Eenzaam én gemeenzaam…

(…) 40 Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, 41 laten we met onze handen ook ons ​hart​ opheffen tot God in de hemel.
(Uit Klaagliederen 3)

Velen zoeken de gemeenschap uit vrees voor de eenzaamheid. Omdat zij niet alleen kunnen zijn, worden ze onder de mensen gedreven. Ook christenen die niet met zich zelf in het reine kunnen komen, die slechte ervaringen hebben opgedaan met zich zelf, hopen dat zij in de gemeenschap de hulp van anderen zullen vinden. Meestal worden ze teleurgesteld en verwijten dan aan de gemeenschap, wat hun eigen schuld is.

Wie op vlucht voor zich zelf zijn intrek neemt bij de gemeenschap, misbruikt haar voor praatjes en afleiding, al lijken die praatjes en die afleiding nog zo geestelijk. In werkelijkheid zoekt hij helemaal niet de gemeenschap, maar de roes, die de eenzaamheid korte tijd doet vergeten, en juist daardoor de dodelijke eenzaamheid van de mens bewerkt.

Wie niet alleen kan zijn, moet oppassen voor de gemeenschap.

Hij zal zich zelf en de gemeenschap slechts schade berokkenen. U stond alleen voor God toen Hij u riep; alleen moet u antwoorden op zijn roepstem; alleen moet u uw kruis opnemen, strijden en bidden en alleen zult u sterven en rekenschap moeten afleggen voor God. U kunt toch u zelf niet ontlopen, want God zelf heeft u als persoon alleen gezet. Indien u niet alleen wilt zijn, dan wijst u de roepstem van Christus af en kunt u aan de gemeenschap der geroepenen geen deel hebben.

Maar omgekeerd geldt evenzeer: Wie geen deel heeft aan de gemeenschap, moet oppassen voor het alleen-zijn.

God heeft u geroepen in de kring der gemeente en die roepstem gold niet alleen u: in de gemeente van deze door God geroepen mensen draagt u uw kruis, strijdt u en bidt u. U bent niet alleen, zelfs in het sterven en op de jongste dag zult u alleen maar lid zijn van de grote gemeente van Jezus Christus. Wanneer u de gemeente der broeders geringschat, dan wijst u de roepstem van Jezus Christus af, dan kan uw eenzaamheid u slechts tot onheil worden.

Wij ontdekken: slechts levend in de gemeenschap, kunnen we alleen zijn; en slechts hij die alleen is, kan leven in de gemeenschap.

Beide dingen horen bij elkaar. Slechts in de gemeenschap leren wij op de juiste wijze alleen-zijn en slechts in het alleen-zijn leren wij op de juiste wijze in de gemeenschap leven.

Elk dezer dingen heeft los van het andere diepe afgronden en gevaren. Wie gemeenschap wil zonder het alleen-zijn, valt in de leegte van woorden en gevoelens; wie het alleen-zijn zoekt zonder gemeenschap, komt om in de afgrond van ijdelheid, vertroeteling van zich zelf en vertwijfeling.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Gemeenschap en alleen zijn” – “Wie niet alleen kan zijn moet oppassen voor de gemeenschap” – (11 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Klaagliederen 3 40-41 - turn again to the Lord - Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk. Bookmark de permalink .

Een reactie op Eenzaam én gemeenzaam…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s