Theologie studeren…(I)

Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.
(Psalm 119 : 71)

Bidden, mediteren, verzoekingen

Ik wil je de goede manier om theologie te studeren laten zien, want ik ben daarin zelf geoefend geworden. Als je jezelf hieraan houdt, zul je zó geleerd worden, dat je – als het nodig zou zijn – net zulke goede boeken kan maken als de oude vaders en de concilies.

Zoals ik – door de genade van God – mijzelf ook verhef en zonder hoogmoed durf roemen (a) dat ik sommige kerkvaders dicht benader als het gaat over het maken van boeken!

Wat mijn leven betreft kan ik echter helemaal niet roemen of
mijzelf met hen vergelijken.

De goede manier van studeren leert de heilige koning David in Psalm 119 van het begin tot het einde. Daar kun je de drie regels vinden, die de hele Psalm door overvloedig beschreven zijn: gebed, meditatie en verzoeking. (1)

Maar in de eerste plaats moet je weten dat de Heilige Schrift een Boek is dat de wijsheid van alle andere boeken tot dwaasheid maakt, omdat er geen ander is dat van het eeuwige leven leert dan alleen dit Boek.

Daarom moet je gelijk aan je zinnen en verstand wanhopen, want daarmee zul je niets ontvangen, maar met deze waanwijsheid alleen jezelf en anderen doen neerstorten vanuit de hemel in de afgrond van de hel.

In plaats daarvan: kniel neer in je kamertje en bid met ware nederigheid en ernst tot God, dat Hij je Zijn Heilige Geest geeft, Die je verlicht, leidt en verstand geeft.

Maarten Luther: Wittenberger Ausgabe der deutschen Schriften, 1539, vgl. WA 50,658,2,9 – 659,14

(1) Luther bedoelt hier verzoekingen en bestrijdingen van de duivel die, volgens hem, voor degenen die een geestelijk ambt bekleden, naast gebed en meditatie, noodzakelijk zijn en niet gemist kunnen worden.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (17 april – “Oratio, meditatio, tentatio“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(a) (…) 10 Zo zeker als de waarheid van ​Christus​ in mij is, die roem zal ik mij nergens in Achaje laten ontnemen. 11 En waarom niet? Omdat ik u niet lief zou hebben? God weet dat ik dat wel doe. 12 k zal mijn werk op dezelfde manier blijven doen om die ​apostelen​ de kans te ontnemen met hun gewichtigdoenerij dezelfde roem te oogsten als wij. 13 Schijnapostelen zijn het, die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als ​apostelen​ van ​Christus. (Uit 2 Korintiërs)

Bron afbeelding:  SlideShare

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Wetenschap | Plaats een reactie

Zie de Mens… (evenbeeld?)

Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem. (Genesis 2 : 7)
Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; (2 Korintiërs 5 : 17)

God ziet en neemt ons mensen aan ‘in Christus’! (a)

De mens, die God naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, is uit de aarde genomen. Sterker zouden zelfs Darwin en Feuerbach het niet kunnen uitdrukken. De mens stamt uit een stuk aarde. De verbondenheid met die aarde behoort tot zijn wezen. De ‘aarde is zijn moeder’, uit haar schoot komt hij voort.

Uit haar is zijn lichaam. Zijn lichaam behoort tot zijn wezen. Zijn lichaam is niet zijn kerker, zijn omhulsel, zijn uiterlijk, maar zijn lichaam is hij zelf. De mens ‘heeft’ geen lichaam en ‘heeft’ geen ziel, maar hij ‘is’ lichaam en ziel.

De mens die zich van zijn lichaam losmaakt, maakt zich los van zijn existentie voor God, de Schepper. De ernst van het mens-zijn is zijn gebondenheid aan de moederlijke aarde, aan zijn Zijn als lichaam. Zijn bestaan is een bestaan op aarde.

Hij is niet, van boven neerdalend, door een wreed lot in de aardse wereld geketend en geknecht, maar uit de aarde waarin hij sluimerde, dood was, werd hij opgeroepen door het woord van God, de almachtige. Een stuk aarde, maar aarde door God geroepen tot mens-zijn.

Zo heeft ook Michel Angelo het bedoeld. De op de jonge aarde rustende Adam is zo vast en innig met de grond waarop hij ligt verbonden, dat hij in zijn nog dromende bestaan zelf een uitzonderlijk en zeer wonderlijk maar toch echt stuk aarde is. Juist in dit volledig toebehoren aan de gezegende grond van de pas geschapen aarde komt de volle heerlijkheid van de eerste mens aan het licht.

En in dit rusten op de aarde, in deze diepe scheppingsslaap, ervaart de mens door de lijfelijke aanraking van Gods vinger het leven — dezelfde hand, die de mens gemaakt heeft, raakt hem nu als van verre teder aan en wekt hem tot leven. Niet langer houdt de hand Gods de mens in zich zelf besloten, zij laat hem gaan en haar scheppende kracht wordt tot de verlangende liefde van de Schepper voor het schepsel.

Omdat Gods woord in de geschiedenis, dat wil zeggen in het verleden tot ons gesproken heeft, is het noodzakelijk ons iedere dag het geleerde in herinnering te brengen en te herhalen. ‘Vergeet niet één van zijn weldaden‘ (Psalm 103 : 2). ‘Gedenk Jezus Christus’ (2 Timoteüs 2 : 8).

Geloof en gehoorzaamheid leven uit de herinnering en de herhaling. (a) Herinnering wordt tot een kracht in het heden, want het is de levende God, die eens voor mij handelde en mij heden daarvan de garantie geeft. Wat voorbij is ís op zich genomen indifferent.

Omdat echter in het verleden iets beslissends ‘voor mij‘ geschiedde, wordt het verleden tot heden voor hen, die het ‘voor mij’ in geloof aannemen, ‘want het woord “voor mij” spreekt alleen tot gelovige harten’ (Luther).

Omdat mijn heil niet in mij zelf maar buiten mij zelf ligt, omdat mijn gerechtigheid alleen de gerechtigheid van Jezus Christus is en omdat dit alles mij alleen in het Woord verkondigd kan worden, is herinnering en herhaling nodig om wille van de zaligheid en daarom betekent vergeten hetzelfde als niet meer in het geloof zijn.

In de dagelijkse herinnering aan Jezus Christus (b) echter wordt mij toegezegd, dat God mij van eeuwigheid heeft liefgehad en mij niet heeft vergeten (Jesaja 49 : 14). En als ik weet dat God mij niet vergeet, omdat Hij mij liefheeft, dan verblijd ik mij, en mijn liefde voor Gods trouw in zijn woord vervult mij, en ik leer zeggen:

‘Uw Woord zal ik niet vergeten.‘ (Psalm 119)

(a) Alleen het ‘geloofsoog’ ziet de ander ‘in Jezus Christus’ en ziet daarom een ‘mooi mens’ in de ander ondanks al zijn gebreken en niet dankzij ‘al zijn vruchten van de Geest’!
(b) En die dagelijkse herinnering begint met en door te zeggen:  Onze Vader…

Mee n.a.v. http://www.tijdmetJezus.nl | dagelijks bijbelmoment | Evenbeeld

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Wat is de mens” – “Aarde is zijn moeder” (17+16 februari) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Bron afbeelding:  Judeo Christian Church

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek, Wetenschap | Plaats een reactie

De ander helpen…(X -Slot)

(…) 1 En vóór het Paasfeest, toen ​Jezus​ wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde. (Uit Johannes 13)

De ander(en) liefhebben en trouw zijn tot het einde?!

‘Alles hoopt zij‘. (Uit 1 Korintiërs 13)

Geen mens geeft zij definitief op. Want eens breekt toch het uur aan, dat de verdwaalde omkeert en de liefde – de verloochende, gebroken, verspilde, vergeten liefde – moet terugschenken.

Liefde is als de dokter aan het ziekbed, die nog hoop heeft voor de zieke, en aan zijn hoop trekt de zieke zich op. En omdat de liefde niets wil, dan dat de toestand van de zieke verbetert, geeft zij de zieke nooit op, en hoopt zij alles – niet alleen voor die enkeling, maar ook voor een gemeente of kerk of kerken en, ook voor een volk.

Zonder liefde alles te hopen is een dwaze lichtzinnigheid en een ongegrond optimisme. Uit liefde alles te hopen is een kracht, waardoor een mens, een gemeente of kerk of een volk weer moed kunnen vatten. Dat is ons opgedragen, zo onvoorwaardelijk te hopen, dat onze hoop, die uit de liefde voortkomt, de ander kracht geeft.

Wie alles gelooft en alles hoopt ter wille van de liefde,
оm op te richten en te helpen, die moet lijden.

Want de wereld (die is er ook in de kerk!) verklaart hem of haar voor gek (1), zelfs voor gevaarlijk gek, omdat zulk ‘dwaas gedoe’ het kwaad uitlokt (2). Maar pas als het kwaad aan het licht komt, kan het ten volle bemind worden. Daarom duldt de liefde alles — en in dit dulden is zij zalig; want dit dulden maakt haar steeds grootser, steeds onweerstaanbaarder.

De liefde, die weinig hoefde te dulden, blijft zwak.
De Liefde, die alles duldde, behaalt de overwinning.

Wie is deze liefde anders dan Hij, die als enige alles verdroeg, alles geloofde, alles hoopte, en ook alles moest dulden tot en met het kruis. Die niet het zijne zocht, zich niet liet verbitteren en het kwade niet toerekende — en daarom door het kwaad werd overweldigd?!

Die zelfs aan het kruis nog voor zijn vijanden bad en daardoor het kwaad over won.
Wie is deze liefde, waarvan Paulus hier sprak, anders dan Jezus Christus zelf?
In welk teken staat deze hele perikoop anders dan in het teken van het kruis?

(1) Opgemerkt AJ: Vandaar dat men – ook in Christus’ gemeente! – een heel tuighuis aan goed bedoelde adviezen klaar heeft staan om iemand van ‘die gekte’ te bevrijden om in plaats daarvan vooral goed voor zichzelf te (gaan) zorgen en niet voor die ander: ‘laat die zichzelf redden, als God hem zo lief heeft’ luidde (zie Matteüs 27 : 43) en luidt het devies!
(2) Denk aan wat ik gezegd heb: een ​slaaf​ is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen; (Uit Johannes 18 : 20)

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “De Liefde is lankmoedig en goedertieren” – “Het uitgelokte kwaad” (2 september) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
u zult de waarheid kennen, en de Waarheid zal u vrijmaken.

(Uit Johannes 8 : 31-32)

Bron afbeelding:  Church4U2@Home

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Diep onder de indruk…

Toen ​Jezus​ deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk
van Zijn onderricht. (Matteüs 7 : 28)

Ik berg Uw woord in mijn hart, opdat ik tegen U niet zondige.
(Psalm 119 : 11)

VRUCHTBARE AKKERS?

Wanneer Gods woord tot ons komt, wil het in een vruchtbare akker geborgen zijn. Het wil niet langs de weg blijven liggen, zodat ‘de duivel komt en het woord uit hun hart wegneemt, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.’

Het wil niet op de rotsbodem vallen, waar het geen wortel kan schieten, waar zij ‘het met vreugde aannemen, wanneer zij het woord horen; voor een tijd geloven zij en in de tijd van beproevingen vallen zij af’. Het wil niet midden tussen de dorens vallen, waar het ‘door zorgen en rijkdom en lusten des levens‘ verstikt wordt, en geen vrucht draagt (Lukas. 8 : 11 v.).

Het is een groot wonder, dat het eeuwige woord van de almachtige God in mij een woning zoekt, in mij geborgen wil zijn als de zaadkorrel in de akker. Gods woord is niet geborgen in mijn verstand, maar in mijn hart.

Het doel van het woord dat uit Gods mond komt is niet, tot het einde doorgedacht en geanalyseerd te worden, maar in het hart te resoneren, zoals het woord van iemand van wie wij houden in ons hart woont, ook wanneer wij er niet bewust aan denken.

Heb ik het woord Gods alleen in mijn verstand, dan zal mijn verstand vaak door andere zaken in beslag worden genomen en zal ik tegen God zondigen.

Daarom zijn wij er nooit mee klaar Gods woord gelezen (gehoord) te hebben; het moet diep in ons zijn ingegaan, in ons wonen, zoals het allerheiligste woont in het heiligdom, opdat wij niet zondigen in gedachten, woorden en daden.

Het is vaak beter, weinig en langzaam in de Schrift te lezen en te wachten, tot het tot ons is doorgedrongen, dan van Gods woord veel te weten, maar het niet in zich te ‘bergen’ (AJ: laten borgen door gebed!).

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Liefde tot de vijand” – “Op vruchtbare bodem” (11 februari) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Mee n.a.v.  http://www.tijdmetJezus.nl | dagelijks bijbelmoment – Diep onder de indruk

7 Offers​ en gaven verlangt U niet,
brand- en reinigingsoffers vraagt u niet.
Nee, u hebt mijn oren voor U geopend
8 en nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik,
over mij is in de ​boekrol​ geschreven.’
9 Uw wil te doen, mijn God, verlang ik, (a)
diep in mij koester ik Uw wet.
(Uit Psalm 40)

(a) (…) 17 Zo is de ​liefde​ bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn,
zijn we als ​Jezus. (Uit 1 Johannes 4)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Persoonlijk | Plaats een reactie

De ander helpen…(IX)

Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
(Uit Lucas 10 : 25-29)

Geef ons heden ons dagelijks alibi voor
blijvende liefdeloosheid… (a)

De vraag van deze wetgeleerde is dezelfde als die van de rijke jongeling. De vrager weet in wezen het antwoord op zijn vraag, maar terwijl hij nog vraagt, hoewel hij al weet, wil hij zich onttrekken aan de gehoorzaamheid aan Gods gebod. Er blijft voor hem echter slechts de uitkomst: Doe wat ge weet, dan zult ge leven.

Dan volgt weer de vlucht in het ethische conflict: Wie is mijn naaste? Ontelbare keren is sindsdien de strikvraag van de Schriftgeleerde in goed vertrouwen en onwetend nagesproken; ze geniet de waardering van een ernstige en verstandige vraag van een zoekend mens. Maar men heeft de samenhang niet goed gelezen.

Het gehele verhaal van de barmhartige Samaritaan is één afweer en vernietiging van deze vraag als een satanische door Jezus. Het is een vraag zonder einde, zonder antwoord.

Wie is mijn naaste?

Is er een antwoord op, of het mijn eigen broer, mijn volksgenoot, mijn broeder in de gemeente of mijn vijand is? Laat zich niet het één, zo goed als het andere, met hetzelfde recht beweren en ontkennen?

Is niet het einde van deze vraag tweespalt en ongehoorzaamheid? Ja, deze vraag is opstandigheid tegen Gods eigen gebod. Ik wil wel gehoorzaam zijn, maar God zegt mij niet hoe ik dat kan. Gods gebod is voor tweeërlei, uitleg vatbaar, het laat me in een eeuwigdurend conflict.

De vraag: ‘Wat moet ik doen?‘ was het eerste bedrog.
Het antwoord luidt: Doe het gebod dat ge kent. Ge zult niet vragen, maar doen.

De vraag: ‘Wie is dan mijn naaste?’ is de laatste vraag van de vertwijfeling of de zelfverzekerdheid, waarin de ongehoorzaamheid zich rechtvaardigt.
Het antwoord is: Gij zijt zelf de naaste.

Ga heen, wees gehoorzaam en betoon u in de daad der liefde de naaste aan de ander. 

Naaste te zijn is niet een kwalificatie van de ander,
maar is zijn aanspraak op mij, verder niets.

In elk ogenblik, in elke situatie ben ik degene die geroepen wordt tot handelen, tot gehoorzaamheid. Er is letterlijk geen tijd om naar een kwalificatie van de ander te vragen. Ik moet handelen en gehoorzamen, ik moet de naaste zijn voor de ander.

Vraagt ge dan nog weer verschrikt, of ik dan niet van tevoren moet weten en bedenken hoe ik heb te handelen – dan krijg ik alleen te horen: wat gehoorzaamheid is, leer ik alleen in de gehoorzaamheid, niet door te vragen.

Pas in de gehoorzaamheid leer ik de Waarheid kennen.

Vanuit de gespletenheid van het geweten en de zonde roept de stem van Jezus ons op
tot de eenvoud van de gehoorzaamheid.

(a) Opgemerkt AJ:  Ongehoorzaamheid is gebrek aan liefde tot God en die komt tot uiting in gebrek aan liefde, vergevingsgezindheid, aanvaarding en hulp aan de naaste. Wie is hier zonder zonde?! Wie heeft zich niet dagelijks te bekeren?!

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Liefde tot de vijand” – “Opstandig vragen” (5 februari) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
u zult de waarheid kennen, en de Waarheid zal u vrijmaken.

(Uit Johannes 8 : 31-32)

Bron afbeelding:  Flickr

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Een onnadenkend man?

(…) 1 Wee de opstandige kinderen, spreekt de HEERE, om een plan te maken, maar niet van Mij uit; om een verdrag te sluiten, maar niet vanuit Mijn Geest; het is om zonde op zonde te hopen. 2 Zij gaan om af te dalen naar Egypte – maar naar wat Mijn mond spreekt, vragen zij niet – om zichzelf in veiligheid te brengen… (Uit Jesaja 30)

(…) 6 Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren… (Uit Matteüs 6)

(…) En wie deze woorden van Mij hoort en er niet naar handelt, dié kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. (Matteüs 7 : 26)

Met de woorden ‘een onnadenkend man‘ (NBV) wijst de Here Jezus op de ‘dwazen‘ (zie o.a. en m.n. Psalm 1 en 2) onder Gods kinderen. Het zijn namelijk die mensen die Gods Woord te horen krijgen en beluisteren, maar die er desondanks ten diepste geen geloof aan hechten: niet Hém hun vertrouwen geven.

We vinden zulke dwaze kinderen van God vooral in welvaartstijd en we vinden ze in alle tijden onder de rijken en machtigen (w.o. de leiders/’kerkleiders’) van Gods volk.

In de ogen van Gods kinderen en vooral ook in de ogen van de wereld lijken deze ‘dwaze man(nen)‘, waar Jezus op doelt met Zijn Woord in de gelijkenis (Matteüs 7 : 24-29) juist heel wijs (wereldwijs!) en de eenvoudige kinderen van God juist dwaas (onwijs). Want die in de gelijkenis bedoelde ‘dwazen‘ eren God met hun lippen, maar met hun denken en doen én (na)laten (1) gaan ze juist heel berekenend te werk.

Dat heel berekenend te werk gaan van hen is nodig want ze verwachten het niet van God, maar van hun eigen overleg en plannen en van hun contacten en ‘vriendjes-politiek’ – zie Jesaja 30-33 en Psalm 2 en zie ook het optreden van de Schriftgeleerden en Farizeeën in Jeruzalem en Israël in de tijd van Jezus en de apostelen tot aan de verwoesting van Jeruzalem en ook (weer) de tempel.

Deze ‘kinderen van God’ begrijpen niets van het ‘zorgeloze leven’ van de kinderen Gods die zich werkelijk aan Gods zorg voor hen hebben toevertrouwd en dat ook elke dag opnieuw weer doen (2) en die elke dag weer leven willen én durven én kunnen van wat Gods Vaderhand hen toe schikt. (Zie o.a. Psalm 16, 34, 131 en 140 en 146).

(1) M.n. het liefhebben van de naaste en hem/haar barmhartigheid bewijzen (Matt. 23 : 23-24)
(2) Zoals dat ook beleden wordt naar Gods Woord in Zondag 9 en Zondag 10 van de HC.

N.a.v. “http://www.tijdmetJezus.nl | dagelijks bijbelmoment – Een onnadenkend man” (18 mei 2018)

(…) 13 Dit weet ik: de HEER doet recht aan zwakken en armen.
14 De rechtvaardigen zullen Uw naam prijzen,
de oprechten wonen in Uw nabijheid.
(Uit Psalm 140)

Bron tekst:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Israël, Persoonlijk, Politiek | Plaats een reactie

De ander helpen…(VIII)

(…) 11 Geliefde broeders en zusters, als God ons zó heeft liefgehad (zie vers 10),
moeten ook wij elkaar ​liefhebben.
(Uit 1 Johannes 4)

Biechten? Ja, maar dan ook beiden onder het kruis!

Bij wie moeten wij biechten? Iedere christelijke broeder mag, volgens de belofte van Jezus, de biecht van de ander aanhoren. Maar zal die ander ons begrijpen?

Staat hij misschien in zijn christelijke leven zo ver boven ons, dat hij zich van onze persoonlijke zonde alleen maar zonder begrip kan afwenden?

Wie in het kruis van Jezus de diepste goddeloosheid van alle mensen en het eigen hart heeft ontdekt, die staat niet vreemd meer tegenover welke zonde dan ook. Hij kent het menselijk hart. Hij weet hoe het geheel en al verloren is in zwakheid, hoe het verdwaalt op de wegen der zonde, en hij weet ook, hoe het in genade en barmhartigheid is aangenomen.

Alleen de broeder onder het kruis kan mijn biecht aanhoren. Niet de levenservaring, maar de ervaring van het kruis maakt iemand tot een hoorder van de biecht. De meest ervaren mensenkenner weet oneindig veel minder van het menselijk hart dan de eenvoudigste christen, die onder het kruis van Jezus leeft.

Het grootste psychologische inzicht, de grootste begaafdheid en ervaring zijn niet in staat dat ene te begrijpen: wat zonde is. Menselijk inzicht weet van nood, van zwakheid en mislukken, maar het kent de goddeloosheid van de mens niet.

  • Voor de psycholoog mag ik alleen maar ziek zijn, voor de christelijke broeder mag ik een zondaar zijn. De psycholoog moet eerst mijn hart doorgronden en vindt toch nooit z’n diepste grond.
  • De christelijke broeder weet: daar komt een zondaar als ik, een goddeloze, die biechten wil en die naar Gods vergeving verlangt.
  • De psycholoog ziet mij aan alsof er geen God was, maar de broeder ziet mij in het kruis van Christus staan voor de oordelende en barmhartige God.

Als wij dan ook armzalig en onbruikbaar zijn voor de biecht van de broeder, komt dat niet voort uit gebrek aan psychologische kennis, maar uit gebrek aan liefde tot Christus.

In de dagelijkse ernstige omgang met het kruis van Christus raakt de christen zijn houding van menselijk oordelen en zwakke toegeeflijkheid kwijt. Zó ontvangt hij de geest van de goddelijke ernst én de goddelijke liefde.

Daarom heeft hij de broeder lief! Met de barmhartige liefde van God, die door de dood van de zondaar (ons) brengt tot het leven van het kindschap Gods.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Is er geen koning onder u?” – “Broeder onder het kruis” (10 december) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Als jullie in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, u zult de Waarheid kennen, en de Waarheid zal u vrijmaken. (Uit Johannes 8 : 31-32)

‘Zo is de ​liefde​ bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als ​Jezus.‘
(Uit 1 Johannes 4 vers 17)

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Wetenschap | Plaats een reactie

In de wereld lijdt gij verdrukking…(II)

(…) 33 Dit heb Ik u gezegd, opdat gij in Mij ​vrede​ hebt.
In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed,
Ik heb de wereld overwonnen. (Uit Johannes 16)

BEZWAARSCHRIFT AAN RAAD VAN RECHTSBIJSTAND

Geachte medewerker(s),

Met dit schrijven teken ik bezwaar aan tegen het door u geplande in rekening brengen van de kosten die gemaakt zijn vanwege onze echtscheidingszaak.

En wel om de volgende redenen:

Het is mij gebleken dat een aantal zaken/voorvallen tijdens deze echtscheidingszaak waar bij ook de correcte juridische rechtsgang van zaken onder kritiek gesteld dient te worden ondergetekende de mogelijkheid geven om deze echtscheidingszaak en m.n. de verdeling van de goederen  te betwisten.

Ondergetekende wil dus het juridisch verweer in/van deze rechtszaak (met hulp van een andere advocaat) nog voortzetten!

Vijf redenen/oorzaken wil ik hier (alvast) noemen:

  1. Mijn echtgenote heeft mij geen inzage willen geven in de afschriften van haar bankrekening en mijn sterke vermoeden is dat leden van onze kerkenraad (predikant, ouderling en een broeder) de echtscheiding niet alleen hebben veroorzaakt (middels een ‘huwelijksdwangbrief’) en later geadviseerd (vanwege mijn niet ‘mee gaan/instemmen’ met deze huwelijksdwangbrief) maar dat ze het vertrek van mijn echtgenote uit huis ook nog hebben ‘gesponsord’ met geld van de diaconie van onze kerkelijke gemeente. In elk geval wil ik nu (juridisch afgedwongen) inzage in de bankafschriften om die ‘mogelijke sponsoring’ op z’n minst uit te kunnen sluiten – al was het alleen maar voor mijn (emotionele/psychische) gemoedsrust.
  2. Al tijdens de rechtsgang is er te verwerpen (juridisch te veroordelen) kwalijke emotionele, kerkelijke en zakelijke druk uitgeoefend op ondergetekende om het huis al te verkopen voordat de hele rechtsgang m.b.t. deze echtscheiding tot officiële afronding gekomen was. Ondergetekende werd ‘overvallen’ door een hem onbekende makelaar (geregeld/voorgekookt door echtgenote en een broeder uit kerkelijke gemeente) die al een koper ‘klaar had staan’ en die vroeg of hij twee dagen later met deze koper het huis mocht bezichtigen. En dat terwijl er nog geen enkel gesprek met deze makelaar was geweest en hij ook nog instemming van ondergetekende moest ontvangen om met deze makelaar en zijn tarief ‘in zee’ te willen gaan. Ik ben toen in eerste instantie ook niet goed ondersteund door mijn eigen advocaat, want die beweerde dat ik wel met deze makelaar aan de slag ‘moest’ gaan vanwege bepaalde juridisch vastgelegde afspraken…  Gelukkig kon ondergetekende door wat nadenken en onderzoek en verweer tegen zijn eigen advocaat deze geplande verkoop van het huis (nu wel) met hulp van zijn advocaat nog afwenden.
  3. Zoals bij 2 al opgemerkt: Er is ongeoorloofde en juridisch verwijtbare (strafbare!) druk uitgeoefend op ondergetekende door ‘het pastoraat’ van onze gemeente m.b.t. tal van zaken betreffende deze echtscheiding.
  4. Ondergetekende heeft o.a. nog geld te goed vanwege een teruggave na een (door ondergetekende) in 2017 nog vrijwillig gezamenlijk gedane aangifte over 2016.
  5. Zolang het huis niet verkocht is heeft ondergetekende geen geld om de advocaat en de door de Raad van Rechtsbijstand in rekening gebrachte kosten te betalen.

Ook schreef ondergetekende (mee vanwege bovengenoemde redenen/oorzaken) eerder nog het volgende:

Aan de verkoop van de woning én ook aan het inruilen van de auto zal ik geen medewerking verlenen en ondergetekende zal daartegen zo nodig zelfs juridisch verweer voeren.

(1) De aan te voeren redenen (behoud van de woning) van/voor de man zijn:

  • Het is voor de man van groot (psychisch/sociaal/emotioneel/functioneel) belang dat hij zijn werkzaamheden kan blijven uitoefenen en mogelijk zelfs uitbouwen door gebruik te blijven maken van de woning en alle ‘faciliteiten’ die deze woning (en de locatie ervan) hem bieden om de huidige (maatschappelijk zeer relevante!) werkzaamheden te kunnen doen doen en om zich daarin verder te bekwamen en ook om mogelijk nog meer (en ook betaald) werk te kunnen (gaan) doen.
  • De man heeft geen ruime financiële middelen (moet momenteel zelfs een tekort zien weg te werken) en kan zich een verhuizing naar een andere en – wat redelijkerwijs kan/mag worden aangenomen – duurdere woning (maandlasten, energie-kosten etc.) niet permitteren.
  • De man heeft ook nog nooit ingeschreven gestaan voor goedkopere (sociale/gemeente) woningen en heeft/krijgt dus te maken met lange wachttijden.

(2)  De aan te voeren redenen (behoud van de auto) van/voor de man zijn:

  • De werkzaamheden als chauffeur en m.n. daarbij de inzet van een daarvoor geschikte auto voor/bij Automaatje (samenwerkingsproject voor personenvervoer van ANWB en gemeente Barneveld).
  • De auto heeft een hogere instap dan de in te ruilen (oudere) auto waarbij de instap/uitstap voor de bejaarde mensen die vervoerd worden iedere keer ‘een zware bevalling/onmogelijkheid’ zal zijn.
  • Ook hoopt de man weer de maandelijkse vergaderingen van de “zendingscommissie” (van NGK-Kampen en steun biedende kerken) in Kampen te gaan bijwonen en VWON-cursussen te volgen (Soest, Utrecht, Zwolle).
  • De vrouw gebruikt de auto vooral binnen Barneveld (daar werkt ze ook betaald) en mogelijk ook nog wat in het buiten gebied, maar dus voor minder belastende ritten dan die van de man.

Met vriendelijke groet,
(Getekend)
Anthony Janse

Bron afbeelding:  DailyVerses.net

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie

In de wereld lijdt gij verdrukking…(I)

(…) 33 Dit heb Ik u gezegd, opdat gij in Mij ​vrede​ hebt.
In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed,
Ik heb de wereld overwonnen. (Uit Johannes 16)

Mededeling: bericht van advocate van ‘de wederpartij’!

Geachte heer Janse,

In bovengenoemde zaak heeft cliënte, zoals u bekend is, de woning te koop gezet door middel van de door de rechtbank afgegeven machtiging tot verkoop.

Door middel van deze brief iaat ik u weten dat de woning is verkocht. De opleverdatum staat, zoals blijkt uit bijgevoegde koopovereenkomst, op 1 juli 2018. Zoals blijkt uit de echtscheidingsbeschikking d.d. 16 februari 2017 (pagina 4, paragraaf 4.3, laatste aandachtsstreepje) betekent dit dat u de woning uiterlijk op 30 juni 2018 dient te ontruimen en leeg te maken, met afgifte van de sleutels aan cliënte of aan de makelaar op dezelfde datum.

U zult enkele dagen voor 30 juni een deurwaardersexploot ontvangen, waarin u tot het voorgaande wordt gesommeerd, maar het leek me goed u nu reeds op de hoogte te stellen van deze ontwikkeling, zodat u tijdig kunt anticiperen op het feit dat u vanaf 30 juni a.s. of zoveel eerder als mogelijk elders woonruimte dient te betrekken.

Ik hoop u hiermee naar behoren te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,
(Getekend)
A.M. Slootweg

Zie ook nog:  Bezwaarschrift aan Raad van Rechtsbijstand

Bron afbeelding:  christsquare

 

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

De ander helpen…(VII)

Uw geloof heeft u gered… (Uit Lukas 7 : 50)

Je laten helpen!

De biecht is geen wet, maar een aanbod van goddelijke hulp voor de zondaar. Het kan zijn, dat iemand door Gods genade zonder de biecht tegenover de broeder tot zekerheid komt, tot een nieuw leven, tot het kruis en tot de gemeenschap.

Het zou immers kunnen zijn, dat iemand de twijfel aan de vergeving en aan zijn schuldbelijdenis nooit leert kennen en dat hem in de biecht, die hij alleen voor God doet, alles wordt gegeven.

Wij hebben hier gesproken voor hen, die dit van zich zelf niet kunnen zeggen. Luther zelf behoorde tot hen, die zich hun leven als christen niet meer zonder de biecht tegenover de broeder konden indenken. In de Grote Catechismus heeft hij gezegd: ‘… daarom, als ik tot de biecht vermaan, vermaan ik christen te zijn.’

Degenen, die niettegenstaande al hun zoeken en hun moeite, de grote blijdschap van de gemeenschap, van het kruis, van het nieuwe leven en van de zekerheid niet kunnen vinden, moeten we wijzen op het goddelijk aanbod dat ons in de biecht tegenover de broeder is gedaan.

De biecht staat in de vrijheid van de christen. Maar wie zal een hulp, waarvan God het nodig vond ze aan te bieden, zonder schade van de hand kunnen wijzen?

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Is er geen koning onder u?” – “Aanbod van goddelijke hulp” (9 december) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
u zult de waarheid kennen, en de Waarheid zal u vrijmaken.

(Uit Johannes 8 : 31-32)

(…) 44 Toen draaide Hij zich om naar de vrouw en vroeg aan ​Simon: ‘Zie je deze vrouw? Ik ben in jouw huis te gast, en je hebt me geen water voor mijn voeten gegeven; maar zij heeft met haar tranen mijn voeten natgemaakt en ze met haar haar afgedroogd. 45 Je hebt me niet begroet met een kus; maar zij heeft, sinds ik hier binnenkwam, onophoudelijk mijn voeten gekust. 46 Je hebt mijn hoofd niet met olie ingewreven; maar zij heeft met ​geurige olie​ mijn voeten ingewreven. 47 Daarom zeg ik je: haar ​zonden​ zijn haar ​vergeven, al waren het er vele, want ze heeft veel ​liefde​ betoond; maar wie weinig wordt ​vergeven, betoont ook weinig ​liefde.’ 48 Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw ​zonden​ zijn u ​vergeven.’ 49 Zijn tafelgenoten dachten bij zichzelf: Wie is hij, dat hij zelfs ​zonden​ ​vergeeft? 50 Hij zei tegen de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in ​vrede.’ (Uit Lukas 7)

Bron afbeelding:  Primo Bible Verses

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | 1 reactie