De ander helpen…(VIII)

(…) 11 Geliefde broeders en zusters, als God ons zó heeft liefgehad (zie vers 10),
moeten ook wij elkaar ​liefhebben.
(Uit 1 Johannes 4)

Biechten? Ja, maar dan ook beiden onder het kruis!

Bij wie moeten wij biechten? Iedere christelijke broeder mag, volgens de belofte van Jezus, de biecht van de ander aanhoren. Maar zal hij ons begrijpen?

Staat hij misschien in zijn christelijke leven niet zo ver boven ons, dat hij zich van onze persoonlijke zonde alleen maar zonder begrip kan afwenden?

Wie in het kruis van Jezus de diepste goddeloosheid van alle mensen en het eigen hart heeft ontdekt, die staat niet vreemd meer tegenover welke zonde dan ook. Hij kent het menselijk hart. Hij weet hoe het geheel en al verloren is in zwakheid, hoe het verdwaalt op de wegen der zonde, en hij weet ook, hoe het in genade en barmhartigheid is aangenomen.

Alleen de broeder onder het kruis kan mijn biecht aanhoren. Niet de levenservaring, maar de ervaring van het kruis maakt iemand tot een hoorder van de biecht. De meest ervaren mensenkenner weet oneindig veel minder van het menselijk hart dan de eenvoudigste christen, die onder het kruis van Jezus leeft.

Het grootste psychologische inzicht, de grootste begaafdheid en ervaring zijn niet in staat dat ene te begrijpen: wat zonde is. Menselijk inzicht weet van nood, van zwakheid en mislukken, maar het kent de goddeloosheid van de mens niet.

> Voor de psycholoog mag ik alleen maar ziek zijn, voor de christelijke broeder mag ik een zondaar zijn. De psycholoog moet eerst mijn hart doorgronden en vindt toch nooit z’n diepste grond.

> De christelijke broeder weet: daar komt een zondaar als ik, een goddeloze, die biechten wil en die naar Gods vergeving verlangt.

> De psycholoog ziet mij aan alsof er geen God was, maar de broeder ziet mij in het kruis van Christus staan voor de oordelende en barmhartige God.

Als wij dan ook armzalig en onbruikbaar zijn voor de biecht van de broeder, komt dat niet voort uit gebrek aan psychologische kennis, maar uit gebrek aan liefde tot Christus.

In de dagelijkse ernstige omgang met het kruis van Christus
raakt de christen zijn houding van menselijk oordelen en zwakke toegeeflijkheid kwijt.
Zó ontvangt hij de geest van de goddelijke ernst én de goddelijke liefde.

Daarom heeft hij de broeder lief! 
Met de barmhartige liefde van God,
die door de dood van de zondaar (ons) brengt tot

het leven van het kindschap Gods.

Bron tekst: Bonhoeffer Brevier – “Is er geen koning onder u?” – “Broeder onder het kruis” (10 december) – ©1968 Ten Have b.v. Baarn, Vijfde druk 1978

Zie hierbij ook:  Inleiding op werk van Dietrich Bonhoeffer.

Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen,
u zult de waarheid kennen, en de Waarheid zal u vrijmaken.

(Uit Johannes 8 : 31-32)

(…) 17 Zo is de ​liefde​ bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn,
zijn we als ​Jezus. (Uit 1 Johannes 4)

Bron afbeelding:  Pinterest

Dit bericht werd geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk, Wetenschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s