Aangevochten zondaar? Wij? Ik?

6 Van ​Abraham​ wordt gezegd: ‘Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van ​gerechtigheid​ toegerekend.’ 7 U ziet dus dat zij die geloven ​kinderen​ van ​Abraham​ zijn. (Uit Galaten 3)

HC Zondag 44 – Waarom laat ons dan God alzo scherp de tien geboden prediken, zo ze toch niemand in dit leven houden kan? (Luther 9e en 10e gebod)

[Behandelde tekst: Galaten 3 : 6]
(…) Wij echter leren en troosten de aangevochten zondaar op de volgende manier: het is onmogelijk, broeder, dat u in dit leven zo volmaakt wordt dat uw lichaam net zo smetteloos en helder straalt als de zon. Nee, u houdt zonden en gebreken en toch bent u een heilige. Maar u zegt: ‘Hoe kan ik een heilige zijn als ik zoveel zonde heb en voel? Dat u uw zonden voelt en kent, is goed. Dank God daarvoor en wanhoop niet. Het is de eerste stap naar de gezondheid als de zieke zelf ook inziet en erkent dat hij ziek is. Maar hoe moet ik van de zonde bevrijd worden? Ga naar Christus, de Arts, Die verslagen harten geneest en arme zondaars gezond maakt. Geloof in Hem!

Als u gelooft, bent u rechtvaardig, omdat u God de eer geeft dat Hij almachtig, barmhartig, waarachtig, rechtvaardig en genadig is. Op deze manier rechtvaardigt u God, en zo looft en eert u Hem. Kort gezegd: u laat God God zijn en geeft Hem alles. Wat dan nog aan zonde in u is overgebleven, wordt u niet toegerekend, maar het wordt u om Christus – in Wie u gelooft – kwijtgescholden.

Christus is volmaakt en volkomen rechtvaardig: door het geloof is Zijn gerechtigheid uw gerechtigheid, en uw zonde is Zijn zonde. “Deze twee dingen zijn immers met elkaar in tegenspraak, namelijk dat een christen rechtvaardig is en God hem liefheeft én dat hij toch nog steeds een zondaar is? God kan immers Zijn natuur niet verloochenen? Dat is waar: Hij moet zowel de zonde als de zondaar haten. Het is noodzakelijk dat Hij dit doet, want anders zou Hij onrechtvaardig zijn en de zonde liefhebben.

‘Hoe kunnen nu deze twee tegenstrijdige dingen waar zijn? Ik heb zonde en heb de toorn en gramschap van God geheel en al verdiend, én toch heeft de Vader mij lief? Dit is alleen mogelijk door de tussenkomst van de Middelaar Christus. Hij zegt: ‘De Vader heeft u lief, niet omdat u die liefde verdiend hebt, maar omdat u Mij hebt liefgehad, en geloofd hebt, dat Ik van de Vader ben uitgegaan‘. (vgl. Johannes 16 : 27).

Maarten Luther: In epistolam S. Pauli ad Galatas Commentarius, (1531), 1535, vgl. WA40.1, 369,13-25; 371,30- 372,18

Bron tekst: “Maarten Luther – Mijn enige troost – 365 dagen met de Heidelbergse Catechismus” samengesteld door H.C. van Woerden, Den Hertog uitgeverij.

Bron afbeelding:  AZ Quotes

Luther - no justification without sanctification - AZ Quotes

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Catechismus, Gemeente, Geschiedenis, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s