Theologie studeren…(I)

Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.
(Psalm 119 : 71)

Bidden, mediteren, verzoekingen

Ik wil je de goede manier om theologie te studeren laten zien, want ik ben daarin zelf geoefend geworden. Als je jezelf hieraan houdt, zul je zó geleerd worden, dat je – als het nodig zou zijn – net zulke goede boeken kan maken als de oude vaders en de concilies.

Zoals ik – door de genade van God – mijzelf ook verhef en zonder hoogmoed durf roemen (a) dat ik sommige kerkvaders dicht benader als het gaat over het maken van boeken!

Wat mijn leven betreft kan ik echter helemaal niet roemen of
mijzelf met hen vergelijken.

De goede manier van studeren leert de heilige koning David in Psalm 119 van het begin tot het einde. Daar kun je de drie regels vinden, die de hele Psalm door overvloedig beschreven zijn: gebed, meditatie en verzoeking. (1)

Maar in de eerste plaats moet je weten dat de Heilige Schrift een Boek is dat de wijsheid van alle andere boeken tot dwaasheid maakt, omdat er geen ander is dat van het eeuwige leven leert dan alleen dit Boek.

Daarom moet je gelijk aan je zinnen en verstand wanhopen, want daarmee zul je niets ontvangen, maar met deze waanwijsheid alleen jezelf en anderen doen neerstorten vanuit de hemel in de afgrond van de hel.

In plaats daarvan: kniel neer in je kamertje en bid met ware nederigheid en ernst tot God, dat Hij je Zijn Heilige Geest geeft, Die je verlicht, leidt en verstand geeft.

Maarten Luther: Wittenberger Ausgabe der deutschen Schriften, 1539, vgl. WA 50,658,2,9 – 659,14

(1) Luther bedoelt hier verzoekingen en bestrijdingen van de duivel die, volgens hem, voor degenen die een geestelijk ambt bekleden, naast gebed en meditatie, noodzakelijk zijn en niet gemist kunnen worden.

Bron tekst: “Uit de diepten roep ik tot U – Dagboek over het gebed – Maarten Luther” (17 april – “Oratio, meditatio, tentatio“)  samengesteld door Hugo van Woerden (Den Hertog, Uitgeverij)

(a) (…) 10 Zo zeker als de waarheid van ​Christus​ in mij is, die roem zal ik mij nergens in Achaje laten ontnemen. 11 En waarom niet? Omdat ik u niet lief zou hebben? God weet dat ik dat wel doe. 12 k zal mijn werk op dezelfde manier blijven doen om die ​apostelen​ de kans te ontnemen met hun gewichtigdoenerij dezelfde roem te oogsten als wij. 13 Schijnapostelen zijn het, die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als ​apostelen​ van ​Christus. (Uit 2 Korintiërs)

Bron afbeelding:  SlideShare

 

 

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Wetenschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s