psalm 149)

HC Zondag 44 – Waarom laat ons dan God alzo scherp de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan? (Luther 9e en 10e gebod)

[Behandelde tekst: Johannes 2 : 15]
‘En Hij maakte een gesel van touwtjes’… (1) (…) In de Openbaring van Johannes, in het eerste hoofdstuk, lezen wij dat de evangelist een Man ziet: ‘Uit Zijn mond ging een tweesnijdend, scherp zwaard, en Zijn aangezicht was als het licht van de zon in haar kracht’ (vgl. Openbaring 1 : 16). Jesaja zegt: ‘Hij zal de aarde slaan met de roede en het zwaard van Zijn mond’ (vgl. Jesaja 11 : 4).

Het is echter een zwaard dat niet ín Zijn mond inging, maar úit Zijn mond uitging. Dat betekent: Hij zal Zijn regering of zwaard in de mond dragen en alleen met de mond prediken en vermanen. Een zwaard of roede in de hand dragen dát komt de ouders en de overheid toe, die moeten de roede of het zwaard gebruiken.

Op deze manier noemt ook Paulus het Woord van God ‘het zwaard van de Geest’ (vgl. Efeze 6 : 17), en wil hij daarmee alle predikers van Gods Woord een voorbeeld geven hoe zij zich moeten gedragen (2). Namelijk dat zij aan de mensen onderwijs moeten geven door het ‘mondelinge zwaard’, dat is door het zwaard van de Geest of door het Woord van God. Dat is het zwaard of de roede waardoor men straft en vermaant, die komen uit de mond door de prediking. Zoals Jesaja zegt: ‘Door de roede van Zijn mond zal Hij het land slaan en zal Hij de goddelozen doden’ (vgl. Jesaja 11 : 4). In dit tekstdeel noemt Jesaja het Woord van God ‘de roede van Christus’ mond’. Dat gebeurt als God de ongelovige wereld verdoemt en bestraft. Als Hij zegt: ‘Wie niet gelooft, is al verdoemd (vgl. Johannes 3 : 18).

Wie de huwelijkstrouw verbreekt, steelt, de naaste belastert of de ouders niet gehoorzaamt, of wie God niet vreest en oneerbaar leeft, die is al dood en veroordeeld. Dat is het zwaard van Gods Woord, waarmee ik (door de verkondiging met Woord en daad – AJ) alles verdoem wat de mensen doen, en de hele wereld onder de zonde besluit (vgl. Romeinen 3 : 9 en Galaten 3 : 22). Daarmee sla ik echter niemand het hoofd af, ransel ik niemand af met een stok, maar sla, straf, stoot en oordeel ik alleen met de mond. (2) Op deze manier draagt Christus het zwaard in de mond, maar niet in de vuist. Het Woord van God is Zijn zwaard en roede, waarmee Hij de hele wereld bestraft.

(1)  (…) 15 En nadat Hij een gesel van touwen gemaakt had, dreef Hij ze allen de ​tempel​ uit, ook de schapen en de runderen. En het ​geld​ van de wisselaars wierp Hij op de grond en de tafels keerde Hij om. (Uit Johannes 2)

(2) Dat er zoveel goddeloosheid en onrecht onder de mensen en volken is, is voor een niet te onderschatten deel te wijten aan Gods gemeenten, die op aarde de verkondiging van (heel) Gods Woord – o.a. die van de Wet – met woord en daad verzaken en daarvoor in de plaats liefst allerlei eigentijdse opvattingen en leringen aandacht geven en zich verkondigen laten, waardoor niet vooral heiliging van eigen leven wordt nagestreefd (als vrucht gevonden wordt!), maar ook daar allerlei “vrijgevochten” opvattingen en levenspraktijk “de ruimte” krijgt en wordt gegeven.

Maarten Luther: Auslegung des ersten und zweiten Kapitels Johannis, 1537-1538, vgl. WA 46,730,31 -731,29

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  Daily Bible Verses – blogger

Psalm 149 6-9 - Two edged sword in their hands - Daily Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Israël | Plaats een reactie