‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XV)

(…) 33 Voor de HEER wil ik zingen zolang ik leef,
een ​lied​ voor mijn God zolang ik besta.
34 Moge mijn lofzang de HEER behagen,
zoals ik mijn vreugde vind in Hem.
(Uit Psalm 104)

Het werk van het tweede gebod (I)

Tot dusverre hebben we het eerste werk en het eerste gebod behandeld, maar slechts kort, eenvoudig en haastig want daarover kan heel veel (meer) gezegd worden. We zullen nu het spreken over de werken vervolgen aan de hand van de de opeenvolgende geboden.

Naast geloof is het tweede werk het ons opgedragen doen en laten van het tweede gebod, namelijk dat we Gods naam zullen eren en niet ijdel (te onpas) zullen gebruiken. Dit kan, net als alle andere werken, niet zonder geloof worden gedaan. Als het toch zonder geloof gebeurt, is het alleen maar schijn en show. Naast het geloof (God geloven op Zijn Woord) kunnen we geen groter werk doen dan God lofprijzen al (s)prekend en zingend en door op allerlei manier God’s naam te roemen en groot te maken en te eren.

En hoewel ik het al eerder heb gezegd, en het is waar, dat waar het geloof is en het werk wordt gedaan uit geloof, dat er dan geen verschil is tussen het ene werk en het andere, toch moet dit alleen als waar worden opgevat tegenover de werken die niet voortkomen uit een waar geloof.

Er is echter verschil tussen (geloofs)werken wanneer we ze met elkaar vergelijken, en dan is het ene werk (toch) groter dan het andere. Het is net als in het lichaam van belang dat elk lid daarvan net zo gezond is als alle andere, maar het werk van de leden valt te onderscheiden en het werk van de een is hoger, nobeler en nuttiger (van meer belang) dan dat van andere.

Dat is ook hier het geval – God’s naam en eer loven en prijzen en hooghouden is meer dan de werken van de andere geboden die nog volgen. En toch moet ook dit werk in en uit geloof worden gedaan zoals dit ook voor alle andere werken geldt dat het geloof deze innerlijk motiveert.”

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 217 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 39)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 4 U, HEER, zal ik loven in heel de wereld,
over U zingen voor alle volken.
5 Hemelhoog is uw ​liefde,
tot aan de wolken reikt uw trouw.
(Uit Psalm 108)

Bron afbeelding:  Bible-Scriptures – Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

H2O doet wat God wil…

(…)  het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend.
(Uit Jesaja 55)

Water doet – in God’s schepping – wat God wil…

(…) Al minstens sinds de tijd van Galileo proberen geleerden de vinger te krijgen achter de opmerkelijke eigenschappen van water. Hun pogingen zijn opmerkelijk weinig succesvol gebleken.
Dankzij het werk van Nilsson en anderen staan we nu misschien eindelijk op het punt te begrijpen waarom water zich gedraagt zoals we dat gewend zijn…
Hun verklaring blijkt even wonderbaarlijk en fantastisch als het spul zelf: water is niet één vloeistof, maar een mengsel van twee vloeistoffen.

Vochtig en vreemd

Alledaags H2O is een van de merkwaardigste substanties op de planeet, omdat het een hele reeks vreemde eigenschappen vertoont.

  • Water krimpt als het smelt, terwijl de meeste stoffen dan juist in volume toenemen.
  • Water heeft een ongebruikelijk grote oppervlaktespanning.
  • Water is uitzonderlijk moeilijk samen te persen.
  • Water komt op aarde voor in alle drie de fasen: vast, vloeibaar en gasvormig.
  • Water is in staat een ongebruikelijk grote hoeveelheid stoffen op te lossen.
  • Warm water bevriest soms sneller dan koud water. Dit verschijnsel staat bekend als het Mpemba-effect.

Twee soorten water

Watermoleculen rangschikken zichzelf mogelijk op twee verschillende manieren. Als dat inderdaad het geval zal blijken, verklaren fluctuaties tussen deze twee configuraties misschien de unieke eigenschappen van water.

Bron tekst: New Scientist (via Blendle)

Opgemerkt AJ: Water is de meest algemene stof op aarde en heeft overal op aarde en in alle levende wezens in alle organen een bijzondere rol/functie te vervullen! Jezus zei ons: Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook… (Johannes 5 : 17) en zie ook Jesaja 55 waar het gaat over het vergelijk van het werk van water met dat van Gods Woord en zie ook de inleiding van Johannes op zijn evangelie-beschrijving en nog wonderlijker toont God’s almacht zich in het gebeuren tijdens de bruiloft te Kana (Johannes 2 : 1-11) waar water tot de beste wijn wordt gemaakt.

NB. De vraag die bij dit alles te stellen valt is: Heeft water noodwendig volgens de formule H2O al die bijzondere eigenschappen en was dat bij voorbaat in feite al uit die chemische formule te voorspellen of is God nog altijd veel meer aanwezig en aan het werk in Zijn schepsel, dan wij ook maar enigszins beseffen. ‘Er ligt geen woord op mijn tong of u kent het ten volle’ (Psalm 139)

(…) 9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten. 10 Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, 11 alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend. (Uit Jesaja 55)

(…) 9 En toen de ceremoniemeester het water dat ​wijn​ geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom 10 en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede ​wijn​ voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste ​wijn​ tot nu bewaard!’ (Uit Johannes 2)

Bron afbeelding: Dwelling in the Word

Geplaatst in Bijbel, Diversen, Natuur | Plaats een reactie

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XIII)

(…) 5 De HEER is ​genadig​ en ​rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
(Uit Psalm 116)

Het werk van het eerste gebod (VII)

(…) “Let wel, het is door God’s barmhartigheid en genade en niet door hun aard dat onze werken zonder schuld en ons vergeven zijn. Ze zijn goed vanwege het geloof, dat zichzelf overgeeft aan deze goddelijke barmhartigheid over onze werken. We moeten dus vanwege onze werken vrezen, maar troost ontvangen vanwege de genade van God. Zoals geschreven staat in Psalm 147 vers 11: Hij heeft welbehagen in wie Hem vrezen en die op zijn goedertierenheid hopen.

Dus bidden we vol vertrouwen: Onze Vader… en toch vragen we Hem: Vergeef ons onze schulden. Wij weten ons Zijn kinderen en tegelijkertijd ook zondaars; we weten ons aanvaard, maar ook dat we daar niet genoeg naar handelen – dit alles is het werk van het geloof dat stevig verankerd is in Gods genade.

Maar als je vraagt ​​waar geloof en vertrouwen te vinden zijn of waar ze vandaan komen en op gebaseerd zijn, is dit zeker het meest noodzakelijke om te weten: Ten eerste het komt niet van je werken of van je verdiensten, maar alleen van Jezus Christus, vrijelijk beloofd en vrijelijk gegeven. Zoals Paulus schrijft in Romeinen 5 : 8: ‘God echter bewijst zijn ​liefde​ jegens ons, doordat ​Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.

Dus alsof Paulus ons zeggen wil: Behoort dit (alleen) ons niet al een sterk, onoverwinnelijk vertrouwen te geven, zelfs voordat we ons erover gingen bekommeren en om gingen bidden, ja, terwijl we nog voortgingen in zonde te wandelen, stierf Christus (al) voor onze zonden?!
Paulus zegt dan vervolgens:Als Christus voor ons is gestorven terwijl wij nog zondaars waren, hoeveel te meer zullen we door Hem worden gered van de toorn, gerechtvaardigd door zijn bloed. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft‘. (Romeinen 5 : 8-11).

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 215/216 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 37/38)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

Bron afbeelding:  Pinterest

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Persoonlijk | Plaats een reactie

Geen veroordeling…

Wie van u zonder zonde is, moet de eerste steen op haar werpen
(Johannes 8:7, weergave DB 1545).

Gooien of vluchten?

Op zaterdagmiddag 23 september 1531 preekte Luther in de stadskerk van Wittenberg uit het Evangelie van Johannes (hoofdstuk 8 vers 1 tot 11) over de geschiedenis van een vrouw die in overspel was gegrepen. Jezus jaagt al haar aanklagers op de vlucht en vraagt aan de vrouw die alleen achterblijft: ‘Waar zijn uw beschuldigers? Heeft niemand u veroordeeld?Zij antwoordde: ‘Niemand, Heere.’ En Jezus zei tegen haar: ‘Dan veroordeel Ik u ook niet – ga heen en zondig niet meer.

(…) “Door deze donderslag (1) zijn ze in hun hart verschrikt en heeft het, alsof er een onweer woedde, binnen in hun hart geweerlicht en gebliksemd. Op die manier is hun hart tot een hel geworden en hebben ze hun hele hart als één groot zonderegister geopend gezien. De vrouw zijn ze helemaal vergeten!

Zelf dachten ze nu dat hun zonden op hun voorhoofd geschreven stonden, en dat alles wat ze ooit hadden gedaan, van hun gezicht was af te lezen. De één durfde de ander niet meer in de ogen te zien, ja, ze dachten dat zelfs de stenen hen aankeken. Het zou dan ook niet lang meer duren tot ze gelegenheid vonden om ervandoor te gaan.

Alle vrolijkheid is van hun gezicht verdwenen. Geen mens, huis of zon kan hen nog blij maken, zelfs een hond kunnen ze niet met een blij gezicht aanzien, want hun hart bezwijkt van angst, zodat ze bijna hun zinnen verliezen. Dit konden ze niet langer verdragen of zelfs maar aanzien. Er bleef voor hen niets anders over dan op de vlucht te slaan en de tempel zo snel mogelijk te verlaten. Zo zijn ze weggeslopen, zoals een hond wegsluipt die in de keuken zijn bek heeft verbrand.

Zo gaat het nu in Christus’ Rijk toe. Als u en ik in Christus’ Rijk komen, bent u daar als ik en ik ben als u. Daar is er geen onderscheid, hoewel we voor de wereld toch niet gelijk zijn. Als u een echtbreker bent en gestolen hebt, maar ik heb dat mogelijk niet gedaan, dan maakt dat geen verschil. Ik vind immers veel grotere en ergere knopen [van ongerechtigheid] in mijzelf, waarvan ik zo bang word dat ik niet meer weet wat ik moet beginnen.

Want in het Rijk van Christus geldt:Wie van u zonder zonde is, moet de eerste steen werpen.’ Daarom, wees voorzichtig, lieve vrienden, laat de stenen liggen, ik wil er ook geen opheffen – laat ze liggen en gooi ze niet! Laat die stenen vallen en zeg: ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.’ (vgl. Matthéüs 6 : 12).“

Maarten Luther: Wochenpredigten über Joh. 6 8, 1530 1532, vgl. WA 33, 502, 11 – 503, 15

(1) Opgemerkt AJ: De woorden van Jezus Christus zoals Hij alleen die tot Zijn hoorders kon en kan spreken en aan hen en ons voorhouden en tot in het diepst van de ziel treffen.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres info@maartenluther.com

Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.
(Romeinen 8 : 1)

Bron afbeelding:  YouTube – Memorize Romans 8 : 1-2

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Omwille van Gods eigen Woord… (III)

(…) Ik zal de HEER om zijn ​rechtvaardigheid​ loven,
de naam van de HEER, de Allerhoogste, bezingen.
(Psalm 7 : 18)

Over rechtvaardiging en gebed (slot)

Heftige omgang

(…) Zo geeft Luther er ons oog voor hoe de rechtvaardiging van de goddeloze gestalte krijgt in de levende omgang met God. Tegelijk geldt dat deze levende omgang een heftige omgang is. Moeten we dat vandaag de dag niet met nadruk tegen elkaar zeggen, waar we ook als christenen met het nodige comfort en gemak omgeven zijn?

Een heftige omgang dus. Hóé heftig wil ik graag illustreren aan de hand van enkele zinsneden uit een van Luthers beroemde preken over de Kananese vrouw.

Jezus is constant· bezig haar terecht te wijzen, áf te wijzen. Er gaat een goed gerucht van Hem uit, maar tegenover de vrouw doet Hij niet anders dan dat gerucht ontkrachten. Hij antwoordt haar met geen woord, Hij gaat niet in op de voorbede van de discipelen, Hij vergelijkt haar ten slotte met een hond.

Wat moet de vrouw daarop antwoorden? Ze wordt door het woord van Christus tussen de veroordeelden en verlorenen gezet. Toch geeft ze niet op. Meer nog: ze geeft toe een hond te zijn: “Ja, Here.” – Ook in deze preek verwijst Luther net als in zijn commentaar naar Psalm 51 : Opdat U rechtvaardig blijft in uw woorden, wanneer U over ons rechtspreekt.

Dit is een meesterstuk van het geloof. Ze vangt Christus in Zijn eigen woorden door ermee in te stemmen dat ze een hond is. “Maar behandel me dan als een hond! Laat me eten van de kruimels. Dat is het recht van een hond.” Ja, en dan doet Christus zijn hart open en vervult haar wens. Ze is geen hond meer, maar een dochter van Israël.

Dit is tot ons aller troost en lering geschreven, opdat wij beseffen hoe diep God zijn genade voor ons verbergt en over Hem niet denken zoals ons gevoel ons wijsmaakt en ons hart ons ingeeft, maar enkel en alleen zoals zijn Woord vol beloften Hem ons voor ogen schildert.

Al duidt van Gods kant alles op “nee”, toch schuilt onder alles zijn (o zo genadig) “ja”.

Wat rest ons dus? Dat we van deze vrouw de kunst afkijken om God te vangen in Zijn eigen woorden, en tegen Hem zeggen: “Ja, Here, het is waar: ik ben een zondaar en uw genade niet waard, maar aan zondaren hebt U toch vergeving beloofd? En U bent toch niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om – zoals Paulus zegt – zondaren zalig te maken?”

Kijk, als we zo met God omgaan, moet Hij zich wel over ons erbarmen, omwille van Zijn eigen woord. Deze vrouw ging gerechtvaardigd naar huis, net als de tollenaar, net als David en Paulus, net als u en ik, wanneer wij God vangen in Zijn eigen woorden.

(slot) Lees ook voorgaande gedeelten:
– “Omwille van Gods eigen Woord… (I)
– “Omwille van Gods eigen Woord… (II)

Bron tekst: “God vangen in zijn woorden (2, slot)” door dr. H.J. Lam, Barneveld, Ecclesia nr. 17 – augustus 2018

Bron afbeelding:  Bible Verse Images

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Persoonlijk | Plaats een reactie

Omwille van Gods eigen Woord… (II)

(…) Daarom, zoals de ​heilige​ Geest​ zegt: Heden, indien gij Zijn stem hoort,
verhardt uw ​harten​ niet… (Uit Hebreeën 3 : 7-8)

Over rechtvaardiging en gebed (vervolg)

Actief

(…) Kort en goed: het gebed is de manier waarop wij delen in Gods gerechtigheid. En het is de manier waarop wij wandelen in een nieuw godzalig leven. Want het geloof – zegt Luther kernachtig – is een levend, werkzaam, actief en machtig ding. Het draagt alle goede werken in zich. Dat uit zich in het dienen van God, met wie we voortdurend in gesprek zijn en aan wie we telkens vragen: “Here, wat wilt U dat ik doen zal?” Onze oude mens heeft immers niets meer over ons te zeggen. Die ligt in het graf van Christus. Daar moet hij blijven.

Intussen – zo bindt Luther ons in zijn uitleg op het hart – mogen wij op de weg met God niet stil blijven staan. Hij zegt: “Wie niet verder komt, raakt achterop. Heel het leven van het nieuwe volk, van hef gelovige volk, van hef geestelijke volk is nooit een stilstaan, nooit een gegrepen hebben, nooit een denken: nu heb ik het.” Wat? Gods gerechtigheid. Het is telkens opnieuw een wachten op die gerechtigheid.

Daarmee bedoelt Luther geen amechtige gelovigen te kweken, die geen zekerheid hebben. Niet voor niets verwijst hij naar Paulus, die zich niet inbeeldt het al gegrepen te hebben of al volmaakt te zijn; maar hij jaagt ernaar om het te kunnen grijpen; met het oog daarop heeft Christus hém gegrepen.

Daarom – zegt Luther treffend – heeft de gelovige zijn rechtvaardiging altijd vóór zich. Hij zou echter nooit een rechtvaardige heten, als hij haar niet tegelijkertijd achter zich had. – Het is het gebed waardoor “voor” en “achter”, verleden en toekomst in elkaar grijpen. En dat gebeurt héden, dus hier en nu wanneer wij onze handen vouwen.

(wordt vervolgd)

Lees ook voorgaande/volgende gedeelte(n):
– “Omwille van Gods eigen Woord… (I)
– “Omwille van Gods eigen Woord…(III)

Bron tekst: “God vangen in zijn woorden (2, slot)” door dr. H.J. Lam, Barneveld, Ecclesia nr. 17 – augustus 2018

Bron afbeelding:  SlideShare

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Persoonlijk | Plaats een reactie

Omwille van Gods eigen Woord… (I)

Over rechtvaardiging en gebed

Bevrijding

(…) Maar dan ontdekt de naar zekerheid dorstende monnik dat ons in Christus álles geschonken is wat God van ons eist. “Waar – zegt hij in een preek – is wijsheid? Waar is gerechtigheid? Waar is waarheid? Waar is kracht? Niet in onszelf, maar in Christus. Het ligt allemaal buiten onszelf in God.” Hij komt tot het inzicht dat juist in zijn goede daden, in zijn goede bedoelingen, in zijn streven naar volmaaktheid zijn opstand tegen God zich schuil houdt. Wat een bevrijding is het voor hem daar erg in te krijgen en vooral dat te belijden.

In zijn commentaar noemt Luther een aantal teksten die hem op weg hebben geholpen, bijvoorbeeld uit Psalm 32: “Daarom zal iedere heilige tot U bidden.” Doen wij dat, zeggen wij met David: “Ik zal mijn zonden belijden voor de Here“, dan vergeeft Hij ze ons. Ook Johannes wordt aangehaald: “Als wij onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om ze ons te vergeven.” Enz.

Zo vindt de mens in God wat hij altijd weer bij zichzelf zoekt, maar tevergeefs: heil, leven, het goede, een nieuw ik. En hij vindt wat hij bij zichzelf niet meer hoopte te vinden, maar tevergeefs: het kwaad, de begeerte, de dood, het door de zonde bedorven ik, het aanklagende geweten. Zo leert het geloof ons aan onszelf te vertwijfelen en het daar te zoeken waar we een nieuw leven ontvangen: buiten onszelf in Christus.

Levende omgang

Dit alles lopen we mis, als we met onszelf alleen blijven, als we een monoloog voeren met ons eigen ik. Dan vallen we onszelf best mee. Of we vallen onszelf zó tegen dat er slechts wanhoop, frustratie en vruchteloze zelfkritiek overblijft.
Maar door het gebed verandert de monoloog in een dialoog. En zo komen we er echt achter wie wij zijn, wie wij tegenover God zijn. Dat “lukt” pas, als wij – voor onszelf en in de gemeenschap der heiligen – in ons gebed Hem net als David bekennen: ‘Tegen U alleen heb ik gezondigd.” Het gebed is dus als het ware het kanaal, de hefboom van wat er tussen God en ons gebeurt, als Hij ons met al ons lek en gebrek rechtvaardigt.

De rechtvaardiging is dus geen administratieve aangelegenheid of wat voor kwestie dan ook. Nee, ze is ingebed in de levende omgang met God, waarin Hij de eerste is en ons door zijn Woord en Geest naar zich toetrekt. En wij reageren op Hem, antwoorden Hem door onze handen te vouwen, belijden Hem onze ongerechtigheid en bidden om zijn gerechtigheid. Op het moment dat wij dat doen, wórdt Hij onze gerechtigheid en is er de gemeenschap met Christus. Zo beloftevol en bemoedigend ligt dat!

Roem

Zulk bidden mondt uit in de lofprijzing van Gods naam. Zij behoort ook wezenlijk tot het gebed. Onze roem – zegt Paulus aan het slot van Romeinen 3 – is volstrekt uitgesloten. We roemen in vrije gunst alleen. Daar was ook David op uit in Psalm 51 : “Here, open mijn lippen, dan zal mijn mond uw lof verkondigen.

Zulk bidden heeft niets verdienstelijks. Immers, wanneer een mens in zijn gebed God zoekt, heeft hij zichzelf niet op het spoor van God gezet. Het is omgekeerd: omdat God in Christus naar ons is toegekomen, kunnen wij en zullen wij Hem vinden. Luther volgt hier een gedachtegang van Augustinus: de mens zou nooit God zoeken, wanneer God hem al niet gevonden had.*
* Het is gewoon iets dat de Bijbel ons leert, heus niet eerst pas ontdekt/gedacht door Augustinus! In Genesis 3 horen we er al van!

Fel zet Luther in dit verband al degenen op hun nummer die niet zoeken maar laks zijn, omdat ze denken God bij toeval wel een keer tegen te komen, of die Hem zoeken op een weg die ze zelf zijn ingeslagen. Of ze wel of niet gerechtvaardigd worden, is hun blijkbaar om het even.

Maar ook als wij roemen in God, omdat Hij naar ons heeft omgezien, heeft dat niets verdienstelijks. Alsof wij door middel van onze aanbidding God enige compensatie kunnen geven. Integendeel. Elke dag opnieuw past ons het gebed van de tollenaar:Ό God, wees mij, zondaar, genadig‘. Boete(doening) is dus nooit een gepasseerd station. We blijven altijd aangewezen op – zoals dat heet – vreemde vrijspraak en vreemde gerechtigheid. (1)

Opgemerkt AJ:  (1) Wie wil en durft er bij dit onderwijs uit Gods Woord nog te spreken van en over ‘mooie mensen’ en wie zal zichzelf met die titel kunnen of willen (laten) tooien?! Gaat de Bijbel ons daarin voor en kan iemand dat aanwijzen? Paulus noemt zichzelf ‘de grootste van alle zondaren‘…, maar zegt hij ‘mij is genade bewezen‘.

Lees ook de volgende gedeelte(n):
– “Omwille van Gods eigen Woord… (II)
– “Omwille van Gods eigen Woord…(III)

Bron tekst: “God vangen in zijn woorden (2, slot)” door dr. H.J. Lam, Barneveld, Ecclesia nr. 17 – augustus 2018

Lezen Psalm 30
(NB. Deze Psalm gaf David aan Salomo (mooi mens?) en het volk
om te zingen bij de inwijding van de tempel…)

Bron afbeelding:  BibleInspirations

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk, Persoonlijk | Plaats een reactie

Goed leiderschap…

1 Een ​koning/president​ die ​rechtvaardig​ regeert
en ​leiders/ministers – die leiden volgens het recht

2 ze zijn als een beschutting tegen de wind,
als een schuilplaats voor een wolkbreuk,
als waterstromen in een dorre streek,
als de koele schaduw van een rots
in een dorstig, uitgedroogd land.

3 Ogen zullen niet langer ​blind​ zijn,
oren luisteren weer aandachtig;
4 de onbezonnen geest verwerft kennis en inzicht,
de tong van stotteraars spreekt vloeiend en vlot.

5 Dan wordt een dwaas niet meer edel genoemd,
een bedrieger niet langer aanzienlijk.

6 Want een dwaas spreekt dwaas
en zijn ​hart​ brengt slechtheid voort:
hij handelt goddeloos en hij lastert de HEER;
wie honger lijdt laat hij onverzadigd,
de dorstige geeft hij niets te drinken.

7 Een bedrieger kiest valse middelen, hij beraamt snode plannen
en tracht, door leugens rond te strooien,
de verdrukte in het verderf te storten,
en de zwakke wanneer die zijn recht bepleit.

8 Maar een edel mens zint op edele daden (op milddadigheid),
hij zet zich in voor al wat edel is (voor wat het welzijn van allen dient).

(Uit Jesaja 32, NBV, Nederlands Bijbelgenootschap)

Bron afbeelding:  iLearnFromJesus

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis, Politiek | Plaats een reactie

‘Onderwijs over de goede werken’ – 1519 (XII)

Een rechtvaardige valt zeven keer…

Het werk van het eerste gebod (VI)

(…) “Maar zegt u: “Hoe kan ik er absoluut zeker van zijn dat al mijn werken goed en aangenaam zijn voor God, wanneer ik somtijds (toch) weer in zonde val of teveel praat, eet, drink en slaap, of anderszins grensoverschrijdend bezig ben en wanneer het me niet lukt om dat te vermijden?” Antwoord: deze vraag laat zien dat u geloof nog steeds beschouwt als een werk vergelijkbaar met de andere werken en dat u het (dus) niet boven alle werken stelt.

Het is het allerhoogste werk omdat het onze dagelijkse zonden uitwist en daarbij steeds standvastig blijft door nooit te twijfelen dat God zo genadig is dat hij zulke dagelijks weerkerende mislukkingen en overtredingen over het hoofd ziet.

Ja, zelfs wanneer zo iemand in een dodelijke zonde (dood-zonde) zou vallen ​​- wat echter niet of zelden gebeurt met degenen die in geloof en vertrouwen op God leven – dan herrijst het geloof altijd weer en twijfelt er niet aan dat deze zonde al (weer) vergeven is. Zoals geschreven staat:

  • In 1 Johannes 2 : 1-2: ‘Mijn Lieve kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: ​Jezus​ ​Christus, de Rechtvaardige. Die de verzoening is van al onze ​zonden… “
  • En in Wijsheid van Salomo 15 [: 2]: ‘En hoewel we al gezondigd hebben, behoren we U nochtans toe toch en erkennen dat U groot bent.
  • En Spreuken 24 [: 16]: ‘Een rechtvaardige valt zeven keer, maar hij staat even zo vaak weer op.

Ja, dit vertrouwen en geloof moet zo hoog en sterk zijn dat een mens beseft dat heel zijn leven en al zijn werken niets anders zijn dan vervloekte zonden in het oordeel van God, zoals David het zegt in Psalm 143 [: 2]: ‘niemand die leeft, wordt rechtvaardig bevonden voor U.‘ Wij moeten volledig afzien van (wanhopen aan) onze werken, en geloven dat zij niet goed kunnen zijn behalve door dit geloof dat geen oordeel verwacht maar alleen pure genade, gunst, vriendelijkheid en barmhartigheid.

Dit is wat David sprak in Psalm 26 [: 3]: Want Uw goedertierenheid houd ik voor ogen, en ik wandel verheugd in Uw waarheid.‘ En in Psalm 4 [: 6-7]: ‘Het licht van Uw gelaat schijnt over ons‘ – dat is de kennis van uw genade door geloof – en daardoor hebt U mijn hart blij gemaakt.‘ Want zoals geloof verwacht, zo gebeurt het ook.’

Maarten Luther: Dr. Martin Luthers Werke (Weimarer Ausgabe) WA 6, S. 215 (gebruikte vertaling: Luthers Works, American Edition, deel 44, blz. 37)

NB. Deze Luther-quote is een vertaling van de eerder in de Engelse taal gepubliceerde versie.

Bron tekst: If you would like to have these Luther Quotes sent to family or friends you can send (with their permission) their email address to: info@martinluther-quotes.com.
Or, you can use the web-form on the homepage of the website maartenluther.com. There you can find both options to subscribe and unsubscribe from our weekly quotes. The emails are free of charge and you are not asked for donations.

(…) 18 Wie is een God als U, die schuld ​vergeeft en aan ​zonde​ voorbijgaat?
(Uit Micha 7)

Bron afbeelding:  Pinterest

 

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Huwelijk en gezin, Persoonlijk | Plaats een reactie

Angst: zo ziet Gods schepsel er niet uit… (IV)

De gemeente van Christus als schepping van God

Op deze rots zal ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen’ (Mattheüs 16:18, weergave DB 1545).

(1) (…) Het geloof is zo almachtig als God Zelf is. Zodoende wil God het geloof ook toetsen en beproeven. Daarom moet alles wat de duivel doet en kan, daartegen opkomen. Hij zegt hier immers niet voor niets dat de poorten der hel haar niet zullen overweldigen. Want ‘poorten’ is in de Schrift de plaats waar de de rechtsgedingen plaatsvinden. Zo zijn hier deze poorten: alle geweld van de duivel met zijn aanhang, zoals koningen en vorsten, met de wijzen van deze wereld, die allen tegen deze rots en dit geloof opkomen.

De rots staat middenin het water, daartegen moeten de golven beuken, bliksem en donder moeten er boven losbreken, alsof zij de rots willen omstoten – maar hij houdt stand, want hij is welgegrond. Daarom moet men verwachten dat de duivel met al zijn macht daartegen opkomt en alles probeert om deze rots te vernietigen.

Maar hij zal niets kunnen doen, net als de golven op het water, want zij rollen terug of breken op de rots. Zoals u dan nu ziet dat onze ongenadige overheden toornen en de hooggeleerde heren er ook bijkomen, met alle ‘heiligen’ van deze wereld – wat dan nog! Daarop moet u niet letten of er zich iets van aantrekken, want het zijn maar de poorten van de hel en de golven op het water, die tegen deze rots aanstormen.

Maarten Luther: Predigten des Jahres 1522, vgl. WA 10.3, 214, 26 – 215,15

(1) Op 24 juni 1522, op de toen nog gevierde ‘Dag van Johannes de Doper’, heeft Luther een preek gehouden over de belijdenis van Petrus uit Matthëüs 16, waaruit het bovenstaande citaat werd gekozen.

Opgemerkt AJ:  Een gemeente of kerkgemeenschap zal zich dus niet door wetenschap en (haar) statistiek angst laten opleggen of zichzelf aanpraten en zich van de wijs laten brengen om haar verkondiging en liturgie en beleid daarop aan te passen.

Bron tekst: Wilt u deze Luthercitaten ter kennismaking doorsturen aan uw vrienden. Er zijn geen kosten aan verbonden. Voor het aanmelden/afmelden van deze wekelijkse citaten kunt u gebruikmaken van dit e-mailadres: info@maartenluther.com

(…) 27 Want inderdaad, in deze stad hebben allen samengespannen tegen ​Jezus, uw ​heilige​ dienaar, Die door U is ​gezalfd: Herodes, ​Pontius ​Pilatus, alle volken en ook de stammen van Israël, 28 om datgene te doen waarvan u had bepaald en voorbestemd dat het moest gebeuren. (Uit Handelingen 4)

Bron afbeelding:  ScotDir.com

Geplaatst in Bijbel, Gemeente, Geschiedenis | Plaats een reactie