Psalm 32 leren bidden… (I)

Welgelukzalig is de mens, die de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent,
en in wiens geest geen bedrog is.
  (Psalm 32 : 2)

Bedrog in de geest

‘En in wiens hart of geest geen bedrog is.’ Dat betekent dat je eigen hart je niet bedriegt. Wat wel gebeurt als je er aan de buitenkant vroom uitziet en jezelf ook voor vroom houdt en denkt dat je God liefhebt, terwijl toch inwendig het oogmerk van je hart verkeerd is.

Dat betekent dat je God niet om Zichzelf maar om je ‘eigen ik dient
en daarom godsdienstig bent.

Deze slechte, valse, bedrieglijke en listige dwaling verleidt vooral hen, die uiterlijke heiligheid voorstaan. Dat zijn de geestelijke mensen die vertrouwen op hun vrome leven en hun vele goede werken, en hun gebeden, geen vrees kennen en niet met ernst op hun geest en op het oogmerk van hun hart letten.

Ook willen zij niet overwegen dat er geen mens leeft die vrij is van deze bedrieglijke en schadelijke list, maar dat deze integendeel bij alle mensen diepgaand in hun geest aanwezig is, en alleen door Gods genade kan worden uitgedreven.

Daarom noemt David het: een bedrog in de geest. Het is dus geen bedrog wat de mens, tegenover zichzelf of een ander, bewust begaat, maar een bedrog waaraan hij onderworpen en dat hem aangeboren is.

Doorgrond mijn hart, o God! (Uit Psalm 139)

Maarten Luther: Die sieben Bußpsalmen, 1517, vgl. WA 1,167,28 – 168,6

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Vreugde, geborgenheid en steun…

(…) 9 Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt, al de dagen van uw vluchtige leven die Hij u gegeven heeft onder de zon, al uw vluchtige dagen. Want dit is uw deel in het leven en bij uw zwoegen waarmee u zwoegt onder de zon. (Uit Prediker 9)

In onderscheid tot de schuilplaats van een dier, is de woning van de mens meer dan een plaats waar hij schuilt voor slecht weer en voor de nacht en waar hij zijn jongen verzorgt; het is de ruimte, waarin hij de vreugde van een eigen persoonlijk leven genieten mag in de geborgenheid van de zijnen en zijn eigendom.

Eten en drinken heeft niet alleen tot doel het lichaam gezond te houden, maar dient ook de natuurlijke vreugde in het lichamelijke leven. De kleding moet meer zijn dan een povere bedekking van het lichaam, zij dient ook een sieraad van het lichaam te zijn.

Recreatie heeft niet alleen tot doel een verhoogde arbeidsprestatie, maar geeft het lichaam ook de rust en de vreugde, die het toekomt. In het spel dat krachtens zijn wezen ver afstaat van alle doelgerichtheid komt het duidelijkst tot uitdrukking dat het lichamelijk leven een doel is in zich.

De seksualiteit is niet slechts een middel tot voortplanting, maar kent binnen het huwelijk haar eigen vreugde in de liefde van twee mensen tot elkaar, onafhankelijk van alle doelgerichtheid.

Daaruit volgt, dat de zin van het lichamelijke leven nooit opgaat in zijn doelgerichtheid, maar pas in de vervulling van de daaraan inherente aanspraak op vreugde volledig tot zijn recht komt.

Hoe sterk het lichamelijke leven van nature op vreugde gericht is, blijkt misschien wel het duidelijkst hieruit, dat het lichaam, zelfs als het op juiste wijze in harde inspanning aan noodzakelijke doeleinden dienstbaar wordt gemaakt, in deze dienstbaarheid vreugde schept.

Maar dat zal slechts het geval zijn, zolang naast de doelgerichtheid van het lichaam ook rekening wordt gehouden met het lichaam als doel in zich.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De liefde is lankmoedig en goedertieren” – “Voor vreugde geschapen” – (25 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 9 Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen. 10 Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de éne, die valt zonder dat de ander die éne weer overeind kan helpen! (Uit Prediker 4)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het Godsrijk verwachten…(V)

De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. (1 Korintiërs 13 : 4-7 naar de Luthervertaling)

De praktische kant van: Uw koninkrijk kome.

Liefde die zich vermomt en verhult

Als een leven zonder liefde niets is, dan staan wij voor de vraag: Wat is dan deze liefde, waar alles van afhangt?

Het is waar, geen mens leeft zonder liefde. Ieder mens heeft liefde, kent haar macht, en haar passie. Hij weet zelfs, dat deze liefde de zin is van zijn leven en dat hij zonder deze liefde zijn leven wel kon afschrijven.

Maar deze liefde, waarvan iedereen de macht, de hartstochtelijkheid en de zin kent, is de liefde van de mens voor zich zelf. Dit is de liefde, die hem vervult, die hem ondernemend en inventief maakt, zonder welke zijn leven niet meer de moeite waard zou zijn.

Wij kennen de liefde dus wel, maar alleen als spiegelbeeld, als karikatuur, als eigenliefde. Maar deze eigenliefde is de van haar oorsprong afgevallen, in haar tegendeel veranderde liefde, die aan zich zelf genoeg heeft en daarom gedoemd is tot onvruchtbaarheid; deze liefde is eigenlijk haat, haat tegen God en tegen de broeder, omdat deze alleen maar inbreuk kunnen maken op het beperkte wereldje van het eigen ik.

In beide gevallen dezelfde macht, dezelfde hartstocht, dezelfde exclusiviteit alleen het object is totaal verschillend, in het ene geval ik zelf, in het andere geval God en de naaste. Maar de eigenliefde is niet dom. Zij weet, dat zij alleen de karikatuur van de liefde is; daarom doet zij zich anders voor dan zij is, zij verhult zich, vermomt zich op talloze manieren en probeert zo op de echte liefde te lijken.

En dat lukt haar zo goed, dat het menselijk oog bijna niet meer in staat is schijn van waarheid te onderscheiden. De eigenliefde doet zich voor als naastenliefde, liefde voor het vaderland, zorg voor de gemeenschap, filantropie en wil niet in haar ware gestalte worden herkend.

Maar Paulus doorbreekt alle camouflagepogingen en alle schijn, en roept de eigenliefde ter verantwoording, door haar en ons het beeld voor te houden van de liefde, zoals die geldt voor God.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De liefde is lankmoedig en goedertieren” – “De liefde en haar karikatuur” – (28 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978 

(…) 2 Grijp in, HEER! Niemand is nog trouw,
geen mens spreekt nog waarheid.
3 Ze beliegen elkaar allemaal,
vals en verraderlijk is hun woord.
4 HEER, snijd hun valse tongen af,
snoer de monden vol grootspraak
5 die zeggen: ‘Met onze tong zijn we sterk,
onze mond helpt ons, wie kan ons aan?’
(Uit Psalm 12)

Zie ook:
– Het Godsrijk verwachten…(I)
– Het Godsrijk verwachten…(II)
– Het Godsrijk verwachten…(III)
– Het Godsrijk verwachten…(IV)
– ‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (15)

Bron afbeelding:  Dust Off the Bible (Uit Psalm 12)

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het Godsrijk verwachten…(IV)

De vaste melodie en andere/toegevoegde stemmen

Wat ben je mooi, wat ben je bekoorlijk, liefde​ en verrukking, dat ben jij.
(Hooglied 7 : 6)

Geciteerd: Bij sterke liefde bestaat altijd het gevaar dat je, laat ik zeggen, de polyfonie (meerstemmigheid) van het leven niet meer hoort. Ik bedoel dit: God en zijn eeuwigheid willen bemind worden met heel het hart, maar niet zó dat de aardse liefde daaronder lijdt of verzwakt, doch als een soort cantus firmus (grondtoon, doorgaande terugkerende vaste melodie, rode draad), die de achtergrond vormt waartegen de andere stemmen van het leven als contrapunten uitkomen.

Een van die contrapuntische thema’s, volledig zelfstandig maar gericht op de cantus firmus, is de aardse liefde. In de bijbel staat toch het Hooglied en er is echt geen feller, zinnelijker, gloeiender liefde denkbaar, dan die van het Hooglied. (vgl. 7 : 6!).

Het is werkelijk goed dat het in de Bijbel staat, als tegenwicht tegen diegenen die het christen-zijn zien als een beheersing van de hartstochten (komt die beheersing wel ergens voor in het Oude Testament?). Als de cantus firmus duidelijk en helder klinkt, kan het contrapunt zich rustig zo breed mogelijk ontvouwen. Beide zijn ‘ongedeeld en toch gescheiden’, zoals in Christus de goddelijke en menselijke natuur.

Misschien klinkt de polyfone muziek ons daarom zo vertrouwd en hechten we er daarom zoveel waarde aan, omdat ze de muzikale afspiegeling is van het christologisch gegeven en dus ook van ons christelijk leven. Begrijp je wat ik bedoel?

Ik zou je willen vragen: laat de cantus firmus duidelijk uitkomen, dan pas kan de muziek voluit klinken en wordt het contrapunt steeds gedragen, het kan niet verglijden, niet losraken en toch blijft het een eigen zelfstandig geheel.

In deze polyfonie wordt je leven pas een geheel en weet je ook dat er niets fataals kan gebeuren, zolang de cantus firmus blijft klinken.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Alles heeft zijn tijd” – “Cantus firmus en contrapunt” – (21 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Holly Holy live/love (Neil Diamond, 1971)

Zie ook:
– Het Godsrijk verwachten…(I)
– Het Godsrijk verwachten…(II)
– Het Godsrijk verwachten…(III)
– ‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (15)

Bron afbeelding:  DWELLING in the Word

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Het Godsrijk verwachten…(III)

‘Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd’ (Uit Prediker 3)

De praktische kant van: Uw koninkrijk kome.

Met Gods handelen met en voor ons in de pas blijven

We moeten God vinden en liefhebben in wat Hij ons geeft; als God ons wil laten genieten van een overweldigend aards geluk, dan moeten we niet vromer willen zijn dan God en dat geluk niet wormstekig laten worden door overmoedige en provocerende gedachten en een op hol geslagen religieuze fantasie en vroomheid, die nooit genoeg heeft aan dat wat God schenkt.

God zal degene die Hem dankbaar vindt in aards geluk, waarachtig wel ogenblikken geven, waarin hij eraan herinnerd wordt dat het aardse maar iets voorlopigs is, dat het goed is je hart aan de eeuwigheid te wennen en ten slotte komt altijd wel het moment, dat we eerlijk kunnen zeggen: ‘Mijn huis is aan de overzij‘.

Maar dat heeft allemaal zijn eigen tijd en de hoofdzaak is met God gelijke tred te houden, niet vooruit te lopen en natuurlijk ook niet achter te blijven. Alles tegelijk willen hebben is overmoedig: huwelijksgeluk en kruis en het hemels Jeruzalem, waarin noch man noch vrouw is. ‘Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd‘ (Zie Prediker 3).

Alles heeft ‘zijn uur: er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen… een tijd om te omhelzen en een tijd om zich van omhelzen te onthouden… een tijd om te scheuren en een tijd om dicht te naaien… en God zoekt weer op wat voorbijgegaan is’. Dit laatste mogen we wel zo verstaan, dat niets van het verleden verloren gaat, dat verleden is van ons en God gaat ernaar terug samen met ons.

Als wij dus worden overvallen door verlangen naar het verleden – en dat gebeurt op de meest onvoorziene momenten – dan mogen wij weten dat het maar één van de vele uren is die God ons bereidt en, niet op eigen gelegenheid maar samen met Hem, kunnen wij dan weer teruggaan naar ons verleden.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Alles heeft zijn tijd” – “Met God gelijke tred houden” – (20 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie ook:
– Het Godsrijk verwachten…(I)
– Het Godsrijk verwachten…(II)
– ‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (15)

Bron afbeelding:  Daily Life Verse

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het Godsrijk verwachten… (II)

Niemand kan twee heren dienen. (Uit Mattheüs 6 : 24)

De praktische kant van: Uw koninkrijk kome.

Het is liefde of haat!

Wanneer de discipel heel zijn hart bij God heeft, dan ziet hij duidelijk, dat hij niet twee heren kan dienen. Hij kan het niet.

Men zou geneigd zijn, het juist als een teken van wijsheid en ervaring te beschouwen, als iemand de twee heren, God en de mammon, kan dienen en aan beide kan geven wat hun toekomt. Waarom zouden we als kinderen van God geen blijde kinderen van deze wereld zijn, die zich verheugen over Gods goede gaven en hun schatten als Gods zegen ontvangen?

God en wereld, God en de bezittingen staan tegenover elkaar, omdat wereld en bezit ons naar het hart staan en pas, wanneer zij het hart gewonnen hebben, zijn wat ze zijn. Zonder ons hart zijn bezit en wereld niets. Zij leven van ons hart. Zo zijn ze tegen God. Wij kunnen ons hart slechts aan één in volle liefde geven, wij kunnen slechts één heer geheel aanhangen. Wat (of wie!) deze liefde in de weg staat, wordt gehaat.

Er is volgens Jezus’ woord ten opzichte van God slechts liefde of haat mogelijk. Hebben wij God niet lief, dan haten wij Hem. Er is geen middenweg. Er is hier slechts het of-of mogelijk: óf je hebt God lief, óf je hebt de dingen van de wereld lief.

Natuurlijk wil je het niet en waarschijnlijk weet je het niet, je wilt juist het tegendeel, maar in feite, wil je beide heren dienen. Je wilt God liefhebben én de dingen, je zult dus nooit geloven dat je God haat. Je hebt Hem lief, meen je.

Maar als we God liefhebben en ook de dingen van de wereld, is de liefde tot God haat, is het oog niet meer zuiver, is het hart niet meer in de gemeenschap met Jezus. Of we het willen of niet, het kan niet anders.

Wie staat in de navolging van Jezus, kan niet twee heren dienen.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Zoek eerst het rijk Gods” – “Liefde of haat” – (17 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie ook:
– Het Godsrijk verwachten…(1)
– ‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (15)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het Godsrijk verwachten…(1)

Verzamelt u geen schatten op aarde. (Uit: Mattheüs 6 : 19-21)

De praktische kant van: Uw koninkrijk kome.

Het zijn de dingen van de wereld, die het hart van de discipel willen afleiden. Waarop is het hart van de discipel gericht? Dat is de vraag. Is het gericht op de dingen van de wereld, is het gericht op Christus én de dingen? Of is het alleen op Christus gericht?

Jezus ontzegt hun niet het gebruik der dingen. Jezus was mens, at en dronk als zijn discipelen. Hij heeft daardoor het gebruik der goederen van de aarde gereinigd. De dingen die je iedere dag nodig hebt voor de voeding en het onderhoud van het lichamelijk leven, moet de volgeling dankbaar gebruiken.

De dingen zijn ons gegeven om ze te gebruiken, maar niet om ze te vergaren. Zoals Israël in de woestijn het manna dagelijks van God ontving en niet te zorgen had voor eten en drinken, en zoals het manna dat tot de volgende dag bewaard werd, weldra verrotte, zo moet de discipel van Jezus dagelijks het zijne van God ontvangen; maar wanneer hij het ophoopt tot blijvend bezit, bederft hij de gave en zich zelf.

Het hart hangt aan verzamelde goederen. Het opgestapelde bezit treedt tussen God en mij. Waar mijn schat is, daar is mijn vertrouwen, mijn zekerheid, mijn troost, mijn God.

Maar waar ligt de grens tussen de dingen die ik moet gebruiken,
en de schat die ik niet mag hebben?

Wanneer wij de regel omkeren en zeggen: waaraan uw hart hangt, dat is uw schat, dan is het antwoord reeds gegeven.
Het kan een zeer onaanzienlijke schat zijn, op de grootte komt het niet aan, op het hart alleen komt het aan, op u.

Maar hoe weet ik waaraan mijn hart hangt, dan is ook hier het antwoord eenvoudig en duidelijk.

Alles wat u hindert God boven alles lief te hebben, wat tussen u en uw gehoorzaamheid aan Jezus komt, is de schat waaraan uw hart hangt.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Zoek eerst het rijk Gods” – “Gebruiken niet vergaren” – (16 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie ook:  ‘Het onze vader uitgelegd voor de eenvoudigen’, 1519 (15)

Bron afbeelding:  News and Views

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Zwijgen om te kunnen spreken…

(…) 9 Die Hem trouw zijn, behoedt hij op hun pad,
maar de goddelozen komen om in het duister.
Ontoereikend is de menselijke kracht:
10 wie het opneemt tegen de HEER wordt gebroken,
vanuit de hemel dondert Hij hun toe.
(Uit het gebed van Hanna in 1 Samuël 2)

Er bestaat een zwijgen dat niets anders is dan een geringschatting van de openbaring van God in zijn Woord. Dan wordt het zwijgen verkeerd begrepen, het is het plechtige, gewichtige, mystieke boven-het-Woord-willen-uitstijgen. Het zwijgen wordt niet begrepen in zijn wezenlijke relatie tot het Woord.

Wij zwijgen vóór het luisteren naar het Woord, omdat onze gedachten reeds op het Woord gericht zijn; zoals een kind stil de kamer van zijn vader binnenkomt. Wij zwijgen na het luisteren naar het Woord, omdat het Woord nog in ons spreekt en leeft en woning maakt. Wij zwijgen dus niet om aan het Woord te weinig eer te bewijzen, maar om het op de juiste wijze te eren en in ons op te nemen.

Zwijgen is ten slotte niets anders dan wachten op het Woord van God om door Gods Woord gezegend terug te keren. Dat het nodig is dit te leren in een tijd, waarin het gepraat de overhand heeft genomen, dat weet iedereen, en dat het daarbij gaat om werkelijk zwijgen, stil zijn, zijn tong beteugelen, dat is ten slotte alleen het nuchtere gevolg van het geestelijk zwijgen.

Het zwijgen voor het Woord zal evenwel zijn uitwerking hebben op de gehele dag. Hebben wij geleerd voor het Woord te zwijgen, dan zullen wij ook in de loop van de dag met zwijgen en spreken leren omgaan. Er bestaat een ongeoorloofd, verwaand, een trots en beledigend zwijgen.

Het zwijgen van de christen is een luisterend zwijgen, een nederig zwijgen, dat ter wille van de ootmoed ook elk ogenblik kan worden verbroken. Het is het zwijgen dat in relatie staat met het Woord.

In het stil zijn ligt een wonderbaarlijke kracht besloten voor de verduidelijking, de zuivering en de concentratie op het wezenlijke. Veel onnodigs blijft ongezegd. En het werkelijk belangrijke en helpende kan in weinig woorden gezegd worden.

Het zwijgen kan een verschrikkelijke woestijn zijn met al haar eenzaamheid en verschrikking. Het kan ook een paradijs zijn van zelfbedrog, en het een is al niet beter dan het andere.

Daarom: niemand verwachte van het zwijgen iets anders dan de eenvoudige ontmoeting met het Woord van God, ter wille waarvan hij tot het zwijgen is gekomen.

De christen moet geen voorwaarden stellen, hoe hij deze ontmoeting verwacht of hoopt. Hij neme haar, zoals zij komt – en zijn zwijgen zal rijkelijk worden beloond.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Gemeenschap en alleen zijn” – “Nu het praten de overhand krijgt” – (13 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  SlidePlayer

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

Een nieuw verbond…

35 Dit zegt de HEER, die de zon heeft gemaakt als het licht voor de dag,
de maan en sterren als de lichten voor de nacht,
die de zee opzweept, zodat de golven bruisen,
wiens naam is HEER van de hemelse machten:

36 Pas als deze orde ophoudt te bestaan
– ​spreekt de HEER​ –
bestaat ook Israël niet meer,
is het niet meer voor altijd mijn volk.

37 Dit zegt de HEER:
Zoals de hoogte van de hemel niet gemeten wordt,
de diepte van het fundament der aarde niet gepeild,
zo verwerp ik niet het nageslacht van Israël *
om alles wat het heeft misdaan
– ​spreekt de HEER.

33 Maar dit is het ​verbond​* dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – ​spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun ​hart​ schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk.

34 Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al – ​spreekt de HEER. Ik zal hun ​zonden​ ​vergeven​ en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan.*

31 De dag zal komen – ​spreekt de HEER​ – dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw ​verbond​* sluit, 32 een ander ​verbond​ dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat ​verbond​ verbroken, hoewel ze mij toebehoorden – ​spreekt de HEER.

40 (…) Heel dit Israël zal aan de HEER zijn gewijd, en Jeruzalem zal nooit meer worden afgebroken en verwoest.’
(…)
(Uit Jeremia 31)

En dit is Mijn Verbond* met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.
(Romein 11 : 27)

Dit verbond* sluit ik met hen – zegt de HEER:
Mijn Geest, die op jou rust,
en de woorden die ik je in de mond heb gelegd,
zullen uit jouw mond niet wijken,
noch uit de mond van je kinderen,
noch uit de mond van je kindskinderen,
van nu tot in eeuwigheid* – zegt de HEER.
(Jesaja 59 : 21)

Evenzo de ​beker, na de ​maaltijd, zeggende: Deze ​beker​ is het Nieuwe Verbond​
in Mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.
(Lukas 22 : 20)

* In rode letters geschreven want het Nieuwe Verbond is in/met BLOED geschreven en bestaat uit louter LIEFDE!

Bron afbeelding:  Bible Verses

Romeinen 10 11-13 - everyone who calls on Him - Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël | Plaats een reactie

Eenzaam én gemeenzaam…

(…) 40 Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, 41 laten we met onze handen ook ons ​hart​ opheffen tot God in de hemel.
(Uit Klaagliederen 3)

Velen zoeken de gemeenschap uit vrees voor de eenzaamheid. Omdat zij niet alleen kunnen zijn, worden ze onder de mensen gedreven. Ook christenen die niet met zich zelf in het reine kunnen komen, die slechte ervaringen hebben opgedaan met zich zelf, hopen dat zij in de gemeenschap de hulp van anderen zullen vinden. Meestal worden ze teleurgesteld en verwijten dan aan de gemeenschap, wat hun eigen schuld is.

Wie op vlucht voor zich zelf zijn intrek neemt bij de gemeenschap, misbruikt haar voor praatjes en afleiding, al lijken die praatjes en die afleiding nog zo geestelijk. In werkelijkheid zoekt hij helemaal niet de gemeenschap, maar de roes, die de eenzaamheid korte tijd doet vergeten, en juist daardoor de dodelijke eenzaamheid van de mens bewerkt.

Wie niet alleen kan zijn, moet oppassen voor de gemeenschap.

Hij zal zich zelf en de gemeenschap slechts schade berokkenen. U stond alleen voor God toen Hij u riep; alleen moet u antwoorden op zijn roepstem; alleen moet u uw kruis opnemen, strijden en bidden en alleen zult u sterven en rekenschap moeten afleggen voor God. U kunt toch u zelf niet ontlopen, want God zelf heeft u als persoon alleen gezet. Indien u niet alleen wilt zijn, dan wijst u de roepstem van Christus af en kunt u aan de gemeenschap der geroepenen geen deel hebben.

Maar omgekeerd geldt evenzeer: Wie geen deel heeft aan de gemeenschap, moet oppassen voor het alleen-zijn.

God heeft u geroepen in de kring der gemeente en die roepstem gold niet alleen u: in de gemeente van deze door God geroepen mensen draagt u uw kruis, strijdt u en bidt u. U bent niet alleen, zelfs in het sterven en op de jongste dag zult u alleen maar lid zijn van de grote gemeente van Jezus Christus. Wanneer u de gemeente der broeders geringschat, dan wijst u de roepstem van Jezus Christus af, dan kan uw eenzaamheid u slechts tot onheil worden.

Wij ontdekken: slechts levend in de gemeenschap, kunnen we alleen zijn; en slechts hij die alleen is, kan leven in de gemeenschap.

Beide dingen horen bij elkaar. Slechts in de gemeenschap leren wij op de juiste wijze alleen-zijn en slechts in het alleen-zijn leren wij op de juiste wijze in de gemeenschap leven.

Elk dezer dingen heeft los van het andere diepe afgronden en gevaren. Wie gemeenschap wil zonder het alleen-zijn, valt in de leegte van woorden en gevoelens; wie het alleen-zijn zoekt zonder gemeenschap, komt om in de afgrond van ijdelheid, vertroeteling van zich zelf en vertwijfeling.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Gemeenschap en alleen zijn” – “Wie niet alleen kan zijn moet oppassen voor de gemeenschap” – (11 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Klaagliederen 3 40-41 - turn again to the Lord - Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie