‘Mannetjesmakerij’ of laten voorstaan op zwakheid…

Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus‘ wil; want als ik zwak ben, dan ben ik machtig. (2 Korintiërs 12 : 10)

Daarom beginnen jullie nu maar getroost (1) te bidden en roep mij in vertrouwen aan, dat Ik je alles wat je nodig hebt geven zal, want daarom ben ik tot de Vader heen gegaan, omdat Ik al jullie noden en gebreken weet en en zie en opdat Ik je gebed verhoren kan.

Op deze wijze leert Christus Zijn discipelen dat ze bidden moeten. Hij wil hun laten zien dat de kracht om zulke grote werken te doen (2) – grotere werken nog dan Hij zelf gedaan heeft (Johannes 14 : 12) – niet van of bij zichzelf te zoeken en verwachten hebben, maar juist allerlei gebrek en tekort bij zichzelf zullen vinden en alle soorten van tegenstand en hinder in hun ambt, leven en werk zullen ondervinden.

(…) 29 Als er iemand zwak is, dan ben ik het wel; gaan anderen onder verleidingen gebukt – ik word erdoor verteerd. (Uit 2 Korintiërs 11)

Dit moeten zij ook allemaal meemaken – want Hij laat dat toe – om te zorgen dat zij niet trots en verwaand zouden worden of op zichzelf vertrouwen, zodat zij Hem nu niet meer nodig hebben. Hij zorgt ervoor dat ze altijd nederig blijven en in erkentenis van hun machteloosheid steeds blijven voortgaan en zo het geloof in Christus, bij hen, door bidden en smeken versterkt wordt.

Hij geeft hun dat Zijn kracht door zwakheid en lijden met meer zekerheid ervaren wordt, zoals Hij ook tot Paulus in de Brief aan Korinthe zegt: ‘Mijn kracht wordt door zwakheid sterker‘  (vgl. 2 Korintiërs 12 : 10).

Maarten Luther:  Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis, 1538, vgl. WA 45,539,27-40

(1) Gelovig.
(2) We moeten hierbij vooral toch denken aan kracht voor de opdracht om het Evangelie te verkondigen aan alle volken te beginnen te Jeruzalem. Daar mochten de discipelen op de eerste Pinksterdag drieduizend mensen dopen. Zoveel aanhang had Jezus (daar) niet verworven en dat hoorde natuurlijk ook bij Zijn lijden hier op aarde.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (26 juli – “Door zwakheid sterker“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 17 ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de ​Heer​ beroemen,’ 18 want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de ​Heer​ wordt aangeprezen. (Uit 2 Korintiërs 10)

(…) 30 Als ik mij dan toch op iets moet laten voorstaan, doe ik het op mijn zwakheid. (Uit 1 Korintiërs 11)

(…) 9 Het verheugt ons werkelijk dat wanneer wij zwak zijn, u zo sterk bent; we ​bidden​ ervoor dat u zich zult beteren. (Uit 1 Korintiërs 13)

(…) 11 Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in ​vrede​ met elkaar – dan zal de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ met u zijn. (Uit 2 Korintiërs 13)

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

Gemeente: gemeenschap van huichelaars?

‘Belijdt daarom elkander uw zonden.‘  (uit Jacobus 5 : 16)

Wie met zijn kwaad alleen blijft, blijft helemaal alleen. Het kan voorkomen, dat christenen ondanks alle gemeenschap alleen blijven, omdat zij wel als gelovigen, als vromen, gemeenschap met elkaar hebben, maar niet als onvromen, als zondaren. Want de vrome gemeenschap staat niemand toe om zondaar te zijn…

Daarom moet ieder zijn zonde voor zich zelf en voor de gemeenschap verbergen. De ontsteltenis bij vele christenen zou ontzettend zijn, als plotseling een echte zondaar onder de vromen terecht zou komen. Daarom blijven wij met onze zonde alleen, in de leugen en de huichelarij, want we zijn nu eenmaal zondaren.

Hij ziet u wel zoals u bent!

Het is echter de genade van het evangelie, dat het ons voor de Waarheid plaatst en zegt: u bent een zondaar, een grote, wanhopige zondaar, en kom nu maar als de zondaar, die u bent, tot uw God die u liefheeft. Hij wil u hebben zoals ge zijt. God is tot u gekomen om de zondaar zalig te maken. Wees dankbaar en blij!

Deze boodschap betekent bevrijding door de Waarheid. Voor God kunt u zich niet verbergen. Voor Hem heeft het masker, dat u voor de mensen draagt, geen zin. Hij wil u zien zoals u bent, en Hij wil u genadig zijn. U behoeft u zelf en uw broeder niet meer voor te liegen, alsof u zonder zonde zou zijn. U mag een zondaar zijn. Dank God daarvoor. Want Hij heeft de zondaar lief, maar Hij haat de zonde.

Christus werd onze broeder in het vlees, opdat wij Hem geloven zouden. In Hem was de liefde van God tot de zondaar gekomen. Voor Hem mochten de mensen zondaren zijn en alleen zo werden ze geholpen.

Voor Christus heeft geen enkele schijn nog zin. De nood van de zondaar en de barmhartigheid van God, dat was de waarheid van het evangelie in Jezus Christus. In deze waarheid wilde Hij, dat zijn gemeente zou leven. Daarom gaf Hij aan de zijnen het mandaat om de belijdenis van zonden aan te horen en zonden in Zijn Naam te vergeven.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “Hij wil u (aan)zien zoals u bent” (3 december) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) Broeders en zusters, als een van u afdwaalt van de Waarheid en een ander laat hem daarheen terugkeren, dan mag hij weten: wie een zondaar van het dwaalspoor terugbrengt, redt hem van de dood en wist tal van ​zonden​ uit. (Uit Jakobus 5 : 19-20)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Bidders die gered moeten worden…

Maar ziende de sterke wind, werd hij bevreesd, en toen hij begon neder te zinken,
riep hij, zeggende:
Heere, red mij!

(Matteüs 14 : 30)

Uw trouw hebt u in de hemel gevestigd.

Als wij God aanroepen gaat het zó met ons: in voorspoed en vrede, als het goed met ons gaat, zijn wij misschien nog wel vol eerbied voor de hoge majesteit van God, maar toch is dan ons gebed niet zó krachtig en vurig meer als het behoorde te zijn.

Als wij echter weer opnieuw in nood en benauwdheid terechtkomen dan letten wij niet zo goed meer op de hoge majesteit van God, maar roepen door angst en nood gedreven: ‘Help, lieve God! Help nu, God! Heb medelijden met mij.‘ Dan heeft ons gebed geen lange aanhef nodig en behoeven wij ook niet meer zo lang te bidden!

Op die manier maakt grote nood en benauwdheid, dappere en gelovige bidders (a) die doorbreken en ten slotte de overwinning behalen.

Het Woord van God moet echter altijd het fundament en de grond zijn van al onze gebeden, zodat wij in een waar geloof, door de Middelaar Jezus Christus (b), tot God gaan.

Maarten Luther: Vorlesungen über Mose von 1535/1545, vgl. WA 44,1. Mose, Kap. 44:18-24

(a) Niet onze dapperheid, zelfs niet ons geloof, maar Jezus Christus, Die door de Heilige Geest in en met ons bidt, is onze Houvast en onze Redder in nood.
(b) Lezen Psalm 89: Lees dit als het gebed van Jezus Christus met en voor Zijn volk.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (25 juli – “Heere, behoud mij!“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  Pinterest

(…) 31 Meteen strekte ​Jezus​ zijn hand uit, Hij greep hem vast en zei:
‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Waar het hart van een christen klopt (a)…

O Heer, God van mijn heil, overdag en in de nacht kom ik voor U en roep ik.
(Psalm 88 : 2)

Waar een Christen is, daar is ook de Heilige Geest, Die niet anders doet dan altijd bidden, want hoewel Hij niet altijd met woorden door de mond spreekt, dan zucht Hij toch wél altijd in het hart – zoals het hart en de aders in het lichaam ook zonder ophouden kloppen – met dergelijke zuchten:

‘Ach, lieve Vader, dat toch Uw Naam geheiligd worde, Uw Rijk kome,
Uw wil geschiede, hier en overal.‘

Als daarna de tegenspoed en de beproeving harder drukken en meer tot God uitdrijven, dan wordt dat zuchten en bidden nog sterker, dan moeten stem en mond ook roepen en smeken.

Je zult geen christen kunnen vinden die niet bidt, net zomin als je een levend mens hebt zonder hartslag. Altijd klopt en slaat het hart, ook als je slaapt of wat anders doet, zodat je het meestal niet eens merkt.

Maarten Luther: Das XIV. iindXV. Kapitel S. Johannis, 1538, vgl. WA 45,541,24-37

(a) Bij de titel: Waar het hart in overeenstemming is met Gods Woord, Gods Wet, Gods Wil, met Christus!

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (27 juni – “De hartslag van een christen“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  Pinterest

Ik zal de blijken van goedertierenheid van de HEERE eeuwig bezingen,
van generatie op generatie Uw trouw met mijn mond bekendmaken.
(Uit Psalm 89 : 2)

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Onderhoud al wat ik u bevolen heb…

(…) 19 Gaat dan heen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en van de ​Heilige​ Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.  (Uit Matteüs 28)

(…) Want God liefhebben houdt in dat wе ons aan Zijn geboden houden…
(Uit 1 Johannes 5 : 3)

Er zijn nogal wat mensen bij wie de nekharen overeind gaan staan bij het woord ‘gebod‘. En dan komt de Bijbel ook nog eens met geboden. Zoals de Tien Geboden die God aan Mozes gaf.

Jezus vatte de geboden samen door te zeggen dat we God lief moeten hebben boven alles en de naaste als onszelf. Maar kunnen liefhebben en gebieden eigenlijk wel in één zin gebruikt worden? Johannes doet dat hier (in Johannes 5) dus. Sterker nog, hij weet (door Jezus onderwijs geleerd) dat ze bij elkaar horen.

We worden er alleen maar beter van!

Johannes heeft Jezus gehoord én geloofd en toen ook zelf ervaren dat Gods geboden geen last zijn, maar richtlijnen die het samenleven leefbaar en (dus) mooier maken en waar God zich in verheugt als we ons daaraan houden.

Als je van iemand houdt, valt het niet moeilijk om te doen wat diegene van je vraagt, laat je dan ook niet door dat woord ‘geboden‘ tegenhouden om te doen wat God, van wie je houdt,  ons ‘geboden’ heeft.  We worden er allemaal alleen maar beter van.

(…) 3 Want God ​liefhebben​ houdt in dat we ons aan zijn geboden houden. Zijn geboden zijn geen zware last, 4 want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld. En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof. (Uit Johannes 5)

(…) 20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.
(Uit Matteüs 28)

Bron tekst:  Bijbels Dagboek – Dag in dag uit 2018 – 21 april – Leger des Heils | Ark Media

NB. De tekst van deze dagboek-meditatie is op een paar plaatsen wat aangepast (m.i. nog wat duidelijker gemaakt).

Bron afbeelding:  Bible Visuals International

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Zich schamen voor de ander…

En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar
zij schaamden zich
niet voor elkaar.
(Genesis 2 : 25)

Schaamte komt alleen voort uit het bewustzijn dat de mens gespleten is, dat de wereld in zijn geheel gespleten is, dus ook dat ik zelf gespleten ben.

Schaamte betekent dat men de ander (1) niet meer accepteert als gave Gods, dat men de ander zelfzuchtig begeert en, daarmee samenhangend, dat men de ander beschouwt als iemand die er zelf ook geen genoegen meer mee neemt bij mij te horen, maar iets van mij begeert.

Schaamte is de verhulling van mijn eigen ik voor de ander ten gevolge van mijn en zijn kwade wil, ten gevolge van de verdeeldheid die tussen ons gekomen is.

Als de een de ander accepteert als de hem door God gegeven hulp, als men zich zelf wil zien vanuit de ander, gericht op de ander en horend bij de ander, dan schaamt de mens zich niet.

In de eenheid van de ongebroken gehoorzaamheid is de mens voor de mens naakt en onverhuld, als lichaam en ziel en hij schaamt zich niet. Eerst in de wereld van de tweespalt ontstaat schaamte.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “Onverhuld voor de ander” (22 februari) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(1) Opgemerkt AJ: Het is (zelfs) ook mogelijk dat men zichzelf niet meer ziet en accepteert als ‘gave Gods’ aan anderen…

(…) 10 God, ons ​schild, zie naar ons om,
sla ​goedgunstig​ het oog op Uw Gezalfde.

(…) 12 Want God, de HEER, is een zon en een ​schild.
Genade​ en ​glorie​ schenkt de HEER,
zijn weldaden weigert Hij niet
aan wie onbevangen op ​weg​ gaan.
13 HEER van de hemelse machten,
gelukkig de mens die op U vertrouwt.
(Uit Psalm 84)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Gaan voor succes of léven van zegen…

(…) 16 De drinkbeker der dankzegging (zegening!), die wij met dankzegging ​zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van ​Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van ​Christus? 17 Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene Brood.  (Uit 1 Korintiërs 10)

Jij vindt dat er in de bijbel niet veel gesproken wordt over gezondheid, geluk, kracht, enz.? Voor het Oude Testament gaat het in ieder geval niet op. De theologische schakel tussen God en het geluk van de mens, is in het Oude Testament, zover ik het zie, de zegen.

Oudtestamentische zegen tegenover het kruis?

Het gaat in het Oude Testament, dus bij voorbeeld bij de aartsvaders, niet om geluk maar om Gods zegen die alle aardse goederen insluit. Die zegen eist het aardse leven op voor God en omvat alle beloften.

Het zou prachtig passen in de gebruikelijke vergeestelijkte opvatting van het Nieuwe Testament, te beweren dat de oudtestamentische zegen in het Nieuwe Testament achterhaald is.

Maar zou het toevallig zijn, dat er in verband met het misbruik van het Avondmaal (‘de beker der zegening…’ 1 Korintiërs 10 : 16!, 11 : 30) gesproken wordt van ziekte en dood, dat Jezus mensen geneest, dat de discipelen bij Jezus ‘aan niets gebrek hadden‘?

Moeten we de oudtestamentische zegen plaatsen tegenover het kruis? Dat deed Kierkegaard. Dan maak je van het kruis, van het lijden, een principe en dan ontstaat juist een ongezond methodisme dat aan het lijden het karakter van een contingente goddelijke beschikking ontneemt.

Trouwens ook in het Oude Testament moet de gezegende veel lijden, maar dit betekent nooit, evenmin als in het Nieuwe Testament, dat geluk en lijden, zegen en kruis, absoluut tegenover elkaar worden gesteld.

In dit opzicht verschillen het Oude en het Nieuwe Testament alleen hierin, dat in het Oude Testament de zegen ook het kruis, in het Nieuwe Testament het kruis ook de zegen insluit.

(…) 4 Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis,
ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij;
uw stok en uw staf, die vertroosten mij.
5 Gij richt voor mij een dis aan
voor de ogen van wie mij benauwen;
(Uit Psalm 25)

(…) 16 Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft
dan de rijkdom van talloze zondaars.
17 De macht van de zondaars wordt gebroken,
maar de HEER zal de rechtvaardigen steunen.
18 De HEER trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
19 Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood hebben zij te eten.
(Uit Psalm 37)

(…) 7 Trekken zij door een dal van dorheid,
het verandert voor hen in een oase;
rijke ​zegen​ daalt als regen neer.
8 Steeds krachtiger gaan zij voort
om in Sion voor God te verschijnen.
(Uit Psalm 84)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “Zegen en kruis.” (27 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël | Plaats een reactie

Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen, 1519 (22)

(…) 32 Jezus​ zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, niet ​Mozes​ heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware Brood uit de hemel; 33 want dát is het Brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt en aan de wereld het leven geeft. 34 Zij zeiden dan tegen Hem: Here, geef ons altijd dit brood.  (Uit Johannes 6)

De vierde bede: Geef ons heden ons dagelijks brood.

(…) “Deze bede bedoelt ons met mond en hart te laten erkennen en belijden: ‘O hemelse Vader, omdat niemand er van houdt en er op uit is om Uw wil te doen en omdat wij te zwak zijn om onze eigen wil te verzaken en onze oude Adam te doden, bidden wij dat U ons zult voeden, versterken en troosten met Uw heilig Woord, en schenk ons ​​Uw genade dat het hemelse brood, Jezus Christus, in de hele wereld gepredikt en gehoord wordt, opdat wij daardoor in onze harten overtuigd worden, en opdat alle schadelijke, ketterse, onjuiste menselijke leerstellingen worden geweerd en alleen Uw Woord, dat echt ons levende Brood is, ons wordt aangereikt en onder ons uitgedeeld.’

Maar bidden we hier dan niet ook om ons aardse brood? Antwoord: Ja, hierom bidden ligt ook in deze woorden besloten. Deze bede verwijst echter hoofdzakelijk naar Christus, Die het geestelijke Brood is voor de mens. Dat maakt Christus ook duidelijk wanneer Hij leert ons geen zorgen te maken over het voedsel en de kleding van ons lichaam, maar (eerst biddend!) onze aandacht te richten op wat nodig is voor en gedaan moet worden op een bepaalde dag. In Mattheüs 6 vers 34 zegt hij: ‘Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben (meebrengen).’

Het is inderdaad een goede oefening in geloof om God alleen het brood voor vandaag te vragen, zodat we vertrouwen op onze God Die groter en machtiger is dan ons zorgen en draven. Dit betekent niet dat we ons niet voor het voorzien in onze dagelijkse behoeften (aan voedsel en kleding en ‘een dak boven ons hoofd’) hebben in te spannen, maar niet  alsof wij (‘morgen’) zouden kunnen verhongeren en omkomen, en door ons tobben en zwoegen laten blijken dat we Hem wantrouwen.

Onze inspanningen moeten voortkomen uit ons verlangen om God Zelf (Zijn koninkrijk) te zoeken en te dienen, om ledigheid te voorkomen, en om Gods woord tot Adam te vervullen: ‘In het zweet van uw aangezicht zult u brood eten‘ (Genesis 3: 19), opdat we niet gedreven worden door ons zorgen maken over en zorgen voor ‘ons voedsel’. God Zelf zal hier zeker zorg voor dragen zolang we bidden en werken zoals Hij het ons bevolen heeft.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 115, 19 – 116, 2 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 42, blz. 61/62)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 5 Leg je leven in de handen van de HEER,
vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen:
6 het recht zal dagen als het morgenlicht,
de ​gerechtigheid​ stralen als de middagzon.
(Uit Psalm 37)

(…) 35 En ​Jezus​ zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben. (Uit Johannes 6)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

Bescheidenheid siert ons geloof…

‘Koestert geen gedachten, hoger dan u voegen’ (Romeinen 12 : 3).

Wie wil leren dienen, moet eerst leren bescheiden over zich zelf te denken:
‘Zich zelf goed kennen en gering van zich zelf te leren denken, is de hoogste en nuttigste taak. Niets van zich zelf verwachten en daarentegen steeds goed te denken over een ander, is grote wijsheid en volmaaktheid’ (Thomas a Kempis).

Broedermoordenaar(s). Dát is de vrucht van mensenwijsheid

Alleen wie leeft uit de vergeving van zijn schuld in Jezus Christus, zal op de juiste wijze bescheiden over zich zelf denken; hij weet, dat zijn wijsheid doodliep op de vergeving van Christus, hij herinnert zich de wijsheid van de eerste mensen, die wilden weten wat goed en kwaad was, en die in deze wijsheid omkwamen.

De eerste, die op deze aarde geboren werd, was Kaïn, de broedermoordenaar. Dat is de vrucht van mensenwijsheid.

Omdat de christen zich zelf niet meer wijs kan noemen, zal hij ook bescheiden denken over zijn eigen plannen en bedoelingen en zal hij weten, dat het goed is, dat zijn eigen wil gebroken wordt in de ontmoeting met de naaste.

Hij zal bereid zijn de wil van de naaste belangrijker en urgenter te achten dan zijn eigen wil. Wat hindert het trouwens, als het eigen plan doorkruist wordt? Is het niet beter de naaste te dienen dan eigen wil door te zetten?

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “Bescheidenheid” (18 september) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

(…) 11 Want dit is de boodschap die u vanaf het begin gehoord hebt, dat wij elkaar moeten ​liefhebben; 12 niet zoals ​Kaïn: hij was uit de boze en sloeg zijn broer dood. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken slecht waren en die van zijn broer ​rechtvaardig. (Uit 1 Johannes 3)

Bron afbeelding:  SlidePlayer

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Tot geloof komen – en dat steeds weer?!

‘Hoe kunt gij tot geloof komen, gij die de eer van elkaar behoeft, en de eer
die van de enige God komt, niet zoekt?’ (Uit Johannes 5 : 44)

De begeerte naar eigen eer belemmert het geloof. Wie eigen eer zoekt, zoekt al niet meer naar God en de naaste. Wat doet het er toe, of mij onrecht geschiedt? Verdiende ik geen strenger straffen van God, als Hij niet naar zijn barmhartigheid met mij zou handelen?

Wordt mij, ook in het onrecht, niet duizend maal recht gedaan? Zou het voor mijn nederigheid niet nuttig en goed zijn, dat ik zwijgend en geduldig zulke kleine· ongemakken leer verdragen? ‘De lankmoedige is beter dan de hoogmoedige’ (Prediker 7 : 8).

Wie leeft uit de rechtvaardiging uit genade, is bereid ook beledigingen en onaangename bejegingen zonder protest uit de straffende en genadige hand van God te aanvaarden.

Het is geen goed teken als men dit niet meer kan horen en verdragen, zonder er onmiddellijk op te wijzen, dat bij voorbeeld Paulus toch ook een beroep heeft gedaan op zijn recht als Romeins burger, en dat Jezus degene, die Hem sloeg, antwoordde: ‘Waarom slaat gij Mij?‘ (Johannes 18 : 23).

In elk geval zal niemand van ons werkelijk net zo handelen als Jezus en Paulus, als hij niet eerst geleerd heeft om evenals zij onder belediging en smaad te zwijgen. De zonde van lichtgeraaktheid, die in de gemeenschap zo snel naar voren komt, laat altijd weer zien, hoeveel verkeerde eerzucht en dat wil toch zeggen hoeveel ongeloof er nog in de gemeenschap leeft.

(…) 8 Reken ons de ​zonden​ van vroeger niet aan,
toon erbarmen en haast U, want onze ellende is groot,
9 help ons, God, bevrijd ons, tot ​eer​ van Uw roemrijke naam,
red ons en bedek onze ​zonden, omwille van Uw Naam.
(Uit Psalm 79)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “De eerzuchtige kan niet geloven” (19 september) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  SlidePlayer

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie