Gaan voor succes of léven van zegen…

(…) 16 De drinkbeker der dankzegging (zegening!), die wij met dankzegging ​zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van ​Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van ​Christus? 17 Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene Brood.  (Uit 1 Korintiërs 10)

Jij vindt dat er in de bijbel niet veel gesproken wordt over gezondheid, geluk, kracht, enz.? Voor het Oude Testament gaat het in ieder geval niet op. De theologische schakel tussen God en het geluk van de mens, is in het Oude Testament, zover ik het zie, de zegen.

Oudtestamentische zegen tegenover het kruis?

Het gaat in het Oude Testament, dus bij voorbeeld bij de aartsvaders, niet om geluk maar om Gods zegen die alle aardse goederen insluit. Die zegen eist het aardse leven op voor God en omvat alle beloften.

Het zou prachtig passen in de gebruikelijke vergeestelijkte opvatting van het Nieuwe Testament, te beweren dat de oudtestamentische zegen in het Nieuwe Testament achterhaald is.

Maar zou het toevallig zijn, dat er in verband met het misbruik van het Avondmaal (‘de beker der zegening…’ 1 Korintiërs 10 : 16!, 11 : 30) gesproken wordt van ziekte en dood, dat Jezus mensen geneest, dat de discipelen bij Jezus ‘aan niets gebrek hadden‘?

Moeten we de oudtestamentische zegen plaatsen tegenover het kruis? Dat deed Kierkegaard. Dan maak je van het kruis, van het lijden, een principe en dan ontstaat juist een ongezond methodisme dat aan het lijden het karakter van een contingente goddelijke beschikking ontneemt.

Trouwens ook in het Oude Testament moet de gezegende veel lijden, maar dit betekent nooit, evenmin als in het Nieuwe Testament, dat geluk en lijden, zegen en kruis, absoluut tegenover elkaar worden gesteld.

In dit opzicht verschillen het Oude en het Nieuwe Testament alleen hierin, dat in het Oude Testament de zegen ook het kruis, in het Nieuwe Testament het kruis ook de zegen insluit.

(…) 4 Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis,
ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij;
uw stok en uw staf, die vertroosten mij.
5 Gij richt voor mij een dis aan
voor de ogen van wie mij benauwen;
(Uit Psalm 25)

(…) 16 Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft
dan de rijkdom van talloze zondaars.
17 De macht van de zondaars wordt gebroken,
maar de HEER zal de rechtvaardigen steunen.
18 De HEER trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
19 Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood hebben zij te eten.
(Uit Psalm 37)

(…) 7 Trekken zij door een dal van dorheid,
het verandert voor hen in een oase;
rijke ​zegen​ daalt als regen neer.
8 Steeds krachtiger gaan zij voort
om in Sion voor God te verschijnen.
(Uit Psalm 84)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “” – “Zegen en kruis.” (27 augustus) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s