Zwijgen – wreken – helpen (I)

Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd, (a)
schenk mij inzicht, dan leer ik Uw geboden.
Wie U vrezen zien mij met blijdschap,
in Uw Woord heb ik mijn hoop gesteld.
(Psalm 119 : 73-74)

Gods woord verzwijgen?

(…) 18 Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, ​vrede​ met alle mensen.
(Uit Romeinen 12)

Tegenover iedereen, met alle mensen – een uitzondering is er niet. Niet alleen goed zijn tegenover de goeden, maar ook en juist tegenover hen die niet goed zijn. Niet alleen vredelievend zijn tegenover de vredelievenden, maar juist tegenover hen die ons niet in vrede willen laten leven. Dat andere kunnen de heidenen ook.

Jezus Christus stierf niet voor de goeden en de vredelievenden, maar in de eerste plaats voor de zondaars en vijanden, voor de slechten, de haters, de moordenaars. Ons hart is erop uit te verkeren onder de rechtvaardigen en goeden.

Maar Jezus Christus was te midden van zijn vijanden. Juist daar wilde Hij zijn.

Daar moeten wij ook zijn. Dat onderscheidt ons van alle andere leren en religies. Daar blijven de vromen onder elkaar. Maar Christus wil, dat wij te midden van onze vijanden zijn zoals Hij; te midden van zijn vijanden stierf Hij de dood van de liefde Gods en bad:

Vader, vergeef het hun, want zij weten niet, wat zij doen.

Onder de vijanden wil Christus zijn overwinning behalen. Daarom, trekt u niet terug, zondert u niet af, maar weest bedacht op het goede tegenover iedereen, houdt vrede, voor zover het van u afhangt, met alle mensen.

‘Vοοr zover het van u afhangt‘ u hebt het niet in de hand, dat men u niet in vrede laat, dat men u smaadt en vervolgt. Maar ‘voor zover het van u afhangt’ wil zeggen: u zult nooit de twistbron zijn. Uw hart moet steeds vervuld zijn met vrede.

Betekent dat, dat ook het woord Gods zwijgen moet om de lieve vrede? Nooit — want bestaat er een woord en een werk, dat meer met vrede vervuld is dan de prediking van de vrede tussen God en zijn wereld, tussen God en zijn mensen?

‘Voor zover het van u afhangt‘ — één ding hangt niet van u af, een ding ligt buiten uw competentie, namelijk Gods woord te verzwijgen. Maar het is wel aan u het uit te spreken als het woord van de vrede, de vrede van de mensen met God, midden in een verscheurde, verdeelde mensheid.

Christus bracht ons de vrede, de vrede met ons, toen wij vijanden waren. Hij bracht ook de vrede met al onze vijanden aan het kruis.

Laat ons van deze vrede getuigen, voor iedereen !

(a) Psalm 139 en Jeremia 18 : 1-6.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Liefde tot de vijand ” – “Vredeboden temidden van vijanden” (30 januari) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
u zult de waarheid kennen, en de Waarheid zal u vrijmaken.

(Uit Johannes 8 : 31-32)

Bron afbeelding:  bible-quote DevianArt

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Wees niet ‘wereldwijs’…

(…) 16 …Ga niet af op uw eigen inzicht. 17 Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. 18 Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in ​vrede​ te leven. 19 Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de ​Heer​ zegt: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’ 20 Maar ‘als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd’. 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. (Uit Romeinen 12)

Het kruis van Jezus Christus ontdekken!

Onze tekst wil er allereerst aan herinneren, hoe onbegrijpelijk voor onze wijsheid Gods weg met ons was. Dat God óns zocht, óns vergaf, dat Hij om ons zijn Zoon offerde, dat Hij daarin ons hart won en ons bekeerde, dat is voor onze wijsheid natuurlijk vreemd en ontoegankelijk.

Dit houdt in: Wanneer je een vijand ontmoet: denk eerst aan je eigen vijandschap tegenover God en aan Gods barmhartigheid tegenover je zelf.

‘Weest niet eigenwijs‘ – we worden herinnerd aan het begin van het mensengeslacht. De duivel beloofde Adam en Eva wijsheid, kennis: wijs als God zou hij hen maken; zij zouden weten, wat goed en kwaad is. Zij zouden tot rechters over goed en kwaad worden gemaakt.

Sedert Adam zich door de duivel wijsheid liet schenken, denken alle mensen, dat zij nu weten hoe men met God en met de mensen moet omgaan.

Met behulp van hun wijsheid zouden en zullen zij wel eens een goede (kerkelijke) wereld opbouwen. Maar wat gebeurde er? De eerste mens, die uit de mens op deze aarde geboren werd, was een broedermoordenaar. Het zaad van het kwaad schoot op. Dat was en is de vrucht van de wijsheid van de eerste mens!

‘Weest niet eigenwijs‘ – maar houdt het oog gericht op Gods weg naar de mensen, naar zijn vijanden; die weg, die de Schrift zelf een dwaze weg noemt, de weg van Gods liefde tot zijn vijanden, de liefde die Hij hen bewijst tot aan het kruis toe.

Het kruis van Jezus Christus te ontdekken als de onoverwinnelijke liefde van God voor alle mensen, voor ons zo goed als voor onze vijanden, dat is de hoogste wijsheid. Het kruis is niet het privébezit van één mens, maar het behoort alle mensen toe, het geldt alle mensen.

God heeft ons én onze vijanden lief – dat zegt ons het kruis: Hij lijdt voor hen, om hen heeft Hij gebrek en pijn, voor hen heeft Hij zijn lieve Zoon gegeven. Alles komt erop aan, dat wij bij iedere vijand, die wij ontmoeten, direct bedenken: hem heeft God lief, voor hem heeft God alles gegeven.

Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot bescheidenheid.
(Romeinen 12 : 16a)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Liefde tot de vijand ” – “Zo is onze wijsheid” (30 januari) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.

(Uit Johannes 8 : 31-32)

Bron afbeelding:  YouTube

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen, 1519 (24)

(…) 22 Innerlijk stem ik vol vreugde in met de wet van God,
23 maar in alles wat ik doe zie ik die andere wet.
(Uit Romeinen 7)

De zesde bede: En leid ons niet in verzoeking

(…) “Als het woord ‘verzoeking‘ [WA: ‘Anfechtung’] niet zo algemeen werd gebruikt, zou het kunnen bijdragen aan de duidelijkheid van deze bede om te zeggen: En leid ons niet in beproeving. Deze bede brengt ons het miserabele leven dat we hier op aarde leiden onder de aandacht. Het is niets meer dan één grote beproeving.

Hij die hier naar een vredig en veilig bestaan zoekt, handelt onverstandig, want hij zal dat nooit vinden. Hoewel we weliswaar er (toch) allemaal naar streven, dan nog is en blijft het steeds zinloos. Ons leven hier is en zal altijd een leven vol beproevingen blijven.

Daarom zeggen we niet: “Bespaar ons de beproevingen,” maar: “Leid ons er niet naar of in.” Het is alsof we zouden zeggen: ‘We zijn aan alle kanten omringd door beproevingen en kunnen ze niet vermijden; echter, Vader, help ons, zodat we er niet aan ten prooi vallen en toegeeflijk zijn en aldus overmand en overwonnen worden. Hij die hieraan toegeeft zondigt en raakt gevangen in de zonde, zoals de apostel Paulus verklaart in Romeinen 7 : 23. (…)

Maar waarom laat God de mens zo belaagd worden door de zonde?

Antwoord: Zodat de mens kan leren zichzelf te kennen én God te kennen; zichzelf leren kennen is leren dat alles waar de mens uit zichzelf toe in staat is dat is zondigen en kwaad doen; God leren kennen is leren dat de genade van God sterker is dan alle schepselen.

Zo leert de mens zichzelf te minachten en God’s genade te loven en te prijzen.

Er zijn mensen geweest die probeerden om onkuisheid te weerstaan ​​met hun eigen kracht, met vasten en met werken, maar ze bereikten niets, hoewel ze hun eigen lichaam hebben misleid. Ongeoorloofde passies worden alleen gedoofd door hemelse dauw en regen van God’s genade.

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 122, 33 – 123, 10; 125,18-24 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 42, blz. 71 en blz. 74)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 24 Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan
dat beheerst wordt door de dood? 25 Dat doet God!
Dank aan Hem door ​Jezus​ ​Christus, onze ​Heer.

(Uit Romeinen 7)

Bron afbeelding:  Bile Verse Images – Knowing Jesus

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Onze roem en troost…

Want de Heere heeft een welgevallen aan Zijn volk;
Hij zal de zachtmoedigen versieren met heil
(Psalm 149 : 4)

…weten wat ons door God in Christus geschonken is
en wordt…

Over het gebed valt nog veel meer te zeggen en ook hóé wij bidden moeten, maar dat is bij andere gelegenheden al vaker gezegd en zal ook hierna nog wel weer eens gebeuren, voor nu is het echter genoeg dat je ziet hoe hoog en heerlijk de christelijke stand geprezen wordt.

Christenen zijn de enigen – op aarde – die bidden kunnen en daarmee alles wat ze willen en begeren, uitrichten en ontvangen. Christus, Die hier en op andere plaatsen zo vriendelijk de Zijnen opwekt en vermaant tot bidden, duidt daarmee aan dat het gebed van de christenen Hem zeer lief is.

Dat is de roem en troost van de christenen, dat zij door de Geest van de genade verstaan en weten wat hun door God, in Christus, geschonken is. Al de anderen – al zouden we nog zoveel spreken – waarderen het toch niet méér dan dat je op de harp zou spelen voor de varkens (1)

Maarten Luther: Das XIV. itndXV. Kapitel S. Johannis, 1538, vgl. WA 45,541,38 – 542,8

(1) Duits spreekwoord, te vergelijken met: je moet geen paarlen voor de zwijnen werpen.

(…) 22 Het zijn de gunstbewijzen van de Heer, dat wij niet omgekomen zijn,
want zijn barmhartigheden houden niet op,
23 elke morgen zijn zij nieuw (a), groot is uw trouw!
24 Mijn ziel zegt: Mijn deel is de Here,
daarom zal ik op Hem hopen.
(Uit Klaagliederen 3)

(a) Geef ons (ook) heden ons dagelijks Brood (=Jezus Christus door de kracht van de Heilige Geest (zie Lukas 11, mn. ook de verzen 5-13)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (1 augustus – “Een welgevallen aan Zijn volk“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk | Plaats een reactie

Alles omwille van ons gedaan…

‘Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt‘
(Uit 2 Korintiërs 5 : 21)

Volkomen plaatsvervanging

Hier volgt een aantekening (1) die inzicht geeft in de kernzaak van Luthers theologie, namelijk de volkomen plaatvervanging van Christus voor ons:

“De Heilige Schrift geeft onze Heere Christus veel heerlijke en lieflijke namen: zij noemt Hem ónze wet, ónze zonde, ónze dood enzovoort, hoewel aan Hem Zelf niet anders te vinden is, dan volmaakte vrijheid, gerechtigheid, eeuwig leven en zaligheid.

Maar daarom is Hij een wet tégen de wet geworden, een zonde tégen de zonde, een dood tégen de dood, opdat Hij ons van de vloek der wet zou verlossen, van zonden zou rechtvaardigen en van dood levend zou maken [vgl. o.a. Romeinen 8 : 3; Galaten 3 : 13;  2 Korintiërs 5 : 21].

Op deze manier is Christus gelijktijdig wet én vrijheid, zonde én gerechtigheid, dood én leven. Want juist doordat Hij Zich door de wet heeft laten aanklagen, door de zonde heeft laten verdoemen en door de dood heeft laten verslinden, heeft Hij de vloek der wet tenietgedaan, de zonde verdoemd, de dood gedood, en ons rechtvaardig en zalig gemaakt.

Want alles wat Hij heeft gedaan, heeft Hij omwille van ons gedaan.
(Zie ook ‘opgemerkt’ onderaan)

Daarom is Christus gelijktijdig een vergif, waaraan wet, zonde en dood moeten sterven – én een heilzaam medicijn waardoor de gelovigen, niet alleen van alle ongeluk bevrijd, maar ook rechtvaardig, levend en zalig worden [vgl. o.a. Jesaja 25 : 8; Hosea 13  : 14; 1 Korinthe 15 : 55-57].”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Tischreden oder Colloquia. Vgl. Johann Aurifabers Sammlung, gedruckt zu Eisleben bei Urban Gaubisch, Anno 1566, Seite (113a) 114

(1) Bovenstaand citaat komt uit de aantekeningen van tafelgesprekken die ten huize van Luther tijdens de maaltijden werden gevoerd. Niet alleen gezinsleden, maar ook inwonende studenten, gasten, sommige geleerde vrienden (o.a. Luthers secretarissen) behoorden tot de tafelgenoten. De hier volgende tekst is van Johann Aurifaber (of in onze taal gewoon Johannes Goudsmid). Aurifaber (1519-1575) die zijn naam naar de gewoonte van die tijd gelatiniseerd had, was o.a. theoloog te Wittenberg en bij tijden ook huisonderwijzer van Luthers kinderen. Hij heeft een kleurrijke collectie aantekeningen nagelaten van wat er zoal in het Zwarte Klooster aan tafel aan de orde kwam. Hier volgt een aantekening die inzicht geeft in de kernzaak van Luthers theologie, namelijk de volkomen plaatvervanging van Christus voor ons: ‘Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt’ (vgl. 2 Korinthe 5 : 21).

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com en van deze website:www.maartenluther.com (contact op de homepage)

(…) ‘Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil? 40 Een ​leerling​ staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester. (Uit Lukas 6)
Opgemerkt AJ: Daarom kan niemand zich opwerpen in plaats van Jezus Christus als leider/leidsman van één of meer gemeenten en kan een predikant zich niet opwerpen als ‘(be)middelaar’ voor of tussen de leden van een gemeente en onze God. We zijn en blijven allemaal ‘volgelingen’ die hebben te leven van het ‘hemelse manna’, het ‘dagelijks Brood’, dat ons ook ’s zondags wordt uitgedeeld, maar dan zonder dat we er op die dag ons voor hebben in te spannen om het zelf te verzamelen.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Wee degene over wie men lovend spreekt…

Wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken
(Uit Lukas 6 : 26)

(…) 24 Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. 25 Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult hongeren. Wee jullie die nu lachen, want je zult treuren en huilen. 26 Wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde wijze behandeld.

27 Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, 28 zegen​ wie jullie ​vervloeken, ​bid​ voor wie jullie slecht behandelen. 29 Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je ​bovenkleed​ afneemt, ook je ​onderkleed​ niet.

30 Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. 31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.

32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie ​liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen ​liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo.

34 En is het een verdienste als je ​geld​ leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen ​geld​ aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen.

35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen ​geld​ aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie ​kinderen​ van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees ​barmhartig​ zoals jullie Vader ​barmhartig​ is. 37 Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. ​

Vergeef, dan zal je ​vergeven​ worden. 38 Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

39 Hij sprak ook in ​gelijkenissen​ tegen hen: ‘Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil? 40 Een ​leerling​ staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester.

Bron tekst:  Lukas 6 (NBV) – Nederlands Bijbelgenootschap.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Alleen de liefde kan vergeven…

(…) …zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe…
(Uit 1 Korintiërs 13)

Zelfs het kwaad, en de zonde van de ander kan haar niet verbitteren, omdat zij niets goeds verwacht voor zich zelf. Zij kent zichzelf helemaal niet, zij kent alleen de ander. Zij is bedroefd over het kwaad, dat deze doet en heeft de ander daarom nog meer lief – maar zij raakt niet verbitterd.

De liefde koestert geen wrok

Als niet beantwoorde liefde misschien ons leven vergalt, zegt de liefde: je hebt nooit echt bemind, zolang je door haat en onachtzaamheid van de ander je liefde laat breken, anders zou je vrij zijn van iedere bitterheid.

‘Zij rekent het kwade niet toe‘. Waar de rechtvaardigheid ons schijnt te gebieden, de balans op te maken van goed en kwaad en niets over het hoofd te zien, daar is de liefde blind, ziende blind; zij ziet het kwaad, maar rekent het niet toe; zij vergeeft het – en alleen de liefde kan vergeven. (a, b)

Zij vergeet het, zij koestert geen wrok. Als wij dit ene eens gingen begrijpen: de liefde koestert geen wrok. Zij treedt de ander iedere dag nieuw en met nieuwe liefde tegemoet en vergeet, wat achter haar ligt. Daarmee haalt zij zich de spot van de mensen op de hals, zij lijkt dwaas. Maar zij laat zich ook daardoor niet van de wijs brengen en blijft liefhebben.

Staat zij dan onverschillig tegenover recht en onrecht? Nee,’zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blij met de waarheid‘. Zij wil de dingen zien, zoals ze zijn; zij ziet liever onverbloemde haat en onrecht en leugen dan allerlei charmante maskerades, die de haat alleen maar verbergen en nog hatelijker maken.

De Waarheid Die maakt vrij!

De liefde wil duidelijkheid; zij is blij met de waarheid – want alleen de waarheid maakt het haar mogelijk opnieuw lief te hebben.

(a) Bij de titel:  En dé Liefde is ons daarin voorgegaan! (zie Johannes 3 : 16).
(b) Zie ook:  Dagelijks Bijbelmoment – Anderen vergeven –  vandaag (30 april 2018)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “Onverschillig tegenover onrecht?” (31 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.

(Uit Johannes 8 : 31-32)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Altijd ‘op goed geluk voortgebeden’?…

Tot U, o HEERE, hef ik mijn ziel op.
Psalm 25 : 1

Daarom hebben de ouden het gebed – als zich het hart in gebed en zuchten tot God opheft – zeer schoon beschreven als: het verheffen van het hart of de geest tot God. Dat is toch treffend gesproken!

Ikzelf en alle anderen hebben vroeger die omschrijving nooit goed begrepen. Wij hebben wel geroemd en gesproken van het opheffen van onze harten, maar het ontbrak ons aan het begrijpen en verstaan van de woordjes ‘tot God‘. In werkelijkheid vluchtten wij juist van God weg.

Wij konden niet met vertrouwen en geloof tot God naderen, en Hem door Christus – in Wie alle kracht en zekerheid van het gebed rust – bidden. Wij hebben immers altijd in twijfel en onzekerheid, op goed geluk voortgebeden.

Daarom, lieve broeders, bid veel in je hart, en zo nu en dan ook hardop, in Gods Naam! Het gebed behoudt de wereld (a) , anders zou het er nog wel heel wat anders uitzien!

Als ik thuis ben, ben ik zo vurig en verlangend niet om te bidden, maar moet mijzelf altijd overwinnen, maar in de kerk (1) onder het volk (2) komt het gebed uit het hart en dringt ook door tot God.

Maarten Luther: W. Lauterbachs und H. Wellers Nachschriften, WA Tischreden 3,448,17-30]

(1) Volgens de oude gewoonte om dagelijks naar de kerk te gaan om daar te bidden.
(2) Bij het samenkomen en samen bidden van Gods volk leven en bidden we onder Jezus belofte ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden.’ (zie Matteüs 18) Maar Jezus zegt ook: ‘Maar gij, wanneer gij ​bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en ​bid​ tot uw Vader in het verborgene…’ (zie Matteüs 6)
(a) Natuurlijk hebben we dat niet zo op te vatten alsof we overal bidstonden voor de wereld (en haar behoud) zouden hebben te organiseren en beleggen, want die zijn ‘heel gewoon’ gegeven met de samenkomsten van de gemeente (zie 1 Timoteüs 2 : 1-6)

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (4 augustus – “Het hart tot God opheffen“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 18 Allen die hem aanroepen is de HEER nabij, die tot Hem
roepen in vast vertrouwen (Uit Psalm 145)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Het Onze Vader uitgelegd voor de eenvoudigen, 1519 (23)

Zijn gebed worde tot zonde… (Uit Psalm 109 : 7)

De vierde bede: En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven
hen die ons iets schuldig zijn.

(…) “Er zijn mensen die deze bede niet (meer) kunnen bidden en die daarom deze ‘grote aflaat’ (gunst van schuldvergeving) niet kunnen ontvangen. Ze verkrijgen deze niet om een ​​heel voor de hand liggende reden: ze zijn blind voor hun eigen zonden en vergroten die van hun naaste. Ze kunnen zelfs onbeschaamd verklaren ‘Ik zal en kan hem niet vergeven. Ik zal nooit (meer) met hem verzoend raken.’

Ze hebben een balk, inderdaad zelfs veel balken, in hun eigen oog, maar deze zien ze niet. Ze kunnen echter niet de kleinste stok in het oog van hun buurman over het hoofd zien (Mattheüs 7 : 3-5). Dat wil zeggen dat zij weinig aandacht schenken aan de eigen zonden die zij begaan tegen God, maar de zonde van hun naaste weegt hen zeer zwaar wanneer zij die afwegen en de balans opmaken.

Toch verwachten ze van God dat hun grote schuld vergeven wordt, terwijl ze weigeren om mindere zonden te laten varen. Maar zelfs bij afwezigheid van enige andere zonde of schuld, zou deze balk in hun oog opvallend groot blijken, namelijk vanwege hun ongehoorzaamheid aan Gods gebod door hun weigeren om te vergeven en door erop te staan ​​hun wraak ten uitvoer te brengen.

Het is inderdaad een wonderbaarlijke God wiens gerechtigheid en oordeel bepalen dat hij die weigert een ander te vergeven, meer schuldig is dan hij die het kwaad heeft begaan en de schade heeft toegebracht.

Voor zulke mensen wordt deze bede tot zonde, zoals we lezen in Psalm 109 vers 7: ‘Laat zijn gebed als zonde voor God worden gerekend.’ Door deze bede veroordeelt de mens zichzelf. Zo wordt deze volledig omgekeerd, zodat in plaats van genade te verkrijgen, men Gods ongenoegen oploopt.

Wanneer u verklaart dat u niet zult vergeven en toch voor Gods aangezicht komt met het bidden van het kostbare Onze Vader en uw lippen babbelen: “Vergeef ons onze zonden, zoals wij degenen vergeven die tegen ons zondig(d)en.” Is dit niet hetzelfde als te zeggen:
‘O God omdat ik Uw schuldenaar ben, maar ik heb ook een schuldenaar – en aangezien ik hem of haar niet zal vergeven, vergeef ook mij niet. Ik zal U niet gehoorzamen, ook al gebiedt U mij mijn naaste te vergeven. Dan maar liever zonder U, en zonder Uw hemel en al het andere ook al moet ik daarmee dan eeuwig naar de duivel gaan’?

Jij ellendige, ga eens na of je een vijand hebt of dat je een vijand verdraagt ​​die jou vervloekt en verdoemt voor de mensen zo volledig als jij jezelf verdringt en verdoemt voor God en alle heiligen met je eigen gebed.

En welke schade heeft zo’n persoon je berokkend? Gewoon schade die maar tijdelijk is. Waarom zou je, vanwege deze triviale, tijdelijke pijn, jezelf eeuwige schade berokkenen?

Wees gewaarschuwd mens! Niet degene die jou beledigt en schade berokkend heeft, maar jij die weigert te vergeven, brengt jou een schade toe die groter is dan de hele wereld jou zou kunnen aandoen.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 2, 118, 27 – 119, 18 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 42, blz. 65/66)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) the email address to: info@martinluther-quotes.com
Or, you can use the web-form located on the homepage of the website www.maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 16 omdat hij er niet aan dacht ​liefde​ te bewijzen,
maar de ellendige, de arme en de versaagde van ​hart
ten dode toe vervolgde.
(Uit Psalm 109)

Bron afbeelding:  DWELLING in the Word

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Jezus ook waarachtig God…

En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader
in de Zoon verheerlijkt worde.
(Johannes 14 : 13)

Wat wil dat eigenlijk zeggen, dat Hij hier op deze manier spreekt: ‘Wat je bidt in Mijn Naam, dat zal Ik doen’? Zojuist heeft Hij nog gezegd: ‘Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen en zal grotere doen dan deze.’ Hoe komt Hij er dan toe om op deze wijze te spreken: ‘Wat je bidt, dat zal Ik doen’?

Wie is dan deze Ik? Je dacht misschien wel dat Hij zeggen zou: ‘Al wat je de Vader bidt in Mijn Naam, dat zal Hij doen’, maar nu wijst Hij naar Zichzelf.

Wat zijn dit wonderlijke woorden van deze Mens!

Hoe kan Hij met zulke eenvoudige woorden zo hoog opstijgen? Want met dit woordje Ik laat Hij duidelijk weten dat Hij Zelf, mét de Vader, de ware en almachtige God is. Want Wie zó spreken kan: ‘Wat je bidt, dat zal Ik doen’ Die zegt zoveel als: ‘Ik ben God Die alles kan en geven zal’.

Machtiger dan duivel, zonde, dood, wereld en alle schepselen

Als dit niet waar zou zijn, waarom zouden de christenen dan nog in Zijn Naam moeten bidden? Hier neemt Hij Zelf alle macht in handen, en zegt: ‘Alles wat je bidt, daar wil Ik niemand anders bevel voor geven om dat te doen, maar dat zal Ik doen!’ Dan moet Hij ook Degene zijn Die in alles wat wij nodig hebben kan helpen, want Hij is machtiger dan duivel, zonde, dood, wereld en alle schepselen. Hij is waarachtig God!

Maarten Luther: Das XIV. und XV. Kapitel S. Johannis, 15 3 8, vgl WA 4 5,542,9-26

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (2 augustus – “Alle dingen“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(…) 1 Allereerst vraag ik dat er voor alle mensen ​gebeden​ wordt, dat er smeekbeden, voorbeden en dankgebeden voor hen worden uitgesproken. 2 Bid​ voor alle koningen en gezagsdragers, opdat we rustig en ongestoord kunnen leven, in alle vroomheid en waardigheid. 3 Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Redder, 4 Die wil dat alle mensen worden gered en de Waarheid leren kennen. 5 Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens ​Christus​ ​Jezus, 6 Die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd. (Uit 1 Timoteüs 2)

Bron afbeelding:  Dr. J’s Apothecary Shoppe

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Israël, Politiek | Plaats een reactie